CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

2.1 OD - 20231005 2e wijziging GR OD IJsselland

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken5.026 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 2e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle en het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente onderscheidenlijk provincie bevoegd zijn, Overwegende dat de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 gewijzigd is; de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland in 2023 geëvalueerd is; besluiten de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland 1 als volgt te wijzigen: ENIG ARTIKEL 1. Deze wijziging treedt in werking op 30 juni 2024. 2. De artikelen 1 tot en met 45 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland komen te vervallen. 3. De artikelen 1 e.v. worden als volgt vastgesteld: 2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 3 Hoofdstuk 2 Taken 5 Hoofdstuk 3 Bevoegdheden 7 Hoofdstuk 4 Het Bestuur 7 Hoofdstuk 5 Inspraak 12 Hoofdstuk 6 Personeel 13 Hoofdstuk 7 Kostentoedeling, begroting en jaarrekening 14 Hoofdstuk 8 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing 16 Hoofdstuk 9 Overige bepalingen 19 Hoofdstuk 10 Slotbepalingen 20 3 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a.

basistaken: zowel het basistakenpakket als ook de taken zoals opgenomen in de bij deze regeling horende bijlage; b. basistakenpakket: het basistakenpakket zoals bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit. Bij wijziging van het basistakenpakket door wet- en regelgeving, geldt het basistakenpakket na die wijziging; c. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten van de deelnemers als bedoeld in artikel 1, onder sub d, van de regeling; d. deelnemers: het college van gedeputeerde staten van de provincie Overijssel en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle; e. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. fysieke leefomgeving: de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in artikel 1.2 van de Omgevingswet; g. gelijk speelveld: het stellen van zo veel mogelijk gelijke eisen en normen bij de verlening van vergunningen, het verrichten van toezicht en het uitvoeren van handhavingsacties door de deelnemers in de regeling; h. Omgevingsdienst IJsselland: het openbaar lichaam Omgevingsdienst IJsselland, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling; i. regeling: deze gemeenschappelijke regeling; j.

regionaal uitvoeringsprogramma: de wettelijke verplichting tot het vaststellen van een regionaal uniform uitvoeringsprogramma voor de uitvoerings- en handhavingstaken die ondergebracht zijn bij Omgevingsdienst IJsselland; k. jaaropdracht: de opdracht die elke deelnemer jaarlijks met Omgevingsdienst IJsselland overeenkomt, waarin het regionaal uitvoeringsprogramma leidend is, met aanvullend de specifieke wensen, ambities en afspraken die partijen met elkaar afspreken; l. schriftelijk: alle vormen van geschreven taal, zowel papier, fax als digitaal; m. vertegenwoordigende organen: Provinciale Staten van de provincie Overijssel en raden van de gemeenten Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle 4 2. Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of Provinciewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, respectievelijk de provincie, Provinciale Staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, gelezen: Omgevingsdienst IJsselland, het algemeen bestuur, het da gelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 2 Instelling 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Omgevingsdienst IJsselland. 2.

Omgevingsdienst IJsselland is gevestigd in Zwolle. Artikel 3 Belang 1. Omgevingsdienst IJsselland is ingesteld ter behartiging van de individuele en gezamenlijke belangen van de deelnemers op het gebied van de fysieke leefomgeving en ziet op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften zoals opgenomen in de relevante regelgeving, voor zover de bevoegdheid daartoe aan de deelnemer toekomt en voor zover deze aan Omgevingsdienst IJsselland is gemandateerd. 2. Omgevingsdienst IJsselland draagt zorg voor een organisatie ter behartiging van de in het eerste lid genoemde belangen en richt zich daarbij op: • het bieden van een structuur waarin de deelnemers voldoen aan de wettelijke eisen van kwaliteit, effectiviteit en robuustheid en organisatie voor de uitvoering van hun taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • advisering aan en uitvoering voor de deelnemers ten behoeve van vergunningverlening, toezicht en handhaving; • de inzet van kennis en kunde; • de realisatie van een centraal aanspreekpunt voor externe partners; • het creëren van een gelijk speelveld voor burgers en bedrijven in het werkgebied van Omgevingsdienst IJsselland.

