CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

25.0 Informatienota 2021 - 38 - Financiële gevolgen meicirculaire 2021.pdf

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.386 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003491/10 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 22 juni 2021 Bedrijfsvoering - Organisatieadvies 22 2021_B&W_00349 Informatienota Financiële gevolgen meicirculaire 2021 - informeren Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl, Wethouder Zijn eveneens aanwezig: mevrouw Henriette de Jong, Loco-gemeentesecretaris Afwezig: mevrouw J. de Groot, Secretaris Samenvatting Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de meicirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. De meicirculaire 2021 laat ten opzichte van de laatste circulaire uit maart 2021 (4e compensatiepakket corona) een hogere Algemene uitkering uit het gemeentefonds zien. De klapper van deze circulaire is de incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten jeugdzorg ter hoogte van ruim € 1.1 miljoen voor onze gemeente. Een gedeelte van het voordeel heeft betrekking op het Sociaal domein; Voogdij 18+ en Participatiewet. In de meicirculaire is ook een aantal bedragen opgenomen die een directe relatie hebben met door de gemeente uit te voeren taken.

Deze bedragen worden budgettair neutraal (zowel als inkomst, als uitgave) in de begroting opgenomen. Gevolgen meicirculaire 2021 voor het begrotingssaldo: 2021 2022 2023 2024 2025 Saldo PPN (blz. 72) - 970 + 62 + 762 + 1.487 + 1.182 Voordeel meicirculaire (tabel.1) + 2.492 + 3.087 + 2.601 + 2.216 + 1.913 Al opgenomen in PPN (tabel.2) + 335 - 1.027 - 1.003 - 1.005 - 986 Sociaal domein (tabel.3) - 166 - 705 - 688 - 685 - 660 Taakmutaties (tabel.4) - 1.192 - 184 - 188 - 199 - 209 Corona -29 College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003492/10 Saldo + 470 + 1.233 + 1.484 + 1.814 + 1.240 + = voordeel (bedragen x € 1.000) De financiële gevolgen van de meicirculaire 2021 worden verwerkt in de Najaarsnota 2021 en in de Programmabegroting 2022 - 2025. Middelen die wij ontvangen via de Algemene uitkering zijn overigens vrij te besteden en hoeven niet persé uitgegeven te worden aan het doel waarvoor zij worden ontvangen. Informatienota Inleiding Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de meicirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af).

De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres (groei) genoemd. Behalve het accres zijn er ook nog andere factoren die de hoogte van de Algemene uitkering beïnvloeden. Gedacht kan worden aan: bijstelling van aantallen (nominale ontwikkelingen, b.v. inwoners, woningen en uitkeringsgerechtigden); OZB rekentarieven; Btw compensatiefonds (afrekening dit jaar + € 237.000); loon- en prijscompensatie. In onderstaande tabel ziet u wat de meicirculaire 2021 betekent voor onze gemeente ten opzichte van de laatst ontvangen (corona)circulaire in maart 2021. Tabel 1 Algemene uitkering meicirculaire 2021 t.o.v. maart 2021: Totaal 2021 2022 2023 2024 2025 Maart 2021 79.034 78.179 78.234 78.593 79.176 Mei 2021 81.526 81.266 80.835 80.809 81.089 Verschil + 2.492 + 3.087 + 2.601 + 2.216 + 1.913 + = voordeel (bedragen x € 1.000) Tabel 2 Al opgenomen in de Perspectiefnota (meevallers blz. 74): 2021 2022 2023 2024 2025 Compensatie lonen en prijzen 930 930 930 930 Hoeveelheidsverschillen - 335 97 73 75 49 Aanpassen jaarschijf 2025 7 Verschil - 335 + 1.027 + 1.003 + 1.005 + 986 + = voordeel (bedragen x € 1.000) Kernboodschap De meicirculaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen.

Gemeenten ontvangen doorgaans op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkering: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003493/10 De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de Algemene uitkering; de integratie-uitkering Sociaal domein; de decentralisatie - en (overige) integratie-uitkeringen. In het regeerakkoord is opgenomen dat de integratie-uitkering Sociaal domein met ingang van het jaar 2019 opgaat in de Algemene uitkering en daarmee deel uitmaakt van de 'trap-op-trap-af systematiek'. Een aantal onderdelen van het Sociaal domein zijn per 2019 nog niet overgeheveld. Als integratie-uitkering blijven bestaan: Beschermd wonen; Voogdij 18+; Participatie (voornamelijk Wsw). Kanttekeningen Het bij de inleiding gepresenteerde voordeel over de jaren 2021 tot en met 2025 is inclusief de sinds het jaar 2015 gedecentraliseerde taken binnen het Sociaal domein (Wmo 2015, jeugdzorg en participatiewet).

