16.3 College 1 - Bijlage 2 stroomschema VVE.pdf
Tekst van het document
1 – stroomschema VVE-traject Stroomschema VVE-traject Procesbeschrijving/stroomschema traject VVE door de samenwerkende partners van indicatiestelling tot overdracht van voor- naar vroegschool in de gemeente Steenwijkerland. 9 maart 2021 1. Inleiding Dit document betreft de procesbeschrijving/stroomschema van een VVE-traject in de gemeente Steenwijkerland. Het is een traject voor kinderen die tot de VVE-doelgroep behoren (onderdeel 1). De procesbeschrijving stroomschema VVE-traject is door de volgende partijen tot stand gekomen: 1. GGD/JGZ 2. Voorschoolse voorzieningen 3. Gemeente 4. Basisonderwijs Het stroomschema is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen. Iedere partij heeft vanuit eigen expertise zijn/haar eigen rol en verantwoordelijkheid. Wie wanneer en waarvoor verantwoordelijk is, is bij de verschillende onderdelen te lezen. De regie op het traject VVE ligt niet bij 1 partij, maar is op verschillende onderdelen bij verschillende partijen belegd. Deze beschrijving van het stroomschema VVE-traject is bedoeld voor de professionals die samenwerken binnen dit traject VVE ten behoeve van een optimale ontwikkeling van jonge kinderen in de gemeente. De beschrijving betreft het traject tot en met de overstap naar het onderwijs, groep 1.
Het vervolgtraject in groep 1 en 2, einde traject VVE is op 6-jarige leeftijd van het kind (eind groep 2), is nog niet beschreven. Dit is nog een vervolgactie. Dit document is vastgesteld op 9 maart 2021 in het voorschools overleg van de gemeente Steenwijkerland. Als eerste volgt een lijst met afkortingen waarna de uitgangspunten volgen. Daarna volgt per fase een uiteenzetting van het proces met verantwoordelijkheden en rollen. Het gaat om de volgende processtappen: • signaleren en indicatiestelling VVE-traject door de GGD/JGZ; • van signaleren naar aanmelding VVE-traject; • gezamenlijke start VVE; • het volgen van het VVE-traject op de voorschoolse voorziening; • overstap van kind in VVE-traject van voor- naar vroegschool. 2 – stroomschema VVE-traject Lijst met afkortingen JGZ Jeugdgezondheidszorg VVE Voor- en Vroegschoolse Educatie CB Consultatiebureau arts B&W Burgemeester en wethouders SLO Stichting Leerplan Ontwikkeling VE Voorschoolse Educatie JA Jeugdarts JV Jeugdverpleegkundige LRK Landelijk Register Kinderopvang Gezamenlijke uitgangspunten en verantwoordelijkheden van zowel ouder als alle professionals bij dit proces: 1. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor hun kind en hebben de regie en vrijheid in de keuzes die ze willen maken. We (ouders en alle professionals bij dit proces) dragen hierin bij aan de eigen regie en het zelfvertrouwen van de ouders. 2.
We zoeken samen met ouders naar de best mogelijke oplossing voor kun kind en betrekken, daar waar nodig en mogelijk, het systeem rondom het gezin (systemisch kijken en werken). 3. We ondersteunen en sluiten aan bij ouders in een gezamenlijk gedragen doel. 4. Om tot de beste oplossingen te komen staat de individuele vraag van ouders en kind voorop. 5. We sluiten aan en verbinden ons met de klant, de ouders/verzorgers, het team en de ketenpartners en weten deze met aandacht te benaderen. 6. We weten tot de kern en de essentie van de vraag van de klant, ouders en ketenpartners te komen. 7. We laten verantwoordelijkheden daar waar ze moeten liggen en nemen deze niet over. 2. Signaleren en indicatiestelling voor VVE-traject door de GGD/JGZ De VVE-doelgroepbepaling is vastgesteld door het college van B&W op 16 juli 2019. De VVE- doelgroepdefinitie geeft aan voor welke peuter een VVE-traject van toepassing is. De VVE- doelgroepdefinitie luidt: VVE-doelgroep → kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 6 jaar Een VVE-indicatie kan worden afgegeven aan kinderen met ouders: a. die beiden een opleidingsniveau tot maximaal VMBO kader hebben genoten; b. waarvan Nederland bij beiden níet het herkomstland is (bij eenoudergezinnen: indien niet uit Nederland, dan VVE. Bij tweeoudergezinnen: alleen als beiden niet uit Nederland komen); c.
