2.1 Kinderombudsman - Rapport Opgroeien in onzekerheid over kinderen in armoede
Tekst van het document
Opgroeien in onzekerheid Wat kinderen in armoede ons in de afgelopen 10 jaar hebben verteld over hun leven en welzijn De Kinderombudsman heeft de afgelopen tien jaar veel onderzoek gedaan naar kinderen in Nederland. Naar hun kwaliteit van leven en hoe zij zich ontwikkelen. Juist ook van kinderen die opgroeien in armoede. In deze publicatie1 delen we de belangrijkste inzichten over kinderen in armoede van de afgelopen tien jaar. Op basis van wat zij zelf hebben verteld over hun leven. Dat legt opvallende dingen bloot. Kinderen in armoede geven hun leven een lager cijfer dan leeftijdsgenoten met genoeg geld thuis. Het cijfer van meisjes in armoede is het laagst. En het cijfer van jongens is het hardst gedaald. Ook blijkt dat sommige kinderen in armoede last hebben van meerdere problemen tegelijk. Dit noemen we multiproblematiek. De kwaliteit van leven is voor deze kinderen nog lager. De Kinderombudsman concludeert dat het huidige beleid rondom armoede niet goed genoeg is. Het lukt niet om kinderen in armoede meer kansen en mogelijkheden te geven om zich te ontwikkelen. Daardoor staat een fijne jeugd voor deze kinderen onder druk. De Kinderombudsman pleit daarom opnieuw voor speciaal beleid. Dat beleid moet niet alleen over geld gaan, maar over het hele leven van een kind. Net zoals afgesproken in het Kinderrechtenverdrag.
2 1 Deze publicatie is deels gebaseerd op de volgende studie: M. Whittaker, ‘Invisible inequalities. The wellbeing of Refugee Children Living in Poverty’, Universiteit Utrecht: juni 2025. Deze studie is gebaseerd op 10 jaar data opgehaald via het tweejaarlijks onderzoek ‘Als je het ons vraagt’ van de Kinderombudsman. Inleiding Eén op de 28 kinderen2 in Nederland leeft in armoede.3 Dat betekent dat in bijna elke klas een kind zit dat het thuis niet breed heeft. Dat heeft invloed op het leven van kinderen. Op hoe het thuis gaat, op school en in hun vrije tijd. Maar ook op hun ontwikkeling en hun toekomst. Kinderen die opgroeien in armoede hebben meer kans om als volwassene zelf ook in armoede te leven.4 Armoede zorgt voor stress. Niet alleen bij kinderen, maar ook bij hun ouders.5 Ouders maken zich zorgen omdat ze hun kinderen niet altijd kunnen geven wat ze nodig hebben. Als die zorgen te groot zijn en te veel invloed hebben, is er thuis weinig rust en ontspanning. Dat zorgt voor spanning bij kinderen. Ouders die het niet breed hebben, hebben te weinig geld voor belangrijke uitgaven. Soms is er niet genoeg geld voor de energierekening, huur, boodschappen, kleding, een bril of een bed. Ook zijn schoolreisjes, sportclubs of reizen met het OV voor hun kind dan soms niet haalbaar. Ouders kunnen hun kinderen weinig ontspanning en veiligheid bieden. Er is veel onzeker.
Kinderen merken dat en maken zich zorgen over hun ouders. Ze vertellen ouders soms niet wat ze graag zouden willen. Want ze merken dat dit zorgt voor stress. Ze nemen te veel verantwoordelijkheid en proberen niet tot last te zijn. Zo groeien ze sneller op dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Maar ondertussen voelen ze zich vaker eenzaam. Ook hebben ze meer schaamte en zijn ze vaker boos.6 Als ouders veel problemen tegelijk hebben, kan dit leiden tot ruzie, geweld, of mishandeling. En soms zelfs tot de situatie dat kinderen uit huis worden geplaatst.7 Armoede is dus een probleem dat kinderen raakt op allerlei manieren. Dat los je niet op door ze een fiets of een laptop te geven. Toch is dat het beleid van veel gemeenten als die deze kinderen willen helpen. Ook zien stichtingen dat er steeds meer aanvragen zijn voor dit soort manieren van hulp.8 2 Met ‘kinderen’ wordt iedereen bedoeld die jonger is dan achttien jaar. Hieronder vallen dus ook jongeren van 12 tot 18 jaar. Voor de leesbaarheid van de tekst gebruiken we, in navolging van het Kinderrechtenverdrag, voornamelijk kinderen. Alleen daar waar we het specifiek over de leeftijdsgroep 13 tot 18 jaar hebben, gebruiken we de term ‘jongeren’. 3 Armoede en schulden cijfers over 2023 | CBS 4 Voorbestemd tot achterstand? – Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later – SCP 2011.
