CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

21.1 Concept Woondeal West Overijssel.pdf

Raadsvergadering 24 januari 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken11.397 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarvoor is uitbreiding van ambtelijke expertise, maar vooral capaciteit nodig voor het ambtelijke handwerk in de planprocedures. Vooralsnog heeft de provincie Overijssel €1,8 miljoen ontvangen voor de flexpoolgelden voor 2023. Partijen in de regio onderzoeken slimme manieren om expertise en uitvoeringscapaciteit te delen. Meer aandacht en geld voor het aantrekken van extra uitvoeringscapaciteit wordt door de regio gezien als randvoorwaardelijk voor het behalen van de afspraken in deze Woondeal. Een manier die de regio ziet om dit te bereiken is meer geld naar het Gemeentefonds. 3. Vereenvoudiging planprocedures en inperking bezwaarprocedures Daarnaast helpt het als gemeenten worden ontlast als het gaat om de onderzoekslast die komt kijken bij deze ontwikkeling. Hierbij valt te denken aan het vergoeden van MER-onderzoeken, bestemmingsplanontwikkelingen en andere onderzoeken. De regio vraagt aandacht voor vereenvoudigde planprocedures, het inperken van bezwaarprocedures en transparantie in Raad van Stateprocedures. Het Rijk bereidt het actieplan Versnelling Woningbouwprocedures voor, waarin dit een plek krijgt. Het, gezamenlijk , verder invullen en uitvoeren van dit actieplan is randvoorwaardelijk voor het slagen van deze Woondeal. 4.

Investeren in bereikbaarheid De intensieve woningbouw vraagt om passende investeringen om de infrastructurele barrières bovenplans of bovenlokaal op te lossen. Het is de gezamenlijke uitdaging van alle overheden om de bereikbaarheid van de hoofdinfrastructuur en woon- en werklocaties op peil te houden, ondanks de flinke woningbouwopgave. Hoewel de uitgangspositie nog relatief gunstig is kan zonder de investeringen in infrastructuur en bereikbaarheid het grote aantal geplande woningen niet worden gerealiseerd. Dit alles in de realiteit dat nu en ook in de toekomst veel inwoners van Overijssel afhankelijk zullen blijven van de auto, vooral in het buitengebied en dat grote investeringen in weginfrastructuur minder betaalbaar en door stikstof beperkt zijn. Daarom wil de regio inzetten op een mobiliteitstransitie: Zuinig omgaan met de ruimte, Aanpak bij de bron, Nieuw helpt bestaand, Voorrang aan voetganger, fiets en OV. Dit vergt de komende jaren flinke investeringen in fiets, OV, verplaatsingsgedrag en in mindere mate weginfrastructuur. We vragen daarbij aandacht voor de verbinding tussen stad en platteland, daarbij de lijn van de ruimtelijke woonstrategieën volgend zoals die in de regionale woonagenda is benoemd. In de regio zijn flinke investeringen ontvangen om te investeren in infrastructuur en bereikbaarheid in sleutelprojecten (zie hoofdstuk 2).

De regio ziet het als noodzakelijk dat dergelijke investeringen in mobiliteit en bereikbaarheid in de toekomst zowel landen in de steden als op het platteland. Ook roept de regio op tot een programmatische financiering in plaats van projectmatig via ad hoc regelingen. 5. Nieuwe maatregelen stikstof In de provincie Overijssel verkennen de partijen de komende periode wat op lokaal niveau aan kennis en ondersteuning nodig is om met de WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 25 stikstofproblematiek om te gaan in relatie tot de woningbouwopgave. Tegelijkertijd realiseren alle partijen zich dat de oplossing niet (alleen) op lokaal, regionaal en provinciaal niveau gevonden kan worden. Bovendien zijn er zorgen over toekomstige, vergelijkbare opgaven (bijvoorbeeld op het gebied van CO2-uitstoot). Het is randvoorwaardelijk dat er op korte termijn duidelijkheid komt over de aanpak van de stikstofproblematiek. 6. Investeringscapaciteit woningcorporaties De rijksoverheid en woningcorporaties hebben nationale prestatieafspraken gemaakt. Deze afspraken zien toe op een zeer forse ambitie in verduurzaming, nieuwbouw én betaalbaarheid. Het afschaffen van de verhuurderheffing is een goede en zeer belangrijke stap om corporaties aan investeringsruimte te helpen die nodig is voor het realiseren van de opgave.

De afschaffing van de verhuurderheffing zorgt er namelijk voor dat de investeringscapaciteit van woningcorporaties op landelijk niveau toeneemt. De extra investeringscapaciteit die de afschaffing van de verhuurderheffing oplevert gebruiken woningcorporaties voor het realiseren van de opgaven uit de Nationale prestatieafspraken. Uit een doorrekening van de Nationale prestatieafspraken blijkt dat de opgaven landelijk financieel haalbaar zijn. Hierbij is rekening gehouden met de afschaffing van de verhuurderheffing en een stijging van de vennootschapsbelasting (incl. ATAD1). In de Nationale prestatieafspraken is ook afgesproken dat de (fiscale) lastendruk van corporaties actief zal worden gemonitord, in het licht van de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven van corporaties. Er is afgesproken om de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven door corporaties in 2024 integraal in beeld te brengen. Vanwege de sterk veranderende macro-economische omstandigheden wordt deze geplande update een jaar naar voren gehaald en reeds in 2023 uitgevoerd. Daarin worden ook de fiscale aspecten meegenomen waar de woningcorporaties in de voorbereiding van deze Woondeal hun zorgen over hebben geuit. 7 . Monitoring en rapportage Voor het naleven en herijken van de afspraken is een goede monitoring nodig.

