2.1 VRIJ - Tweede bestuursrapportage 2025 - definitief
Tekst van het document
Januari tot en met augustus 2025- Definitief TWEEDE BESTUURSRAPPORTAGE 2025 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze ..................................................... 3 2. Beleidsmatige stand van zaken ................................................................................... 4 2.1 Indeling.............................................................................................................. 4 2.2 Brandweerzorg .................................................................................................. 5 2.2.1 Wat gaan we doen?........................................................................................... 5 2.2.2 Stand van zaken na acht maanden ................................................................... 5 2.3 Risico- en crisisbeheersing ................................................................................ 7 2.3.1 Wat gaan we doen?........................................................................................... 7 2.3.2 Stand van zaken na acht maanden ................................................................... 9 2.4 Ondersteuning .................................................................................................
13 2.4.1 Wat gaan we doen?......................................................................................... 13 2.4.2 Wet open overheid .......................................................................................... 14 2.4.3 Stand van zaken na acht maanden ................................................................. 14 3. Bedrijfsvoering ............................................................................................................17 3.1.1 Stand van zaken na acht maanden ................................................................. 17 3.1.2 Aanvullende informatie .................................................................................... 20 4. Financiële stand van zaken ........................................................................................22 4.1 Toelichting resultaat 2025 ............................................................................... 23 4.2 Toelichting incidentele afwijkingen ................................................................... 25 4.2.1 Personeelskosten ............................................................................................ 25 4.2.2 Huisvestingskosten ......................................................................................... 27 4.2.3 Brandweermaterieel ........................................................................................
28 4.2.4 Opleiden & oefenen ......................................................................................... 29 4.2.5 Automatisering & verbindingen ........................................................................ 30 4.2.6 Rente .............................................................................................................. 31 4.2.7 Beheerskosten ................................................................................................ 31 4.2.8 Overige kosten ................................................................................................ 32 4.2.9 Baten ............................................................................................................... 34 4.2.10 Algemene dekkingsmiddelen .................................................................... 36 4.2.11 Investeringen ............................................................................................ 36 4.3 Gewijzigde financiële overzichten .................................................................... 40 4.3.1 Overzicht baten en lasten ................................................................................ 40 4.3.2 Overzicht taakvelden .......................................................................................
41 4.3.3 Specificatie taakveld overhead (0.4) ................................................................ 41 5. Bijlage 1: gegevens per gemeente .............................................................................42 6. Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden ...................................................47 7. Bijlage 3: Meldingen ongevallen – gevaarlijke situaties ...........................................48 3 1. Inleiding 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze Elf gemeenten hebben hun taken op het gebied van brandweer en crisisbeheersing via een gemeenschappelijke regeling ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland bestrijdt incidenten waar het moet, maar beperkt nog liever risico’s waar het kan. Daarvoor staan wij zeven dagen per week, 24 uur per dag klaar met kennis, mensen en middelen. We investeren in ons vakmanschap, in verbinding met onze partners en in een sterke interne binding met ons vak en onze collega’s. Nieuwe ontwikkelingen en risico’s in het veiligheidsdomein vragen om een flexibele invulling van onze rol. In de Financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland staat dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert over de realisatie van de programmabegroting door middel van tussentijdse rapportages.
Deze tweede bestuursrapportage 2025 geeft aan wat de Veiligheidsregio in de maanden januari tot en met augustus gedaan heeft en wat dat gekost heeft. De inrichting van deze tussentijdse rapportage sluit aan bij de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportages gaan in op afwijkingen in de lasten en baten (begrotingswijzigingen) en de geleverde prestaties. Deze rapportage dient voor 29 oktober door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur aangeboden te worden. Hoofdstuk 2 gaat over de beleidsmatige stand van zaken van de uitvoering van de programmabegroting. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de bedrijfsvoering. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de financiële stand van zaken. Onderdeel hiervan zijn twee verplichte overzichten, namelijk het aangepaste overzicht taakvelden en het overzicht van baten en lasten. 4 2. Beleidsmatige stand van zaken 2.1 Indeling De inrichting van deze tweede bestuursrapportage dient volgens de financiële verordening aan te sluiten op de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportage moet onder andere ingaan op afwijkingen in de geleverde inhoudelijke prestaties. Dit hoofdstuk brengt de stand van zaken in beeld. De begroting van het jaar 2025 kent een andere opzet. De begroting kent een indeling die past bij de organisatiestructuur, die sinds 2024 geldt.
Hierdoor is het verdeeld in twee afzonderlijke uitvoeringsprogramma’s ‘Brandweerzorg’ en ‘Risico- en crisisbeheersing’ aangevuld met ‘ondersteuning’. Deze bestuursrapportage kent dezelfde indeling. In de begroting staat bij elk onderdeel: Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? De van belang zijnde prestatie-indicatoren. Dit hoofdstuk bevat per onderdeel de tekst van de begrotingsprestaties van het aandachtspunt ‘Wat gaan we daarvoor doen?’. In een tabel onder ieder onderdeel staat per prestatie-indicator wat de stand van zaken van de uitvoering van de begroting na acht maanden is. Die stand van zaken is op de volgende manier aangegeven: Er is of zal worden voldaan aan de prestatie-indicator. Het is de vraag of dit jaar voldaan wordt aan de prestatie-indicator. Er wordt dit jaar niet meer voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie wordt niet meer uitgevoerd. In de bijlage zijn prestatiegegevens per gemeente opgenomen in de vorm van tabellen of staafdiagrammen. De informatie over ‘Wat gaat het kosten?’ staat in het hoofdstuk ‘Financiële stand van zaken’. Afbeelding 1: IJssellandse brandweer in actie.
5 2.2 Brandweerzorg Deze paragraaf beschrijft wat de stand van zaken na acht maanden is van de wettelijke taken die wij uitvoeren op het gebied van Brandweerzorg. 2.2.1 Wat gaan we doen? We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Daarnaast spelen bij de brandweer nog een aantal landelijke ontwikkelingen. Binnen de herijking van de wet veiligheidsregio’s gaat het om bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking, met name op het gebied van de gezamenlijke slagkracht. Tot slot speelt de herziening van het onderwijsstelsel. 2.2.2 Stand van zaken na acht maanden Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Brandweerzorg 1. Inzet van de brandweer vindt plaats conform het vastgestelde dekkingsplan. In de eerste acht maanden van 2025 is bij 98,95% van de uitrukken voldaan aan de in het dekkingsplan vastgestelde normtijden. Bij de resterende 1,05% van de incidenten is sprake van een overschrijding van de gebiedsgerichte opkomsttijd.
Deze meldingen betroffen incidenten binnen categorie I en II gebieden, zijnde woningen en gebouwen met overwegend zelfredzame personen, inclusief industriële objecten. De mate van overschrijding van de gehanteerde bandbreedte varieerde van enkele seconden tot maximaal 86 seconden. De onderliggende oorzaken van de overschrijdingen zijn divers van aard en omvatten onder meer verkeershinder, vertraagde uitruk, alsmede een latere statusmelding van aanwezigheid ter plaatse door het voertuig.
