CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

16.0 Informatienota 2020 - 6 - Analyse stijgende kosten Wmo.pdf

Raadsvergadering 10 maart 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken15.069 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000441/46 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 11 februari 2020 Beleid en Uitvoering - Samenleving en Ontwikkeling 3 2020_B&W_00044 Informatienota Analyse stijgende kosten Wmo - informeren Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw T. Bijl Zijn eveneens aanwezig: mevrouw H. Jong de, loco-secretaris Afwezig: mevrouw J. Groot de, Secretaris Samenvatting Vanaf 2015 zijn de gemeentelijke uitgaven vanuit de Wmo ieder jaar gestegen, met uitzondering van het jaar 2016. Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de (oplopende) uitgaven, is vorig jaar een kostenanalyse uitgevoerd. In de analyse is tevens een prognose van de uitgaven Wmo 2019 opgenomen. Deze laat ook een stijging zien. Bijgaande oplegger is een samenvatting van de analyse met de conclusies en opvallende zaken hieruit. Hoewel daaruit geen eenduidige oorzaak is voor de stijging van kosten naar voren komt, geeft de analyse enkele aangrijpingspunten voor beheersing van de uitgaven en het duurzaam houden van ons ondersteuningsstelsel. We willen ons in eerst instantie richten op de opvallende kosten van begeleiding in de leeftijdsgroep 18-27 jaar.

Informatienota Inleiding Met de komst van de Participatiewet, de Jeugdwet en de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) heeft de gemeente Steenwijkerland, net als in de andere gemeenten, te maken met grote veranderingen in het sociaal domein. Voor de Wmo kwam er een scala aan voorzieningen bij: begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en beschermd wonen. Dat kwam bovenop de ‘oude’ Wmo van huishoudelijke hulp, woon-, rolstoel- en vervoersvoorzieningen. Vanaf 2015 hebben we te maken met jaarlijks stijgende kosten binnen de Wmo. In 2019 is een analyse uitgevoerd op de uitgaven van de Wmo 2015 - 2018 en een prognose gemaakt voor het jaar 2019. Met deze nota wordt u geïnformeerd over de bevindingen van de analyse. Het volledige onderzoeksrapport (analyse) kunt u vinden in de bijlage bij deze informatienota. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000442/46 Kernboodschap Vanaf 2015 hebben we te maken met jaarlijks stijgende kosten. De verklaring voor de stijgingen verschilt per jaar. De uitgaven binnen de Wmo stijgen van € 8,25 miljoen in 2015 naar € 9,62 miljoen in 2018. De kosten voor de Wmo zijn in 2018 gestegen met 8,5% ten opzichte van 2017. We verwachten voor 2019 een stijging in de kosten van € 0,66 miljoen, voornamelijk door een stijging van de kosten voor huishoudelijke hulp (HH).

Om verder grip te krijgen op de ontwikkeling van de kosten, richten we ons de komende tijd met name op de groep 18-27 jarigen. Kosten Wmo (totaal). De kosten stijgen gemiddeld 5,6% per jaar, ofwel € 455.290 per jaar tussen 2015 en 2019. Tabel 1. Wmo op totaalniveau 2015 2016 2017 2018 Betaald bedrag € 8,25 M € 7,82 M € 8,87 M € 9,62 M - waarvan facturatie / vergoedingen € 7,18 M € 7,19 M € 7,79 M € 8,66 M - waarvan PGB’s € 1,07 M € 0,63 M € 1,09 M € 0,95 M Aantal cliënten 1 2103 2191 2510 2647 Algemeen beeld. In 2018 maakte ruim 2500 inwoners gebruik van een of meer Wmo voorzieningen. Iets meer dan de helft van de cliënten van de Wmo valt in de leeftijdscategorie 70-90 jaar, een derde van de uitgaven Wmo is gericht op inwoners in deze leeftijdsgroep. Oudere cliënten maken vooral gebruik van huishoudelijke hulp en ‘wonen, rollen, vervoer’. Deze voorzieningen zijn minder kostbaar dan de begeleiding waar relatief meer jongvolwassenen gebruik van maken. Het grootste gedeelte van het Wmo budget wordt door de jaren heen ingezet op individuele begeleiding, ca 50%; op totaalniveau. De gemiddelde duur van begeleiding is gedaald van 4 jaar naar 3 jaar. Opvallend is de groep jongvolwassenen (18-27 jaar) die begeleiding krijgt in het kader van de Wmo. Het gaat om een beperkte groep (5% van het totaal aantal cliënten) waaraan 11% van het budget wordt besteed.

