CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0 Schriftelijke vragen GroenLinks - Aanvullende vragen over handhaving op stookverbod van rietafval - beantwoording 20201117.pdf

Raadsvergadering 24 november 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.252 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004811/9 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 17 november 2020 Programma - Duurzaamheid 15 2020_B&W_00481 Nota van antwoord - Stookverbod rietafval Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl Zijn eveneens aanwezig: mevrouw henriette de Jong, loco gemeentesecretaris Afwezig: mevrouw J. Groot de, Secretaris Nota van antwoord Vraag en antwoord Op 19 november 2019 heeft de fractie GroenLinks vragen gesteld aan het college, inzake de handhaving van het stookverbod. GroenLinks constateerde dat bij voortduring overlast wordt ervaren door het verbranden van rietafval (zomermaaisel) en ander afval in het buitengebied. De fractie schreef te hebben vernomen dat handhaving niet uitvoerbaar is. Deze vragen zijn beantwoord op 10 december 2019. Vanwege nieuwe meldingen van omwonenden heeft de fractie GroenLinks op 21 oktober 2020 aanvullende vragen gesteld over de handhaving van het stookverbod. De fractie GroenLinks stelt het college de volgende vragen: 1. Graag willen we van u weten hoe de stand van zaken is, omtrent alternatieve mogelijkheden voor riet- en bermmaaisel? 2. Graag willen we van u weten wat de stand van zaken is rond gesprekken met de sector. 3.

Is het instellen van een meldingsplicht een middel om de handhaving beter mogelijk te maken? 4. Is handhaving met behulp van een drone, optioneel? Vervolg Zoals eerder gemeld gaat het bij het vinden van alternatieven voor het verbranden van rietafval om weerbarstige materie. De kosten voor het uit het gebied verwijderen van het rietafval en zomermaaisel zijn aanzienlijk, waardoor verschillende potentiële oplossingen vooralsnog onrendabel blijken. De reden hiervoor is dat de Weerribben en de Wieden een logistieke uitdaging kennen; het verwijderen van de afvalstromen uit het gebied kan in veel gevallen enkel per boot en in relatief kleine hoeveelheden tegelijk. Dit betekent een aanzienlijke personele inzet van de rietsnijders dan wel terreinbeheerders. Beantwoording van de vragen: College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004812/9 1. Ondanks de hierboven genoemde bemoeilijkende factoren, lopen op dit moment diverse initiatieven, meest privaat gestart, om aanpakken te ontwikkelen waarbij het restmateriaal zoals zomermaaisel, rietresten, maar ook bermmaaisel uit het gebied wordt gehaald en economische waarde kan krijgen. Wij zijn van oordeel dat een economisch verantwoorde oplossing noodzakelijk is om tot een voor alle partijen betaalbare oplossing te komen.

Gezocht wordt naar toepassingen als bouwmaterialen, als grondstof voor biomassa-energie en verwerking in de biologische landbouw. Er wordt aan businesscases gewerkt waarin aandacht is voor onder meer technische haalbaarheid, logistieke oplossingen, afnamegarantie en ketensamenwerking. Telkens komt ook de vraag op wat precies het milieuvoordeel is van de alternatieven. Tot nu toe heeft geen van de initiatieven nog een sluitende businesscase kunnen presenteren. Wij blijven daarom zoeken met alle betrokken. 2. Zoals bij de beantwoording van vraag 1 is aangegeven, zijn wij op de hoogte van lopende initiatieven en proberen daar waar mogelijke en gewenst, steun te geven aan de processen. Dat deze initiatieven eerst nog privaat worden opgepakt vinden wij waardevol en dat willen we eerst ruimte geven om tot goede resultaten te komen. Wij zien in relatie tot de klachten die ons bereiken over overlast van het branden van restmateriaal in het gebied zeker het belang dat een oplossing niet meer ver weg mag zijn. 3. Een meldingsplicht vergt een aanpassing van het wettelijk kader. Wij zijn juist met de betrokkenen in gesprek over de wijze waarop een nieuw wettelijk kader vormgegeven kan worden. Een eventuele meldingsplicht kan daarbij besproken worden. Vooruitlopend daarop een meldingsplicht instellen zonder juridische grondslag is niet mogelijk. 4.

Met een drone is het mogelijk riet- of bermafvalbranden sneller op te sporen. Wat de drone echter niet kan doen is beoordelen of het branden legaal, dan wel illegaal gebeurt. De drone kan ook niet achterhalen wie aan het branden is. Een drone kan dus wel enige informatie geven, maar niet alle noodzakelijke informatie. Bovendien gelden voor het professioneel besturen van een drone strenge voorwaarden. Bijlagen 1. Beantwoording vragen GL-fractie over handhaving stookverbod.pdf 2. Schriftelijke vragen GroenLinks - Aanvullende vragen over handhaving op stookverbod van rietafval.pdf College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 1/6 College van burgemeester en wethouders Zitting van 10 december 2019 Dienstverlening - Leefomgeving Nota van antwoord - Handhaving stookverbod Auteur Gerben Klaren Portefeuillehouder M. Scheringa Andere betrokken portefeuillehouders B. Harmsma Nota van antwoord Vraag en antwoord Op 19 november 2019 heeft de fractie GroenLinks vragen gesteld aan het college, inzake de handhaving van het stookverbod. GroenLinks constateert dat bij voortduring overlast wordt ervaren door het verbranden van rietafval (zomermaaisel) en ander afval in het buitengebied. De fractie schrijft te hebben vernomen dat handhaving niet uitvoerbaar is. De fractie GroenLinks heeft het college de volgende vragen gesteld: 1.

