22.0 VNG - Wijziging in verstrekking hulpmiddelen.pdf
Tekst van het document
U201900736 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting In deze ledenbrief informeren we u over een wijziging in de verstrekking van de hulpmiddelen die ingaat per 1 januar 2020. Vanaf die datum krijgen bewoners van Wlz-instellingen met en zonder behandeling hun (nieuwe) mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen niet meer uit de Wmo maar uit de Wlz. Voor de bewoners die al een hulpmiddel uit de Wmo hebben, komt er een overgangsregeling. In verband met deze verschuiving worden vanaf 2020 gefaseerd middelen overgeheveld uit het gemeentefonds naar de Wlz. Voor cliënten die zelf de woonlasten betalen, blijven de mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen onveranderd onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (Wmo) vallen. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 2 oktober 2019 Kenmerk TISB/U201900736 Lbr. 19/076 Telefoon 070-373 8393 Bijlage(n) 2 Onderwerp Wijziging in verstrekking hulpmiddelen U201900736 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, In deze ledenbrief informeren we u over een wijziging in de verstrekking van de hulpmiddelen die ingaat per 1 januar 2020.
Wijziging verstrekking hulpmiddelen Met de ledenbrief van 23 januari 2019 getiteld ‘Actualiteiten hulpmiddelen’ hebben wij u onder andere geïnformeerd over het voornemen van het Rijk om bij de verstrekking van hulpmiddelen geen onderscheid meer te maken tussen bewoners van Wet langdurige zorg (hierna Wlz) - instellingen met en zonder behandeling. Inmiddels heeft het Rijk over de wijziging afspraken gemaakt met de betrokken partijen (zorgkantoren, ZN, Firevaned en de VNG/gemeenten), en zal deze wijziging ingaan per 1-1-2020. Vanaf die datum worden nieuw aan te vragen mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen voor bewoners van Wlz-instellingen met en zonder behandeling, voor wie de Zorgzwaarte bekostiging (hierna ZZP) -bekostiging geldt dat wil zeggen voor bewoners die niet zelf de woonlasten betalen, niet meer vergoed vanuit de Wmo maar vanuit de Wlz. Het gaat om de volgende mobiliteitshulpmiddelen: (elektrische) rolstoelen, aangepaste fietsen, scootmobielen, aangepaste wandelwagens/ buggy’s en aangepaste autostoeltjes voor kinderen. Roerende voorzieningen zijn hulpmiddelen voor zorg en wonen die door meerdere personen gebruikt kunnen worden, zoals tilliften en douchestoelen. Deze voorzieningen worden per 1-1-2020 onderdeel van de inventaris van zorginstellingen.
Voor meer informatie over de aantallen cliënten die met de wijziging te maken krijgen verwijzen we u naar bijlage I bij deze ledenbrief. Aan de leden Datum 2 oktober 2019 Kenmerk TISB /U201900736 Lbr. 19/076 Telefoonnummer 070 -373 8393 Bijlage (n) 2 Onderwerp Wijziging in verstrekking hulpmiddelen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/5 Uitname middelen uit het gemeentefonds vanwege wijziging De overheveling van taken gaat gepaard met overheveling van middelen van het gemeentefonds naar de Wlz. De VNG heeft met het Rijk daarover de volgende afspraken gemaakt: • Voor roerende voorzieningen is het over te hevelen bedrag bepaald op € 1 miljoen structureel vanaf 1-1-2020. • Voor mobiliteitshulpmiddelen worden gefaseerd de vo lgende bedragen uitgenomen: 2020 6,5 miljoen 2021 9,5 miljoen 2022 11,5 miljoen 2023 13 miljoen 2024 e.v. 14 miljoen structureel Verder is er tussen VNG en het Rijk afgesproken dat er nacalculatie komt om na te gaan of de geraamde bedragen inderdaad reëel zijn. Er zijn nog geen afspraken gemaakt wanneer deze nacalculatie plaatsvindt. Faseringsregeling voor bestaande mobiliteitshulpmiddelen uit de Wmo De betrokken partijen, zorgkantoren, Zorgverzekeraars Nederland (hierna ZN), Firevaned en de VNG/gemeenten, hebben afgesproken dat er een faseringsregeling komt voor de Wlz cliënten in een instelling die nu een hulpmiddel van de gemeente hebben.