Met ingang van het jaar 2019 is de uitkering Sociaal domein volgens afspraak overgeheveld naar de Algemene uitkering, met uitzondering van Begeleid wonen, Voogdij 18+ en Re-integratie klassiek (Wsw) van het onderdeel participatie. De uitkering Sociaal domein wordt in onderstaande tabel verdeeld op basis van die afspraak in de gemeentelijke begroting. In de tabel ziet u wat de meicirculaire 2021 betekent voor onze gemeente op het gebied van het Sociaal domein, zoals deze gedefinieerd is binnen de afspraken van het gemeentefonds. Tabel 3 Integratie-uitkering meicirculaire 2021: Onderdeel Sociaal domein 2021 2022 2023 2024 2025 Verschil + 166 + 705 + 688 + 685 + 660 Waarvan: Voogdij 18+ 61 611 611 611 611 Participatie 105 94 77 74 49 + = voordeel (bedragen x € 1.000) Voogdij/ 18+ Voor 2021 zijn de bedragen per gemeente naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021. Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2020) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen voor het jaar 2022. Daarbij is het budget 2022 verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente.

Participatie De omvang van de uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021. De verdeling wijzigt ook door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie, zoals we die kennen uit College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003494/10 het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de integratie-uitkering door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuwe begeleiding en Wajong. Taakmutaties Naast de hierboven opgesomde bedragen zijn er in de meicirculaire ook nog budgetten opgenomen die een directe relatie hebben met door de gemeente uit te voeren taken. Zij worden budgettair neutraal (inkomsten = uitgaven) als taakmutatie in de begroting opgenomen en hebben geen invloed op het begrotingssaldo. Deze begrotingsposten moeten ook van het totale voordeel van de Algemene uitkering in Tabel 1 worden afgetrokken.

Het gaat hierbij om de volgende taken met bijbehorende bedragen: Tabel 4 Algemene uitkering meicirculaire 2021: Onderdeel taakmutaties 2021 2022 2023 2024 2025 Aanpak problematiek Jeugdzorg 1.113 Rijksvaccinatie programma 11 9 9 10 10 Anti- discriminatievoorziening 18 18 18 18 18 Prenataal huisbezoek 11 11 12 12 Wet open overheid 122 136 151 166 Begeleiding statushouders 50 Inburgering 27 15 10 4 Armoedebestrijding - 3 - 1 - 2 - 1 Verschil + 1.192 + 184 + 188 + 199 + 209 + = voordeel (bedragen x € 1.000) Toelichting taakmutaties: Aanpak problematiek jeugdzorg (incidentele compensatie) Het kabinet heeft voor het jaar 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die al eerder beschikbaar zijn gesteld voor het jaar 2021. Rondom de € 613 miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het rijk en de VNG. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen. Een bedrag van € 120 miljoen van de € 613 miljoen wordt verdeeld via specifieke uitkeringen of op een andere gerichte wijze. Deze middelen zullen aan een beperkt aantal (centrum)gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd worden. De overige door het kabinet beschikbaar gestelde middelen worden via de Algemene uitkering aan het gemeentefonds toegevoegd.

Voor de gemeente Steenwijkerland komt dit overeen met een extra incidenteel bedrag voor jeugdzorg van ruim € 1.1 miljoen. De € 493 miljoen kent drie delen: Een deel van € 228 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hiermee in staat worden gesteld om de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003495/10 Een deel van € 10 miljoen heeft als oogmerk om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Tot slot is er een deel van € 255 miljoen met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Komende periode vindt tussen de VNG en het rijk overleg plaats om een klein deel van de € 255 miljoen in te zetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Om die reden wordt nog niet het volledige bedrag van € 255 miljoen verwerkt.

In deze circulaire is vooruitlopend op de besluitvorming tussen VNG en rijk aangaande de regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG een bedrag van € 200 miljoen toegevoegd en verdeeld over de gemeenten. Bij de septembercirculaire 2021 zal vervolgens het resterende bedrag van € 55 miljoen worden verwerkt. We zullen de extra incidentele middelen van ruim € 1,1 miljoen via een stelpost reserveren voor de jeugdzorg (Najaarsnota 2021). Na de noodzakelijke bezuinigingen die we de afgelopen jaren hebben moeten doorvoeren in verband met het ontbreken van structurele middelen voor onder andere de jeugdzorg, zijn we blij met deze incidentele middelen van het Rijk. Deze lossen echter niet de financiële uitdagingen in het sociaal domein op voor de komende jaren. Daarvoor zijn echt structurele middelen nodig. Aanpak problematiek jeugdzorg (structurele compensatie) Naar aanleiding van een verricht onderzoek over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg heeft een stuurgroep van rijk en gemeenten een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. Op verzoek van de VNG heeft een onafhankelijke commissie van Wijzen zich gebogen over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl.

