CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 Rekenkamer 1-Rapport-Metadossier-en-analyse-Participatie

Raadsvergadering 21 januari 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken23.209 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Factoren voor succesvolle par0cipa0e -AcKef luisteren en openstaan voor alle geluiden, ook kriKsche. -Werken vanuit de context van inwoners (leefwereld) in plaats van de bestuurlijke context (systeem). 44 -Durven loslaten en ruimte geven aan iniKaKeven uit de samenleving. -Cultuur van leren en experimenteren (fouten maken mag). -Een duidelijk aanspreekpunt voor iniKaKefnemers. -EvenwichKge afweging tussen verschillende belangen en het algemeen belang. -Aandacht voor de prakKjk van de uitvoering. De volksvertegenwoordiging bij par0cipa0e -De posiKe van volksvertegenwoordigers bij parKcipaKe komt uit de onderzochte rapporten naar voren als onvoldoende uitgekristalliseerd. Veel raadsleden worstelen met hun rol binnen parKcipaKetrajecten, balancerend tussen hun funcKe in de representaKeve democraKe en de opkomende parKcipaKeve democraKevormen. -Een dominante opvatng vanwaaruit veel rekenkamers kijken, is dat raadsleden zich moeten beperken tot kaderstelling vooraf en controle achteraf. Ze worden geacht algemene spelregels vast te stellen voor parKcipaKe, maar zich niet te mengen in de concrete uitvoering van parKcipaKeprocessen. Dit creëert in de prakKjk een paradox: raadsleden moeten controleren of parKcipaKe goed verloopt, maar hebben daarvoor weinig handvaQen omdat ze op afstand staan van de uitvoering.

-Enkele rekenkamers pleiten voor een acKevere rol van raadsleden in het democraKsch proces, en voor meer reflecKe op het funcKoneren van de lokale democraKe. De Omgevingswet wordt genoemd als een kans voor raadsleden om hun rol bij parKcipaKe beter in te vullen, al blij7 onduidelijk hoe dit concreet vorm moet krijgen. Patronen in het rekenkameronderzoek naar par:cipa:e Onderzoeksaanpak -Uniformiteit in onderzoeksopzet: de meeste rekenkameronderzoeken volgen een standaardaanpak: documentanalyse, interviews, casusstudie, en een normenkader gebaseerd op gemeentelijk beleid. -Beleidsevalua=e in plaats van prak=jkonderzoek: het overgrote deel (circa 4 op de 5) van de onderzoeken start bij het gemeentelijk beleid, een minderheid neemt de gemeenschap of prakKjk als uitgangspunt. -Uitbesteding aan bureaus: veel rekenkamers besteden onderzoek uit aan dezelfde bureaus, wat bijdraagt aan herhaling van methodologie en uitkomsten. -Beperkte methodologische vernieuwing: innovaKeve onderzoeksmethoden zoals acKeonderzoek, narraKef onderzoek of parKcipaKeve ontwerpmethoden komen nauwelijks voor . -Geringe betrokkenheid van inwoners: in slechts een klein deel van onderzoeken zijn inwoners acKef betrokken bij de onderzoeksopzet of -uitvoering.

Normenkaders en beoordelingscriteria -Vergelijkbare normenkaders in verschillende contexten: ondanks variaKe in gemeentegrooQe en vraagstukken, gebruiken rekenkamers vaak sterk vergelijkbare normenkaders. 45 -Gemeenteperspec=ef dominant: normenkaders gaan voornamelijk uit van het gemeenteperspecKef, zelden van het perspecKef van de gemeenschap. -Nadruk op voorbereiding: normenkaders leggen sterke nadruk op voorbereiding, kaderstelling en beleid en aanzienlijk minder op uitvoering en effect. Herhaling van aanbevelingen -Voorspelbare aanbevelingen: ongeacht gemeente, Kming of context komen de meeste rekenkameronderzoeken tot opmerkelijk vergelijkbare aanbevelingen, die (bot samengevat) gaan over kaderstellen, sturing en verantwoordelijkheden, informaKevoorziening, transparanKe en monitoring en evaluaKe. -Abstracte aanbevelingen: de aanbevelingen richten zich voornamelijk op beleid, kaderstelling en structuur, zelden op concrete uitvoeringsprakKjk. We zien veel 'control' en sturing- aanbevelingen, weinig 'onderzoekende' aanbevelingen en ook weinig die vanuit het perspecKef van de gemeenschap geformuleerd zijn. -Beperkte meerwaarde: door herhaling van reeds bekende aanbevelingen lijkt de toegevoegde waarde van nieuw (diepgravend) rekenkameronderzoek naar parKcipaKe soms beperkt.

-Weinig ontwikkeling door de =jd in aanpak en aanbevelingen: We zien in de rapporten ook geen duidelijke ontwikkeling in de Kjd in de aandachtspunten, aanpak en aanbevelingen; de jongste rapporten verschillen daarin niet wezenlijk van de oudste. 23 Verklaringen voor de herhaling We idenKficeerden vijf verklaringen voor de herhaling van zeQen in rekenkameronderzoek: 1.Beperkte kennisuitwisseling tussen rekenkamers: slechts een klein deel van de onderzochte rapporten maakt expliciet gebruik van eerdere rekenkameronderzoeken elders en bouwt daar op voort. 2.OnderzoeksopzeQen worden gekopieerd: Rekenkamers gebruiken elkaars onderzoeksopzeQen en uitvragen als sjabloon. 3.Neiging om de eigen gemeente als uniek te beschouwen: elke gemeente (en rekenkamer) vindt zichzelf uniek, hetgeen kan leiden tot herhaling van onderzoek naar dezelfde vraagstukken. 4.Waarde van herhaling voor implementa=e: het kan nutg zijn om vaker met dezelfde boodschap te komen, mensen leren langzaam en in gemeenten verschijnen steeds nieuwe mensen ten tonele (frappez toujours). 24 5.Klassieke rekenkamermethodiek leidt tot vaste invalshoeken: veel rekenkamer hanteren de 'klassieke' rekenkamermethodiek en dit leidt tot een vaste invalshoek (beleid) en methodiek die weer leidt tot bepaalde typen bevindingen en veelal abstracte aanbevelingen.