Het Rijk kondigt een Interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw aan. Het is voor de regio van belang dat deze monitor naast kwantitatieve gegevens ook kwalitatieve informatie bevat. De regio pleit ervoor geen extra monitoring in te richten, maar gebruik te maken van en aan te sluiten op de provinciale monitoring. Voor het slagen van de uitvoering van de Woondeal is het noodzakelijk dat op korte termijn duidelijk wordt hoe de monitoring eruit gaat zien, wat de rol van gemeenten en provincie is in het aanleveren van data en dat er bij de start van de uitvoering van de Woondeal een nulmeting ligt om de afspraken te ijken. 8. Ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk Zoals aangegeven is lokaal maatwerk erg belangrijk. In Overijssel wordt altijd zo veel mogelijk aangesloten bij de couleur locale. In deze Woondeal heeft de regio hier ruimte voor ingebouwd, bijvoorbeeld als het gaat om de streefpercentages sociale huur. Uiteraard blijft het fair share principe daarbij overeind. Ruimte voor maatwerk per gemeente en regio en dus variatie binnen de provincie blijft het uitgangspunt. 9. Bewustwording en draagvlak De gezamenlijke opgave is helder: in heel Nederland zijn tot en met 2030 in totaal 900.000 woningen nodig, die gespreid moeten worden over het land en waarvan tweederde betaalbaar moet zijn.

Het bewustzijn van deze opgave en daarmee het draagvlak voor lokale gevolgen ervan in de samenleving blijft echter achter. Dit leidt tot weerstand bij concrete woningbouwplannen en vertraging van de woningbouw. Hier ligt een opgave voor gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen, maar ook provincie en rijksoverheid. Het is belangrijk dat de Woondeals vergezeld gaan van een goede publiekscampagne, die de urgentie en noodzaak van de woningbouwopgave benadrukt. WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 26 8. Hoe gaan we samen verder Een goede samenwerking tussen Rijk, provincie en regio vraagt om voorspelbaarheid, duidelijkheid, betrokkenheid en wederkerigheid. Een handtekening van Rijk, provincies en gemeenten onder de Woondeals heeft implicaties. Duidelijk moet zijn wat de rol van eenieder is. Overheden werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in. De minister voor VRO is de trekker voor de nationale opgave voor versnelling van de woningbouw. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouwagenda en de onderliggende programma’s en wordt uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal en regionaal niveau. Met de Woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie en gemeenten.

Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan versnelling van de complexe woonopgave. We maken daarom – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over onderstaande elementen, de governance: ◊ Monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang. ◊ De overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te bespreken. ◊ Het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten. Monitoring en bespreking voortgang → De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor enerzijds het voorzien van de (semi) overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen is. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten.

→ Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie. → De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten. Bij een aantal Woondealregio’s met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de Woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de Woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. → Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS. → De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 27 bijgewerkt.

De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof en geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsluiten van de Woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken. → Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren- en bestuurlijke overleggen. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen → Doel is door monitoring en intensief en kort- cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding).

Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus: ‘’los het op, of schaal het op’’ . → Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. → Via de Woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel. Rollen en verantwoordelijkheden Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet.

In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: • Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale Woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. • Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 28 locatie, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘’water en bodem sturend’’ . De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma water en bodem sturend. • De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en -programma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma’s.

Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij kunnen provincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. De provincie bevordert door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de Woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. • De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen.

De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.

WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 29 BIJLAGEN Bijlage 1: Provinciale afspraken Bijlage 2: Generieke ondersteuning woningbouw Bijlage 3: Regionale woonagenda Bijlage 4: Versnellingsaanpak Overijssel WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 30 Externe bijlage Bijlage 1: Provinciale afspraken WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 31 Het Rijk ondersteunt door: • Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. Het gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken. Het Rijk informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. - Procesgeld woondeals - Woningbouwimpuls - Regeling flexpools - Regeling huisvesting aandachtsgroepen - Volkshuisvestingsfonds - Transformatie faciliteit - Tijdelijke huisvesting • Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan om concrete- als generieke vragen. - Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw) - Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties - Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting - Landelijke versnellingstafels • Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave.

Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel ‘Versterken regie op de volkshuisvesting’ voorbereid. • BZK coördineert de opgaven die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste aanspreekpunt richting andere departementen. De Minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega- ministers kritische succesfactoren als stikstof, geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen aan te pakken De provincie ondersteunt door de regelingen die te vinden zijn via https://www.overijssel.nl/loket/ Bijlage 2: Generieke ondersteuning woningbouw WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 32 Externe bijlage Bijlage 3: Regionale woonagenda WOONDEAL WEST-OVERIJSSEL WONEN MET KWALITEIT 33 Externe bijlage Bijlage 4: Versnellingsaanpak Overijssel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/9089c934-9446-4242-ad6a-6dea6109f73c?agendaItemId=a2bd2601-9c3f-4ced-bf92-69deb83233f6