2.0 Veiligheidsregio - Vierde verantwoording voorzitter Veiligheidsregio IJsselland, 20220225.pdf
Tekst van het document
Veiligheidsregio IJsselland Postbus 1453 8001 BL Zwolle Datum: 25 februari 2022, Zwolle Onderwerp: Vierde verantwoording coronacrisis Geachte meneer/mevrouw, Voor u ligt conform afspraak de vierde tussentijdse verantwoording. Ongeveer twee jaar geleden werd de eerste besmetting in Nederland vastgesteld. Het was groot nieuws en we probeerden elke besmetting meteen te isoleren. Nu, twee jaar later, is het virus meerdere malen gemuteerd en hebben we dagen waarop we zo’n 80.000 besmettingen hebben. Wat kan de wereld toch snel veranderen. Dit hebben we afgelopen twee jaar steeds weer gemerkt: het virus zorgde ervoor dat wij onze gedragingen moesten aanpassen en steeds meer leerden we. Over het virus zelf, over wat wel en niet werkt en ook elke keer waren er lichtpuntjes en tegenslagen. Het vaccin kwam beschikbaar en werkte, maar niet lang genoeg waardoor we ook nog een booster nodig hadden. En wellicht hebben we in de toekomst nog meer prikken nodig. De besmettingen waren in de zomer zo laag dat we ons weer vrijheden konden permitteren. Deze werden de samenleving vervolgens ook weer afgenomen door nieuwe varianten met hoge besmettingscijfers. Mensen van wie we houden overleden of kregen long covid met alle gevolgen van dien. Anderen werden besmet maar kregen vrijwel geen klachten.
En een virusmutatie die qua besmettelijkheid angst inboezemde, bleek qua ziektebeeld zo mild te zijn dat er wordt gepraat over een stap richting een endemische ziekte. Wat hebben we als samenleving veel veerkracht moeten tonen, continu weer. Dat dit niet meer altijd voor iedereen op te brengen viel, is begrijpelijk. Steeds weer onzekerheid, de financiële en mentale gevolgen zijn immens; van een ieder kan niet verwacht worden om altijd maar weer de schouders eronder te zetten. En toch is dat wel wat we, naast onbegrip en verzet, nog steeds veel hebben gezien in onze regio. We voelden de tegenslagen en de angsten maar ervaarden ook nog steeds saamhorigheid, collegialiteit en innovatiekracht tijdens deze ongekende crisis. Soms moest het uit de tenen komen, maar het was er wel. Daar blijf ik, maar ook uw eigen burgemeester, ongelooflijk trots op. We praten over een endemische ziekte. Over een lange termijn strategie waarin we leren leven met het virus. Waarin naast de gevolgen voor de zorg, ook de economische, maatschappelijk en sociale gevolgen de boventoon voeren van het beleid. En daar kunnen wij als regio de landelijke overheid steeds weer in voeden. Het crisisteam van Veiligheidsregio IJsselland heeft de laatste twee jaar hard gewerkt. Er was steeds een ROT en RBT actief, in tijden dat we minder besmettingen hadden was dit minder frequent maar altijd paraat.
Deze teams zijn bezet met kundige mensen die dag en (bijna) nacht hebben doorgewerkt. We brengen schriftelijk verslag uit over de afgelopen periode aan de raden van de betrokken gemeenten. Dit doe ik, als voorzitter, in afstemming met de burgemeesters die deel uitmaken van het Regionale Beleidsteam. In dit verslag ga ik als voorzitter in op het verloop van de gebeurtenissen en op de besluiten die zijn genomen. In de komende tijd blijft er een ROT en RBT actief, waarbij we gaan nadenken over eventuele afschaling. Dit kan op basis van alle signalen, maar we weten als geen ander hoe grillig deze pandemie is. We zullen u dan ook, zoals u van ons gewend bent, tussentijds blijven informeren middels de raadsbrief en andere middelen. Met het document dat nu voor u ligt, bied ik u de verantwoording aan van de maanden mei tot en met december 2021. Namens de burgemeesters van Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle, en als voorzitter van Veiligheidsregio IJsselland. Hoofdlijnen Het verslag gaat in op het verdere verloop van de crisis rondom het coronavirus (COVID-19) en de besluiten die de burgemeesters van Veiligheidsregio IJsselland in gezamenlijkheid hebben genomen.