Wel zien we in de loop der jaren soms nieuwe aanleidingen opduiken (met name de Omgevingswet en Wet versterking 23 parKcipaKe op decentraal niveau) of nieuwe taal of termen opduiken (zoals OverheidsparKcipaKe en Uitdaagrecht), maar die leiden niet tot duidelijke (door)ontwikkeling in aandachtspunten, aanpak of aanbevelingen. Dit is (vooral) een mogelijke verklaring voor het feit dat veel rekenkamerrapporten - ongeacht het onderwerp - leiden tot 24 vergelijkbare aanbevelingen. 46 (Waarin) verschilt onderzoek naar par=cipa=e van ander onderzoek? De bovengenoemde verklaringen voor de herhaling van zeQen, gelden in feite voor vrijwel alle rekenkameronderzoeken, niet alleen die naar parKcipaKe. We zien in onze prakKjk dat een groot deel van de wederkerende ‘parKcipaKeaanbevelingen’ voorkomt in bijna elk rekenkameronderzoek naar welk onderwerp dan ook. Ongeacht onderwerp beveelt een standaard rekenkameronderzoek grosso modo aan: -stel vooraf duidelijke kaders met duidelijke beleidsdoelen en -indicatoren; -versterk de sturing en verantwoordelijkheden; -verbeter de informaKevoorziening aan de raad; -bevorder de financiële en beleidsinhoudelijke transparanKe en onderbouwing; en -monitor en evalueer het beleid. Toch zijn er wel verschillen.

Bij rekenkameronderzoek naar parKcipaKe wordt in vergelijking met ‘reguliere’ rekenkameronderzoeken vaker opgeroepen tot: -vroegKjdige en acKeve inwonersbetrokkenheid; -ruimte houden voor inhoudelijke inbreng van betrokkenen; -duidelijke rollen en verwachKngen (inclusief verwachKngenmanagement), ook rond representaKeve en parKcipaKeve democraKe; -betere terugkoppeling naar inwoners / deelnemers; -aandacht voor inclusie/bereik van doelgroepen; en (in mindere mate) -reflecKe op democraKe of democraKsch handelen en ‘de rol van de raad’ daarbij. Lacunes in het rekenkameronderzoek naar par:cipa:e Hierboven is beschreven welke patronen en inzichten we konden opmaken uit de rapporten. Hieronder beschrijven we de gevonden lacunes, zowel inhoudelijk als methodologisch. Inhoudelijke lacunes -Uitvoering: slechts een klein deel van de onderzoeken kijkt naar concrete en prakKsche uitvoeringsaspecten van parKcipaKe. De normen die het casusonderzoek hanteren, zijn vaak hoog-over en gericht op de planning en control: doelen, plannen van aanpak, analyses en verslagen. De keuzes die de gemeente in de prakKjk maakt, over de locaKe, de Kjd, of er wel of geen soep vooraf is en wie er ‘voor de groep’ staat, komen zelden aan bod. -Procedurele rechtvaardigheid: deze voor parKcipaKe belangrijke noKe wordt zelden benut om naar parKcipaKe te kijken.

-Kosten: hoewel vaak aanbevolen wordt "voldoende Kjd en middelen" vrij te maken, hee7 kennelijk nog geen rekenkamer goed onderzocht - of kunnen onderzoeken - wat dat dan precies betekent voor de sturing op kwaliteit. -Bestuurlijke verantwoordelijkheid: de rapporten bieden zelden inzicht in de specifieke bestuurlijke verantwoordelijkheid voor parKcipaKe (hetzij van een wethouder, de burgemeester of het hele college) en gaan nooit in op welke consequenKes dat hee7. 47 -Organisa=e: over hoe parKcipaKe in de ambtelijk moet worden georganiseerd verschillen de meningen. Veel rekenkamers bevelen aan dit met duidelijke verantwoordelijkheden te beleggen op een plek, bij een afdeling, bij een persoon of een loket. Andere rekenkamers benadrukken dat parKcipaKe onderdeel moet zijn van ieders werk, niet alleen van de ‘parKcipaKe-ambtenaar’ . 25 -Verschillen per beleidsdomein: parKcipaKe in het fysieke domein verschilt van parKcipaKe in het sociale domein, maar dit onderscheid wordt zelden gemaakt in onderzoeken. -Eigenaarschap en zeggenschap van bewoners, of de parKcipaKe die vergroot hee7 of niet, en wat het effect daarvan was. -Community building/gemeenschapsopbouw 2.0 wordt (nog) niet onderzocht als onderdeel van werken aan parKcipaKe. -Jongeren: er is vrijwel geen rekenkameronderzoek naar parKcipaKe door jongeren.

26 -WeQen: relevante weQen als de Omgevingswet, Wet versterking parKcipaKe op decentraal niveau en (in minder mate) de Wmo gaven een impuls aan rekenkameronderzoek naar parKcipaKe. De inhoudelijke effecten van die weQen op parKcipaKe zijn echter nog niet of beperkt onderzocht. Datzelfde geldt voor het Uitdaagrecht (op basis van de Wmo of de Wet versterking parKcipaKe op decentraal niveau). Er is veel rekenkameronderzoek gedaan naar parKcipaKe rond de Omgevingswet, vaak met als belangrijkste aanbeveling om (alsnog) parKcipaKebeleid te gaan ontwikkelen - al dan niet in de geest van de Omgevingswet. -De raad: slechts weinig rekenkameronderzoeken nemen het volksvertegenwoordigersperspecKef als centraal uitgangspunt. De rol van de raad wordt meestal wel benoemd, maar niet grondig uitgewerkt. Het gevolg is dat raadsleden vaak onvoldoende handvaQen krijgen om hun rol in parKcipaKeprocessen effecKef in te vullen, terwijl zij een sleutelposiKe innemen in het democraKsch bestel. Methodologische lacunes -Eenzijdige benadering: onderzoeken starten vanuit het gemeenteperspecKef respecKevelijk bij beleid, zelden vanuit de gemeenschap en/of de prakKjk. -Ex-post evalua=e dominant: slechts een beperkt deel volgt parKcipaKeprocessen of kijkt vooruit, het overgrote deel van de onderzoeken kijkt achteraf.

