CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

20191112 Startnota RES West Overijssel definitief Concept.pdf

Politieke Markt 10 december 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Startnotitie Regionale Energiestrategie West-Overijssel6.686 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnota Definitief concept 5 november 2019

Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 2 Voorwoord 1. Aanleiding ……………………………………………………………………………….….….5 2. Waarom samenwerken aan de RES in West-Overijssel? ……………….….…..6 . 3. Scope .…………………………………………………………………………………..……....7 4. Richtinggevende uitgangspunten ………………………………………………….…. 8 5. Participatie door inwoners, bedrijven raden, staten en algemene besturen……………………………………………………………………………………....12 6. Communicatie met inwoners ……………………………………………………….….14 7. Governance …………………………………………………………………………………..15 8. Maatschappelijke partners ……………………………………………………………..19 9. Capaciteit en organisatie…………………………………………………………...…..20 10. Kostenraming ..……………………………………………………………………….….…21 11. Tijdlijn …………………………………………………………………………………………22 Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 3 Voorwoord Nederland heeft het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend en haar doelstellingen bepaald voor 2030 (49% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990) en 2050 (minimaal 80-95% CO2-emissiereductie ten opzichte van 1990). Voor de uitwerking van de afspraken werd op 28 juni 2019 door het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. De volledige tekst van het Klimaatakkoord telt 250 pagina's.

Voor de decentrale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) is een belangrijk onderdeel van het akkoord het opstellen van Regionale Energiestrategieën in 2020 De Regionale Energiestrategie (RES) geeft een overzicht van lopende projecten, plannen en strategische keuzes voor de korte en lange termijn. De RES geeft inzicht in het realiseren van de transitie. Met een horizon van 2030 en een doorkijk naar 2050. In deze startnota spreken we - provincie, gemeenten en waterschappen in West-Overijssel - met elkaar af een Regionale Energiestrategie voor West- Overijssel op te stellen. Ook komen we een aantal uitgangspunten overeen. In dit proces is ruimte om maatschappelijke partners uit te nodigen voor deelname. We doen dit in een context die verandert. Transities zijn per definitie dynamisch en brengen onzekerheden met zich mee, maar ook kansen. In het Klimaatakkoord is in Hoofdstuk D7 aangegeven wat met de RES wordt beoogd: Het is in deze fase nog te vroeg om aan te geven hoe de concept RES beoordeeld gaat worden. Uitgangspunt is dat de concept RES in gezamenlijkheid tot stand komt en dat het voortbouwt op de bestaande ambities van de decentrale overheden en waar mogelijk het proces van duurzame opwek van elektriciteit en verduurzaming van de gebouwde omgeving gaat versnellen. Ook het proces van uitvoering komt later aan de orde wanneer we de RES 1.0 gaan opstellen.

Daarom spreken we van een startnota die markeert dat de gemeenten, provincie, waterschappen, maatschappelijke partners en inwoners beginnen aan een (meerjarig) proces van samenwerking in de energietransitie gericht op 2030, met een doorkijk naar 2050. In de loop van de tijd zullen omstandigheden en inzichten wijzigen en zal ook de aanpak en de samenwerking aan verandering onderhevig zijn. Niemand kan op dit moment (najaar 2019) overzien wat de volledige impact zal zijn van de energietransitie op het landschap, de economie, de mobiliteit, de wijze van wonen en werken en zeker nog niet tot op het niveau van de eigen woning en woonomgeving. Juist om die reden In de RES werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders (voor gas, elektriciteit en warmte), het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Dit doen zij voor de opwekking van duurzame elektriciteit (35 TWh), de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen) en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. Deze keuzes worden vertaald naar gebieden, projecten en naar de implementatie en uitvoering van die projecten. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 4 hebben de decentrale overheden de handen ineen geslagen om tot een gezamenlijke strategie te komen.

Zij zijn in staat om, samen met de inwoners, adequaat te reageren op de uitdagingen die de komende decennia op ons af komen. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 5 1. Aanleiding Het Klimaatakkoord is door de koepels van de decentrale overheden ondertekend, c.q. de Unie van Waterschappen, het Inter Provinciaal Overleg en de Vereniging Nederlandse gemeenten. Hiermee kiezen de aangesloten bestuursorganen om gezamenlijk op regionaal niveau samen te werken aan de energietransitie. Het is een complexe opgave die bovendien samenhangt met andere opgaven in de regio zoals opgaven rond het landelijk gebied, klimaatadaptatie, economische ontwikkeling, woningbouw en infrastructuur. Keuzes die zoveel mogelijk in samenhang moeten worden gemaakt omdat zij immers allemaal ruimtelijke effecten hebben die een bovenlokale dimensie hebben. We hebben energiebronnen nodig om te kunnen wonen en werken. Als de gaskraan dicht gaat, willen we in West-Overijssel onze huizen duurzaam kunnen verwarmen en onze fabrieken laten draaien. Steeds meer gas- en kolencentrales sluiten. De vraag naar elektriciteit uit wind- en zonne-energie stijgt snel. In West-Overijssel nemen we als gemeenten, provincie en waterschappen onze verantwoordelijkheid om op tijd een strategie te ontwikkelen die er voor zorgt dat we in 2030 voldoende warmte beschikbaar hebben voor onze bedrijven en gebouwen.

