CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

16.2 College 1 - Bijlage 1 Rapport monitor peuteropvang en VVE 2020 Steenwijkerland.pdf

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken6.807 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

voor jonge kinderen Oktober 2020 gemeente Steenwijkerland Meerjarig uitvoeringsplan 2011-2014 met verlenging van 2015-2020 Monitorverslag VVE ANSEN K Sinds 2011 ben ik in opdracht van de gemeente Steenwijkerland betrokken bij de samenstelling van het monitorverslag met betrekking tot VVE in de gemeente Steenwijkerland. De monitoring vloeit voort uit het Meerjarig uitvoeringsplan VVE 2010-2014 met verlenging van 2015 tot 2018. Het monitorverslag vanaf 2018 heeft een nieuwe vorm en is op een andere manier tot stand gekomen. Per 1 januari 2018 is namelijk in de gemeente de harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk met de kinderopvang doorgevoerd en is de bekostigingssystematiek voor VVE en peuteropvang aangepast. In aansluiting hierop is er samen met het voorschoolse veld een nieuwe monitor(opzet) ontwikkeld. Het monitorverslag dat hier voor u ligt, is het resultaat van de uitwerking van een aantal monitorvragen die zijn vastgesteld door de gemeente Steenwijkerland. De jaarlijkse peiling t.b.v. de monitor vindt plaats op 1 oktober, aansluitend op informatie en dataverzameling vanuit het onderwijs. De gegevens en de rapportage zijn gedeeld en besproken met de verantwoordelijke beleidsambtenaar van de gemeente. Deze rapportage heeft een beschrijvend en kwalitatief gedeelte wat wordt onderbouwd met cijfers.

De rapportage wordt ook dit jaar afgesloten met thema´s voor discussie, kansen en verbetering. Dit jaar is aan het monitorverslag ook een animatiefilmpje toegevoegd. Het filmpje draagt bij aan het uitdragen van de resultaten, het is actueel en beeldend en eenvoudig te verspreiden. In heel korte tijd is het voor geïnteresseerden en belanghebbenden heel informatief. Ik wil alle betrokken werkers uit het veld bedanken voor hun inzet bij het verzamelen van de benodigde gegevens voor deze rapportage. Marion Kogelman-Bloo Voorwoord 3

4 Alle peuters met een risico op een (taal)achterstand nemen deel aan voorschoolse educatie. Alle peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar nemen deel aan een voorschoolse voorziening. Inhoud Voorwoord 3 1. Inleiding 7 1.1 Werkwijze monitoring 9 2. Kansen voor jonge kinderen 11 3. Kansen en mogelijkheden 15 3.1 VVE-geïndiceerde kinderen en het bereik met voorschoolse educatie 15 3.2 Peuteropvang en bereik 18 4. Achtergrond informatie monitor 21 4.1 Aantal VVE-doelgroepkinderen en het bereik met voorschoolse educatie 21 4.1.2 Het aantal VVE-geïndiceerde kinderen op peildatum 1 oktober 2020 22 4.1.3 Bereik van VVE-geïndiceerde peuters in de gemeente 22 4.1.4 Trend 22 4.1.5 Spreiding bereik (VVE-geïndiceerde) kinderen 23 4.1.6 VVE-geïndiceerde kinderen die niet worden bereikt met kwalitatief hoogwaardig aanbod 23 4.1.7 Overige zaken met betrekking tot VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente 25 4.2 Beschikbare peuteropvang en bereik 27 4.2.1 Aantal peuters in de gemeente 28 4.2.2 Bereik van peuters in de gemeente met voorschoolse voorziening 28 4.2.3 Aantal peuters met zorgindicaties 28 4.2.4 Aantal kinderen met een SMI-indicatie 29 Bijlage: Afkortingenlijst 30 5 Inhoud 6 De gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan de afspraak tussen Rijk en VNG om uiterlijk eind 2021 alle peuters tussen twee en vier jaar een voorschoolse voorziening te laten bezoeken.

Het huidige college heeft hierbij de volgende ambitie uitgesproken (in de programma-begroting van 2019 -2022): “Alle kinderen krijgen de kans om zich goed te ontwikkelen. De ambitie is dat alle peuters deelnemen aan een voorschoolse voorziening”. Belangrijk is ook dat alle peuters, inclusief de VVE-geïndiceerde peuters, worden bereikt. De gemeente heeft na de harmonisatie van 20182 een viertal doelstellingen geformuleerd. Ze vormen het uitgangspunt voor de uitwerking in deze monitor met peildatum 1 oktober 2020. Met betrekking tot doelstelling 1 is prioriteit gegeven aan de VVE-doelgroep (peuters tussen de 2,5 en 4 jaar die gebaat zijn met voor-en vroegschoolse educatie) en aan de door 7 1. Inleiding 2. Het peuterspeelzaalwerk valt sinds 1-1-2018 onder de wet Kinderopvang. Dus de wettelijke kwaliteitseisen en het recht op kinderopvangtoeslag zijn sindsdien ook van toepassing op de peuteropvang. 3. De regeling SMI (kinderopvang Sociaal Medische Indicatie) kan hier ook voor worden ingezet. 4. Sinds 2018 is het peuterspeelzaalwerk opgenomen in de wet KOV. We spreken daarom niet meer over peuterspeelzaal maar over peuteropvang. Onder peildatum 2020 1. Alle peuters met een risico op een taalachterstand en peuters die opgroeien in een opvoedkundig kwetsbaar milieu, bezoeken een kwalitatief hoog- waardige voorschoolse voorziening. 2.

