CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 Provincie Overijssel - Verdeelbesluit Overijssel

Raadsvergadering 21 januari 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.778 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Asiel en Migratie Almelo 0 468 468 Dalfsen 142 26 168 Deventer 550 550 0 Dinkelland 24 129 153 Enschede 21 550 571 Haaksbergen 107 127 20 Kampen 26 282 308 Losser 18 98 116 Oldenzaal 131 25 156 Olst-Wijhe 15 85 100 Oormen 84 16 100 Raalte 175 33 208 Rijssen-Holten 250 250 0 Twenterand 137 163 26 Wierden 85 56 141 Zwartewaterland 20 124 104 Zwolle 648 103 545 Reguliere opvangplaatsen Amv- opvangplaatsen Gemeente Totaal Borne 0 0 0 Hardenberg Hellendoorn Hengelo (0.) Hof van Twente Staphorst Steenwijkerland Tubbergen 700 162 0 30 700 192 425 157 0 30 425 187 84 187 150 16 33 0 100 220 150 Besluit van de Minister van Asiel en Migratie, van 20 december 2024, nr.

6015733, houdende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Overijssel de Minister van Asiel en Migratie, Gelet op artikel 5 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, de Beleidsregel verdeelbesluiten en de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024; Besluit: Artikel I De asielopvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave van de provincie Overijssel, zoals bekendgemaakt op 31 januari 2024, worden als volgt over de gemeenten verdeeld: Tabel 1: Verdeling asielopvangplaatsen over gemeenten Artikel II Dit besluit wordt aangehaald als: Verdeelbesluit Overijssel 2024 's-Gravenhage, 20 december 2024 De Minister van Asiel en Mi• . ie M.H.M. Faber — V orst Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Asiel en Migratie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het' besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer); d.

een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen; e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend. Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden. Pagina 2 van 8 Toelichting 1. Algemene uitgangspunten Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet) neemt de Minister van Asiel en Migratie eens in de twee jaar een verdeelbesluit per provincie. In deze besluiten worden de opvangplaatsen per provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave die voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend is gemaakt, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Bijzondere opvangplaatsen In de provinciale opvangopgave kan aan gemeenten naast een opgave voor reguliere opvangplaatsen een aparte opgave worden gegeven voor bijzondere opvangplaatsen.

De provinciale opvangopgave voor deze cyclus is bekendgemaakt op 31 januari 2024. Hierin is een opgave voor de bijzondere opvangplaatsen meegegeven, namelijk voor opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). In de verdeelbesluiten worden voor deze cyclus zowel de benodigde reguliere opvangplaatsen als de benodigde amv-opvangplaatsen verdeeld. De verdeling telt op tot de provinciale opvangopgave. Waar in het vervolg van deze toelichting over de provinciale opvangopgave wordt gesproken, ziet dit toe op zowel de opgave voor regulier als voor amv. Wettelijke taak Met de verdeelbesluiten wordt invulling gegeven aan de taak die de wet creëert voor gemeenten; zij moeten de opvangplaatsen uit het verdeelbesluit mogelijk maken. Gemeenten die in het verdeelbesluit geen opgave hebben, hebben dus geen wettelijke taak. Bij het maken van de verdeelbesluiten neemt de minister een aantal uitgangspunten in acht die zijn opgenomen in de wet en in de Beleidsregel verdeelbesluiten (Stcrt. 2024, 21380). Provinciaal verslag Op 31 oktober van dit jaar hebben de commissarissen van de Koning in hun rol als rijksorgaan en voorzitter van de Provinciale regietafel (PRT) verslag uitgebracht (zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet) naar aanleiding van het overleg dat plaats heeft gevonden aan de PRT.

In dit verslag is een verdeling van de provinciale opvangopgave voor de twee daaropvolgende jaren over een aantal gemeenten voorgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen. Dit provinciale verslag is voor de minister het uitgangspunt bij het nemen van het verdeelbesluit. Wanneer uit het verslag blijkt dat aan de PRT overeenstemming is bereikt over een volledige en uitvoerbare invulling van de provinciale opvangopgave, wordt de verdeling uit het verslag door de minister overgenomen in het verdeelbesluit (artikel 2, tweede lid, Beleidsregel verdeelbesluiten). Onder volledige invulling wordt verstaan: een invulling die het vastgestelde aantal reguliere opvangplaatsen én amv-opvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Als uit het verslag blijkt dat het aan de PRT niet gelukt is om te komen tot een volledige en uitvoerbare verdeling die de gehele provinciale opvangopgave dekt, wordt het verdeelbesluit aangevuld door de minister, zodat het verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Ook in dit geval is de verdeling in het verslag het uitgangspunt. Pagina 3 van 8 Overwegingen bij het aanvullen van het verdeelbesluit Bij het aanvullen van het verdeelbesluit laat de minister zich volgens artikel 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten leiden door de volgende overwegingen: a.

