2022 10 27 BP Dwarssloot oost 6 Zuidveen.pdf
Tekst van het document
2 GSSD Diepte (m-mv) 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 Bodemtype correctie Organische stof 8.90 5.70 5.30 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) 3.20 3.90 3.5 Voorbehandeling Cryogeen malen Uitgevoerd Uitgevoerd Uitgevoerd Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) 76.5 76.5 81.0 81 83.3 83.30 Organische stof % (m/m) ds 8.9 8.900 5.7 5.700 5.3 5.300 Gloeirest % (m/m) ds 91 94 94 Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds 3.2 3.200 3.9 3.900 3.5 3.5 Metalen Barium (Ba) mg/kg ds <20 47.17 20 62.63 21 68.53 Cadmium (Cd) mg/kg ds <0.20 0.1804 - <0.20 0.2009 - <0.20 0.2051 - Kobalt (Co) mg/kg ds <3.0 6.526 - <3.0 6.113 - <3.0 6.342 - Koper (Cu) mg/kg ds 5.9 9.542 - <5.0 6.069 - <5.0 6.213 - Kwik (Hg) mg/kg ds <0.050 0.0467 - <0.050 0.0474 - <0.050 0.0478 - Molybdeen (Mo) mg/kg ds <1.5 1.050 - <1.5 1.050 - <1.5 1.050 - Nikkel (Ni) mg/kg ds <4.0 7.424 - 4.0 10.07 - <4.0 7.259 - Lood (Pb) mg/kg ds 17 23.27 - 13 18.54 - 12 17.35 - Zink (Zn) mg/kg ds 26 49.90 - 40 79.72 - 33 67.49 - Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds <3.0 2.360 <3.0 3.684 <3.0 3.962 Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds <5.0 3.933 <5.0 6.140 <5.0 6.604 Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds <5.0 3.933 <5.0 6.140 <5.0 6.604 Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds 22 24.72 19 33.33 16 30.19 Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds 29 32.58 17 29.82 13 24.53 Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds 11 12.36 <6.0 7.368 <6.0 7.925 Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds
63 70.79 - 43 75.44 - 35 66.04 - Chromatogram olie (GC) Zie bijl. Zie bijl. Zie bijl. Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB 52 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB 101 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB 118 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB 138 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB 153 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB 180 mg/kg ds <0.0010 0.0007 <0.0010 0.0012 <0.0010 0.0013 PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds 0.0049 0.0055 - 0.0049 0.0085 - 0.0049 0.0092 - Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds <0.050 0.0350 <0.050 0.0350 <0.050 0.0350 Fenanthreen mg/kg ds 0.086 0.0860 0.33 0.3300 0.055 0.0550 Anthraceen mg/kg ds 0.079 0.0790 0.083 0.0830 <0.050 0.0350 Fluorantheen mg/kg ds 0.28 0.2800 0.92 0.9200 0.15 0.1500 Benzo(a)anthraceen mg/kg ds 0.17 0.1700 0.43 0.4300 0.097 0.0970 Chryseen mg/kg ds 0.18 0.1800 0.49 0.4900 0.13 0.1300 Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds 0.098 0.0980 0.22 0.2200 0.059 0.0590 Benzo(a)pyreen mg/kg ds 0.11 0.1100 0.31 0.3100 0.087 0.0870 Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds 0.10 0.1000 0.25 0.25 0.080 0.0800 Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds 0.11 0.1100 0.24 0.2400 0.090 0.0900 PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds 1.3 1.248 - 3.3 3.308 * 0.82 0.8180 - Legenda Monster Analytico-nr
Eindoordeel Mp. 8, 10, 11 en 12, 08: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50,12: 0-50 12306690 Voldoet aan Achtergrondwaarde Mp. 1, 4, 7 en 13, 01: 0-50, 04: 0-50, 07: 0-50, 13: 0-50 12306691 Overschrijding Achtergrondwaarde Mp. 2, 02: 0-50 12306692 Voldoet aan Achtergrondwaarde GSSD gestandaardiseerde waarde niet getoetst - kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde * groter dan achtergrondwaarde *** groter dan interventiewaarde Deze toetsing is met behulp van BoToVa uitgevoerd. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ Analyse Eenheid Pb.1 GSSD Diepte (m-mv) 2,0-3,0 Metalen Barium (Ba) µg/L 21 21 - Cadmium (Cd) µg/L <0.20 0.1400 - Kobalt (Co) µg/L <2.0 1.400 - Koper (Cu) µg/L <2.0 1.400 - Kwik (Hg) µg/L <0.050 0.0350 - Molybdeen (Mo) µg/L <2.0 1.400 - Nikkel (Ni) µg/L <3.0 2.100 - Lood (Pb) µg/L <2.0 1.400 - Zink (Zn) µg/L <10 7 - Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen µg/L <0.20 0.1400 - Tolueen µg/L <0.20 0.1400 - Ethylbenzeen µg/L <0.20 0.1400 - o-Xyleen µg/L <0.10 0.0700 m,p-Xyleen µg/L <0.20 0.1400 Xylenen (som) factor 0,7 µg/L 0.21 0.2100 - BTEX (som) µg/L <0.90 Naftaleen µg/L <0.020 0.0140 - Styreen µg/L <0.20 0.1400 - Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan µg/L <0.20 0.1400 - Trichloormethaan µg/L <0.20 0.1400 - Tetrachloormethaan µg/L <0.10 0.0700 - Trichlooretheen µg/L <0.20 0.1400 -
Tetrachlooretheen µg/L <0.10 0.0700 - 1,1-Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400 - 1,2-Dichloorethaan µg/L <0.20 0.1400 - 1,1,1-Trichloorethaan µg/L <0.10 0.0700 - 1,1,2-Trichloorethaan µg/L <0.10 0.0700 - cis 1,2-Dichlooretheen µg/L <0.10 0.0700 trans 1,2-Dichlooretheen µg/L <0.10 0.0700 CKW (som) µg/L <1.6 Tribroommethaan µg/L <0.20 0.1400 Vinylchloride µg/L <0.10 0.0700 - 1,1-Dichlooretheen µg/L <0.10 0.0700 - 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 µg/L 0.14 0.1400 - 1,1-Dichloorpropaan µg/L <0.20 0.1400 1,2-Dichloorpropaan µg/L <0.20 0.1400 1,3-Dichloorpropaan µg/L <0.20 0.1400 Dichloorpropanen som factor 0.7 µg/L 0.42 0.4200 - Minerale olie Minerale olie (C10-C12) µg/L <10 7 Minerale olie (C12-C16) µg/L <10 7 Minerale olie (C16-C21) µg/L <10 7 Minerale olie (C21-C30) µg/L <15 10.5 Minerale olie (C30-C35) µg/L <10 7 Minerale olie (C35-C40) µg/L <10 7 Minerale olie totaal (C10-C40) µg/L <50 35 - Legenda Monster Analytico-nr Eindoordeel Pb. 1, 01-1: 200-300 12320231 Voldoet aan Streefwaarde GSSD gestandaardiseerde waarde niet getoetst - kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde * groter dan achtergrondwaarde *** groter dan interventiewaarde Deze toetsing is met behulp van BoToVa uitgevoerd.
Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ Toetsing BoToVa Grond Analyse Eenheid RG AW T I Metalen Barium (Ba) mg/kg ds 20 190 555 920 Cadmium (Cd) mg/kg ds 0,2 0,6 6,8 13 Kobalt (Co) mg/kg ds 3 15 103 190 Koper (Cu) mg/kg ds 5 40 115 190 Kwik (Hg) mg/kg ds 0,05 0,15 18,1 36 Molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 1,5 95,8 190 Nikkel (Ni) mg/kg ds 4 35 67,5 100 Lood (Pb) mg/kg ds 10 50 290 530 Zink (Zn) mg/kg ds 20 140 430 720 Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds 35 190 2600 5000 Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds 0,007 0,02 0,51 1 PAK PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds 0,35 1,5 20,8 40 Toetsing BoToVa Grondwater Analyse Eenheid RG S T I Metalen Barium (Ba) μg/L 20 50 338 625 Cadmium (Cd) μg/L 0,2 0,4 3,2 6 Kobalt (Co) μg/L 2 20 60 100 Koper (Cu) μg/L 2 15 45 75 Kwik (Hg) μg/L 0,05 0,05 0,175 0,3 Molybdeen (Mo) μg/L 2 5 153 300 Nikkel (Ni) μg/L 3 15 45 75 Lood (Pb) μg/L 2 15 45 75 Zink (Zn) μg/L 10 65 433 800 Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen μg/L 0,2 0,2 15,1 30 Tolueen μg/L 0,2 7 504 1000 Ethylbenzeen μg/L 0,2 4 77 150 Xylenen (som) factor 0,7 μg/L 0,2 0,2 35,1 70 Naftaleen μg/L 0,02 0,01 35 70 Styreen μg/L 0,2 6 153 300 Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan μg/L 0,2 0,01 500 1000 Trichloormethaan μg/L 0,2 6 203 400 Tetrachloormethaan μg/L 0,1 0,01 5 10
Trichlooretheen μg/L 0,1 24 262 500 Tetrachlooretheen μg/L 0,1 0,01 20 40 1,1-Dichloorethaan μg/L 0,2 7 454 900 1,2-Dichloorethaan μg/L 0,2 7 204 400 1,1,1-Trichloorethaan μg/L 0,1 0,01 150 300 1,1,2-Trichloorethaan μg/L 0,1 0,01 65 130 Tribroommethaan μg/L 630 Vinylchloride μg/L 0,2 0,01 2,5 5 1,1-Dichlooretheen μg/L 0,1 0,01 5 10 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 μg/L 0,1 0,01 10 20 Dichloorpropanen som factor 0.7 μg/L 0,6 0,8 40,4 80 Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) μg/L 50 50 325 600 BIJLAGE 6 Behoort bij rapport: Dwarssloot Oost 6 Zuidveen Project: 211504
Bijlage 2 Verkennend Natuurwaardenonderzoek QuickScan en voortoets voor de locatie Dwarssloot Oost 6, Zuidveen Rapport: 2022-553 Datum: 23 april 2022 Versie: 1.0
2 QuickScan en voortoets voor de locatie Dwarssloot Oost 6, Zuidveen Colofon © 2022 Tekst, samenstelling: Fopma NatuurAdvies Opdrachtgever: Wijze van citeren: Fopma NatuurAdvies, A, 2022. QuickScan en voortoets voor de locatie Dwarssloot Oost 6, Zuidveen ; Fopma NatuurAdvies, Rapport 2022-553, Wapse. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen va n de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
3 Inhoudsopgave 1 INLEIDING 5 1.1 ACHTERGROND 5 1.2 AANLEIDING 6 1.2.1 Soortbescherming 6 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland 7 1.2.3 Gebiedsbescherming 7 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING 7 2 SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 8 2.1 BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN 8 2.2 BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN 8 2.3 BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN 8 2.4 ZORGPLICHT 8 2.5 PROVINCIALE OMGEVINGSVERORDENING OVERIJSSEL (POV) 8 3 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET 10 3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 10 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 10 3.2.1 Bronnenonderzoek 10 3.2.2 Veldbezoek 11 4 INVENTARISATIE NATUURWAARDEN 12 4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 12 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 12 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 13 4.2 VLEERMUIZEN (WNB § 3.2) 13 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 13 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 13 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 14 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 14 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 14 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 14 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 14 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 15 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 15 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 15 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 15 4.6 VAATPLANTEN 16 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 16 4.6.2 Gegevens uit
veldbezoek (vaatplanten) 16 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 16 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 16 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek 16 5 BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 17 5.1 VOGELS 17 5.2 VLEERMUIZEN 17 5.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 17 5.4 REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN 17 5.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 18 5.6 VAATPLANTEN 18 5.7 OVERIGE DIERSOORTEN 18 5.8 AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN 18 6 NATUURNETWERK NEDERLAND 19 4 7 NATURA 2000 GEBIEDEN (GEBIEDSBESCHERMING) 20 8 CONCLUSIES 21 8.1 CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 21 8.2 CONCLUSIE NATUURNETWERK NEDERLAND 21 8.3 CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN) 21 9 BRONNEN 22 9.1 LITERATUUR 22 9.2 GERAADPLEEGDE WEBSITES 22 BIJLAGE 1 ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB 23 BIJLAGE 2 PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB 24 BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE VOGELS OVERIJSSEL 25 BIJLAGE 4 SAMENVATTING NDFF (1-1-2017 TOT 15-4-2022) 28 BIJLAGE 5 POV OVERIJSSEL 29 BIJLAGE 6 ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN 33 5 1 Inleiding 1.1 Achtergrond De eigenaar, wil op de locatie bij het Dwarsloot Oost 6 te Zuidveen (zie figuur 1 t/m 4) een nieuwe woning bouwen. Hier heeft in het verleden ook een boerderij gestaan. In deze QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een ontheffing (soorten) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkin gen moet aanvragen. Het rapport kan tevens gebruikt worden bij de bestemmingsplanprocedure. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan. De te toetsen activiteit betreft: • Bouw van een nieuwe woning (zie figuur 2). • Verlengen / herstellen sloten. Het bouwperceel ligt thans braak. Er zijn geen sloten, greppels, opstallen of bomen in het perceel. Figuur 1. Kaart met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode pijl (Bron: NDFF).
