CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

20250423-stikstof berekening-3.0

Politieke Markt 10 juni 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Steenwijk Zuid Oost (fase 1)4.631 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Roosdom Tijhuis Gebiedsonwikkeling B.V. Projectnr: RSD001 Datum: 23 april 2025 Opdrachtgever: Roosdom Tijhuis Gebiedsonwikkeling B.V. Projectnr: RSD001 Rapportnr: 20250423-RSD001-RAP-STD-3.0 Status: Definitief Datum: 23 april 2025 T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl © 2025 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend. Opsteller: -+C0CBR+-CBR Verificatie: -+R0 +- Validatie: -+V0 +-

3 INHOUDSOPGAVE 2.1 Algemeen ................................................................................................................................................................. 5 2.2 Situering Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................... 5 3.1 Algemeen ................................................................................................................................................................. 7 3.2 Wet- en regelgeving.................................................................................................................................................... 7 3.3 Voortoets.................................................................................................................................................................. 9 3.4 Toetsingskader buurlanden ........................................................................................................................................... 9 4.1 Algemeen ...............................................................................................................................................................

11 4.2 Beoogde situatie ...................................................................................................................................................... 11 4.2.1 Verkeer .................................................................................................................................................................. 11 4.2.2 Mobiele werktuigen .................................................................................................................................................. 13 4.2.3 Bouwverkeer ........................................................................................................................................................... 13 BIJLAGEN B1.1 Gebruiksfase B1.2 Aanlegfase

4 1 INLEIDING In opdracht van Roosdom Tijhuis Gebiedsonwikkeling B.V. is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het plan ‘Betap/Crilux Steenwijk’ te Steenwijk. Het plan behelst de beoogde ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 240 woningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Omgevingswet is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De stikstofdepositie is op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen. 5 2 UITGANGSPUNTEN 2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen aan de Meppelerweg te Steenwijk.

Navolgende verbeelding geeft een geografisch overzicht van de ligging van het plan en de omgeving. Afbeelding 1 Ligging plangebied (bron: AERIUS Calculator) Het plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 240 woningen evenals omliggende groen- en verkeersbestemmingen. 2.2 Situering Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000- gebieden waar een relevante bijdrage vanwege het plan verwacht kan worden. Navolgend zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden opgesomd en weergegeven in de navolgende verbeelding. Aerius Calculator bepaalt automatisch de van toepassing zijnde Natura 2000-gebieden met een relevant effect. - De Wieden circa 2,7 km van plangebied - Holtingerveld circa 4,5 km van plangebied - Weerribben circa 8,2 km van plangebied - Drents-Friese Wold & Leggelderveld circa 9,2 km van plangebied - Dwingelderveld circa 13,3 km van plangebied Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen. De locatie van het plangebied is in de navolgende afbeelding weergegeven. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet

6 gelijk aan de Natura 2000-gebieden met een relevante bijdrage, maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Afbeelding 2 Situering Natura 2000-gebieden (bron: Aerius calculator)

7 3 WETTELIJK KADER 3.1 Algemeen Stikstof is een scheikundig element met het symbool N. De voornaamste vorm stikstof is stikstofgas (N2), de lucht bestaat voor ongeveer 78% uit stikstofgas. Bij de stikstofproblematiek gaat het niet om dit gas als zodanig, maar gaat het voornamelijk om twee reactieve verbindingen waarin het element stikstof voorkomt.  Stikstofoxiden (NOx) komen vooral in de lucht terecht door de uitlaatgassen van het verkeer en door de uitstoot van industrie.  Ammoniak (NH3) komt met name van dieren in de veeteelt. Een klein deel van de ammoniakuitstoot komt uit andere bronnen zoals industrie, de bouw en het verkeer. Bij emissie van stikstof gaat het om de uitstoot van stoffen, waardoor deze in de lucht terecht komen. Bij depositie gaat het om de neerslag van stoffen vanuit de lucht, waardoor deze stoffen op of in de grond terecht komen. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen natte depositie en droge depositie. Bij natte depositie komen de stoffen door neerslag op de bodem terecht. Bij droge depositie worden de stoffen vanuit de lucht door planten of door de bodem opgenomen. De stikstofproblematiek gaat over het overschot aan stikstof in beschermde natuurgebieden waar stikstofgevoelige natuurwaarden1 aanwezig zijn, wat volgens onderzoeken een oorzaak is van de verslechtering van de natuur.

