CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

2018-RAAD-00015.1 - Bestemmingsplan Steenwijk - Piet Heinstraat en Van Speykstraat.pdf

Raadsvergadering 6 maart 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Steenwijk, Piet Hein- en Van Speijkstraat41.290 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

- Een beoordeling van de effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 5). In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 4 Wageningen 2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet integreert de Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 tot één wet. Deze wet implementeert tevens de Vogel- en Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. De nieuwe Wet natuurbescherming sluit aan bij de internationale kaders zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.3) beschermd via de Nieuwe Wet natuurbescherming. Tevens geldt voor alle soorten de algemene zorgplicht, zoals deze ook al gold onder de Flora- en faunawet.

Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet Natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet Natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten). De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die van de Flora- en faunawet omdat de ontheffingsgronden van de Vogel- en Habitatrichtlijn gelijk zijn gebleven. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de provincie Overijssel wordt voor een aantal soorten vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 herzien. Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Flora- en faunawet.

Tussen de Wet Natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 5 Wageningen 3.

METHODE Op zaterdag 1 april 2017 is een bezoek gebracht aan het herstructureringsgebied en de directe omgeving. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is beperkt gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen omdat deze via o.a. Waarneming.nl worden beheerd voor een veel groter gebied. Overige waarnemingen worden tevens bewaard voor een groot gebied, namelijk op kilometerniveau zoals weergegeven op www.telmee.nl. en op een nog groter schaalniveau in verspreidingsatlassen. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 6 Wageningen 4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING 4.1 Flora Het herstructureringsgebied is voor een groot deel verhard (bestrating en bebouwing). Voor het andere deel bestaat het uit tuinen en cultuurgroen. Het voorkomen van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Gedurende het verkennend veldonderzoek op zaterdag 1 april 2017 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt het voorkomen van beschermde plantensoorten uitgesloten.

4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het herstructureringsgebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. Het voorkomen van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan niet worden uitgesloten. In de bebouwing zijn aan de kopse kanten openingen vastgesteld waarin vleermuizen kunnen verblijven (zie figuur 3). Figuur 3. Potentiele verblijfplaatsen van vleermuizen in het herstructureringsgebied Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. De woonbebouwing zijn lijnvormig landschapselement waarop vleermuizen zich kunnen oriënteren. De bebouwing kunnen vleermuizen gebruiken als begeleidend element in een eventuele vliegroute. De bebouwing wordt gesloopt waardoor vleermuizen zich, in ieder geval in de aanlegfase, niet of minder goed kunnen oriënteren. Effecten op vliegroutes kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Het voorkomen van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in het herstructureringsgebied of aansluiten op het herstructureringsgebied.

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 7 Wageningen Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er gewone dwergvleermuis en laatvlieger Met de herstructurering gaan al het groen van de tuinen en het cultuurgroen verloren. Effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het herstructureringsgebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het voorkomen van internationaal beschermde overige zoogdieren uitgesloten. Tevens wordt het voorkomen van nationaal beschermde soorten uitgesloten omdat geschikte ecotopen ontbreken; de meeste tuinen zijn volledig in cultuur gebracht of zijn reeds geruimd. 4.4 Broedvogels De aanwezigheid van broedvogels in de woningen is mogelijk. Onder de daklijsten zou gierzwaluw kunnen broeden (zie figuur 4). In de dakrand broeden huismussen. Territoriaal gedrag is vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek op zaterdag 1 april 2017. Ook zijn sporen van mussen aangetroffen (zie figuur 5).

De Wet Natuurbescherming ziet toe op de bescherming van gebruikte nesten en nesten die jaarrond of jaarlijks worden gebruikt; deze zijn ook buiten het broedseizoen beschermd. De gierzwaluw is een trekvogel die jaarlijst op het zelfde nest terugkomt. Huismus is een standvogel die haarrond verblijft op het nest. De verblijfplaatsen van gierzwaluw en huismus zijn ook buiten het broedseizoen beschermd. Figuur 4. Potentiele verblijfplaatsen van gierzwaluwen in het herstructureringsgebied Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 8 Wageningen Figuur 5. Sporen van huismussen in het herstructureringsgebied Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. In de bomen en in de niet gerooide tuinen kunnen algemene broedvogels broeden zoals houtduif, merel en winterkoning. In de schoorstenen van de woningen hebben kauwtjes nesten (zie figuur 6). Mogelijk broedt ook spreeuw onder het dak. In verband met het voorkomen van algemene broedvogels is het noodzakelijk om de te rooien bomen en beplanting en te slopen opstallen buiten het broedseizoen uit te voeren of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken / dak en schoorsteen ongeschikt maken).

Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming worden overtreden. Figuur 6. Algemene broedvogels in de woningen van Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 9 Wageningen 4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het herstructureringsgebied, de geografische ligging (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) en de ligging in de stad, wordt het voorkomen van amfibieën uitgesloten. 4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en rond het herstructureringsgebied, wordt het voorkomen van vissen uitgesloten. 4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van het herstructureringsgebied ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) en de ligging in de stad, kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. 4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 10 Wageningen 5.

SAMENVATTENDE CONCLUSIE Er is het voornemen voor de herstructurering van de Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met het voorkomen van algemene broedvogels is het van belang om rooiwerkzaamheden van groen en het slopen van opstallen buiten het broedseizoen uit te voeren of te werken op een manier dat vogels niet tot broeden komen (vooraf rooien beplantingen / vogelverschrikkers gebruiken). Verder kan het voorkomen van vleermuizen (verblijfplaatsen en vliegroutes) en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (gierzwaluw, huismus) niet worden uitgesloten, effecten op deze soortgroepen kunnen dan ook niet worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Pas na afronding van deze inventarisatie kan worden bepaald of verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming worden overtreden en of ontheffing van de Wet Natuurbescherming is vereist. Een dergelijk onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half april t/m september. Quick scan beschermde planten- en diersoorten Van Speykstraat e.o. te Steenwijk.

Concept rapport april 2017 Adviesbureau Mertens 11 Wageningen GERAADPLEEGDE LITERATUUR Literatuur  Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348.  Creemers, R., Delft, J., 1999. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV-Uitgeverij.  Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476.  EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad Europese Gemeenschap, nummer L. 103.  EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7.  Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368.  Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584.  Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1- 260.  Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.  Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b.

Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1998. Wet van 25 mei 1998, houdende regels ter bescherming van in het wild levende planten en diersoorten (Flora en Faunawet). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 402, 1-37.  SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels.  Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151.  Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55. Website  www.ravon.nl  www.waarneming.nl  www.sovon.nl  www.telmee.nl  www.zoogdiervereniging.nl BIJLAGEN 1. HERSTRUCTURERINGSGEBIED 2. BEGRIPPEN Baltsplaats Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt. Foerageerplaats Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen.

De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop. Kolonie Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt. Migratieroute Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen. Paarplaats Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.

Verblijfplaats Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent). Vliegroute Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel. Voorbijvliegend Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers. Zwermen Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats. Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en temperatuurwisselingen zijn nihil.

Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.

bestemmingsplan Steenwijk - Piet Heinstraat en Van Speykstraat Bijlage 2 Vervolg onderzoek en activiteitenplan ecologie 52 Bijlage Toelichting (vastgesteld) Activiteitenplan herstructurering Van Speyk- straat en Piet Heinstraat te Steenwijk Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet Natuurbescherming Stichting Woonconcept Definitief Colofon Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet Natuurbescherming 17-251 8 september 2017 Definitief R. Olthof H. Scholten A. Alberts & M. Salomons Stichting Woonconcept ©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Olthof, R. (2017). Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk. Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet Natuurbescherming. Rapport 17-251. Ecogroen bv Zwolle. Versiebeheer Datum Versie Auteur 24/07/207 Ontheffingsaanvraag R. Olthof 08/09/2017 Aanvulling vleermuisonderzoek A. Alberts Inhoud Algemene intro 5 1. Werkzaamheden en planning 6 1.1 Beschrijving plangebied 6 1.2 Werkwijze 6 1.3 Planning werkzaamheden 7 2.

Verbodsartikelen 8 2.1 Verbodsartikelen soorten van Habitatrichtlijn bijlage IV (Gewone dwergvleermuis) 8 2.1.1 Verbod op het opzettelijk doden of vangen van dieren 8 2.1.2 Verbod op het opzettelijk verstoren van dieren 8 2.1.3 Verbod op het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van dieren 8 2.1.4 Verbod op het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen 8 2.1.5 Verbod op het opzettelijk plukken, verzamelen, afplukken, ontwortelen en vernielen van planten 8 2.2 Verbodsartikelen broedvogels (Huismus en Gierzwaluw) 9 2.2.1 Verbod op het doden of vangen van vogels 9 2.2.2 Verbod op het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels 9 2.2.3 Verbod op het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels 9 2.2.4 Verbod op het opzettelijk verstoren van vogels 9 3. Onderzoek 10 3.1 Methode inventarisatie 10 3.1.1 Quickscan natuurtoets 10 3.1.2 Huismus 10 3.1.3 Gierzwaluw 10 3.1.4 Vleermuizen 11 3.1.5 Overzicht veldbezoeken 12 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens 12 3.3 Locatie inventarisatie 12 4.

Functie plangebied 13 4.1 Nest- en verblijfplaatsen 13 4.1.1 Gewone dwergvleermuis 13 4.1.2 Gierzwaluw 13 4.1.3 Huismus 13 4.2 Foerageergebied en migratie- en vliegroutes 14 4.2.1 Gewone dwergvleermuis 14 4.2.2 Gierzwaluw 14 4.2.3 Huismus 14 4.3 Omgevingscheck 14 4.3.1 Gewone dwergvleermuis 14 4.3.2 Gierzwaluw 14 4.3.3 Huismus 15 5. Effecten 16 5.1 Effect werkzaamheden 16 5.1.1 Gewone dwergvleermuis 16 5.1.2 Gierzwaluw 16 5.1.3 Huismus 17 5.2 Gunstige staat van instandhouding 17 5.2.1 Landelijke staat van instandhouding 17 5.2.2 Afbreuk staat van instandhouding 17 6. Maatregelen 18 6.1 Maatregelen 18 6.1.1 Algemeen 18 6.1.2 Fasering qua tijd 18 6.1.3 Aanbrengen vervangende voorzieningen 19 6.2 Locatie maatregelen 19 6.3 Effectiviteit maatregelen 19 6.3.1 Gewone dwergvleermuis 19 6.3.2 Gierzwaluw 19 6.3.3 Huismus 20 7. Alternatieven en belang 21 7.1 Alternatieve locatie 21 7.2 Alternatieve inrichting 21 7.3 Alternatieve werkwijze 21 7.4 Alternatieve planning 21 7.5 Belang 22 7.5.1 Voor de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling met inbegrip van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.

22 Geraadpleegde bronnen 23 Bijlagen Bijlage 1 - Verspreidingskaarten Bijlage 2 - Vervangende voorzieningen Gewone dwergvleermuis Bijlage 3 - Kasten dakoverstek Gierzwaluw Bijlage 4 - Vogelvides Huismus Bijlage 5 - Locaties vervangende voorzieningen Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 05 Projectnaam: Herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Aanvrager: Stichting Woonconcept Stichting Woonconcept heeft het voornemen om op korte termijn 38 woningen uit de jaren ’60 te slopen aan de Van Speykstraat te Steenwijk ten behoeve van nieuwbouw: 19 huurwoningen en 8 koopwoningen. Projectontwikkelaar WVG ontwikkeling realiseert vervolgens de nieuwbouw. Het voornemen is om in oktober 2017 te starten met de sloopwerkzaamheden. Start in oktober is van groot belang, vanwege de volgende redenen: • Als snel gestart kan worden met de werkzaamheden, dan kunnen de werkzaamheden nog voor het komende broedseizoen worden afgerond. Hiermee kan overlast voor beschermde diersoorten in het broedseizoen voorkomen of zoveel mogelijk beperkt worden. • Woonconcept gaat graag z.s.m. aan de slag om de jaren ’60 woningen te slopen en nieuwbouw te realiseren. De woningen staan momenteel leeg en er is sprake van vandalisme, brandstichting en insluiping. De openbare veiligheid is daardoor in het geding.