Welke voorwaarden worden er gesteld aan een ontheffing? 2. Welke ontheffingsaanvragen spelen in het gebied Weerribben-Wieden en wie zijn de vergunninghouders? 3. Welke belemmeringen ervaren handhavers bij de uitvoering van hun taak? 4. Zijn vergunninghouders aanspreekbaar op het verbranden van rietafval? Vervolg Het college is er mee bekend dat door inwoners overlast wordt ervaren door rook. Naast de beantwoording van de vragen wil het college het volgende meegeven. Het college is met alle betrokken partijen in gesprek om te kijken welke afspraken en beleidswijzigingen nodig zijn om de overlast te verminderen, op een dusdanige wijze dat de uitvoering van het werk door de gebruikers van het buitengebied niet onmogelijk maakt. Rietteelt is bijvoorbeeld een voor ons gebied belangrijk ambacht. De sector ziet zelf ook graag een geschikt alternatief voor verbranding van rietafval. Vanuit het perspectief 'Oude ambachten' wordt dan ook gekeken naar alternatieve mogelijkheden voor riet- en bermmaaisel, zodat in de toekomst de overlast verdwijnt, maar dit ambacht voor ons gebied bewaard blijft. Die mogelijkheden verschillen per gebied. Dat is een complex vraagstuk dat samen met de betrokkenen moet worden opgepakt en daardoor tijd vraagt. Beantwoording van de vragen: 1. Er worden diverse voorschriften gesteld bij een brandontheffing.

De voorschriften zijn als bijlage bij deze beantwoording gevoegd. 2. Natuurmonumenten doet een aanvraag voor een ontheffing voor haar 138 pachters. De ontheffing wordt aan de pachters zelf verstrekt. Staatsbosbeheer doet eveneens de aanvraag voor haar pachters, waarbij eveneens de ontheffing aan die 93 pachters zelf wordt verstrekt. Daarnaast zijn er ongeveer 10 particuliere grondeigenaren die een ontheffing aanvragen. College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004813/9 College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 2/6 3. Riet- en maaiafval wordt verbrand op plekken die vaak moeilijk of niet te bereiken zijn. Daar komt bij dat de ervaren overlast in de regel niet te herleiden is naar één enkele verbranding, het is meestal de cumulatie van rook van meerdere rietbranden tegelijk die voor overlast zorgt. De hoeveelheid afval is afhankelijk van de productie, zodat niet op voorhand bekend is hoeveel mag, of zal worden verbrand. Een bijkomend probleem voor mensen die overlast ervaren is dat de politie voor deze problematiek doorverwijst naar de gemeente, terwijl het vaak om tijdstippen en dagen gaat waarop geen toezichthouders werkzaam zijn. 4. De ontheffinghouders zijn in juridisch opzicht aanspreekbaar op het verbranden van rietafval. In praktische zin blijkt het aanspreken soms lastig.

Zo is de pachter niet altijd aanwezig bij de brandjes, zodat soms lastig te achterhalen is wie verantwoordelijk is. Doordat de ervaren overlast vaak komt door cumulatie van rook, is de overlast niet altijd te herleiden naar één enkele brandplaats. Dat is een van de redenen dat we met de sector in gesprek zijn over de houdbaarheid en handhaafbaarheid van de kaders. Op dit moment is het mogelijk dat ontheffinghouders zich volledig houden aan de voorschriften, dus niet in overtreding zijn, maar de cumulatie van rook wel zorgt voor overlast. Bijlagen 1. Vragen fractie GroenLinks over handhaving stookverbod.pdf 2. Voorschriften bij brandontheffing.pdf College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004814/9 College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 3/6 College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004815/9 Voorschriften bij het verbranden van maai- en rietafval Regeling landschapsonderhoud (Weerribben, Wieden) 1. Algemeen . 1.1. Het is verboden andere afvalstoffen te verbranden dan riet, rietafval, maaiafval en ruigte afkomstig van en op bij ontheffinghouder in pacht of eigendom zijnde percelen. 1.2. De verbranding dient te geschieden onder verantwoordelijkheid en continu toezicht van de houder van de ontheffing.