Daarbij wordt dan vooral gekeken of het vooraf afgesproken beleid is gelukt; geen enkel onderzoek start bij de uitkomst van een traject om dan terug te redeneren hoe dit is gekomen. -Kennisbenupng: er wordt nauwelijks gebruikgemaakt van de lessen van elders of van landelijke kennisbronnen zoals het Kennisknooppunt ParKcipaKe. -Beperkte varia=e in instrumenten: vrijwel alle rekenkamers zeQen documentanalyse, interviews en casusstudie in. Ook enquêtes komen redelijk veel voor . PrakKjkgericht aanpakken, zoals observerende, explorerende en/of parKcipaKeve methoden, worden zelden toegepast. Rekenkamers zijn het er vrijwel allemaal over eens dat ontkokerd, flexibel en lerend moet worden gewerkt vanuit de 25 leefwereld in plaats van de systeemwereld. Alleen Den Helder (2014), Capelle aan den IJssel (2016) en Opsterland (2023) besteden daar expliciet aandacht aan. 26 Jongeren worden wel regelmaKg benoemd als groep die lasKg te bereiken en/of ondervertegenwoordigd is in parKcipaKetrajecten. En in diverse rekenkameronderzoeken worden jongeren expliciet benaderd als respondenten. 48 Aanbevelingen voor het Rijk Rekenkamers onderzoeken niet of lokale kwesKes rond parKcipaKe ook aandacht nodig hebben van de landelijke overheid. Ze doen dan ook geen aanbevelingen aan het Rijk. Maar uit onze analyse blijken er wel degelijk kwesKes te zijn die aandacht van de centrale overheid verdienen.

Wat zou het Rijk kunnen doen? -Ideaal zou zijn een oproep aan gemeenten om te stoppen met beleid (beter) maken en nu eerst ‘gewoon’ aan de slag te gaan samen met de gemeenschap, als gelijkwaardige partners. En dus de oproepen waar te maken uit de rapport-Ktels van gezaghebbende insKtuten als de WRR (“Vertrouwen in Burgers”), ROB (“Loslaten in Vertrouwen”) en RMO (“Terugtreden is vooruitzien”). -De ondersteuning die het Rijk daartoe kan bieden is al op papier gezet, in de KabinetsreacKe uit 2013 op bovenstaande rapporten: de kabinetsnota “De Doe-democraKe". Sindsdien hee7 het Rijk niet sKlgestaan, getuige onder meer het programma DemocraKe-In-AcKe (VNG/BZK), diverse nota’s en kamerbrieven en zelfs een wet over parKcipaKe. Er zijn stappen gezet, maar de aanbevelingen uit de kabinetsnota vragen nog alKjd aandacht en inzet van het Rijk: “I. Burgers in posiKe brengen, onder meer door: -extra) aandacht aan burgerschap en sociaal ondernemerschap in het onderwijs. -ondersteuning vrijwilligers en iniKaKefnemers door o.m. Kracht in NL, greenwish, de nieuwe bv, NOV, etc. -overdragen zeggenschap, discussie over instrumenten als PGB. -aanpassen regelstelsels en (verkennen van) nieuwe financieringswijzen, buurtrechten, wijkonderneming en maatschappelijk aanbesteden. II.

AansluiKngsvermogen van de overheid vergroten, onder meer door: -vergroten leervermorgen decentraal bestuur, met leerkringen, experimenten, casusondersteuning en landelijke helpdesk voor gemeenten. -bevorderen (internaKonale) kennisontwikkeling en –deling, onder meer door kennismakelaar en internaKonale inspiraKeconferenKe -invoeren beleidstoets vitale samenleving, startend met ex-ante evaluaKes van nieuw beleid. -responsief maken van de overheid, via inspraak- en procesmanagement, regeldrukbeheersing, risicoacceptaKe, pretg contact met de overheid en open overheid.” -En omgekeerd kan het Rijk ook hulp krijgen van de rekenkamers. Veel landelijke wetgeving richt zich (of hee7 invloed) op parKcipaKe op decentraal niveau. Dit geldt met name voor de Wmo, de Omgevingswet en de Wet versterking parKcipaKe op decentraal niveau. De laatste twee zijn nog pril, maar de weQen zullen (ooit) worden geëvalueerd. Benut bij die evaluaKe dan ook de inzichten uit rekenkameronderzoeken. En verken dan ook of het mogelijk is om (decentrale) rekenkamers te betrekken in die evaluaKe. 49 Aanbevelingen voor rekenkamers Methodologische vernieuwing 1.Doe gerichter onderzoek: kijk of een of meer van bovengenoemde inhoudelijke lacunes in jouw gemeente relevant zijn en zo ja: doe daar met bijpassende onderzoeksmethodes gericht onderzoek naar .

2.Onderzoek de prak=jk: besteed meer aandacht aan de daadwerkelijke uitvoering van parKcipaKe in plaats van het beleid. 3.Varieer in startperspec=even: begin vaker bij de gemeenschap of de uitkomst en werk terug naar de gemeentelijke rol. 4.Pas ook andere (innova=eve) methoden toe: experimenteer met parKcipaKef onderzoek, narraKeve en journalisKeke methoden en observerende technieken. 5.Betrek inwoners ac=ever: laat inwoners meebeslissen over onderzoeksvragen, normenkaders en/ of meewerken aan het onderzoek. 6.Voorkom zoek-en-vervang-rapporten: vraag onderzoeksbureau’s (juist die met veel ervaring) om hun experKse te benuQen voor doorontwikkeling van onderzoeksmethodes en verdieping op de inhoud. Benut waar zij nog nieuwsgierig naar zijn. Kennis versterken en uitwisselen 1.Benut bestaand onderzoek, bronnen en instrumenten: bouw voort op de beschikbare kennis uit eerdere rekenkameronderzoeken en andere bronnen. En kijk of je gebruik kunt maken van de vele instrumenten die er soms om parKcipaKe beter te maken of beter te begrijpen. 27 2.Werk samen met andere rekenkamers om kennis te verdiepen in plaats van te herhalen, vraag de Vereniging van Rekenkamers om hulp waar nodig. 3.Differen=eer naar context: houd rekening met gemeentegrooQe, beleidsdomein en specifieke vraagstukken.