En dat we voldoende elektriciteit opwekken uit zon- en windenergie. Daarmee leveren we tegelijk een bijdrage aan de nationale doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Onze bijdrage bestaat uit: Tafel elektriciteit bijdrage aan:  “hernieuwbaar op land” (wind+zon): 35 TWh in 2030;  opslag en gevolgen energie-infrastructuur. Tafel gebouwde omgeving In een Regionale Structuur Warmte vindt een inventarisatie plaats van:  (potentiële) bronnen warmte;  warmtevraag;  afwegingen toedeling warmtebronnen;  gevolgen warmte-infrastructuur. 2021 borging RES in transitievisies warmte, wijkplannen en omgevingsplannen van Rijk, provincie en gemeenten. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 6 2. Waarom samenwerken aan de RES in West-Overijssel? Bedrijven, inwoners, overheden en maatschappelijke organisaties in West- Overijssel hebben forse ambities voor een toekomstbestendige regio. Dat blijkt o.a. uit de gemeentelijke coalitieakkoorden. Gemeenten geven daarin aan energieneutraal te willen zijn, in tijd variërend van 2023 tot 2050. Nu al nemen bedrijven, energiecoöperaties en (semi-)overheden daarvoor tal van initiatieven. Daarom, en ook om de volgende redenen, is nauwere samenwerking op West-Overijsselse schaal wenselijk.

De RES-partners in West-Overijssel die zich verplicht hebben in het kader van het Klimaatakkoord samen te werken, zijn de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, het waterschap Drents Overijsselse Delta, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Vechtstromen en de provincie Overijssel. Zij hebben - afzonderlijk van elkaar - hoge ambities voor duurzame energieopwekking en duurzame warmtevoorziening. Om de gevraagde bijdrage aan de doelen uit het Klimaatakkoord te halen, moet het tempo van planning en realisatie van de opwekking van duurzame elektriciteit op land en de warmtetransitie omhoog. Daar komt nog bij dat de energieprojecten steeds omvangrijker worden. Dit alles vraagt om bundeling van kennis, financiële middelen en organisatiekracht. Het elektriciteitsnet wordt zwaarder belast door de aansluitingen van zonne- en windparken. Capaciteitsuitbreiding van het net vraagt om forse investeringen in (inter)regionaal verband, omdat het grote gebieden doorkruist, en niet ophoudt bij een gemeentegrens of regio. Een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten staat bij alle partners hoog in het vaandel. Als we de directe omgeving zo veel mogelijk willen laten delen in de opbrengsten, is extra investeringskracht nodig.

Samenwerking levert die extra investeringskracht en financiële instrumenten o.a. voor het benutten van het lokale eigendom. De diversiteit aan mooie landschappen is karakteristiek voor West- Overijssel. Het effect van zonne- en windparken op die landschappen is groot. En daarmee ook op de beleving van het landschap van bewoners en bezoekers die niet gebonden is aan gemeentegrenzen. Daarom beschouwen we de beleving van onze landschappen op lokale èn regionale schaal. En houden daar rekening mee bij de inpassing van zonne- en windparken. Tot slot is het zaak om onze strategie voor West-Overijssel af te stemmen op die van de aangrenzende RES-regio’s. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 7 3. Wat is de opgave voor de RES? De handleiding voor de RES laat vrij hoe breed de regio de energiestransitie wil insteken. Voorgesteld wordt de focus te leggen op elektriciteitsopwek op land en de warmtetransitie. Ook de impact op de infrastructuur voor energie wordt daarin meegenomen. We zoeken daarbij de verbinding met andere transities zoals de ontwikkeling van het landelijk gebied, klimaatadaptatie en circulaire economie. De energietransitie in mobiliteit en industrie vormt geen onderdeel van de RES maar de impact en mogelijkheden van mobiliteit en industrie worden op hoofdlijnen wel meegenomen.

Voor zover relevant op het schaalniveau van West-Overijssel, zoeken we ook hier de samenhang. Doel is om in afstemming met maatschappelijke partners te komen tot een door gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van de Waterschappen vastgestelde RES voor West-Overijssel met daarin:  de opgave voor opwekking van duurzame elektriciteit in de regio;  de Regionale Structuur Warmte met daarin de strategie voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving c.q. het inzichtelijk maken van beschikbare warmtebronnen en de verdeling hiervan en daarmee onze regionale bijdrage aan de nationale opgave;  de benodigde infrastructuur voor energie;  de uitvoeringskaders en de bijbehorende governance voor de RES. De RES wordt gevormd door de strategieën voor elektriciteits- en warmteopwekking, en de benodigde infrastructuur. De infrastructuur is een cruciaal onderdeel, dat beide strategieën verbindt. Het gaat om een integraal energiesysteem, omdat de twee opgaven op elektriciteit en warmte niet volledig los van elkaar gezien kunnen worden. De omvang van de energietransitie heeft een groot effect op de beleving van het landschap. Het ruimtebeslag nodig voor energieopwekking en de (nieuw aan te leggen) infrastructuur kan, afhankelijk van de gemaakte keuzes, groot zijn.

Tegelijkertijd vragen ook verduurzaming van de landbouw, woningbouw, natuur, wateropgaven en tal van andere opgaven extra ruimte. In West-Overijssel streven we naar een energiestrategie die zo veel mogelijk kansen biedt voor koppeling met andere opgaven, met zo min mogelijk belemmeringen voor deze opgaven. We nemen de beleidsvorming voor die andere opgaven echter niet over. In de RES, wordt naast de twee opgaven op elektricteiten en warmte aangegeven hoe, uiterlijk bij de vaststelling van de RES 1.0, de uitvoeringskaders en de bijbehorende governance worden vormgegeven. De RES wordt immers na twee jaar weer herzien in een RES 2.0 en na wederom twee jaar in een RES 3.0. Om helder zicht te hebben op de uitvoering is het nodig om inzicht te bieden binnen welke kaders de RES gerealiseerd kan worden en hoe hiervoor de governance van de deelnemende bestuurlijke en maatschappelijke partijen wordt ingericht. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 8 4. Richtinggevende uitgangspunten 4.1 Integrale benadering Uitgangspunt is om zo veel mogelijk de opgaven voor de energietransitie in de regio integraal te benaderen. De voorstellen in het kader van de RES dienen zo goed mogelijk te worden onderbouwd. De RES West-Overijssel streeft naar een optimale balans tussen de vier hoekpunten in onderstaand schema.

