25.0 VNG - Ledenbrief stikstof.pdf
Tekst van het document
U202200516 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geachte leden van college en gemeenteraad, Een nieuwe aanpak voor stikstofreductie om stikstofgevoelige natuur te beschermen is noodzakelijk, omdat sinds 2019 de vergunningverlening voor allerlei ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijfsontwikkelingen stokt. Het rijk koerst daarbij op een duurzame landbouwsector die functioneert in samenhang met het natuurlijke systeem van bodem, water en klimaat. En het rijk probeert tegelijkertijd met allerlei ingewikkelde juridische constructies vergunningen toch nog te verlenen. De recente kamerbrieven over de stikstofreductie en de perspectieven voor de agrarische sector van het ministerie van LNV zijn hiervoor de eerste uitwerking. Op welke manier de balans ook gevonden gaat worden, lokale bestuurders maken zich in toenemende mate zorgen over de leefbaarheid in met name de landelijke gebieden. De VNG mist in de aanpak van het rijk een totaal perspectief. Dat leidt tot maatschappelijke onrust en die begrijpen en voelen gemeenten als geen ander. Lokale bestuurders merken de impact van beleidsveranderingen of het ontbreken van perspectief in beleid. Het zijn geen letters op papier, maar de toekomst en het bestaansrecht van bedrijven en mensen.
Recentelijk kwam de agrarische sector met protesten, maar eerder uitte ook de bouwsector haar ongenoegen over het beleid. De VNG is aangesloten bij overleggen over de stikstofaanpak van het rijk, maar de primaire uitvoerende taak (natuurbeleid) ligt bij de provincies. Met deze ledenbrief informeren wij u over de activiteiten van de VNG tot nu toe op dit onderwerp en op onze inzet in de komende tijd. Aan de leden Datum 21 juli 2022 Kenmerk POM/U202200516 Lbr. 22/045 Telefoonnummer 070 373 8393 Bijlage(n) - Onderwerp Ledenbrief stikstof
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/4 De activiteiten van de VNG zijn en blijven gericht op het perspectief voor het landelijk gebied. Gemeenten zijn weliswaar niet beleidsverantwoordelijk, maar de richting van het beleid heeft wel degelijk grote impact en effect op de lokale samenleving en gemeentelijk beleid. Hierbij hebben we de volgende uitgangspunten: 1. De instandhouding, het herstel en de verbetering van de natuur; een gezonde leefo mgeving is de basis van onze toekomst; 2. Duurzaam toekomstperspectief voor het landelijk gebied; de landbouw maakt hier heel belangrijk onderdeel van uit; 3. Vlot trekken van de vergunningverlening; dit is belangrijk voor maatschappelijke opgaven van o.a. woningbouw, infrastructuur, maatschappelijke voorzieningen en bedrijven(terreinen); 4. Uitvoerbaarheid en effectiviteit van beleid; zorgen voor uitvoeringskracht, expertise, financiële middelen en voldoende beleidsruimte. Het vorige kabinet prioriteerde vooral het vlot trekken van de vergunningverlening. De bestuurlijke overleggen stonden dan ook vaak in het teken van de technisch-juridische kant van vergunningverlening. Met behulp van het door ons ingerichte ambtelijke en bestuurlijke netwerk rond het stikstofdossier hebben we de gemeentepraktijk en sentiment daarin aangebracht. Bereidheid nodig om mee te willen werken Met de recente kabinetsplannen zijn we in een nieuwe fase beland.
Het belangrijkste is dat er meer integraliteit komt en dat de gebiedsprocessen op gang komen. Toch merken we dat het kabinet nog steeds onvoldoende doordrongen is dat zonder concreet toekomstperspectief voor de landbouw de onrust groter wordt. Deze onrust belemmert het gesprek over de aanpak in de gebieden. Om te komen tot een constructieve dialoog is het noodzaak dat iedereen aan tafel zijn wensen en zorgen kenbaar kan maken. Dit is de eerste en cruciale stap om draagvlak te verwerven voor de te maken plannen die inzetten op een leefbaar landelijk gebied voor inwoners, boeren en bedr ijven. Het kabinet moet nu inzetten op de-escaleren van de maatschappelijke spanningen die alsmaar manifester worden. Dat is nodig zodat gemeentebestuurders niet verder onder druk komen te staan vanuit de samenleving. Inzet VNG nu: gemeenten vroegtijdig aan tafel In de gebiedsprocessen heeft de provincie een belangrijke rol als gebiedsautoriteit. De rol van gemeenten in deze gebiedsprocessen is eveneens cruciaal: het heeft impact op onze inwoners, bedrijven en de kwaliteit en identiteit van onze gebieden. Gemeenten hebben een integrale visie op de ruimtelijke, sociale, economische en ecologische ontwikkeling van hun gebieden. Daarnaast kennen de gemeenten hun gebieden tot in de haarvaten en hebben ze direct contact met inwoners en bedrijven.