hebben het kabinet en de VNG de uitspraken van de commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover de onderstaande afspraken gemaakt. 1. Het oordeel van de CvW is verzonden aan de Tweede Kamer, waarmee het ook als inbreng voor de kabinetsformatie dient. Het oordeel onderstreept de grote, gezamenlijke opgave om het jeugdstelsel beter te beheersen en te verbeteren. 2. Het rijk verwerkt een incidenteel bedrag van € 1.314 mln voor het jaar 2022 in de Miljoenennota 2022. Vooruitlopend op de besluitvorming van een nieuw kabinet committeren het rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen, zich eraan om te komen tot een Hervormingsagenda. Deze Hervormingsagenda omvat zowel het afspraken maken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten. Streven is dat deze agenda uiterlijk 1 januari 2022 definitief wordt vastgesteld, waarbij in het bijzonder maatregelen die gevolgen hebben voor het stelsel en hun financiële consequenties al eerder beschikbaar kunnen zijn voor de formatie. De Hervormingsagenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd.

De besluitvorming van het nieuwe kabinet over de structurele bekostiging van gemeenten is voor de VNG randvoorwaardelijk voor de uitvoering van de Hervormingsagenda. College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003496/10 Rijksvaccinatieprogramma Met ingang van 1 januari 2021 is de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Daarnaast is in 2021 een klein bedrag toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM. Anti-discriminatievoorziening Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving. In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de anti-discriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke anti-discriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden.

Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de Algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de Algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken. Deze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden.

Prenataal huisbezoek Vanaf 2022 zijn middelen aan de Algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang tijdig hulp en ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert. In ons geval de GGD. Wet open overheid Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het rijk en decentrale overheden te verbeteren.

De Eerste Kamer dient nog wel een besluit te nemen over de Woo. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Woo. College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003497/10 Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen (voor de periode 2022 tot en met 2026 € 25 miljoen per jaar) zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen (€ 21 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42 miljoen vanaf 2026) zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

Maatschappelijk begeleiding statushouders Conform artikel 18 van de Wet inburgering moet het college voorzien in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Elk jaar wordt op basis van werkelijke aantallen een bedrag van € 2.370 uitgekeerd aan de gemeente per opgenomen statushouder. Inburgering Aan de Algemene uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 16,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten. Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel. De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende: 1. Bij de meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de uitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd. Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld.

De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 ongewijzigd. 2. Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026. De compensatie houdt verband met drie aspecten. Ten eerste wordt het budget aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. Daarnaast is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG van 2 februari 2021 afgesproken dat het ministerie van SZW gemeenten in staat stelt om de nieuwe instroom vanaf 1 juli 2021 zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet op te pakken. Hierbij kan gedacht worden aan de warme overdracht, brede intake, advies Plan Inburgering en Participatie, de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken. Armoedebestrijding kinderen In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding voor de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats voor de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van door het CBS ontwikkelde gegevens over kinderen met een kans op armoede.

Corona College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003498/10 Jeugd aan zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. De middelen voor de zomereditie zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020. Deze meicirculaire bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurige beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (uitgevoerd door de ministeries van VWS, SZW en OCW) is van harte bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen. Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. Het programma MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat het programma MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk.

Om deze win-win situatie te versterken wordt ook ten behoeve van de wintereditie van Jeugd aan Zet een financiële bijdrage verstrekt van € 3,1 miljoen aan gemeenten in Nederland. Er nemen 307 gemeenten deel en per gemeente is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is. Heroriëntatie zelfstandigen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Wij ontvangen hiervan een bedrag ter hoogte van € 19.000. Consequenties voor de gemeente De financiële gevolgen van de meicirculaire 2021 voor de Najaarsnota 2021 en de Programmabegroting 2022 - 2025 kunt u aflezen in onderstaande tabel. Gevolgen meicirculaire 2021 voor het begrotingssaldo: 2021 2022 2023 2024 2025 Saldo PPN (blz.