In dit activiteitenplan gaan we in op de soorten waarvoor ontheffing nodig is: Huismus, Gierzwaluw en Gewone dwergvleermuis. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn overige soorten waarvoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is (zie Resultaten quickscan) uitgeslo- ten. De opbouw van het activiteitenplan is vergelijkbaar als het format van het ‘Projectplan ruimte- lijke ingrepen’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zoals dat gebruikelijk was bij aan- vragen onder de Flora- en Faunawet. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Algemene intro Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 06 1.1 Beschrijving plangebied Het plangebied omvat 38 woningen gesitueerd aan de oostzijde Van Speykstraat en aan de Piet Heinstraat en ligt in het zuidwesten van Steenwijk (zie figuur 1.1). Het betreft jaren ’60 woningen met dakpannen en een voor- en achtertuin. De woningen worden momenteel niet meer bewoond. Na de sloop zal nieuwbouw gerealiseerd worden. Er worden 27 ééngezinswoningen te gerealiseerd: 19 huurwoningen en 8 koopwoningen (Bijlage 5). Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) in Steenwijk. Bron kaartondergrond: Luchtfoto.

1.2 Werkwijze Stichting Woonconcept heeft in samenwerking met WVG ontwikkeling het voornemen om de wo- ningen te slopen ten behoeve van nieuwbouw. Het doel van de herstructurering is het verbeteren van de energetische en esthetische kwaliteit en leefbaarheid. Het plan is om de woningen te slopen, het gebied bouwrijp te maken en nieuwbouw te realiseren. De exacte invulling van het plangebied is nog onbekend. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 1. Werkzaamheden en planning Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 07 1.3 Planning werkzaamheden Het slopen van de woningen staat gepland om uitgevoerd te worden in de winter van 2017. Het voornemen is om te beginnen in oktober 2017. Bij de planning is rekening gehouden met het broed- seizoen van Huismus en Gierzwaluw, dat loopt van maart tot en met augustus, en de kwetsbare pe- rioden van Gewone dwergvleermuis. De kwetsbare periode van Gewone dwergvleermuis is afhan- kelijk van de functie die in het geding is. De doorlooptijd van de sloop wordt geraamd op 1-2 maanden. Een ontheffing wordt aangevraagd voor een periode van ruim één jaar (1 september 2017 tot en met 31 oktober 2018). Hierbij is reke- ning gehouden met voorbereidende werkzaamheden en een eventuele uitloop van werkzaamheden als gevolg van onvoorziene omstandigheden.

Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 08 2.1 Verbodsartikelen soorten van Habitatrichtlijn bijlage IV (Ge- wone dwergvleermuis) 2.1.1 Verbod op het opzettelijk doden of vangen van dieren Niet van toepassing. 2.1.2 Verbod op het opzettelijk verstoren van dieren Wel van toepassing. Als gevolg van de voorgenomen sloop van woningen worden Gewone dwerg- vleermuizen en hun verblijfplaats(en) verstoord. Omdat de werkzaamheden zoveel mogelijk plaats- vinden buiten de meest kwetsbare perioden voor vleermuizen en maatregelen genomen worden om individuen te ontzien, blijft verstoring tot een minimum beperkt. 2.1.3 Verbod op het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van dieren Niet van toepassing. 2.1.4 Verbod op het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen Wel van toepassing. Door de sloopwerkzaamheden gaan rustplaatsen van Gewone dwergvleermuis verloren. Door de aanwezigheid van alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving en het aanbrengen van permanente alternatieve voorzieningen blijven altijd voldoende verblijfplaatsen aanwezig . 2.1.5 Verbod op het opzettelijk plukken, verzamelen, afplukken, ontwortelen en vernielen van planten Niet van toepassing. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 2.

Verbodsartikelen Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 09 2.2 Verbodsartikelen broedvogels (Huismus en Gierzwaluw) 2.2.1 Verbod op het doden of vangen van vogels Niet van toepassing. 2.2.2 Verbod op het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van nesten, rustplaatsen en eie- ren van vogels Wel van toepassing. Door sloopwerkzaamheden gaan nest- en verblijfplaatsen van Huismus en Gier- zwaluw verloren. Door de aanwezigheid van alternatieve nest- en verblijfplaatsen in de omgeving en het aanbrengen van permanente alternatieve voorzieningen blijven altijd voldoende nest- en ver- blijfplaatsen aanwezig. 2.2.3 Verbod op het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels Niet van toepassing. 2.2.4 Verbod op het opzettelijk verstoren van vogels Wel van toepassing. Als gevolg van de voorgenomen sloop van woningen worden Huismussen, Gier- zwaluwen en hun nestplaatsen verstoord. Omdat de werkzaamheden zoveel mogelijk plaatsvinden buiten de meest kwetsbare perioden voor vogels en maatregelen genomen worden om individuen te ontzien, blijft verstoring tot een minimum beperkt. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 10 3.1 Methode inventarisatie 3.1.1 Quickscan natuurtoets Tijdens een dagbezoek op 1 april 2017 is het plangebied onderzocht door Adviesbureau Mertens B.V.

en is aandacht besteed aan de beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Alle soortgroepen zijn geïnventariseerd, waarbij de nadruk heeft gelegen op zoogdieren en broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen. In combinatie met de terreingesteldheid, bekende ver- spreidingsgegevens en expert judgement is vervolgens een uitspraak gedaan over mogelijk aanwe- zige beschermde soorten. De resultaten zijn verwerkt in een quickscan natuurtoets (Adviesbureau Mertens B.V. 2017). In onderstaande paragrafen is de methode van inventarisatie beschreven voor de soorten waarvoor aanvullend onderzoek is uitgevoerd. 3.1.2 Huismus Uit de quickscan is naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar Huismus. Het huismussenonderzoek heeft zich voornamelijk gericht op het vaststellen van nestlocaties van Huis- mus. Conform Kennisdocument van Huismus zijn binnen het plangebied twee ochtendbezoeken gebracht in de periode 1 april tot en met 15 mei (Bij12 2017c). Veldbezoeken zijn zoveel mogelijk onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog weer en weinig wind). Het onderzoek heeft zich gericht op nest-, broed- en territoriumindicerend gedrag van Huismus om broedgevallen/ territoria van Huismus te bepalen. Alle inventarisaties zijn in de ochtenduren uitge- voerd, wanneer Huismus het meest actief is. Ook het omliggende gebied is meegenomen tijdens de inventarisaties.

