CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

16.0 LOGA - FLO-overgangsrecht_ nadere aanpassing levensloopsregeling.pdf

Raadsvergadering 15 oktober 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.034 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

U201900748 PROD College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting Eind 2017 bent u geïnformeerd over de (eerste) uitwerking van het Akkoord Reparatie FLO- overgangsrecht (hierna: Akkoord). Met de brief van 22 november 2018 (kenmerk: TAZ/U201801056) bent u nader geïnformeerd over de uitwerking van de afspraken ten aanzien van de levensloopregeling waarbij specifiek ingegaan wordt op de opbouw en inzet van de levenslooptegoeden in de periode 2019 tot 2022. Met deze brief wordt u geïnformeerd over de afspraken met betrekking tot de transitie van de levenslooptegoeden in verband met de beëindiging van de levensloopregeling op 1 januari 2022 voor brandweerpersoneel. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 26 september 2019 Kenmerk TAZ/U201900748/ Lbr:19/073/ CVA-LOGA 19/09 Telefoon 070 3738393 Bijlage(n) 1 Onderwerp FLO-overgangsrecht: nadere aanpassing levensloopsregeling (Hoofdstuk 9e CAR-UWO) U201900748 PROD College van Arbeidszaken / VNG Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, Eind 2017 bent u geïnformeerd over de (eerste) uitwerking van het Akkoord Reparatie FLO- overgangsrecht (hierna: Akkoord).

Met de brief van 22 november 2018 (kenmerk: TAZ/U201801056) bent u nader geïnformeerd over de uitwerking van de afspraken ten aanzien van de levensloopregeling waarbij specifiek ingegaan wordt op de opbouw en inzet van de levenslooptegoeden in de periode 2019 tot 2022. Met deze brief wordt u geïnformeerd over de afspraken met betrekking tot de transitie van de levenslooptegoeden in verband met de beëindiging van de levensloopregeling op 1 januari 2022 voor brandweerpersoneel. Afsluitend wordt u geïnformeerd over de definitieve afronding van de VOP-stortingen (Versterkt OuderdomsPensioen). Uitgangspunten Partijen hebben in 2018 onder andere afspraken gemaakt over de uitgangspunten voor de transitie van reeds opgebouwd levenslooptegoed naar een netto-spaarrekening. Deze uitgangspunten zijn: 1. Het saldo aan bruto levenslooptegoed in drie jaar gespreid fiscaal te belasten. 2. Een compensatieregeling voor medewerkers die als gevol g van de transitie van bruto levenslooptegoed naar netto-spaartegoed een financieel nadeel ondervinden. 3. Het doorstorten van de tegoeden onder 1 naar een rekening ‘netto FLO -spaartegoed’ op naam van de medewerker bij een nader aan te wijzen aanbieder als onderdeel van een nieuw te omschrijven LOGA-pad. 4. De voortzetting van het individueel sparen van tegoed en (voorheen levensloop bruto 210% op leeftijd 59, nu netto FLO-spaartegoed 225% op 55 jaar).

5. Een gelijkmatige spreiding van gespaard netto FLO- spaartegoed als onderdeel van de uit te betalen uitkering FLO-overgangsrecht. Aan de leden Datum 26 september 2019 Kenmerk TAZ/U201900748/ Lbr:19/073/ CVA-LOGA 19/09 Telefoon 070 3738393 Bijlage(n) 1 Onderwerp FLO -overgangsrecht: nadere aanpassing levensloopsregeling (Hoofdstuk 9e CAR-UWO) College voor Arbeidszaken / VNG 3/6 6. Een methodische gelijkschakeling voor niet-LOGA-pad volg ers van het hiervoor genoemde. 7. Een spijtoptantenregeling voor niet-LOGA-pad volger s om voor eigen rekening een netto- tegoed te kunnen storen op de rekening netto FLO-spaartegoed. 8. Het creëren van een mogelijkheid voor niet-LOGA-pad volgers om in afwijking van punt 6 ook te kunnen kiezen voor een kortere duur van de FLO-uitkering van 75% netto in plaats van een lagere uitkering over de gehele looptijd van de FLO-uitkering. Deze uitgangspunten zijn thans nader uitgewerkt of in proces weggezet. Einde levensloopregeling De levensloopregeling vervalt ingaande 1 januari 2022. Tot deze datum wordt van deze regeling maximaal gebruikt gemaakt. De levenslooptegoeden van de medewerkers die vóór 1 januari 2022 van het FLO-overgangsrecht gebruik zijn gaan maken, worden ingezet hetzij door het naar voren halen van de levensloopperiode hetzij door het inzetten van de tegoeden ter financiering van de FLO-aanspraken op 75% netto.