Daarbij kijken we niet alleen naar de energieopgave, maar maken een afweging in de context van de andere opgaven in de regio. Onder maatschappelijke kostenefficiency verstaan wij: kosten voor infrastructuur en de kostencomponent van de gekozen opwekopties. 4.2 Vanuit lokale context trapsgewijs toewerken naar een regionaal bod Het is een gegeven dat de afzonderlijke bestuurlijke partijen in de RES West- Overijssel verschillen kennen in tempo en tijdpad in relatie tot de energietransitie. Sommigen hebben al concrete uitspraken over de ambities, anderen staan nog aan het begin. Ook de mate waarin inwoners en maatschappelijke partners participeren in de lokale context van de energietransitie loopt uiteen. Tegelijkertijd kent de RES de ambitie om tot een gezamenlijk bod te komen. Dat is een uitdaging, zeker gezien de termijn: in april 2020 een bestuurlijk vastgestelde concept RES. Om die reden is gekozen om de RES West-Overijssel trapsgewijs op te bouwen volgens onderstaand schema:

Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 9 Het doorlopen van stap 1 en 2 is iteratief en wordt, indien nodig, herhaald. De minimumomvang van het regionale bod (stap 3), is nu nog niet bekend. Dit zullen de RES-partners gezamenlijk bepalen tijdens dit proces. Hoe de resterende opgave verdeeld wordt (stap 4) is ook nog niet bekend. Daar stellen we in een latere fase spelregels voor vast. “Voor de vergelijkbaarheid van de regionale bijdragen voor de hernieuwbare opwek en besparing is het belangrijk dat deze optelbaar zijn. Dit is belangrijk om zicht te houden op het behalen van de overkoepelende nationale opgave uit het Klimaatakkoord. Dit betekent dat de RES als product moet voldoen aan de landelijke analyse, monitoring- en rekensystematiek zoals deze is ontwikkeld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).” De Concept RES wordt naar verwachting tussen juni en oktober 2020 door het PBL beoordeeld en doorgerekend. De beoordeling en doorrekening bieden inzicht in de mate waarin de regionale inzet optelt tot het bereiken van de nationale klimaatdoelstellingen en in hoeverre er rekening is gehouden met verschillende, voor RES relevante, kaders. Het PBL rekent door, telt op en rapporteert aan het nationaal programma RES of er een restopgave is en zo ja, van welke omvang en waar kansen/belemmeringen zitten.

Mocht voor West Overijssel een restopgave worden vastgesteld, danmoeten we opnieuw de bovenstaande stappen 4 en 5 herhalen. 4.3 Spelregels voor lokale regie in een regionale context Enerzijds wordt de RES opgebouwd vanuit de lokale situatie en anderzijds zal vanuit het potentieel van de regio gekeken worden wat dit betekent voor de energieopgave, de ruimtelijke kwaliteit en infrastructuur. Dit alles met aandacht voor de maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kostenefficiency. Juist vanwege dit spanningsveld is het nodig aan de voorkant de volgende spelregels met elkaar af te spreken:

Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 10 1. De RES is gebaseerd op lokale regie in een regionaal proces van samenwerking. 2. De vastgestelde RES 1.0 is voor alle bestuurlijke partijen uitgangspunt voor de omgevingsvisie, de warmtevisie en de wijk- en omgevingsplannen. 3. Samen uit, samen thuis. 4. Voor het geval we het niet met elkaar eens kunnen worden, stellen we een escalatiemodel vast. 5. We spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de RES waarin gezocht wordt naar een weging tussen lasten en lusten die recht doet aan de kwaliteiten van West-Overijssel. Met het uitgangspunt lokale regie in een regionale context wordt bedoeld dat de RES zo veel mogelijk aansluit op wat er aan lokale kansen en mogelijkheden is of wordt ontwikkeld. De verwachting is dat gemeenten deze kansen en mogelijkheden inbrengen in het proces van de RES. In regionaal verband kan overeengekomen worden dat de opgave voor de gemeenten verdergaat dan men lokaal voor ogen heeft. Doel is om hier samen uit te komen met de kanttekening dat het geen vrijblijvend proces is.

Het begrip “Samen uit, samen thuis” vraagt van alle deelnemende bestuurlijke partijen dat zij zich, op basis van een vastgestelde startnota, committeren aan het proces van vorming van een RES die ook mede het uitgangspunt vormt voor de uitwerking in de instrumenten die lokaal de kaders bepalen voor ontwikkelingen op het gebied van ruimte en energie. Dit betekent ook dat er een weging plaats gaat vinden tussen “lusten en lasten” in relatie tot ieders bijdrage aan de RES die niet alleen recht doet aan de lokale context maar ook aan de kwaliteiten van West-Overijssel als geheel. Desondanks is het voorstelbaar dat er een situatie ontstaat waarin de bestuurlijke partners in de RES het niet met elkaar eens kunnen worden. Daarom is het nodig om aan de voorkant met elkaar af te spreken hoe in zo’n situatie geëscaleerd wordt. 4.4 Bestuurlijk proces Een volgend belangrijk uitgangspunt is dat iedere bestuurlijke partner in de RES een eigen context heeft als het gaat om de energietransitie. Daarom kiezen we voor een bestuurlijk proces dat gestuurd kan worden door de verschillende portefeuillehouders. Dit vraagt om lokaal maatwerk. Het is aan de betreffende portefeuillehouder resp.