De veldbezoeken zijn met gunstige weersomstandigheden uitgevoerd, op 26 april en 11 mei 2017 (zie tabel 3.1). Alle inventarisaties zijn door één persoon uitgevoerd. 3.1.3 Gierzwaluw Uit de quickscan is ook naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar Gierzwa- luw. Het gierzwaluwonderzoek heeft zich voornamelijk gericht op het vaststellen van nestlo caties van Gierzwaluw. Conform het kennisdocument voor Gierzwaluw zijn in binnen het plangebied drie avondbezoeken gebracht, in de periode 1 juni tot en met 15 juli. Tussen de bezoeken aan het plan- gebied zaten minimaal 10 dagen en één bezoek is gebracht in de periode 20 juni en 7 juli, conform het kennisdocument (Bij12 2017b). De avondbezoeken zijn uitgevoerd op 1 juni, 15 juni en 27 juni 2017 (zie tabel 3.1). De bezoeken zijn vanaf circa 20.00 uur gestart en duurden tot het invallen van de avondschemerin g. Tijdens de be- Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 3. Onderzoek Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 11 zoeken zijn nestplaatsen van Gierzwaluw geïnventariseerd aan de hand van in- en uitvliegende vo- gels, langsvliegende vogels die bekende nestplaatsen bezoeken en oudervogels (en hun jongen) die vanuit hun nestplaats roepen. Hierbij hebben we ook gebruik gemaakt van het afspelen van ‘gierge- luiden’ van Gierzwaluwen.

Oudervogels en hun jongen die onder de pannen aanwezig zijn, reageren hierop en geven daarmee hun broedplaatsen prijs. Veldbezoeken zijn zoveel mogelijk onder gun- stige weersomstandigheden uitgevoerd (droog weer en weinig wind). Verder is tijdens beide Huismusbezoeken ook gelet op in- en uitvliegende Gierzwaluwen, om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. 3.1.4 Vleermuizen Uit de quickscan is verder naar voren gekomen dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is naar vleer- muizen. Het onderzoek is conform het vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad 2017) uitgevoerd. Onderzoek kraamverblijfplaatsen (en zomerverblijfplaatsen) Voor het inventariseren van kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn drie bezoeken uitgevoerd in de periode 15 mei -15 juli, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken (zie tabel 3.1). Voor Laat- vlieger zijn in deze periode twee avondbezoeken verreist en voor Gewone dwergvleermuis ook twee bezoeken, waarvan minimaal één vroeg ochtendbezoek. Er hebben in totaal drie veldbezoe- ken plaatsgevonden met het oog op vleermuizen, waarvan twee avondbezoeken en één ochtendbe- zoek. Het onderzoek naar kraamverblijfplaatsen is gestart met een avondbezoek op 1 juni 2017 om loca- ties met mogelijke (kraam)verblijfplaatsen te bepalen.

Na het invallen van de schemering is het plangebied en omliggende gebied systematisch al fietsend of lopend doorkruist, waarbij we gelet hebben op uit- en invliegende vleermuizen en plekken met veel activiteit van vleermuizen (vroeg in de avond). Vervolgens is tot middernacht doorgegaan met het onderzoek tot de eerste vleermuizen weer terugkeren naar hun (kraam)verblijfplaats en weer zwermende/ invliegende dieren kunnen worden gevonden. Het tweede bezoek in de kraamperiode is uitgevoerd op 5 juli 2017 in de ochtenduren van ca. 3.00 tot 5.30 uur. Tijdens het ochtendbezoek is het plangebied en omliggende gebied systematisch fiet- send of lopend doorkruist. Aan het begin van het bezoek is gelet op middernachtzwermen van Ge- wone dwergvleermuis, een aanwijzing voor belangrijke winterverblijfplaats van de soort. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun kraam- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. Dit zoge- noemde zwermen wijst op een verblijfplaats. Vervolgens is de grootte van de kraam - of zomerver- blijfplaats bepaald aan de hand van invliegende dieren. Het onderzoek naar paarverblijfplaatsen hebben we uitgevoerd met ochtendbezoeken op 25 augus- tus 2017 en 5 september 2017 van ca. 4.00 tot 6.30 uur.

Tijdens de ochtendbezoeken is het plange- bied systematisch lopend doorkruist. Aan het begin van het bezoek is gelet op middernachtzwer- men van Gewone dwergvleermuis, een aanwijzing voor belangrijke winterverblijfplaats van de soort en Ruige dwergvleermuizen die vanuit de muur baltsen. Naarmate het lichter wordt, keren vleer- muizen terug naar hun paar- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats. In het geval van een paarverblijfplaats wordt daarbij ook luidkeels gebaltst. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 12 Alle bezoeken zijn met één persoon uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden (zie tabel 3.1).

3.1.5 Overzicht veldbezoeken Tabel 3.1 Veldbezoeken Bezoek Waarnemer Moment v/d dag Datum Weersomstan- digheden Accent soort- groep 1 Harma Scholten Ochtend 24 april 2017 Bewolkt, droog 13°C Huismus 2 Harma Scholten Ochtend 15 mei 2017 Zonnig, droog 15°C Huismus 3 Anton Alberts Avond 1 juni 2017 Half bewolkt, droog, 18°C Gierzwaluw en vleermuizen 4 Anton Alberts Avond 15 juni 2017 Zwaar bewolkt, droog, 15°C Gierzwaluw 5 Harma Scholten Avond 27 juni 2017 Bewolkt, droog, 16°C Gierzwaluw 6 Anton Alberts Ochtend 5 juli 2017 Bewolkt, droog, 14°C Vleermuizen 7 Harma Scholten Ochtend 24 augustus 2017 Bewolkt, droog, 16°C Vleermuizen 8 Harma Scholten Ochtend 5 september 2017 Bewolkt, droog, 14°C Vleermuizen 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens Het onderzoek is uitgevoerd in 2017. De gegevens zijn dus zo recent als mogelijk. Daarnaast zijn ge- gevens in de NDFF op 19 juli 2017 geraadpleegd. 3.3 Locatie inventarisatie Het plangebied in figuur 1.1 (zie pagina 6) en de directe omgeving zijn geheel onderzocht. Bij de raadpleging van de NDFF zijn gegevens afkomstig uit een groter gebied (zone van circa 1 kilometer) rondom het plangebied meegenomen. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 13 4.1 Nest- en verblijfplaatsen 4.1.1 Gewone dwergvleermuis a.