6 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 2. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de brandweer is actueel en uitgevoerd. Het opleiden, trainen en oefenen van de brandweer gaat goed. Door grotere doorstroom van brandweermedewerkers hebben we voor 2025 een financiële bijstelling van de begroting moeten doen om meer klassen met manschappen op te leiden. Vanaf dit jaar leiden we dan ook vijf klassen manschappen op, in plaats van drie klassen in het verleden. Er is hard gewerkt om een nieuwe elektronische leeromgeving (ELO) in huis te halen, die in het eerste kwartaal van 2025 voor de opleidingen in gebruik is genomen. Vanaf het tweede kwartaal 2025 wordt gewerkt om de ELO ook geschikt te krijgen voor de oefeningen op de posten. Het kwaliteitsregistratiesysteem m.b.t. oefenen, het zogenoemde “Veiligheidspaspoort”/ react, is in juni 2025 opnieuw aanbesteed. Met deze aanbesteding kan met de huidige leverancier de dienstverlening worden voortgezet. 3. Brandweermaterieel en materiaal wordt aangeschaft en onderhouden volgens de investeringsplanning en het onderhoudsplan. Het onderhoud en de investeringen lopen op schema. 4. De alarmeringsregelingen, werkprocessen en multidisciplinaire informatievoorziening van brandweer en crisisbeheersing in de meldkamer zijn in orde. De gezamenlijke meldkamer is sinds maart 2023 operationeel.
Uit de eerste evaluatie blijkt dat er nog de nodige verbeterpunten zijn. Daarvoor is inmiddels een voorstel opgesteld. Tegelijkertijd functioneert de kern van het proces, van het 112-gesprek tot de inzet op straat, goed.
7 2.3 Risico- en crisisbeheersing 2.3.1 Wat gaan we doen? In 2024 zijn de onderdelen van het programma ‘De crisis van morgen’ geborgd in de staande organisatie en is er een start gemaakt met het verder implementeren van de actiepunten. Dit is voortgezet in 2025. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld 2. Risicoreductie 3. Voorbereiden op incidenten Deze focuspunten maken onderdeel uit van een bredere ontwikkeling voor risico- en crisisbeheersing. Hierbij wordt ingezet op een verdere samenwerking tussen de verschillende teams binnen de Veiligheidsregio, samen met onze partners. Zo willen we stappen zetten op het gebied van informatievoorziening, risicoreductie en vakbekwaamheid. Door het verbinden van kennis en talenten over de teams heen kunnen we beter invulling geven aan onze ambities; binnen de regio maar ook bovenregionaal. In samenwerking met de gemeenten wordt het programma ‘Veilig Leven’ verder ontwikkeld tot een programmaplan dat zich richt op het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Deze versterking betreft het in kaart brengen van risico’s, het verkleinen ervan, de voorbereiding op incidenten én het herstel na een crisis. Dit vraagt om een actief en goed functionerend netwerk van betrokken partijen, waaronder overheden, vitale aanbieders, het bedrijfsleven, vrijwilligers en anderen.
Binnen dit netwerk staan het delen van kennis en expertise, trainen en oefenen, het vergroten van publieke paraatheid, risicocommunicatie, bewustwording en een gecoördineerde inzet bij incidenten en crises centraal. Het algemeen bestuur heeft ingestemd om activiteiten uit het programma Veilig Leven te combineren met risicocommunicatie en zo een gezamenlijk beeld uit te stralen vanuit de Veiligheidsregio en gemeenten. De inzet op #Vet Veilig en lespakketten op scholen is op een laag pitje gezet vanwege een heroriëntering in het kader van Veilig Leven gecombineerd met het programma Weerbaarheid en Veerkracht en de financiële ontwikkelingen. Dit vraagt om herverdeling van capaciteit en financiële middelen. Afbeelding 2: Programma Weerbaarheid en Veerkracht
8 De Veiligheidsregio blijft aandacht hebben voor het selectieproces van piketfunctionarissen, het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma en het faciliteren van de teams met de juiste middelen, planvorming, het continu evalueren van inzetten en oefeningen en het vakbekwaam houden van de crisisfunctionarissen. De crisisorganisatie en de daarbij behorende processen zijn vastgelegd in een door het algemeen bestuur vastgesteld crisisplan. Op het niveau van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland (Oost-5) wordt de samenwerking geïntensiveerd. In 2024 zijn hiertoe thema’s geprioriteerd en aanvullende opdrachten geformuleerd. Hier wordt in 2025 verder aan gewerkt. Hierbij kan worden gedacht aan het continueren van een gezamenlijke planvorming, gezamenlijk ontwikkelen van trainings- en oefenprogramma’s en het uitwisselen van piketfunctionarissen. Bevolkingszorg en de GHOR gaan mee in de ontwikkelingen van de Veiligheidsregio in relatie tot risicogericht werken en het verstevigen van de informatievoorziening. De GHOR trekt daarbij – in nauwe samenwerking met de GGD – het thema ziektegolf. Ook wordt in 2025 de herziening van het zorgrisicoprofiel voorbereid. In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van bevolkingszorg.
Ook de GHOR, waarvoor de DPG eindverantwoordelijk is, is organisatorisch ingebed binnen de poot crisisbeheersing van de Veiligheidsregio. De processen van bevolkingszorg worden aangepast op basis van het landelijke uniform kwaliteitsniveau, landelijke projecten en nieuwe wetgeving. In 2025-2026 zal meer duidelijk worden welke kwaliteitsslag nodig is en wat dat betekent voor de organisatie van bevolkingszorg in IJsselland. De aanpassing van de organisatie van bevolkingszorg en de daarbij behorende processen worden vastgelegd in het Handboek Bevolkingszorg. In de zorgsector wijzigt er de komende jaren veel. Bijvoorbeeld het centraal organiseren van faciliteiten en het versterken van netwerken. De GHOR zal blijven zorgen voor een goede aansluiting op de netwerkpartners binnen de zorg, een vertaling van de ontwikkelingen naar de regio en het eventueel aanpassen van processen. De DPG, en daarmee het GHOR- bureau als uitvoerende organisatie, zorgt voor de afstemming tussen de zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid. Deze taak is op te splitsen in drie rollen, namelijk: 1. Toezien op en rapporteren aan het bestuur van de Veiligheidsregio over de mate van voorbereiding van de zorg op crisisomstandigheden, met als doel om de ketencontinuïteit van zorg te waarborgen; 2.
Zorgen voor afstemming tussen de sectoren zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid, zowel in crisisomstandigheden als daarbuiten, en zorgen voor operationele sturing op de geneeskundige hulpverlening via de GHOR- crisisfuncties; 3. Adviseren over (zorg)risico’s en over operationele voorbereiding in zowel in de koude, lauwe als warme fase. De in 2024 ingevoerde nieuwe Omgevingswet heeft invloed op de werkzaamheden van de Veiligheidsregio, specifiek op de werkzaamheden van de teams Risicobeheersing: De advisering wordt meer integraal opgesteld vanuit zowel brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. De advisering van bevoegd gezag krijgt meer en meer een beleidsmatig karakter. 9 2.3.2 Stand van zaken na acht maanden Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1. Uitvoering geven aan prestatie-indicatoren voortkomend uit de landelijke agenda crisisbeheersing. De landelijke agenda bestaat uit drie onderdelen: Versterken voorbereiding en paraatheid Versterken van een weerbare samenleving Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit Voor alle drie de onderdelen zet IJsselland zich in om tot concrete uitvoering te komen. 2. Een werkend procesmodel in relatie tot risicogericht werken, waar aandacht is voor de drie pijlers uit de landelijke agenda crisisbeheersing.