Conform wetgeving is het derhalve niet toegestaan om stikstofdepositie te veroorzaken op specifieke beschermde natuurgebieden die mogelijk significante gevolgen op de habitattype in deze gebieden. Hier meer over in navolgende paragraaf. 3.2 Wet- en regelgeving Europese wetgeving De Vogelrichtlijn (hierna Vrl) en de Habitatrichtlijn (Hrl) zijn door de Europese Unie opgesteld om de biologische biodiversiteit in Europa in stand te houden. Speciale beschermingszones worden in de Vrl2 en Hrl3 aangewezen, genaamd ‘Natura 2000-gebieden’. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Onderstaand een uitsnede van artikel 6, derde lid van de Hrl : Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Er is geen definitie exacte van ‘significante gevolgen’. Verschillende factoren bepalen samen of sprake is van significante gevolgen of niet.

Factoren zijn bijvoorbeeld:  Afname van de oppervlakte van een habitat in relatie tot de zeldzaamheid van die habitat  Afname van een populatie in relatie tot de zeldzaamheid van planten- of diersoorten in die populatie  Algemene condities van het gebied voor behoud en herstel van de habitat of soorten 1 Stikstofgevoelige natuurwaarden zijn habitattypen en habitats van soorten in Natura 2000-gebieden die aangetast kunnen worden door een overmaat aan depositie van stikstof. Door de aantasting kunnen deze habitattypen of habitats van soorten uiteindelijk verdwijnen. In 129 Nederlandse Natura 2000- gebieden komen stikstofgevoelige natuurwaarden voor. 2 artikel 4, eerste en tweede lid, van de Vogelrichtlijn 3 artikel 1, onder l, van de Habitatrichtlijn 8 Nederlandse wetgeving In Nederland is deze Europese wetgeving opgenomen in de Omgevingswet (hierna Ow). In artikel 16.53c, eerste lid van de Ow staat: Een plan of een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Hrl maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning, of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van die richtlijn, van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.

In artikel 16.53c, tweede lid van de Ow zijn echter de volgende uitzonderingen opgenomen: In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, als: a. het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan of project, of b. het plan deel uitmaakt van een ander plan, mits voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project. In de wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen plannen en projecten. In bijlage B1 zijn de begrippen opgenomen die worden gehanteerd en tevens zijn opgenomen in bijlage A behorende bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. Plannen Op basis van artikel 5.1, eerste lid onder a van de Omgevingswet dient te worden bepaald op grond van artikel 8.0a, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving gelden verder geen specifieke Natura 2000-bepalingen voor het plan, (enkel) is of op voorhand in redelijkheid moet worden onderkend dat het gebiedsbeschermingsregime aan de uitvoerbaarheid4 van het project in de weg staat. De uitvoerbaarheidstoets houdt in dat een berekening van de stikstofdepositie die het project of de handeling op een Natura 2000-gebied veroorzaakt.

Project Indien sprake is van een activiteit (project) conform artikel 16.53c, eerste lid van de Ow wordt dit een ‘Natura 2000-activiteit’ genoemd. Op basis van artikel 5.1, eerste lid onder e van de Ow, is het verboden om een Natura 2000-activiteit uit te voeren zonder een omgevingsvergunning. En conform artikelen 4.15 lid 2 en 6.15 van de Omgevingsregeling (hierna Or) verstrekt de aanvrager van een omgevingsvergunning een berekening van de stikstofdepositie die het project of de handeling op een Natura 2000-gebied veroorzaakt. Voor het berekenen van de stikstofdepositie moet conform artikel 4.15 lid 2 de meest recente versie AERIUS Calculator worden toegepast. Uit artikel 4 lid 1 en lid 2 van de MER-richtlijn (Richtlijn 85/337/EEG), gelezen in samenhang met bijlage I onder 17 en bijlage II onder 1 en e van deze richtlijn, volgt dat het oprichten van een activiteit een ‘project’ is nu het valt onder de categorie ‘de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken’. De oprichting van een activiteit is derhalve – gelet op de jurisprudentie5 – eveneens aan te merken als een project in de zin van artikel 6 lid 3 en 4 Hrl.