Hoofdlijnen zijn: - Crisisorganisatie COVID-19 - Ontwikkelingen coronavirus - Zorgcontinuïteit - Testen en bron- en contactonderzoek - Vaccineren - Maatregelen - Werkgroepen - Bijzondere gebeurtenissen - Openbare orde en veiligheid / Handhaving - Informatiemanagement - Communicatie - Vooruitblik 2022 Vragen over dit verslag zal ik graag beantwoorden, in overleg met de burgemeesters die deel uitmaken van het Regionaal Beleidsteam. Hoogachtend, Peter Snijders, voorzitter Veiligheidsregio IJsselland Vierde verantwoording voorzitter Veiligheidsregio IJsselland, het verdere verloop van de crisis rondom het coronavirus (COVID-19) Crisisorganisatie COVID-19 De vooruitblik van de derde verantwoording eindigde met een positieve noot; het openingsplan werd toen geïntroduceerd en de coronamaatregelen werden steeds verder afgeschaald. Op 1 juli 2021 volgde na 477 dagen (1 jaar, 3 maanden en 20 dagen) afschaling van GRIP 4 naar GRIP 0. Formeel betekende dit dat het Regionaal Beleidsteam (RBT), bestaande uit alle burgemeesters van onze veiligheidsregio en adviseurs van de politie, brandweer, GGD, openbaar ministerie, gemeenten, Defensie en kabinet commissaris van de koning, veranderde in een afstemmingsoverleg waar besluiten gezamenlijk worden besproken. De frequentie van vergaderen ging in de zomer omlaag en de veiligheidsregio maakte een plan voor afschaling van de crisisorganisatie.
Helaas werd Nederland na de zomer geconfronteerd met een nieuwe golf van besmettingen, en was snelle opschaling opnieuw onvermijdelijk. De vergaderfrequentie werd opgeschroefd, zowel regionaal als landelijk. Het landelijk Veiligheidsberaad nam haar positie weer in de landelijke besluitvormingscyclus. Ik nam als voorzitter de belangen en dilemma’s uit de regio hier mee naar toe en besprak ze met andere voorzitters en het kabinet. In deze periode stond ook het LOT-C (Landelijk operationeel team Covid) paraat en regionaal werden de raadsbrief, de CoronaMonitor en de persmomenten geherintroduceerd. Ook stelde de tweede helft van 2021 ons, naast COVID-19, voor andere uitdagingen. In de zomer waren regionale crisisteams actief rondom de overstromingen in Limburg en de hoogwater dreiging die daaruit volgde voor onze regio. Ook was er een acute vraag rondom noodopvang voor vluchtelingen. De jaarwisseling vroeg om een voorbereidende inzet en in december volgde een wereldwijde cyberkwetsbaarheid (Apache Log4j) voor waakzaamheid bij alle organisaties in onze regio. Dit leert ons dat crises kunnen uitdoven en weer aanwakkeren, maar constante paraatheid van ons vragen. Ontwikkelingen coronavirus De deltavariant van COVID-19 verving eind juni 2021 de toen heersende alfavariant. Eind oktober 2021 begon de najaarsgolf met deze deltavariant, die in december op de top was.
Enkele weken daarvoor vond de introductie in Nederland van de omikronvariant plaats. Deze variant wist te ontsnappen aan ons inmiddels opgebouwde afweersysteem en kon zich daardoor snel verspreiden. Eind december bestond de meerderheid van de COVID-19 infecties uit deze omikronvariant. Geleidelijk werd bekend dat een besmetting met omikron duidelijk leidt tot minder opnames in het ziekenhuis en op de IC, in vergelijking met de deltavariant. Zorgcontinuïteit Op 5 juni beëindigde het kabinet de lockdown. Het aantal besmettingen en opnames in ziekenhuizen daalde in juni flink en de vaccinatiegraad nam dusdanig toe dat op 26 juni stap 4 van het openingsplan gezet kon worden: de samenleving ging met inachtneming van de 1,5 meter maatregel in feite weer open. De bezetting in het ziekenhuis daalde in de zomer van 2021 verder. Dit gaf vanaf het einde van de zomer ruimte voor het inhalen van uitgestelde zorg. Vanaf medio oktober stegen onder invloed van de meer besmettelijke deltavariant de besmettingscijfers en ook de bezetting in de ziekenhuizen en VVT. Hierdoor ontstond opnieuw de vrees voor ernstige continuïteitsproblematiek in de gezondheidszorg, waardoor het ‘what if’ noodscenario weer in beeld kwam. Ziekenhuizen en VVT-organisaties stemden samen met de GHOR, het netwerk acute zorg en de overige zorgpartners de noodplannen bij op basis van de laatste inzichten.