Er is voldoende beschikbare peuteropvang voor alle kinderen (inclusief doelgroepkinderen) in de gemeente. 3. De gemeente voldoet aan de inspanningsverplich- ting om in 2021 alle peuters tussen de 2 en 3 jaar een voorschoolse voorziening te laten bezoeken. 4. De gemeente heeft als doelstelling: in 2021 is de achterstand van VVE-kinderen afgenomen ten opzichte van het peiljaar 2016. Deze doelstelling wordt met de schoolbesturen geoperationaliseerd in nadere resultaatafspraken. de gemeente zelf geformuleerde zorgpeuterdoelgroep. Dit zijn peuters met een indicatie die vanwege een kwetsbare thuissituatie een risico lopen op opgroeiproblemen of ontwikkelingsachterstanden3. Voorbeelden hierbij zijn chronische ziekte of handicap en situaties waar geen andere voorliggende voorziening, zoals SMI, VVE of kortdurende peuteropvang, beschikbaar is. Ook kent de gemeente de regeling voor Sociaal Medische Indicatie: de SMI-regeling. Hierbij kunnen ouders die geen recht op kinder-opvangtoeslag hebben, alsnog via de gemeente een bijdrage in de kosten voor kinderopvang (0-12 jaar) ontvangen. Voorgaande doelstelling (ambitie) en het bestuursakkoord tussen het Rijk en de VNG, komen voort uit de eind 2017 afgeronde harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk4.

Het Rijk wil stimuleren dat gemeenten financieel toegankelijke voorschoolse voorzieningen blijven aanbieden, óók voor ouders van peuters die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Het bereiken van alle peuters is hiermee een belangrijke inspanningsverplichting vanuit de gemeente, waarbij de keuzevrijheid van ouders nog altijd voorop staat. Met de harmonisatie van de peuterspeelzalen heeft de gemeente via het inkoopmodel vanaf 1 januari 2018, middelen beschikbaar gesteld voor ouders van zoals eerder genoemde ‘doelgroeppeuters’. Voorheen was hiervoor een subsidieregeling van kracht. Het inkoopmodel is van toepassing op de VVE-, de zorgpeuters-en de kortdurende peuteropvang (peuteropvang voor ouders die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben; het vroegere peuterspeelzaalwerk). Op basis van het inkoopmodel kunnen betrokken kinderopvangorganisaties via het indienen van declaraties een groot deel van de kosten terughalen bij de gemeente. De ouders betalen zelf de ouderbijdrage. Om zicht te krijgen op het bereik van de doelgroeppeuters en het bereik van de peuters uit de eerder genoemde inspanningsverplichting, is bij de uitvraag voor dit verslag gevraagd naar cijfers van het bereik bij het voorschoolse veld, GGD/JGZ en gemeente. De uitkomsten hiervan treft u aan in hoofdstuk 4.2.

Naast deze cijfers is informatie verkregen over de doorgaande lijn van voor- naar vroegschool en overige resultaatafspraken in het kader van de VVE-monitor. Let wel, de uitvraag is gedaan 8 5. Kwalitatief hoogwaardige locaties zijn locaties in de gemeente die voldoen aan de wettelijke eisen en de gemeentelijke kwaliteitseisen. bij de kwalitatief hoogwaardige locaties5 in de gemeente. Dit zijn kinderopvangorganisaties die voldoen aan de wettelijke en de gemeentelijke criteria voor opvang van VVE-geïndiceerde kinderen, alsmede peuteropvang voor ouders die geen gebruik kunnen maken van kinderopvangtoeslag. 1.1 Werkwijze monitoring Vanuit de bovengenoemde beleidsaanpassingen per 2018, heeft er een herijking plaatsgevonden op de monitorvragen Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en breiden we de monitor uit met vragen rondom de nieuwe ambities en doelstellingen rondom het peuterbereik. Trends zullen vanaf 2018 opnieuw aan de hand van deze nieuwe opzet meegenomen worden. De nieuwe opzet van de monitor wordt vanaf 1 januari 2019 jaarlijks op 1 oktober geïnventariseerd, waarbij de situatie op 1 oktober 2018 als nulmeting is genomen. Dit sluit aan bij de jaarlijkse peildatum leerlingentelling in het onderwijs. Eerste doel is het monitoren van de resultaten en het bereik van de VVE-doelgroep. Dit is een wettelijke taak.

Het tweede doel is het bieden van inzicht in het bereik van de peuterdoelgroep. Dit betreft de ambitie om 100% van de 2- en 3-jarigen naar een voorschoolse voorzieningen te leiden (niet zijnde gastouderopvang). Verder richten wij ons met de monitoring op: • lokale verantwoording naar de gemeenteraad en het Rijk; • het voldoen aan de wettelijk taken voor het realiseren van voldoende bereik VVE; Het resultaat van de monitoring kan leiden tot bijsturing in de uitvoering (ideeën, kansen en verbeteringen), betrokken partners in het voor- en vroegschools veld krijgen zicht op de voortgang van elkaars activiteiten. Dat laatste draagt bij aan het gericht kijken naar verbetermogelijkheden. We hebben namelijk te maken met gezamenlijke doelstellingen en verantwoordelijkheid én verantwoordelijkheid voor ieder afzonderlijk op zijn eigen terrein. 9 De gemeente Steenwijkerland heeft zich gecommitteerd aan de afspraak tussen Rijk en VNG om uiterlijk eind 2021 alle peuters tussen twee en vier jaar een voorschoolse voorziening te laten bezoeken. Het college van B&W heeft hierbij de volgende ambitie uitgesproken “Alle kinderen krijgen de kans om zich goed te ontwikkelen. De ambitie is dat alle peuters deelnemen aan een voorschoolse voorziening”. Belangrijk is ook dat alle peuters, inclusief de VVE-geïndiceerde peuters, worden bereikt.

De gemeente heeft na de harmonisatie van het peuterspeelzaalwerk met de kinderopvang en de aanpassing van de bekostigingssystematiek voor VVE en peuteropvang, in 2018 een viertal doelstellingen geformuleerd. Deze vormen het uitgangspunt voor de uitwerking in deze monitor met peildatum 1 oktober 2020. Deze rapportage heeft een beschrijvend en kwalitatief gedeelte wat wordt onderbouwd met cijfers. De rapportage biedt tevens thema´s voor discussie, kansen en verbetering. Het Rijk wil stimuleren dat gemeenten financieel toegankelijke voorschoolse voorzieningen blijven aanbieden, óók voor ouders van peuters die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Het bereiken van alle peuters is hiermee een belangrijke inspanningsverplichting vanuit de gemeente, waarbij de keuzevrijheid van ouders nog altijd voorop staat. De VVE-doelgroep (peuters tussen de 2,5 en 4 jaar die gebaat zijn met voor-en vroegschoolse educatie) en de door de gemeente zelf geformuleerde zorgpeuterdoelgroep (peuters met een indicatie vanwege een kwetsbare thuissituatie) hebben prioriteit. Via het inkoopmodel worden hier vanaf 1 januari 2018 middelen voor beschikbaar gesteld. Op basis van het inkoopmodel kunnen betrokken kinderopvangorganisaties via het indienen van declaraties een groot deel van de kosten terughalen bij de gemeente. De ouders betalen zelf de ouderbijdrage.