Risicogericht werken wordt als de centrale methodiek ingebouwd binnen de gehele PDCA-cyclus, om beter voorbereid te zijn op crises. 3. Een programmaplan dat gericht is op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. In het afgelopen jaar is bij diverse gemeenten, gemeenteraden en bij partners een roadshow gehouden met doelstellingen zoals een gezamenlijke ‘sense of urgency’ en eenzelfde taal spreken. Er is gedurende de zomer in opdracht van het algemeen bestuur met betrokkenheid van de gemeenten een set basisnormen opgesteld voor de verdere aanpak van weerbaarheid. Hierop zal verder worden gewerkt. 4. Het lespakket #VetVeilig wordt door 20% van de scholen in IJsselland gebruikt. De inzet op #Vet Veilig en lespakketten op scholen is op een laag pitje gezet. Dit vanwege een heroriëntering in het kader van Veilig Leven, gecombineerd met het programma Weerbaarheid en Veerkracht en de financiële ontwikkelingen. Dit vraagt om herverdeling van capaciteit en financiële middelen.
10 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 5. Crisisteams en crisisexperts worden ingezet bij alle acute crises, en op verzoek van een burgemeester of voorzitter Veiligheidsregio bij niet- acute crisissituaties of incidenten en/ of risico’s in de gemeente. Een groep van tien crisismanagers is inmiddels opgeleid en beschikbaar. Het is belangrijk dat ze vlieguren maken en de kans krijgen in deze rol te oefenen om steeds beter voor te bereiden op een grote crisis of de nafase daarvan. 6. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de crisisfunctionarissen, de Bevolkingszorg- functionarissen, en de GHOR-functionarissen is actueel, uitgevoerd en in lijn met de gezamenlijke visie op leren en ontwikkelen. Het multidisciplinaire OTO-programma (opleidings- trainings- en oefenprogramma) voor de crisisfunctionarissen krijgt steeds meer de juiste plek binnen het kwaliteitssysteem. Uitvoering van dit programma ligt op schema. Dit geldt ook voor het monodisciplinaire programma voor GHOR-functionarissen. 7. Inzet van de crisisorganisatie bij rampen, crisis en andere incidenten wordt in alle gevallen geëvalueerd conform het evaluatiebeleid. Leerpunten worden gerapporteerd aan de veiligheidsdirectie en het algemeen bestuur. Alle inzetten zijn geëvalueerd en indien nodig en/of gewenst zijn leerarena’s georganiseerd. 8.
Er vindt uitvoering plaats van de geprioriteerde samenwerkingsthema’s binnen de vijf veiligheidsregio’s in Oost- Nederland (Oost-5). Nu de overlegstructuur verbeterd is, wordt de samenwerking ook beter geborgd.
11 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Risicobeheersing 9. Alle aanvragen van provincie en gemeenten om een advies van de Veiligheidsregio worden beoordeeld (betreft onder andere evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen). Afhankelijk van het ingeschatte risico wordt de aanvraag wel of niet inhoudelijk behandeld. Advisering is gebaseerd op een multidisciplinaire analyse van de voorliggende vraag. Voor ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen zijn er nieuwe afspraken met o.a. gemeenten en de Omgevingsdienst gemaakt over de manier van aanleveren van de adviezen. Op deze manier is het duidelijker wanneer de Veiligheidsregio een risicogericht maatwerkadvies maakt en wanneer een standaard advies voldoende is. 10. In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties. Risicogericht advies is altijd maatwerk en afhankelijk van de adviesaanvraag. Hiermee brengen we verdieping aan en denken we oplossingsgericht mee: we gaan voor echte veiligheidswinst. Wanneer de adviesaanvraag niet vraagt om deze verdieping, is een standaardadvies voldoende. Ditzelfde risicogerichte advies geven we ook tijdens onze toezichtstaak. 11.
Er wordt jaarlijks toezicht gehouden op de meest risicovolle bedrijven in de regio (de Seveso- inrichtingen), dit doen we samen met de Omgevingsdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie. De aanwijzing toezichthoudende ambtenaren industriële veiligheid is recent vastgesteld. Daarnaast werken de toezichthouders aan een jaarlijkse factsheet voor bestuurders waarin de overtredingen per Seveso-inrichting overzichtelijk worden weergegeven.
12 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden GHOR 12. Partners in de zorgsector melden incidenten met (mogelijke) keteneffecten bij de operationele GHOR- organisatie. De acute-zorgpartners delen voorziene risico’s voor de ketencontinuïteit van zorg met de partijen binnen het Regionaal Overleg Acute Zorgketen, en daarmee met de GHOR. De GHOR zorgt ervoor dat de relevante informatie via het VIK multidisciplinair wordt gedeeld. 13. Wij hebben regionaal zicht op de mate waarin onze adviezen worden overgenomen, en wat de afweging was als dit niet gebeurde. Onze evenementenadviezen worden overgenomen in de vergunningen. De wijze van controle op naleving van de voorwaarden verschilt per gemeente. 14. Bij alle risico’s in het regionaal (zorg-) risicoprofiel hebben wij informatiebronnen. De bijdrage vanuit de zorgsector (via de GHOR) ten behoeve van het veiligheidsbeeld is sterk verbeterd ten opzichte van voorgaande jaren. Tegelijkertijd is de conclusie dat dit proces, o.a. vanwege personeelswisselingen en veranderde situaties bij zorgpartners, voortdurend aandacht behoeft vanuit de GHOR. Bevolkingszorg 15. Uitvoering geven aan de landelijke kwaliteitseisen bevolkingszorg. Dit project loopt landelijk achter op schema. In IJsselland is Bevolkingszorg georganiseerd in de landelijke lijn en op orde. 16. Processen in relatie tot nafase en herstel zijn geactualiseerd en geïmplementeerd.
De crisismanagers zijn opgeleid en beschikbaar. Dit betekent dat zij inzetbaar zijn als technisch voorzitter, in de trainingen, nafase (RCT) en het begeleiden van sessies voorwaarts denken op alle beleidsterreinen binnen een gemeente. 17. Bevolkingszorg is een partner in de uitwerking van de pijler ‘weerbare en veerkrachtige samenleving Bevolkingszorg doet volledig mee aan het programma van Weerbaarheid en Veerkracht en pakt daarin haar taak op. Op landelijk niveau is dit nog niet het geval. Dit heeft de aandacht van de RCDV en de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing.
13 2.4 Ondersteuning 2.4.1 Wat gaan we doen? We intensiveren de betrokkenheid van gemeenteraden door verdere invulling te geven aan de nieuwe mogelijkheden die de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt. Dit krijgt in 2025 vorm door op vaste basis een platform te bieden waar raadseleden en de vier gemeenschappelijke regelingen elkaar periodiek treffen om invulling te geven aan die betrokkenheid. We bereiden ons voor op de wet als opvolger van de Wet veiligheidsregio’s die naar verwachting in 2026 in werking treedt, als uitwerking van de contourennota Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg. We maken de stappen die nodig zijn om te voldoen aan wetgeving als Woo, Wep, AVG en het Besluit digitale toegankelijkheid overheid. Eind 2025 zal een nieuwe website ontwikkeld en gelanceerd worden. De website zal voldoen aan alle relevante nieuwe wetgeving op dit gebied (o.a. digitale toegankelijkheid en informatieveiligheid). Daarnaast zal risico- en crisiscommunicatie meer aandacht krijgen. We richten een informatieknooppunt in dat aansluit op het landelijk informatieknooppunt. Informatie wordt met partners en overige veiligheidsregio’s gedeeld, gezamenlijk geduid en op basis van deze informatie worden risico’s ingeschat en eventuele acties bepaald. Hiermee versterken we de informatiepositie en kunnen we gemeenten sneller informeren en meenemen in de bestaande risico’s.