De Directeur Publieke Gezondheid zette samen met de GHOR maximaal in op samenwerking om ketenproblemen te voorkomen. Onder andere door patiënten eerder te laten uitstromen naar VVT, inzet van thuismonitoring met zuurstof in samenwerking met huisartsen en verschraling van zorg, werd een zorginfarct voorkomen. Vanaf januari 2022 liet de bezetting in de ziekenhuizen weer een daling zien, ondanks een explosieve stijging van het aantal coronabesmettingen. Testen In IJsselland zijn 4 vaste testlocaties geweest in Zwolle, Deventer, Hardenberg en IJsselmuiden. Deze varieerden qua openstelling met de besmettingsgolven en testbereidheid mee. Zo sloot in Steenwijk en Raalte de testlocatie in oktober waarna deze in december toch weer open ging vanwege een toenemende testvraag. Verder waren de teststraten vanaf november 2020 ook ‘s avonds open en was er op het maximum een capaciteit van 5500 testen per dag. Aangezien GGD IJsselland zich daarnaast ook altijd richt op maatwerk, werden deze vaste locaties op een gegeven moment aangevuld met 2 pop-up testlocaties in Staphorst en Genemuiden. In de zomerperiode voerde GGD IJsselland vanwege het ontbreken van capaciteit bij de commerciële partijen een periode ook testen voor reizigers uit. Om de testbereidheid te verhogen, konden inwoners van IJsselland van 9 september tot 9 november testen zonder afspraak.
Dit eindigde in november omdat het aantal afspraken om te testen snel toenam. Ook werd er verhuisd in onze regio: in Deventer, Zwolle en Raalte veranderden de locaties om te testen. Daarnaast werd er op 17 november een extra testlocatie geopend aan de Ceintuurbaan in Zwolle. Deze werd gesloten omdat er aan de Paxtonstraat extra ruimte beschikbaar kwam en de Ceintuurbaan geen prettige omgeving was voor het testpersoneel. Om de samenleving open te houden en voldoende zorg- en onderwijspersoneel beschikbaar te houden, werd in het najaar de prioriteit capaciteit in Zwolle, Deventer en Hardenberg opgehoogd van 600 naar 1000 testen per dag zodat deze groepen snel hier getest konden worden. Er werden meer teststraten in Zwolle geopend en het lab van Isala ziekenhuizen verhoogde de capaciteit. In januari 2022 werd de maximale testcapaciteit benut door de
hoge besmettelijkheid van de omikronvariant. Op meerdere dagen werden er 5400 testen per dag uitgevoerd. Bron- en contactonderzoek Het bron- en contactonderzoek (BCO) kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Als het aantal positieve besmettingen lager was, werd er een volledig BCO uitgevoerd. Dit was niet mogelijk bij hoge aantallen besmettingen. De uren van de medewerkers werden gemaximeerd, formatie uitgebreid en de landelijke schil werd ingezet, maar dit kon niet voorkomen dat in bepaalde fasen van de crisis het BCO in afgeslankte vorm plaatsvond. Waarbij dus positief geteste mensen zelf hun omgeving moesten informeren. Vanwege de risico’s in de VVT branche, is het BCO voor deze sector altijd volledig geweest. Hierdoor werd er zicht op het virus in deze sector gehouden en uitbraken klein gehouden. Er waren schommelingen in welke groepen er vooral positief testen. Zo testten begin juli vooral tieners en twintigers positief. De adviezen die een GGD medewerker aan positief getestte personen moest geven, varieerden in de hele periode ook. Zo werd na de zomervakantie al snel besloten dat klassen niet meer standaard in quarantaine gingen, maar dat er maatwerk geboden moest worden. Maatwerk is heel positief maar zorgde ook voor onduidelijkheid bij ouders en schooldirecteuren.
