2.1 Vereniging Eigen Huis - Participatiehandvest.pdf
Tekst van het document
N L V O W De burger: tegenstander of bondgenoot? EEN OPROEP AAN DE POLITIEK frustratie buikpijn slapeloze nacht afwenden fout eindeloos tegenstander tegenstander nervositeit NU begrip serieus genomen worden meedenken plezierige manier van aanpakken betere samenleving rechtvaardig fatsoen woongenot bondgenoot helemaal op uw gemak frustratie buikpijn slapeloze nacht afwenden bittere pil fout eindeloos tegenstander tegenstander nervositeit niet op uw gemak begrip serieus genomen worden meedenken aanpakken betere samenleving rechtvaardigfatsoen woongenot bondgenoot STRAKS VANZELFSPREKEND Gevoel voor wat fair en rechtvaardig is, hebben we allemaal. Daarom moet meedoen vanzelfsprekend worden. Op landelijk niveau, maar zeker ook op lokale schaal. Hoe zorgen we daarvoor? Hoe organiseren we de participatie als er veel op het spel staat? Als bijvoorbeeld het aanzien of karakter van een woonwijk dreigt te veranderen. Dat kan op allerlei manieren. Door een nieuwe hoogspanningsmast die het uitzicht gaat belemmeren. Door de aanleg van een weg die geluidshinder met zich mee brengt. Of door de bouw van een windmolen die u vanuit het oogpunt van duurzaamheid heel belangrijk vindt, maar die wel een waardedaling van de woning van de burger tot gevolg heeft. Om zulke veranderingen in goede banen te leiden, zijn regels en afspraken nodig waar je als burger op terug kunt vallen.
In de meeste gevallen zijn dat de gangbare regels van fatsoen. Betrek bewoners bij een besluit en doe dat tijdig. Hou rekening met elkaars belangen en neem iedereen serieus. Soms worden zulke uitgangspunten uitgewerkt in een convenant of gedragscode. Zulke initiatieven zijn toe te juichen maar nog wel te vrijblijvend. In de praktijk zien we dat daarmee de participatie nauwelijks bevorderd wordt en dat de onvrede over de gang van zaken niet wordt weg genomen. Burgers worden dikwijls pas in een laat stadium bij de besluitvorming betrokken waardoor zij hun belangen niet goed kunnen behartigen. Terwijl het intussen wel om hun wijk gaat! Om hun belangen en woongenot! Of om natuurlijke rijkdom (windenergie) waar zij op zijn minst mede-eigenaar van zijn. Daarom is het nodig om de positie van burgers beter te verankeren in de uitwerking van de Omgevingswet. GEWOONSTE ZAAK Wij schrijven wetsvoorstellen noch algemene maatregelen van bestuur. Maar in het Participatiehandvest sommen we de punten op waar bij de uitwerking op gelet moet worden. Zodat de burger eventueel een spaak in de wielen kan steken? Eindeloos kan traineren? Nee, hoegenaamd niet! De ervaring leert juist dat dan de besluitvorming beter en uiteindelijk ook sneller verloopt.
Dat de lasten en lusten dan WIE ERGENS TEGEN IS, IS OOK ERGENS VÓÓR Het is al een breinkraker voor politici, bestuurders en iedereen die via overleg iets wil bereiken: hoe betrek je de burger er bij die overal tegen lijkt te zijn? Maar er is één type burger dat voor nog meer hoofdbrekens zorgt: degene die niets meer met de politiek te maken wil hebben. In Frankrijk wordt dan gesproken over de ‘het-maakt-me-allemaal-geen-bal-meer-uit-kiezers’. Bij wantrouwen bestaat er nog een relatie. Maar als mensen zich afwenden van de politiek, brokkelt de relatie tussen kiezers en politici af, en dat leidt tot een definitieve breuk. Daarom is het riskant om de dreiging die uitgaat van onverschilligheid te onderschatten. Wie ergens tegen is, is ook ergens vóór. (‘Tegen een AZC voor duizend mensen. Vóór een AZC voor honderd mensen.’) Een tegenstander kan daarom altijd nog een bondgenoot worden. Maar wie niets meer van de politiek wil weten, is nergens meer voor te winnen. Wat de reden ook mag zijn, het is een bittere pil voor iedereen die gelooft dat je met elkaar kunt werken aan een betere samenleving. eerlijker verdeeld worden en dat alle betrokkenen er een goed gevoel aan overhouden, of althans begrip voor hoe het gelopen is. Minister Kamp van Economische Zaken zei het al in een terugblik op de Rijkscoördinatieregeling: burgers moeten eerder betrokken worden bij grote projecten.