4.Onderzoek de doorwerking van (nieuwe) weQelijke kaders: benut de Omgevingswet, de Wmo en de Wet versterking parKcipaKe op decentraal niveau voor gerichte onderzoeksvragen. Door het rekenkameronderzoek naar parKcipaKe te vernieuwen en te verrijken, kunnen rekenkamers hun toegevoegde waarde voor gemeenteraden vergroten en daadwerkelijk bijdragen aan betere samenwerking tussen gemeente en gemeenschap. EffecKeve parKcipaKe vraagt om een conKnue dialoog tussen gemeente en gemeenschap, waarbij beide parKjen bereid zijn om te leren en zich aan te passen. Op dezelfde manier moeten rekenkamers bereid zijn om hun eigen werkwijzen te vernieuwen en aan te passen aan de complexe, dynamische werkelijkheid van parKcipaKeprocessen. Zie daarvoor § Welke modellen, ladders en andere kennis van buiten wordt gebruikt?27 50 Aanbevelingen voor gemeenteraden Uit de analyse komen aandachtspunten naar voren waarmee de raad zijn rol en invloed op parKcipaKe (verder) kan versterken: 1.Richtlijnen boven blauwdrukken: Erken dat elk vraagstuk vraagt om een eigen parKcipaKeaanpak. Vraag het college niet om een allesomvaQend beleidskader, maar om flexibele richtlijnen met ruimte voor situaKoneel handelen. 2.Transparan=e over poli=eke keuzes: Wees vervolgens bij elk vraagstuk helder over welke aspecten poliKek bespreekbaar zijn en welke kaders al vaststaan, zodat inwoners weten waar hun invloed ligt.

3.Ac=evere raadsbetrokkenheid in het gehele proces: beperk als raad en raadslid je betrokkenheid niet tot de kaderstelling vooraf en controle achteraf. Houdt ook Kjdens de parKcipaKeprocessen voeling met wat er lee7. 4.Investeren in gemeenschapskracht: ParKcipaKe vereist permanent contact. SKmuleer het college om te investeren in duurzame relaKes met de gemeenschap, niet alleen in projectgebonden parKcipaKe. 5.Sturen op procedurele rechtvaardigheid: Beoordeel parKcipaKe niet alleen op uitkomsten of opkomstcijfers, maar ook op de ervaren eerlijkheid van het proces door alle betrokkenen. 6.Reflec=e op democra=sche waarden: Organiseer regelmaKg gesprekken (bijvoorbeeld in een raadsconferenKe) over de lokale democraKe en de balans tussen representaKeve en parKcipaKeve elementen. Daarbij is het goed om te beseffen dat de raad bij elk aandachtspunt steeds een balans zal moeten zoeken in de volgende spanningen: • Structuur versus flexibiliteit: Te veel focus op procedures en beleidskaders kan leiden tot verstarring, maar zonder enige structuur ontstaat onduidelijkheid. • Verhouding representa=eve en par=cipa=eve democra=e: Raadsleden zijn verkozen om hun plannen: waar ligt de zeggenschap; bij gemeente of gemeenschap? • Ondersteunen versus overnemen: Gemeenten lopen het risico iniKaKeven 'over te nemen' van inwoners, waardoor energie en betrokkenheid verdwijnt.

De kunst is om te ondersteunen zonder te domineren. 51 Nawoord: genoeg te doen Deze meta-analyse leverde belangrijke inzichten én nieuwe vragen op. In dit nawoord reflecteren we op de grenzen van ons onderzoek en schetsen we mogelijke rich:ngen voor verdere verdieping. We hebben in onze analyse veel uitgeprobeerd, nagedacht en uitgezocht. Sommige zaken konden we binnen het kader van deze opdracht niet verder napluizen. Andere zaken konden we niet beantwoorden met of op basis van de 102 rekenkamerrapporten. De meelezende experts reikten ons ook weer allerlei nieuwe ideeën en inzichten aan. Kortom: zoals zo vaak is nader onderzoek nodig (gelukkig maar!). Waar kunnen we als rekenkamers nu eens onze tanden in gaan zeQen? -Een fundamenteel punt: we zijn in Nederland goed zijn in systemen maken. En als die systemen niet werken, bouwen we een hulpsysteem. ParKcipaKe werkt waarschijnlijk niet systemaKsch maar systemisch. Het gaan om anders (willen) werken voor en met de gemeenschap.

Hoe werken we beter aan die veranderopgave? -Is er verschil in onderzoeken die rekenkamers zelf doen en rekenkameronderzoeken die worden uitbesteed? Sluiten de eigen onderzoeken beter aan op de lokale context en behoe7e? Of komen die juist (bijvoorbeeld door beperkte kennis van parKcipaKe) op ‘open-deur-aanbevelingen’? -Een veelvoorkomende aanbeveling is dat de gemeentelijke organisaKe ontkokerd en meer vanuit de leefwereld moet gaan werken. Toch is nog onduidelijk waardoor en hoeverre parKcipaKe nu binnen organisaKe precies verkokerd plaatsvindt, als bijvoorbeeld ieder(e) beleidsterrein of -afdeling sectorale parKcipaKe opzoekt met de gemeenschap, en vooral: hoe dat valt op te lossen. We vermoeden zo maar dat allerlei weQen die elk apart aansturen op parKcipaKe daarbij niet helpen, maar dat ambtenaren die vanuit de Omgevingswet bezig zijn met parKcipaKe, dat parallel doen aan collega’s die EnergietransiKe of de RES in samenspraak met de gemeenschap tot stand proberen te brengen. -En welke invloed hee7 het organisaKemodel van de gemeente (matrix, dienstenstructuur, vlekken, opgavengestuurd et cetera) op de parKcipaKe in die gemeente? -We constateren in onze analyse dat de kosten van parKcipaKe nog een onontgonnen gebied zijn: •Klopt de veelgehoorde claim dat goede parKcipaKe vooraf, achter gedoe en gangen naar rechters voorkomt.