Ook merkte de GGD bij het BCO in toenemende mate dat mensen coronamoe waren en er meer gelaten gereageerd werd. Vaccineren De landelijke vaccinatiestrategie richtte zich op het vaccineren van de meest kwetsbaren eerst. Iedereen werd vanaf januari op leeftijd, van oud naar jong, uitgenodigd voor het maken van een vaccinatieafspraak. In mei kwamen we aan bij de 60-jarigen en elke dag werden er nieuwe jaartallen opgeroepen. Op 6 mei werd ook de 18+ doelgroep met een medische indicatie uitgenodigd. Door data en onderzoek vanuit GGD IJsselland volgde de doelgroepgerichte aanpak. Er werden allerlei acties ingezet om kwetsbare doelgroepen te bereiken die buiten het reguliere proces vallen. Denk daarbij aan dak- en thuislozen, mensen in de maatschappelijke opvang, asielzoekers en arbeidsmigranten. Om deze mensen te bereiken werden nieuwe samenwerkingen met gemeenten, huisartsen en maatschappelijke organisaties opgezet. Om hen de juiste informatie te geven en om de vaccinatiemogelijkheid te vergroten. Dit werd gedaan door middel van pop- up locaties en de mobiele vaccinatiebus in de wijk. Hierdoor werd de vaccinatiegraad stapsgewijs verhoogd. Op 18 juni had elke 18+ plusser een uitnodiging op de mat liggen. En een maand later waren de tieners aan de beurt na toestemming om de doelgroep 12 tot 18 jarigen te vaccineren.
Na de grootste vaccinatiepiek werd in juli besloten om een vrije inloop te introduceren. Iedereen mocht komen prikken zonder afspraak, een drempelverlagende maatregel om de vaccinatiegraad te verhogen. Daarnaast verschoof het accent van massaliteit naar fijnmazigheid waarbij er werd ingezet op nabijheid. Vaste vaccinatielocaties werden afgeschaald en mobiele vaccinatieteams werden ingezet. In Nederland hebben we met verschillende vaccins geprikt: Biotech/Pfizer, Moderna, Janssen en AstraZeneca. AstraZeneca werd op een gegeven moment uit gefaseerd en Janssen bleek vooral geschikt voor jongeren. Het vaccinatietempo varieerde sterk. De landelijke overheid bepaalde het tempo en de volgorde van vaccinatie. De GGD, huisartsen en andere artsen in de VVT sector, ziekenhuizen en andere zorgsectoren, zetten zo snel als mogelijk de prikken. Zodra er meer vaccins beschikbaar waren, werden deze weggeprikt. Dit vereiste continu een flexibele inzet van personeel. In week 16 werd in IJsselland de 100.000ste prik gezet, in week 20 de 200.000ste en in week 22 de 300.000 prik. De piek qua vaccineren zat in week 23, waarin zo’n 47.000 mensen in onze regio werden gevaccineerd. De vaccinatielocaties in Zwolle, Hardenberg, Deventer, Kampen en Dalfsen draaiden op volle toeren. Tijdens de piekweken openden er ook vaccinatielocaties in Raalte en Wijhe.
In oktober kwam voor mensen met een medische indicatie een 3e prik beschikbaar. Een extra bescherming, na een afgeronde basisserie van 2 vaccinaties. In Europa kwam een discussie over een ‘boosterprik’ op gang. De bescherming van de basisserie neemt met verloop van tijd af en zo lijkt iedereen een extra booster nodig te hebben. Nederland start later met het geven van de boosterprik dan de buurlanden. Met een afgeschaalde organisatie, personeelstekorten en een lastige vastgoedmarkt, is het niet eenvoudig om aan de vraag te voldoen, die boven op de fijnmazige aanpak komt. Desalniettemin werden de vaccinatielocaties in Zwolle, Deventer en Hardenberg op tijd klaargestoomd. En, na het officiële landelijke akkoord op 2 november, werd op 19 november de eerste boosterprik gezet in regio IJsselland. Ook bij deze boostercampagne is de landelijke strategie opnieuw om van oud naar jong, op afspraak, te vaccineren. Kwetsbaren, én mensen die werken met kwetsbaren, kregen als eerste de boosterprik. De GGD vaccineerde opnieuw de massa in de vaccinatielocaties. Daarnaast werden mensen die in een zorginstelling wonen, zonder medische dienst, en niet-mobiele thuiswonenden in de eigen omgeving door een mobiel team van de GGD gevaccineerd. In eerste instantie was het de ambitie om alle 80-plussers voor het einde van het jaar een boosterprik te geven.