Daarnaast willen we dat dit informatieknooppunt in de regio niet alleen beschikbaar is voor risico- en crisisbeheersing, maar ook doorontwikkeld wordt voor de brandweer en bedrijfsvoering. Voor de kantooromgeving is samen met de GGD de migratie naar Microsoft 365 uitgevoerd. Hiermee zijn we in staat om aan te sluiten op landelijke standaarden voor samenwerking. Ook de informatiebeveiliging zal zich blijven ontwikkelen. We gaan doorgroeien naar BIO- niveau 4. De Europese regelgeving op het gebied van informatieveiligheid, NIS2, zal waarschijnlijk nog aanvullende eisen met zich meebrengen. We kiezen daarbij een risicogerichte strategie, omdat het simpelweg ondoenlijk is alle risico’s te mitigeren. Afwegingen op basis van kansen en effecten zijn daarom noodzakelijk. Daarnaast gaan we ons aansluiten op de landelijke SOC/CERT-voorziening voor veiligheidsregio’s. Recent is de Veiligheidsregio aangewezen als vitale sector door de rijksoverheid. Dit zal ook eisen stellen aan de informatiebeveiliging. Er komt een nieuw breedband communicatiesysteem voor de hulpdiensten. Dit systeem dient onder andere ter vervanging van het huidige C2000. Naast spraak zijn er dan ook nieuwe data-opties mogelijk zoals sensoren, telemetrie en video. Deze verbeteringen zijn in zicht maar kosten veel ontwikkeltijd.
Het werkveld houdt er rekening mee dat het huidige C2000 systeem in de periode 2030-2034 wordt vervangen. De ontwikkelingen lopen en Veiligheidsregio IJsselland is via landelijke netwerken aangesloten en draagt hiermee bij aan de ontwikkeling. 14 2.4.2 Wet open overheid De Wet open overheid (Woo) bepaalt (in artikel 3.5) dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens voor de uitvoering van de Woo. GGD en de Veiligheidsregio vormden in mei 2022 samen een projectteam om na te gaan en te adviseren over wat er nodig is om tot een goede in- en uitvoering van de Woo te komen, op korte en langere termijn. De direct noodzakelijke maatregelen, die het projectteam adviseerde, zijn ingevoerd. Daarnaast zijn er nog: 1. werkzaamheden die verricht moeten worden om ons voor te bereiden op de actieve openbaarmaking die volgt van bepaalde informatiecategorieën; 2. Werkzaamheden die verricht moeten worden ter verbetering van de informatiehuishouding ten behoeve van zowel de actieve openbaarmaking als de openbaarmaking op verzoek. Deze zullen vanuit het programma IV 2025-2030, in een aparte projectgroep die zich richt op volledige implementatie van de Woo, opgepakt worden. 2.4.3 Stand van zaken na acht maanden Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1.
De betrokkenheid van raadsleden bij de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio IJsselland is structureel geborgd. In mei dit jaar is de eerste fysieke bijeenkomsten georganiseerd voor raadsleden. Ook is er een start gemaakt met het digitale platform. Zowel de bijeenkomsten als het platform moeten de betrokkenheid van raadsleden bij Veiligheidsregio IJsselland doen toenemen. Hierin wordt intensief opgetrokken met de OD, GGD en RSJ. 2. We voldoen aan de minimale eisen van de Woo, Wep, AVG en digitale toegankelijkheid. Woo: We voldoen aan de eerste tranche van de Woo en wachten landelijke berichtgeving af over de navolgende tranches. De voorbereidingen worden opgepakt vanuit een aparte projectgroep die valt onder het programma IV. AVG: We hebben een goede basis gelegd om toe te werken naar een acceptabel volwassenheidsniveau. Wep: We voldoen aan de Wep, maar dit dient nog structureel geborgd te worden.
15 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Digitale toegankelijkheid: De website voldoet voor 70% aan de gestelde eisen vanuit digitale toegankelijkheid. De eisen rondom digitale toegankelijkheid worden meegenomen in de ontwikkeling rondom een nieuwe website. 3. De vernieuwde website wordt ingezet voor risico- en crisiscommunicatie. Het project voor het vernieuwen van de website is in het derde kwartaal van 2025 gestart met een doorlooptijd van ruim een jaar. 4. Het informatieknooppunt is operationeel. Het VIK is een organisatieonderdeel dat: 1. signalen over actuele en toekomstige veiligheidsrisico’s voor de regio oppikt; 2. data over deze risico’s ontsluit, analyseert en laat duiden door inhoudelijk experts; 3. informatieproducten over deze risico’s produceert, die mensen binnen en buiten onze organisatie helpen om passende maatregelen te treffen. Inmiddels levert het VIK op alle drie de onderdelen en wordt er op alle onderdelen ook gewerkt aan verdere ontwikkeling, samenwerking en uitwisseling van informatie met partners. 5. De kantooromgeving draait operationeel op Microsoft 365. In mei 2025 is de organisatie succesvol gemigreerd naar Microsoft 365, waarbij de kernfunctionaliteiten inmiddels operationeel zijn. De komende periode staat in het teken van het gestructureerd afhandelen van de meest urgente migratievraagstukken.
Hiermee creëren we de noodzakelijke basis om gericht te kunnen door ontwikkelen en optimaliseren van het Microsoft 365- platform ten behoeve van een efficiëntere en toekomstbestendige digitale werkomgeving.
16 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 6. De informatiebeveiliging is versterkt tot op BIO-niveau 4. In april is er een audit geweest waaruit een score van 2,7 op een schaal van 5 is gescoord. Er ligt een goede basis met het informatiebeveiligingsbeleid. Belangrijkste aandachtspunten zijn om toegepaste maatregelen ook goed in beleid weg te zetten. Het verder versterken van de informatieveiligheid gaat projectmatig opgepakt worden en maakt onderdeel uit van het programmaplan Informatie Voorziening. De aandachtspunten uit de audit zijn als deelresultaten opgenomen in het project. 7. Er is een start gemaakt met de inrichting van een SOC/ CERT voorziening op sectorniveau. We zijn aangesloten bij de landelijke projectgroep waarin gezamenlijk wordt bepaald aan welke eisen een SOC/CERT moet voldoen. De daadwerkelijke investering wordt individueel opgepakt. Op dit moment hebben we een contract met een CERT en hebben we een externe partij die deels geautomatiseerd en deels fysiek delen van het netwerk monitort. 8. We starten voorbereidend voor de uitrol van het nieuwe breedband communicatiesysteem. Het werkveld houdt er rekening mee dat het huidige C2000 systeem in de periode 2030-2034 wordt vervangen. De ontwikkelingen lopen en Veiligheidsregio IJsselland is via landelijke netwerken aangesloten en draagt hiermee bij aan de ontwikkeling.
17 3. Bedrijfsvoering De paragraaf Bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken van de voornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering, zoals opgenomen in de begroting 2025. De voornemens uit de begroting staat in onderstaande tabel bij ‘prestatie-indicator’. 3.1.1 Stand van zaken na acht maanden Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden HRM 1. HRM- de basis op orde De basisvoorzieningen op het gebied van salarisadministratie en advies op orde houden. In de huidige arbeidsmarkt is het daarnaast van belang dat we een goed en adequaat onboardingstraject hebben voor nieuwe managers en medewerkers. De basis is op orde. We gaan vanaf Q3 ons voorbereiden op de aanbesteding van ons salarissysteem. Daarnaast kijken we ook naar adequate ondersteuning op het gebied van functioneel beheer. Ons onboardingtraject voor managers en medewerkers staat, wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast aan de tijd. Voor de digitale ondersteuning van onboarding en W&S gaan we een ATS systeem inzetten. Dit systeem wordt in Q3 en Q4 ingericht. 2. HRM – aantrekkelijk werkgeverschap De juiste kennis en het inzicht van onze eigen medewerkers, onze maatschappelijke positie en de arbeidsmarkt is essentieel om een aantrekkelijke werkgever te blijven en daarbij een optimale bezetting van medewerkers te hebben.