Een wijziging of uitbreiding van een project van bijlage I of II van de MER-richtlijn waarvoor reeds een vergunning is afgegeven, die is of wordt uitgevoerd en die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kan hebben, is eveneens een project in de zin van de MER-richtlijn. Alle onlosmakelijk met elkaar verbonden activiteiten moeten worden beschouwd als één en hetzelfde project en moeten in gezamenlijkheid worden beoordeeld op de gevolgen die hierdoor worden veroorzaakt. Een project bestaat uit een aanleg- en gebruiksfase. De aanlegfase is de fase binnen een project waarin bouw-, sloop en/of aanlegwerkzaamheden plaatsvinden. De aanlegfase wordt onderscheiden van de gebruiksfase van een project, waarin gebruik wordt gemaakt van een bouwwerk of een werk. 4 ECLI:NL:RVS:2024:3034, r.o. 21.2 en ECLI:NL:RVS:2024:2225, r.o. 8.1 5 ECLI:RVS:NL:2019:1604 r.o. 4.2 9 Voor de vraag wanneer de wijziging van een bestaande activiteit een project is zoals bevestigd in de Rendac uitspraak6, is het Stadt Papenburg-arrest7 en punt 35 van het AquaPri-arrest8 van belang. Daaruit volgt dat op het moment waarop, ten opzichte van het bestaande project waarvoor een natuurvergunning is verleend, geen sprake meer is van de voortzetting van één-en-hetzelfde-project, beoordeeld moet worden of de gewijzigde voortzetting van het bestaande project significante gevolgen kan hebben op Natura 2000-gebieden.

De activiteit zoals die na de wijziging wordt voortgezet (inclusief de ongewijzigde onderdelen die worden gecontinueerd) is in dat geval een nieuw project, waarvan beoordeeld moet worden of het significante gevolgen kan hebben. 3.3 Voortoets Zoals in voorgaande paragraaf aangegeven is het noodzakelijk om een passende beoordeling uit te voeren indien een plan of project significante gevolgen kán hebben. Om te beoordelen of het project significante kan hebben wordt in eerste instantie een voortoets uitgevoerd. In een voortoets wordt op grond van objectieve gegevens nagegaan of op voorhand kan worden uitgesloten dat een plan of project op zichzelf negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen9 van Natura 2000-gebieden, of significant verstorende effecten kan hebben op de habitattypen en soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Een voortoets beoordeeld naast stikstofdepositie tevens andere verstoringsfactoren, deze andere storingsfactoren zijn echter geen onderdeel van dit onderzoek. Voor de opbouw van de voortoets wordt verwezen naar de ‘Handreiking Voortoets Stikstof’10, hierbij wel de kanttekening dat deze verouderd is. Zo is intern salderen in de voortoets niet meer toegestaan sinds de Rendac uitspraak. Voor het berekenen van de stikstofdepositie moet conform artikel 4.15 lid 2 AERIUS Calculator worden toegepast.