Dankzij de snel oprukkende en zeer besmettelijke nieuwe omikronvariant werd dit tijdpad tot drie keer toe versneld. De zorg staat opnieuw onder druk – net als de continuïteit van de maatschappij. De vraag aan de GGD is nog nooit zo groot, de opschaling nog niet eerder zo omvangrijk. GGD IJsselland sloot het jaar 2021 af met een recordaantal vaccinaties, in week 52 waren dit er 62.031. Dit record werd een week later meteen verbroken door bijna 90.000 vaccinaties in een week. Na de piek werden er weer drempelverlagende acties uitgevoerd. Zo kon iedereen vanaf 11 januari weer komen prikken zonder afspraak. Daarnaast werden de mobiele teams in de gemeenten en in specifieke wijken weer ingezet. De vaccinatie aanpak, van massa naar steeds fijnmaziger, wordt nog geëvalueerd voor mogelijk toekomstige vaccinatieontwikkelingen. Maatregelen Gedurende het afgelopen half jaar heeft het kabinet een aantal keren nieuwe maatregelen, maar ook een aantal versoepelingen afgekondigd. Deze zijn telkens vastgelegd in de regeling behorende bij de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. In mei 2021 liepen de besmettingen terug en kwam het einde van de lockdown in zicht. Het kabinet kwam met een openingsplan, om stap voor de stap de samenleving weer ruimte te bieden. Op 5 juni 2021 beëindigde het kabinet de lockdown.
Het aantal besmettingen en opnames in ziekenhuizen daalde in juni flink en de vaccinatiegraad nam dusdanig toe dat op 26 juni stap 4 in het openingsplan gezet kon worden: de samenleving ging met inachtneming van de 1,5 meter maatregel in feite weer open. Op 25 september 2021 werd het coronatoegangsbewijs ingevoerd en werd aangekondigd dat 1,5 meter afstand houden niet langer noodzakelijk is. Het einde van de crisis leek in zicht. Helaas namen vanaf oktober de besmettingen weer toe. Er bleken toch weer maatregelen nodig om de verspreiding van het virus af te remmen. Op 12 en 26 november kondigde het kabinet strengere maatregelen aan, bijna alles moet om 17:00 uur sluiten. Ook sporten en evenementen zijn in de avonduren niet langer toegestaan. De deltavariant zorgde voor een enorme toename van het aantal ziekenhuisopnamen en zorgmedewerkers lopen opnieuw een marathon. Het kabinet greep in en op 19 december ging Nederland opnieuw in lockdown. We werden geadviseerd zoveel mogelijk thuis te blijven en Nederland ging weer op slot. Scholen, winkels en horeca moesten sluiten. De feestdagen die normaal voor vreugde en plezier zorgen, brachten de meeste mensen thuis door in kleine groepen. In het Regionaal Beleidsteam zagen we dat deze de vierde golf en de bijbehorende maatregelen een enorme impact hadden op onze inwoners en het welzijn.
Jongeren, zorgmedewerkers en kwetsbare doelgroepen werden het zwaarst getroffen door de vierde golf en daaruit voortvloeiende maatregelen. In onze besluiten hebben we altijd voor ogen gehouden dat we de inwoners en ondernemers van IJsselland zo goed mogelijk willen ondersteunen en helpen. Een goede verbinding met onze samenleving is hierbij cruciaal. Het ging hierbij onder andere om een regionale lijn op het terrein van: - Evenementen: we besloten op landelijk niveau, via het Veiligheidsberaad, te bepleiten het garantiefonds uit te breiden voor kleinere evenementen. Om organisatoren tegemoet te komen bij de gevolgen van eventuele afgelasting of aanpassingen. Onze oproep werd door andere regio’s overgenomen en breed gedeeld in de media; - Handhaving: we bleven vasthouden aan het eerder opgestelde handhavingskader, met de nadruk op helpen en ondersteunen.