5 Hoofdstuk 2 Taken Artikel 4 Basistaken voor deelnemers De taken die Omgevingsdienst IJsselland uitvoert voor alle deelnemers betreffen: • het basistakenpakket; • de uitoefening van de taken zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Artikel 5 Structurele facultatieve taken voor deelnemers op basis van inbreng personeel 1. Het algemeen bestuur kan besluiten op verzoek van een deelnemer ook andere taken dan vermeld onder artikel 4 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving ten behoeve van deze deelnemer te verrichten. 2. Deze dienstverlening wordt als structureel gezien indien deze op basis van inbreng van personeel en met inachtneming van het door de betreffende deelnemer vastgestelde beleid plaatsvindt. Artikel 33 is van overeenkomstige toepassing. 3. Het uitgangspunt voor de uitvoering van deze taken is inbreng en bekostiging op basis van de bijbehorende formatie, vermeerderd met een percentage voor overhead. Artikel 26 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 6 Facultatieve taken voor deelnemers op basis van overeenkomst 1. Het algemeen bestuur kan op verzoek besluiten andere taken dan vermeld onder artikel 4 ten behoeve van een deelnemer te verrichten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving en met inachtneming van het door de desbetreffende deelnemer vastgestelde beleid.

2. Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de betreffende deel nemer voor de taken als bedoeld in het eerste lid. 3. Het algemeen bestuur kan alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 4. Voor de facultatieve taken voor deelnemers wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. Artikel 7 Facultatieve taken voor derden 1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat Omgevingsdienst IJsselland werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke organisaties kan verrichten. 2. Het dagelijks bestuur sluit dan een overeenkomst met de publiekrechtelijke organisatie waarvoor werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid uitgevoerd worden. 6 3. Het algemeen bestuur k an alleen besluiten tot het uitvoeren van facultatieve taken zoals genoemd in het eerste lid indien de uitvoering van deze taken aanvullend is op de uitvoering van de taken zoals genoemd in artikel 4. 4. Voor de facultatieve taken voor derden wordt een tenminste kostendekkend tarief in rekening gebracht. 5. De omvang van de facultatieve taken voor derden mag niet meer zijn dan toelaatbaar is op basis van het vigerende aanbestedingsregime. Artikel 8 Overige bepalingen taken 1.

Ter uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4, 5 en 6 bedoelde taken, stelt het algemeen bestuur voor de duur van de gemeenschappelijke regeling een dienstverleningsovereenkomst vast, waarin de algemene voorwaarden van Omgevingsdienst IJsselland worden vastgelegd, waarbij in elk geval wordt geregeld: a. de voorwaarden voor de taakuitvoering; b. de voorwaarden voor uitvoering van facultatieve taken; c. de aansprakelijkheid, verzekering en geschillen met betrekking tot de taakuitoefening, en d. een regeling in geval van niet voldoen aan de door de deelnemers gestelde eisen. 2. Binnen de kaders van de dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, maakt Omgevingsdienst IJsselland met alle deelnemers werkafspraken per deelnemer die voor elke deelnemer worden vastgelegd in een jaaropdracht. 3. In de jaaropdracht worden per deelnemer de van Omgevingsdienst IJsselland af te nemen omvang van en het kwaliteitsniveau voor alle af te nemen taken vastgelegd. Per jaar kan de omvang van de door de deelnemers af te nemen facultatieve taken onder bepaalde, in de dienstverleningsovereenkomst vastgelegde voorwaarden, worden gewijzigd. Ook kunnen, onverminderd het bepaalde in de dienstverleningsovereenkomst, tussentijds aanvullende facultatieve taken worden overeengekomen. 4.

De dienstverleningsovereenkomst en de jaaropdracht komen niet te vervallen door wijziging van de regeling. 5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van facultatieve taken voor derden zoals genoemd in artikel 7. 7 6 Hoofdstuk 3 Bevoegdheden Artikel 9 Bevoegdheden 1. Aan het algemeen- en dagelijks bestuur worden geen bevoegdheden overgedragen door de deelnemers. 2. Voor de uitvoering van zowel de basistaken als de facultatieve taken wordt bij separaat besluit door de colleges mandaat, machtiging of volmacht verleend aan de directeur van Omgevingsdienst IJsselland. Hoofdstuk 4 Het Bestuur §1 Het algemeen bestuur Artikel 10 Samenstelling algemeen bestuur 1. De colleges wijzen in de eerste vergadering van de colleges in een nieuwe samenst elling uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan. 2. De colleges wijzen uit hun midden één vervangend lid van het algemeen bestuur aan dat de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangt. 3. Een college kan het door hem aangewezen lid ontslaan als het lid niet langer zijn vertrouwen geniet. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het college van de betrokken deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervangend lid.