Specifiek 18-jarigen krijgen veel begeleiding; naarmate de leeftijd hoger wordt, daalt niet het aantal cliënten, maar wel hun zorgkosten (de leeftijdscategorie 29- 39 jaar heeft in totaal een derde minder zorgkosten). Analyse van de kostenstijging. Om inzicht te krijgen in de oorzaken van de kostenstijging heeft de gemeente Steenwijkerland het uitgavenpatroon binnen de Wmo geanalyseerd. Uit de analyse komt naar voren dat er voor de stijgende kostende geen eenduidige oorzaak is. Elk jaar stijgt het aantal cliënten. Maar de grootste kostenstijging wordt ieder jaar door een andere oorzaak en binnen een andere College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000443/46 ondersteuningscategorie veroorzaakt. Diverse beleidswijzigingen van gemeente en rijk door de jaren heen, zijn mede van invloed geweest op de ontwikkeling van de kosten. Kostenstijging 2016 Een stijging van € 0,27 miljoen in begeleiding vanwege een ruime verdubbeling van het aantal cliënten. De totale uitgaven in 2016 stijgen niet in verband met een daling van € 0,69 miljoen op de huishoudelijke hulp (zie hieronder). Kostenstijging 2017 Een stijging van € 0,96 miljoen in de huishoudelijke hulp vanwege inkoop als maatwerkvoorziening. Vanaf maart 2015 kende Steenwijkerland een algemene voorziening voor schoonmaakondersteuning en (aanvullend) een maatwerkvoorziening “Regie op het huishouden” (“HH2”).

Voor de algemene voorziening financierde de gemeente een bemiddelingsbureau dat vraag en aanbod tussen hulpvrager en hulp verzorgde en die meestal als dienstverlener aan huis werkte. De inwoner betaalde de hulp zelf. Voor inwoners die dat niet konden betalen, was compensatie via de bijzondere bijstand mogelijk. In mei 2016 heeft de Centrale raad van Beroep een uitspraak gedaan die gevolgen had voor de inrichting van de hulp bij het huishouden, vallend onder de Wmo. Kern van de uitspraak was dat huishoudelijke hulp (HH) als gemeentelijke voorziening valt onder de werking van de Wmo 2015. Het is wel mogelijk deze hulp als een algemene voorziening aan te bieden, maar dan moet er sprake zijn van een contract tussen gemeenten en aanbieder, de algemene voorziening moet door of namens de overheid geleverd worden. Dat was in Steenwijkerland niet het geval omdat er sprake was van een contract tussen cliënt en aanbieder tegen betaling van een vol tarief en zonder tussenkomst van de gemeente. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeenteraad (juni 2016) gekozen om HH in het geheel te organiseren als een maatwerkvoorziening. Dat heeft geleid tot hogere kosten voor HH. Kostenstijging 2018 De grootste stijging in 2018 van € 0,27 miljoen is binnen Wonen Rollen Vervoer. Deze stijging is terug te voeren op vijf grote woningaanpassingen en is incidenteel van aard.

Prognose 2019 Voor 2019 verwachten we een forse stijging ten opzichte van 2018. Met name de kosten voor de HH stijgen, door een stijging van het aantal cliënten en door verhoging van de tarieven. Met name het aantal cliënten met HH neemt toe. Het is aannemelijk dat dit te maken heeft met de invoering van het abonnementstarief door het rijk. Het rijk heeft aangegeven de toename van cliënten vanwege de invoer van het abonnementstarief te compenseren, maar op dit moment is nog niet duidelijk wat deze compensatie gaat worden. De verdere analyse kunt u vinden in het onderzoeksrapport “Analyse kosten Wmo”. Deze is als bijlage toegevoegd. Consequenties voor de gemeente Grip op kosten We willen grip houden op de kosten van de WMO. Dat is de aanleiding tot dit onderzoek. Niet om te bezuinigen, maar om er voor te zorgen dat we onze inwoners kwalitatief goede ondersteuning kunnen blijven geven. Aangezien jaarlijks de kosten stijgen, net als het aantal cliënten, is dit van groot belang. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000444/46 Uit de analyse komt geen eenduidige oorzaak voor de stijging van kosten naar voren. In 2016 een verdubbeling van de cliënten, in 2017 de gevolgen van een rechterlijke uitspraak, in 2018 incidentele uitgaven en in 2019 verklaren de gevolgen van rijksbeleid een groot deel van de kostenstijging.