Deze uitstaande mobiliteitshulpmiddelen blijven na 1 januari 2020 onder verantwoording van de gemeenten voor onderhoud en reparatie totdat het hulpmiddel vervangen moet worden. Op deze manier zullen cliënten zo min mogelijk hinder ondervinden van deze overheveling. Pas wanneer een nieuw mobiliteitshulpmiddel nodig is, zal dit door de behandelaar van de client in de instelling worden aangevraagd lopen bij het zorgkantoor (Wlz). De behandelaar en de hulpmiddelenleverancier dragen er gezamenlijk zorg voor dat het oude hulpmiddel wordt opgehaald en dat er een bericht naar de gemeente gaat dat het onderhoudscontract voor dat hulpmiddel beëindigd kan worden. De koepel van de hulpmiddelenleveranciers, Firevaned, heeft in juli van dit jaar een brief hierover naar alle gemeenten gestuurd. Deze brief is als bijlage II gevoegd bij deze ledenbrief. Regeling bestaande roerende voorzieningen Voor Wlz-cliënten in een instelling zijn twee scenario’s mogelijk: 1. Roerende voorzieningen worden, net als mobiliteit shulpmiddelen uit gefaseerd. Om cliënten zo min mogelijk te belasten kunnen gemeenten ervoor kiezen de roerende voorzieningen te laten staan en het onderhoud te blijven bekostigen. Zodra een voorziening aan vervanging toe is, draagt de instelling er zorg voor dat er een nieuwe voorziening komt. 2. De roerende voorzieningen worden overgenomen door d e instelling.
Wanneer u als de gemeente kiest voor het eerste scenario van uitfasering, dan hoeft u verder geen actie te ondernemen. De verstrekking van een nieuwe roerende voorziening verloopt dan net zoals hierboven voor de mobiliteitshulpmiddelen is geschetst. Wanneer u als gemeente de voorkeur heeft voor het tweede scenario van overname van de roerende voorzieningen door de instelling, dan is het nodig dat de gemeente het aantal uitstaande Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/5 roerende woonvoorzieningen inventariseert en contact opneemt met de gecontracteerde hulpmiddelenleverancier(s) om in overleg tot afspraken te komen die zo min mogelijk belastend zijn voor de cliënten. Landelijke Inventarisering van de uitstaande voorzieningen niet mogelijk De betrokken partijen hebben geconstateerd dat er geen landelijke gegevens beschikbaar zijn waarmee inzicht kan worden verkregen hoeveel uitstaande roerende voorzieningen, bij welke instellingen voor welke cliënten behorend tot de doelgroep aanwezig zijn. Gemeenten die een dergelijke inventarisatie toch willen maken zullen alle intramurale instellingen binnen hun gemeente afzonderlijk moeten benaderen om dit in kaart te brengen. Aangezien bekend is dat het om zeer kleine aantallen gaat, adviseert de VNG gemeenten om te kiezen voor het eerste scenario van uitfasering.
Geen wijziging voor Wlz-cliënten die zelf de woonlasten betalen Voor cliënten die zelf de woonlasten betalen of ze nu zelfstandig in een huis wonen of in een geclusterde woonvorm, blijven de mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen voorlopig dus onveranderd onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (Wmo) vallen. In geclusterde woonvoorzieningen is het vaak niet nodig en niet wenselijk dat iedere client een eigen tillift, douchestoel of scootmobiel heeft. Het is logischer als de organisatie van de geclusterde woonvorm een aantal hulpmiddelen beschikbaar heeft en die voor meerder bewoners kan inzetten. Een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo gaat echter wel uit van een toekenning aan een individuele client. Diverse gemeenten die met dit knelpunt te maken kregen, hebben hiervoor een oplossing gevonden in de vorm van een algemene voorziening of een aparte door het college goedgekeurde toekenning van de hulpmiddelen aan de organisatie van de geclusterde woonvorm. Afspraken over Wlz-cliënten die deels zelfstandig thuis en deels in de instelling wonen Het betreft hier een groep cliënten nog zelfstandig wonen maar waarvan de beperkingen dusdanig ernstig zijn dat zeker is dat ze binnen afzienbare termijn in een instelling moeten worden opgenomen.