In de onderzochte woningen zijn op drie locaties een zomerverblijfplaats van Gewone dwerg- vleermuis aangetroffen, op één locatie een paarverblijfplaats en tenslotte op één locatie een zo- mer/paarverblijfplaats (zie bijlage 1). De uitvliegers zijn onder andere waargenomen bij aanwe- zige regenpijpen, toegankelijke spouwgaten en boven een deurkozijn. Kraamverblijfplaatsen zijn niet aangetroffen in het plangebied. De kans op aanwezigheid van winterverblijfplaatsen wordt gering geacht, aangezien de ruimten tussen de dakpannen en dakbeschot weinig geschikt zijn (niet vorstvrij). Dit heeft ook te maken met het feit dat de huizen al verlaten zijn, wat het zeer aannemelijk maakt dat de woningen niet vorstvrij zijn. b. De populatieomvang binnen het plangebied wordt geschat op 5-25 exemplaren. Hierbij is ervan uitgegaan dat een verblijfplaats van Gewone dwergvleermuis door één tot maxi maal vijf dieren gebruikt wordt. c. De populatie maakt onderdeel uit van een netwerk van allerlei kleine en grote subpopulaties in de bebouwde kom en het buitengebied van Steenwijk. 4.1.2 Gierzwaluw a. Gierzwaluw maakt van de woningen gebruik als nest- en rustplaats (zie bijlage 1). Gierzwaluw broedt in het plangebied op verschillende plekken: > Ruimte in de kopgevel bij de nok van het dak; > Onder de dakgoot bij de spouwmuur. b.

In totaal zijn tijdens het onderzoek drie nestlocaties van Gierzwaluw aangetroffen. De populatie- omvang binnen het plangebied wordt beoordeeld op 5-15 exemplaren (hoogste aantallen als de jongen net zijn uitgekomen). Dit aantal is gebaseerd op twee oudervogels met maximaal 3 jon- gen. c. De populatie maakt onderdeel uit van een netwerk van allerlei kleine en grote subpopulaties in de bebouwde kom van Steenwijk. 4.1.3 Huismus a. Huismus maakt van de woningen gebruik als nest- en rustplaats (zie bijlage 1). Huismus broedt in de ruimte tussen het dakoverstek en de muur en onder de eerste rij dakpannen; b. In totaal zijn tijdens het onderzoek 13 nestlocaties van Huismussen aangetroffen. Dit is in over- eenstemming met een huismusseninventarisatie wat tevens is uitgevoerd in het voorjaar van 2017 (Heidinga 2017). Op basis van de aangetroffen aantallen en terreingesteldheid is beoor- deeld dat de populatie in het plangebied tussen de 32 -78 exemplaren omvat (hoogste aantallen Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 4. Functie plangebied Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 14 als de jongen net zijn uitgekomen). Dit aantal is gebaseerd op twee oudervogels met maximaal 4 jongen; c.

De populatie maakt onderdeel uit van een netwerk van allerlei kleine en grote subpopulaties in de bebouwde kom en het buitengebied (boerenerven) van Steenwijk. 4.2 Foerageergebied en migratie- en vliegroutes 4.2.1 Gewone dwergvleermuis Het plangebied fungeert in zeer beperkte mate als foerageergebied voor Gewone dwergvleermuis. Vleermuizen als Gewone dwergvleermuis foerageren buiten het plangebied, bijvoorbeeld bij de openbare grasvelden en boven grote wateren. Mogelijk zullen bepaalde rijen woningen voor vleer- muizen als geleidend element dienen op hun vliegroute naar foerageergebieden. 4.2.2 Gierzwaluw Een zeer groot gebied rondom de nestplaatsen (in de regel binnen een straal van 8 km) wordt door Gierzwaluw als foerageergebied gebruikt. Belangrijke migratie- en vliegroutes zijn niet aanwezig. 4.2.3 Huismus De omliggende tuinen en openbaar groen rond nestplaatsen (veelal binnen 250 meter) worden als foerageergebied gebruikt door Huismus. Belangrijke migratieroutes zijn niet aanwezig. 4.3 Omgevingscheck 4.3.1 Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis is in Nederland vooral een gebouwbewonende soort. Gewone dwergvleer- muizen kunnen in allerlei gebouwen en bouwwerken voorkomen. Ze hebben e en netwerk aan ge- bouwen die ze gebruiken.

Vooral in gebieden met bebouwing nabij een ‘groene omgeving’ zoals parken, loofbossen, houtwallen en beschutte waterpartijen komen ze veel voor. De Gewone dwerg- vleermuis is dus afhankelijk van meerdere, met elkaar samenhangende onderdelen van het land- schap. In de omgeving van het plangebied zijn veel vergelijkbare geschikte woningen aanwezig waar geen werkzaamheden gepland zijn. Voorbeelden zijn de Paul Krugerstraat, Jan van Riebeeckstraat en Hildo Kropstraat. Omdat Gewone dwergvleermuis zeer flexibel is in het vinden van verblijfplaatsen en ook gebruik maakt van vrij nieuwe gebouwen als verblijfplaats kan er met zekerheid gesteld wor- den dat er ruim voldoende uitwijkmogelijkheid aanwezig is. 4.3.2 Gierzwaluw Gierzwaluw broedt vooral in steden en dorpen, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatie- schachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. In de regel zoeken Gierzwaluwen hun voedsel in een straal van 8 kilometer rond de nestplaats. In de omgeving van het plangebied zijn op beperkte schaal alternatieve verblijfplaatsen aanwezig, omdat Gierzwaluw vrij kieskeurig is qua keuze van het type verblijfplaats en de meest geschikte plekken inmiddels bezet zijn.

Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 15 4.3.3 Huismus Het habitat van de Huismus moet voldoen aan een combinatie van eisen, die ook nog eens binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) moet liggen. Het betreft een combinatie van nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen en jongen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken, coniferen en klimplan- ten en klimop), plekken voor stofbaden en drinkwater. Deze combinatie van eisen zijn op veel plek- ken aanwezig binnen de actieradius van 250 meter van de nestplaatsen van Huismus in het plange- bied. De straten in de directe omgeving van het plangebied zijn tijdens het huismusonderzoek doorkruist. Hierbij is gekeken naar de geschiktheid van de bebouwing als nestlocatie voor Huismus en aanwe- zigheid van Huismus. Uit de uitgevoerde veldbezoeken blijkt dat in de direct omgeving een veelvoud aan woningen aanwezig is met daarin geschikte broedplaatsen. Het gaat om vergelijkbare woningen met pannendaken als in het plangebied aanwezig zijn. Rust- en nestlocaties zijn hier ook aanwezig onder de onderste rijen pannen die toegankelijk zijn via de dakgoten. Bij al deze woningen is ook sprake van groene tuinen en openbaar groen, zodat ook in foerageergebied voorzien wordt.