Hoewel er niet een oorzaak te geven is zien we wel enkele aangrijpingspunten voor beheersing van de uitgaven en het daarmee duurzaam houden van ons ondersteuningsstelsel: We willen ons in eerste instantie richten op de opvallende kosten van begeleiding in de leeftijdsgroep 18-27 jaar. Mogelijk zit hier een samenhang met de eerder gemaakt analyse voor jeugdhulp en eventuele aanvullende informatie vanuit de participatie-wet. Bij de analyse voor de jeugdhulp hebben al aangegeven nader in te gaan op de huishoudens die zowel vanuit de jeugdhulp, de Wmo en de participatiewet ondersteuning ontvangen. Mogelijk kan de ondersteuning voor deze huishoudens effectiever en efficiënter worden georganiseerd. Duidelijk is ook dat het complex aan oorzaken er niet toe leidt dat op korte termijn grote stappen gezet kunnen worden om de kosten voor de gewenste kwalitatief goede ondersteuning van onze inwoners te beperken. Het bieden van kwalitatief goede ondersteuning binnen de grenzen van de huidige budgetten, vraagt om oplossingen die bijdragen aan een duurzame grip op de kosten. Dit is een complexe opgave waarvoor we ons de komende jaren gesteld zien. En met ons veel andere gemeenten. Dit vergt een andere kijk op de rol van inwoners en van de gemeente en om andere oplossingen dan het huidige stelsel kunnen brengen.

Ter voorbereiding op het beleidsplan sociaal domein, willen we daarover met u in gesprek gaan. De VNG visitatiecommissie Jeugdhulp heeft, op ons verzoek, in Steenwijkerland onderzoek verricht naar de mogelijkheden om meer grip te krijgen op de kosten voor de Jeugdhulp. Daarbij zijn ook de kosten voor de WMO aan de orde gekomen. Zodra het rapport van de commissie beschikbaar is, zullen wij u dit toesturen. En met een plan van aanpak komen. Kanttekening De toename van de kosten voor HH, komen voort uit de vergrijzing en het steeds langer thuis blijven wonen van ouderen. Zonder inzet van HH zullen inwoners eerder aanspraak maken op thuiszorg en WLZ-zorg. Door de toename van de inzet van huishoudelijke hulp, dalen de kosten voor de zorg als geheel, maar stijgen de gemeentelijke kosten. Communicatie Niet van toepassing. Vervolg We richten ons in eerste instantie op de opvallende kosten van begeleiding in de leeftijdsgroep 18-27 jaar. We zullen u op de hoogte houden van dit verdiepingsonderzoek. Voor de kosten van de participatiewet verrichten we, net als voor de jeugdhulp en de WMO, ook een onderzoek naar de mogelijkheden om grip te krijgen op de kosten. Zodra dit onderzoek gereed is, zullen wij u dit toesturen. Besluit Beslispunt 1 Het college besluit de raadsinformatienota Analyse stijgende kosten Wmo vast te stellen.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000445/46 Bijlagen 1. Rapportage analyse WMO 2019.pdf Onderzoeksrapport naar de Wmo kosten van de gemeente Steenwijkerland van 2015 tot en met april 2019 29 oktober 2019 Joris Bolder Hinke van der Honing Dirk de Vries College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000446/46 2 Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................................ 3 Samenvatting ........................................................................................................................................................ 8 De Wmo-cliënten van Steenwijkerland ........................................................................................................... 10 Trends binnen de verschillende Wmo ondersteuningscategorieën ............................................................ 16 Prognose 2019 ..................................................................................................................................................... 22 Bevindingen van de toegang ............................................................................................................................

