24.0 VNG - Vervolg herijking gemeentefonds.pdf
Tekst van het document
U202200342 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geachte leden van college en gemeenteraad, In deze ledenbrief informeren wij u over de laatste ontwikkelingen rond de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. Besluit fondsbeheerders over invoering De beheerders van het gemeentefonds - de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën - hebben besloten om de nieuwe, herijkte verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 in te voeren. Op 6 april zijn alle gemeenten hierover geïnformeerd via een speciale maartbrief. De nieuwe verdeling zal langs de volgende lijnen worden ingevoerd: • De ingroeiperiode wordt ingekort naar 3 jaar. • De herverdeeleffecten in het eerste jaar worden beperkt tot € 7,50 per inwoner. Na 3 jaar is het maximale herverdeeleffect € 37,50 per inwoner. • Jaarlijks zullen de fondsbeheerders monitoren of de nieuwe verdeling de kosten in het sociaal domein goed blijft volgen. • De fondsbeheerders zullen de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda uitvoeren en zo nodig aanvullende onderzoeken doen en de ROB en gemeenten hier nauw bij betrekken. • Voor een beperkte groep gemeenten met beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal-economische status komt er een aangepast ingroeipad. • In 2025 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd.
Aan de leden Datum 2 mei 2022 Kenmerk TFI/U202200342 Lbr. 22/027 Telefoonnummer 070 3738393 Bijlage(n) - Onderwerp Vervolg herijking gemeentefonds Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2/3 Opvolging VNG resolutie In de VNG resolutie die door de leden is vastgesteld op de ALV van 13 januari jl. is als randvoorwaarde gesteld de nieuwe verdeling al voor invoering in lijn te brengen met de ROB - aanbevelingen. Het model dat nu door de fondsbeheerders wordt ingevoerd is nog niet in lijn gebracht met enkele van de niet-vrijblijvende randvoorwaarden die de ROB had gekoppeld aan de invoering. Ook aan een andere belangrijke randvoorwaarde uit de VNG resolutie is in de ogen van de VNG nog altijd niet voldaan, namelijk dat de herijking alleen kan doorgaan mits de koek voldoende is vergroot. Voor de komende jaren lijkt weliswaar sprake van een hoger accres op basis van de indicatieve bedragen uit de startnota, maar dat kan nog gaan schuiven bij de meicirculaire en met name over de financiële ruimte na 2026 bestaat nog veel onzekerheid. Het feit dat niet is voldaan aan deze voorwaarden die door de VNG en de ROB waren gesteld aan invoering van de nieuwe verdeling, maakt dat de VNG zich niet kan vinden in de keuze die de fondsbeheerders nu maken.
Toch wil de VNG wel in de geest van de resolutie met de fondsbeheerders aan tafel blijven om ervoor te zorgen dat de uitgangspunten van de resolutie alsnog worden gerealiseerd. Dat gesprek in immers de enige manier om ervoor te zorgen dat beide uitgangspunten uit de resolutie alsnog zo goed mogelijk en zo snel mogelijk worden ingevuld: - Er moet nog steeds zo snel mogelijk recht worden gedaan aan het ROB advies - De koek moet ook na 2025 groot genoeg zijn: geen hap eruit vanaf 2026 Alsnog recht doen aan ROB advies Over de volgorde der dingen hebben we als VNG een andere zienswijze dan de fondsbeheerders. Maar dat neemt niet weg dat het van groot belang blijft dat alsnog recht wordt gedaan aan de aanbevelingen uit het ROB-advies en dat de voorgestelde onderzoek naar verbeteringen nu alsnog voortvarend wordt opgestart en uitgevoerd. Ook de minister van BZK heeft aangegeven dat ze deze aanbevelingen ten volle wil overnemen. De komende tijd zal hiervoor een onderzoek sagenda worden uitgewerkt, waarbij de VNG erop zal inzetten dat deze voortvarend wordt opgepakt en voor 2024 worden afgerond zodat dit zo snel mogelijk kan leiden tot verbetering van het model. De fondsbeheerders geven aan dat ze de gemeenten en de ROB bij de onderzoeksagenda willen betrekken.
De VNG zal er bij BZK op aandringen dat er op korte termijn een of meerdere bijeenkomsten worden georganiseerd, zodat gemeenten in gesprek kunnen met BZK over de precieze invulling van de onderzoeksagenda en geborgd kan worden dat zowel de ROB als gemeenten goed betrokken worden bij het uitvoeren van deze agenda. Financiële zekerheid ook na 2026 Vanaf de start heeft de VNG gesteld dat herverdeling van middelen alleen kan slagen als de totale hoeveelheid middelen die het Rijk ter beschikking stelt aan gemeenten ook toereikend is. Helaas is ook aan die voorwaarde nog altijd niet voldaan. Met het coalitieakkoord lijkt in de komende jaren weliswaar een ruime hoeveelheid extra middelen beschikbaar te komen, maar over de fi nanciële positie van gemeenten na 2026 blijven grote zorgen bestaan. Veel van de extra middelen zullen vanaf dat jaar weer wegvallen door het stopzetten van de normeringssystematiek en de terugkeer van de opschalingskorting. Ook op dit punt wil de VNG dat er zo snel mogelijkheid meer zekerheden worden geboden aan gemeenten. In het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen (BOFv) van 23 maart jl. is hier dan ook over afgesproken dat een onafhankelijke procesbegeleider moet gaan helpen om de verschillende scenario’s op dit punt in beeld te brengen. Meer hierover kunt u lezen in de ledenbrief van 8 april jl. over de stand van zaken gesprekken kabinet.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/3 Informeren en betrekken gemeenten Juist omdat de fondsbeheerders ervoor kiezen om per 1 januari 2023 over te gaan op een nieuwe verdeling van het gemeentefonds, zal de VNG er bij BZK op aandringen dat alle gemeenten de komende weken goed worden geïnformeerd en weten wat ze kunnen verwachten. We zullen het verzoek neerleggen bij de fondsbeheerders om hiertoe enkele bijeenkomsten te organiseren, waar de fondsbeheerders hun voornemens nader kunnen toelichten. De VNG zal hier dan ook bij aanwezig zijn. Zodra de data voor deze bijeenkomsten bekend zijn zullen wij u hierover informeren via vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten mr L.K. Geluk Algemeen directeur