De resultaten van een berekening via de AERIUS Calculator zijn een objectieve manier om de negatieve gevolgen inzichtelijk te maken. Indien er uit de berekening in de AERIUS Calculator volgt dat zowel ten gevolge van de gebruiksfase als de aanlegfase geen resultaten worden berekend, kan op basis van deze objectieve gegevens worden beoordeeld dat er geen sprake is van significante gevolgen. Er zijn activiteiten met nadelige gevolgen op Natura 2000-gebieden, echter deze gevolgen hoeven niet significant te zijn. In dat geval is conform de Omgevingswet sprake van “Geen Natura 2000-activiteit, wel nadelig voor Natura 2000-gebied”. Voor een dergelijke activiteit geldt geen vergunningplicht. Volgens de “Porthos einduitspraak”11 zal bij elk nieuw plan of project dat leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden een voortoets gemaakt kunnen worden waarbij een ecologische analyse moet worden gegeven van de gevolgen in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betreffende Natura 2000-gebied, ook als het gaat om een tijdelijke en beperkte toename. Daarbij zal voor de relevante Natura 2000-gebieden moeten worden onderzocht hoe de staat van de instandhouding op dat moment is.

Wanneer uit de voortoets blijkt dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en/of aantasting van de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, is een passende beoordeling noodzakelijk. 3.4 Toetsingskader buurlanden Nederland heeft met Duitsland en met België overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie 6 ECLI:RVS:NL:2024:4923 r.o. 17.2 7 ECLI:EU:C:2010:10 8 ECLI:EU:C:2022:864 9 Instandhoudingsdoelstellingen zijn doelstellingen die zijn geformuleerd voor de habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. 10 Handreiking voortoets stikstof, Bij12 d.d. februari 2021 11 ABRvS 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3129 10 veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Nederland zal voor de toetsing van activiteiten die in Nederland plaatsvinden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden in Duitsland of België dezelfde toetsingskaders hanteren als Duitsland en België zelf. Voor de toetsing op Belgische Natura 2000-gebieden wordt verwezen naar het “Decreet over de programmatische aanpak stikstof”12, hierbij gelden de volgende drempelwaarden: 1.

Bij een omgevingsvergunningsaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van Habitatrichtlijn niet vereist als de impactscore13 kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 1%. 2. Bij een omgevingsvergunningsaanvraag of een ontwerp van projectbesluit voor een mobiliteitsgerelateerd project is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht, ten aanzien van Habitatrichtlijn, niet vereist als de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 1%. 3. Voor een omgevingsvergunningsaanvraag voor de exploitatie van een veehouderij of mestverwerkingsinstallatie is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van Habitatrichtlijn niet vereist als de impactscore kleiner is dan of gelijk is aan een drempelwaarde van 0,025%. Voor de toetsing op Duitse Natura 2000-gebieden geldt het volgende toetsingskader: 1. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000- gebied in Duitsland een toename van stikstofdepositie van meer dan 7,14 mol per hectare per jaar veroorzaakt, is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit.

Dit stikstofaspect staat een vergunningverlening door het Nederlandse bevoegde gezag dan niet in de weg. 2. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied meer dan 7,14 mol per hectare per jaar aan stikstofdepositie veroorzaakt, maar minder dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waar de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositiewaarde, verzoekt het Nederlandse bevoegd gezag aan het desbetreffende Duitse bevoegd gezag om vast te stellen of in cumulatie sprake kan zijn van significante gevolgen. Als het Duitse bevoegd gezag vaststelt dat daarvan geen sprake is, staat dit stikstofaspect vergunningverlening door het Nederlandse bevoegd gezag niet in de weg. 3. Wanneer een project of handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied aan stikstofdepositie meer veroorzaakt dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waarvan de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositie waarde, heeft het desbetreffende Nederlandse bevoegd gezag overleg met het desbetreffende Duitse bevoegd gezag. Zij zullen gezamenlijk bezien of en zo ja onder welke voorwaarden toestemming mag worden verleend.