26 Bijlage 1 Toelichting kwaliteit van data .......................................................................................................... 27 Bijlage 2 Berekeningen van de analyse ............................................................................................................ 28 College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000447/46 3 1 Inleiding Algemene context Decentralisatie Met de komst van de Participatiewet, de Jeugdwet en de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) heeft de gemeente Steenwijkerland, net als in de andere gemeenten, te maken met grote veranderingen in het sociaal domein. Voor de Wmo kwam er een scala aan voorzieningen bij: begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en beschermd wonen. Dat kwam bovenop de ‘oude’ Wmo van huishoudelijke hulp, woonvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen en vervoersvoorzieningen. Nieuwe taken en bezuinigingen Alle veranderingen geven gemeenten de kans om het gehele aanbod in het sociaal domein beter op elkaar af te stemmen. Maar de veranderingen in 2015 betekenen ook een periode van onzekerheid. Door vertraging in de besluitvorming bleef het lang onduidelijk wat de veranderingen precies inhielden en wat de financiële risico’s waren. De nieuwe taken gingen gepaard met een behoorlijk pakket aan bezuinigingen.

Dat laatste vanuit de gedachte dat gemeenten in staat zijn te zorgen voor meer samenhang in het sociaal domein en hulp en ondersteuning dicht bij inwoners te organiseren. Hierdoor zouden gemeenten goedkoper kunnen werken. Voor de Wmo kregen de gemeenten meteen al te maken met een korting van 15 procent. Analyse Wmo 2015-2018 Dit rapport presenteert de analyse van de stijgende kosten in de gemeente Steenwijkerland van de Wmo in de jaren 2015 tot en 2018. We kijken naar het stijgen of dalen van de kosten op totaalniveau en zoeken vervolgens naar de oorzaak. Deze oorzaak kan liggen in specifieke ondersteuningstypen, leeftijdsgroepen of andere kenmerken. Daarnaast presenteren we een prognose van 2019. Ontwikkelingen De Wmo vóór 2015 De Wmo ondersteuning die vandaag de dag wordt ingezet, is ontstaan vanuit drie verschillende stromen. Als eerste de ‘oude’ Wmo voorzieningen, voorheen WVG (wet voorzieningen gehandicapten) die bestaan uit voorzieningen in het kader van Wonen, Rollen en Vervoer. In 1994 is de uitvoering van deze wet overgeheveld naar de gemeenten. De tweede voorzieningssoort is de huishoudelijke hulp of schoonmaakondersteuning. Deze wordt door de gemeente uitgevoerd sinds 2007 in het kader van de Wet Wmo.

Tot 2015 bestond deze uit Huishoudelijke Hulp 1 (HH1); schoonmaakondersteuning, en Huishoudelijke Hulp 2 (HH2) welke betrekking had op regie en ondersteuning bij het huishouden. De derde voorzieningssoort heeft betrekking op voorzieningen waarvan de uitvoering met de Nieuwe Wet Wmo sinds 2015 is overgebracht naar de gemeenten. Het gaat dan om begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf. Om te begrijpen waarom de Wmo voorzieningen nu zijn zoals ze zijn is het goed om de meest belangrijke ontwikkelingen hier te noemen. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000448/46 4 Wonen, Rollen en Vervoer Omdat de gemeente deze voorzieningen al langere tijd beschikt, is hier veel informatie over beschikbaar. Over het algemeen zijn er weinig mutaties in aantal uitgezette voorzieningen. De totale uitgaven in het kader van woonvoorzieningen variëren per jaar omdat er grote verschillen kunnen zijn in de soort voorziening die nodig is. Een verbouwing kost meer dan een installatie van een traplift en die kost weer meer dan het aanbrengen van een douchestoel. De afgelopen jaren (2015-2017) waren de uitgaven circa € 300.000. In 2018 echter is er meer dan € 500.000 uitgegeven. In de analyse wordt hier verder op ingegaan.

De uitgaven in het kader van de voorzieningen Rollen en Vervoer hangen voor een groot deel af van het contract dat met een leverancier is afgesloten. Enige jaren is de leverancier RSR geweest. In 2016 is bij een aanbesteding de leverancier gewijzigd en heeft het Hulpmiddelen Centrum vanaf maart 2017 een contract met de gemeente gekregen. Het resultaat van deze wijziging was enerzijds een verlaging van de uitgaven (door lagere vergoedingen) maar anderzijds was er steeds meer discussie tussen leverancier en gemeente over de uitvoering van het contract. Vandaar dat er in 2019 een nieuwe aanbesteding is geweest. Hieruit is RSR gekomen als nieuwe leverancier vanaf november 2019. Dit zal mogelijk wel tot een verhoging van de uitgaven leiden. Daarnaast bestaat de voorziening Vervoer uit de financiële tegemoetkoming die inwoners kunnen krijgen. De uitgaven in het kader van de voorzieningen Rollen en Vervoer lagen in de jaren 2015 en 2016 rond de 1,4 miljoen euro en in de jaren 2017 en 2018 rond de 1 miljoen euro. De genoemde aanbestedingen zijn samen met de gemeente Dronten, Urk en Noordoostpolder uitgevoerd. Het is niet mogelijk om deze voorzieningen via een Persoons Gebonden Budget (PGB; zie verder bij begrippen) te ontvangen. Bij het berekenen van de eigen bijdrage worden deze voorzieningen meegenomen, behalve de financiële tegemoetkoming in de vervoerskosten.