Is er een verband tussen kosten (inzet) voor parKcipaKe en rechtsbijstand? •Op welke budgeQen drukken de kosten voor parKcipaKe? Wat valt daar wel en niet onder? De kosten voor parKcipaKe ziQen soms verdisconteerd in projectkosten, soms in personeelskosten (al dan niet van externen). Is daar op te sturen? •Voor grote en nieuwe (vaak Kjdelijke of experimentele) parKcipaKe-instrumenten (zoals nu bijvoorbeeld het burgerberaad, en eerder online plazorms en ‘co-creaKe’) is vaak incidenteel geld beschikbaar . Hoe verhoudt zich dat tot de alledaagse ‘structurele’ parKcipaKe? (Tijd voor een kop koffie met bewoners voor groenbeheerders? Geld om een buurtbijeenkomstje te organiseren als bewoner of buurtwerker?). -In deze analyse besteden we geen substanKële aandacht aan digitale parKcipaKevormen, de specifieke voor- en nadelen hiervan, of de effecKviteit van online parKcipaKetools. Nader onderzoek naar digitale democraKe en parKcipaKeplazorms zou inzicht kunnen bieden in hoe deze instrumenten inclusie bevorderen of juist belemmeren en/of leiden tot betere parKcipaKe. 52 -Er is nog niet onderzocht hoe parKcipaKe vorm krijgt onder Kjdsdruk, in crisissituaKes of bij ‘gevoelige’ dossiers.

Wat gebeurt er met de afspraken en spelregels als besluiten snel genomen moeten worden? Of als de pers erbovenop zit? Kan parKcipaKe dan goed gebeuren, en zo ja, in welke vorm? Is er misschien meer mogelijk dan ‘normaal’ en helpt de crisis of poliKeke gevoeligheid juist om het echt eens goed neer te zeQen? -Hoewel dit rapport werkvormen noemt, zou systemaKsch onderzoek naar de effecKviteit van specifieke parKcipaKewerkvormen in verschillende contexten waardevol zijn. Welke aanpakken werken het beste voor welke vraagstukken? -De onderliggende machtsdynamiek tussen overheid en burgers verdient diepgaander onderzoek. Hoe verschuiven machtsposiKes Kjdens parKcipaKeprocessen? Wanneer is er sprake van echte zeggenschap en wanneer van schijnparKcipaKe? -Onder meer het SCP doet veel langlopend onderzoek dat een relaKe hee7 met parKcipaKe, bijvoorbeeld naar vertrouwen in bestuur en poliKek, afgehaakte burgers en stemgedrag. Het zou interessant zijn als rekenkamers daar meer mee te doen omdat dit inzicht zou kunnen geven in de duurzame waarde van parKcipaKeprocessen. -Rond parKcipaKe en de Omgevingswet is nog veel onduidelijk. IniKaKefnemers en projectontwikkelaars moeten zelf de parKcipaKe vormgeven, maar ontevreden bewoners gaan klagen bij de wethouder .

Hoe pakt dat uit? -"Voor gemeenteraden [blij7] hun rol op het gebied van burgerparKcipaKe onduidelijk en vaak beperkt” schrij7 Overbetuwe (2019). Onze ervaring leert dat de uitkomst van parKcipaKeprocessen soms is dat gemeenteraad en bewoners zelfs tegenover elkaar komen te staan. Het zou waardevol zijn als rekenkamers nader onderzoek doen naar de posiKe van de volksvertegenwoordiging en de toegevoegde waarde die juist raadsleden kunnen hebben in samenwerkingsprocessen. -We zijn er tot slot, samen met een aantal meelezende experts, van overtuigd dat er - ook in de onderzochte gemeenten - genoeg waardevolle, leuke, gezellige, resultaat-opleverende samenwerkingen zijn tussen gemeente en gemeenschap. Die komen echter met de huidige rekenkamer-aanpakken niet tot nauwelijks in beeld. Daarover schrij7 een meelezende expert: “als je met het ‘definiKeboek’ van parKcipaKe naar buiten stapt zie je vaak niet wat er zich in essenKe recht voor je neus afspeelt.” Kunnen we als rekenkamers vrijer gaan rondkijken? Nu gaan doen! 53 Bijlage 1: Onderzoek doen met AI Voor dit onderzoek hebben we AI benut als hulpmiddel. Daaraan ziIen voordelen en risico’s. Gebruik AI niet als je zelf geen verstand hebt van de inhoud die je onderzoekt, want er komt veel onzin uit. Blijf er ook bij weg als je niet weet wat je wilt weten, want AI doet het alleen als je echt goede vragen stelt.

AI beoordeelt ook de kwaliteit van het eigen werk niet - dat moet jij zelf doen. Vandaar dus dat je moet weten waar je het over hebt. Hieronder beschrijven we kort de voordelen en de risico’s van onderzoek doen met AI. En we Kppen drie AI-tools voor drie verschillende onderzoekstoepassingen. Voordelen Snel grote volumes verwerken: AI kan in korte Kjd honderden documenten doorzoeken en analyseren. Een taak die normaal weken zou duren, wordt teruggebracht tot uren. Conceptueel verbanden leggen: AI herkent verbanden en patronen tussen documenten. Het systeem zoekt geen trefwoorden, maar relaKes tussen concepten. AI kan je verrassen, juist doordat AI zoekt naar concepten en samenhangen en die soms anders maakt dan je zelf zou doen. Daar kun je mee ‘spelen’ door geen definiKes of categorieën mee te geven voor een analyse en eens te kijken waar hij mee komt. (Uiteraard moet je dat dan weer checken.) Flexibele onderzoeksfocus: Je kunt eenvoudig en snel van onderzoeksperspecKef wisselen met nieuwe vragen of nieuwe categorieën, zonder opnieuw het volledige corpus te hoeven doornemen. Risico’s en hoe je ze vermijdt AI’s kunnen niet tellen: De taalmodellen waarmee AI werkt, kunnen niet goed tellen. Ze hebben geleerd welke woorden meestal na elkaar komen in teksten, niet hoe je getallen moet bijhouden en ermee moet rekenen.

Als je wilt weten hoe vaak bepaalde termen voorkomen of staKsKeken nodig hebt, is AI dus onbetrouwbaar . KwanKtaKeve vragen (‘in hoeveel rapporten’ ...) zijn niet te beantwoorden met deze tools. (Met de nieuwere ‘generaKes’ van deze tools zal dit waarschijnlijk beter worden, dan zeQen ze naast de taalmodellen gewoon een rekenmachine.) Verzinsels: AI maakt eigen interpretaKes van de bronnen die soms moeilijk te verifiëren zijn. Het kan concepten samenvoegen of abstraheren op manieren die niet alKjd overeenkomen met de oorspronkelijke bronnen. (Je kunt in je prompt aangeven “Zet je contextuele analyse even uit” zodat AI iets beter bij de feiten uit de bron blij7.) Vraag daarom alKjd om antwoorden te onderbouwen met verwijzingen naar de bronnen. Dan zie je of AI de informaKe correct gebruikt. (Dat controleren van de bronnen gaat op de ouderwetse manier het snelst: gewoon door in Verkenner/Finder op tekst te zoeken in je map met documenten.) Eigen kennis is onmisbaar: Nogmaals: als je werkt zonder duidelijke richKnggevende vraag of zonder eigen inhoudelijke kennis kan AI oppervlakkige of misleidende analyses opleveren die moeilijk te controleren zijn. Je kunt dit risico een beetje voorkomen door op verschillende manieren naar dezelfde concepten te vragen, om te zien of AI consistent is in de antwoorden.