5 Met ‘ouders’ bedoelen wij ouders en verzorgers. Voor de leesbaarheid gebruiken we hier alleen het woord ‘ouders’. 6 Opgroeien en opvoeden in armoede. Over de leefsituatie van kinderen in armoede en de gevolgen. NJI – 2020. 7 Nederlands Jeugdinstituut, ‘Opgroeien en opvoeden in armoede’, Utrecht: 2020. 8 Fonds Kinderhulp – Armoedestress voor kinderen en jongeren in Nederland. Basisvoorzieningen onder druk. 3 De Kinderombudsman doet sinds 2016 elke twee jaar het onderzoek ‘Als je het ons vraagt’. Daarin wordt gekeken hoe het gaat met kinderen en wat er speelt in hun leven. In totaal is het nu vijf keer gedaan. Sinds 2016 hebben 9.809 kinderen tussen de 8 en 18 jaar meegedaan. Van hen gaven 628 kinderen aan dat er thuis weinig geld is. “ Over een paar weken hebben we geen huis meer en moeten we op straat slapen. Ik heb al 11 keer moeten verhuizen omdat er boeven zijn. Dat vind ik stom en ik word er heel verdrietig van.” 9-jarige jongen. 1 Kwaliteit van leven van kinderen in armoede 4 In het onderzoek stellen we vragen over veertien onderwerpen die te maken hebben met de kwaliteit van hun leven. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat die kwaliteit veel zegt over de toekomst en de kansen van een kind.9 Hoe hoger de kwaliteit van leven, hoe groter de kans dat een kind fijn en gelukkig opgroeit en een goede toekomst heeft. Zeven onderwerpen gaan over het leven binnen het gezin.
De andere zeven gaan over het leven daarbuiten. Denk aan school en de buurt waar een kind opgroeit. Deze onderwerpen noemen we de veertien omgevingsvoorwaarden. We vragen ook naar de situatie waarin kinderen opgroeien. Bijvoorbeeld: Is er bij jou thuis genoeg geld? Bij wie woon je als je ouders niet bij elkaar zijn? Krijg je jeugdhulp? Daarnaast vragen we kinderen om hun leven een cijfer te geven tussen de 0 en 10. Dat cijfer verbinden we aan hun antwoorden. Op die manier zien we hoe zij zich voelen en wat voor hen belangrijk is. In deze studie onderzoeken we wat opgroeien in armoede betekent. Zowel voor het welzijn, als voor de kansen van kinderen. Hiervoor hebben we gekeken naar de uitkomsten van de afgelopen tien jaar. We onderzoeken of de situatie van kinderen met weinig geld thuis is verbeterd sinds 2016. Op basis daarvan geven we advies aan beleidsmakers. 9 Zijlstra, E., Post, W., Hopman, M., de Jong, A., & Kalverboer, M. (2023). The Best Interests of The Child Self-Report (BIC-S): Psychometric Properties of the Adapted Version of the BIC-S used as a Monitoring Instrument to Measure the Quality of The Children’s Rearing Environment From a Children’s Rights Perspective. Child indicators research, 16, 1341-1361. https:/ /doi. org/10.1007/s12187-023-10010-8 5 De veertien omgevingsvoorwaarden10 1. Adequate verzorging (goede verzorging) 2. Veiligheid 3.
Liefde en aandacht van ouders 4. Structuur, regels en ondersteuning 5. Goed voorbeeldgedrag van ouders 6. Interesse van ouders 7. Stabiliteit en continuïteit in de opvoeding en verzorging (vaste manier van opvoeding en zorg thuis) 8. Veiligheid in de buurt 9. Respect 10. Een sociaal netwerk van andere volwassenen 11. School en vrijetijdsbesteding 12. Contact met leeftijdgenoten en vrienden 13. Goed voorbeeld van andere volwassenen 14. Zekerheid en continuïteit in de leefomstandigheden Uitkomsten uit ons onderzoek In ons onderzoek vergeleken we kinderen die in armoede leven (628) met kinderen die niet in armoede leven (9.181). We keken ook naar verschillen tussen kinderen in armoede die hun leven een voldoende of een onvoldoende gaven. Van de kinderen in armoede gaven 488 een rapportcijfer van 6 of hoger. 140 kinderen gaven een 5 of lager. Kinderen in armoede zijn minder tevreden met hun leven Het blijkt dat kinderen in armoede gemiddeld negatiever zijn over hun leven dan kinderen die niet in armoede leven. Over de jaren heen geven ze lagere cijfers dan kinderen die niet in armoede leven. In figuur 1 is te zien dat dit gemiddeld 1,1 punt lager is.11 Het valt op dat de cijfers van de twee groepen in 2020 veel dichter bij elkaar lagen (zie figuur 1).12 Dat was tijdens de coronapandemie. Kinderen in armoede gaven dat jaar gemiddeld het hoogste cijfer aan hun leven.
10 Kinderombudsman, ‘Als je het ons vraagt’, Den Haag: 2016. 11 Dit verschil in gemiddeld rapportcijfer tussen kinderen in armoede en kinderen die niet in armoede leven is significant. Een significant verschilt betekent dat dit verschil niet op toeval berust. 12 De relatie tussen armoede en het rapportcijfer verschilt significant tussen 2020 en 2016, wat als referentiejaar is gebruikt in de analyse. 6 Daar kunnen meerdere redenen voor zijn. Tijdens de pandemie bleven alle kinderen thuis. Niemand kon naar school of sporten bij een vereniging. Daardoor waren de verschillen kleiner tussen kinderen met en zonder genoeg geld thuis. Ook kregen kwetsbare kinderen vaker extra hulp, zoals een laptop. En werd er meer en makkelijker over armoede gesproken. Dat komt doordat er nieuwe groepen met armoede te maken kregen. Bijvoorbeeld horecaondernemers en mensen met winkels. Het zou kunnen dat kinderen in armoede zich daardoor minder ‘anders’ voelden. Daarnaast konden leraren tijdens het online lesgeven beter zien hoe kinderen thuis leefden. Zij konden armoede soms sneller herkennen en ouders beter doorsturen naar hulp. Tot slot zien we dat het verschil iets is afgenomen. In 2024 is het verschil tussen kinderen met en zonder geld kleiner dan in 2022 en 2018.