Ingeval het gaat om een project met mogelijk significante gevolgen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, stelt degene die voornemens is het project te realiseren, daartoe een passende beoordeling op. 12 Decreet over de programmatische aanpak van stikstof, goedgekeurd door Vlaams Parlement d.d. 24 januari 2024. 13 De impactscore is de procentuele bijdrage van jouw exploitatie aan de kritische depositiewaarde (KDW) voor de actuele oppervlakten habitattypen in de speciale beschermingszones aangewezen in uitvoering van de Habitatrichtlijn. 11 4 BEREKENINGSSYSTEMATIEK 4.1 Algemeen Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 2024.1.314. Daarbij is gebruik gemaakt van het ‘Handboek Werken met AERIUS Calculator’ (hierna Handboek AERIUS) en de ‘Instructie Gegevensinvoer AERIUS Calculator’ (hierna Instructie Gegevensinvoer) corresponderend met de versie van de AERIUS calculator. De AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en de Standaardrekenmethode 2 (SRM-2) uit artikel 8.10 van de Omgevingsregeling. 4.2 Beoogde situatie Het plan wordt gefaseerd ontwikkeld waarbij maximaal 40 woningen per jaar worden opgeleverd. In navolgende tabel een overzicht van de planning.

Tabel 1 Bouwfasering Rekenjaar Aanleg Gebruik 2026 Bouwrijp maken 0 woningen 2027 40 woningen 0 woningen 2028 40 woningen 40 woningen 2029 40 woningen 80 woningen 2030 40 woningen 120 woningen 2031 40 woningen 160 woningen 2032 40 woningen 200 woningen 2033 0 woningen 240 woningen Aangezien de woningen geen gasaansluiting krijgen, maar een emissieloze centrale verwarmingsinstallatie is geen sprake van stikstofdepositie ten gevolge van stookinstallaties. De voor stikstofdepositie relevante bronnen ten gevolge van het gebruik betreffen dus enkel emissies van het verkeer. Daarnaast zijn gedurende de aanlegfase aanvullende bronnen van stikstofemissies aanwezig, namelijk mobiele werktuigen en bouwverkeer. De uitgangspunten zijn in navolgende paragrafen beschreven. Bijlage B1 geeft een weergave van de invoergegevens. 4.2.1 Verkeer Ten gevolge van het woningbouwplan vindt een verkeersaantrekkende werking plaats. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen het plan. De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van de publicatie 744 “Kencijfers parkeren” van het CROW. Ten aanzien van het onderzoeksgebied en de stedelijkheidsgraad15 is uitgegaan van “Rest bebouwde kom / Weinig stedelijk”.

Tabel 2 Verkeersgeneratie Type Aantal Kental verkeersgeneratie [bewegingen] Verkeersgeneratie [bewegingen/etmaal] Sociale huurwoning 70 4,5 per woning 315,0 Rijwoning 118 6,7 per woning 790,6 Twee-onder-een-kapwoning 52 7,4 per woninh 384,8 Totaal 1490,4 14 https://calculator.aerius.nl/calculator/ 15 Conform CBS-statline, https://opendata.cbs.nl/ 12 In navolgende tabel is de verkeersgeneratie ten gevolge van het gebruik per rekenjaar aangegeven. Tabel 3 Verkeersgeneratie per rekenjaar Rekenjaar Gebruik Verkeersgeneratie [bewegingen/etmaal] 2026 0 woningen - 2027 0 woningen - 2028 40 woningen 248,4 2029 80 woningen 496,8 2030 120 woningen 745,2 2031 160 woningen 993,6 2032 200 woningen 1.242,0 2033 240 woningen 1.490,4 Het verkeer is gemodelleerd binnen het plangebied en verdeeld over twee routes. Route A gaat richting het centrum van Steenwijk over de Meppelerweg en gaat op in het heersend verkeersbeeld ter hoogt van de Kallenkoterallee. Route B gaat richting Schansweg/A32 en gaat ter hoogte van het kruispunt Meppelerweg/Schansweg op in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘Binnen bebouwde kom (doorstromend)’ aangezien het verkeer nauwelijks gestremd wordt. Uit onderzoek van TNO16 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, veel hoger is dan de emissie tijdens het rijden.