Artikel 11 Incompatibiliteiten algemeen bestuur Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van Omgevingsdienst IJsselland in dienst genomen of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die op basis van inhuur werkzaam zijn voor Omgevingsdienst IJsselland of een van de deelnemers. Artikel 12 Stemverdeling en besluitvorming algemeen bestuur 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid is voor de volgende besluiten minimaal een drie vierde meerderheid van de stemmen nodig: a. het besluit tot ontslag van een lid van een dagelijks bestuur; 8 8 b. het besluit tot vaststelling en wijziging van de bijdrageverordening; c. het besluit tot de vaststelling en wijziging van de begroting; d. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot wijziging van de regeling; e. het besluit tot het vaststellen van een ontwerpbesluit tot opheffing van de regeling; f. een besluit tot wijzigen van de basistaken zoals genoemd in artikel 4 van de regeling ; g. het besluit tot vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in artikel 35; h. het besluit omtrent de toetredingsvergoeding; i.

het besluit over de uittreedvergoeding van een deelnemer. Artikel 13 Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur komen alle taken en bevoegdheden toe die bij of krachtens de regeling aan Omgevingsdienst IJsselland zijn opgedragen, en niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. Tot deze taken en bev oegdheden behoren in ieder geval: a. het houden van toezicht op het financiële beheer van Omgevingsdienst IJsselland; b. het vaststellen van een bedrijfsplan en beleidsplannen; het vaststellen van een ontwerp regionaal uitvoeringsprogramma, dat als input voor de jaaropdrachten geldt; c. het vaststellen van de begroting en de jaarstukken, alsmede de wijzigingen daarvan; d. het vaststellen van uitvoeringsregels die de andere organen van Omgevingsdienst IJsselland moeten opvolgen bij de uitoefening van hun bevoegdheden; e. het doen van uitgaven voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaven zijn geraamd, is vastgesteld; f. het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of opheffing van de regeling; g. het oprichten van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, overeenkomstig artikel 55a van de wet.

Artikel 14 Inlichtingen- en verantwoordingsplicht algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door één of meer leden van die organen worden verlangd. 2. Het algemeen bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd. 4. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 5. De colleges bepalen op welke wijze de door hen aangewezen leden aan hun plichten genoemd in de leden twee en drie van dit artikel moeten voldoen. 9 9 6. Het derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen. §2 Het dagelijks bestuur Artikel 15 Samenstelling dagelijks bestuur 1. Het aantal door en uit het algemeen bestuur aangewezen leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter, bedraagt vier. 2.

De leden van het dagelijks bestuur worden in de eerste vergadering van elke zittingsronde van de vertegenwoordigende organen door het algemeen bestuur aangewezen voor een periode van vier jaren. 3. De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter onverwijld schriftelijk op de hoogte. 4. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag of om andere redenen openvallen, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen. Artikel 16 Werkwijze vergaderingen dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. 2. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, tenzij het dagelijks bestuur anders bepaalt. 3. Bij het doen van keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. 4. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur. 5. De stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de voorzitter en de directeur ondertekend. Artikel 17 Stemverdeling en vergaderquorum dagelijks bestuur 1. De voorzitter en elk lid hebben ieder één stem.

In het geval de stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. 2. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. 3. In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 4. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering. 10 10 5. Op de vergadering, bedoeld in het vierde lid, is het derde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Artikel 18 Klachtenregeling Het dagelijks bestuur stelt een regeling vast met betrekking tot de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 19 Inlichtingen- en verantwoordingsplicht dagelijks bestuur 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 3.

Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. 4. Het dagelijks bestuur verschaft de vertegenwoordigende organen respectievelijk een of meer leden van die vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd. 5. Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. §3 De voorzitter Artikel 20 De voorzitter 1. De voorzitter wordt in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raden door en uit het algemeen bestuur gekozen voor een periode van vier jaren. 2. Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, die door het algemeen bestuur uit de leden van het dagelijks bestuur wordt aangewezen. 3. Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan als deze niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. 4. De aanwijzing van de voorzitter ter vervulling van een plaats die door ontslag of om andere redenen openvalt, vindt plaats uiterlijk acht weken na dat openvallen.

11 Artikel 21 Instructie bevoegdheden voorzitter Indien de voorzitter lid is van het college van burgemeester en wethouders of van Gedeputeerde staten dat partij is in een geding waarbij Omgevingsdienst IJsselland is betrokken, draagt hij een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur op om zijn bevoegdheid uit te oefenen. Artikel 22 Verantwoordings- en inlichtingenplicht voorzitter 1. De voorzitter geeft aan de vertegenwoordigende organen, indien daartoe door een of meer leden van deze organen wordt gevraagd schriftelijk alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig zijn. 2. De voorzitter geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. 3. De voorzitter verstrekt het algemeen bestuur de door een of meer leden van het algemeen bestuur gevraagde inlichtingen, tenzij het openbaar belang zich hiertegen verzet. 4. De voorzitter legt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af voor het door hem gevoerde bestuur. 12 Hoofdstuk 5 Inspraak Artikel 23 Zienswijzen 1. Het algemeen bestuur kan andere voorgenomen besluiten dan die waarvoor de wet of deze regeling dat voorschrijft voor een zienswijze voorleggen aan de vertegenwoordigende organen. 2.