Ook kent de gemeente de regeling voor Sociaal Medische Indicatie: de SMI-regeling. Monitoren van de resultaten en het bereik van de VVE- doelgroep is een wettelijke taak. Het bieden van inzicht in het bereik van de peuterdoelgroep is een tweede en gemeentelijke doelstelling. Het monitoren is per 2018 en op basis van de beleidswijzigingen aangepast. Vanaf 1 januari 2019 wordt jaarlijks op 1 oktober geïnventariseerd. Het resultaat van de 11 2. Kansen voor jonge kinderen 10 Alle kinderen krijgen de kans om zich goed te ontwikkelen. De ambitie is dat alle peuters deelnemen aan een voorschoolse voorziening. monitoring kan leiden tot bijsturing in de uitvoering (ideeën, kansen en verbeteringen) en betrokken partners in het voor- en vroegschools veld krijgen zicht op de voortgang van elkaars activiteiten. Aantallen kinderen De gemeente Steenwijkerland telt op 1 oktober 2020 869 2- en 3-jarigen. Dat zijn er 27 minder dan op 1 oktober 2018. Het aantal 2,5-jarigen is op 1 oktober 2020 196. Indicaties VVE Er zijn op de peildatum 107 peuters in de leeftijd van 2,5 en 3 jaar geïndiceerd voor VVE. Dit is 17% van het totaal aantal 2,5- en 3-jarige peuters in de gemeente. Streefgetallen bereik Op basis van het huidige gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid wordt gestreefd naar een bereik van 85 VVE-doelgroepkinderen1 eind 2020.

Het daadwerkelijke bereik op de peildatum is 106 op 107 VVE-geïndiceerde kinderen (99%). Dit ligt dus boven het streefbereik. Het bereik varieert per wijk/dorp. Vergelijk landelijke cijfers Landelijk (CBS dashboard) gaat men er vanuit dat 15% van het aantal kinderen het percentage is met het hoogste risico op onderwijsachterstanden. In Steenwijkerland is dit op basis van dit landelijke percentage 13% in 2017 en 12% in 2019. Voortijdige uitstroom voorschoolse educatie, verzuim en overstap van voor- naar vroegschool In totaal zijn er 6 kinderen eerder dan de bereikte leeftijd van 4 jaar uitgestroomd uit het VVE- aanbod. Het verzuim is vrijwel nihil en is vergelijkbaar met de monitor van 2019. 41 Kinderen hebben de overstap gemaakt naar het basisonderwijs. De overdracht vindt op verschillende manieren plaats, veelal met een zgn. warme overdracht en op basis van een pedagogisch didactische doorgaande lijn. Dit jaar heeft er geen vervroegde uitstroom naar speciale opvang plaatsgevonden. VVE-programma in de voorschoolse voorziening ‘Piramide’ en ‘Uk en Puk’ zijn twee methodes die worden gebruikt. In dit rapportagejaar is daar het programma ‘Startblokken’ bij gekomen. 12 1. Dit aantal is gebaseerd op de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022. Resultaatafspraken opbrengsten VVE Er heeft in 2020 een herijking van de resultaatafspraken plaats gevonden.

Deze herijking moet er toe leiden dat opbrengsten van VVE-geïndiceerde kinderen eind groep 2 in beeld gebracht worden, zodat deze kinderen een goed vervolg krijgen vanaf groep 3. Beschikbare peuteropvang en bereik Sinds 2018 heeft de gemeente verschillende maatregelen genomen om het bereik onder peuters te stimuleren. Zo heeft de GGD/JGZ niet alleen als indicatiesteller, maar ook als toeleider naar voorschoolse voorzieningen een bredere rol gekregen. Ouders worden actief gevraagd naar het gebruik van peuteropvang en worden actief verwezen naar kinderopvang in hun omgeving. De kinderopvangsector zelf ondersteunt ouders met het maken van proefberekeningen of het aanbieden van gratis proefochtenden / meedraai ochtenden. Tevens heeft de gemeente ‘het peuterboek cadeau’ gefinancierd. Er zijn 901 kinderopvangplaatsen voor 2- en 3-jarigen beschikbaar in de gemeente. Met een absoluut aantal van 869 kinderen op peildatum zijn daarmee voldoende plaatsen beschikbaar. Bereik van peuters in de gemeente met peuteropvang Het aantal kinderen dat wordt bereikt met voorschoolse voorziening is 81% van het daadwerkelijke aantal 2- en 3-jarigen. Dit zijn er 16 minder dan in 2019. Het non-bereik is dus 19%, terwijl het landelijke non-bereik ligt op 11% in 2019. Het aantal kinderen in de leeftijd van 2 en 3 jaar dat voortijdig de opvang heeft verlaten is 24.

De aangegeven redenen hiervoor zijn: vervroegd naar de basisschool, verhuizing, andere visie dan eigen visie van organisatie, andere keuze onderwijs. Peuters met zorgindicatie of een SMI-indicatie Bij navraag blijkt dat niet alle organisaties bekend zijn met de mogelijkheid van zorgindicaties voor peuters, derhalve klopt de telling niet. Het aantal kinderen met een SMI-indicatie in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar op de kinderopvanglocaties is 47. Dit is 14 meer dan op 1 oktober 2019. Kansen en mogelijkheden Deze monitor geeft aanleiding voor de volgende conclusies, kansen en mogelijkheden. 99% Van de kinderen met een VVE-indicatie is bereikt. Dat is een hoger percentage dan voorgaande jaren, wellicht ook ten gevolge van gerichte stimuleringsacties. Toch laat de uitvraag ook zien dat er nader onderzoek gedaan moet worden naar indicaties en gebruik. 13 Het lijkt er op dat meer kinderen dan geïndiceerd VVE-aanbod ontvangen bij de kinderopvang. Het non-bereik moet zo laag mogelijk zijn en blijven en de GGD/JGZ is de aangewezen organisatie om dit te volgen. Het aanleveren van betrouwbare informatie en door alle partijen blijft een aandachtspunt, net als het continu verbeteren van de uitvraag met bijvoorbeeld nieuwe of meer open vragen. De groep waarmee een warme overdracht is volgens het protocol van de gemeente, is gegroeid ten opzicht van 2018; van 25% naar 68%.