die niet langer dan 5 jaar in Nederland verblijven (verblijfsduur: minder dan vijf jaar in Nederland = VVE); d. die armoede ervaren of waar armoede in het gezin aanwezig is (aanwezigheid armoede: heeft gezin moeite met financieel rond te komen); e. of aan kinderen die een door de expertise van de GGD geconstateerde afwijking of achterstand qua taal-, spraak- en/of motorische ontwikkeling hebben. 3 – stroomschema VVE-traject Uitvoering door GGD Ad a: dit wordt standaard uitgevraagd door het CB. Wordt verwerkt in het kinddossier. Ad b: dit wordt uitgevraagd en verwerkt in kinddossier GGD (is goed uitvoerbaar). Ad c: idem. Ad d: Hierbij zal worden geredeneerd concept van Positieve Gezondheid. GGD vraagt of constateert (al dan niet in overdracht kraamzorg/verloskundige) ”hier is armoede”. Wordt opgenomen in kinddossier. Ad e: De GGD verzorgt cyclisch scholingsaanbod voor haar professionals op onderkennen en signaleren taal / spraak / motorische aandachtspunten. Is onderdeel van de werkwijze van de GGD bij elk contactmoment. Ook hier weer werken vanuit Positieve gezondheid en bijvoorbeeld van Wiechenschema en screening op 2-jarige leeftijd op gebied van spraak-taalontwikkeling. Zodra een recht op VVE wordt gesignaleerd, wordt dit genoteerd in het kinddossier. Vaste momenten in CB- cyclus.
Bij (bijna) 2 jaar definitieve indicatie/op papier, omdat dan toeleiding en verwijzing realistisch is om te kunnen starten op 2,5 jarige leeftijd. Er zit geen weging in de criteria: zodra aan één van bovenstaande factoren wordt voldaan, ontstaat er recht op VVE. Ook als dit recht pas bij 2,5 jaar geëffectueerd wordt, is het goed om het al te noemen en te registreren, zodat ouders dan al vroeg worden meegenomen in het proces van normalisering en toeleiding. In 2019 is de toeleiding door de JGZ verder uitgebreid (ouder indien nodig “aan hand nemen”, overtuigen gebruik (wettelijke) VVE-voorziening, normalisering van het gebruik van VVE( ‘het is een kans’, een voorrecht), voorlichting vermeende kosten / lage ouderbijdragen, inroepen hulp voorschoolse voorzieningen hulp bij inschrijving / berekening / proefochtend / maatwerk). Ook met behulp van Sociaal Werk De Kop en het meegeven van de folder aan de ouders. De verantwoordelijke jeugdverpleegkundige (JV) of jeugdarts signaleert tijdens het eerste intake huisbezoek of op welk ander contactmoment dan ook, dat het een VVE-doelgroepkind betreft. Dit signaal wordt vermeld in het kinddossier en is dan zichtbaar, waardoor het tijdens elk contactmoment aandachtpunt blijft bij een volgend gesprek en daarna handelt. 3. Van signaleren naar aanmelding VVE-traject 1.