72) - 970 + 62 + 762 + 1.487 + 1.182 Voordeel meicirculaire (tabel 1) + 2.492 + 3.087 + 2.601 + 2.216 + 1.913 Al opgenomen in PPN (tabel 2) + 335 - 1.027 - 1.003 - 1.005 - 986 Sociaal domein (tabel 3) - 166 - 705 - 688 - 685 - 660 Taakmutaties (tabel 4) - 1.192 - 184 - 188 - 199 - 209 Corona -29 Saldo + 470 + 1.233 + 1.484 + 1.814 + 1.240 + = voordeel (bedragen x € 1.000) Het positieve saldo van € 470.000 over het jaar 2021 wordt verwerkt in de Najaarsnota 2021. Het positieve saldo vanaf het jaar 2022 wordt verwerkt in de Programmabegroting 2022 - 2025. College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_003499/10 Communicatie De informatie uit de meicirculaire wordt breed verspreid in de organisatie, zodat medewerkers op de hoogte zijn van de (nieuwe) ontwikkelingen en het daarbij behorende budget. De budgetten voor nieuwe taken komen op een stelpost te staan en worden pas vrijgegeven als hiervoor een bestedingsplan aan ons college is voorgelegd en door ons is goedgekeurd. Vervolg Voor de ontwikkelingen op het gebied van de herijking verdeling gemeentefonds, verwijzen wij u naar bladzijde 58 van de Perspectiefnota 2021 - 2025.

Corona Voor medeoverheden is eerder afgesproken dat de bestaande afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en de inkomstenderving met betrekking tot corona voor de reeds in kaart gebrachte bedragen voor de eerste twee kwartalen van 2021 gelden. Het kabinet hevelt de voor de lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen gereserveerde € 60 miljoen over naar het gemeentefonds ter compensatie van de extra uitgaven. In de septembercirculaire 2021 zal de verdeling van deze middelen onder de gemeenten bekend worden gemaakt. Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor heel 2021 gemaakt. Zo is voor geheel 2021 volledige compensatie afgesproken voor de meerkosten van jeugd en Wmo en voor de extra kosten van GGD-en en Veiligheidsregio’s op basis van declaratie van de daadwerkelijke uitgaven. Voor het OV is afgesproken de beschikbaarheidsvergoeding te verlengen voor heel 2021. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet COVID-19, onder andere op het gebied van Toezicht en Handhaving, is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Ook zijn reeds eerder middelen ter beschikking gesteld voor bijzondere bijstand, gemeentelijk schuldenbeleid, crisisdienstverlening, re- integratie, verkiezingen, jeugdpakket en de efficiencykorting.

Aanvullend hierop heeft het kabinet besloten de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021 over het gehele kalenderjaar te bezien. Daarnaast reserveert het kabinet voor het derde kwartaal 2021 € 51,5 miljoen voor de regionale en lokale cultuur waarvan € 36,5 miljoen voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur en € 15 miljoen ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Aangezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Mochten toch weer coronamaatregelen getroffen moeten worden die tot extra kosten voor medeoverheden leiden in het derde kwartaal voor de reeds in kaart gebrachte dossiers, dan zal tijdig overlegd worden met betrekking tot de reële compensatie. Afrekening inkomstenderving 2020 De gemeenten ontvangen van het rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2020 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2020 (gegevens begroting) en gerealiseerde inkomsten 2020 (gegevens jaarrekening). De compensatie betreft in ieder geval de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona.

Voor de leges geldt dat, wanneer er een groot verschil blijkt tussen begrote en gerealiseerde leges, dit nader door het rijk en de VNG zal worden bekeken. Het rijk zal, zodra de eerste jaarrekeningen van de gemeenten bekend zijn (naar verwachting medio juli) starten met het in beeld brengen van de derving per gemeente. De uitkomst van de derving zal ter verificatie aan de betreffende gemeente worden voorgelegd. De gemeenten ontvangen na afronding van het verificatieproces een voorlopige indicatie van de compensatie. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2021 aan gemeenten uit te keren. College van burgemeester en wethouders - 22 juni 2021 - 2021_B&W_0034910/10 Meerkosten corona 2021 - Wmo 2015 en Jeugdwet In de voorjaarsnota 2021 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het Sociaal domein opgenomen (€ 141 miljoen). Hiermee onderschrijft het rijk de afspraak over de meerkosten nogmaals. Deze raming is gebaseerd op de compensatie die in 2020 is uitgekeerd. In de raming is rekening gehouden met het effect van vaccinaties en het afschalen van een deel van de maatregelen vanaf de zomer. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd.

Dit ter voorkoming van verdeelproblemen bij het definitief vaststellen van de compensatie. Op basis van de definitieve raming wordt de omvang van de compensatie vastgesteld en bij de decembercirculaire 2021 uitgekeerd aan gemeenten. Zowel het onderzoek als besluitvorming over de compensatie vindt in gezamenlijk overleg plaats tussen het rijk en VNG plaats. Besluit Beslispunt 1 Het college besluit de informatienota financiële gevolgen meicirculaire 2021 vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/bd25c27a-32d5-48a3-a93c-1fb51065a8ac?agendaItemId=f93536fe-faf0-4748-8551-244b5b203d8b