Deze voor Huismus essentiële elementen bevinden zich binnen een straal van 200 meter waardoor ze voldoende uitwijkingsmogelijkheden hebben. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 16 De effectbeoordeling is gebaseerd op de kennisdocumenten van Gewone dwergvleermuis, Gierzwa- luw en Huismus (Bij12 2017a,b&c). 5.1 Effect werkzaamheden 5.1.1 Gewone dwergvleermuis Als gevolg van de sloop van de woningen gaan drie zomerverblijfplaatsen, één paarverblijfplaats en één zomer/paarverblijfplaats van Gewone dwergvleermuis verloren. Schade aan foerageergebieden en vliegroutes is niet aan de orde, aangezien de omgeving voldoende uitwijkingsmogelijkheden kent en het plangebied zijn woonfunctie zal behouden. Uit voorliggend onderzoek is gebleken dat geen sprake is van aantasting van belangrijke winterverblijven of kraamverblijfplaatsen. De werkzaamheden worden uitgevoerd in de winterperiode, de periode waarin de vleermuizen i n- actief zijn en hun winterverblijfplaats bezetten. Door te werken in de inactieve periode van vleer- muizen worden schadelijke werkzaamheden tot een minimum beperkt. Daarnaast kent de omge- ving voldoende geschikte woningen waardoor ten alle tijden alternatieve verblijfplaatsen aanwezig blijven voor Gewone dwergvleermuis. Op 19 en 20 juli 2017 zijn 20 vervangende verblijfplaatsen aanbracht in de vorm van vleermuiskasten.

Bij het ontwerp van de nieuwbouw is rekening gehou- den met de aanwezigheid van vleermuizen: er wordt een luchtspouw gerealiseerd die via stootvoe- gen toegankelijk is voor Gewone dwergvleermuis (en andere gebouw bewonende vleermuissoorten als Ruige dwergvleermuis), zie H6 en Bijlage 2. Ook worden passende maatregelen genomen om schade aan individuen te voorkomen (zie H6). 5.1.2 Gierzwaluw Als gevolg van de sloop van de woningen gaan drie nestplaatsen van Gierzwaluw verloren. Schade aan foerageergebieden is niet aan de orde, aangezien Gierzwaluw een zeer groot foerageergebied gebruikt (tot 8 kilometer rondom de nestplaats). De werkzaamheden worden uitgevoerd buiten de broedperiode van Gierzwaluw. Tijdelijke vervan- gende nestplaatsen zullen in de omgeving gerealiseerd worden opdat bij terugkomst in Nederland voldoende alternatieve nestgelegenheid voorhanden is. Ook worden passende maatregelen geno- men om schade aan individuen te voorkomen. In de nieuwbouw zullen (permanente) voorzieningen voor Gierzwaluw worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 6.1). Per nestplaats die verloren gaat, ko- men vijf nieuwe nestplaatsen terug binnen het plangebied. Vervangende nestruimten worden on- der het dakoverstek aangebracht aan kopgevels. De exacte locaties van de permanente nestplaat- Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 5.

Effecten Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 17 sen is nog onbekend. Waar nodig worden passende maatregelen genomen om schade aan indivi- duen te voorkomen (onder andere buiten het broedseizoen werken). Het verlies van nestplaatsen is daarom tijdelijk en schade aan gierzwaluwen wordt voorkomen. 5.1.3 Huismus Als gevolg van de sloopwerkzaamheden gaan 13 nestplaatsen van Huismus verloren. De werkzaam- heden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd en afgerond. In de nieuwbouw zullen (perma- nente) voorzieningen voor Huismus worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 6.1). Per nestplaats die verloren gaat, komen twee nieuwe nestplaatsen terug binnen het plangebied. De exacte vorm van de permanente nestplaatsen is nog onbekend (zie bijlage 3 voor alternatieve nestplaatsen). Doordat nieuwe vervangende nestplaatsen worden aangebracht, zijn bij het opleveren van de nieuwbouw nieuwe nestplaatsen beschikbaar. Daarnaast gaan tijdelijk rustplaatsen van Huismussen verloren en kunnen tijdens de uitvoering aan- wezige foerageergebieden in tuinen tijdelijk minder geschikt zijn. Bij de realisatie van de nieuwe wo- ningen zullen ook tuinen aangelegd worden, waardoor deze na afronding van de werkzaamheden gebruikt kunnen worden door Huismus.

Huismus is een opportunistische soort en zal daardoor een- voudig alternatieve rustplaatsen en foerageerplekken kunnen vinden in omliggende geschikte wo- ningen, tuinen en groengebieden (zie ook paragraaf 4.3). De nabije omgeving (<200 meter) van het plangebied kent voldoende geschikte uitwijkingsmogelijk- heden. Uit de huismusseninventarisatie van Heidinga (2017) blijkt dat de bezettingsgraad in de wijk beperkt is, waardoor voldoende onbezette potentiële nestlocaties voor Huismus beschikbaar zijn. Gezien de gekozen werkperiode buiten het broedseizoen valt en het beschikbaar zijn/ blijven van alternatieve nestplaatsen in de directe omgeving van het plangebied worden tijdelijke nestplaatsen niet noodzakelijk geacht. 5.2 Gunstige staat van instandhouding 5.2.1 Landelijke staat van instandhouding De landelijke staat van instandhouding van Gewone dwergvleermuis, Huismus en Gierzwaluw is ont- leend aan de beschikbare kennisdocumenten (Bij12 2017a) en informatie van Sovon (Sovon 2017). De landelijke staat van instandhouding van Gewone dwergvleermuis en Gierzwaluw zijn beoordeeld als ‘gunstig’. Voor Huismus is de landelijke staat van instandhouding ‘matig ongunstig’. 5.2.2 Afbreuk staat van instandhouding De lokale gunstige staat van instandhouding van Gewone dwergvleermuis, Gierzwaluw en Huismus is niet in het geding.