Indien het eerste lid wordt toegepast, dan hebben de vertegenwoordigende org anen minimaal acht weken de tijd om hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaand aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze is gegeven, stelt het dagelijks bestuur de vertegenwoordigende organen en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 24 Participatie 1. Ingezetenen en belanghebbenden kunnen via de normale procedures bij de vertegenwoordigende organen. respectievelijk de colleges, inspreken omtrent besluiten van Omgevingsdienst IJsselland. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur beslissen dat bij ingrijpende besluiten een apart traject voor inspraak wordt doorlopen, waarbij zowel belanghebbenden als ingezetenen de kans krijgen inspraak te leveren. 3. Het dagelijks bestuur informeert de colleges en het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak. 4. De colleges en het dagelijks bestuur maken op de gebruikelijke wijze bekend dat de mogelijkheid tot inspraak wordt geboden. 13 11 Hoofdstuk 6 Personeel Artikel 25 De directeur 1.

Omgevingsdienst IJsselland heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van Omgevingsdienst IJsselland. 2. De directeur handelt bij de uitoefening van de taken genoemd in hoofdstuk 2 binnen de grenzen van het door de deelnemer(s) verstrekte mandaat. 3. De directeur fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 4. Het dagelijks bestuur beslist over benoeming, ontslag en schorsing van de directeur. 14 12 Hoofdstuk 7 Kostentoedeling, begroting en jaarrekening Artikel 26 Kostentoedeling en bijdrageverordening 1. Het algemeen bestuur stelt een bijdrageverordening vast met betrekking tot de door de deelnemers te betalen financiële bijdragen voor de basistaken als genoemd in artikel 4. 2. Uitgangspunt voor de bijdrageverordening voor het onderdeel basistaken zijn de taken en de kosten van de bijbehorende formatie die door elke deelnemer jaarlijks worden ingebracht, vermeerderd met een percentage voor overhead. 3. De bijdrageverordening omvat een systematiek voor de toerekening van kosten aan facultatieve taken zoals genoemd in de artikelen 5 en 6. 4. De bijdrageverordening omvat een regeling over de toerekening van het exploitatiesaldo. Artikel 27 Garantiebepaling 1.

De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat Omgevingsdienst IJsselland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. 3. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat de provincie weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 199 van de Provinciewet. Artikel 28 Begroting De bepalingen van artikel 59, eerste, derde en vierde lid van de Wet zijn niet van toepassing op wijzigingen van de begroting indien deze wijzigingen niet leiden tot een verhoging van de door de deelnemers verschuldigde bijdragen aan Omgevingsdienst IJsselland of een donatie of onttrekking aan een reserve. Artikel 29 Jaarrekening 1. Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a. af te boeken van het weerstandsvermogen voor zover toereikend; b. met in achtneming van de op grond van artikel 26 vastgestelde regeling ten laste te brengen van de deelnemers. 2.

Het algemeen bestuur kan besluiten de volgens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: 15 a. tot het op basis van de in de bijdrageverordening vastgestelde maximum toe te voegen aan het weerstandsvermogen; b. met in achtneming van de op grond van artikel 26 vastgestelde regeling uit te keren aan de deelnemers. 16 13 Hoofdstuk 8 Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 30 Wijziging 1. Deze regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur onderscheidenlijk op voorstel van een college worden gewijzigd door een daartoe strekkend besluit van alle colleges met toestemming van hun vertegenwoordigende organen. 2. Indien het algemeen bestuur een wijziging van deze regeling wenselijk acht, zendt het dagelijks bestuur de door het algemeen bestuur vastgestelde ontwerpwijziging met een toelichting aan de colleges. 3. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat alle colleges overeenkomstig artikel 51 van de Wet tot de wijziging hebben besloten. Artikel 31 Toetreding 1. Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van burgemeester en wethouders, colleges van gedeputeerde staten of dagelijkse besturen van waterschappen toetreden. 2. De deelname gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en het orgaan van de deelnemer. 3.