De eerste stappen hierin hebben we gezet, maar we moeten blijven investeren op het gebied van talentontwikkeling, leiderschap, blijven leren en ontwikkelen, positief gezond werkgeverschap en diversiteit om ons doel te behalen. De afgelopen jaren hebben we samen geïnvesteerd in een methodiek (cirkel van ontwikkeling), die steeds beter gaat lopen in de praktijk. Dit blijkt ook uit de evaluatie hiervan. Organisatie breed hebben we een eerste inzicht in de talenten, wensen en ambities van onze medewerkers. De eerste vervolgacties uit dit inzicht zijn in gang gezet. Hoewel we vooruitgang boeken op het gebied van positief, gezond werkgeverschap en leiderschap, verloopt deze ontwikkeling minder snel dan we ambiëren.
18 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 3. HRM – datagedreven werken Advies geven over- en aan sluiten op gewenste ontwikkelingen om mee te gaan met datagedreven werken. Ook ter ondersteuning van de gewenste strategische personeelsplanning, het hebben van de juiste financiële inzichten en de verantwoording die hierbij nodig is. Vanuit de strategische personeelsplanning kunnen we beter adviseren. De verbetering in de samenwerking met het team financiën resulteert in advies met financiële onderbouwing. De ondersteuning van de systemen en functioneel beheer hierop is echter nog niet op het gewenste niveau. 4. HRM – organisatievermogen Met een veranderende organisatie wordt het organisatieadvies op het gebied van HRM-issues steeds meer prominent en gewenst. Deze rol is minimaal belegd in de huidige HRM bezetting en er wordt divers mee omgegaan. Hier zullen we de komende jaren met onder andere opleidingen in gaan investeren De adviseurs zijn opgeleid en brengen dit ook in de praktijk. Bijvoorbeeld in onze wijze van het aannemen van projecten en projectmanagement of het adviseren van ons management op strategisch/ tactisch niveau. 5. HRM - Wnra Voorbereiden op de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. We wachten op landelijke besluitvorming over het van toepassing verklaren op de veiligheidsregio’s. 6.
HRM – rechtspositie vrijwilligers Het vraagstuk of het verplichtend werkverband door kazernering of consignering van vrijwilligers in strijd is met Europese regelgeving, ligt inmiddels vijf jaar op de tafel van de minister van Veiligheid en Justitie. Het gaat naar verwachting nog twee jaar duren voordat er duidelijkheid is, waarna er vervolgens nog enkele jaren tijd voor implementatie is. We zijn in afwachting van landelijke besluitvorming ten aanzien van dit onderwerp.
19 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Facilitair 7. Gebouwenbeheer Ter verbetering van de kwaliteit van de huisvesting is er behoefte aan een meerjarenplan. Om dit meerjarenplan te kunnen uitwerken, is het nodig om eenduidige uitgangspunten voor verbouw of nieuwbouw vast te stellen, waarbij sober en doelmatig het leidend principe zijn. In afstemming met de deelnemende gemeenten, wordt een normenkader voor de bouwkundige kwaliteit en een blauwdruk voor de gewenste functionaliteiten van brandweerkazernes opgesteld. Het normenkader en de blauwdruk dienen om te bepalen welke kazernes voor verbetering dan wel nieuwbouw in aanmerking komen en afzonderlijke (ver)bouwplannen worden met kostenverantwoording ter besluitvorming aan het algemeen bestuur voorgelegd. In het normenkader is aandacht voor de mate waarin duurzaamheidsmaatregelen in de (ver)bouwplannen van de kazernes worden meegenomen. Veiligheidsregio IJsselland heeft de ambitie om op termijn een CO2-neutrale organisatie te worden De gemeenten zijn eigenaar van de gebouwen, die in gebruik zijn door de Veiligheidsregio. In 2025 wordt er antwoord gegeven op de onderzoeksvraag of dit eigenaarschap het beste bij de gemeenten kan blijven, of dat overdracht aan de Veiligheidsregio tot een beter beheer van het vastgoed leidt. Begin 2025 is gewerkt aan het kazernebestand.
Hierbij werden de kazernes in drie verschillende categorieën ingedeeld, op basis van urgentie van onderhoud, nieuw- of verbouw. Op basis van onder andere deze informatie is een tijdpad opgesteld voor verbouw en nieuwbouw van de brandweerkazernes, welk op 24 september door het algemeen bestuur is vastgesteld.
20 3.1.2 Aanvullende informatie ICT De afgelopen periode is de volledige capaciteit van team ICT ingezet voor de grootschalige migratie naar Microsoft 365. Na een intensieve voorbereidingsfase de migratie daadwerkelijk plaats gevonden. Deze transitie markeert een belangrijke stap in de modernisering van onze digitale werkomgeving. Zodra de basisomgeving stabiel is ingericht en de kritieke migratieactiviteiten zijn afgerond, zal de focus verschuiven naar bredere thema’s. Dit omvat zowel de doorontwikkeling van team ICT en haar dienstverlening als het oppakken van inhoudelijke innovatietrajecten binnen de organisatie. beeld zijn waargenomen, zal wel worden ingezet op preventie met betrekking tot aanrijdingsschades door hier bij vakbekwaamheidstrajecten extra aandacht aan te besteden. Documentaire Informatievoorziening (DIV) Een groot aantal documenten in ons document management systeem Corsa is gearchiveerd volgens de wettelijke archiefstandaarden. Er is ook een vernietigingsslag gemaakt in Corsa en in het fysieke archief. Dit resulteert in veel ruimte in het nu opgeschoonde en actuele fysieke archief. De organisatorische kant van DIV is onder de loep genomen. Er staat een DIV-organisatie met functies en taken die niet passend is en aansluit bij de huidige digitale Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 8.
Duurzaamheid Als veiligheidsregio willen wij het goede voorbeeld geven door onze processen te verduurzamen. Op die manier willen we een bijdrage leveren aan het zoveel mogelijk beperken van de nadelige effecten van klimaatverandering. Hiertoe investeren we in het verder reduceren van onze CO2-uitstoot op basis van de huidige footprint. Dit raakt de hele organisatie, waarbij bedrijfsvoering een aanjagende rol heeft vanwege de raakvlakken met alle processen. In 2025 willen we doorgroeien naar niveau vier van de CO2- prestatieladder. Als eerste Veiligheidsregio zijn we in 2022 (en 2023) gecertificeerd op niveau drie van de CO2-prestatieladder. In 2024 zijn we, als eerste Veiligheidsregio gecertificeerd op niveau vier. We richten ons nu ook op twee ketens waar we invloed hebben. Dat zijn het realistisch oefenen en inkoop Beheer en Techniek. We hebben inmiddels een 47% CO2-reductie bereikt. In oktober vindt opnieuw een audit op niveau vier plaats. 9. Facilitaire zaken – contract- en inkoopbeleid Bij de voorziene aanbestedingen in 2025 zal duurzaamheid en SROI (Social Return on Investment) nadrukkelijk als afwegingskader worden meegenomen om duurzaam inkopen te bevorderen.