Dat leidt niet tot vertraging, dat voorkomt dat juist. Met andere woorden: de tegenstander wordt dan een bondgenoot. Dat is ook wat nodig is om van grote veranderingen, zoals de energietransitie, een succes te maken. Grote operaties slagen alleen als veel burgers eraan mee willen doen. En omdat we daar eerder te laat dan te vroeg aan begonnen zijn, valt er ook geen tijd meer te verliezen. Vandaar deze oproep aan de politiek. Aan u dus. Nu doet de kans zich voor om de besluitvorming zorgvuldiger en vlotter te maken. Om het vertrouwen in de (lokale) politiek te vergroten. En om de burgers die zijn afgehaakt, of die de moed al bijna hadden opgegeven, daar weer bij te betrekken. U wilt die kans toch benutten? Veranker daarom de rechten van burgers bij de uitwerking van de Omgevingswet en leg daarmee de basis voor participatie, die niet als corvee maar als de gewoonste zaak van de wereld ervaren wordt.
Een uitnodiging die je niet kunt afslaan, daar begint het mee. Worden bewoners overgehaald om mee te doen? Om mee te denken en mee te praten? Komt er een informatiemarkt met mensen die tekst en uitleg kunnen geven? En/of een speciale website? En/of een Facebookpagina? De vorm kan verschillen, de boodschap niet. Die is: ‘Het is uw wijk en uw deelname wordt dan ook zeer op prijs gesteld! Samen met u willen we de kwestie op een plezierige manier aanpakken’. 1. Vroegtijdig in gesprek met omwonenden Participatiehandvest Bij de uitwerking van de Omgevingswet moet de positie van burgers beter verankerd worden in wet- en regelgeving. Hierna de punten die geregeld moeten worden. Het is een goede zaak dat bij bouwplannen de gevolgen in kaart worden gebracht in een MER, een milieueffectrapportage. Maar is het dan niet logisch om naast de gevolgen voor de natuur ook die voor de mens te beschrijven in een bewonerseffectrapportage? Wat gaan de plannen betekenen voor de bewoners? Hoe worden de lusten en lasten verdeeld? Het gaat om hun wijk. 2. Bewoners effectrapportage De burger heeft al heel veel andere zaken aan zijn hoofd: werk, gezin, relaties etc. Hij is de drukbezette manager van zijn eigen leven. Hou daar dus rekening mee. Bedien hem als zodanig. Met dikke dossiers? Absoluut niet! Alleen behapbare informatie wil hij krijgen, en dan ook nog tijdig en zo mogelijk op één A4-tje. 3.
Tijdige, toegankelijke en eerlijke communicatie Overleg kost tijd, maar ook geld. Weet de bewoner niet precies wat hij van een technische uiteenzetting moet denken? Heeft hij er zo zijn twijfels bij? Heeft hij een informatieachterstand? Dan moet het hem gemakkelijk worden gemaakt die in te lopen. Dan moet hij bijvoorbeeld deskundigen kunnen inschakelen voor een contraexpertise en daar moet dus budget voor zijn. Duur? Misschien wel, maar lang niet zo duur als een juridisch gevecht rond het beoogde project. 4. Budget voor participatie Zij blijft verantwoordelijk voor de gang van zaken. Geen tijd? Geen ervaring? Jammer, maar dan moet zij maar een onafhankelijke partij daarmee belasten. 5. De Gemeente of de Provincie (bevoegd gezag) behoudt de regie 6. Voorkeurs- alternatief Samen met de bewoners worden alle alter- natieven gewikt en gewogen. Het bevoegd gezag maakt daarna haar keuze en onderbouwt die op zo’n manier dat iedereen begrijpt hoe die tot stand is gekomen en begrip heeft voor de uitkomst. Wie onevenredig hoge lasten draagt, komt in aanmerking voor een schadevergoeding. COLOFON Redactie: Vereniging Eigen Huis en NLVOW Beeld: Hollandse Hoogte Art directie en vormgeving: Bloemendaal in Vorm Drukwerk: Jetmail © juni 2017 | Vereniging Eigen Huis Postbus 735, 3800 AS, Amersfoort | eigenhuis.nl | 033 450 77 50 N L V O W