het College en/of Dagelijks Bestuur om in overleg met de raden, staten en algemene besturen te bepalen op welke wijze de RES besproken wordt in de gemeenteraad, provinciale staten of algemeen bestuur van het waterschap. Het besluitvormingsproces kent drie momenten die gezamenlijk worden doorlopen: 1. “de startnota”: vast te stellen door raden, staten en algemeen besturen; 2. “de Concept RES”: samenhangend regionaal bod vast te stellen door de Colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en de dagelijkse besturen van de waterschappen; 3. “de RES 1.0”: vast te stellen door gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de Waterschappen. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 11 De concepten voor de documenten 1, 2 en 3 worden door het Bestuurlijk Platform Energietransitie West-Overijssel vastgesteld en doorgeleid naar de besluitvormende organen van de bestuurlijke partners in de RES. In afwijking van het eerste concept van de startnota (16 april 2019) wordt een andere procedure voorgesteld voor het vaststellen van de Concept RES. Voorgesteld wordt om de –Concept RES in april 2020 vast te laten stellen door de Colleges van B&W, GS en het DB van de Waterschappen.

Concreet betekent het dat in stap 1 de raden, provinciale staten en algemene besturen aan het begin van het proces de opdracht geven voor het, in gezamenlijkheid, opstellen van een RES, volgens de in de startnota vastgestelde uitgangspunten. Dit is primair een procesbesluit. In stap 2 nemen de Colleges en het DB het voortouw in het vaststellen van de bijdrage van West Overijssel in de landelijke opgave. Het zogenaamde “bod” op energieopwek en warmte wordt ingebracht bij het Nationaal Programma en zal daar beoordeeld worden. De Concept RES heeft dus in zichzelf een voorlopig karakter en kan pas na beoordeling in een definitief bod worden omgezet. De gemeenteraden, provinciale staten worden nauw betrokken bij de ontwikkeling van de concept RES. Zo worden er diverse plenaire bijeenkomsten georganiseerd en is er een actieve uitwisseling en samenwerking mogelijk via de werkgroep RSAB-RES West Overijssel. In mei 2020 wordt de Concept RES behandeld in de gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemene besturen van de Waterschappen. Daarbij kunnen door de volksvertegenwoordigende organen in de vorm van een motie met wensen en bedenkingen worden vastgesteld, die helder de opvattingen weergeven van de betreffende gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemene besturen van de Waterschappen.

Voorafgaand aan de formele besluitvorming heeft de werkgroep RSAB dialoogbijeenkomsten georganiseerd voor alle regionale volksvertegenwoordigers (gemeenteraden, provinciale staten en algemeen bestuursleden waterschappen). Dit bouwt voort op de eerste twee regionale informatiebijeenkomsten van 24 mei en 18 oktober 2019. Na de behandeling van de Concept RES in de raden, staten en ab’s en de daar vastgestelde moties met wensen en bedenkingen wordt, parallel aan de landelijke doorrekening, in de regio de dialoog voortgezet tussen de volksvertegenwoordigers. Door dezelfde procedure te hanteren bij het vaststellen van wensen en bedenkingen ontstaat een vergelijkbaar beeld vanuit alle raden, ab’s en provinciale staten. De voorzitter van de stuurgroep RES biedt vóór 1 juni 2020 de Concept RES aan het Nationaal Programma RES aan. In stap 3, nadat de definitieve opgave voor West Overijssel bekend is, in oktober 2020, wordt verder gewerkt aan een definitieve RES 1.0, waarbij de wensen en bedenkingen van de verschillende volksvertegenwoordigende organen belangrijke input vormen. De definitieve RES 1.0 wordt vastgesteld vóór 1 maart 2021 door de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de waterschappen en is daarmee kaderstellend voor de Regionale Energiestrategie West-Overijssel. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 12 5.

Participatie door inwoners, bedrijven, raden, staten en algemeen besturen De maatregelen uit het Klimaatakkoord, en dat geldt zeker ook voor de RES, raken aan hoe mensen in West-Overijssel wonen, werken en leven. Het Klimaatakkoord stelt dat daarom de wensen en zorgen van burgers en bedrijven zichtbaar meegewogen moeten worden in de keuzes die gedurende de transitie gemaakt worden. Het Klimaatakkoord stelt verder dat “draagvlak en acceptatie gerealiseerd kunnen worden als de besluitvorming transparant is en de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden”. Dit betekent bijvoorbeeld bij hernieuwbare energie op land dat burgers en bedrijven de kans krijgen om mee te denken over hoe projecten gerealiseerd worden en zo mogelijk ook kunnen delen in de opbrengst. Want meedenken is voor veel mensen een voorwaarde voor meedoen. In de uitvoering van de RES houden wij ons aan de in het Klimaatakkoord vastgelegde afspraken over burgerparticipatie bij de wijkgerichte aanpak en projectparticipatie bij hernieuwbare energieopwekking. Dat betekent dat wij handvaten zullen ontwikkelen voor ontwikkelaars en financiers voor de beoogde participatieve aanpak en dit een rol geven in de besluitvorming over ruimtelijke kaders, zoals omgevingsvisies, omgevingsplannen en projectbesluiten.