Figuur 1: Rapportcijfer eigen leven 2016-2024 6 8 7 9 10 2016 2018 2020 2022 2024 6,6 7,5 8,3 7,9 8,3 7,7 6,6 7,6 6,7 7 wij hebben thuis voldoende geld wij hebben thuis weinig geld 7 Verschillen tussen gender in de invloed van armoede op de kwaliteit van leven Jongens in beide groepen geven hun leven een hoger cijfer dan meisjes (zie figuur 2). Het verschil tussen jongens en meisjes die allebei opgroeien met weinig geld is kleiner.13 Meisjes in armoede geven hun leven gemiddeld het laagste cijfer: een 6,8. Het verschil tussen jongens met genoeg geld en jongens in armoede is het grootst. Dat lijkt erop te wijzen dat de invloed van armoede groter is op jongens. We kunnen dit verschil niet goed uitleggen. Wel weten we dat meisjes hun leven over het algemeen een lager cijfer geven dan jongens. Dat blijkt uit eerder onderzoek.14 Ook de verschillen in wat jongens en meisjes doen in hun vrije tijd kunnen een rol spelen. Uit de CBS Jeugdmonitor blijkt bijvoorbeeld dat jongens vaker lid zijn van een sportvereniging dan meisjes. Zij zijn daar ook vaker te vinden. Meisjes brengen juist iets meer tijd door met familie.15 Het kan dus betekenen dat voor jongens in armoede sport wegvalt. “ Op school is het soms vervelend en naar een sport gaan kunnen mijn ouders niet betalen.” – 13-jarig meisje 13 Ook dit verschil is significant.
14 Kinderombudsman, ‘Als je het ons vraagt’, Den Haag: 2024; StatLine - Welbevinden: levenstevredenheid van jongeren (12 tot 17 jaar), kenmerken 15 StatLine - Sociale contacten en maatschappelijke participatie; jongeren 15 tot 25 jaar 8 Terwijl dat juist belangrijk is voor contact met vrienden en hoe ze vrije tijd invullen. Zekerheid en vertrouwen in de toekomst onder druk De cijfers zeggen veel over de kwaliteit van leven. Kinderen in armoede scoren gemiddeld lager op de 14 omgevingsvoorwaarden dan kinderen met genoeg geld thuis. Kinderen met voldoende geld thuis scoren gemiddeld op 13 van de 14 voorwaarden voldoende of goed. Bij kinderen met weinig geld is dat 11,2.16 Als we per voorwaarde kijken (figuur 3 en 4), zien we dat kinderen in armoede op alles lager scoren. Het grootste verschil is zichtbaar bij het onderwerp zekerheid. Met zekerheid bedoelen we of kinderen plotselinge veranderingen meemaken. Bijvoorbeeld een verhuizing of als ze van school veranderen. Ook speelt mee of ze vertrouwen hebben dat het in de toekomst goed zal komen. Kinderen in armoede scoren op dit punt ruim een half punt lager (-0,54) dan kinderen zonder armoede. Voor de andere onderwerpen, thuis en daarbuiten, ligt het verschil tussen de 0,3 en 0,4 punt lager.
Figuur 2: Rapportcijfer eigen leven voor meisjes en jongens We hebben thuis voldoende geld We hebben thuis weinig geld Meisjes Jongens 7,7 8,2 6,8 6,9 0 2 4 6 8 10 16 Het verschil in gemiddelde score op de 14 omgevings- voorwaarden tussen kinderen in armoede en kinderen die niet in armoede leven is significant. 9 “ We hebben niet veel geld, en zijn om die reden vaak verhuisd afgelopen 5 jaar. We moeten nu ook weer ons huis uit omdat de verhuurder het wil verkopen en wij het niet kunnen kopen. Daarnaast maak ik me zorgen over studeren en een rijbewijs, omdat ik het allemaal zelf moet betalen en er echt geen geld voor heb, mijn spaarrekening van vroeger hebben mijn ouders gebruikt voor schulden. Ik heb nu een tussenjaar waarin ik veel werk zodat ik zelf geld kan sparen voor een rijbewijs en studeren, alleen studeren is heel duur ... Dus daar maak ik me zorgen over, ik zal dus heel veel geld moeten lenen.” – 17-jarig meisje Multiproblematiek bij meest kwetsbare kinderen in armoede Binnen de groep kinderen in armoede zien we duidelijke verschillen. Kinderen die hun leven een onvoldoende geven, zijn veel negatiever over hun kwaliteit van leven. Ze scoren daar lager op dan kinderen in armoede die hun leven een voldoende geven.