Niet Loga-pad volgers worden methodisch gelijk behandeld als de Loga-pad volgers. Om dit te realiseren zijn aanvullende afspraken gemaakt met Loyalis. Als op 1 januari 2022 het levenslooptegoed niet volledig is gebruikt ter financiering van de 75% netto FLO-aanspraken, dan wordt het restant levenslooptegoed fiscaal belast en gestort op de rekening netto FLO-spaartegoed en ingezet ter financiering van FLO-aanspraken vanaf 2022. Transitie levenslooptegoeden De bruto levenslooptegoeden van de medewerkers die vanaf 1 januari 2022 van het FLO- overgangsrecht gebruik gaan maken, worden in drie tranches (2019, 2010 en 2021) overgeheveld van bruto levenslooptegoeden naar netto FLO-spaartegoeden. Teneinde inhoud te geven aan deze afspraak is besloten om • de bij Loyalis opgebouwde bruto levenslooptegoeden vi a de salarisadministratie van de werkgever fiscaal te belasten en het netto resultaat (hierna: netto FLO-spaartegoed) over te maken naar een door de medewerker daarvoor te openen bankrekening (hierna: rekening netto FLO-spaartegoed) bij een bank/verzekeraar naar eigen keuze. De medewerker krijgt volledig eigen beschikkingsrecht over zijn spaargelden. Tegoed op het netto-aanvullingsplan van Loyalis (ook wel netto-polis genoemd) dient uiterlijk in december 2021 te zijn overgemaakt naar de rekening netto FLO-spaartegoed.

Dit betekent dat ingaande 1 januari 2022 afscheid is genomen van Loyalis als beheerder van de levensloopgelden en alle levenslooptegoeden, bruto en netto, zijn overgeheveld naar de rekening netto FLO-spaartegoed. • teneinde de fiscale- en inkomensconsequenties van het netto maken van de bruto levenslooptegoeden voor de medewerker te minimaliseren, is ervoor gekozen de bruto levenslooptegoeden in drie tranches over te hevelen naar een rekening netto FLO-spaartegoed t.w. aan het eind van de fiscale jaren 2019, 2020 en 2021. Daarbij zal met behulp van een door Deloitte ontwikkelde rekentool een dusdanige loonheffing plaatsvinden opdat een naheffing inkomstenbelasting vanwege de transitie voor de medewerker op grond van zijn inkomen dat aanspraak geeft op FLO-overgangsrecht, achterwege blijft. De medewerker dient hier wel toestemming voor te verlenen. De werkgever informeert (besluit) de medewerker per jaar over het netto FLO-spaartegoed dat is overgeheveld naar de rekening netto FLO-spaartegoed al dan niet na toepassing van meer in te houden loonheffing. Dat als gevolg van een eventuele hogere loonheffing het startsaldo op het netto spaartegoed lager wordt, is voor de medewerker niet nadelig.

Het is de plicht van de werkgever om zorg te dragen voor een netto eindsaldo op de rekening netto FLO-spaartegoed van 225% van het netto resultaat van de berekeningsgrondslag genoemd in artikel 9f:2 CAR-UWO berekend naar een netto-jaarinkomen in de maand dat de medewerker de leeftijd van 55 jaar bereikt. College voor Arbeidszaken / VNG 4/6 • de regels voor het volgen van het zgn. LOGA-pad aan te passen. Daartoe is hoofdstuk 9e op een aantal punten gewijzigd. • tijdens de uitkeringsperiode van het FLO-overgangsrecht spreekt de medewerker zijn netto FLO-spaartegoed aan. Dit tegoed wordt alsdan gedeeld door het aantal maanden van de uitkeringsperiode. Daarnaast ontvangt de medewerker van de werkgever nog een dusdanige bruto FLO-uitkering, zodat het maandelijkse ingezette netto FLO-spaartegoed aangevuld met de bruto uitkering van de werkgever tezamen inhoud geeft aan de 75% netto garantie (zie onderstaand voorbeeld). Voor medewerkers die in de periode september 2019 tot 1 januari 2022 van het FLO- overgangsrecht (lees: volledig buitengewoon verlof) gebruik gaan maken vindt de transitie van de levenslooptegoeden in aangepaste tranches plaats. LOGA-pad verlaters LOGA-pad verlaters blijven LOGA-pad verlaters maar worden in de gelegenheid gesteld voor eigen rekening gebruik te maken van de mogelijkheden als afgesproken voor de LOGA-pad volgers t.w.

inhouden meer loonbelasting als levenslooptegoeden bij andere verzekeraars dan bij Loyalis zijn ondergebracht. De werkgever berekent op gelijke wijze het netto startsaldo op 1 januari 2022, maar dan virtueel (d.w.z. het bedrag dat de medewerker gehad zou kunnen hebben als hij het LOGA-pad zou hebben gevolgd). Dit is noodzakelijk om ook voor deze medewerkers de hoogte van de maandelijkse werkgeversbijdrage FLO-spaar te kunnen bepalen alsmede het te bereiken eindsaldo op de leeftijd van 55 jaar van 225% netto. Het staat de medewerker vrij om op de spaarrekening voor eigen rekening bij te storten. Ervan uitgaande dat de medewerker geen spaartegoed heeft dat hij kan aanspreken tijdens de uitkeringsperiode van het FLO-overgangsrecht, ontstaat voor hem een volgend uitkeringsbeeld. De medewerker ontvangt van de werkgever dan een dusdanige bruto uitkering, zodat zijn virtuele maandelijkse netto spaardeel aangevuld met de bruto uitkering van de werkgever tezamen inhoud geeft aan de 75% netto garantie . Medewerkers die de voorkeur geven aan een kortere duur van de FLO-uitkering van 75% netto in plaats van een lagere uitkering over de gehele looptijd van de FLO-uitkering, kunnen hierom verzoeken. Er ontstaat het volgende uitkeringsbeeld:

College voor Arbeidszaken / VNG 5/6 Voorlichting Vanaf eind september tot en met half november 2019 houden werkgevers en vakbonden gezamenlijke voorlichtingsbijeenkomsten. De bijeenkomsten zijn bedoeld voor alle medewerkers die vallen onder het FLO-overgangsrecht 75% netto en op 1 augustus 2019 nog geen gebruik maken van het FLO-overgangsrecht. Diversen Partijen stellen nadere criteria vast voor het bepalen van de hoogte van maandelijkse spaar werkgeversbijdragen FLO-overgangsrecht, de te hanteren rentepercentages voor de berekening van het te bereiken tegoed van 225% netto op de leeftijd van 55 jaar, de kosten verbonden aan een extra te openen rekening en de wijze van berekening bij affinanciering (afkoop rechten). De uitvoering van deze beheerstaken liggen vanaf 1 januari 2022 bij de werkgever. De uitwerking van de door partijen overeengekomen 1% compensatieregeling zal plaatsvinden in 2020. Ditzelfde geldt voor de uitwerking van de afkoop FLO 60 jaar. Storting versterkt ouderdomspensioen (VOP) Per 2014 is het voor de meeste medewerkers, vanwege fiscale beperkingen, niet langer mogelijk om de storting versterkt ouderdomspensioen (VOP) in het geheel over te maken naar het ABP Extra Pensioen. De medewerker kon het VOP-bedrag dat aan hem ter beschikking werd gesteld uit laten betalen.

Partijen hebben werkgevers geadviseerd om, lopende de FLO-onderhandelingen, op verzoek van de medewerker het bruto VOP-bedrag tijdelijk op een tussenrekening te parkeren. Bij een onderhandelaarsakkoord waarbij het bedrag aan VOP zou moeten worden terugbetaald of ingezet in een bruto spaarvariant zou de medewerker hier dan alsnog voor kunnen kiezen. Met de transitie-afspraken over levensloopgelden en de netto-spaarvariant als alternatief voor de levensloopregeling is het Akkoord reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel op dit onderdeel volledig uitgewerkt. Hierbij is geen sprake van een terugbetaling van reeds ontvangen VOP gelden en is er eveneens geen spaarmogelijkheid van bruto-aanspraken. Voor medewerkers waarvoor het VOP-bedrag nog op een tussenrekening bij de werkgever staan, zijn er derhalve geen opties om het bedrag dat niet in het ABP Extra Pensioen kon worden gestort op een andere wijze in te zetten dan uit te laten betalen. Werkgevers worden geadviseerd het bedrag aan VOP dat nog voor de medewerker op een tussenrekening is geparkeerd uiterlijk met het salaris van december 2019 uit te betalen en betrokkene hierover te informeren. Eventueel kan de vrije ruimte bij het ABP voor het jaar 2019 nog worden benut voorafgaand aan de uitbetaling. De gewijzigde CAR-artikelen vindt u in de bijlage.

Inwerkingtreding De wijzigingen in de CAR-UWO treden per 1 oktober 2019 in werking. Rechtskrachtbepaling Op grond van de statuten van de VNG en het reglement van het CvA zijn gemeenten gehouden om uitvoering te geven aan de in het LOGA overeengekomen CAR-bepalingen en de nadien overeengekomen wijzigingen daarvan. Voor gemeenten die bij de UWO zijn aangesloten, geldt dat eveneens voor de zogenoemde UWO-bepalingen. De CAR en de UWO zijn geen CAO in de zin College voor Arbeidszaken / VNG 6/6 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst, waardoor overeengekomen wijzigingen niet rechtstreeks doorwerken in de aanstelling van individuele ambtenaren. Op grond van artikel 125 Ambtenarenwet en artikel 160 Gemeentewet is het college verplicht, respectievelijk bevoegd, voor gemeenteambtenaren een lokale arbeidsvoorwaarden- en rechtspositieregeling vast te stellen in de vorm van een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van artikel 107e Gemeentewet heeft de raad deze bevoegdheid voor de griffie. De gemeentelijke rechtspositieregeling is een algemeen verbindend voorschrift. Artikel 139 Gemeentewet bepaalt dat besluiten, die algemeen verbindende voorschriften inhouden, pas verbinden wanneer zij op de juiste manier zijn bekendgemaakt.

Sinds 1 januari 2014 dient dit te geschieden door vermelding in een elektronisch en algemeen toegankelijk gemeenteblad, overeenkomstig de ‘Regeling elektronische bekendmaking en beschikbaarste lling regelgeving decentrale overheden’. Met vriendelijke groet, Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden J. Jongepier Secretaris Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7e6918af-9138-41c3-8ccc-edd4abca9e0a?agendaItemId=17a1302f-18cb-459c-9cfb-dcead75b3378