Ze weten wat nodig is om het gebied leefbaar te houden en hebben oog voor de bijdrage van de landbouw en agribusiness aan de economische vitaliteit van het gebied en de sociale samenhang. De VNG blijft zich ervoor inzetten dat gemeenten bij de gebiedsprocessen goed aan tafel komen en vanuit die integrale visie en gebiedskennis hun inbreng kunnen leveren. Op veel plekken in Nederland zijn al goede praktijkvoorbeelden van zorgvuldige gebiedsprocessen. Het blijkt dat de boeren hier zelf ook een constructieve en innoverende rol in kunnen spelen. Deze voorbeelden inbrengen in de gesprekken met het rijk en provincies over de aanpak van de transitie in het landelijk gebied, verdient meer aandacht. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/4 We zetten voorts in op een samenhangende integrale aanpak van de doelen door het m aken van slimme combinaties tussen landelijke opgaven en lokale belangen: dat stimuleert draagvlak en lokale innovatie. Met zo’n integrale benadering krijgen we beter zicht op de gevolgen van alle maatregelen en kansen voor een breed gedragen duurzaam perspectief vanuit de samenleving enerzijds en de uitvoerbaarheid voor gemeenten anderzijds. Daarmee komt ook zicht op wat gemeenten nodig hebben om de doelen te kunnen halen, maar ook wat er bij gemeenten aan uitvoeringskracht nodig is.
Overlegstructuren De komende weken gaat de VNG bestaande ambtelijke en bestuurlijke netwerken verbreden naar een netwerk voor het landelijk gebied. Dat doen we in nauwe samenwerking met de P10 (plattelandsgemeenten). Doel van de netwerken: leren van elkaar op proces en voor al het voeden van onze bestuurders aan de Haagse tafels met goede praktijkvoorbeelden, vraagstukken en sentimenten uit ons netwerk. Daarbij gaan we de overleggen over stikstof, het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de klimaatdoelen samenvoegen. Ook bij het rijk en de provincies wordt deze verbreding ingezet. Vervolgstappen Naar aanleiding van de recente boerenprotesten heeft de VNG op 15 juli jl. een rondetafelgesprek met een aantal betrokken bestuurders georganiseerd. Dat heeft geresulteerd in een brief naar minister-president Rutte om de zorgen van deze bestuurders onder de aandacht te brengen. Dit overleg herhalen we na de zomer nog enkele malen, eventueel op provinciaal niveau. Verder werken we de komende tijd aan de volgende acties: • We formuleren een VNG-perspectief voor het landelijk gebied, dat de basis gaat zijn voor de VNG-inzet op gesprekken met het rijk en de provincies op het landelijk gebied.
Daarbij staat de praktijk centraal; • We organiseren met het ministerie van LNV een webinar over de vraag hoe gemeenten zich kunnen voorbereiden op het gebiedsproces en -plan van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Goede voorbeelden van al bestaande gebiedsprocessen willen we daarin ook aanreiken aan betrokken ministeries. • We gaan in gesprek met de provinciale afdelingen van de VNG om te kijken naar mogelijkheden om gesprekken te arrangeren met de provincies over een gezamenlijke aanpak. In de VNG commissies EKEM en RWM geven we een regelmatige update over dit thema. Daarnaast informeren we u ook via onze website over het Landelijk gebied en Stikstof en op het forum Aanpak Stikstof
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/4 Tot slot Doel van deze ledenbrief is, om u op de hoogte te houden over wat we doen op bovengenoemde onderwerpen. Heeft u suggesties over onze rol en/of het position paper over het landelijk gebied, of wilt u een actieve rol spelen neemt u dan vooral contact op met Sander Simonse (sander.simonse@vng.nl) of Wendela de Ridder (wendela.deridder@vng.nl) van het Team Landelijk Gebied. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten L.K. Geluk Algemeen directeur