De VVE-indicatiebrief1 wordt ingevuld wanneer het doel van VVE, extra kansen voor het kind, duidelijk is bij de ouders en ze gebruik wensen te maken van het aanbod VVE. De indicatiebrief wordt geplaatst in het kinddossier. Hiermee kan JV ieder moment het bereik en gebruik van VVE volgen. Het gebruik is alleen te volgen in contacten met ouders en/of voorschoolse voorzieningen. • Mogelijk is er ondersteuning nodig met betrekking tot het moment dat de ouder gebruik wenst te maken van VVE. Dit kan inhouden dat de JGZ een extra huisbezoek maakt, maar ook dat begeleiding plaats gaat vinden door Sociaal Werk De Kop op het gebied van financiën, praktische ondersteuning en dergelijke. 2. Wanneer ouders geen gebruik willen maken van het VVE-traject, zal dit ook gevolgd worden en worden vastgelegd in het dossier. Zodanig dat wanneer de kinderen in het onderwijs starten, dit gegeven bekend is (attentie hiervoor aanmaken in kinddossier). 1 Versie verwijzingsformulier zie bijlage 1 het stroomschema VVE-traject 4 – stroomschema VVE-traject 4. Gezamenlijke start VVE 1. Aanmelden VVE Wanneer ouders gebruik willen maken van VVE, melden zij hun kind aan bij een voorschoolse voorziening met voorschoolse educatie. Veel kinderen zijn al aangemeld en bezoeken al een voorschoolse voorziening. VVE komt er dan bij. Anderen moeten nog aanmelden en kunnen daarbij, indien nodig, ondersteund worden.
De folder wordt meegegeven aan de ouders, zodat ze zelf een keuze kunnen maken voor een organisatie. De locaties zijn te vinden het LRK en zijn bekend bij de JGZ (gemeente informeert de JGZ bij nieuw aanbieders of aanbieders die uitbreiden met VVE). De manier van aanmelding bij de desbetreffende organisatie is te vinden op de website van desbetreffende organisatie. 2. De verantwoordelijke JV stuurt de VVE-indicatiebrief naar de desbetreffende organisatie waar de ouder het kind heeft aangemeld. De desbetreffende organisatie stuurt een bericht naar de JV wanneer het kind daadwerkelijk ingeschreven staat (verplicht vanuit de Raamovereenkomst kortdurende peuteropvang). JV legt vast in kinddossier naar welke VVE-voorziening het VVE-geïndiceerde kind gaat. 3. Na daadwerkelijke aanmelding van het kind bij de organisatie met VE of het toekennen van VVE- indicatie aan een kind dat deze voorziening al bezoekt, vindt er een intake met de ouders plaats wanneer het kind nieuw binnenkomt. Wanneer het kind al geplaatst is bij de kinderopvang, vindt er overleg plaats met voorschoolse voorziening en de JV / KIK-contactpersoon. Altijd in overleg met de ouder. De voorschoolse voorziening draagt zorg voor het opstellen van een handelingsplan. 4.
Wanneer blijkt dat de ontwikkeling van het kind onvoldoende is en/of vragen zijn vanuit de ouders, de organisatie of de JV, dan volgt er een KIK-gesprek en daarmee het proces van de KIK-structuur2. 5. Volgen VVE op de voorschoolse voorziening met VVE 1. Voorschoolse educatie wordt aangeboden op een kinderopvangvoorziening. Deze moet in het LRK als VE-voorziening geregistreerd staan. De VE-voorziening volgt de ontwikkeling van het kind met behulp van een kindvolgsysteem en/of handelt conform het handelingsplan. 2. Wanneer er zorgen of vragen zijn m.b.t. het kind en/of zijn directe omgeving, wordt er door de organisatie contact opgenomen met de JV, maar andersom kan het ook. 3. Er wordt dan een KIK-gesprek georganiseerd en daarmee wordt het proces van de KIK-structuur gevolgd. 6. Overstap VVE van voor- naar vroegschool Het doel van (warme) overdracht van voor- naar vroegschool Het doel van een goede overdracht van voor- naar vroegschool is een belangrijke bijdrage te leveren aan het streven naar een ononderbroken ontwikkelingsgang van ieder kind (doorlopende lijn). Toevoeging bij het doel: Doordat de voorschool een beeld van het kind geeft (mijlpalen, persoon in de context, ontwikkelings- gebieden), kan de vroegschool hierbij aansluiten binnen zijn eigen omgeving/systeem. De ouders zijn gelijkwaardige gesprekspartners in de overdracht en leveren een actieve bijdrage.
