22.0 Schriftelijke vragen D66 - Schriftelijke vragen - beantwoording 20181030.pdf
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 30 oktober 2018 - 2018_B&W_004511/2 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 30 oktober 2018 Organisatie Ondersteuning - Organisatieadvies 6 2018_B&W_00451 Nota van antwoord met betrekking tot Schriftelijke vragen over Schriftelijke vragen Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw J. de Groot, Secretaris Afwezig: de heer O. Akkerman, Wethouder Nota van antwoord Vraag en antwoord Op 15 oktober 2018 is het college gevraagd om antwoord te geven op schriftelijke vragen van de fractie van D'66 die gaan over de beantwoording van schriftelijke vragen. De inhoud van de brief is integraal opgenomen in de beantwoording. Geacht college, Het is u wel bekend dat de raad verschillende instrumenten heeft bij de uitoefening van haar taak. Volgens het reglement van orde, artikel 39, is één van die instrumenten het stellen van schriftelijke vragen. In datzelfde artikel staat onder lid 3 het volgende geschreven: “Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen veertien dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.“ D'66 constateert dat de beantwoording erg vaak op zich laat wachten. Sinds het aantreden van dit college op 14 mei 2018, zijn er reeds 28 x schriftelijke vragen gesteld, waarvan drie nu nog in behandeling zijn. Als we de vragen in het zomerreces buiten beschouwing laten (9x), heeft het college 5 x tijdig geantwoord en maar liefst 11 x was het college later dan de afgesproken termijn van veertien dagen. Dat betekent dat het college in 69% van de gevallen niet tijdig antwoordt. Daarnaast wacht D'66 al geruime tijd op de beantwoording over ‘parkeren en opladen fietsen op de markt’. In de beantwoording van uitstel is niet voldaan aan het kenbaar maken van een termijn waarop wij een antwoord kunnen verwachten. Het roept bij D'66 de volgende vragen op: College van burgemeester en wethouders - 30 oktober 2018 - 2018_B&W_004512/2 1.
Is het college het met D'66 eens dat er te vaak gewacht moet worden om de beantwoording? Waardoor komt dat? Antwoord: Ook het college constateert dat het in een aantal gevallen niet lukt om binnen de termijn van 14 dagen antwoord te geven op de door u gestelde vragen. Dit komt deels door de uitgebreidheid en hoeveelheid van de vragen. Vragen die wij zorgvuldig en volledig willen beantwoorden. De ambtelijke capaciteit om dit goed voor te bereiden, is beperkt. Daarnaast is de in het Reglement van Orde vastgestelde termijn van 14 dagen kort. Wellicht te kort om te zorgen voor een goede en tijdige beantwoording naar uw raad via de daarvoor geëigende weg. De gemeenten Weststellingwerf, Westerveld en Zwolle hanteren, ter vergelijking, respectievelijk een termijn van 4 weken en 1 maand. 2. Soms lijkt het erop dat het college wacht met de beantwoording, totdat er reeds actie is ondernomen. Kan het college ongeacht ondernomen acties altijd inzicht geven in de huidige status van het onderwerp van de gestelde vragen? Antwoord: De inzet van het college is om vragen binnen de daarvoor gestelde termijn te beantwoorden. Er wordt daarom niet onnodig gewacht met de beantwoording. 3. Wat gaat het college doen om vanaf nu de schriftelijke vragen wel op tijd te beantwoorden? Antwoord: Het college blijft de lijn uit het Reglement van Orde hanteren. Tegelijkertijd vragen wij ook om uw begrip.
Bij complexe vragen is in sommige gevallen meer tijd nodig dan de korte termijn van 14 dagen. Mocht er sprake zijn van het niet halen van de termijn, dan zullen wij u daar in ieder geval over informeren. Toch willen wij u ook in overweging geven om het Reglement van Orde aan te passen naar een – voor alle partijen haalbare – termijn van bijvoorbeeld 4 weken. 4. Indien het het college niet lukt om de vragen tijdig te beantwoorden, gaat het college dan dat binnen veertien dagen melden, met daarin een reële termijn voor de beantwoording? Antwoord: Wij zeggen u toe om, mocht de gestelde termijn om vragen te beantwoorden niet gehaald worden, u daarover te informeren. Wij zullen daarin ook benoemen wanneer u de beantwoording kunt verwachten. Vervolg .