Als bevoegd gezag controleren we of marktpartijen opereren conform deze aanpak en op gelijkwaardige voet samenwerken met de omgeving en deze niet ziet als een te nemen hobbel in het vergunningstraject. Evenwichtige eigendomsverdeling We gaan uit van een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied, waarbij we streven naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven). Het gaat hierbij om eigendom, niet om financiële participatie. We faciliteren en ondersteunen de lokale energie-initiatieven, zodat zij niet alleen een rol hebben in de procesparticipatie binnen de strategievorming, maar ook bij de uitvoering en het realiseren van lokaal eigendom van de productie. Visie en aanpak Het proces van participatie in de RES zal zich al werkende weg ontwikkelen. We maken bij participatie een onderscheid tussen:  Representatieve participatie op RES-niveau (procesparticipatie);  Directe inwonersparticipatie en representatieve participatie op lokaal niveau (procesparticipatie);  Projectparticipatie: financiële participatie en lokaal eigendom (in de uitvoeringsfase). Daarnaast zijn er twee fases te onderscheiden. 1. In de eerste fase, die van de Concept RES, gaat het om het ontwikkelen en vaststellen van een gezamenlijke energiestrategie als bijdrage aan de landelijke doelstelling. 2.

In de tweede fase gaat het om het daadwerkelijk invullen en realiseren van de RES 1.0. In deze startnota beperken wij ons tot fase 1. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 13 Op RES-niveau voeren we de representatieve participatie met onze partnerorganisaties (zie onder 8) binnen de governance van de RES uit. Een belangrijke rol is weggelegd voor de werkgroep Raden, Staten en Algemene besturen, kortweg RSAB (zie hoofdstuk 7) De directe inwonersparticipatie en representatieve participatie op lokaal niveau voeren we op gemeentelijk niveau en onder verantwoordelijkheid van de 11 deelnemende gemeenten uit. Het primaat voor participatie met de inwoners ligt dus bij de gemeenten. Zij organiseren het participatieproces met de eigen inwoners en bedrijven. De RES-organisatie faciliteert en stimuleert waar nodig. Hierbij gaan we wel uit van de volgende gezamenlijke uitgangspunten en kaders zoals vastgelegd in het communicatie- en participatieplan:  Participatie in een zo vroeg mogelijk stadium, om zo de maatschappelijke acceptatie te vergroten;  De participatie vindt plaats vanuit de heldere boodschap over de omvang van de opgave waar we binnen West-Overijssel voor staan: die staat vast. Daarnaast betrekken we inwoners en ondernemers in het hoe en waarom van deze opgave en in de aanpak.

Het gemeenschappelijke verhaal van de energietransitie in West-Overijssel vormt hiervoor voor iedere partner de basis.  Vooraf geven de gemeenten heldere kaders mee aan de participanten, over wie waarover beslist, i.c. in stap 1 het vaststellen van deze startnota.  In stap 2, de Concept RES, betekent dit voor de procesparticipatie dat vooraf duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om de input die geleverd wordt door de participanten, die wordt ingebracht in het RES-proces. Hierbij is het de rol van maatschappelijke organisaties om hun inbreng in de RES te verwoorden. Het krappe tijdsbestek en de complexiteit van een gezamenlijk besluitvormingsproces met zoveel bestuursorganen leent zich niet voor een succesvol participatieproces met inwoners op regionaal niveau. De beslissingsbevoegdheid, over wat de bijdrage van West-Overijssel wordt aan de landelijke opgave, ligt bij de bevoegde bestuurlijke organen binnen het samenwerkingsverband RES.  In stap 3, de RES 1.0, waarbij duidelijk is wat de opgave definitief wordt, gaat het om uitwerking naar de meer concrete invulling naar zon en wind en evt. aanvullende technieken. Dit is een uitwerking waar gemeenten primair aan zet zijn en dus ook kiezen hoe zij het participatieproces met inwoners in willen richten.  We stemmen participatie-activiteiten vooraf met elkaar af.

We slaan daarbij steeds de brug tussen het gezamenlijke op regioniveau en het lokale en delen ervaringen met elkaar. We gaan als regio centraal communiceren, waarbij er naast de standaard communicatievormen ruimte is voor de eigen lokale verbanden. Hierdoor kan iedereen het eigen uitvoeringstempo bepalen op basis van de lokale autonomie, maar is er daarnaast tegelijk sprake van een gezamenlijk verhaal naar de inwoners binnen de RES-regio. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 14 6. Communicatie met inwoners De energietransitie is een opgave van ons allemaal. Dat dit in de samenleving (nog) niet overal zo gevoeld wordt, vraagt allereerst om kennisoverdracht en het delen van de urgentie.  Inzet op de energietransitie is hard nodig. De manier waarop wij op dit moment voorzien in onze energiebehoefte leidt op termijn tot schaarste aan grondstoffen en tot grote milieuproblemen. Mede door de klimaatverandering beseffen we bovendien dat dit ook risico’s met zich meebrengt voor onze veiligheid en gezondheid.  Bewustwording en het gevoel van eigenaarschap dragen bij aan de maatschappelijke acceptatie en kan als kans worden gezien om lokale initiatieven en wensen verder te brengen wat weer bijdraagt aan de versnelling op de energie-opgave. De RES maakt duidelijk dat de energietransitie een belangrijke impact krijgt op het wonen en leven in West-Overijssel.