21 manier van werken en behoeften. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel voor een passende inrichting. Aansluitend daarop zijn voorbereidingen getroffen om de (verouderde) applicatie Corsa naar het Cloudplatform te brengen en ook hier een vernieuwde basis neer te zetten. 22 4. Financiële stand van zaken Programma Veiligheid Primaire begroting 2025 Begroting na wijziging 1e BERAP 2025 Mutatie t.o.v. 1e BERAP Begroting na wijziging 2e BERAP 2025 V/N Lasten Risico- en crisisbeheersing 7.081.154 7.016.577 61.530 7.078.107 N Brandweerzorg 35.024.196 35.751.896 -251.720 35.500.176 V Overhead 13.739.507 13.731.909 718.048 14.449.957 N Totaal lasten 55.844.857 56.500.382 527.859 57.028.241 N Baten Risico- en crisisbeheersing -181.626 -181.626 -128.762 -310.388 V Brandweerzorg -361.483 -391.122 -170.434 -561.556 V Overhead -3.043.795 -3.185.695 18.259 -3.167.436 V Totaal baten -3.586.904 -3.758.443 -280.937 -4.039.380 V Saldo's Risico- en crisisbeheersing 6.899.528 6.834.951 -67.231 6.767.720 V Brandweerzorg 34.662.713 35.360.775 -422.154 34.938.621 V Overhead 10.695.712 10.546.213 736.307 11.282.520 N Totaal programma Veiligheid 52.257.953 52.741.939 246.922 52.988.861 N Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen -51.915.604 -52.928.949 -507.268 -53.436.217 V Overige baten en lasten 0 0 0 0 - Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 0 - Gerealiseerde totaal saldo
baten en lasten 342.349 -187.010 -260.346 -447.356 V Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -294.190 -294.190 0 -294.190 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen -48.159 -48.159 0 -48.159 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal onttrekkingen aan reserves -342.349 -342.349 0 -342.349 - Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid 0 0 0 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 0 0 0 - Overhead 0 0 0 0 - Totaal stortingen in reserves 0 0 0 0 - Saldo reserve mutaties -342.349 -342.349 0 -342.349 - Gerealiseerde resultaat 0 -529.359 -260.346 -789.705 V 23 Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de financiële stand van zaken van de Veiligheidsregio IJsselland in het lopende boekjaar. Het schetst zowel de uitvoering van de begroting tot nu toe alsmede de verwachte financiële positie aan het eind van 2025. Met dit overzicht wordt inzicht geboden in de financiële stand van zaken, zodat het algemeen bestuur tijdig kan sturen op een stabiele en doelmatige uitvoering van de begroting. Op basis van de cijfers over de eerste acht maanden van 2025 wordt voor het gehele jaar een positief resultaat van 789.705 euro geraamd. Dit verwachte overschot is voornamelijk het gevolg van de ontvangst van aanvullende BDuR-middelen (672.379 euro). Deze middelen zijn door het Rijk beschikbaar gesteld voor de versterking van crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid.
Omdat hierover in 2025 nog geen concrete bestedingsafspraken zijn gemaakt, zullen deze middelen aan het eind van het jaar worden gereserveerd voor toekomstige uitgaven. Daarnaast resteert een voorlopig overschot van 117.326 euro op de uitvoering van de wettelijke taken van de Veiligheidsregio IJsselland. Dit bedrag wordt verklaard doordat hogere uitgaven voor onder andere externe inhuur, opleidingen en oefenmateriaal konden worden opgevangen binnen de bestaande begroting mede dankzij meevallers op andere onderdelen. Conform de gemaakte afspraken zal dit overschot, indien dit beeld aan het einde van het boekjaar wordt gerealiseerd, worden teruggestort aan de deelnemende gemeenten. De financiële onderbouwing van bovenstaande passages is opgenomen in de staat van baten en lasten op de voorgaande bladzijde. Na vaststelling van de tweede bestuursrapportage door het algemeen bestuur worden de financiële wijzigingen incidenteel verwerkt via een begrotingswijziging in de begroting van 2025. 4.1 Toelichting resultaat 2025 Het geprognosticeerde resultaat van de Veiligheidsregio IJsselland bedraagt voor 2025 789.705 euro. Sinds 2023 ontvangen wij aanvullende middelen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid om de crisisbeheersing en informatievoorziening binnen de organisatie te versterken.
Een belangrijke voorwaarde van deze middelen is dat zij de gemeentelijke bijdrage niet mogen beïnvloeden en dat eventuele overschotten niet mogen terugvloeien naar de deelnemende gemeenten. Naast deze structurele BDuR-middelen heeft de Veiligheidsregio in 2025 een extra bijdrage van 200.000 euro ontvangen voor het versterken van de weerbaarheid in de regio. Dit bedrag is onder andere bestemd voor de inrichting van noodsteunpunten. De planvorming hoe de gelden in de toekomst doelmatig besteed kunnen gaan worden is momenteel in voorbereiding binnen de organisatie. Vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie is voor het versterken van de weerbaarheid in de regio in 2025 200.000 euro beschikbaar gesteld en voor 2026 een bedrag van 400.000 euro. Het deel van het positieve resultaat dat betrekking heeft op de extra BDuR-middelen voor crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid bedraagt 672.379 euro. Daarmee resteert een resultaat van 117.326 euro dat toe te rekenen is aan de uitvoering van de wettelijke taken. Dit bedrag komt, conform de afspraken, ten goede aan de deelnemende gemeenten indien het beeld tot aan het eind van het jaar onveranderd blijft. Resultaat Saldo Resultaat 2025 789.705 Reservering extra BDuR-gelden 2025 672.379 Resultaat deelnemende gemeentes 117.326 24 Onderstaande tabel toont de prognose voor de extra BDuR-gelden in 2025.
Voor 2025 zijn de begrote baten in de primitieve begroting voor crisisbeheersing (CB) en informatievoorziening (IV) respectievelijk 960.234 euro en 638.400 euro. Daarnaast is een aanvullende compensatie ontvangen als onderdeel van het ingroeimodel van de extra BDuR- gelden. Dit betreft een bedrag van 246.423 euro voor crisisbeheersing en 179.200 euro voor informatievoorziening. Vervolgens is in de juni-circulaire een loon- en prijsbijstelling toegekend voor crisisbeheersing (42.331 euro) en voor informatievoorziening (28.683 euro). De Veiligheidsregio heeft daarnaast een extra bijdrage ontvangen vanuit het Ministerie van J&V voor het versterken van de weerbaarheid binnen de regio. Vanaf 2027 wordt hiervoor landelijk 35 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld voor alle veiligheidsregio’s gezamenlijk. In de aanloopfase is alvast 5 miljoen euro vrijgemaakt, wat neerkomt op 200.000 euro per regio. Deze middelen zijn in eerste instantie bedoeld voor de inrichting van noodsteunpunten. De verdere uitwerking is echter nog afhankelijk van een kabinetsbrief waarin het Rijk aangeeft op welke manier en met welke prioriteiten de versterking van de weerbaarheid moet worden vormgegeven. Belangrijk om te benadrukken is dat deze middelen niet bedoeld zijn als compensatie voor de BDuR-korting die vanaf de begroting van 2026 gaat gelden.