Deze cliënten zijn een gedeelte van de week thuis en verblijven een gedeelte van de week in de instelling om vast te wennen. Dit wordt deeltijdverblijf genoemd. Naar verwachting zullen volgend jaar enkele tientallen cliënten (vooral kinderen met meervoudig ernstige beperkingen) gebruik maken van deeltijdverblijf. Voor deze groep moeten nog definitieve afspraken gemaakt worden over wie (Wlz of Wmo) verantwoordelijk is/wordt voor de mobiliteitshulpmiddelen en de roerende woonvoorzieningen. Waarschijnlijk wordt het uitgangspunt voor mobiliteitshulpmiddelen dat deze onder de Wlz worden verstrekt vanaf gemiddeld 3,5 etmaal per week verblijf. Hiervoor zal dan dezelfde lijn worden gevolgd als bij de volledige overgang naar een Wlz-instelling: de verantwoordelijkheid gaat over, maar de gemeente blijft verantwoordelijk voor eerder verstrekte mobiliteitshulpmiddelen totdat de client toe is aan een nieuw mobiliteitshulpmiddel (uitfaseren). Roerende voorzieningen voor de thuissituatie voor cliënten met deeltijdverblijf zijn en blijven een verantwoordelijkheid van de gemeente. De VNG kan zich vinden in deze lijn.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/5 Onderzoek dat relevant is voor de positie en toekomst van geclusterde woonvormen Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen In het bestuurlijk overleg van november 2016 hebben de VNG, ZN en VWS afgesproken dat de mobiliteitshulpmiddelen, roerende voorzieningen en woningaanpassingen voor Wlz-cliënten in een geclusterde woonvorm, ook overgaan van de Wmo naar de Wlz. Wat precies een geclusterde woonvorm is, is echter nog niet gedefinieerd. Deze definiëring is ook nodig voor andere Wlz- dossiers. In november vorig jaar heeft het kabinet een commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen geïnstalleerd. Deze commissie kijkt onder meer naar de afbakening van de Wlz voor ouderen en brengt uiterlijk eind 2019 advies uit. De bestuurlijke procesafspraak die is gemaakt is dat op basis van de uitkomsten van de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen de partijen gezamenlijk verkennen hoe en per wanneer de verantwoordelijkheid voor hulpmiddelen en woningaanpassingen voor geclusterde woonvormen kan worden overgeheveld van de Wmo 2015 naar de Wlz. Advies Zorginstituut positionering van behandeling in de Wlz In opdracht van VWS heeft het Zorginstituut een pakketadvies uitgebracht over de positionering van behandeling in de Wet langdurige zorg (Wlz). De Nederlandse Zorgautoriteit heeft uitvoeringstoetsen over het pakketadvies gedaan.
Bij brief van 11 april van dit jaar zijn beide onderzoeken aangeboden aan de Tweede Kamer: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/04/11/kamerbrie f-over-standpunt-positionering-behandeling-in-de-wlz/kamerbrief-over-standpunt-positionering- behandeling-in-de-wlz.pdf Het advies van het Zorginstituut komt erop neer dat alle cliënten met een Wlz-indicatie zonder behandeling en met een Volledig Pakket Thuis al hun zorg en voorzieningen uit de Wlz zouden moeten krijgen. De minister heeft besloten het advies vooralsnog niet over te nemen onder andere omdat het zou leiden tot aanzienlijke meerkosten in de Wlz. De minister heeft vervolgonderzoeken aangekondigd. Voor vragen over deze ledenbrief kunt u contact opnemen met Linda Hazenkamp (Linda.Hazenkamp@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten J. Kriens Algemeen directeur