In deze fase van de RES is nog niet exact duidelijk te maken welke concrete gevolgen de energietransitie heeft voor de inwoners. Het is een strategie, nog geen uitvoeringsplan. Uitgangspunt is daarom dat we de RES inpassen in de lokale communicatie rond de energietransitie/duurzaamheid. Deze lokale insteek wordt regionaal intensief ondersteund met een kernboodschap, informatie enz. De nadruk ligt daarbij op bewustwording en informatie over het proces, zodat inwoners niet verrast worden door besluitvorming over de RES. We spreken dan ook niet zozeer over het creëren van draagvlak; de nadruk ligt op acceptatie van deze stap in de energietransitie. Een belangrijk aspect voor inwoners is of de maatregelen die in de energietransitie c.q. het Klimaatakkoord worden genomen door de samenleving opgebracht kunnen worden. Dit maakt dat het financiële aspect naast de inhoudelijke afweging een rol zal spelen in het keuzeproces. In de communicatie zijn de gegevens die uit de landelijke doorrekening van het Klimaatakkoord komen van groot belang. We vertellen het hele verhaal. Daarbij geven we veel ruimte voor de verbeelding en sluiten we aan bij onze kernwaarden en gedeelde belangen.

Zonder de negatieve effecten van de energietransitie te negeren of te kort te doen hebben we oog voor kansen en de positieve effecten zoals een gezond leefklimaat, een nieuwe groene economie, werkgelegenheid en comfortabelere woningen. Stad en platteland staan daarbij samen aan de lat, net als overheden, maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers. Jongeren en het bedrijfsleven krijgen een belangrijke rol in de communicatie over de RES. De RES gaat over de energietransitie in de toekomst waarin jongeren van nu de volwassenen in 2030 zullen zijn. Voor bedrijven geldt dat zij èn een bijdrage kunnen gaan leveren aan opwek van elektriciteit en energiebesparing plus dat er kansen zijn op economisch vlak om nieuwe producten en diensten te gaan leveren. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 15 7. Governance Uitgangspunt in de aansturing van en besluitvorming over de RES West- Overijssel is dat enerzijds alle betrokkenen maximaal input kunnen leveren voor de strategie en anderzijds de RES een bestuurlijke verantwoordelijkheid van de decentrale overheden is. Daarom is de organisatie van de RES zo ingericht dat de besluitvorming over de concepten in het kader van de RES plaatsvindt in het Bestuurlijk Platform Energietransitie West-Overijssel.

Hierin zijn alle gemeenten in West-Overijssel, de provincie Overijssel en de waterschappen vertegenwoordigd, aangevuld met de netbeheerders in een adviserende rol. Het bestuurlijk platform doet een voorstel aan de bevoegde bestuurlijke organen voor de Concept RES en de RES 1.0 in de vorm van een concept besluit. Het besluit over “de Concept RES” wordt door de Colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en Dagelijks Bestuur van de Waterschappen vastgesteld en besproken met resp. de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen. De Concept RES wordt aan het Nationaal Programma RES (NPRES) aangeboden door de voorzitter van de stuurgroep. De uiteindelijke bevoegdheid om in te stemmen met de definitieve RES 1.0 ligt bij de gemeenteraden, Provinciale Staten, en de Algemene Besturen van de waterschappen in West-Overijssel. De besluitvorming in het bestuurlijk platform wordt voorbereid door de Stuurgroep RES West-Overijssel, waarin naast een aantal bestuurders van

Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 16 de gemeenten, de gedeputeerde met portefeuille Energie van de provincie en één bestuurder namens de waterschappen en één bestuurder namens de netbeheerders zitting hebben. De stuurgroep is aangevuld met een bestuurder van de maatschappelijke organisaties namens de adviesgroep RES West-Overijssel (zie punt 8). De primaire taak van de stuurgroep is om te zorgen voor een goed besluitvormingsproces. In dit kader zal er overleg zijn met de werkgroep RSAB-RES West Overijssel. De voorzitter van de stuurgroep zal de RES West-Overijssel vertegenwoordigen in de landelijke overleggen over de RES. De werkgroep RSAB-RES West Overijssel bestaat uit een vertegenwoordiging van alle betrokken gemeenteraden, de Provinciale Staten en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De activiteiten van de werkgroep kunnen bestaan uit het volgende:  Versterken van de informatiepositie van volksvertegenwoordigers in de regio.  Adviseren van de stuurgroep over het formele besluitvormingsproces  Afstemmen en voorbereiden van de agenda’s van de raden, staten en algemene besturen  Aansturen van de voorbereiding van de regionale bijeenkomsten voor volksvertegenwoordigers De werkgroep heeft een eigen secretaris.

De werkgroep richt zich op het, vanuit het perspectief van de volksvertegenwoordigers, adviseren over het proces van totstandkoming en besluitvorming van de RES. Omdat het een nieuwe vorm is van samenwerking in een regio wordt het ondersteund door het Ministerie van BZK in het kader van het programma “Democratie in actie”. De stuurgroep wordt ondersteund door de kerngroep RES West-Overijssel die tot taak heeft om op proces en inhoud de RES, op basis van de door de stuurgroep opgestelde opdrachten en kaders, voor te bereiden. De kerngroep RES wordt voorgezeten door de procesbegeleider RES West- Overijssel en bestaat verder uit de trekkers van de thematafels, aangevuld met enkele gemeenten en een ambtelijke vertegenwoordiging van de adviesgroep en netbeheerders. De kerngroep legt concepten voor aan het Ambtelijk platform Energietransitie West-Overijssel en vraagt over de belangrijke voorstellen advies aan de adviesgroep. Hierbij gaat het minimaal om de concepten voor de startnota, “de Concept RES” en de de RES 1.0 Het ambtelijk platform toetst de voorstellen van de kerngroep op effectiviteit en haalbaarheid en geeft aan of en op welke wijze rekening wordt gehouden met het advies van de adviesgroep. De kerngroep verwerkt de besluiten van het ambtelijk platform en bereidt de vergaderingen van de stuurgroep voor.