Het algemeen bestuur stelt voor de nieuwe deelnemer een toetredingsvergoeding vast gerelateerd aan de stand van het weerstandsvermogen. Artikel 32 Uittreding 1. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 51 van de wet en bij of krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet. Een deelnemer die wenst uit te treden maakt het voornemen tot uittreding per aangetekende brief kenbaar aan het alge meen bestuur. 2. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 3. Het uittredingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 4. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 5. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het dagelijks bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt.

Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt 17 over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de deelnemer die voornemens is uit te treden. 6. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van kenbaar maken van het voornemen van uittreding. Tevens kan de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van maximaal 5% op de uittreedsom toepassen om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 7. De deelnemer die voornemens is uit te treden wordt gedurende een termijn van twaalf weken in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op het concept-uittredingsplan. 8.

Uiterlijk twaalf maanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding overee nkomstig het eerste lid bekend heeft gemaakt stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 9. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. 10. Nadat het uittredingsplan is vastgesteld en het college definitief heeft besloten uit te treden, a. geldt voor de uittreding uit de regeling een opzegtermijn van 1 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, b. is de uittredende gemeente gehouden om binnen 6 maanden de voor haar vastges telde financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen, tenzij het algemeen bestuur unaniem tot het hanteren van een andere termijn besluit. Artikel 33 Beëindiging structurele facultatieve taken 1.

Een deelnemer kan het afnemen van facultatieve taken op basis van inbreng zoals genoemd in artikel 5 beëindigen. 2. Op deze beëindiging zijn de bepalingen van artikel 32 van overeenkomstige toepassing. Artikel 34 Beëindiging facultatieve taken op basis van overeenkomst 1. Een deelnemer of een derde kan het afnemen van facultatieve taken als genoemd in artikel 6 en 7 van deze regeling verminderen of beëindigen. 18 2. Vermindering dan wel beëindiging van het afnemen van facultatieve taken kan slechts plaatsvinden met inachtneming van de opzegtermijn die bij overeenkomst is vastgelegd. Artikel 35 Opheffing en liquidatie 1. De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 18.21 van de Omgevingswet. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de vertegenwoordigende organen gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college te brengen. 2. Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan vastgesteld na alle deelnemers te hebben geraadpleegd. In het liquidatieplan worden de financiële verplichtingen, de personele en de overige gevolgen van de opheffing geregeld. Het regelt ook de gevolgen van de door Omgevingsdienst IJsselland en haar organen gevormde archieven. 3.

Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. 4. Het liquidatieplan omvat een sociaal plan en voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel dat in dienst is van Omgevingsdienst IJsselland. 5. Bij de ontbinding van Omgevingsdienst IJsselland in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft Omgevingsdienst IJsselland voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. 19 Hoofdstuk 9 Overige bepalingen Artikel 36 Archief en Inrichtingenbestand 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de taken die de bestuursorganen van de Omgevingsdienst in mandaat namens de deelnemers uitvoert. Voor de gemandateerde taken is het bestuur van de Omgevingsdienst bevoegd tot het beheer van het inrichtingenbestand dat in eigendom is van de betreffende deelnemer. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3.

Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, die niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van een van de deelnemers. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de deelnemer, bedoeld in het vierde lid. 6. De archivaris van de deelnemer, bedoeld in het vierde lid, brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van Omgevingsdienst IJsselland. Artikel 37 Geschillen 1.

Een eventueel geschil tussen een deelnemer en Omgevingsdienst IJsselland wordt door de ene partij schriftelijk voorgelegd aan de andere partij met het doel om gezamenlijk tot overeenstemming te komen. 2. Het algemeen bestuur kan ten behoeve van de beslechting van geschillen als bedoeld in het vorige lid een regeling vaststellen, onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de Grondwet. 3. Indien zich zaken voordoen waarin de gemeenschappelijke regeling niet voorziet, treft het algemeen bestuur de nodige voorzieningen. Het algemeen bestuur doet van deze voorzieningen onverwijld mededeling aan de deelnemers. 20 Hoofdstuk 10 Slotbepalingen Artikel 38 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur kan besluiten om de regeling of één of meer onderdelen daarvan te evalueren. 2. Het dagelijks bestuur zal in dat geval een evaluatievoorstel voorleggen aan de deelnemers. Artikel 39 Looptijd Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 40 Bekendmaking 1. Gedeputeerde staten zijn belast met de tijdige bekendmaking overeenkomstig artikel 52, eerste lid, aanhef en onder l, en artikel 26 van de wet. 2. Deze regeling treedt in werking de dag volgend op die van bekendmaking. Artikel 41 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJsselland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4f108a0e-02ae-496a-bd01-b8ad6674beb8?agendaItemId=25cb334a-c531-49b1-bb2d-e1e95a6413d5