Dit is een positieve ontwikkeling. Echter de wijze waarop de overdracht plaatsvindt kan (blijkens internationaal wetenschappelijk onderzoek) meer aandacht krijgen. Wanneer de educatieve kwaliteit in doorgaande lijn hoog is, is het effect daarvan dat de onderwijsachterstanden nog beter bestreden kunnen worden. Het bereik van peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar met peuteropvang is dit jaar afgenomen. Het bereik is 81% en het geadviseerde streefbereik van 90% is daarmee nog niet gehaald. Mogelijk door invloed van corona. Contacten met de gastouders / gastouderbureaus kan mogelijk bijdragen, maar ook met de ouders van kinderen die geen gebruik maken, het gesprek aan te gaan. Dat zou een taak kunnen zijn voor de GGD/JGZ. Het aantal zorgindicaties geeft geen zuiver beeld; het aantal SMI-indicaties is licht gestegen. Het is belangrijk om beide ontwikkelingen te blijven volgen. Gebleken is dat niet alle partners weten dat er mogelijkheden zijn voor indicatie en middelen t.b.v. zorgpeuters. Hen informeren daarover is een eerste prioriteit. 14 Dit hoofdstuk geeft een beeld van de kansen en mogelijkheden die horen bij deze monitoring. Ze worden weergegeven onder een aantal hoofdthema’s. 3.1 VVE-geïndiceerde kinderen en het bereik met voorschoolse educatie De cijfers in deze monitor laten zien dat dat het bereik van VVE- geïndiceerde is gestegen ten opzichte van 2019 en 2018.

Het is zeer positief te noemen dat het bereik 99% is (106 van de 107). Het aantal VVE-geïndiceerde kinderen is geïnventariseerd bij de GGD/JGZ en het bereik van het daadwerkelijke aantal VVE-geïndiceerde kinderen bij de kinderopvangorganisaties die VVE aanbieden. Zo’n hoge score in het bereik (99%) is ‘goed nieuws’. Aangenomen mag worden dat het ruimere aanbod van VVE- locaties heeft gewerkt, maar mogelijk ook de investering in toeleidende maatregelen van de gemeente en de GGD/JGZ. Het lijkt van belang om te blijven investeren in de acties die in 2020 zijn uitgezet en uitgevoerd en ze te borgen in de werkwijze Wel moet worden opgemerkt dat er verschillen zijn geconstateerd in de bereikcijfers tussen de organisaties waar de cijfers zijn opgevraagd: GGD/JGZ en kinderopvang organisaties. De bereikscores worden nu bij twee verschillende instanties uitgevraagd. Dit lijkt niet volledig betrouwbaar te zijn. De GGD/JGZ stelt zelf de indicaties en verkrijgt de informatie over daadwerkelijk bereik via de ouders (tijdens consulten). De kinderopvang die VVE aanbiedt, doet volgens afspraken die er zijn gemaakt, ook een terugkoppeling aan de GGD/JGZ bij inschrijving van een kind voor VVE-aanbod. De cijfers komen echter nog niet overeen. Investeren in non-bereik Zoals al vermeld is er een zeer hoog bereik; 99%.

Dat klopt ook, maar de cijfers van de GGD/JGZ laten een non-bereik van 22 kinderen zien, waarvan er volgens de GGD/JGZ 11 kinderen zijn op een kinderopvang die geen VVE aanbiedt. De verschillen in non-bereik moeten we in het nieuwe jaar zien op te lossen. Het aantal indicaties moet leidend zijn en die zijn bekend bij de GGD/JGZ. Op basis van dat aantal moet gevraagd worden aan de kinderopvang aan hoeveel kinderen zij een VVE-aanbod hebben geboden op basis van een indicatie. Dan moet de GGD/JGZ aansluitend uitspraken doen over 15 3. Kansen en mogelijkheden Oplossen verschil in non-bereik het bereik o.b.v. de indicaties. Alleen op die manier worden betrouwbare aantallen en conclusies over non-bereik mogelijk. Dit sluit dan ook aan bij het feit dat de GGD/JGZ de wettelijke taak heeft om zicht te houden op de ontwikkeling van alle kinderen in de leeftijd van 0-18 jaar. Door te investeren op het verkrijgen van de juiste informatie en door ervoor te zorgen kinderen die niet worden bereikt, alsnog te bereiken, krijgen de kinderen waar ze recht op hebben. Wanneer dat niet mogelijk is, deze kinderen in ieder geval goed in beeld hebben en hun ontwikkeling in directe afstemming met de ouders, mogelijk met gezinsgerichte interventies, te ondersteunen. Ook daarvoor ligt een wettelijke taak bij de GGD/JGZ.

Aandachtspunt in relatie tot het hoge bereik is dat wanneer deze trend zich blijft voortzetten en /of in stand gehouden wordt, dit consequenties heeft voor het budget dat beschikbaar gesteld moet worden voor het aanbod voorschoolse educatie. Voortijdige uitstroom en verzuim De voortijdige uitstroom en verzuim rondom VVE zijn vergelijkbaar met de monitor 2019. Met betrekking tot de overstap van voor- naar vroegschool kan opgemerkt worden dat nog niet van alle locaties hierover informatie wordt verzameld. Daar zal bij de volgende monitor veel scherper op gelet moeten worden. Met betrekking tot de informatie die er wel is, valt op dat net als vorig jaar, de meeste kinderen 6 maand of langer VE-aanbod hebben gehad. De groep waarmee een warme overdracht volgens het protocol van de gemeente heeft plaats gevonden is gegroeid ten opzichte van 2018. Het gaat om een groei van 17 kinderen t.o.v. 2018. Procentueel is het van 25% naar 68% gegaan (11 van de 44 en 28 van de 41). Doorgaande lijn Dit jaar is ook gevraagd naar de wijze waarop vorm gegeven wordt aan de doorgaande lijn in de overstap van voor- naar vroegschool. Hieruit blijkt een grote diversiteit. Het is te adviseren om dit verder te onderzoeken.