De JV is aanwezig bij deze warme overdracht, indien nodig. De relevante onderdelen uit het kinddossier / van het kindvolgsysteem, zoals observaties en/of ontwikkelingsgroei worden medegedeeld / overgedragen aan de basisschool bij de overdracht van de voorschoolse voorziening. 2 KIK-structuur zie folder gemeente Steenwijkerland augustus 2018 5 – stroomschema VVE-traject De kenmerken van een kwalitatieve overdracht van voor- naar vroegschool 1. Er wordt een duidelijk beeld van het kind overgedragen, vanuit de voorschoolse setting, de thuissituatie en de omgeving. 2. De overdracht bevat informatie over de vorderingen op alle ontwikkelingsgebieden en specifiek met betrekking tot de taalontwikkeling en gedrag. Dit kan met behulp van de SLO-doelen (Stichting Leerplan Ontwikkeling). 3. De ontwikkeling van het kind, met betrekking tot de leerdoelen binnen het eigen systeem van die instelling / organisatie en welke strategieën zijn gevolgd, is een onderdeel in de overdracht. 4. In de overdracht is aandacht besteed aan wat de risico’s, kansen en mogelijkheden kunnen zijn bij de overgang naar de basisschool. 5. Indien aanwezig en wenselijk wordt geacht door de voorschoolse voorziening kunnen de observatieverslagen, toetsresultaten, onderzoeken, rapporten, zowel intern als extern, worden, overgedragen. Dit zal altijd gedaan worden met toestemming van de ouder.
De verantwoordelijkheid ligt bij de voorschoolse voorziening om die informatie over te dragen zodat het traject VVE door de basisschool goed te kunnen voortzetten en ook verantwoord te kunnen afsluiten als basisschool. 6. De indicatiebrief van een VVE-doelgroepkind wordt door de voorschoolse voorziening overgedragen (kopie is mogelijk). Net als informatie over de daadwerkelijke deelname van het kind aan voorschoolse educatie (duur, verzuim, gebruikte methode etc.). 7. De schriftelijke informatie in de overdracht draagt bij aan het doel om te streven naar een ononderbroken ontwikkelingsgang van het kind. Praktische / organisatorische aandachtspunten bij de overdracht van voor- naar vroegschool 1. De voorschoolse voorziening neemt het initiatief voor de overdracht. 2. Gedurende de overdracht(speriode) van VVE-doelgroepkinderen vindt er een gesprek plaats tussen de ouders, de pedagogisch medewerker, jeugdverpleegkundige indien wenselijk en de leerkracht van de basisschool waar het kind naar toe gaat. 3. Het eindgesprek op de voorschoolse voorziening kan worden samengevoegd met de overdracht, waarbij ook de leerkracht van de toekomstige basisschool aanwezig kan zijn. 4. De overdrachtsgegevens3 worden daar waar mogelijk ook digitaal overgedragen (in de bijlage een voorbeeldformulier als een mogelijke vorm van overdracht op papier toegevoegd).
Kinderen die geen gebruik hebben gemaakt van voorschoolse educatie, terwijl ze wel een VVE- indicatie(brief) hebben gekregen van de JV: 1. De JV neemt contact op met het onderwijs over die kinderen die wel een indicatie hebben gehad, maar geen gebruik hebben gemaakt van VVE en ook niet naar een voorschoolse voorziening zijn geweest (exclusief gastouders). 2. Indien bekend is bij de voorschoolse voorzieningen dat een kind een VVE-indicatie heeft maar geen gebruik (meer) maakt van VE-aanbod, wordt dit meegenomen in het overdrachtsgesprek. 3 Een voorbeeld van een overdrachtsformulier zie bijlage 2 bij het stroomschema VVE-traject. 6 – stroomschema VVE-traject Bijlage 1 (bij het stroomschema VVE-traject): Indicatiebrief GGD Ondergetekende, Jeugdarts / Jeugdverpleegkundige van de GGD IJsselland verklaart hierbij in overleg met ouder(s) / verzorger(s) van ……………………………………………………….….. (naam kind) geboren …………………………. 20 …. het advies uit te brengen ………………………………………….… (naam kind) te plaatsen met een VVE-indicatie van de …………………………………………………………………….. te ……………………………………………………………….. Het betreffende kind is wel/niet* aangemeld.