Evenwichtige verdeling De minister streeft naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland, rekening houdend met de SES-WOA-score op gemeenteniveau. De indicatieve verdeling per gemeente is hiervoor het uitgangspunt, aangezien hierin rekening is gehouden met de evenwichtige verdeling naar inwoneraantal en de SES-WOA score. b. Eerdere en bijzondere inspanningen op het gebied van asielopvang Er wordt rekening gehouden met de eerder geboden asielopvang in gemeenten in de afgelopen tien jaar en ook de opvang van ontheemden in het geval van acute noodsituaties (zoals in het geval van Oekraïne). Hierbij speelt de duur (maanden, jaren) en omvang (aantal opvangplaatsen) van de eerder geboden asielopvang een rol. Ook wordt gekeken naar de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten binnen de gemeenten. Voor het overzicht van de eerdere en bijzondere inspanningen op gebied van asielopvang per gemeente maakt de minister gebruik van reeds bekende informatie, waaronder de informatie uit het verslag en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA. Als blijkt dat een gemeente veel meer doet of in de afgelopen tien jaar heeft gedaan, dan op basis van de indicatieve verdeling is bepaald, ligt het niet in de lijn der verwachting dat deze gemeente een (extra) opgave krijgt bij het sluitend maken van de verdeling. c.

Haalbaarheid en uitvoerbaarheid Er wordt bij de verdeling ook rekening gehouden met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de opvangplaatsen voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen en de gevolgen hiervan voor het asiel-, vertrek- en opvangproces. Hierbij worden ook de omstandigheden meegewogen die kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een verdeelbesluit te beoordelen, maakt de minister gebruik van de al bekende informatie hierover en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA, de IND en de DTenV. 2. Methode voor het aanvullen van de verdeelbesluiten Wanneer de verdeling uit het verslag niet de gehele provinciale opvangopgave dekt, is het verdeelbesluit aangevuld door de minister zodat het verdeelbesluit uiteindelijk de provinciale opvangopgave volledig dekt. Om tot een sluitende verdeling te komen, zijn verschillende stappen gezet. Deze stappen worden hieronder toegelicht. Stap 1: Overnemen opvangplaatsen uit provinciaal verslag Wanneer de verdeling uit een provinciaal verslag niet sluitend is, is deze ook het uitgangspunt voor het verdeelbesluit. De reguliere en amv-asielopvangplaatsen uit het verslag worden overgenomen in het verdeelbesluit. Zo is zo veel mogelijk recht gedaan aan de keuzes en afspraken die aan de PRT zijn gemaakt.

Pagina 4 van 8 Stap 2: Toevoegen opvangplaatsen vanuit kansrijke initiatieven In de verslagen worden mogelijk ook opvangplaatsen genoemd waarvan onvoldoende duidelijk is of deze tijdig (binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) beschikbaar zijn en/of in ieder geval beschikbaar blijven tot de datum van de volgende capaciteitsraming (1 februari 2026). Vaak zijn plannen voor deze opvangplaatsen wel al in een vergevorderd stadium. Plannen worden als kansrijk beschouwd wanneer deze in ieder geval één van de volgende elementen bevatten: • Lokale besluitvorming is afgerond; • Een beoogde locatie is niet binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit beschikbaar, maar wel voor publicatie van de nieuwe capaciteitsraming op 1 februari 2026; • Een bestaande locatie is niet beschikbaar tot de datum van de volgende capaciteitsraming, maar er is aantoonbaar zicht op verlenging van de locatie; • Er is een duidelijke toezegging van een gemeente om de opvangplaatsen tijdig (binnen 6 maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) te realiseren. Als er in het verslag opvangplaatsen zijn genoemd die een of meerdere van de bovenstaande elementen bevatten, zijn deze kansrijke initiatieven opgenomen in het verdeelbesluit. Dit is wenselijk vanwege de haalbaarheid en uitvoerbaarheid.