6 Figuur 2. Plantekening met de gewenste situatie (woning, bijgebouwen en de aan te leggen / te herstellen sloten) Figuur 3. Foto’s bestaande situatie 1.2 Aanleiding De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden. 1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten - en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).
7 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN). 1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000 -instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8). 1.3 Probleemstelling / doelstelling De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)? 2. Zijn er effecten op het NNN? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming) ? 8 2 Soortbescherming – Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden.
Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU -Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten. 2.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels in Overijssel staat in bijlage 3. 2.2 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. 2.3 Beschermingsregime andere soorten Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming.
Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier - en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5). 2.4 Zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. 2.5 Provinciale Omgevingsverordening Overijssel (POV) (actualisatie d.d. 3 maart 2021 en door Provinciale Staten vastgesteld). Citaat: “De Wet natuurbescherming biedt de mogelijkheid om soorten vrij te stellen van de in de wet opgenomen verbodsbepalingen om deze soorten te vangen en te doden.
Overijssel maakt voor bepaalde soorten van deze mogelijkheid gebruik, zodat die opzettelijk mogen worden gevangen als dit nodig is in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Het gaat om algemeen voorkomende soorten die niet in hun voortbestaan worden bedreigd en ook niet het gevaar lopen in hun voortbestaan te worden bedreigd. Ook de staat van instandhouding van deze soorten komt niet in gevaar. Het gaat uitsluitend om soorten die zijn beschermd op grond van artikel 3.10, eerste lid, van de Wet, de zogenaamde nationaal beschermde soorten. Deze soorten zijn niet beschermd op grond van de in artikel 3.5, van de Wet genoemde bijlagen bij de Habitatrichtlijn en internationale verdragen. Daarom is op grond van artikel 3.10, tweede lid, van de Wet een vrijstelling voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud mogelijk. De soorten die onder deze titel vallen, zijn soorten die onder het regime van de Flora - en faunawet waren vrijgesteld en op grond van de Wet als nationale soorten zijn beschermd. Voor deze soorten handhaafde de provincie Overijssel met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming de vrijstellingen die onder de Flora- en faunawet golden. Een vijftal soorten die eerder onder de Flora- en faunawet waren vrijgesteld worden nu niet langer vrijgesteld.
Het betreft de bunzing, egel, hermelijn, ondergrondse woelmuis en wezel. Voor de bunzing, hermelijn en wezel zijn onvoldoende gegevens bekend om aannemelijk te maken dat de staat van instandhouding niet in gevaar komt. De hermelijn staat bovendien op de Overijsselse aandachtsoortenlijst. Onderzoeksgegevens geven geen stabiel beeld voor de staat van instandhouding van de egel. De soorten bunzing, egel, hermelijn en wezel voldoen daarom niet langer aan de we ttelijke criteria 9 om voor vrijstelling in aanmerking te komen. De ondergrondse woelmuis is sinds 1990 niet meer waargenomen in Overijssel en wordt om die reden niet langer vrijgesteld. De overige soorten in bijlage 5 (noot: bijlage aangepast aan nummering van dit rapport) komen algemeen voor en de populaties van deze soorten verkeren in een gunstige staat van instandhouding. Het is juist bij soorten die zeer algemeen voorkomen, niet gewenst dat voor elke ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of elke ingreep in het kader van beheer en onderhoud een ontheffing aangevraagd moet worden. Soms is het ook in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna nodig om dieren te vangen. Bijvoorbeeld bij het overzetten van amfibieën. Uiteraard blijft wel de algemene zorgplicht (artikel 1.12 van de Wet) van toepassing.
Dit betekent dat het opzettelijk vangen van de vrijgestelde diersoorten zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Ook moet worden bekeken of voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling v an gebieden, dan wel het bestendig beheer en onderhoud, niet op een andere manier uitgevoerd kan worden waardoor opzettelijk vangen niet nodig is. De Omgevingsverordening biedt geen ruimte voor opzettelijk doden.” 10 3 Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet 3.1 Ligging onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000 -gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking. 3.2 Onderzoeksmethode Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies ) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten. Bij het veldbezoek was ook Mw. E. Post – Baak (OmgevingManager) aanwezig. 3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). (Periode laatste 5 jaar tot 6 januari 2019) • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna ( NDFF).
Hiervoor hebben we de gevalideerde data gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings - en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • ANEMOON (Flora en fauna van de zee) • Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) • De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) • EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) • FLORON (Planten) • Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) • RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) • Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) • TINEA (Micronachtvlinders) • Zoogdiervereniging (Zoogdieren) Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF.
Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • Alterra (landelijke vegetatiedatabank) • Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) • Naturalis Biodiversity Center • Natuurhistorisch Genootschap in Limburg • Natuurbank Limburg • Natuurnetwerk • Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) • Regelink Ecologie & Landschap • Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) • Stichting Staring Advies 11 3.2.2 Veldbezoek Er heeft 1 veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving plaatsgevonden. Datum: 20 april 2022 Tijdstip: Ochtend Weersbeeld: Licht bewolkt, droog Temperatuur: 13o Celsius Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten. 12 4 Inventarisatie natuurwaarden 4.1 Vogels (Wnb § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn 594 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 83 soorten vogels. Hierbij zijn 12 soorten uit de “Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel”. 1 Tabel 1. Waargenomen soorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2017 tot 15-4-2022 in het NDFF.
Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde nesten en met * de soorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Aalscholver IJsvogel* Roek Blauwe reiger* Kauw Roodborst Boerenzwaluw Kemphaan Roodborsttapuit Bonte vliegenvanger* Kievit Scholekster Boomkruiper* Kleine karekiet Sijs Brandgans Kleine mantelmeeuw Smient Bruine kiekendief Kleine zwaan Sperwer Buizerd Kneu Spreeuw* Fitis Knobbelzwaan Stormmeeuw Fuut Koekoek Tapuit* Gaai Koereiger Tjiftjaf Geelgors Kokmeeuw Torenvalk Gele kwikstaart Kolgans Tureluur* Gierzwaluw Koolmees Veldleeuwerik* Goudplevier Krakeend Vink Grasmus Kramsvogel Visdief Graspieper Kuifeend Waterhoen Grauwe gans Lepelaar Watersnip Grote bonte specht Matkop Wilde eend Grote gele kwikstaart Meerkoet Winterkoning Grote zaagbek Nijlgans Witte kwikstaart Grote zilverreiger Ooievaar Wulp* Grutto* Paapje Zanglijster Havik Purperreiger Zeearend Holenduif Putter Zilvermeeuw Houtduif Regenwulp Zwarte kraai Huismus Rietgors Zwartkop Huiszwaluw Rode wouw 83 soorten 1 Bijlage 4.1 van de Beleidsregel Natuur 2017 Overijsel (in werking sinds 1 september 2019). 13 Tabel 2. Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort Wrn Jaren Locatie t.o.v.
plangebied Boerenzwaluw 13 2017 Eén waarneming met broedindicatie bij Dwarsloot Oost 8 op > 1 kilometer ten O van de planlocatie. Buizerd 28 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Gierzwaluw 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Grote gele kwikstaart 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Havik 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Huismus 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Huiszwaluw 5 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Ooievaar 18 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Roek 23 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Sperwer 2 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Torenvalk 13 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie Zeearend 1 nvt Geen waarnemingen met broedindicatie De data in het NDFF is redelijk volledig. 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek zaten er geen vogels op het kavel. Er vloog wel een Graspieper over en bij de bomen langs de weg zaten een aantal spreeuwen. In het bosgebied ten ZW van de planlocatie zongen een aantal Vink, Tjiftjaf, Zanglijster en Roodborst. In de graslanden aan de overzijde van de Dwarslootweg Oost waren op een afstand van ca. 200 meter Wulpen aan het baltsen. De vegetatie op het perceel is vrij kort en kaal. Het is uitgesloten dat er vogels gaan broeden in dit perceel.
4.2 Vleermuizen (Wnb § 3.2) 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mo gelijk: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn in het onderzoeksgebied in de periode 1-1-2017 tot 15-4-2022 geen waarnemingen van vleermuizen geregistreerd in de NDFF. 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Verblijfplaatsen Er staan geen opstallen of bomen in het plangebied. Vliegroutes / foerageergebied Het betreft een kaal perceel zonder structuurvormende elementen. 14 4.3 Overige grondgebonden zoogdieren 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 3. Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 15-4-2022. Tabel 4. Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied . (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Hermelijn 2 1 2017, 2020 Beide waarnemingen bij de kruising Gasthuisweg / De Auken op ca. 800 meter ten W van het plangebied. Otter 21 1 2017 t/m 2020 Waarnemingen verspreidt in het onderzoeksgebied.
Dichtstbijzijnde op ca. 500 meter ten O en W van het plangebied langs de Dwarssloot- Oost. Steenmarter 1 1 2021 Waarneming bij De Auken op ca. 850 meter ten W van het plangebied. 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens de veldbezoeken zijn in het onderzoeksgebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. Het terrein is wel ‘geschikt’ voor kleine zoogdieren, zoals de Huisspitsmuis, Huismuis, Bruine rat, Bosmuis etc. Hermelijn: In het terrein bevindt zich een klein plukje met ruigte. Dit ligt geïsoleerd en betreft slecht enkele vierkante meters. Er zijn de ruigte geen sporen van marterachtigen aangetroffen. De verlenging van de sloot heeft mogelijk wel een positief effect op deze soort. Vooral wanneer de taluds flauw zijn en begroeid. Otter: Voor de Otter is er geen geschikt leefgebied in het plangebied aanwezig. De sloot ten noorden van de Dwarsweg Oost zal wel door de Otter worden gebruikt, maar hier vinden geen activiteiten plaats. Steenmarter: In de open weide zijn verblijfplaatsen voor Steenmarters uitgesloten. Er gaat voor Steenmarters geen functioneel habitat verloren. 4.4 Amfibieën, vissen en reptielen 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 2 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening Overijsel (zie bijlage 5).
Soort Status Bruine rat Onbeschermd Haas Wnb § 3.32 Hermelijn Wnb § 3.3 Huiskat Onbeschermd Mol1 Onbeschermd Muskusrat Onbeschermd Otter Wnb § 3.2 Ree Wnb § 3.32 Steenmarter Wnb § 3.3 Vos Wnb § 3.32 Woelrat Wnb § 3.32 15 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 5. Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 15-4-2022. Tabel 6. Waarnemingen beschermde soorten t .o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Ringslang 1 1 2019 Waarneming in bosrand op > 1,2 kilometer ten ZW van het plangebied. 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) Er zijn geen soorten amfibieën, vissen of reptielen aangetroffen in het plangebied. De beoordeling is met name gedaan op basis van expert judgement, omdat het momenteel geen geschikte periode om deze soorten waar te nemen. De kans om beschermde soorten aan te treffen is in de zeer kort begraasde weide uiterst gering. Er is een klein drassig gedeel te met enige ruigte in het perceel, maar dat is te klein om geschikt te zijn als leefgebied en valt zomers geheel droog. Er is geen geschikt habitat aanwezig. De verlenging van de sloot heeft een positief effect op met name het leefgebied van vissen en amfibieën.