Uit internationaal wetenschappelijk onderzoek blijkt het belang van een hoge educatieve kwaliteit in de doorgaande lijn om beoogde effecten te behalen op het bestrijden van onderwijsachterstanden. Deelname aan goede voorschoolse voorzieningen op korte termijn 16 Groei warme overdracht 68% 17 99% bereik van de VVE geïndiceerde kinderen 18 kan leiden tot toegenomen cognitieve (leer)vaardigheden en een betere sociaal-emotionele ontwikkeling bij kinderen, en op lange termijn tot betere schoolprestaties, betere kansen op de arbeidsmarkt, betere verdienmogelijkheden, betere gezondheid en andere baten van onderwijs. Met name kinderen met (risico op) een achterstand profiteren van extra stimulering op jonge leeftijd, zodat zij beter voorbereid starten op de basisschool. Het is te adviseren om inhoudelijk nader onderzoek te doen naar de genoemde vormen van doorgaande lijn. Hierbij te richten in het onderzoek op de educatieve kwaliteit in doorgaande lijn. Deze monitor betreft alleen informatie over voorschoolse educatie en de overstap van voor- naar vroegschool, terwijl VVE een interventie is voor de periode van 2,5 tot 6 jaar. Het is belangrijk om informatie te verzamelen over de hele periode van de interventie inclusief de afronding.

Hoe gaan bijvoorbeeld de VVE-geïndiceerde kinderen de overstap maken naar groep 3? Kunnen ze mee in de groep of met beperkte ondersteuning? Hebben de VVE-geïndiceerde kinderen voldoende groei doorgemaakt? Het is belangrijk om een dergelijke uitbreiding in afstemming met de resultaat- afspraken opbrengsten VVE eind groep 2 te laten plaatsvinden. Het is ook zeer wenselijk om aan de monitoring een aantal open vragen toe te voegen. Dit omdat het gaat om een interventie waarbij veel partners betrokken zijn. Door een set aan kwalitatieve – soort van interne audit – vragen toe te voegen, kan de dialoog nog beter gevoerd worden met alle partners van VVE. Het betreft de uitvraag aan de volgende partners: ouders, GGD/ JGZ, onderwijs, kinderopvang en gemeente, maar kan daar mogelijk ook nog de jeugdhulp aan toegevoegd worden. Dit laatste met name wanneer er meer dan het aanbod VVE nodig is voor het kind en/of zijn directe omgeving. De samenwerking en afstemming met de interventie VVE is dan erg belangrijk. 3.2 Peuteropvang en bereik Het bereik van peuters in de leeftijd van 2 en 3 jaar met peuteropvang is dit jaar afgenomen. Het gaat niet om grote aantallen en mogelijk heeft de coronatijd hier ook mee te maken. Het bereik is 81% en het geadviseerde Onderzoek op educatieve kwaliteit in doorgaande lijn streefbereik van 90% is daarmee nog niet gehaald.

Wellicht kunnen hier vergelijkbare acties op ingezet worden zoals bij het toeleiden van VVE-geïndiceerde kinderen. Daarnaast blijft het advies van vorig jaar staan om contacten te leggen met de gastouders / gastouderbureaus. Mogelijk kan hierin worden geïnvesteerd door met de gastouders in gesprek te gaan en met hen de samenwerking op te zoeken in het ondersteunen en begeleiden van jonge kinderen om zo al deze kinderen een optimale ontwikkeling te kunnen bieden. Wanneer het bereik van kinderen bij de gastouders wordt meegenomen, zal zeker een percentage van 90% bereik realistisch zijn. Een andere mogelijkheid is om juist met die ouders die geen gebruik maken van peuteropvang en/of geen gebruik gemaakt hebben van peuteropvang het gesprek aan te gaan. Dat zou een taak kunnen zijn voor de GGD/JGZ. Op deze manier wordt een beter beeld verkregen van de redenen waarom er geen gebruik is gemaakt van deze voorziening. SMI-peuters en peuters met een zorgindicatie Het aantal SMI-indicaties is ook licht gestegen. Het is belangrijk om beide ontwikkelingen te blijven volgen. Dit ook zeker in relatie tot de invloed van de coronacrisis. Het is belangrijk om nader te verkennen en te onderzoeken of de zorgen zijn toegenomen en of het nodig is om meer en andere interventies in te zetten nu of straks.

En zo ja, zijn het met name interventies gericht op de kinderen of juist ook gericht op de ouders? Peuters met een zorgindicatie (zorgpeuteropvang) Het advies om de ontwikkeling van peuters met een zorgindicatie te volgen in doorgaande lijn naar het onderwijs toe, blijft staan (zie advies van vorig jaar). Gebleken is dat niet alle partners weten dat er mogelijkheden zijn voor zorgpeuteropvang op basis van een indicatie door de jeugdverpleegkundige óf de jeugdconsulent van de gemeente. Hen informeren daarover is een eerste prioriteit. Ook zal met de partners afgestemd moeten worden welke kinderen het betreft, zodat zuivere informatie verkregen wordt. Want ook bij deze doelgroep zijn vragen als: hoe verloopt de ontwikkeling van het kind en zijn ontwikkeling in het gezin en hoe stromen ze door naar het onderwijs, heel relevant. Net als breder kijken hoe het de zorgpeuter vergaat in het onderwijs. Lukt het dan in het onderwijs zonder budget en/of wordt het ineens veel duurder doordat dit kind naar speciaal onderwijs gaat of een andere vorm van begeleiding nodig heeft? 19 Verkennen en onderzoeken interventies Door te investeren op het verkrijgen van juiste informatie en door ervoor te zorgen dat kinderen die niet worden bereikt alsnog te bereiken, krijgen die kinderen waar ze recht op hebben. De informatie die is verkregen, wordt hierna in een twee onderdelen weergegeven.