Hij is gehouden te allen tijde te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar, schade of hinder ten gevolge van het branden te voorkomen en/of te beperken. 1.3. De houder van de ontheffing mag zich laten vervangen door een ander volwassen persoon, mits die persoon schriftelijk gemachtigd is door de houder van de ontheffing. Op verzoek van de toezichthouder dient de schriftelijke machtiging te worden getoond. 1.4. Het is verboden van de ontheffing gebruik te maken: 1.4.1. tijdens waarschuwingsfase voor verhoogde concentraties luchtverontreiniging of bij extreme droogte, afkondiging van “fase 2” (extra alert). Voor de actuele situatie kunt u kijken op de site www.natuurbrandrisico.nl; 1.4.2. bij windkracht 5 of meer (volgens Beaufort; de windsnelheid bedraagt dan meer dan 8 m/s.); 1.4.3. indien het regent of mistig is; 1.4.4. indien het te verbranden materiaal inwendig nat is; 1.4.5. indien de windrichting zodanig is dat de bij de verbranding vrijkomende rook gevaar en/of hinder oplevert voor in de onmiddellijke omgeving aanwezige bebouwing van derden en het openbaar verkeer. 1.5. Aanwijzingen van toezichthouders, gegeven in het belang van de bescherming van het milieu, dienen stipt en onverwijld te worden opgevolgd. 1.6. Het is verboden afvalstoffen van derden te verbranden 2. Voorbereiding. 2.1.

De houder van de ontheffing is verplicht voldoende blusmiddelen zoals schoppen, zand en water aanwezig te hebben, zodat kan worden gereageerd op onverwachte situaties. 3. Het branden. 3.1. Het is verboden het vuur aan te steken en/of te onderhouden met benzine, olie of andere vloeibare- of vaste brandstoffen. 3.2. Het te verbranden materiaal moet volledig verbranden. Het mag niet smeulen, noch overmatig roken. 3.3. Tijdens het branden dient de houder van de ontheffing, dan wel zijn schriftelijk gemachtigde, de ontheffing met bijbehorende voorschriften bij zich te hebben. 3.4. Indien tijdens het branden gevaar, schade of hinder ontstaat, moet het vuur direct worden gedoofd. 3.5. Het is verboden te branden: 3.5.1. tussen 1 uur na zonsondergang en zonsopkomst. 3.5.2. op zon- en feestdagen. College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 4/6 College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004816/9 4. Nazorg . 4.1. Na afloop van de verbranding dient het vuur volledig te worden gedoofd. 5. Bodemverontreiniging . 5.1. Indien verontreiniging van de grond en/of het grondwater optreedt of is opgetreden, dan wel wordt vermoed, dient de houder van de ontheffing deze verontreiniging terstond te melden aan het bevoegd gezag (gemeente en/of provincie). 5.2.

Direct na de in voorschrift 5.1 bedoelde melding dient de grond en/of het grondwater van het terrein te worden onderzocht. De resultaten hiervan dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee maanden daarna, aan het bevoegd gezag (gemeente en/of provincie) bekend te worden gemaakt. 5.3. Bij verontreiniging van de grond en/of het grondwater dient de oorzaak van de verontreiniging zo spoedig mogelijk te worden weggenomen. De verontreinigde grond en/of het verontreinigde grondwater moet overeenkomstig de aanwijzingen van het bevoegd gezag en in overeenstemming met het bepaalde in artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) door de houder van de ontheffing te worden verwijderd, gesaneerd of zoveel mogelijk ongedaan te worden gemaakt. College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 5/6 College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004817/9 College van burgemeester en wethouders - 10 december 2019 - 6/6 College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004818/9 Steenwijk, 21.10.2020 Aan het college van Steenwijkerland Betreft: Schriftelijke vragen conform artikel 39 van het Reglement van Orde, inzake stookverbod rietafval. Geacht college, Op 10 december 2019 heeft u ons geantwoord op vragen omtrent de handhaving van het stookverbod van rietafval.

Onlangs hebben omwonenden opnieuw aan de bel getrokken over de rook, die vrijkomt bij het rietbranden en de daar uit voortvloeiende lichamelijke klachten. In uw antwoord op onze vragen, geeft u aan, dat u in gesprek bent met alle betrokken partijen om te bekijken welke afspraken en beleidswijzigingen nodig zijn om de overlast te verminderen. Er zou ook worden gekeken naar alternatieve mogelijkheden voor riet- en bermmaaisel. In uw beantwoording bent u het deels met ons eens, dat handhaving in de praktijk deels moeilijk te realiseren is vanwege de moeilijke bereikbaarheid van plaatsen waar gebrand wordt in het gebied. Tevens, omdat overlast niet te herleiden is tot een enkele plaats en door cumulatie is ontstaan. U geeft aan, dat u in gesprek bent met de sector. GroenLinks heeft daarom de volgende vragen: - Graag willen we van u weten hoe de stand van zaken is, omtrent alternatieve mogelijkheden voor riet- en bermmaaisel? - Graag willen we van u weten wat de stand van zaken is rond gesprekken met de sector. - Is het instellen van een meldingsplicht een middel om de handhaving beter mogelijk te maken? - Is handhaving met behulp van een drone, optioneel? Met vriendelijke groet, Ronald van Vlijmen, GroenLinks Steenwijkerland. College van burgemeester en wethouders - 17 november 2020 - 2020_B&W_004819/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/bbd0edd6-7740-4f08-b5c1-5d754dff0b7e?agendaItemId=e52e89ae-c658-430a-8690-6371ae62bd23