Kinderen wiens leven een onvoldoende krijgt, beoordelen gemiddeld 7,7 van de 14 omgevingsvoorwaarden als voldoende tot goed.17 Kinderen die een voldoende geven aan hun leven, beoordelen gemiddeld 12,2 voorwaarden als voldoende tot goed. Bovendien scoren de kinderen die hun leven een onvoldoende geven lager op alle veertien onderwerpen (figuur 5). Kinderen in armoede die hun leven een onvol- doende geven, hebben vaker te maken met multiproblematiek. Dat houdt in dat er meerdere situaties zijn die hen kwetsbaar maken. Dat was bij meer dan de helft van deze groep het geval in 2020, 2022 en 2024. Toen speelde er bij 52,7% drie of meer van die situaties tegelijk. 16 17 Dit verschil is significant. 10 Bij kinderen die hun leven wel een voldoende geven, is dit 15,5% (zie figuur 6).18 We weten dat er een relatie is tussen het aantal kwetsbare situaties en het welzijn van kinderen. Dat blijkt uit eerder onderzoek. Hoe meer kwetsbare situaties, hoe lager het rapportcijfer.19 Kinderen in armoede die een onvoldoende geven, hebben vaker te maken met ruzie of geweld thuis. Ook hebben zij vaker gescheiden ouders, of ouders met psychische problemen of een verslaving. Deze kinderen ervaren zelf ook vaker psychische problemen en krijgen vaker Jeugdhulp. Ook krijgen ze vaker hulp van de JeugdGGZ dan kinderen die hun leven een voldoende geven.
We zijn er niet zeker van of deze problemen al eerder speelden. Of dat ze zijn ontstaan door de stress van het leven in armoede. Figuur 3: Verschilscores voor kwaliteit van leven thuis voor kinderen met weinig geld en voldoende geld -0,40 -0,35 -0,30 -0,25 -0,20 -0,15 -0,10 -0,05 0,00 Voorbeeld ouders Aandacht ouders Veiligheid thuis Interesse Structuur Opvoeding Verzorging -0,39 -0,38 -0,36 -0,35 -0,34 -0,33 -0,31 Verschilscore kwaliteit van leven Figuur 4: Verschilscores voor kwaliteit van leven buitenshuis voor kinderen met weinig geld en voldoende geld -0,6 -0,5 -0,4 -0,3 -0,2 -0,1 0,0 Zekerheid Veiligheid buurt Respect Sociaal netwerk School en vrije tijd Vrienden Voorbeeld omgeving -0,54 -0,38 -0,37 -0,35 -0,34 -0,30 -0,25 Verschilscore kwaliteit van leven 18 Tussen de verschillende edities zijn de vragen over kwetsbaarheden in het leven van een kind uitgebreid of aangepast. Tijdens de laatste drie edities zijn deze vragen constant gebleven (2020, 2022, 2024). Daarom zijn de analyses over het aantal kwetsbaarheden en welke dit zijn alleen uitgevoerd op de laatste drie edities. 19 De Kinderombudsman, ‘Ik ben meer dan mijn problemen, Een integrale aanpak voor kinderen met meerdere problemen in de thuissituatie’, Den Haag: 2019.
11 “ Ze zijn er als ik ze nodig heb maar veel meer aandacht zoals schoolwerk nakijken of spelletjes spelen doen ze niet.” – 13-jarig meisje Tabel 1. Aantal kwetsbaarheden voor kinderen in armoede die voldoendes of onvoldoendes geven in percentages Aantal kwetsbaarheden Kinderen in armoede die een voldoende geven aan hun leven Kinderen in armoede die een onvoldoende geven aan hun leven Geen extra kwetsbaarheden 23,9% 8,8% 1 extra kwetsbaarheid 39,9% 19,8% 2 extra kwetsbaarheden 20,6% 18,7% 3 extra kwetsbaarheden of meer 15,5% 52,7% 0,0 0,5 1,0 1,5 2,0 2,5 3,0 3,5 4,0 Zekerheid Voorbeeld omgeving Vrienden School en vrije tijd Sociaal netwerk Respect Veiligheid buurt OpvoedingInteresse Voorbeeld ouders Structuur Aandacht oudersVeiligheid thuis Verzorging Onvoldoende rapportcijfer Voldoende rapportcijfer Figuur 5. Scores kwaliteit van leven voor kinderen in armoede die voldoendes of onvoldoendes geven 12 Figuur 7.
Verschillen tussen kinderen in armoede met voldoendes en onvoldoendes per kwetsbare situatie Onvoldoende rapportcijfer Voldoende rapportcijfer 0% 10% 20% 30% 40% 50% Kind heeft psychische problemen Kind staat op wachtlijst voor hulp Kind krijgt Jeugdhulp of JeugdGGZ Kind gaat naar het speciaal onderwijs Kind is een vluchteling Kind heeft een lichamelijke ziekte Ouder heeft een lichamelijke ziekte Ouder is verslaafd of heeft psychische problemen Ruzie en geweld thuis Gescheiden ouders 13 Alle kinderen hebben rechten. Deze staan in het Kinderrechtenverdrag (IVRK). Dat verdrag bestaat uit 54 afspraken, over alles waar kinderen mee te maken kunnen krijgen. Bijvoorbeeld over school, familie en gezondheid. Het doel van het verdrag is duidelijk. Elk kind moet zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen in een gezonde en veilige omgeving. 2 Kinderrechten en armoede “ We komen thuis tekort aan geld dus soms gebeurt het dat we een dag geen eten hebben dat is soms wel lastig. We kopen ook bijna nooit nieuwe kleren.” 9-jarige jongen 1414 In het verdrag staan vier artikelen centraal: 1. Het recht op gelijke behandeling (artikel 2 IVRK) 2. Het belang van het kind (artikel 3 IVRK) 3. Het recht op een goed leven en een goede ontwikkeling (artikel 6 IVRK) 4.