4.5 Vlinders, libellen, juffers en insecten 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 7. Data NDFF in de periode 1-1-2017 tot 15-4-2022. Dagvlinders Status Libellen Status Atalanta Onbeschermd Bloedrode heidelibel Onbeschermd Bont zandoogje Onbeschermd Bruine korenbout Onbeschermd Dagpauwoog Onbeschermd Bruine winterjuffer Onbeschermd Groot dikkopje Onbeschermd Gewone oeverlibel Onbeschermd Klein geaderd witje Onbeschermd Grote keizerlibel Onbeschermd Klein koolwitje Onbeschermd Kempense heidelibel Wnb § 3.3 Kleine vos Onbeschermd Noordse winterjuffer Wnb § 3.2 Koninginnenpage Onbeschermd Steenrode heidelibel Onbeschermd Viervlek Onbeschermd Vroege glazenmaker Onbeschermd Vuurjuffer Onbeschermd Tabel 8. Waarnemingen beschermde soorten t .o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Kempense heidelibel 7 1 2021 Waarneming in Kuijersbosch op > 1,9 kilometer ten Z0 van het plangebied. Noordse winterjuffer 1 1 2021 Waarneming in Kuijersbosch op > 1,9 kilometer ten Z0 van het plangebied.
4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde vlinders, libellen, of juffers waargenomen. De beoordeling is met name gedaan op basis van expert judgement, omdat het momenteel matig geschikte periode om deze 3 Vrijgestelde soort op grond van de Omgevingsverordening Overijsel (zie bijlage 5). Soort Status Ringslang Wnb § 3.3 Groene kikker (Onb.) Wnb § 3.33 16 soorten waar te nemen. In de kort begraasde weide is geen geschikt habitat voor beschermde soorten aanwezig. 4.6 Vaatplanten 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd. Er zijn wel 1.341 waarnemingen van 259 onbeschermde soorten geregistreerd. 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Deze worden in de kort begraasde weide ook niet verwacht. 4.7 Overige beschermde soorten (Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.) 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd. 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.
17 5 Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten) 5.1 Vogels Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op soorten met jaarrond beschermde nesten en op soorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 5) zijn uitgesloten. Wel kunnen (dit hoeft niet het geval te zijn, derhalve geldt het voorzorgbeginsel) er v ogels gaan broeden in de directe omgeving in het broedseizoen 2022 of later. Deze zouden door de werkzaamheden verstoord kunnen worden. Dit geldt met name voor de aanleg van de fundering. Periode werkzaamheden (voorzorgsbeginsel) Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt geadviseerd om het bouwrijp maken voor het broedseizoen (globale richtlijn4 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Door vlaggen en linten te plaatsen kan vorkomen worden dat er vogels gaan broeden op het bouwrijpe perceel. Houd de vegetatie kort. Op deze wijze zijn effecten op vogels uitgesloten. 5.2 Vleermuizen Effectenbeoordeling Verblijfplaatsen Er staan geen opstallen of bomen in het plangebied. Effecten op verblijfplaatsen z ijn derhalve uitgesloten. Vliegroutes / foerageergebied Het betreft een kaal grasland met gedeeltelijke verharding zonder structuurvormende elementen. Effecten op beschermd soorten vleermuizen worden dan ook niet verwacht.
Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten. 5.3 Overige grondgebonden zoogdieren Effectenbeoordeling Er zijn geen geregistreerde waarnemingen van grondgebonden zoogdieren in het plangebied. Er is ook geen geschikt habitat aanwezig. Het gras is kort en grote stukken zijn kaal of verhard. Effecten op zoogdieren zijn uitgesloten. 5.4 Reptielen, amfibieën en vissen Effectenbeoordeling Reptielen Er zijn geen reptielen waargenomen in de directe nabijheid van het plangebied en het habitat is er ook niet optimaal voor. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effectenbeoordeling 4 Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat k an ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland).
18 Amfibieën Er is geen geschikt habitat aanwezig voor amfibieën. Het verlengen van de bestaande landbouwsloot heeft naar verwachting een positief effect. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effectenbeoordeling Vissen Er is geen open water aanwezig voor vissen. Het verlengen van de bestaande landbouwsloot heeft naar verwachting een positief effect. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. 5.5 Vlinders, libellen, juffers en insecten Effectenbeoordeling Dagvlinders Effecten op beschermde dagvlinders zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. Effectenbeoordeling Libellen en juffers Effecten op beschermde libellen en juffers zijn vanwege het ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten. 5.6 Vaatplanten Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Het betreft kort begraasd grasland. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten. 5.7 Overige diersoorten Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht. 5.8 Aanbevelingen voor natuurinclusief bouwen Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit eisen provincies en gemeenten steeds vaker dat bij renovatie en nieuwbouw met natuur inclusief ontwerpt. Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging hebben met steun van o.a.
de Provincie Overijssel een toolbox ontwikkel d (www.bouwnatuurinclusief.nl). Uit deze toolbox hebben we een aantal mogelijk bruikbare adviezen gehaald. Deze zijn opgenomen in bijlage 6. 19 6 NatuurNetwerk Nederland Binnen de provincie Overijssel zijn veel natuurgebieden. Die vormen samen een netwerk: het Natuur Netwerk Nederland. Dat netwerk bestaat uit bestaande natu urgebieden, maar er worden ook nieuwe natuurgebieden ontwikkeld. Het Natuur Netwerk Nederland is beschermd, je mag er bijvoorbeeld niet zomaar bouwen. Een deel van het Natuur Netwerk heeft zelfs Europese bescherming: de Natura 2000-gebieden (zie hoofdstuk 7). Maar ook buiten de Natura 2000-gebieden zijn stukken natuur die het beschermen waard zijn. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet in het NNN. Effecten van de bouw op het NNN kunnen dan ook worden uitgesloten. Figuur 4. Overzicht van plangebied (rode pijl) met ligging t.o.v. het NatuurNetwerk Nederland. (Bron: NDFF).