Het verlies van nest- en verblijfplaatsen is veelal van tijdelijke aard. Na het rea- liseren van de nieuwbouw zijn weer geschikte nestplaatsen aanwezig. Tevens zullen voor Gierzwa- luw en Gewone dwergvleermuis tevens tijdelijke vervangende voorzieningen worden gerealiseerd. Voor de Huismus zijn voldoende uitwijkmogelijkheden aanwezig. Afbreuk aan de (lokale) gunstige staat van instandhouding is niet aan de orde, omdat diverse maat- regelen worden genomen om te voorkomen dat exemplaren van Gewone dwergvleermuis, Gier- zwaluw en Huismus geschaad of gedood worden tijdens de werkzaamheden. Daarnaast zullen in de nieuwe situatie ruim voldoende geschikte alternatieve verblijven/ nestplaatsen worden aangebo- den. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 18 6.1 Maatregelen 6.1.1 Algemeen • Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin alle te nemen maatregelen worden vast- gelegd. Dit ecologisch werkprotocol is op de locatie aanwezig en onder alle betrokken partijen be- kend. Werkzaamheden worden aantoonbaar conform dit protocol uitgevoerd. • De werkzaamheden worden begeleid door een gekwalificeerde ecologisch toezichthouder met kennis op het gebied van vogels en vleermuizen. • Afwijking van het protocol is alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder .

• Door de ecologisch toezichthouder wordt een ecologisch logboek bijgehouden. Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoeld om schade aan beschermde soorten te voorkomen. Daarbij wordt omschreven welke soort betrokken was en welke maatregelen zijn genomen op welke da- tum en locatie. Op deze manier kan in geval van handhaving eenvoudig worden aangetoon d dat er zorgvuldig gewerkt wordt. • Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt door of in opdracht van de ecologisch toezichthouder een veldcontrole uitgevoerd in het gehele plangebied om na te gaan of en waar zich broedende vogels ophouden. Indien de werkzaamheden uitlopen tot in het broedseizoen van vogels, dan zul- len aanvullende veldcontroles uitgevoerd worden. Mochten broedende vogels aanwezig zijn dan worden de werkzaamheden ter plekke uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen. • Bij het onverwacht aantreffen van strikt beschermde soorten - vooral nesten van broedvogels en verblijfplaatsen van vleermuizen - worden de betreffende werkzaamheden direct gestaakt en wordt direct contact gezocht met de ecologisch toezichthouder (of uitvoerder). Vervolgens wordt in overleg bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd.

6.1.2 Fasering qua tijd • De werkzaamheden houden rekening met de meest kwetsbare perioden van aanwezige soorten (broedperiode van broedvogels en actieve periode van vleermuizen). • Werkzaamheden op locaties met nestplaatsen van broedvogels (o.a. Gierzwaluw en Huismus) worden zo veel mogelijk buiten het broedseizoen uitgevoerd. Dit is de periode 1 september tot en met 1 maart). Het uitvoeren of opstarten van werkzaamheden binnen het broedseizoen is alleen mogelijk als een broedvogelcontrole door een ter zake kundige is uitgevoerd. Wanneer blijkt dat bewoonde nesten afwezig zijn, worden maatregelen genomen om de vestiging van broedvogels te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het afsluiten van schoorstenen met kroontjes, het afdichten van ruimten onder gevelpannen of de onderste rij pannen bij de dakvoet met ru gvulling (stroken schuimrubber). Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 6. Maatregelen Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 19 • Werkzaamheden op de locaties met zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis worden bij voorkeur in koude (vorst)perioden uitgevoerd in de periode november tot en met februari, op het moment dat de soort gebruik maakt van elders aanwezige winterverblijfplaatsen.

6.1.3 Aanbrengen vervangende voorzieningen • Ter vervanging van de zomerverblijfplaatsen van Gewone dwergvleermuis word t de spouwmuur van de nieuwe woningen toegankelijk gemaakt, zie Bijlage 2 voor de opties en aandachtspunten. • Tevens zullen tijdelijke verblijfplaatsen worden gerealiseerd door het ophangen van vleermuiskas- ten aan woningen in de directe nabijheid van het plangebied. In totaal zijn 20 vleermuiskasten worden opgehangen conform het kennisdocument (BIJ12 2017a). Deze vleermuiskasten zijn al op 19 en 20 juli opgehangen om zoveel mogelijk gewenningstijd te bieden (Bijlage 1). Tijdens het on- derzoek in het najaar is aangetoond dat de kasten reeds gebruikt worden door Gewone dwerg- vleermuis en Ruige dwergvleermuis als zomerverblijfplaats en als paarverblijfplaats (Bijlage 1). • Ter vervanging van elke nestplaats van Gierzwaluw worden vijf vervangende voorzieningen – zo- wel tijdelijke als permanente voorzieningen – aangebracht. Tijdelijke voorzieningen worden aan- gebracht in de vorm van gierzwaluwnestkasten aan woningen in de directe nabijheid van het plangebied. Permanente voorzieningen zullen gelijktijdig met de nieuwbouw worden gereali- seerd. Vervangende voorzieningen worden geclusterd aangebracht aan blokken waar nu veel Gierzwaluwen broeden. Vervangende nestruimten worden onder het dakov erstek aangebracht aan kopgevels (zie Bijlage 3).

Vervangende voorzieningen worden alle binnen een afstand van maximaal 200 meter van de vastgestelde nestplaats aangebracht. De exacte locaties zijn nog on- bekend. In totaal zullen 15 tijdelijke als permanente voorzieningen worden gerealiseerd. Vervan- gende voorzieningen worden alle binnen een afstand van maximaal 200 meter van de vastge- stelde nestplaats aangebracht. • Ter vervanging van elke nestplaats van Huismus worden vogelvides aangebracht (zie Bijlage 4). De vogelvides worden aangebracht in te nieuw te bouwen woningen. Vervangende voorzieningen worden alle binnen een afstand van maximaal 250 meter van de vastgestelde nestplaats aange- bracht. 6.2 Locatie maatregelen Voor de locaties van de vervangende verblijfplaatsen zie bijlage 5. 6.3 Effectiviteit maatregelen 6.3.1 Gewone dwergvleermuis De beschreven vervangende voorzieningen voor Gewone dwergvleermuis (toegankelijke spouw- muur met luchtspouw) is effectief (Bij12 2017a). De aangebrachte tijdelijke voorzieningen zijn be- doeld als voorzorg en als alternatieve tijdelijke verblijfplaats. De voorzieningen zijn effectief (Bij12 2017a) en zelfs reeds in gebruik genomen door vleermuizen. 6.3.2 Gierzwaluw Geïntegreerde nestkasten in overstekken bij kopgevels zijn voor Gierzwaluw een geschikte optie.