We gaven hierbij ruimte aan initiatieven vanuit de samenleving en ondernemers, bijvoorbeeld via een polsbandjes-systeem bij de controle op het coronatoegangsbewijs om de efficiëntie te vergroten; - Vaccineren: om de drempel tot vaccinatie te verlagen, onderzochten we alle mogelijkheden tot het openen van extra (kleinschalige) vaccinatielocaties en gingen we over tot een beleid van fijnmazig vaccineren om specifieke doelgroepen beter te kunnen bereiken; - Veiligheid zorgketen: we ontvingen zorgelijke signalen over agressie en onveilige situaties bij zorginstellingen. We besloten in samenwerking met de drie regionale ziekenhuizen, politie en de GHOR regionale afspraken te maken om onveilige situaties in de zorg te voorkomen en wanneer nodig, te ondersteunen bij incidenten. Deze afspraken deelden we met andere zorginstellingen in de regio; - Bestuurlijke sessies: om in gezamenlijkheid vooruit te kijken en te reflecteren op onze eigen rol in de coronacrisis, organiseerden we bestuurlijke sessies rondom polarisatie en maatschappelijke onrust, de rol van de overheid en de burgemeester en de overgang van pandemie naar endemie; - Jaarwisseling: we besloten dat landelijke maatregelen, inclusief het vuurwerkverbod, het uitgangspunt vormden bij de jaarwisseling, maar dat gemeenten hun eigen afwegingskader hanteren bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid.
Dit zorgde ervoor dat gemeenten lokale keuzes konden maken, bijvoorbeeld in relatie tot carbid schieten. Werkgroepen Ook in de afgelopen periode zijn de werkgroepen waar nodig actief geweest. De werkgroep Sport heeft onderling contact over de maatregelen aangaande sport. Over de invoering van het coronatoegangsbewijs voor de zwemlessen heeft in de regio bijvoorbeeld extra afstemming plaatsgevonden. De regionale werkgroep Evenementen heeft twee keer per week een inloopoverleg waar lopende zaken rondom evenementen worden besproken. Dit vindt vooral plaats bij grotere gebeurtenissen zoals Sinterklaas, zomerfestivals en sportwedstrijden. Voornamelijk corona-gerelateerd, maar ook andere zaken die met evenementen en vergunningen te maken hebben komen aan de orde. Alhoewel in de laatste maanden van 2021 helemaal niets kon plaatsvinden, maar toch veel organisatoren vragen hadden, was het goed dat dit overleg doorging. De werkgroep Handhaving is in 2020 opgestart om de wijze van handhaving van de coronamaatregelen af te stemmen en ervaringen te delen. De leden van de werkgroep kijken wekelijks terug op de gebeurtenissen in de afgelopen week en blikken vooruit op de vermoedelijke speerpunten voor de komende week. Casuïstiek wordt aan elkaar voorgelegd en de consequenties van tussentijdse wetswijzigingen voor de handhavingspraktijk worden besproken.
Er is veel gesproken over de interpretatie en de handhaving van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19. De afgelopen periode zijn onder andere de volgende onderwerpen de revue gepasseerd: - illegale openstelling horeca en overtredingen sluitingstijden; - illegale evenementen en samenkomsten; - controles in het kader van de quarantaineplicht; - handhaving 1,5 meter; - naleving plicht om te controleren op het coronatoegangsbewijs; - betogingen; - mondkapjesplicht; - voorbereiding jaarwisseling; - openstelling horeca tijdens EK-voetbal. Bijzondere gebeurtenissen Vanaf 25 september 2021 heeft het kabinet het coronatoegangsbewijs (CTB) ingevoerd. Een coronatoegangsbewijs bestaat uit een vaccinatiebewijs, een herstelbewijs of een testbewijs (via testen voor toegang) en biedt toegang tot: • alle horeca binnen (behalve bij afhalen zoals in sportkantines); • evenementen (zoals festivals, optredens, feesten en publiek bij professionele sportwedstrijden) en • vertoning van kunst en cultuur (zoals in bioscopen en theaters). Dat geldt binnen én buiten, met én zonder vaste zitplaats. Met de invoering van het CTB werden er ook middelen beschikbaar gesteld voor de controle daarvan. Gemeenten konden deze middelen inzetten op de wijze die past bij de lokale situatie. Landelijk was er 45 miljoen euro beschikbaar voor 2021, voor onze regio ruim 1,37 miljoen euro.