Huishoudelijke hulp In verband met een korting binnen de Huishoudelijke hulp van circa 40% op het budget van het Rijk per 1 januari 2015 is besloten om een deel van deze voorzieningen niet als maatwerkvoorziening voort te zetten maar deze onder te brengen bij de algemene voorzieningen. Eind september 2014 heeft de Raad besloten de oude HH2 voorziening via een beschikking te verstrekken als maatwerkvoorziening. De HH1 zou, voor nieuwe cliënten, vanaf 1 maart 2015 verstrekt worden als een algemene voorziening. Inwoners konden via de IGSD in sommige gevallen gecompenseerd worden voor de kosten van deze algemene voorziening. Bestaande cliënten kregen een uitloop tot 1 juli 2015. Daarna werd de maatwerkvoorziening omgezet naar een algemene voorziening. Inwoners hoefden geen eigen bijdrage te betalen bij het gebruik van deze algemene voorziening. Vanaf 1 januari 2017 was het niet meer mogelijk de huishoudelijke hulp via een algemene voorziening te verstrekken en vanaf dat moment zijn de schoonmaakondersteuning (voorheen HH1) en de voorziening ‘regie en zorg’ (voorheen HH2) via een beschikking verstrekt als maatwerkvoorziening. Vanaf dat moment werd de verstrekte voorziening ook weer meegenomen in de berekening van de eigen bijdrage. De uitvoering van de compensatieregeling voor de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp lag bij de IGSD.

Over deze periode zijn wel financiële gegevens bekend maar geen aantallen. De uitgaven in het kader van huishoudelijke hulp hebben de afgelopen jaren (vanaf 2015) geschommeld tussen de 2,1 (2016) en 3,1 miljoen euro (2018). De huishoudelijke hulp wordt ook via aanbestedingen toegekend aan een leverancier. Tot en met juli 2015 was met name ZONL de aanbieder (circa 90% van totaal) die deze voorzieningen verzorgde. De zorgaanbieders krijgen een afgesproken vergoeding per uur (PxQ). Vanaf 1 januari 2017 zijn er contracten afgesloten met 6 leveranciers. Vanaf dat moment is PVGZ de grootste aanbieder. De aanbestedingen zijn samen met de gemeenten Urk en Noordoospolder uitgevoerd. Het is mogelijk om deze voorzieningen via een PGB te ontvangen. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_000449/46 5 Begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf Vanaf 2015 heeft de gemeente taken gekregen in het kader van de nieuwe Wmo. Tot dat moment werden deze taken uitgevoerd door de provincie. Gemeenten moesten vanaf dat moment zelf contracten afsluiten met de aanbieders. In deze contracten werden o.a. afspraken gemaakt over de af te nemen producten, de prijzen per product en de wijze van verantwoording van de productie. Met het overhevelen van deze taken naar de gemeente heeft het Rijk direct een korting op het budget toegepast.

Het was dan ook erg belangrijk om goede prijsafspraken te maken met de zorgaanbieders. De gemeente Steenwijkerland heeft bij de eerste contracten een scherpe prijsafspraak weten te maken. Uitgaven in dat eerste jaar voor de 8 afgesproken producten (Ondersteuning Maatschappelijk Deelname met licht/midden/zwaar, Ondersteuning zelfstandig leven met licht/midden/zwaar, Vervoer en Kortdurend verblijf) kwamen uit op circa 3,4 miljoen euro. In 2017 is er, onder andere door een komende Algemene maatregel van bestuur (zie hieronder) een nieuwe aanbesteding geweest. Deze aanbesteding is geheel samen met de aanbieders doorlopen. In plaats van de oude financieringsmethodiek van PxQ (prijs maal kwantiteit, oftewel tarief maal aantal uren) is besloten vanaf 2018 te gaan werken met een vorm van budgetfinanciering. Per cliënt wordt een prijs afgesproken (op basis van een gemiddeld aantal uren) per maand. Zolang die cliënt in zorg is kan de maandprijs worden gefactureerd door de aanbieder. Vanaf dat moment wordt er ook maar 1 product geregistreerd, namelijk Begeleiding. Zichtbaar is een stijging in de kosten van 3,4 miljoen (2015) naar rond de 4,9 miljoen in 2018. Aangezien er geen sprake is van een stijging in het aantal uitgezette voorzieningen is het gevoel dat de uitgaven stijging vooral veroorzaakt wordt door de nieuwe wijze van inkoop.