20 7 Natura 2000 gebieden (gebiedsbescherming) Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Zoals blijkt uit onderstaande figuur ligt het plangebied niet in de directe nabijheid (De Wieden ca. 850 meter) van Natura 2000 gebieden. Negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn derhalve met zekerheid uitgesloten. Figuur 5. Ligging van het plangebied (rode pijl) ten opzichte van Natura 2000-gebied De Wieden. (Bron: NDFF).
21 8 Conclusies 8.1 Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten) Als de aanbevelingen uit onderstaande tabel en hoofdstuk 5 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op beschermde soorten voorkomen worden en is er naar o nze mening geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Steenwijkerland) te laten bevestigen. Het is eventueel ook raadzaam om het rapport voor te leggen ter beoordeling aan de provincie Overijssel. Tabel 9. Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.
Soortgroep Ingreep verstorend Nader onderzoek noodzakelijk Wnb- ontheffing noodzakelijk Bijzonderheden / opmerkingen Vogels Broedvogels Nee, mits Nee Nee Zie verder paragraaf 5.1 Jaarrond beschermd Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.1 & 5.8 Vleermuizen Verblijfplaatsen Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.2 & 5.8 Vliegroutes Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.2 Overige zoogdieren Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.3 Amfibieën Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.4 Reptielen Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.4 Vissen Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.4 Libellen en vlinders Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.5 Vaatplanten Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.6 Overige soortgroepen Nee Nee Nee Zie verder paragraaf 5.7 8.2 Conclusie NatuurNetwerk Nederland Er zijn geen effecten op de NNN/EHS-gebieden te verwachten. 8.3 Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden) Er zijn geen effecten op de Natura 2000 -gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk voor de overige effecten. 22 9 Bronnen 9.1 Literatuur • Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. • Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest -Afrika, Tirion Natuur. • Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003.
Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Ra pport 08 -173, Culemborg. • Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Provincie Overijsel, 2019. Brochure: Soortenbescherming in Overijssel; Bunzing, egel, hermelijn en wezel. • SOVON 1987, Atlas van de Nederlandse Vogels. • SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998 -2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. • SOVON & CBS 2005, Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk, SOVON - informatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.
9.2 Geraadpleegde websites • www.sovonatlas.nl [verspreidingsgegevens vogels] • www.rijksoverheid.nl & [natuurwetgeving / soortbescherming & www.synbiosys.alterra.nl gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] • www.natuurloket.nl [waarnemingen van flora en fauna] • www.overheid.nl [actuele wetteksten] • www.uilen.org [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] • www.waarneming.nl [waarnemingen van flora en fauna] • www.zoogdieratlas.nl [waarnemingen zoogdieren] • www.ndff.nl • www.bouwnatuurinclusief.nl [toolbox Natuurinclusief bouwen] • https://calculator.aerius.nl/ [AERIUS-calculator 19.0]
23 BIJLAGE 1 Algemene verbodsbepalingen Wnb § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun n atuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.
Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 24 BIJLAGE 2 Proces beoordeling ontheffing Wnb Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer
25 BIJLAGE 3 Jaarrond beschermde vogels Overijssel Aanpassing: Beleidsregel Natuur Overijssel 2017 (ingaand 1 september 2019) Artikel 4.3.3 Vogels met jaarrond beschermde functionele leefomgeving Het verbod als bedoeld in artikel 3.1, lid 2 van de wet is jaarrond niet van toepas sing op nesten van soorten opgenomen in bijlage 4.2, Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel, als is aangetoond dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de betreffende soort(en) om zich te kunnen vestigen. [Toelichting: De vogelsoorten op de lijst “bijlage 4.2: Vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel”, zijn weliswaar soorten die vaak terugkeren naar waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Ze zijn op deze lijst geplaatst vanwege bijvoorbeeld de slechte staat van instandhouding waarin ze verkeren. Het zijn ook soorten die specifieke eisen stellen aan hun nestplaats en bijbehorend functioneel leefgebied, waardoor binnen de reikwijdte van de soort slechts beperkte alternatieve nestgelegenheden aanwezig zijn. Het gaat hier nadrukkelijk niet om gebiedsbescherming van deze soorten.
De bescherming van het functionele leefgebied, is alleen aan de orde als de betreffende soort voor zijn voortplanting uitsluitend afhankelijk is van dat betreffende functionele leefgebied en er geen alternatieven of uitwijkmogelijkheden in de omgeving zijn. Een omgevingsscan moet duidelijkheid geven over de feitelijke ecologische omstandigheden van de betreffende vogelsoorten ter plaatse. Als uit de omgevingsscan blijkt dat er geen zwaarwegende feiten en/of ecologische omstandigheden voor de betreffende soort op die locatie aan de orde zijn, hebben deze nesten alleen bescherming gedurende balts/nestbouw, broedperiode en verzorging vlieg vlugge jongen. Met andere woorden: in het broedseizoen zijn de nesten beschermd (artikel 4.3.1). Buiten het broedseizoen zijn de nesten/nestgebieden van deze vogelsoorten beschermd als er onvoldoende alternatieve nestmogelijkheden zijn. Hierbij speelt de flexibiliteit van de betreffende soort een rol: is de soort zelf in staat een nieuwe nestplaats te vinden? Accepteert een soort kunstmatige nestgelegenheid? Hoe flexibeler de soort, hoe minder zware maatregelen nodig zijn. Deze aspecten moeten nadrukkelijk aandacht krijgen in de omgevingsscan. De omgevingsscan moet ten minste informatie geven over: 1. de aard en omvang van de activiteit of handeling; 2. de invloedsfeer van de activiteit of handeling op het broedgebied van de soort; 3.