Dit wordt de ‘koude start’ genoemd. Het gemiddeld voertuigenbezit is 1,2 voertuigen per huishouden is in de gemeente Steenwijkerland conform het CBS17. Er wordt uitgegaan dat ieder auto één maal per etmaal een koude start maakt. Het aantal koude starten is toegevoegd als separate emissiebron “Verkeer” onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de gebruiksfase. Afbeelding 3 Grafische weergave gehanteerde bronnen gebruiksfase 16 Emissiefactoren wegverkeer 2024, TNO 2024 R11049, d.d. 4 juni 2024 17 Gemiddeld autobezit 2023, CBS

13 4.2.2 Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het project wordt gebruik gemaakt van mobiele werktuigen. De AERIUS Calculator berekend de stikstofemissie van mobiele werktuigen op basis van de STAGE categorie (motortechniek), het vermogen, het brandstofverbruik, de draaiuren en het AdBlue verbruik.  De exacte inzet van type materieel en draaiuren is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald.  De uitvoerder heeft aangegeven dat een elektrische hijskraan en graafmachine worden ingezet voor de aanleg van de woningen. Voor overige inzet van materieel is uitgegaan van STAGE IV (bouwjaar vanaf 2014) met toepassing van AdBlue.  Het vermogen is bepaald op basis van het type materieel.  Voor het bepalen van het brandstofverbruik is conform de TNO methodiek18 gebruik gemaakt van de invoer van het vermogen, de belasting en de motortechnologie (STAGE-klasse).  Voor het AdBlue verbruik wordt uitgegaan van 6% van het dieselverbruik conform de Instructie Gegevensinvoer bij mobiele werktuigen met een vermogen hoger dan 56 kW. Bij een vermogen lager dan 56 kW is geen AdBlue toegepast. Bijlage B2 geeft een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten.

De stikstofemissie is tevens bepaald ter controle van de invoergegevens, hier kunnen kleine afwijking in zitten ten gevolge van afronding. 4.2.3 Bouwverkeer In de navolgende berekening is ervan uitgegaan dat ten behoeve van iedere woning 10 voertuigen zwaar vrachtverkeer nodig zijn ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmateriaal. Dit geeft een totaal van 400 voertuigen (800 bewegingen) zwaar vracht verkeer per jaar voor de bouw van maximaal 40 woningen per jaar. Verder zijn de emissies van het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen meegenomen conform Instructie Gegevensinvoer. Stationair draaien geldt alleen voor zwaar verkeer zoals betonmixer en laadkranen, middelzwaar vrachtverkeer hoeft niet stationair te draaien tijdens het laden en lossen. Er is rekening gehouden met 5 minuten stationair draaien per vrachtwagen. Voor 400 voertuigen betekent dit dus afgerond 33 uur en 20 minuten stationair draaiend verkeer per jaar. Conform de Instructie gegevensinvoer bedragen de emissies voor het stationair draaien dan ongeveer 2,72 kg NOX en 0,03 kg NH3. Daarnaast wordt rekening gehouden met 40 voertuigen licht verkeer per etmaal (80 bewegingen) voor het arriveren en vertrekken van uitvoerders en ondersteunend personeel.

Het verkeer is gemodelleerd richting Schansweg/A32 en gaat ter hoogte van het kruispunt Meppelerweg/Schansweg op in het heersend verkeersbeeld. De verkeersgeneratie is gemodelleerd middels het itemtype ‘Binnen bebouwde kom (doorstromend)’ aangezien het verkeer nauwelijks gestremd wordt. Tevens is rekening gehouden met de koude start van het verkeer. Volgens het Handboek AERIUS kunnen koude start emissies gekoppeld worden aan de locaties waar verkeer langer dan twee uur geparkeerd staat. Het vrachtverkeer voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal zal echter maar enkele minuten geparkeerd staan en tevens stationair draaien tijdens het laden en lossen. Voor de aanleg gelden de koude start emissies dus enkel voor de uitvoerders en het ondersteunend personeel. Het aantal koude starten is toegevoegd als separate emissiebron “Verkeer” onder sector “Koude start: Overig”. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de aanlegfase. 18 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 13 december 2021 14 Afbeelding 4 Grafische weergave gehanteerde bronnen aanlegfase