Dergelijke nestkasten zijn beproefde vervangende voorzieningen die in het verleden effectief zijn gebleken bij vele woningbouwprojecten in Nederland (Bij12 2017c). De aangebrachte tijdelijke Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 20 voorzieningen zijn bedoeld als voorzorg en als alternatieve tijdelijke verblijfplaats. Ook deze maatre- gelen zijn beproefde vervangende voorzieningen die in het verleden effectief zijn gebleken bij vele woningbouwprojecten in Nederland (Bij12 2017c). Bij het plaatsen van geïntegreerde nestkasten wordt bovendien rekening gehouden met de richtlij- nen die zijn beschreven in het Kennisdocument Gierzwaluw (zie ook bijlage 3). Zo worden de geïnte- greerde kasten onder de dakoverstek geplaatst, om te voorkomen dat ze te warm worden. 6.3.3 Huismus Voor Huismus wordt de optie vogelvide toegepast. Dit is een beproefde vervangende voorziening die in het verleden effectief zijn gebleken bij vele woningbouwprojecten in Nederland (Bij12 2017b). Bij het plaatsen van vogelvides wordt bovendien rekening gehouden met de richtlij nen die zijn be- schreven in het Kennisdocument Huismus (zie ook bijlage 3). Zo worden vogelvides alleen aan de oostzijde van woningen aangebracht, zodat de nestlocaties niet te warm worden in de middagzon.

Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 21 7.1 Alternatieve locatie Alternatieve locaties ontbreken, dit omdat het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden locatiege- bonden is en niet op een andere plek kan worden uitgevoerd. 7.2 Alternatieve inrichting Alternatieve inrichtingsplannen zijn geen optie. Er zijn geen mogelijkheden voor herontwikkeling van de locatie die geen (tijdelijke) verstoring teweegbrengen. 7.3 Alternatieve werkwijze Een alternatieve werkwijze is niet aan de orde. Voor Gewone dwergvleermuis, Huismus, Gierzwaluw en overige vogels worden alle nodige voorzorgsmaatregelen genomen om schade tijden s de uitvoe- ring van de werkzaamheden tot een minimum te beperken. 7.4 Alternatieve planning Een alternatieve planning is niet noodzakelijk. De planning is volledig aangepast aan de functies die het plangebied heeft voor Gewone dwergvleermuis, Huismus, Gierzwaluw en overige vogels. Het werkzaamheden vinden plaats in de ecologisch meest gunstige periode. Het hanteren van een an- dere planning heeft voor de aanwezige broedvogels geen voordelen. Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 7.

Alternatieven en be- lang Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 22 7.5 Wettelijke belangen Habitatrichtlijn (Gewone dwergvleermuis) Volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar be- lang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten Vogelrichtlijn (Gierzwaluw en Huismus) De volksgezondheid of de openbare veiligheid Toelichting Dwingende redenen van groot openbaar belang In het Convenant Energiebesparing Huursector van 28 juni 2012 12 zijn afspraken over energiebespa- ring gemaakt tussen het Rijk en woningcorporaties. Afgesproken is dat in 2020 ten minste een ge- middelde Energie-Index < 1,40 (gemiddeld energielabel B) wordt bereikt voor de totale huurwoning- voorraad van de woningcorporaties. Dat komt overeen met een besparing op het gebouwgebonden energieverbruik van bestaande corporatiewoningen van 33% in de periode 2008 tot en met 2020. Alle partijen zien het belang van energiebesparing, vanwege het klimaat, de eindigheid van de voor- raad fossiele brandstoffen en de stijging van de energieprijzen in relatie tot de woonlastenontwikke- ling: energiebesparing draagt bij aan een betere betaalbaarheid van het huren, wat vooral van be- lang is voor de koopkracht van huurders met lagere inkomens.

Uit de wijkvisie Steenwijk-West (Gemeente Steenwijkerland 2014) blijkt dat de woningen in het plangebied in kwalitatief slechte staat verkeren. Onderhouds- en energiekosten zijn hoog wat als gevolg heeft dat de leefbaarheid afneemt. In de regio is sprake van een stijgende vraag naar nieuw- bouwwoningen. Door de huidige bebouwing te slopen wordt ruimte gecreëerd voor een nieuw- bouwproject. Doordat de woningen aan het huidige bouwbesluit moeten voldoen, wordt de nieuw- bouw voorzien van een hoger energielabel. Zo liggen er plannen om met de bouw van de woningen ook zonne-energie-installaties mee te nemen. Op deze manier wordt duurzaamheid gestimuleerd, waarbij middels zonnepanelen groene energie wordt gebruikt. De voorgenomen woningbouw, ge- paard met de sloop van de huidige woningen, hebben tot doel om de huidige inrichting van de wijk en de leefbaarheid te verbeteren. Openbare veiligheid De woningen zijn in de huidige staat niet meer inzetbaar en staan geruime tijd leeg. Er is op dit mo- ment sprake van vandalisme, brandstichting en insluiping. De openbare veiligheid is daarmee in het geding.

________________________________________________________________________________ 1 http://www.aedes.nl/content/artikelen/bouwen-en-energie/energie-en-duurzaamheid/energieconvenant--in-2021-naar- energielabel-b.xml (pagina 3 van het Convenant Energiebesparing Huursector 28 juni 2012) 2 http://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/woningbouw/beleidskader/convenant-energiebespa- ring-corporatiesector Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk 23 Literatuur Adviesbureau Mertens B.V. (2017). Quick scan beschermde planten- en diersoorten van Van Speykstraat e.o. te Steenwijk. Bij12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. Bij12 (2017b). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. Bij12 (2017c). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. Gemeente Steenwijkerland (2014). Plan van aanpak Wijkvisie 2025 Steenwijk-West 2.0 Tweede termijn: 2015 – 2019. Heidinga, D.E. (2017); Inventarisatie van de huismussen van Steenwijk-West. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

www.net- werkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Internet RIVM (Binnenmilieu: http://www.rivm.nl/Onderwerpen/B/Binnenmilieu) SOVON (Soortbeschrijving Gierzwaluw: https://www.sovon.nl/nl/soort/7950 NDFF Uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 19 juli 2017 Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Geraadpleegde bronnen Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Bijlagen Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Verspreidingskaarten Activiteitenplan herstructurering Van Speykstraat en Piet Heinstraat te Steenwijk Bijlage 1 !( !( !( !( !( !( !( Esri Nederland, Jan-Willem van Aalst - www.imergis.nl Onderwerp Datum Versie Getekend door Projectnummer Kaartondergrond 08-09-2017 Definitief H.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d4d18b2f-5547-4e47-9f3e-d20c9be0cea9?agendaItemId=42559f29-83df-47ab-95dc-91ad0f392c8b