Het recht om een mening te geven (artikel 12 IVRK) Verder staat in het verdrag dat ieder kind recht heeft op een bepaalde kwaliteit van leven. Die moet van zo’n niveau zijn dat een kind zich goed kan ontwikkelen (art. 27 IVRK). Ouders zijn hiervoor verantwoordelijk. Zij moeten zorgen voor de ontwikkeling van hun kind (art. 18 IVRK). Dat moeten ze doen met alle liefde en aandacht die daarvoor nodig is. De Staat moet deze rol van ouders respecteren (art. 5 IVRK). Maar het dragen van die verantwoordelijkheid is voor ouders niet altijd even makkelijk. Zeker niet als zij in armoede leven, of net daarboven. Door geldgebrek en stress kunnen zij soms niet zorgen voor de basisbehoeften van hun kind. Hun hoofd zit vaak te vol. Ze kunnen hun kind dan niet de aandacht en begeleiding geven die nodig is. In zulke gevallen moet overheden hen steunen (art. 27 en art. 18 IVRK). Bijvoorbeeld door te helpen met geldzaken en spullen, of met ondersteuning in de opvoeding. Zo kunnen ze ernstige gevolgen voor kinderen voorkomen. Gevolgen zoals veel moeten verhuizen of zelfs het scheiden van ouders en kinderen (art. 9 IVRK). Daarnaast heeft armoede ook effect op andere delen van het leven van een kind. Kinderen in armoede kunnen op school bijvoorbeeld minder goed meekomen. Ze kunnen zich daar vaak slecht concentreren. Ook is er niet altijd geld voor naschoolse activiteiten.
En die zorgen juist voor ontspanning en nieuwe ervaringen. Daardoor komen twee rechten onder druk. Aan de ene kant het recht op onderwijs (artikel 28 IVRK). Aan de andere kant het recht op vrije tijd, spel en recreatie (artikel 31 IVRK). Bij het Kinderrechtenverdrag horen ook de General Comments, die zijn opgesteld door het Kinderrechtencomité. Hierin staat extra uitleg over de verschillende artikelen in het verdrag. Er zijn meerdere General Comments belangrijk bij de aanpak van kinderarmoede. In dit rapport lichten we er twee uit. General Comment 7 gaat over het belang van de eerste jaren dat een kind leeft. Dat is een belangrijke fase voor het waarmaken van rechten. In deze Comment staat ook wat moeilijke situaties in die periode doen met jonge kinderen. 15 Zowel voor hun ontwikkeling als hun toekomst. Moeilijke situaties, zoals armoede, kunnen zorgen dat kinderrechten worden geschonden. Goede en passende hulp aan ouders en jonge kinderen kan die schade beperken. Het kan zelfs een positieve invloed hebben op de toekomst van jonge kinderen. In General Comment 14 gaat het over het belang van het kind bij besluiten. Er staat uitgelegd hoe je dat belang onderzoekt en meeneemt in je besluit. Deze studie is daar een voorbeeld van. We onderzoeken de kwaliteit van leven van kinderen, aan de hand van 14 omgevingsvoorwaarden.
“ Ik zou alleen graag willen dat mijn ouders zich geen zorgen meer hoeven te maken en ik naar de school kan waar ik heen wil.” – 16-jarige jongen 16 De Kinderombudsman is geschrokken van de resultaten uit deze overzichtsstudie. In 2016 deed De Kinderombudsman voor het eerst onderzoek naar de situatie van kinderen. Sindsdien is er weinig echt veranderd. 3 Verbetering noodzakelijk “ Er is niet genoeg geld om iedere dag ‘n warme maaltijd te eten. Soms zijn mijn schoenen kapot en moet ik er iets langer mee lopen voordat er geld is om nieuwe te kopen. Ook kapotte kleding of iets wat te klein is geworden kan niet meteen vervangen worden. Ik heb een beugel nodig maar mijn ouders kunnen dat echt niet betalen.” 17-jarige jongen 17 De situatie van kinderen die hun leven een onvoldoende geven, is zelfs vrij ernstig. Hun kwaliteit van leven is zo laag dat hun ontwikkeling en toekomstkansen in gevaar zijn. Veel van deze kinderen hebben te maken met meerdere problemen tegelijk. Denk aan psychische problemen bij henzelf of hun ouders. Of aan gescheiden ouders die niet goed met elkaar omgaan. Soms is er ook sprake van ruzie of geweld thuis. Deze problemen hebben veel invloed op het leven van kinderen. Ze kunnen leiden tot een onveilige situatie thuis, gedwongen hulpverlening of een kind dat uit huis wordt geplaatst. Deze problemen verdwijnen niet als je alleen maar geld of spullen geeft.
