2023-RAAD-00090 - Verordening Afvalstoffenheffing 2024 - RAADSBESLUIT GETEKEND
Tekst van het document
Raadsbesluit Steenwijk, 19 december 2023 Nummer: 2023-RAAD-00090 Steenwijkerland rt De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2023, nummer 2023-RAAD-00090 gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afualstoffenheffing 2024 (Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland 2024). Artikel l Definitie Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder "gebruik maken": gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Artikel2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbijbehorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 1.0.21. en '1,0.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 VoorwerD van de belastine 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaaþ bedoeld in artikel 1.6, onder a, c, d, en f van de Wet waardering onroerende zaken; b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikf d. een samenstel van twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvary die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen; e. het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel4 Belastineþlicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom,bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6 Belastinsiaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel T Wüze van heffine 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bijwege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving.
Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door uitreiking of toezending van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in de onderdelen 1.1, 1.1.1 en 'l,.4vanhoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. De belasting bedoeld in de onderdelen 1.2 tot en met 1.3 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 3. De belasting bedoeld in onderdeel2.l van hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aankoop van de desbetreffende plastic afvalzakken. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in de onderdelen 1.1 en 1..1.1 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1 en 1.1.1 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplich¡ nog volle kalendermaanden overblijven. 6. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 7. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 1.4 van hoofdstuk L van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 8. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceeL waarop onderdeel L.4van hoofdstuk L van de tarieventabel niet van toepassing is, in gebruik neemt. 9.
Het zesde en zevende lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel, waarop onderdeel 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel van toepassing is, in gebruik neemt. Artikel 9 Termiinen van betalins 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet(en): a. de aanslagen als bedoeld in de onderdelen '1,.1,1,.1.1en 1.4 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnery waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later; b. de aanslagen met betrekking tot de afrekening van het aantal aanbiedingen als bedoeld in de onderdelen 1..2tot en met 1..3 van hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld; c. de belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden betaald, ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel Z tweede lid: - mondeling wordt gedaary op het moment van het doen van de kennisgeving; - schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvary binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagery of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvary minimaal € 50,00 is en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschrevery dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt met betrekking tot het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische incasso en gelden de betaaltermijnen als genoemd in het eerste lid, onderdeel a. 4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvary minder dan € 15,00 is, dat de aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Oversanssrecht De "Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland 2023" vastgesteld bij raadsbesluit van 20 december 2022, nummer 2022-RAAD-00051, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 lnwerkinstredins 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing Steenwijkerland2024. Steenwijk, 19 december 2023 De raad voornoemd, voorzitter, (