de effecten van de activiteit of ingreep op de jaarrond beschermde nesten; 4. de staat van instandhouding is van de vogelsoorten (bijlage 4.1 en 4.2); 5. op welke wijze de (mitigerende) maatregelen mogelijke negatieve effecten op de jaarrond beschermde soorten (bijlage 4.1) zullen voorkomen en dat de gunstige staat van instandhouding van de soorten (bijlage 4.2) niet in geding komt.] 26 Bijlage 4.1 bij Beleidsregel Natuur 2017 Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Overijssel # Naam Categorie 1 Boerenzwaluw 3 2 Boomvalk 4 3 Bosuil 3 4 Buizerd 4 5 Gierzwaluw 2 6 Grote gele kwikstaart 3 7 Havik 4 8 Huismus 2 9 Huiszwaluw 2 10 Kerkuil 3 11 Oehoe 3 12 Ooievaar 3 13 Raaf 4 14 Ransuil 4 15 Roek 2 16 Slechtvalk 3 17 Sperwer 4 18 Steenuil 1 19 Torenvalk 4 20 Wespendief 4 21 Zeearend* 4 22 Zwarte specht 3 23 Zwarte wouw* 4 * Deze soorten hebben een groeiende landelijke populatie en daarmee binnen enkele jaren kans op vestiging van een broedpaar in de provincie Overijssel. Categorie 1 Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2 Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Categorie 3 Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Categorie 4 Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 27 Lijst vogelsoorten met jaarrond beschermd functioneel leefgebied Overijssel # Naam Categorie 1 Blauwe reiger 5 2 Bonte vliegenvanger 5 3 Boomklever 5 4 Boomkruiper 5 5 Draaihals 5 6 Gekraagde roodstaart 5 7 Glanskop 5 8 Grauwe vliegenvanger 5 9 Groene specht 5 10 Grote bonte specht 5 11 Grutto 5 12 IJsvogel 5 13 Kleine bonte specht 5 14 Kortsnavelboomkruiper 5 15 Middelste bonte specht 5 16 Oeverzwaluw 5 17 Ringmus 5 18 Spreeuw 5 19 Tapuit 5 20 Tureluur 5 21 Veldleeuwerik 5 22 Wulp 5 23 Zomertortel 5 24 Zwarte mees 5 25 Zwarte roodstaart 5 Categorie 5 Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
28 BIJLAGE 4 Samenvatting NDFF (1-1-2017 tot 15-4-2022) Wnb - Vogelrichtlijn Boerenzwaluw Koekoek Geelgors Matkop Grasmus Roodborsttapuit Graspieper Tjiftjaf Grutto Vink Kievit Winterkoning Kleine karekiet Wulp Knobbelzwaan Zwartkop Wnb - Habitatrichtlijn Noordse winterjuffer Otter Wnb - andere soorten Groene kikker (Onb.) Ringslang Haas Steenmarter Hermelijn Vos Kempense heidelibel Woelrat Ree (Alleen vogels met broedindicatie in deze tabel, overige vogels zie tabel 1) 29 BIJLAGE 5 POV OVERIJSSEL
30
31
32
33 BIJLAGE 6 Adviezen natuurinclusief bouwen Advies 1 Vleermuizen (gevel)
34 Advies 2 Vleermuizen (kast) Vleermuis inbouwkast Type Schwegler 1FE (Veldshop.nl) . Of een externe kast. Links: Type: Vleermuizenkast Beaumaris Maxi (Vivara.nl) Rechts: Type: Vleermuis Zomergevelverblijf 1FQ (Veldshop.nl) Bron: https://www.checklistgroenbouwen.nl/maatregelen/maatr-details/inbouwkast-voor-vleermuizen
35 Advies 3 Huismus Inbouw (Vivarapro.nl): Losse nestkasten: Type: Systeem-nestkast huismus eco 34 mm (Vivara.nl)
Bijlage 3 Aeriusberekening Memo Aeriuscalculatie Zuidveen Bureau Biota 2022-099 1 van 5 Aerius-calculatie Adres: Dwarssloot Oost 6, Zuidveen, provincie Overijssel Huidige situatie: Kavel met agrarische bestemming, zonder bebouwing Plannen: Realisatie 1 grondgebonden woning Dit document geeft een beknopt overzicht en een toelichting bij de input voor de Aerius -calculatie aangaande plannen ter hoogte van het bovengenoemde adres. De calculaties zijn uitgevoerd op 23 juni 2022 door G. Milder-Mulderij, met de meest recente versie van Aerius Calculator. De meest recente uitdraai van Aerius is bijgevoegd als apart pdf-bestand welke direct in te lezen is in Aerius Calculator. Voor de calcuaties is ervan uitgegaan dat de geplande werkzaamheden gaan plaatsvinden in 2022. 1. Aanleiding Het terrein in kwestie (Figuur 1) bestaat uit een grasland waar voorheen bebouwing op stond, maar deze is afgebrand en verwijderd . Voor dit terrein liggen er plannen om een grondgebonden woonhuis te gaan realiseren. Om uit te vinden of de inge bruikname van deze woning een dusdanige stikstofemissie veroorzaakt dat er sprake kan zijn van stikstof depositie op nabijgelegen Natura 2000 gebieden is een Aeriuscalculatie vereist. Deze memo doet verslag van deze calculatie. Figuur 1 Globale ligging van het plangebied te Zuidveen, gemeente Steenwijkerland. Bron: Google Maps/Streetview.
Sinds 1 juli 2021 geldt er binnen de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering een Bouwvrijstelling: een vrij - stelling voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten (www. Rijksoverheid.nl). Voor een vergunningstraject hoeft sinds 1 juli alleen nog de stikstofneerslag (depositie) van de gebruiksfase in beeld te worden gebracht. Dit betekent wel dat er in de realisatiefase nog steeds (of misschien juist wel meer) nagedacht moet worden om de stikstofemissie zo veel mogelijk te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door de inzet van elektrische werktuigen of door leveringen geclusterd in te plannen en zo het aantal verkeersbewegingen te beperken.