Het gaat om de volgende twee onderdelen. 1) Aantal VVE-doelgroepkinderen6 (VVE-geïndiceerde kinderen) en het bereik van deze kinderen met voorschools aanbod: • aantal kinderen in de gemeente; • aantal VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente; • aantal bereikte kinderen in de gemeente met voorschoolse educatie; • overige zaken met betrekking tot VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente. 2) Het bereik van peuters (2- en 3-jarigen) op een voorschoolse voorziening: • aantal peuters in de gemeente; • aantal peuters dat wordt bereikt. Steenwijkerland telt in 2020 15 aanbieders van kinderopvang met 34 locaties. Hiervan bieden er 8 VVE aan op meerdere locaties. In totaal hebben 34 van deze locaties een vragenlijst ontvangen en teruggestuurd. 4.1 Aantal VVE-doelgroepkinderen en het bereik met voorschoolse educatie Op basis van het huidige gemeentelijke onderwijsachter- standenbeleid wordt gestreefd naar een bereik van 85 VVE- doelgroepkinderen eind 2022. Dit aantal is van toepassing vanaf 1 oktober 2018 en voorheen was het streefbereik 79. Het aantal kinderen dat een VVE-indicatie heeft, is opgevraagd bij de GGD/JGZ. Het aantal kinderen dat een VVE-aanbod krijgt, is opgevraagd bij de voorschoolse sector en bij de GGD/JGZ. Het totaal aantal kinderen in de leeftijd van 2, 2,5 en 3 jaar op 1 oktober 2020 is in beeld gebracht door de gemeente.

4.1.1 Aantal kinderen De gemeente Steenwijkerland telt op 1 oktober 2020 869 2-en 3-jarigen. Dat zijn er 27 minder dan op 1 oktober 2018.Het aantal 2,5-jarigen is op 1 oktober 2020 196. (tabel 1) 21 4. Achtergrond informatie monitor 6. Dit aantal is gebaseerd op de specifieke uitkering onderwijsachterstandenbeleid 2019-2022. 20 Uit de trend in tabel 2 blijkt dat op basis van aantallen in de gemeente zelf, er een stijging heeft plaatsgevonden van 11% in 2019 naar 17% in 2020. Het is belangrijk om dit te volgen, omdat deze percentages de basis zijn voor de landelijke financiering voor onderwijsachterstanden. Het feit dat het percentage in Steenwijkerland boven de 15% is gestegen, betekent enerzijds dat het aantal kinderen met een risico op onderwijsachterstand hoger is dan waar landelijk van wordt uitgegaan, maar anderzijds blijft de financiering gebaseerd op 15%, terwijl de gemeente wel verplicht is alle kinderen een aanbod te doen om de achterstanden weg te werken of in te lopen. 4.1.5 Spreiding bereik (VVE- geïndiceerde) kinderen In figuur 1 wordt op een plattegrond van de gemeente Steenwijkerland per woonplaats het bereik het bereik van (VVE-geïndiceerde) peuters weergegeven. Hier wordt zichtbaar dat het grootste aantal VVE-geïndiceerde peuters wordt bereikt in Steenwijk en Vollenhove en het grootste aantal peuters in Steenwijk, Vollenhove en Oldemarkt.

4.1.6 VVE-geïndiceerde kinderen die niet worden bereikt met kwalitatief hoogwaardig aanbod Dit jaar is aan alle organisaties gevraagd of ze VVE- geïndiceerde kinderen opvangen, ook aan die locaties die geen VVE-aanbod bieden. Het blijkt dat er naast de 106 aanwezig VVE-geïndiceerde kinderen op locaties met aanbod voorschoolse educatie, nog 10 kinderen met een VVE-indicatie opgevangen werden in de kinderopvang, die geen voorschoolse educatie aanbieden. Dit maakt een totaal van 116 kinderen met een VVE-indicatie die in beeld zijn op de kinderopvang. Hieruit blijkt dat het totaal aantal kinderen met een VVE- indicatie die in beeld zijn bij de kinderopvang dit jaar hoger is 4.1.2 Het aantal VVE-geïndiceerde kinderen op peildatum 1 oktober 2020 Er zijn op peildatum 1 oktober 2020, 107 peuters in de leeftijd van 2,5 en 3 jaar geïndiceerd voor VVE (opgave GGD/JGZ). Dit is 17% van het totaal aantal 2,5- en 3-jarige peuters in de gemeente Steenwijkerland op 1 oktober 2020 (639). 4.1.3 Bereik van VVE-geïndiceerde peuters in de gemeente Het bereik is 106 VVE-geïndiceerde peuters, 25 2,5-jarigen en 59 3-jarigen (tabel 4). Dit aantal, afgezet tegen het daadwerkelijk aantal VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente, komt uit op een bereik van 99%. Dus 106 van de 107 geïndiceerde kinderen worden bereikt met voorschoolse educatie (VVE).

In 2020 liggen indicaties en bereik dus boven het streefbereik van 85. 4.1.4 Trend Tabel 2 geeft procentuele vergelijkingen weer ten opzichte van voorgaande jaren als het gaat om het aantal VVE-geïndiceerde peuters die worden bereikt ten opzichte van het streefbereik van 85 kinderen. Wanneer deze cijfers worden afgezet tegen de cijfers uit het landelijke dashboard onderwijs-achterstanden van het CBS, dan zien we het volgende. Landelijk gaat men er vanuit dat 15% van het aantal kinderen het percentage is met het hoogst risico op onderwijsachterstanden. In 2017 was dit percentage in Steenwijkerland 13%, in 2019 12%. 22 23 1000 900 800 700 600 500 400 300 200 100 0 2018 2019 2020 Tabel 2: totaal aantal 2- en 3-jarigen 2 jarigen 430 432 426 3 jarigen 466 440 442 totaal 896 872 869 Tabel 1: totaal aantal 2- en jarigen 5. Kwalitatief hoogwaardige locaties zijn locaties in de gemeente die voldoen aan de wettelijke eisen en de gemeentelijke kwaliteitseisen. Tabel 6: bereik VVE-geïndiceerde kinderen 2019 en 2020 ten opzichte van 2018 t.o.v. streefbereik van 85 % bereik VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente t.o.v.