Een nieuwe fiets of bril geven, is niet genoeg. De Kinderombudsman vraagt al sinds 2017 aandacht voor een integraal armoedebeleid voor kinderen. Voor beleid dat kijkt naar álle aspecten van het leven van een kind. En dat daarmee aansluit op de 14 omgevingsvoorwaarden. Want we weten hoe belangrijk die zijn voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen. Als er op al die gebieden verbetering komt, krijgen kinderen in armoede waar ze recht op hebben. Een betere jeugd en meer kans op een goede toekomst. De resultaten van dit onderzoek over de afgelopen tien jaar laten zien dat deze oproep nog steeds nodig is. Er blijkt de afgelopen jaren weinig verbetering in het leven van kinderen in armoede. Dat betekent dat de oproep voor ander beleid nog steeds terecht is. Er is nog steeds grote behoefte aan armoedebeleid dat het welzijn en de toekomst van kinderen centraal zet. Zeker voor kinderen die in de moeilijkste omstandigheden opgroeien. Na het rapport van de Kinderombudsman uit 2017 werd er eerst ingezet op integraal armoedebeleid. Maar later kozen het Rijk en gemeenten toch weer voor dezelfde maatregelen als daarvoor. Denk aan hulp met geldzaken en het aanbieden van schoolspullen, schoolontbijt of sportabonnementen. Zulke hulp is niet voldoende. En het is ook niet effectief genoeg als je kinderarmoede echt aan wil pakken.
De invloed van armoede op het leven van kinderen is heel breed. Dat laat dit onderzoek opnieuw zien. Maar het effect van losse maatregelen is juist niet breed genoeg. De invloed is te klein en ze missen een overkoepelend idee. Er is geen duidelijke visie op wat kinderen echt nodig hebben. 18 Daardoor bereiken ze niet het gewenste doel. Het welzijn en de ontwikkeling van kinderen in armoede worden niet genoeg beschermd of verbeterd. Het huidige (demissionaire) kabinet heeft wat eerste stappen gezet naar een integraal kinderarmoedebeleid. Dat gebeurde met het Nationaal Plan Armoede en Schulden.20 Maar concrete plannen zijn er nog niet. Daardoor krijgen kinderen in armoede nog steeds niet de hulp die nodig is. Elke gemeente pakt kinderarmoede op zijn eigen manier aan. Voor kinderen in verschillende gemeenten gelden verschillende regels. Dit is in strijd met het recht op gelijke behandeling (artikel 2 van het Kinderrechtenverdrag). Gemeenten zouden armoedebeleid moeten voeren waarin de kansen voor de toekomst van kinderen centraal staan. Dat maakt de kans op gelijke behandeling groter. 20 Kamerstukken II 2024/25, 24515, nr. 799, p.19. 19 De Kinderombudsman doet op basis van dit onderzoek een aantal dringende aanbevelingen. Zowel aan het Rijk als aan de Nederlandse gemeenten. Het demissionaire kabinet moet snel in actie komen om deze groep kwetsbare kinderen te helpen.
4 Aanbevelingen “ Heb niet veel vertrouwen in de toekomst. Kan ook geen baan vinden.” 17-jarig meisje 20 Om armoede onder kinderen te bestrijden zijn grootse doelstellingen nodig. En duidelijke plannen om die te behalen. Daarom roept de Kinderombudsman op om: • Specifiek op kinderen gericht integraal armoedebeleid op te stellen Om hun toekomst te verbeteren, moet er veel veranderen in het leven van kinderen in armoede. Alle delen van hun leven die belangrijk zijn voor hun welzijn en ontwikkeling spelen daarbij een rol. Dit vraagt om specifiek, integraal armoedebeleid, dat zich richt op precies die delen van het leven. Dat gaat dus niet alleen om geld beschikbaar maken voor ouders. Het gaat ook over betere opvoeding en veiligheid in de buurt. Over een vertrouwd dak boven je hoofd. En dat je jezelf kan ontwikkelen op school en in je vrije tijd. Dat betekent voor: De Rijksoverheid: gebruik voor de invulling van integraal armoedebeleid de 14 omgevingsvoorwaarden. Geef dat ook als opdracht mee aan gemeenten. Het zijn dezelfde voorwaarden die ook gelden binnen de jeugdbescherming.21 Het is goed als we overal dezelfde kaders gebruiken. Dat verbetert de samenwerking en kwaliteit van de hulp aan gezinnen. Voer regie op het uitvoeren, volgen en beoordelen van integraal armoedebeleid in gemeenten. Controleer of gemeenten werken vanuit de juiste ideeën en stuur hen centraal aan.
Zo voorkom je grote verschillen tussen gemeenten in aanpak en aandacht voor armoedebeleid. Gemeenten: kijk wat nodig is binnen je organisatie voor een integrale aanpak van armoede onder kinderen. Wie moeten de verschillende onderdelen van de levens van deze kinderen onderzoeken en meenemen in besluiten? Gaat het om verschillende afdelingen of organisaties? Hoe hebben die contact met elkaar en met gezinnen? Hoe wordt bepaald wat een gezin nodig heeft? En hoe wordt daarna gekeken of dat klopt? • Te onderzoeken wat kinderen in armoede nodig hebben door met hen in gesprek te gaan Met kinderen zelf in gesprek gaan is heel belangrijk. Alleen dan begrijp je op welke gebieden ze hulp nodig hebben. En welke hulp dat moet zijn. Kinderen hebben recht op zo’n gesprek volgens het Kinderrechtenverdrag. Ze moeten kunnen meepraten over beslissingen die belangrijk voor hen zijn. Al moet dat wel altijd vrijwillig. Wil een kind niet praten? Vraag dan wie dat het best kan doen uit naam van het kind. 21 In de Richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen voor jeugdhulp en jeugdbescherming worden de 14 omgevingsvoorwaarden (in de richtlijn ‘voorwaarden voor optimale ontwikkeling’ genoemd) gebruikt om te beoordelen of de situatie rond het kind als ‘goed genoeg’ is te typeren.
Zie voor verdere uitleg: ‘Goed genoeg opvoederschap’ | Gezinnen met meervoudige en complexe problemen | Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming. 21 Gebruik in zo’n gesprek de 14 omgevings- voorwaarden.22 Zo kun je de kwaliteit van leven goed in kaart brengen. Neem de uitkomsten van dat gesprek mee als je besluit welke hulp het beste past bij het kind. Dit betekent voor: De Rijksoverheid: maak het voeren van ge- sprekken met kinderen een verplicht onderdeel van integraal armoedebeleid. Leg daarnaast vast dat je kinderen altijd vraagt hoe zij hun leven waarderen. En doe dat dan volgens de 14 omgevingsvoorwaarden. Dit moet een standaard onderdeel zijn van het vaststellen wat een gezin nodig heeft. Gemeenten: zet getrainde professionals in die met kinderen praten over de kwaliteit van hun leven. En gebruik daarbij de 14 omgevings voorwaarden. Het is belangrijk dat kinderen hun antwoorden delen met de juiste professionals. Dat moeten mensen zijn met kennis over de ontwikkeling van kinderen. • Ondersteun ouders financieel en (wanneer nodig) in de opvoeding Volgens het Kinderrechtenverdrag zijn ouders als eerste verantwoordelijk voor een goede opvoeding en levensstandaard. Kunnen zij dit niet, vanwege (geld)zorgen, dan hebben zij recht op hulp van de overheid. Armoedebeleid gericht op volwassenen moet zich daarop richten en met die bedoeling worden gegeven.
Uit dit onderzoek blijkt hoe belangrijk deze hulp aan ouders is. Het heeft grote invloed op de kwaliteit van leven van kinderen in armoede. Die kwaliteit is extra laag als kinderen te weinig aandacht of opvoeding krijgen van hun ouders. Dit betekent voor: De Rijksoverheid: vraag ouders hoe zij het leven van hun kind waarderen. En gebruik daarbij de 14 omgevingsvoorwaarden. Dit moet een standaard onderdeel zijn van het vaststellen wat een gezin nodig heeft. Gemeenten: vraag ouders hoe zij de 14 om- gevingsvoorwaarden ervaren. En laat hen aangeven op welke onderdelen zij hulp of ondersteuning nodig hebben. 22 Zie bijlage A voor een overzicht van de 14 omgevingsvoorwaarden en de uitleg die hierbij gegeven wordt. Binnen de Jeugdbescherming wordt ook gebruik gemaakt van de 14 omgevingsvoorwaarden. De Richtlijn Gezinnen met meervoudige en complexe problemen geeft uitleg over hoe deze te gebruiken zijn. 22 Bijlage A. De veertien omgevingsvoorwaarden De veertien onderwerpen met voorbeelden die op de vragenlijst staan. De onderwerpen zijn te verdelen op 2 domeinen: familie en maatschappij. Kinderen krijgen hierin de opties goed, voldoende, matig en onvoldoende. Kinderen kunnen bij elk onderdeel hun antwoord toelichten als ze dat willen. Familie Aandacht van ouders Ik vind de liefde en aandacht die ik van mijn ouders of opvoeders krijg… Hiermee bedoelen we: • Ze begrijpen je.
• Ze hebben tijd voor je als je ze nodig hebt. • Je hebt een goede band met ze. Structuur Ik vind de structuur, regels en ondersteuning die er thuis zijn… Hiermee bedoelen we: • Je staat op een vaste tijd op. • Je gaat elke dag naar school. • Er zijn afspraken en regels. Daar moet jij je aan houden. • Er is thuis iemand die je helpt als dat nodig is Voorbeeld ouders Ik vind het goede voorbeeld dat mijn ouders of opvoeders geven… Hiermee bedoelen we: • Ruzie wordt uitgepraat. • Ze leggen dingen uit als je iets niet snapt. • Ze zorgen goed voor zichzelf en anderen. • Ze hebben werk of doen vrijwilligerswerk. Interesse van ouder Ik vind de interesse die mijn ouders of opvoeders hebben in wat ik belangrijk vind… Hiermee bedoelen we: • Je kunt je verhaal bij hen kwijt. • Ze luisteren naar jouw ideeën en wensen. • Je kunt met hen praten als problemen hebt. • In je vrije tijd mag je zelf kiezen wat jij wilt doen. 23 Opvoeding Ik vind mijn opvoeding… Hiermee bedoelen we: • Er wordt altijd goed voor je gezorgd. • Er staat altijd iemand voor je klaar. • Je hebt contact met andere volwassenen die belangrijk voor je zijn. • Of die langere tijd voor je hebben gezorgd (bijvoorbeeld familieleden of pleegouders). Veiligheid thuis Ik vind de veiligheid bij mij in huis… Hiermee bedoelen we: • Je voelt je veilig bij jou thuis. • Er wordt bij jou thuis niet geslagen of gevochten.
