26.0 VNG - Lachgas.pdf
Tekst van het document
U202100375 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geachte leden van college en gemeenteraad, Het oneigenlijk gebruik en de verkoop van lachgas vormt een niet te onderschatten probleem bij voornamelijk jongeren. Het geeft gezondheidsrisico’s en veroorzaakt hinder en overlast. In de VNG-ledenbrief ‘Lachgas’ van 14 mei 2020, https://vng.nl/brieven/lachgas gingen we in op de gevaren van oneigenlijk gebruik van lachgas en zetten we uiteen welke mogelijkheden de Model- APV biedt om hiertegen te kunnen optreden. Bij onze jaarlijkse zomerupdate van de Model-APV (2020) hebben wij hiernaast nog een specifieke APV-voorbeeldbepaling1 opgenomen. Tegelijkertijd was de verwachting dat er eind 2020 een landelijke aanpassing van de opiumwetgeving zou hebben plaatsgevonden door lachgas aan lijst II bij de Opiumwet toe te voegen en de eigenlijke toepassingen van lachgas van het Opiumwetverbod uit te zonderen 2. Het wetgevingsproces duurt echter langer dan voorzien. Vanwege de demissionaire status van het kabinet zal het besluit over het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van het voorgenomen lachgasverbod worden overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit betekent dat de verwachting vanuit het rijk vooralsnog is dat er geen aangepaste regelgeving zal worden ingevoerd voor het voorjaar van 2022.
Dit vormt een knelpunt in de effectieve(re) aanpak 1 In de toelichting op de Model-APV is artikel 2:48a verbod op het gebruik van distikstofmonoxide (lachgas) als roesmiddel opgenomen. 2 Hierdoor zou worden bewerkstelligd dat er een verbod komt om lachgas binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, verstrekken, vervoeren, vervaardigen, aanwezig te hebben of af te leveren. Aan de leden Datum 12 mei 2021 Kenmerk TRE/U202100375 Lbr. 21/035 Telefoonnummer 070 373 8393 Bijlage(n) 1 Onderwerp Lachgas Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/3 van de lachgasproblematiek. Als VNG pleiten wij dan ook nadrukkelijk voor spoedige inwerkingtreding van de aangepaste Opiumwetgeving. Gebleken is ook dat er zich op dit moment knelpunten in de handhaving kunnen voordoen door dat (strafrechtelijke) handhaving veel tijd voor de politie in beslag neemt 3. Ook is er (nog) geen feitomschrijving met feitcode voorhanden die is gekoppeld aan het specifieke gebruik van lachgas. Hierdoor is het vooralsnog niet mogelijk om een bestuurlijke strafbeschikking uit te vaardigen voor overtreding van een (Model-)APV-artikel dat (onder meer) ziet op verbod van (oneigenlijk) lachgasgebruik. Wij hebben over de knelpunten overleg gehad met de Commissie feiten en tarieven (CFT) 4.
De CFT acht openstelling van een feitcode voor de in 2020 in de toelichting op de Model-APV opgenomen voorbeeldbepaling (art.2:48a) niet wenselijk. Deze bepaling bevat het specifieke bestanddeel ‘distikstofmonoxide’. Dit brengt met zich mee dat in een strafzaak daadwerkelijk moet worden bewezen dat het ook specifiek om die stof gaat. Specifieke waarnemingen en eventuele foto’s van patronen of cilinders zullen nodig zijn in het dossier. Wanneer alleen sprake is van een ‘ballon’ en een zwijgende verdachte zal het bewijs niet geleverd kunnen worden. Vanwege het geschetste bewijsprobleem zal daarom de genoemde voorbeeldbepaling worden geschrapt uit de Model-APV. Het advies is om, indien van toepassing, hetzelfde in de APV van uw gemeente te doen. Het is echter wel mogelijk om een feitcode open te stellen voor (het tot voor kort facultatief opgenomen) artikel 2:74a Model- APV over openlijk drugsgebruik. Lachgas valt onder ‘daarop gelijkende waar’ als bedoeld in die bepaling. Omdat feitcodes zijn gekoppeld aan de zogenaamde modelbepalingen van de Model-APV is artikel 2:74a Model-APV inzake ‘openlijk drugsgebruik’ omgezet van een zogenaamde facultatieve bepaling naar een modelbepaling. De tekst van de bepaling en de toelichting zijn niet gewijzigd.
De feitcode zal op 1 juli 2021 worden opengesteld en biedt gemeenten vanaf dat moment de mogelijkheid om een bestuurlijke strafbeschikking uit te vaardigen bij overtreding van artikel 2:74a Model-APV. Uw gemeente draagt zelf de verantwoordelijkheid om de APV zodanig in te richten dat de feiten waarvoor een bestuurlijke strafbeschikking kan worden aangeboden ook als zodanig in de verordeningen zijn opgenomen. Het verdient daarom aanbeveling om (indien er afwijking is) aan te sluiten bij de tekst en de toelichting van Model-APV artikel 2:74a. (Indien in uw APV al een artikel is opgenomen dat hiermee in overeenstemming is hoeft u niets te doen). 3 Wij hebben hierover in maart jl. een afschrift van een brief van de gemeente Rotterdam gericht aan voorzitter van het College van Procureurs-Generaal ontvangen. 4 De feitcodes en de bijbehorende tarieven worden vastgesteld door het College van Procureurs-generaal. Zij krijgen hiervoor advies van de CFT, adviescommissie van het Openbaar Ministerie. De CFT is verantwoordelijk voor de inhoud van de ‘Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen’. Ook maakt de CFT ‘het Feitenboekje’. In geval van een relevante wijziging van de model-APV of model-ASV zullen deze wijzigingen daar waar nodig (en mogelijk) worden doorgevoerd in de genoemde feitenlijst.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/3 In de bijlage is voor de goede orde nog het betreffende relevante wetgevende kader gevoegd. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten mr L.K. Geluk Algemeen directeur