Vraag bijvoorbeeld, "Wat is het belang van een startnoKKe?" en vervolgens "Hoe kun je kaders van een project vooraf duidelijk maken?” Maar, we kunnen het niet vaak genoeg zeggen, gebruik AI-tools alleen als je (met experKse) het kaf van het koren kunt scheiden. En check! 54 Drie AI-tools voor drie toepassingen -We begonnen ons onderzoek in ChatGPT. Daarin maakten we een Analyse-assistent. Je kunt in ChatGPT namelijk een eigen GPT ‘bouwen’ die je kunt voeden met veel voorkennis. Dat leidde tot een slimme analyse-assistent die veel ‘wist’ van rekenkameronderzoek naar burgerparKcipaKe. Dat betekende dat je in je vraagstelling niet steeds alles hoefde uit te leggen. Voor de meta- analyse bleek ChatGPT echter ongeschikt omdat deze AI niet kan omgaan met de grote hoeveelheden bronnen van dit onderzoek. Benut ChatGPT voor het structureren en aanscherpen van je onderzoeksvragen. -We zijn verder gaan werken in NotebookLM van Google. Die kan grote hoeveelheden bronnen ‘aan’ , maar hee7 helaas niet veel ruimte om deze AI specifiek te trainen. Je moet dus werken met heel precieze vragen om de goede antwoorden te krijgen. Een voordeel van deze tool is dat er direct links naar de brontekst in de antwoorden staan. Maar: als NotebookLM zegt iets niet te kunnen vinden in de bronnen, is dat soms aantoonbaar onjuist. Check, check dubbelcheck.

En: check voor citaten alKjd nog de originele bron en de context van het citaat. Gebruik NotebookLM wanneer systema0sche bronvermelding en directe verifica0e cruciaal zijn. -Claude bevat heel veel kennis ‘over de wereld’; deze AI werkt als een belezen collega aan wie je kunt vragen om mee te denken. Handig als je vastloopt of het even niet meer ziet. Claude is heel goed in maken van samenvatngen, persberichten en dergelijke. Kies Claude wanneer je flexibeler wilt werken met zowel documenten als conceptuele analyses. De ontwikkelingen rond AI gaan heel snel. Deze stand van zaken is geschreven in april 2025 en kan als je dit leest op onderdelen achterhaald zijn. 55 Bijlage 2: 102 rekenkamerrapporten over par:cipa:e Hieronder volgen drie overzichten van de 102 rekenkamerrapporten die in deze meta- analyse zijn onderzocht: A.alle rapporten gesorteerd op gemeentenaam B.aantal rapporten per jaar C.alle rapporten gesorteerd op jaartal A.

Op gemeentenaam 1.Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel, Het mooiste werk is samenwerk (2022) 2.Albrandswaard, Communica=e en par=cipa=e in Albrandswaard (2009) 3.Alphen aan den Rijn, Elkaars wereld leren kennen (2017) 4.Alphen aan den Rijn, Bewonersini=a=even in Alphen aan den Rijn (2020) 5.Amersfoort, Betrekken, luisteren en afwegen (2024) 6.Amsterdam, Bruggen slaan met buurtgericht werken, Een nulme=ng in 7 stadsdelen (2011) 7.Amsterdam, Par=cipa=eparagraaf (2022) 8.Asten, Onderzoek communica=ebeleid en burgerpar=cipa=e (2010) 9.Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo, Burgerpar=cipa=e in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo (2018) 10.Baarn, Burger- en overheidspar=cipa=e (2021) 11.Barendrecht, Par=cipa=e of realisa=e, besluitvorming en burgerpar=cipa=e over een jongerencentrum in Barendrecht (2013) 12.Bedum, En wie neemt het ini=a=ef? Onderzoek en aanbevelingen naar de kansen van burgerpar=cipa=e (2015) 13.Berkelland, Over de ambi=es en de prak=jk van par=cipa=e in Berkelland (2022) 14.Bladel, Burgerini=a=even in Bladel (2024) 15.Bloemendaal, Rapport Burgerpar=cipa=e, Evalua=e van “De burger praat mee” , aan de hand van 3 actuele casussen (2015) 16.Boxtel, Evalua=e burgerpar=cipa=e (2016) 17.Brummen, Par=cipa=e, hoe moet dat? De betekenis van burgerpar=cipa=e voor de gemeenteraad van Brummen (2016) 18.Capelle aan den IJssel, Van inspraak naar invloed, burgerpar=cipa=e in

Capelle aan den IJssel (2016) 19.De Bilt, Par=cipa=e in De Bilt (2022) 20.De Wolden, Geïnvesteerd in betrokkenheid, een onderzoek naar burgerpar=cipa=e (2015) 21.Del7, Duurzame par=cipa=e, Onderzoek naar de energietransi=e in de gemeente Del^ (2024) 56 22.Den Bosch, Rol van de raad in (complexe) par=cipa=eprocessen (2021) 23.Den Haag, Meer doen met meedoen, Onderzoek naar bewonerspar=cipa=e in de energietransi=e (2023) 24.Den Helder, Burgerpar=cipa=e/Wijkgericht werken (2014) 25.DoeKnchem, Par=cipa=e in Doe=nchem, Goed op weg (2020) 26.Dordrecht Meer dan een goed idee, Samen burgerpar=cipa=e naar een hoger plan =llen (2017) 27.Eersel, Burgerini=a=even in Eersel (2024) 28.Enschede, Leren par=ciperen (2017) 29.Ermelo, Par=cipa=e in Ermelo (2024) 30.Gooise Meren Buurt- en burgerpar=cipa=e in Gooise Meren (2021) 31.Gorinchem, Kansen voor ac=eve burgers, kansen voor beleid? (2018) 32.Gulpen-WiQem, Par=cipa=e bij opstellen van het mobiliteitsplan Gulpen-WiQem (2022) 33.Haaksbergen, De burger betrokken? (2009) 34.Haarlemmermeer Dorps- en wijkraden, Een onderzoek naar de samenwerking van de gemeente met dorps- en wijkraden (2020) 35.Hardenberg, Communica=e en par=cipa=e bij ruimtelijke projecten (2020) 36.Harderwijk, Par=cipa=e in Harderwijk (2024) 37.Hardinxveld-Giessendam, Onderzoek inwoner- en overheidspar=cipa=e (2020) 38.Haren, Onderzoek burgerpar=cipa=e en maatschappelijke