Met ouder(s)/verzorgers is besproken dat dit advies gebaseerd is op: ouders die beiden een opleidingsniveau tot maximaal VMBO-kader hebben genoten ouders waarvan Nederland bij beiden níet het herkomstland is ouders die ieder niet langer dan 5 jaar in Nederland verblijven ouders die armoede ervaren of waar armoede in het gezin aanwezig is een door de expertise van de GGD geconstateerde afwijking of achterstand qua taal, spraak en/of motorische ontwikkeling ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… De kinderopvang / het KDV kan contact opnemen met ouder(s) / verzorger(s) voor verdere uitleg en afspraken rondom plaatsing. Naam ouder/ verzorger: ……………………………………………………………………………………………………………..….. Adres: ……………………………………………………………………………………………………………..….. PC en woonplaats: ……………………………………………………………………………………………………………..….. Telefoonnummer: ……………………………………………………………………………………………………………..….. Handtekening ouder/ verzorger: ……………………………………………………………………………………………………………..….. Datum: ……………………………………………………………………………………………………………..….. Naam: ……………………………………………………………………………………………………………..….. Handtekening jeugdarts / JV: ……………………………………………………………………………………………………………..…..
Dit formulier opsturen naar de betreffende organisatie * doorstrepen wat niet van toepassing is 7 – stroomschema VVE-traject Bijlage 2 (bij het stroomschema VVE-traject): voorbeeld van overdrachtsformulier peuters Deel 1 Algemene informatie Gegevens kind Achternaam ………………………………………….… Land van herkomst ouder(s) ………………………………………… Voornaam ………………………………………….… Vader spreekt Nederlands met kind ja/nee* Adres ………………………………………….… Andere taal/talen ………………………………………….… Postcode ………………………………………….… Moeder spreekt Nederlands met kind ja/nee* Plaats ………………………………………….… Andere taal/talen ………………………………………….… Geboortedtm ………………………………………….… Broertjes en zusjes ja/nee* Geslacht jongen/meisje* Naam …………………….. Geboortedatum …...-…...-………. Naam moeder ………………………………………….… Naam …………………….. Geboortedatum …...-…...-………. Naam vader ………………………………………….… Naam …………………….. Geboortedatum …...-…...-………. Beroep moeder ………………………………………….… Naam …………………….. Geboortedatum …...-…...-………. Beroep vader ………………………………………….… Bijzonderheden gezin/gezinssamenstelling …………………………………………………………………….. Gezondheidsaspecten (onder andere medicijngebruik, allergie, dieet, gehoor/gezichtsvermogen) ……………………………………………………………………..…………………………………………………………………….. Bijzonderheden omgeving ……………………………………………………………………..…………………………………………………………………….. Bijzonderheden (bijvoorbeeld zindelijkheid, slapen, eten) ……………………………………………………………………..……………………………………………………………………..
* doorstrepen wat niet van toepassing is 8 – stroomschema VVE-traject Plaatsingsgegevens Bezoek ………………….? ….. - ….. - 20….. t/m ….. - ….. - 20….. Bezoek andere voorschoolse voorziening ja/nee* ….. - ….. - 20….. t/m ….. - ….. - 20….. Zo ja, welke …………………………………………………………. Aantal dagdelen per week of Aantal uur per week Werkt met een thuisprogramma ja/nee* Zo ja, welke …………………………………………………………. Indicatie voor VVE ja/nee* Toekomstige basisschool ……………………………………………………………………………… Plaatsing op de basisschool met ingang van ….. - ….. - 20….. * doorstrepen wat niet van toepassing is Informatie over begeleiding en ontwikkeling Ontving de peuter speciale begeleiding? Ja/nee* Zo ja, van wie: ……………………………………………… Heeft de speciale begeleiding voldoende effect gehad? ja/nee* - tutor Heeft het kind nog extra steun / begeleiding nodig? ja/nee* - logopedist Zo ja, op welk gebied en wat is daarbij de hulpvraag? ……………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………… - fysiotherapeut - maatschappelijk werker Heeft het kind recht op ambulante begeleiding ja/nee* - overig Zo ja, op grond waarvan? ……………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………… * doorstrepen wat niet van toepassing is 9 – stroomschema VVE-traject Gegevens kinderdagverblijf Naam …………………………………………….