Deze middelen zijn onder andere uitgegeven aan polsbandjessystemen, extra controleurs bij horeca en sportorganisaties. Openbare orde en veiligheid / Handhaving Afgelopen jaar nam het draagvlak voor de geldende maatregelen langzamerhand af. Afgelopen periode heeft de politie meermaals opgetreden tegen overtredingen van de COVID-19 maatregelen. Ook is er vaker dan normaal opgetreden tegen overlast. Er is een toename van spanningen en een ander sentiment in de samenleving. Dit uit zich onder andere door een toename van het aantal demonstraties. In een aantal gevallen leidde deze demonstraties tot ongeregeldheden. In de periode tussen 1 mei 2021 en 31 december 2021 werd er door de politie 264 maal een bekeuring opgemaakt voor het overtreden van COVID-19 maatregelen. Dit aantal is fors lager dan in de periode daarvoor, dit komt vooral omdat er in het voorjaar van 2021 veel is geverbaliseerd voor het overtreden van de toen geldende avondklok. In verschillende gemeenten zijn ook boetes opgelegd, evenals meerdere bestuurlijke waarschuwingen en een aantal lasten onder dwangsom. Het laatste vooral bij horecaondernemers vanwege overtreding van met name de sluitingstijd. Demonstraties Verspreid door het hele district vonden afgelopen acht maanden diverse demonstraties tegen het overheidsbeleid in relatie tot de COVID-19 aanpak plaats.
Deze demonstraties verliepen veelal zonder grote ordeverstoringen. Daarnaast vonden er diverse grootschalige, georganiseerde illegale feesten plaats op diverse plekken in verspreid over het district. Tot slot bracht ook het spelen van voetbalwedstrijden in het betaalde voetbal in Zwolle en Deventer zonder publiek een aantal keer ongeregeldheden met zich mee. Zo traden PEC supporters medio december tijdens een wedstrijd het stadion binnen met vuurwerk. Hiertegen is opgetreden en volgden nadien bestuurlijke maatregelen. Maatschappelijke onrust Eind november ontstond een kentering in het maatschappelijke beeld. Toenemende spanningen in de samenleving, mede voortkomend vanuit strengere maatregelen, leidden tot een groot ongenoegen en demonstraties die op diverse plekken ontaarden in rellen. In Zwolle werden grootschalige rellen op 21 november 2021 voorkomen middels het inzetten van een noodbevel en het afkondigen van een veiligheidsrisicogebied waardoor preventief fouilleren mogelijk was. Dankzij dit noodbevel en de extra politie-inzet werden deze rellen in de kiem gesmoord. Over het verhardende sentiment in de samenleving, de zichtbaar wordende tegenstellingen en de rol van de gemeente en burgemeester hierin, is meermalen stilgestaan in het RBT. Ook werd in het RBT de handhavingslijn en inzet van hulpdiensten (met name politie) afgestemd.
De toenemende spanningen in de samenleving hebben een groot beroep gedaan op onze politieorganisatie. Vandaar dat aan het einde van het jaar een strategische reserve is georganiseerd, om te kunnen prepareren en anticiperen op eventuele ongeregeldheden die bijvoorbeeld volgden na persconferenties. Daarbij is ook rekening gehouden met de inzet van parate eenheden van bijvoorbeeld de Koninklijke Marechaussee. Gelukkig is deze inzet in de periode november en december in ons district niet nodig gebleken. Informatiemanagement De continue stroom aan ontwikkelingen en nieuwe informatie moeten zowel regionaal als lokaal geduid worden. Vanuit de crisisorganisatie is hiervoor een Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) ingericht: een multidisciplinair informatiepunt en -proces. Vanuit het VIC werd via LCMS één actueel beeld van de situatie verzorgd, dat gedeeld werd in het ROT en RBT. Dit beeld ontstond vanuit landelijke, regionale en landelijke informatie. Tevens is dit beeld beschikbaar voor directe partners binnen en buiten de crisisorganisatie. Vanuit het VIC werden contacten onderhouden met de gemeenten, veiligheidsregio’s, partners en het LOT-C. Ook werd vanuit dit centrum de regionale of lokale uitvragen voor het Veiligheidsberaad en het Regionaal Commandanten Directeuren Veiligheidsregio’s gecoördineerd.