ini=a=even (2016) 39.Heemstede, Burgers aan zet in Heemstede (2016) 40.Heerde, Inwonerspar=cipa=e in Heerde (2021) 41.Hillegom-Lisse-Noordwijkerhout, Help, een burger! (2018) 42.Houten, Par=cipa=e in de gemeente Houten, vruchtbare samenwerking tussen bestuur en samenleving (2016) 43.Huizen, Samen bouwen aan Huizen (2019) 44.IJsselstein, De toepassing van de par=cipa=eladder in de gemeente IJsselstein (2018) 45.Kaag en Braassem, Par=cipa=eprak=jk in de gemeente Kaag en Braassem (2021) 46.Kapelle, Kapelle maakt werk van par=cipa=e, Uitvoering van burger- en overheidspar=cipa=e (2021) 47.Krimpenerwaard, Voor Waards met par=cipa=e, onderzoek naar burger- en overheidspar=cipa=e (2017) 48.Lansingerland, Met de beste bedoelingen, Onderzoek naar burgerpar=cipa=e (2019) 49.Leiden, Burgerpar=cipa=e door de ambtelijke organisa=e (2016) 50.Leiderdorp, Sturen op contact. Onderzoek naar par=cipa=e in Leiderdorp (2023) 51.Lingewaard, Burgerpar=cipa=e (2022) 57 52.Maasgouw-Roerdalen, Roerdalen roert zich. Verslag van een verkennend onderzoek naar burgerpar=cipa=e en burgerini=a=even in Roerdalen (2018) 53.Maassluis, Burger- en overheidspar=cipa=e Maassluis (2020) 54.Maastricht, Onderzoek burgerini=a=even (2010) 55.Medemblik, Burgerpar=cipa=e, overheidspar=cipa=e en de rol van de raad (2017) 56.Meppel, Burgerpar=cipa=e in de gemeente Meppel (2022) 57.Middelburg, Par=cipa=e.

Een onderzoek naar het samenspel tussen burgers en lokale overheid (2021) 58.Midden-Drenthe, Rekenkameronderzoek inwonerpar=cipa=e Midden-Drenthe (2022) 59.Monzerland, Par=cipa=e in Monverland: Omgevingswet bestendig?! (2020) 60.Nieuwegein, Lef om los te laten. Onderzoek naar par=cipa=e in de gemeente Nieuwegein (2015) 61.Nieuwkoop, Evalua=e burgerpar=cipa=e (2017) 62.Nijmegen, Onderzoek kwaliteit burgerpar=cipa=e (2011) 63.Noordelijke Rekenkamer, Ruimte voor inbreng Een onderzoek naar de betrokkenheid van burgers bij ruimtelijke ingrepen in Groningen (2021) 64.Noordenveld, Onderzoek overheidspar=cipa=e (2020) 65.Oisterwijk, Oisterwijk weet raad met burgerini=a=even (2017) 66.Oisterwijk, Dorpen, wijken en buurten in verbinding (2020) 67.Olst-Wijhe, Burger- en overheidspar=cipa=e in de gemeente Olst-Wijhe.

Verschuivende verantwoordelijkheden van inwoners en overheid (2017) 68.Oost Nederland, Van gedachten wisselen Burgerpar=cipa=e bij infrastructurele projecten in Overijssel (2017) 69.Oost Nederland, Van gedachten wisselen, Burgerpar=cipa=e bij Gelderse projecten in de fysieke leefomgeving (2017) 70.Opmeer, Burgerpar=cipa=e, overheidspar=cipa=e en de rol van de raad (2017) 71.Opsterland, Inwonersini=a=even en Overheidspar=cipa=e (2023) 72.Oude IJsselstreek, Par=cipa=e en Omgevingswet (2021) 73.Overbetuwe, Onderzoek Burgerpar=cipa=e in Overbetuwe, (2019) 74.Peel en Maas, Zelfsturing op het goede spoor? Een onderzoek naar de rol van inwoners van Peel en Maas bij een terugtredende overheid (2013) 75.Renkum, Ruimte in Par=cipa=e. Par=cipa=e en draagvlakverwerving bij ruimtelijke projecten (2021) 76.Rheden, Burgerpar=cipa=e in Rheden (2011) 77.Ridderkerk, DoeMee onderzoek Par=cipa=e en Omgevingswet (2023) 78.Rijswijk, Vol goede wil … Inzicht in de aanpak voor burgerpar=cipa=e in Rijswijk (2017) 58 79.RoQerdam, Burgers op de bres.

Onderzoek naar gemeentelijke ondersteuning van burgerini=a=even (2020) 80.Schagen, Rapportage van het onderzoek naar burgerpar=cipa=e in Schagen (2022) 81.Staphorst, Burgerpar=cipa=e (2020) 82.Steenbergen, Kerngericht werken in Steenbergen (2020) 83.Súdwest-Fryslân, Burgerini=a=even in Súdwest-Fryslân (2020) 84.Tilburg, De (Til)burger Centraal: Een onderzoek naar de inspanningen en effecten op het gebied van burgerpar=cipa=e in de gemeente Tilburg (2019) 85.Utrecht, Horen, zien en samen door. Een onderzoek naar de ervaringen met en resultaten van inwonerpar=cipa=e in de gemeente Utrecht (2022) 86.Vallei en Veluwerand, Inwonerspar=cipa=e Leusden. Rekenkameronderzoek naar de wijze waarop de gemeente Leusden het par=cipa=ebeleid vorm gee^ (2014) 87.Veere, Communica=e, inspraak en burgerpar=cipa=e in Veere (2022) 88.Venlo, Burgerini=a=even in Venlo: ervaringen en effecten op basis van negen cases (2022) 89.Vlaardingen, Par=cipa=e in Vlaardingen. Rekenkameronderzoek naar par=cipa=e en de Omgevingswet (2023) 90.Vlissingen, Vlissingen samen meer par=cipa=e.