het totaal aantal kinderen in de gemeente 3-jarige geïndiceerde kinderen % bereik VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente oktober 2018 7% 11% 68% 17% 125% oktober 2019 oktober 2020 Tabel 2: bereik VVE-geïndiceerde kinderen in 2019 en 2020 ten opzichte van 2018 t.o.v. streeftbereik van 85 24 dan het aantal daadwerkelijk kinderen met een VVE-indicatie volgens de GGD/JGZ (107 VVE-geïndiceerde kinderen). Het gaat om een aantal van 9 kinderen in de gemeente. Volgens de GGD/JGZ zijn er van deze 107 geïndiceerde kinderen, 22 kinderen die worden bereikt met aanbod VVE. Hieruit blijkt dat het aantal kinderen met een indicatie dat niet deelneemt volgens de GGD/JGZ, meer is dan er volgens de kinderopvang worden bereikt. Dit moet worden verklaard vanuit het feit dat niet alle 2,5- en 3-jarigen voor consult bij de GGD/ JGZ geweest. Wanneer ouders wel met hun kind komen, dan wordt navraag gedaan of het kind daadwerkelijk gebruik maakt van een VVE- aanbod. De vraag die in het kader van monitoren moet worden gesteld is of de gegevens van de GGD/JGZ wel moeten worden meegenomen. Anderzijds geeft het verschil ook aan dat de kinderopvang ook niet alle informatie heeft over indicaties. Het non bereik is niet zuiver.

4.1.7 Overige zaken met betrekking tot VVE-geïndiceerde kinderen in de gemeente Voortijdige uitstroom voorschoolse educatie In totaal zijn er 6 kinderen eerder dan de bereikte leeftijd van 4 jaar uitgestroomd uit het VVE- aanbod. In 2019 ging het om 4 kinderen. De redenen zijn dit jaar: verhuizing, de locatie kan geen 3 tot 4 ochtenden bieden maar elders in Steenwijk wel, ouders willen niet, keuze voor andere visie en in 2020 andere opvang in coronatijd. Dit jaar heeft er geen vervroegde uitstroom naar speciale opvang plaatsgevonden. Verzuim Dit wordt teruggegeven met geen verzuim, nihil en anderen geven aan weinig en klein en is hiermee vergelijkbaar met de monitor van 2019. Hierbij zijn twee opmerkingen geplaatst. • ‘Vorig jaar 1 gezin met regelmatig verzuim, maar wel goed contact met gezin, JVK en gezinsbegeleider. Loopt weer heel goed.’ • ‘Er is 1 geïndiceerd kind met veel verzuim en die niet wordt afgemeld’. Overstap van voor- naar vroegschool In totaal is dit door 20 van de 26 locaties ingevuld: 5 Locaties geven aan dat het niet bekend is en 1 locatie heeft niets ingevuld omdat deze in de loop van het jaar is gestart met VVE. Aan de locaties is gevraagd hoeveel VVE-geïndiceerde kinderen in de loop van het jaar (1 oktober tot 1 oktober) 4 jaar zijn geworden. In deze periode zijn dat 41 VVE- geïndiceerde peuters.

Van deze 41 VVE-geïndiceerde peuters zijn er 28 (67%) die een warme overdracht volgens het protocol van de gemeente hebben gehad naar het basisonderwijs. Voor in totaal 11 VVE-geïndiceerde peuters 25 Figuur 1: de spreiding van het bereik van (VVE-geïndiceerde) peuters over de gemeente. Blokzijl 27 4 Wanneperveen 16 5 Giethoorn 32 2 Steenwijk 267 54 Tuk 55 0 Steenwijkerwold 52 9 Steenwijkerwold 27 27 Willemsoord 13 4 Oldemarkt 74 7 Steerwolde 18 0 Kuinre 18 5 Eesveen 35 0 bereik totaal aantal peuters 2 en 3 jaar0 0 bereik VVE-geïndiceerde peuters en 3 jaar is een andere vorm van warme overdracht gekozen en van 2 VVE-geïndiceerde peuters weten we het niet. Van slechts 35 van de 41 VVE-geïndiceerde peuters die de overstap naar basisonderwijs hebben gemaakt, is aangegeven dat er 33 langer dan 6 maanden (27 kinderen langer dan 12 maanden) het educatieve programma hebben gevolgd en 2 korter dan 6 maanden. Niet alle locaties hebben deze vraag beantwoord. In totaal is deze vraag door 15 locaties (15 van de 26 ondervraagde locaties) beantwoord. 11 locaties geven aan dat er een doorgaande lijn is van voor- naar vroegschool op het gebied van pedagogisch- en didactisch handelen en 10 locaties geven aan dat er een doorgaande lijn is in het benaderen van de ouders. In 2018 gaven bijna alle locaties aan dat er een doorgaande lijn was.

Dit jaar is uitgevraagd hoe deze doorgaande lijn vorm krijgt. Hierna volgt de uitsplitsing over de verschillende vormen categorieën. (tabel 3) Pedagogisch didactische doorgaande lijn • Onderzoekend leren. • Overleg KDV en onderbouw. • Observatie Uk en Puk. • SLO-observatie. • Afstemmen en overleggen met de leerkracht van groep 1 en onze beleidsmedewerkster werkt als onderwijsondersteuner in de kleuterklas. • Door overleg met scholen. 26 Doorgaande lijn in het benaderen van ouders • Kik-gesprek met jeugdverpleegkundige GGD. • Door overleg • Normaal Kik-gesprek met jeugdverpleegkundige GGD, dat was in dit geval niet nodig. • 10-minuten gesprekken. • Voortgangsgesprekken, zorggesprekken, nieuwsbrief, klasbord. VVE-programma in de voorschoolse voorziening ‘Piramide’ en ‘Uk en Puk’ zijn twee methodes die vorig jaar werden genoemd en daar is dit jaar ook het programma ‘Startblokken’ bij gekomen. In 2018 was er nog een locatie met ‘Peuterplein’, maar deze wordt niet meer genoemd in 2019. Resultaatafspraken opbrengsten VVE Er heeft in 2020 een herijking van de resultaatafspraken plaatsgevonden. De resultaatafspraken zijn voorbereid in een subwerkgroep van onderwijs, kinderopvang, GGD/JGZ en gemeente. In 2021 zullen deze nader worden vastgesteld.