Hiermee wordt voorkomen dat gemeenten die al kansrijke plannen hebben geen wettelijke taak krijgen en gemeenten die geen plannen hebben wel. Stap 3: Berekenen van de restopgave Na het overnemen van de opvangplaatsen uit het verslag en de kansrijke initiatieven kan het zo zijn dat de verdeling nog niet optelt tot de provinciale opvangopgave. Wanneer dit het geval is, is berekend wat de restopgave is. Dit is het aantal reguliere en/of amv-opvangplaatsen dat nodig is om te voldoen aan de provinciale opvangopgave. Aangezien alle provincies een opvangopgave hebben voor reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen kunnen zij een restopgave hebben voor reguliere opvangplaatsen, amv-opvangplaatsen of voor beiden. Stap 4: Verdelen restopgave De restopgave is vervolgens verdeeld over de gemeenten. Hierbij is rekening gehouden met een aantal factoren: Stap 4a: Uitsluiten gemeenten voor de verdeling van de restopgave Bij het verdelen van de restopgave zijn de uitgangspunten uit de Beleidsregel verdeelbesluiten in acht genomen. Op grond van deze uitgangspunten kunnen gemeenten worden uitgesloten bij de verdeling van de restopgave.

Realisatie aantal opvangplaatsen indicatieve verdeling Wanneer een gemeente in het provinciaal verslag heeft aangegeven evenveel of meer te doen dan het aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van het streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling. Daarom is de restopgave alleen verdeeld over gemeenten die deze evenredige bijdrage nog niet leveren. Pagina 5 van 8 Uitzonderlijke historische bijdrage Wanneer een gemeente de afgelopen tien jaar gemiddeld een grotere bijdrage aan de opvangopgave heeft geleverd dan van de gemeente op basis van de indicatieve verdeling mocht worden verwacht, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Om dit te beoordelen is gekeken naar de opvangplaatsen die een gemeente in de afgelopen 10 jaar (van 1 september 2014 tot en met 1 september 2024) per jaar gemiddeld heeft gerealiseerd. Wanneer de gemiddelde historische bijdrage van een gemeente hoger was dan de indicatieve verdeling, is de gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Dit doet recht aan het uitgangspunt dat bij het verdelen van de restopgave rekening wordt gehouden met de eerder geboden asielopvang in gemeenten in de afgelopen tien jaar.

Ook wanneer gemeenten een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd aan de opvang van Oekraïners, zijn zij uitgesloten voor de verdeling van de restopgave. Dit is het geval als hun bijdrage aan het aantal opvangplaatsen voor Oekraïners van 1 januari 2023 tot en met 1 september 2024 groter dan 200% was van het aantal opvangplaatsen dat zij hadden moeten realiseren op basis van een evenredige verdeling van het totaal aantal opvang plaatsen over alle gemeenten. Uitruil tussen gemeenten Aan de PRT hebben gemeenten afspraken kunnen maken over het uitruilen van opvangplaatsen binnen de provincie. Wanneer gemeente A opvangplaatsen realiseert voor gemeente B, zijn deze bij de verdeling van de restopgave beschouwd als opvangplaatsen van gemeente B. Als gemeente A voor gemeente B een aantal opvangplaatsen realiseert dat gelijk is aan het aantal opvangplaatsen dat gemeente B op basis van de indicatieve verdeling zou moeten realiseren, is gemeente B niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen. Wanneer de uitruilafspraak voor een gemeente niet gelijk is aan de indicatieve verdeling, is dit bij de verdeling van de restopgave meegewogen; de gemeente krijgt dan een kleiner deel van de restopgave. Wanneer meerdere gemeenten hebben aangegeven hun opgaven onderling uit te ruilen, is dit meegenomen bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen.

Als het aantal reguliere opvangplaatsen dat ze gezamenlijk realiseren gelijk aan of groter is dan het aantal opvangplaatsen dat ze samen op basis van hun indicatieve verdeling zouden moeten realiseren, zijn deze gemeenten uitgesloten bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen. Stap 4b: Verdelen van resterende opvangplaatsen over gemeenten Een deel van de gemeenten is op basis van de hierboven genoemde criteria niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Er blijft een aantal gemeenten over waarover de restopgave is verdeeld. De restopgave is evenredig verdeeld over al deze gemeenten zodat zij allen eenzelfde percentage moeten realiseren van het aantal opvangplaatsen dat ze op basis van de indicatieve verdeling zouden moeten realiseren. Hoe hoog dit percentage is, hangt af van de omvang van de restopgave en het aantal gemeenten dat is uitgesloten van de verdeling van de restopgave. Gemeente krijgen in het verdeelbesluit niet meer opvangplaatsen dan het totaal aantal opvangplaatsen (regulier en amv) uit de indicatieve verdeling. Deze methode voor verdeling van de restopgave doet recht aan het uitgangspunt van een evenwichtig verdeling.