15 5 REKENRESULTATEN EN BEOORDELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiks- en aanlegfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. Voor dit onderzoek zijn twee rekenjaren berekend. Rekenjaar 2033 is het eerste jaar volledig gebruik zonder aanlegfase, als dit jaar niet leidt tot stikstofdepositie kan uitgegaan worden dat alle daaropvolgende jaren ook geen significant negatieve gevolgen zijn. Rekenjaar 2032 is het maatgevende jaar voor de aanleg aangezien de aanleg gelijk is aan de voorgaande jaren maar het gebruik hoger is, als dit jaar niet leidt tot stikstofdepositie kan uitgegaan worden dat alle voorgaande jaren ook geen significant negatieve gevolgen zijn. In bijlage B1.1 en B1.2 zijn voor zowel de uitgevoerde berekening naar de voorgenoemde maatgevende rekenjaren weergegeven middels de Aerius PDF-export. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000- activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het project.

16 6 CONCLUSIE In opdracht van Roosdom Tijhuis Gebiedsonwikkeling B.V. is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het plan ‘Betap/Crilux Steenwijk’ te Steenwijk. Het plan behelst de beoogde ontwikkeling van een nieuw woongebied met maximaal 240 woningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie in beide situatie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000- activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het project. BIJLAGEN B1-1 B1 AERIUS B1.1 Gebruiksfase

B1-2 B1.2 Aanlegfase

B2-1 B2 EMISSIEBEPALING Emissiebepaling aanleg Rekenjaar 2027-2032 Projectnummer RSD001 Mobiele Werktuigen Naam STAGE Klasse Motorbelasting/ aandrijving Inzet Bouwjaar Vermogen [kW] Classificatie tabel TNO Motor- efficientie [%] Belasting [%] Dieselkental [L/uur] Bedrijfsduur [uren] Diesel-verbruik [L] AdBlue verbruik [L] NOx-emissie [kg] NH3- emissie [kg] Boor- en heistelling (woningbouw) STAGE IV Dynamisch - hydrauliek Wisselend 2014 200 D 96,0596% 36,7% 20,71 80 1657,2 99,4 9,35 0,40 Graafmachine (woningbouw) Elektrisch Dynamisch - hydrauliek Wisselend - 105 - - - - 160 - - - - Hijskraan (woningbouw) Elektrisch Hoge last - vaste as Wisselend - 200 - - - - 480 - - - - Graafmachine (woonrijp) STAGE IV Dynamisch - hydrauliek Wisselend 2014 125 D 96,0596% 36,7% 13,15 80 1052,0 63,1 6,08 0,25 Laadschop (woonrijp) STAGE IV Dynamisch - hydrauliek Wisselend 2014 100 D 96,0596% 36,7% 10,63 80 850,3 51,0 4,99 0,20 Trilplaat (woonrijp) STAGE IV Beperkt - vaste as Wisselend 2014 10 A 96,0596% 25,3% 1,34 20 26,8 0 0,64 0,00 Wals (woonrijp) STAGE IV Dynamisch - hydrauliek Wisselend 2014 40 A 96,0596% 36,7% 4,58 8 36,6 0 0,77 0,00 21,83 0,85 Invoergegevens mobiele werktuigen AERIUS Bouwverkeer STAGE klasse en vermogen Bedrijfsduur [uren] Diesel-verbruik [L] AdBlue verbruik [L] Categorie Voertuigen per dag Bewegingen per dag Voertuigen totaal Bewegingen totaal STAGE IV en < 56 kW 28 63 0

Lichtverkeer 40 80 0,0 STAGE IV en 75 - 560 kW 268 3623 214 Middel zwaar vrachtverkeer 0 0,0 Zwaar vrachtverkeer 0 464,0 928,0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/79a6cbdb-11a2-4282-989e-6f3222801b22?agendaItemId=27bc6c93-cb15-4efa-a664-579a70643b57