Deze herijking moet er toe leiden dat opbrengsten van VVE- geïndiceerde kinderen eind groep 2 in beeld gebracht worden, zodat ook mede hierdoor deze kinderen een goed vervolg krijgen vanaf groep 3. De partners GGD, kinderopvang en onderwijs volgen samen het gehele traject VVE (interventie VVE) waardoor verbeterpunten en kansen tot stand komen. 4.2 Beschikbare peuteropvang en bereik In dit hoofdstuk komt het bereik van peuters in de gemeente op 1 oktober 2020 aan de orde. De gemeente geeft aan dat de volgende maatregelen zijn genomen om aan de inspanningsverplichting te voldoen om witte vlekken te vermijden en zoveel mogelijk peuters naar een voorziening te krijgen. Sinds 2018 heeft de gemeente verschillende maatregelen genomen om het bereik onder peuters te stimuleren. Zo heeft de GGD/JGZ als niet alleen als indicatiesteller, maar ook als toeleider naar voorschoolse voorzieningen een bredere rol gekregen. Ouders worden actief gevraagd naar het gebruik van peuteropvang en worden actief verwezen naar kinderopvang in hun omgeving bijv. door het verstrekken van een informatiefolder. Het sociaal werk is ook actief betrokken bij het ondersteunen van ouders bij het aanvragen van bijv. kinderopvangtoeslag. En de kinderopvangsector zelf ondersteunt ouders met het maken van proefberekeningen of het aanbieden van gratis proef-ochtenden / meedraai ochtenden.

Tevens heeft de gemeente ‘het peuterboek cadeau’ 27 Tabel 7: De overstap van voor- naar vroegschool Overstap van voor- naar vroegschool aantal kinderen langer dan 6 maanden VE gevolgd korter dan 6 maanden VE gevolgd warme overdracht protocol gemeente warme overdracht anders dan protocol gemeente locaties met doorgaande lijn; pedagogisch en didactisch locaties met doorgaande lijn benadering ouders 2018 44 39 5 11 24 15 15 2020 41 33 2 28 11 11 10 2019 27 24 2 18 2 8 10 Tabel 3: De overstap van voor- naar vroegschool hebben de partners daardoor onjuist beantwoord, waardoor de informatie niet meegenomen kan worden. Dit moet hersteld worden in de uitvraag. 4.2.4 Aantal kinderen met een SMI-indicatie Aantal kinderen (met een SMI-indicatie) in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar op de kinderopvang-locaties, inclusief buitenschoolse opvang is op 1 oktober 2020 47. Dit is 14 meer dan op 1 oktober 2019. gefinancierd: iedere ingeschreven peuter bij een kinderopvang in Steenwijkerland, krijgt als hij/zij 2 jaar wordt een kinder- / voorleesboek. 4.2.1 Aantal peuters in de gemeente Het daadwerkelijke aantal 2- en 3-jarigen in de gemeente is op 1 oktober 2020 869 kinderen en daarmee zijn er volgens voorgaande berekening voldoende Kinderopvang plaatsen7 (901) beschikbaar in de gemeente.

4.2.2 Bereik van peuters in de gemeente met voorschoolse voorziening Het aantal kinderen dat wordt bereikt met voorschoolse voorziening is in 2020 qua aantal en percentage licht afgenomen. Het blijkt dat het percentage 81% is van het daadwerkelijke aantal 2- en 3-jarigen in de gemeente (869 kinderen) en daarmee 16 minder dan in 2019. Het bereik van het aantal peuters in de gemeente ligt in 2020 dus op 81%. Het non-bereik is dus 19%, terwijl het landelijke non-bereik ligt op 11% in 2019. Het aantal kinderen in de leeftijd van 2 en 3 jaar dat voortijdig de opvang heeft verlaten is 24. De aangegeven redenen hiervoor zijn: vervroegd naar de basisschool, verhuizing, andere visie dan eigen visie van organisatie, andere keuze onderwijs. 4.2.3 Aantal peuters met zorgindicaties De gemeente heeft - net als vorig jaar - in beeld gebracht hoeveel peuters met een indicatie voor zorgpeuteropvang er op de kinderopvang zijn. Het gaat om kinderen in de leeftijd van 2 en 3 jaar die deelnemen op 1 oktober 2020. Het aantal is veel hoger dan in 2019. Bij navraag blijkt dat niet alle organisaties bekend zijn met de mogelijkheid van zorgindicaties voor peuters. De vraag Tabel 8: aantal peuters in de gemeente 2-jarigen 3-jarigen Totaal oktober 2018 430 466 896 oktober 2019 432 440 872 oktober 2020 426 442 869 Tabel 4: aantal peuters in de gemeente 28 29 7.

Op basis van een eigen telling door de beleidsambtenaar begin 2019 via het LRK (Landelijke Register Kinderopvang) en rekening houdend met een bezettingsgraad van twee voor de dagopvang, kunnen er 901 peuters tussen de 2 en 4 jaar worden opgevangen in een voorschoolse voorziening in Steenwijkerland. Tabel 10: aantal kinderen met een SMI-indicatie 0-4 jarigen 4-12 jarigen Totaal oktober 2019 Niet bekend Niet bekend 33 oktober 2020 23 24 47 Tabel 10: aantal kinderen met een SMI-indicatieTabel 5: aantal kinderen met een SMI-indicatie Grootste aantal VVE geïndiceerde peuters wordt bereikt in Steenwijk en Vollenhove Grootste aantal peuters in Steenwijk, Vollenhove en Oldemarkt GOA Gemeentelijk Onderwijs Achterstanden GGD/JGZ Dit betreft de Jeugdgezondheidszorg (0-18 jaar) die is ondergebracht bij de GGD JVK Jeugdverpleegkundige KDV Kinderdagverblijf SLO(-observatie) Stichting Leerplan Ontwikkeling SMI-indicatie Sociaal Medische Indicatie VVE Voor en Vroegschoolse Educatie Bijlage: Afkortingenlijst 30

Opvoedingsbeleid Advies & projecten Cursus & trainingen Linderteseweg 56 8106 PB Marienheem tel. 06 18291938 e-mail: opvoeden@marionkogelmanbloo.nl Geregistreerd in het register Master-pedagoog SKJ en geregistreerd als NVO basis pedagoog bij de Nederlandse Vereniging van pedagogen en Onderwijskundigen (NVO). Marion Kogelman-Bloo Eigenheid in opvoeden en opvoedingsbeleid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/d6a739c8-8aed-4358-93de-80f6f084871a?agendaItemId=0af9cb9b-3ed9-40dd-98e7-761824c1648c