Contactpersoon ………………………………………….… Adres ………………………………………….… E-mailadres ………………………………………….… Postcode ………………………………………….… Datum van invullen ….. - ….. - 20….. Plaats ………………………………………….… Ingevuld door: ……………………………………………………………………………… Telefoonnr. ………………………………………….… Toestemming ouders/verzorgers Ondergetekende, (naam ouders/verzorgers) ……………………………………………………………………………… geeft toestemming tot overdracht van dit overdrachtsformulier en (eventuele) bijlagen behorende bij dit overdrachtsformulier aan de toekomstige basisschool. Plaats …………………………………………………………. Datum …………………………………………………………. Handtekening ouder(s)/verzorger(s) ……………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………… 10 – stroomschema VVE-traject Deel 2 Ontwikkeling kind NB: dit formulier wordt gebruikt en/of een formulier waarin minimaal dezelfde items aan de orde komen. Geef met een kruisje aan of een uitspraak op het kind van toepassing is. U kunt kiezen uit: X Ja X Enigszins X Nee Sociaal-emotioneel functioneren 1. Het kind voelt zich op zijn gemak in de groep. 2. Het kind is overwegend opgewekt. 3. Het kind kan rekening houden met gevoelens en grenzen van andere kinderen (zoals niet overdreven knuffelen, slaan of bijten). 4. Het kind kan goed omgaan met onbekende situaties. 5. Het kind heeft plezier in het omgaan met andere kinderen. 6. Het kind kan goed voor zichzelf opkomen. 7.
Het kind houdt zich aan afspraken en eenvoudige regels. Voorbeeld/bijzonderheden: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Zelfredzaamheid 8. Het kind kan zichzelf aan- en uitkleden (op sluitingen na). 9. Het kind is zindelijk en gaat zelfstandig naar de wc. 10. Het kind kan zelfstandig eten en drinken. Voorbeeld/bijzonderheden: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 11 – stroomschema VVE-traject Speelwerkgedrag 11. Het kind kan zelfstandig spelmateriaal kiezen. 12. Het kind kan even zonder aandacht van de leidster spelen. 13. Het kind doet actief mee met activiteiten in een groep(je). 14. Het kind speelt met fantasie. 15. Het kind kan vrij experimenteren met verschillende materialen. 16. Het kind weet verschillende spelmaterialen op de juiste wijze te hanteren (bijvoorbeeld stapelen van blokken). 17.
Het favoriete speelgoed of de favoriete activiteit van het kind is: ……………………………………………. Voorbeeld/bijzonderheden: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Motorische ontwikkeling 18. Het kind kan rennen, springen, klimmen en met materialen voortbewegen. 19. Het kind kan kleine handbewegingen maken vanuit de pols. (bijvoorbeeld verven, scheuren). 20. Het kind kan met duim en wijsvinger kleine voorwerpen oppakken en hanteren (lego, kralen). Voorbeeld/bijzonderheden: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 12 – stroomschema VVE-traject Mondelinge communicatie 21. Het kind heeft een goede luisterhouding (aandachtig, even wachten). 22. Het kind kan eenvoudige vragen en opdrachtjes begrijpen. 23. Het kind kan spontaan iets vertellen tegen anderen. 24. Het kind is goed verstaanbaar. 25. Het kind kan met taal duidelijk maken wat het bedoelt. 26.
Het kind maakt grammaticaal goede zinnen (drie- tot vijf-woordzinnen). Voorbeeld/bijzonderheden: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Waarnemen, denken en wereldverkenning 27. Het kind beheerst de basiskennis en vaardigheden, opgedaan bij de projectthema’s. 28. Het kind kan strategieën onthouden en in verschillende situaties toepassen (zoals vergelijken, uitvoeren activiteiten in juiste volgorde). 29. Het kind kan verschillende ‘probleempjes’ en raadsels rondom de projectthema’s oplossen. 30. Het kind kan (met hulp) nadenken over zijn eigen handelen. Voorbeeld/bijzonderheden: …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………