Uitvoering van burger- en overheidspar=cipa=e in de gemeente Vlissingen (2022) 91.Voorst, Par=cipa=e bij de Omgevingswet (2022) 92.Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg & Zoetermeer, Energie steken in par=cipa=e: Een onderzoek van rekenkamercommissies WVOLV en Zoetermeer naar par=cipa=e ten behoeve van RES 1.0 (2022) 93.Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg, De burger neemt het ini=a=ef: Inventarisa=e en Handreiking Burgerini=a=even in Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg (2018) 94.West Brabant (Bergen op Zoom, EQen-Leur, Moerdijk, Oosterhout en Roosendaal) Onderzoek burgerpar=cipa=e (2012) 95.Wijdemeren, Par=cipa=e vereist meer communica=e. DoeMee-onderzoek Communica=ebeleid en burgerpar=cipa=e (2009) 96.Woensdrecht, Ruimte voor ini=a=ef? Een onderzoek naar overheidspar=cipa=e in de Gemeente Woensdrecht (2019) 97.Woerden, Onderzoek naar par=cipa=e in Woerden (2021) 98.Zaanstad, Burgerpar=cipa=e in Zaanstad (2010) 99.Zaltbommel, Samen op weg: Burgerpar=cipa=e in Zaltbommel (2020) 100. Zeist, Lessen voor effec=eve(re) burgerpar=cipa=e in Zeist (2021) 101. Zoetermeer, Onderzoek burgerpar=cipa=e (2013) 102. Zwolle, Het venijn zit in de start, Dialogen in Zwolle (2010) 59 B.

Aantal rekenkamerrapporten per jaar 60 2009 -Albrandswaard -Haaksbergen -Wijdemeren 2010 -Asten -Maastricht -Zaanstad -Zwolle 2011 -Amsterdam -Nijmegen -Rheden 2012 -Bergen op Zoom, EQen- Leur, Moerdijk, Oosterhout en Roosendaal 2013 -Barendrecht -Peel en Maas -Zoetermeer 2014 -Den Helder -Vallei en Veluwerand 2015 -Bedum -Bloemendaal -De Wolden -Nieuwegein 2016 -Boxtel -Brummen -Capelle aan den IJssel -Haren -Heemstede -Houten -Leiden 2017 -Alphen aan den Rijn -Dordrecht -Enschede -Krimpenerwaard -Medemblik Nieuwkoop -Oisterwijk -Olst-Wijhe -Oost Nederland (Overijssel, Gelderland) -Opmeer -Rijswijk 2018 -Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo -Gorinchem -Hillegom-Lisse- Noordwijkerhout -IJsselstein -Maasgouw-Roerdalen -Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg 2019 -Huizen -Lansingerland -Overbetuwe -Tilburg -Woensdrecht 2020 -Haarlemmermeer -Alphen aan den Rijn -DoeKnchem -Hardenberg -Hardinxveld-Giesendam -Maassluis -Monzerland -Noordenveld -Oisterwijk -RoQerdam -Staphorst -Steenbergen -Súdwest-Fryslân -Zaltbommel 2021 -Baarn -Den Bosch -Gooise Meren -Heerde -Kaag en Braassem -Kapelle -Middelburg -Oude IJsselstreek -Noordelijke Rekenkamer Groningen -Renkum -Woerden -Zeist 2022 -Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel -Amsterdam -Berkelland -De Bilt -Gulpen-WiQem -Lingewaard -Meppel -Midden-Drenthe -Schagen -Utrecht -Veere -Venlo -Vlissingen -Voorst -Wassenaar,

Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg & Zoetermeer 2023 -Den Haag -Leiderdorp -Opsterland -Ridderkerk -Vlaardingen 2024 -Amersfoort -Bladel -Del7 -Eersel -Ermelo -Harderwijk 61 C. Alle rapporten op jaartal 62 2009 -Albrandswaard -Haaksbergen -Wijdemeren 2010 -Asten -Maastricht -Zaanstad -Zwolle 2011 -Amsterdam -Nijmegen -Rheden 2012 -Bergen op Zoom, EQen- Leur, Moerdijk, Oosterhout en Roosendaal 2013 -Barendrecht -Peel en Maas -Zoetermeer 2014 -Den Helder -Vallei en Veluwerand 2015 -Bedum -Bloemendaal -De Wolden -Nieuwegein 2016 -Boxtel -Brummen -Capelle aan den IJssel -Haren -Heemstede -Houten -Leiden 2017 -Alphen aan den Rijn -Dordrecht -Enschede -Krimpenerwaard -Medemblik Nieuwkoop -Oisterwijk -Olst-Wijhe -Oost Nederland (Overijssel, Gelderland) -Opmeer -Rijswijk 2018 -Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo -Gorinchem -Hillegom-Lisse- Noordwijkerhout -IJsselstein -Maasgouw-Roerdalen -Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg 2019 -Huizen -Lansingerland -Overbetuwe -Tilburg -Woensdrecht 2020 -Haarlemmermeer -Alphen aan den Rijn -DoeKnchem -Hardenberg -Hardinxveld-Giesendam -Maassluis -Monzerland -Noordenveld -Oisterwijk -RoQerdam -Staphorst -Steenbergen -Súdwest-Fryslân -Zaltbommel 2021 -Baarn -Den Bosch -Gooise Meren -Heerde -Kaag en Braassem -Kapelle -Middelburg -Oude IJsselstreek -Noordelijke Rekenkamer Groningen -Renkum -Woerden -Zeist 2022

-Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel -Amsterdam -Berkelland -De Bilt -Gulpen-WiQem -Lingewaard -Meppel -Midden-Drenthe -Schagen -Utrecht -Veere -Venlo -Vlissingen -Voorst -Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg & Zoetermeer 2023 -Den Haag -Leiderdorp -Opsterland -Ridderkerk -Vlaardingen 2024 -Amersfoort -Bladel -Del7 -Eersel -Ermelo -Harderwijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d83ebd25-4970-4ca1-902b-686c234fc7f4?agendaItemId=e2023067-ba23-4281-a9ef-948b5f3d88ea