Memo Aeriuscalculatie Zuidveen Bureau Biota 2022-099 2 van 5 Figuur 2 Ligging van het plangebied (zwarte stip) in Zuidveen, ten opzichte van omliggende Natura 2000 gebieden (groen gearceerd). Het meest dichtbijgelegen deel van Natura 2000 ligt op een afstand van circa 840 m van het plangebied. Bron: Ministerie van LNV. 2. Globaal overzicht emissiebronnen toekomstige situatie 1: Vrijstaande nieuwbouwwoning (gasloos); 2: Verkeersbewegingen bewoners. 3. Uitwerking te verwachten emissiebronnen De bovengenoemde te verwachten emissiebronnen kunnen worden onderverdeeld in verkeersbewegingen en emissies uit panden. In de toekomst zullen de bewoners zich naar verwachting deels met auto’s naar het terrein bewegen. Het is ons niet bekend dat deze bewoners uitsluitend gebruik maken van elektrische auto’s. Bovendien worden er verkeersbewegingen van onder andere pakketdiensten of anderszins leveringen aan huis verwacht waarvan de verwachting is dat deze nog niet allemaal elektrisch zullen verlopen. Door bewoning van het terrein zal er dus een aantrekking van verkeer plaatsvinden en dus emissie van stikstof door gebruik van voertuigen aangedreven met fossiele brandstof. Vanuit de nieuwe woning wordt geen stikstofemissie verwacht omdat sinds medio 2018 won ingen uitsluitend nog met alternatieve verwarmingsinstallaties mogen worden uitgerust, allemaal gasloos dus.
Fase Verkeersbewegingen Emissie uit panden Toekomst Ja (bewoners) Nee (want woning gasloos)
Memo Aeriuscalculatie Zuidveen Bureau Biota 2022-099 3 van 5 4. Toelichting calculatie verkeersbewegingen Voor het schatten van het aantal verkeersbewegingen gegenereerd door de toekomstige bewoner(s) van het plangebied is uitgegaan van de schattingen uit het document Toekomstbestendig parkeren. Van parkeercijfers naar par- keernormen van het CROW (2018). 4.1 Karakteristieken omgeving plangebied Zuidveen is een woonplaats met 245 huishoudens (www.allecijfers.nl). Het gemiddeld aantal adressen per km2 is voor Zuidveen ingeschat op 619. Dat is circa 6,2 adressen per hectare. Hiermee is het gebied waar dit het aangewezen plangebied gesitueerd is aangemerkt als weinig-stedelijk gebied (CBS). Met 245 huishoudens in Zuidveen valt deze regio onder woonmilieutype VI, Landelijk wonen. 4.2 Verkeersbewegingen toekomstige situatie De verkeersaantrekkende werking (mvtb, motorvoertuigbewegingen) van de toekomstige woning is als volgt ingeschat (CROW, 2018): Verkeersaantrekkende werking: 7,8 tot 8,6 mvtb per etmaal per woning (CROW: ‘Koop, huis, vrijstaand’) Aannames voor calculatie: • de woningen betreft een nieuwbouwwoning van het type ‘vrijstaand’; • verkeersgeneratie in niet-stedelijk gebied, buitengebied; • alle voertuigbewegingen betreffen licht verkeer (personenvervoer, Tabel 1), buiten bebouwde kom.
In het model is de verkeersaant rekkende werking van de toekomstige woningen gemodelleerd in twee rich- tingen: oost en west. In totaal gaat voor deze woning dan om gemiddeld 8,2 mvtb per dag. Voor elke richting is daarom uiteindelijk rekening gehouden met 5 mvtb per dag (bij wijze van marge naar boven afgerond). Er zijn geen vastgestelde richtlijnen voor het traject wat moet worden meegenomen bij het modelleren van verkeersbewegingen. Provincie Gelder land stelde hier een vuistregel voor op. Conform de vuistregel uit de Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof van de Pro vincie Gelderland dient voor personen - auto’s buiten de bebouwde kom een afstand van 80 meter aangehouden te worden voordat de verkeers bewe- gingen opgenomen worden in het heer sende verkeersbeeld. Een dergelijk e vuistregel is niet gevonden voor Provincie Overijssel. Daarom is voor de modellering uitgegaan van de trajectafstand genoemd in de checklist van provincie Gelderland (80 m) + marge van 10 m.
Memo Aeriuscalculatie Zuidveen Bureau Biota 2022-099 4 van 5 Tabel 1 Overzicht inschaling verkeer volgens invoerinstructie Aerius Calculator (PAS-bureau, 2020). 5. Conclusies 5.1 Condities waaronder de conclusies gelden De voorliggende conclusie is gebaseerd op de in deze memo genoemde aannames. Als blijkt dat de input op termijn achterhaald is, dan is een aangepaste Aeriuscalculatie vereist om vast te stellen wat de te verwachten depositie op Natura 2000-gebieden zal zijn. 5.2 Verwachte stikstofdepositie eindsituatie Bij de gebruiksfase wordt onder de genoemde aannames geen depositie van stikstof boven de 0,00 mol/ha/jr verwacht op stikstofgevoelige delen van omliggende Natura 2000 terreinen. 5.3 Geen negatieve effecten van stikstof in gebruiksfase op Natura 2000 – geen vergunning nodig Omdat met de voorliggende modellen in de doorgerekende situatie (gebruiksfase) geen depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden wordt verwacht zijn geen negatieve effecten van stikstofdepositie door de voorgeno- men plannen op Natura 2000-gebied te verwachten. Onder de condities beschreven in deze memo is dan ook geen vergunning van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel Gebiedsbescherming nodig voor eventuele effecten van stikstof.
Memo Aeriuscalculatie Zuidveen Bureau Biota 2022-099 5 van 5 6. Literatuur CROW (2018). Toekomstbestendig parkeren. Van parkeercijfers naar parkeernormen. PAS-bureau 2020. Instructie gegevensinvoer voor Aerius Calculator 2019A. Versie 0.1 Januari 2020. Provincie Gelderland. Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof van de Provincie Gelderland. Websites: www.aanpakstikstof.nl www.allecijfers.nl www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000/ www.gelderland.nl/bestanden/Gelderland/Vergunningen/DOC_Checklist_indieningsvereiste_wet_natuurbescherming.pdf Contactgegevens: Gabi Milder-Mulderij Oude Marswal 38 8015 ED Zwolle 06-24620314 g.milder@bureaubiota.com Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof. Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer.