CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

27.0 Schriftelijke vragen GL - Handhaving stookverbod - beantwoording 20191211.pdf

Raadsvergadering 21 januari 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.242 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 2019_B&W_005941/5 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 10 december 2019 Dienstverlening - Leefomgeving 14 2019_B&W_00594 Nota van antwoord - Handhaving stookverbod Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl Zijn eveneens aanwezig: mevrouw Henriëtte de Jong, loco-gemeentesecretaris Afwezig: mevrouw J. Groot de, Secretaris Nota van antwoord Vraag en antwoord Op 19 november 2019 heeft de fractie GroenLinks vragen gesteld aan het college, inzake de handhaving van het stookverbod. GroenLinks constateert dat bij voortduring overlast wordt ervaren door het verbranden van rietafval (zomermaaisel) en ander afval in het buitengebied. De fractie schrijft te hebben vernomen dat handhaving niet uitvoerbaar is. De fractie GroenLinks heeft het college de volgende vragen gesteld: 1. Welke voorwaarden worden er gesteld aan een ontheffing? 2. Welke ontheffingsaanvragen spelen in het gebied Weerribben-Wieden en wie zijn de vergunninghouders? 3. Welke belemmeringen ervaren handhavers bij de uitvoering van hun taak? 4. Zijn vergunninghouders aanspreekbaar op het verbranden van rietafval? Vervolg Het college is er mee bekend dat door inwoners overlast wordt ervaren door rook.

Naast de beantwoording van de vragen wil het college het volgende meegeven. Het college is met alle betrokken partijen in gesprek om te kijken welke afspraken en beleidswijzigingen nodig zijn om de overlast te verminderen, op een dusdanige wijze dat de uitvoering van het werk door de gebruikers van het buitengebied niet onmogelijk maakt. Rietteelt is bijvoorbeeld een voor ons gebied belangrijk ambacht. De sector ziet zelf ook graag een geschikt alternatief voor verbranding van rietafval. Vanuit het perspectief 'Oude ambachten' wordt dan ook gekeken naar alternatieve mogelijkheden voor riet- en bermmaaisel, zodat in de toekomst de overlast verdwijnt, maar dit ambacht voor ons gebied bewaard blijft. Die mogelijkheden verschillen per gebied. Dat is een complex vraagstuk dat samen met de betrokkenen is opgepakt en daardoor tijd vraagt. Beantwoording van de vragen: College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 2019_B&W_005942/5 1. Er worden diverse voorschriften gesteld bij een brandontheffing. De voorschriften zijn als bijlage bij deze beantwoording gevoegd. 2. Natuurmonumenten doet een aanvraag voor een ontheffing voor haar 138 pachters. De ontheffing wordt aan de pachters zelf verstrekt. Staatsbosbeheer doet eveneens de aanvraag voor haar pachters, waarbij eveneens de ontheffing aan die 93 pachters zelf wordt verstrekt.

Daarnaast zijn er ongeveer 10 particuliere grondeigenaren die een ontheffing aanvragen. 3. Problemen waar handhavers tegenaanlopen zijn onder meer dat riet- en maaiafval wordt verbrand op plekken die vaak moeilijk of niet te bereiken zijn. Daar komt bij dat de ervaren overlast in de regel niet te herleiden is naar één enkele verbranding, het is meestal de cumulatie van rook van meerdere rietbranden tegelijk die voor overlast zorgt. De hoeveelheid afval is afhankelijk van de productie, zodat niet op voorhand bekend is hoeveel mag, of zal worden verbrand. 4. De ontheffinghouders zijn in juridisch opzicht aanspreekbaar op het verbranden van rietafval. In praktische zin blijkt het aanspreken soms lastig. Zo is de pachter niet altijd aanwezig bij de brandjes, zodat soms lastig te achterhalen is wie verantwoordelijk is. Doordat de ervaren overlast vaak komt door cumulatie van rook, is de overlast niet altijd te herleiden naar één enkele brandplaats. Dat is een van de redenen dat we met de sector in gesprek zijn over de houdbaarheid en handhaafbaarheid van de kaders. Op dit moment is het mogelijk dat ontheffinghouders zich volledig houden aan de voorschriften, dus niet in overtreding zijn, maar de cumulatie van rook wel zorgt voor overlast. Bijlagen 1. Vragen fractie GroenLinks over handhaving stookverbod.pdf 2.

Voorschriften bij brandontheffing.pdf College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 2019_B&W_005943/5 Voorschriften bij het verbranden van maai- en rietafval Regeling landschapsonderhoud (Weerribben, Wieden) 1. Algemeen . 1.1. Het is verboden andere afvalstoffen te verbranden dan riet, rietafval, maaiafval en ruigte afkomstig van en op bij ontheffinghouder in pacht of eigendom zijnde percelen. 1.2. De verbranding dient te geschieden onder verantwoordelijkheid en continu toezicht van de houder van de ontheffing. Hij is gehouden te allen tijde te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar, schade of hinder ten gevolge van het branden te voorkomen en/of te beperken. 1.3. De houder van de ontheffing mag zich laten vervangen door een ander volwassen persoon, mits die persoon schriftelijk gemachtigd is door de houder van de ontheffing. Op verzoek van de toezichthouder dient de schriftelijke machtiging te worden getoond. 1.4. Het is verboden van de ontheffing gebruik te maken: 1.4.1. tijdens waarschuwingsfase voor verhoogde concentraties luchtverontreiniging of bij extreme droogte, afkondiging van “fase 2” (extra alert). Voor de actuele situatie kunt u kijken op de site www.natuurbrandrisico.nl; 1.4.2. bij windkracht 5 of meer (volgens Beaufort; de windsnelheid bedraagt dan meer dan 8 m/s.); 1.4.3. indien het regent of mistig is; 1.4.4.

indien het te verbranden materiaal inwendig nat is; 1.4.5. indien de windrichting zodanig is dat de bij de verbranding vrijkomende rook gevaar en/of hinder oplevert voor in de onmiddellijke omgeving aanwezige bebouwing van derden en het openbaar verkeer. 1.5. Aanwijzingen van toezichthouders, gegeven in het belang van de bescherming van het milieu, dienen stipt en onverwijld te worden opgevolgd. 1.6. Het is verboden afvalstoffen van derden te verbranden 2. Voorbereiding. 2.1. De houder van de ontheffing is verplicht voldoende blusmiddelen zoals schoppen, zand en water aanwezig te hebben, zodat kan worden gereageerd op onverwachte situaties. 3. Het branden. 3.1. Het is verboden het vuur aan te steken en/of te onderhouden met benzine, olie of andere vloeibare- of vaste brandstoffen. 3.2. Het te verbranden materiaal moet volledig verbranden. Het mag niet smeulen, noch overmatig roken. 3.3. Tijdens het branden dient de houder van de ontheffing, dan wel zijn schriftelijk gemachtigde, de ontheffing met bijbehorende voorschriften bij zich te hebben. 3.4. Indien tijdens het branden gevaar, schade of hinder ontstaat, moet het vuur direct worden gedoofd. 3.5. Het is verboden te branden: 3.5.1. tussen 1 uur na zonsondergang en zonsopkomst. 3.5.2. op zon- en feestdagen. College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 2019_B&W_005944/5 4. Nazorg . 4.1.

Na afloop van de verbranding dient het vuur volledig te worden gedoofd. 5. Bodemverontreiniging . 5.1. Indien verontreiniging van de grond en/of het grondwater optreedt of is opgetreden, dan wel wordt vermoed, dient de houder van de ontheffing deze verontreiniging terstond te melden aan het bevoegd gezag (gemeente en/of provincie). 5.2. Direct na de in voorschrift 5.1 bedoelde melding dient de grond en/of het grondwater van het terrein te worden onderzocht. De resultaten hiervan dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee maanden daarna, aan het bevoegd gezag (gemeente en/of provincie) bekend te worden gemaakt. 5.3. Bij verontreiniging van de grond en/of het grondwater dient de oorzaak van de verontreiniging zo spoedig mogelijk te worden weggenomen. De verontreinigde grond en/of het verontreinigde grondwater moet overeenkomstig de aanwijzingen van het bevoegd gezag en in overeenstemming met het bepaalde in artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) door de houder van de ontheffing te worden verwijderd, gesaneerd of zoveel mogelijk ongedaan te worden gemaakt. College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 2019_B&W_005945/5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7d76660b-5102-4173-9e7c-69007d87c83b?agendaItemId=81a8ba57-1a48-4b71-918b-76b024bda29b