Ook gemeenten die in het verslag al hebben aangegeven een aantal opvangplaatsen mogelijk te maken, maar minder dan het Pagina 6 van 8 aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, kunnen een deel van de restopgave krijgen. Dit is het geval wanneer het aantal opvangplaatsen dat zij in het verslag hebben aangegeven onder het percentage blijft van de indicatieve verdeling die gemeenten in de betreffende provincie moeten realiseren om de verdeling sluitend te maken. Mocht een gemeente door deze verdeling van de restopgave uitkomen op een aantal van minder dan 5 opvangplaatsen (regulier of amv), dan wordt deze gemeente uitgesloten van de verdeling en worden deze opvangplaatsen verdeeld over de andere gemeenten die wel in aanmerking komen voor de verdeling van de restopgave. Zo wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van haalbaarheid en uitvoerbaarheid, omdat zulke kleine aantallen moeilijk te realiseren zijn. De verdeling van de restopgave wordt vervolgens toegevoegd aan de initiële verdeling. Hiermee is de verdeling van opvangplaatsen voor de provincie sluitend gemaakt. 3. Het verdeelbesluit voor de provincie Overijssel Op 31 oktober heeft de commissaris van de Koning van Overijssel, in lijn met artikel 4, tweede lid van de wet, verslag uitgebracht van het overleg dat heeft plaatsgevonden aan de PRT.

Uit dit verslag blijkt dat de gemeenten in de provincie Overijssel niet tot een volledig sluitende verdeling zijn gekomen van het aantal opvangplaatsen dat zij volgens de provinciale opvangopgave moeten realiseren. De provincie Overijssel heeft een opgave van 5.787 reguliere opvangplaatsen en 538 amv-opvangplaatsen. Na het overnemen van de opvangplaatsen die aangeboden worden en het toevoegen van opvangplaatsen die voortkomen uit kansrijke initiatieven uit het verslag, komt de provincie Overijssel uit op 3.851 reguliere opvangplaatsen en 130 amv-opvangplaatsen. Om te komen tot een sluitende verdeling van de provinciale opvangopgave moet er een restopgave van 1.936 reguliere opvangplaatsen en 408 amv-opvangplaatsen worden ingevuld. Bij de verdeling van de restopgave zijn de volgende gemeenten uitgesloten: Uitsluiting vanwege realisatie aantal opvangplaatsen indicatieve verdeling Gemeente Almelo, Deventer, Hardenberg, Hengelo, Kampen, Rijssen-Holten en Tubbergen Uitsluiting vanwege uitzonderlijke historische bijdrage Gemeente Almelo, Deventer en Hardenberg (asielopvang); Borne (ontheemden Oekraïne) De restopgave is verdeeld over een aantal gemeenten volgens de methode die in hoofdstuk 2 is toegelicht. In totaal is de restopgave reguliere opvangplaatsen verdeeld over 16 gemeenten en de restopgave amv-opvangplaatsen verdeeld over 16 gemeenten.

Sommige gemeenten hebben voor beide type opvangplaatsen een deel van de restopgave gekregen. Pagina 7 van 8 De restopgave is verdeeld over de volgende gemeenten: Dalfsen (regulier en amv) Dinkelland (regulier en amv) Enschede (amv) Haaksbergen (regulier en amv) Hellendoorn (regulier en amv) Hof van Twente (regulier en amv) Losser (regulier en amv) Oldenzaal (regulier en amv) Olst-Wijhe (regulier en amv) Ommen (regulier en amv) Raalte (regulier en amv) Staphorst (regulier en amv) Steenwijkerland (regulier en amv) Twenterand (regulier en amv) Wierden (regulier) Zwartewaterland (regulier en amv) Zwolle (regulier en amv) De Minister van Asiel en Migratie, M.H.M. Faber - Van de Klashorst Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/747f2e88-6c4c-4a88-95ff-25fc7aa86c46?agendaItemId=9b9e7e37-97b7-4468-b592-5bd2a71c9ed8