De voorstellen voor de RES worden inhoudelijk voorbereid door de thematafels Elektriciteit en Warmte waarin naast de gemeenten, provincie, waterschappen en netbeheerders, maatschappelijke organisaties inbreng hebben. Door betrokkenen actief uit te nodigen en door middel van het organiseren van bijvoobeeld werkateliers worden de voorstellen met een brede inbreng van de bestuurlijke en maatschappelijke partners in de RES ontwikkeld. De RES West-Overijssel staat niet op zichzelf. In de bepaling van “de Concept RES” en de uiteindelijke RES 1.0 zal afstemming plaatsvinden met aanpalende regio’s in Drenthe, Flevoland en Gelderland en natuurlijk ook Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 17 met de Energiestrategie Twente. Tevens zal afstemming gezocht worden met de (economische) regio’s zoals Cleantech en de regio Zwolle. Naast de Concept RES op de drie elementen van de RES (Elektriciteit, Warmte en Infrastructuur) is het noodzakelijk om aan te geven hoe de governance er uit komt te zien in de uitvoeringsfase van de RES 1.0 Met andere woorden op welke wijze vindt de (regionale en/of lokale) sturing plaats nadat de RES 1.0 is vastgesteld. 7.1 Escalatiemodel Het streven is gericht op besluitvorming waarin alle partijen zich kunnen vinden. Ondanks de zorgvuldige voorbereiding kan het voorkomen dat bestuurlijke partijen zich niet kunnen vinden in de RES.

Vanuit de spelregel “Samen uit, samen thuis” is terugtrekken uit de RES geen optie. Daarom is een escalatiemodel nodig dat vooraf wordt vastgesteld. De handreiking RES die door de decentrale overheden is vastgesteld, biedt hiervoor een voorzet. Hierin wordt de rol van de stuurgroep cruciaal. De stuurgroep kan de deelnemende bestuurlijke partijen aanspreken op hun bijdrage en om een toelichting vragen op hun bijdrage aan de RES en de onderbouwing daarvan. Ook kan de voorzitter van de stuurgroep in landelijk verband de bemiddeling inroepen van het landelijk programmabureau en/of overleggen met de voorzitters van de aanpalende RES-sen. Bij de totstandkoming van de Concept RES is geen sprake van formeel interbestuurlijk toezicht, waardoor het escalatiemiddel tijdens het proces “het goede gesprek” zal zijn. De concept RES West-Overijssel is gebaseerd op een aanpak die aansluit op regionale en lokale ambities. Tegelijkertijd is bekend dat het Rijk uitgaat van een compleet landelijk bod van 35 TWh. Uitgangspunt bij de RES West- Overijssel is dat er één realistisch bod namens de elf gemeenten in West- Overijssel, de waterschappen en de provincie komt.

Indien de Concept RES van de regio West-Overijssel te laag blijft en/of bepaalde gemeenten onvoldoende willen bijdragen, naar de mening van een ruime meerderheid van het bestuurlijk platform, wordt in de volgende stappen toegewerkt naar een definitief besluit: A. De stuurgroep spant zich maximaal in om tot een breed gedragen besluit te komen van alle bestuurlijke partners in de RES en hiertoe een voorstel voor te leggen aan het Bestuurlijk platform Energietransitie West-Overijssel. B. Mocht er desalniettemin geen overeenstemming worden bereikt en de betreffende gemeente(n) bij het standpunt blijven dat door de ruime meerderheid van het platform als onvoldoende wordt beoordeeld, dan zal de provincie haar sturingskracht inzetten1. Deze sturingskracht wordt opgebouwd vanuit de voorkantsamenwerking (praten, 1 In het escalatiemodel willen de bestuurlijke partners de bestuursfilosofie vasthouden dat men er samen uit wil komen wat de bijdrage wordt vanuit de RES en ieders aandeel daarbinnen. Het primaat van de besluitvorming ligt bij de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van de waterschappen.

Tegelijk erkennen de gemeenten en waterschappen de bijzondere positie van de provincie in het huis van Thorbecke en het inzetten van sturingskracht van de provincie betekent dan ook dat de provincie doorzettingsmacht heeft als naar haar oordeel er onvoldoende wordt bijgedragen in de RES. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 18 confronteren en aanspreken) en kan uiteindelijk leiden tot een aan gemeente(n) toegewezen aandeel in het regionale bod. C. Als ook stap B. niet leidt tot overeenstemming met de betreffende gemeente(n) wordt de keuze voorgelegd aan het Nationaal Programma RES en in het verlengde daarvan het Rijk dat dan definitief de knoop doorhakt. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 19 8. Maatschappelijke partners Uitgangspunt in de vorming van de RES West-Overijssel is dat de bestuur- lijke partners samen met maatschappelijke organisaties tot strategische keuzes komen. Voorgesteld wordt om een adviesgroep te vormen die gevraagd en ongevraagd advies kan uitbrengen over de (tussen-)producten, het concept bod en de concept RES 1.0.

Om te voorkomen dat hiervoor geheel nieuwe overlegstructuren moeten worden opgezet, is het voorstel om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de maatschappelijke partners die vertegenwoordigd zijn in de Bestuurlijk Kerngroep van de Alliantie Nieuwe Energie Overijssel: VNO-NCW-MKB Midden, Bio-Energiecluster Oost-Nederland, Natuur en Milieu Overijssel (mede namens de lokale energie-initiatieven en terreinbeherende organisaties) en Salland Wonen (namens de woningcorporaties). Zij hebben een adviesgroep voor de RES gevormd. Recent heeft een overleg van Lokale Energieinitiatieven zich georganiseerd en zal een vertegenwoordiger aanwijzen namens deze initiatieven in de adviesgroep. De adviesgroep heeft op haar beurt een ambtelijk vertegenwoordiger aangewezen in de kerngroep en een bestuurlijk vertegenwoordiger in de stuurgroep. Daarnaast zijn er wellicht andere maatschappelijke partijen die graag nauw betrokken willen worden bij de vorming van de RES en toe willen treden tot de adviesgroep. Zij kunnen hiertoe een verzoek indienen bij de Stuurgroep RES die kan besluiten dit voor te leggen aan de adviesgroep. Deelnemen aan de adviesgroep vraagt meedenken en een constructieve houding ten aanzien van de opgave van de RES.