• Er worden bij jou thuis geen drugs gebruikt. • Er wordt bij jou thuis niet gescholden. Verzorging De verzorging die ik krijg, vind ik… Hiermee bedoelen we: • Je krijgt genoeg te eten en te drinken. • Je hebt genoeg kleding. • Je krijgt genoeg slaap. • Er is een dokter wanneer je die nodig hebt. Maatschappij School en vrije tijd School en mijn vrije tijd, vind ik… Hiermee bedoelen we: • Je vindt het niet vervelend om naar school te gaan. • Je krijgt op school genoeg hulp en steun, zodat je goed kunt leren. • Je krijgt de kans om in je vrije tijd de dingen te doen die je leuk vindt. Of dingen waar je goed in bent (bijvoorbeeld sport, muziek, toneel, scouting of skateboarden). Vrienden Ik vind het contact met mijn vrienden… Hiermee bedoelen we: • Je doet leuke dingen met je vrienden. • Je kunt goed met je vrienden opschieten. • Jouw vrienden begrijpen je. • Jouw vrienden houden rekening met wie jij bent. Andere volwassenen De hulp die ik van andere volwassenen krijg, vind ik… Hiermee bedoelen we: • Behalve je ouders of opvoeders zijn er andere 24 mensen die jou helpen. Bijvoorbeeld andere familie, buren of leraren. • Als je vragen hebt of extra hulp nodig hebt, kun je bij familieleden, buren, leraren of andere mensen terecht. • Je zit bij een (sport)club of vereniging.
Voorbeeld andere volwassenen Het goede voorbeeld dat ik krijg van mensen die ik ken, vind ik… Hiermee bedoelen we: • Kinderen en volwassenen die jij kent zorgen goed voor zichzelf en voor anderen. • Kinderen en volwassenen die jij kent helpen elkaar graag. • Kinderen en volwassenen die jij kent behandelen elkaar met respect (zijn aardig voor elkaar). • Kinderen en volwassenen die jij kent hebben een goede invloed op je. Respect Ik vind het respect dat ik krijg… Hiermee bedoelen we: • Je wordt niet anders behandeld dan andere kinderen die jij kent (bijvoorbeeld om je geloof, om hoe je eruitziet, omdat je arm of rijk bent, of omdat je een handicap hebt). • Je hebt het gevoel dat anderen rekening houden met wie jij bent. • Je krijgt dezelfde kansen als andere kinderen. • Je kunt alleen zijn wanneer jij dat wilt (bijvoorbeeld op jouw kamer). • Jouw ouders, opvoeders of anderen, lezen niet zomaar mee met je WhatsApp-gesprekken, e-mails of brieven. Veiligheid buurt Ik vind de veiligheid bij mij in de buurt… Hiermee bedoelen we: • Je voelt je veilig in jouw buurt. • Er is weinig ruzie in de buurt. • Er wordt niet vaak ingebroken in jouw buurt. • Er worden in jouw buurt geen dingen gedaan die niet mogen. • Er hangen geen vervelende mensen of jongeren rond in jouw buurt.
Zekerheid en toekomstperspectief De rust en zekerheid in mijn leven vind ik… Hiermee bedoelen we: • Je gelooft dat jouw leven later goed zal zijn. • Je bent niet vaak verhuisd. • Als er iets verandert dan wordt dat met jou besproken. • Je bent niet plotseling van school gewisseld. • Er zijn geen grote dingen gebeurd in je leven die je moeilijk of vervelend vond. 25 Bijlage B. Over het onderzoek De kinderen die meededen aan het onderzoek Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de gegevens uit het onderzoek ‘Als je het ons vraagt’. De data zijn door de Kinderombudsman verzameld over vijf periodes tussen 2016 en 2024. ‘Als je het ons vraagt’ heeft als doel om inzicht te krijgen in hoe het gaat met kinderen in Nederland en waar zij graag verbetering in willen zien. De deelnemers zijn kinderen van 8 tot 18 jaar die in Nederland wonen. De deelnemende kinderen werden voornamelijk geworven via online platforms en jeugdorganisaties. Kinderen uit het Caribische deel van Nederland en van wie de ingevulde vragenlijsten niet compleet waren, zijn niet meegenomen in dit onderzoek. Uiteindelijk waren er in totaal 9.809 kinderen die deelnamen aan dit onderzoek. Hiervan leefden 628 kinderen in armoede, waarvan 140 hun leven een onvoldoende gaven en 488 hun leven een voldoende.
Colofon De Kinderombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag 0800-876 54 32 (maandag tot en met vrijdag van 12.00 tot 17.00 uur) www.dekinderombudsman.nl Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer Onderzoeker Morgan Whittaker Quincy Krijger Hoofd onderzoek Laura van den Heuvel Ira van Keulen Auteur Morgan Whittaker Marit Hopman Alexandra de Jong 24 september 2025 Rapportnummer: KOM006/2025