Monitoring van de regionale ontwikkeling van de pandemie, werd door zowel de GGD, de GHOR als het VIC van Veiligheidsregio IJsselland gedaan. Vanuit het VIC werd in samenwerking met de GGD, GHOR, politie, gemeenten en communicatie wekelijks een transparante duiding van de situatie via de CoronaMonitor opgeleverd https://www.vrijsselland.nl/coronavirus/coronamonitor/. Communicatie De focus van de coronacommunicatie in IJsselland heeft gelegen op het zoeken naar de persoonlijke verbinding, het uiten van waardering, het vertellen van verhalen en het leggen van lokale verbindingen in de samenleving. Het was en is een zoektocht hoe het lokaal bestuur binnen de enorme dynamiek nog impact kan hebben met communicatie. Duidelijk is dat positieve, verbindende en persoonlijke narratieven (gekoppeld aan bestuurlijke uitgangspunten) meer impact hadden. Een stevige verankering van de communicatieve samenwerking van de veiligheidsregio met gemeenten is een voorwaarde om dit gezamenlijk en eenduidig uit te dragen. Naast het delen van landelijke boodschappen, heeft vooral het delen van de lokale en regionale vertaling grote inspirerende waarde. De volgende onderdelen lichtten we specifiek toe: - perswoordvoering via persberichten over specifieke regionale situaties, na elke RBT vergadering een persbijeenkomst en een regionale kernboodschap voor burgemeesters.
Hierbij gaven we duiding aan de actualiteit. Voorbeelden hiervan zijn ons regionale standpunt in juni over de financiële consequenties van extra corona maatregelen voor horeca en evenementenorganisatoren. Of in september persgesprekken en -berichten over hoe we vanuit ieders eigen verantwoordelijkheden elkaar kunnen helpen bij de landelijke regels en dan specifiek bij het uitvoeren van het controleren van het coronatoegangsbewijs. - informatievoorziening richting inwoners en gemeenten via sociale media en websites van Veiligheidsregio IJsselland en GGD IJsselland, verzorgen van meest gestelde vragen maar ook via raadsbrieven na elke RBT vergadering. - het delen en verspreiden van persoonlijke lokale coronaverhalen door in december het regionale coronamagazine Positief+ uit te brengen. Met tal van verhalen over impact, noaberschap en samenwerking in IJsselland. Het magazine is breed verspreid en daarnaast is de content ook los digitaal verspreid. - intensieve samenwerking tussen gemeenten, de veiligheidsregio, GGD IJsselland én het ROAZ met structurele bijeenkomsten waarin informatie en best practices met elkaar gedeeld zijn ter inspiratie en om van elkaar te leren. Daarnaast waren in mei doorleefsessies met elkaar die leidden tot een verdere vertaling en invulling van de communicatie in de toekomst.
- Gesprekken binnen het RBT over de rol van een gemeente en burgemeester in relatie tot de onrust in de samenleving. Vooruitblik 2022 Afgelopen zomer dachten we dat deze vierde verantwoording de laatste rapportage periode zou zijn. Inmiddels weten we beter, het virus zorgt nog steeds voor grote impact in onze samenleving. Soms te grote impact, waartegen de samenleving in opstand kwam. De verwachting is dat het coronavirus op een gegeven moment van een pandemie naar een endemie gaat. Als een ziekte endemisch is, dan wil dat zeggen dat de ziekte of ziekmaker altijd sluimert op de achtergrond. Als de voortekenen ons niet bedriegen, bereiken we die fase komende periode. We bereiden ons dus weer voor op een nieuwe fase: mogelijke afbouw van de crisis en het omschakelen naar een nieuwe situatie waarin corona onderdeel van onze samenleving blijft. Dat vraagt om aanpassingsvermogen en leren leven met onzekerheden van bijvoorbeeld nieuwe uitbraken. De manier waarop we de uitdagingen de afgelopen 1,5 jaar met elkaar hebben aangepakt, geeft mij vertrouwen dat we dat in IJsselland opnieuw kunnen.