Naast deze formele betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties bij de vorming van de RES kunnen zij aangeven een bijdrage te willen leveren aan de werkateliers die door de thematafels worden georganiseerd. De rol van het bedrijfsleven verschilt van die van andere maatschappelijke partners. Het bedrijfsleven is immers verantwoordelijk voor het grootste deel van het energieverbruik. Naast het maatschappelijke belang heeft het bedrijfsleven ook een direct economisch belang. In het beschreven proces zal hier nader aandacht aan worden gegeven. Dit geldt ook voor de rol die provincie en gemeenten willen en kunnen vervullen in de financiering van de noodzakelijke investeringen. Dit wordt meegenomen in de tezijnertijd vast te stellen RES 1.0. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 20 9. Capaciteit en werkorganisatie Voor de provincie, de gemeenten, de waterschappen en netbeheerders geldt dat zij vanuit de bestaande capaciteit mensen en middelen moeten inzetten voor de ontwikkeling van de RES.

De volgende inzet wordt nodig geacht: RES-team:  procesbegeleider, drie dagen per week;  secretaris, drie dagen per week;  projectcoördinator 2,5 dag per week  strategisch communicatieadviseur Provincie stelt beschikbaar:  strateeg energie, twee dagen per week;  strateeg ruimte, twee dagen per week; Gemeenten stellen beschikbaar (per gemeente):  ambtenaar “energie & duurzaamheid”, één dag per week;  + incidenteel inzet andere disciplines van gemeenten (160 uur) Van de netbeheerders wordt inzet gevraagd in de thematafels en de (voorbereiding) van de werkateliers. Tevens neemt Enexis deel aan het ambtelijk platform en de kerngroep. Het Waterschap Drents Overijsselse Delta vertegenwoordigt de waterschappen in de stuurgroep, de kerngroep en het ambtelijhk platform. Vanaf november 2019 is er een projectorganisatie ingericht die de producten gaat leveren die nodig zijn voor de Concept RES. Het is duidelijk dat voor stap 2 er intensiever samengewerkt moet worden en dat van alle deelnemende gemeenten, de provincie, het waterschap, netbeheerder Enexis en NMO inzet wordt verwacht. Zij wijzen verantwoordelijke functionarissen aan die tijd en ruimte hebben om een bijdrage te leveren aan de RES producten. Dit is noodzakelijk om de snelheid in het proces te houden en om afstemmingsproblemen achteraf te voorkomen.

In de zomer van 2020 zal deze werkwijze worden geëvalueerd om te bepalen wat er nodig is voor het werken aan stap 3 voor de RES Voor de trekkers van de thematafels en de deelnemers aan de kerngroep zal wellicht gelden dat er een groter tijdsbeslag wordt gevraagd. Zodra het Nationaal Programma RES met een voorstel komt, volgt een nader verdeelvoorstel voor de regio. Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 21 10. Kostenraming Bijgaande kostenraming is gebaseerd op de ervaringscijfers in 2019 en betreffen 2 volle jaren en een half jaar in 2021. Omdat de procesbegeleider al in het laatste kwartaal van 2018 is begonnen is dit toegerekend aan 2019.

Kostenpost 2019 2020 2021 Procesmanagement 150.000 135.000 67.500 Communicatie 100.000 125.000 65.000 RSAB + participatie raden, staten, ab 15.000 60.000 40.000 Inzet maatschappelijke partners in adviesgroep en het deelnemen aan de ontwikkeling van de RES 25.000 25.000 25.000 Uitvoeringskosten bijvoorbeeld inzet externe deskundigen en maken kaarten, moderator bijeenkomsten 150.000 150.000 50.000 Subtotaal 440.000 495.000 247.500 Overig / onvoorzien (afgerond) 10% 44.000 49.500 24.750 Totaal 484.000 544.500 272.853 Totale uitgaven 1.301.353 Bijdrage NPRES 2019-2021 1.238.353 Bijdrage Ministerie BZK Democratie in Actie 63.000 Totale inkomsten 1.301.353 Startnota RES West-Overijssel Definitief concept 5 november 2019 22 11. Tijdlijn De termijnen in de RES zijn na de besluitvorming door het Rijk, en de koepelorganisaties IPO, UVW en VNG definitief geworden. Dit betekent dat er voor 1 juni 2020 een Concept RES komt te liggen uit alle regio’s. Dit bod wordt vóór 1 oktober 2020 beoordeeld en doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Deze beoordeling leidt door het Nationaal Programma RES tot goedkeuring van de Concept RES of tot nadere aanwijzingen en/of een verzoek tot een aanvullende opgave. Dit laatste met name als het gaat om de hernieuwbare opwek van elektriciteit op land.

De regio heeft dan tot 1 maart 2021 de tijd om te komen tot een definitieve vaststelling van de RES 1.0. Parallel aan dit proces zijn de gemeenten en de provincie bezig om de omgevingsvisie en de omgevingsplannen op te stellen. In 2021 zijn alle gemeenten verplicht om een warmtetransitieplan vast te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/82dc64e3-c05e-4c57-9adc-538413bb1387?agendaItemId=ddad2e85-2304-455c-a6cc-ef2a08335a40