De extra bijdrage is uitsluitend geoormerkt voor het bevorderen van de weerbaarheid binnen de regio en niet bedoeld voor het bekostigen van de wettelijke taken. Aan de lastenzijde wordt het geld als volgt besteed: 1.110.675 euro voor CB, 512.217 euro voor IV en 0 euro voor weerbaarheid. De totale lasten voor de organisatie komen daarmee uit op 1.622.892 euro. Het saldo voor CB bedraagt 138.313 euro, het saldo voor IV 334.066 euro en het saldo door weerbaarheid €200.000. Dit resulteert in een positief totaalsaldo van 672.379 euro voor de extra BDuR-middelen in 2025. Het positieve saldo voor Informatievoorziening hangt samen met de geplande implementatie van een Security Operations Center (SOC) en een Computer Emergency Response Team (CERT). Aangezien de exacte kosten nog niet bekend zijn hebben de beschikbare middelen voor IV in 2025 nog geen structurele invulling gekregen. Het positieve saldo voor crisisbeheersing is het gevolg van niet-ingevulde vacatures en het feit dat de verhoging van de BDuR-middelen niet volledig is ingezet. Hierbij is bewust gekozen om financiële ruimte te behouden met het oog op de taakstelling van 10% in de begroting voor 2026.
Kostencategorieën Begroting 2025 Baten Primitieve begroting Crisisbeheersing 960.234 Primitieve begroting Informatievoorziening 638.400 Totaal primitieve begroting 1.598.634 Aanvullende bijdrage Crisisbeheersing 246.423 Aanvullende bijdrage Informatievoorziening 179.200 Baten extra BDuR 2025 na 1e BERAP 2.024.257 Loon- en prijsindex Crisisbeheersing 42.331 Loon- en prijsindex Informatievoorziening 28.683 Aanvullende bijdrage weerbaarheid 200.000 Totale baten extra BDuR 2025 2.295.271 Lasten Besteding extra BDuR Crisisbeheersing 1.110.675 Besteding extra BDuR Informatievoorziening 512.217 Totale lasten extra BDuR 2025 1.622.892 Saldo Crisisbeheersing 138.313 Saldo Informatievoorziening 334.066 Saldo Weerbaarheid 200.000 Saldo extra BDuR 2025 672.379 25 4.2 Toelichting incidentele afwijkingen Kostencategorieën Primaire begroting 2025 1e BERAP 2025 2e BERAP 2025 Totaal 2025 V/N Gewijzigde begroting 2025 1 Personeelskosten 33.091.627 82.011 446.832 528.843 N 33.620.470 2 Huisvestingskosten 6.624.830 26.332 -36.027 -9.695 V 6.615.135 3 Brandweermaterieel 6.724.684 23.329 -6.604 16.725 N 6.741.409 4 Opleiden & Oefenen 3.389.245 240.765 48.000 288.765 N 3.678.010 5 Automatisering & verbindingen 2.234.779 32.356 7.535 39.891 N 2.274.670 6 Rente 507.683 80.315 - 80.315 N 587.998 7 Beheerskosten 1.308.103 46.880 -31.401 15.479 N 1.323.582 8 Overige kosten 1.963.906 123.539 7.306 130.845
N 2.094.751 Totaal lasten 55.844.856 655.526 435.643 1.091.169 N 56.936.025 9a Baten -263.901 -171.539 -188.721 -360.260 V -966.510 9b Bijdrage GGD -3.141.377 - - - - -3.141.377 10 Algemene dekkingsmiddelen -52.097.229 -1.013.345 -507.268 -1.520.613 V -53.617.842 Totaal baten -55.502.507 -1.184.885 -695.989 -1.880.873 V -57.725.730 Saldo baten en lasten 342.349 -529.359 -260.346 -789.705 V -789.705 Toevoeging aan reserves - - - - 0 Onttrekking aan reserves -342.349 - - - 0 Resultaat 2025 - -529.359 -260.346 -789.705 V -789.705 4.2.1 Personeelskosten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP Wijzigingen 2e BERAP Totaal 2025 V/N 1 Personeelskosten Vrijval loonsom beroepsmedewerkers -94.375 -119.653 -214.028 V Vrijval kosten inhuur derden -69.625 531.188 461.563 N Hogere kosten woon-werk verkeer 182.420 35.297 217.717 N Hogere kosten vrijwilligersvergoedingen 63.591 - 63.591 N Totaal 82.011 446.832 528.843 N 1e Bestuursrapportage Ruimte in de loonsom beroepsmedewerkers Aan het einde van het jaar wordt verwacht dat er ongeveer 94.375 euro overblijft op de loonsom voor beroepspersoneel. Dit wordt deels veroorzaakt door het effect van openstaande vacatures waarvan de invulling is vertraagd. Daarnaast worden in de praktijk niet alle salarissen betaald in het maximum van de schaal, deels vanwege de instroom van nieuwe medewerkers.
Hierdoor ontstaat er incidentele ruimte in dit deel van de loonsom. 26 Bij het vrijvallen van de loonsom voor het beroepspersoneel is rekening gehouden met de verwachte cao-stijging, die met terugwerkende kracht per 1 april 2025 zal ingaan. Hoewel de exacte hoogte van deze stijging op dit moment nog niet definitief is, is in de reguliere begroting reeds een stelpost opgenomen op basis van een inschatting van de uitkomst van de cao-onderhandelingen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de loonkostenstijging binnen de beschikbare financiële kaders kan worden opgevangen. Ruimte inhuur derden In het kader van de strategische personeelsplanning en het gericht invullen van vacatures is de inzet van externe inhuur (derden) afgenomen. Hierdoor is de afhankelijkheid van tijdelijke externe expertise verminderd. Als gevolg hiervan kan een deel van het hiervoor gereserveerde budget vrijvallen en worden ingezet op andere onderdelen binnen de exploitatie. Woon-werkverkeer Sinds 1 januari 2023 ontvangen medewerkers van de Veiligheidsregio IJsselland een vergoeding voor woon-werkverkeer. Bij de invoering van deze regeling is besloten de kosten gedurende de eerste drie jaar te monitoren, alvorens deze structureel in de primitieve begroting op te nemen. Hierdoor zijn de volledige kosten nog niet verwerkt in de begroting 2025.
In de begroting 2026 zullen de geprognosticeerde lasten wél als vast onderdeel worden opgenomen. Voor het boekjaar 2025 leidt dit tot een verwacht incidenteel tekort van 182.420 euro. Vrijwilligersvergoedingen De uitgaven voor vrijwilligersvergoedingen zijn in 2025 aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2024. Deze toename is toe te schrijven aan twee hoofdredenen: enerzijds het hoge aantal oefeningen dat in de afgelopen maanden heeft plaatsgevonden en anderzijds de sterke groei in het aantal nieuwe vrijwilligers dat zich in 2025 heeft aangesloten bij de organisatie. Beide ontwikkelingen brengen hogere kosten met zich mee en leiden in 2025 tot een incidenteel tekort van 63.591 euro. Gezien het grillige verloop van deze kosten is het van belang het budget voor vrijwilligersvergoedingen actief te monitoren en – indien nodig – bij te stellen in de tweede bestuursrapportage. 2e Bestuursrapportage Ruimte in de loonsom beroepsmedewerkers In aansluiting op de eerder gerapporteerde vrijval van 94.375 euro in de loonsom van beroepsmedewerkers in de eerste bestuursrapportage, wordt voor de resterende maanden van 2025 een aanvullende vrijval van 119.653 euro verwacht. Daarmee komt de totale vrijval in 2025 uit op ruim 214.000 euro.
De aanvullende vrijval is voornamelijk toe te schrijven aan niet-ingevulde vacatures en het gegeven dat niet alle medewerkers het maximumsalaris binnen hun schaal ontvangen. Deze vacatureruimte heeft zich deels voorgedaan doordat de organisatie de extra BDuR-middelen voor informatievoorziening en crisisbeheersing nog niet volledig heeft ingezet. Het invullen van deze formatie kost tijd vanwege het wervings- en selectieproces en de schaarste op de arbeidsmarkt. Ruimte inhuur derden De uitgaven voor inhuur derden liggen in 2025 531.188 euro hoger dan oorspronkelijk voorzien in de eerste bestuursrapportage. Het grootste deel van deze overschrijding hangt samen met de implementatie van Microsoft365, een omvangrijk traject dat het noodzakelijk maakte om externe expertise in te huren. Voor dit project is gespecialiseerde kennis ingezet op het gebied van systeemmigratie, training en consultancy. De inzet van externe capaciteit was hierbij onmisbaar, aangezien de vereiste kennis en ervaring voor een soepele en veilige overgang naar de nieuwe digitale werkomgeving niet in voldoende mate intern beschikbaar was. Naast de projectgebonden inhuur voor Microsoft365 is de totale inhuur binnen de organisatie eveneens hoger dan in de eerste bestuursrapportage werd voorzien.
Dit betreft 27 met name de tijdelijke vervanging van langdurig zieke medewerkers en de inzet van externe krachten ter overbrugging van vacatures die moeilijk vervulbaar blijken. Hierdoor blijft de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd, maar neemt de afhankelijkheid van externe inhuur tijdelijk toe alsmede de kosten die daarmee samenhangen. Woon-werkverkeer In de eerste bestuursrapportage werd een verwacht incidenteel tekort van 182.420 euro verwacht met betrekking tot de kosten voor woon-werkverkeer. In de tweede bestuursrapportage is dit tekort toegenomen met 35.297 euro waardoor het totaal tekort voor 2025 uitkomt op 217.717 euro. Deze stijging hangt samen met een hogere realisatie van declaraties dan eerder voorzien. Vanaf de begroting 2026 zullen de geprognosticeerde lasten structureel in de primitieve begroting worden opgenomen waardoor het tekort vanaf dat jaar wordt voorkomen.
4.2.2 Huisvestingskosten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP Wijzigingen 2e BERAP Totaal 2025 V/N 2 Huisvestingskosten Hogere afschrijvingslasten 26.332 - 26.332 N Lagere energielasten - -36.027 -36.027 V Totaal 26.332 -36.027 -9.695 V 1e Bestuursrapportage Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet er voor de budgettering van de afschrijvingslasten uit worden gegaan van een prognose op nog toekomstige vervangingsinvesteringen. In het boekjaar 2024 is er meer geïnvesteerd in huisvesting dan bij het opstellen van de begroting over 2025 werd verwacht. Hierdoor vallen de afschrijvingslasten in 2025 26.332 euro hoger uit. 2e Bestuursrapportage Energielasten De energielasten vallen in 2025 naar verwachting 36.027 euro lager uit dan begroot. Dit voordeel is het resultaat van meerdere factoren. Allereerst zijn de marktprijzen voor energie gunstiger dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Daarnaast hebben de energiebesparende maatregelen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd – zoals de overstap op LED-verlichting en andere verduurzamingsmaatregelen – hun effect en leiden deze tot een verlaging van het energieverbruik. Een ander element dat bijdraagt aan het voordeel is een hogere, incidentele teruggave over het energieverbruik van het voorgaande jaar.
Deze nabetaling heeft het positieve effect in 2025 verder vergroot. Daarmee is het voordeel deels incidenteel van aard, maar het structurele effect van de energiebesparende maatregelen zal ook in de komende jaren merkbaar blijven. 28 4.2.3 Brandweermaterieel Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP Wijzigingen 2e BERAP Totaal 2025 V/N 3 Brandweermaterieel Hogere brandstofkosten 185.337 - 185.337 N Lagere afschrijvingslasten -162.008 - -162.008 V Hogere onderhoudskosten - 14.396 14.396 N Lagere kosten STH-team - -21.000 -21.000 V Totaal 23.329 -6.604 16.725 N 1e Bestuursrapportage Brandstofkosten De brandstoftarieven zijn, vergelijkbaar met de ontwikkeling van de energietarieven, aanzienlijk gestegen. Daarnaast maken de voertuigen van de kazernes Zwolle en Deventer gebruik van HVO (Hydrotreated Vegetable Oil) waarvan de kosten hoger zijn dan reguliere diesel. Mede als gevolg hiervan voorzien we een nadelig effect van ongeveer 185.000 euro op onze brandstofkosten. Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet er voor de budgettering van de afschrijvingslasten uit worden gegaan van een prognose op nog toekomstige vervangingsinvesteringen. Bij het doorschuiven van vervangingsinvesteringen naar het volgende begrotingsjaar ontstaat een incidenteel voordeel van 162.008 euro.
Het doorschuiven van investeringskredieten proberen we tot een minimum te beperken, door direct na het vaststellen van de kredieten in het volgende begrotingsjaar te beginnen met voorbereiden en bestellen van het materieel en materiaal. 2e Bestuursrapportage Onderhoudskosten De onderhoudskosten voor 2025 liggen 14.396 euro hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit komt door extra onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk waren om het brandweermaterieel en de bijbehorende voorzieningen in kwalitatief goede staat te hebben en te houden. Daarnaast hebben hogere huurkosten bijgedragen aan de stijging van de lasten. Een deel van deze meerkosten wordt gecompenseerd door lagere uitgaven aan klein materieel. Ondanks deze compensaties resulteert dit per saldo in een incidentele toename van de totale onderhoudskosten ten opzichte van de begroting. Lagere kosten STH-team STH staat voor Specialistische Technische Hulpverlening en is een specialisatie van de basisbrandweerzorgtaak en wordt ingezet wanneer kennis, technieken of materieel vanuit de basisbrandweerzorg onvoldoende beschikbaar zijn. Voor 2025 zijn de kosten van de Specialistische Technische Hulpverlening (STH) 21.000 euro lager dan oorspronkelijk begroot. Dit komt voornamelijk doordat de personeelslasten voor deze taken grotendeels door de verschillende teams binnen de basisbrandweerzorg worden gedragen.
Kleine, verspreide inzetkosten worden hierbij niet doorbelast aan het STH-budget waardoor er een incidentele vrijval ontstaat. Voor het lopende jaar resulteert dit in een verwacht positief resultaat ten opzichte van de begroting van circa 21.000 euro. 29 4.2.4 Opleiden & oefenen Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP Wijzigingen 2e BERAP V/N 4 Opleiden en oefenen Hogere kosten warme opleidingen 297.879 - 297.879 N Lagere kosten brandweer oefenen -57.114 - -57.114 V Hogere kosten oefenmateriaal - 48.000 48.000 N Totaal 240.765 48.000 288.765 N 1e Bestuursrapportage Warme opleidingen De overschrijding op warme opleidingen is het gevolg van het opstarten van meer opleidingsklassen voor nieuwe brandwachten in het boekjaar 2024/2025. In plaats van 36 opleidingsplekken hebben we 60 opleidingsplekken nodig om ervoor te zorgen dat onze posten op volle sterkte blijven. Dit is essentieel gezien de toenemende uitstroom van vrijwilligers, wat een zorg blijft voor de komende jaren. Bovendien heeft de uitstroom impact op de hoeveelheid opleidingen voor bevelvoerders en brandweerchauffeurs. Daarnaast worden kantoormedewerkers opgeleid voor inzet in de dagdienst op de kazerne in Kampen. Deze ontwikkeling volgt op het bezettingsvraagstuk dat zich bij deze kazerne heeft voorgedaan. Deze opleidingen brengen aanvullende kosten met zich mee die niet in de oorspronkelijke begroting waren voorzien.