De gemeente werkt, bij de aanbesteding, niet samen met andere gemeenten. Het is mogelijk om deze voorzieningen via een PGB te ontvangen. Bij het berekenen van de eigen bijdrage worden deze voorzieningen meegenomen. Externe ontwikkelingen Relevant voor de uitvoering van de Wmo zijn met name ontwikkelingen van (A) de AMvB reële prijs Wmo, en (B) het gewijzigde abonnementstarief per 2019. Algemene Maatregel van Bestuur reële prijs Wmo De aanleiding voor de AMvB is de hoogte van de vergoedingen die gemeenten en aanbieders hanteren voor dienstverlening in het kader van maatschappelijke ondersteuning. Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor de Wmo ondersteuning, zijn volgens het Rijk de gemiddelde vergoedingen die gemeenten en aanbieders overeenkomen gedaald. Het Rijk was van mening dat daar waar vergoedingen te hoog waren en de prijs kon dalen door efficiënter werken en het toepassen van innovatie, dit positief was voor cliënten en de beheersing van de financiële uitgaven van de overheid. De prijsontwikkeling van de afgelopen jaren leidde echter volgens het Rijk ook tot negatieve gevolgen. Aanbieders hebben zorgen geuit over de kwaliteit en continuïteit van deze dienstverlening. Een race naar de bodem werd door alle partijen als onwenselijk beschouwd.

Vandaar dat gemeenteraden verplicht zijn tot het stellen van regels voor een goede verhouding tussen prijs en kwaliteit van een voorziening. De raad in Steenwijkerland heeft dit bij de laatste wijziging van de Wmo-verordening meegenomen. Zoals eerder gemeld is de gemeente Steenwijkerland al bij de aanbesteding van het product Begeleiding in 2017 uitgegaan van de AMvB en is, samen met de aanbieders, een reële kostprijs College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004410/46 6 bepaald. Voor de schoonmaakondersteuning is bij de aanbesteding eind 2018 een reële kostprijs bepaald. Dit heeft toen geleid tot hogere tarieven voor de dienstverlening. Abonnementstarief Vanaf 1 januari 2019 is de eigen bijdrage voor de gemeentelijke hulp, zorg en ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gewijzigd. Dat betekent een eigen bijdrage van maximaal € 17,50 per 4 weken. Voorheen werd gekeken naar inkomen of vermogen bij de berekening van de eigen bijdrage. De achterliggende gedachte bij de invoering van het abonnementstarief is dat mensen met een beperking of chronische ziekte te maken kregen met een stapeling van zorgkosten en eigen bijdragen, zoals voor de Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet of het eigen risico voor de zorgverzekering.

Sommige huishoudens moesten daardoor duizenden euro’s per jaar extra bijdragen aan noodzakelijke zorg en ondersteuning. De invoering van het abonnementstarief voor Wmo- voorzieningen is de eerste stap naar het financieel toegankelijk houden van zorg en ondersteuning. In 2019 geldt het abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de Wmo. Denk bij maatwerk aan zorg, begeleiding, woningaanpassingen, huishoudelijke hulp en hulpmiddelen. Uitgezonderd zijn beschermd wonen en opvang. Begrippen Persoonsgebonden budgetten (PGB’s) zijn individueel toegewezen budgetten aan cliënten waarmee de cliënt zelf kiest welke ondersteuning er wordt ingekocht. De gemeentelijke toegang geeft, in plaats van een indicatie bij een specifieke Wmo aanbieder, een budget af bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB betaalt de budgetten uit aan de Wmo aanbieder, na indiening van een factuur. In deze analyse zijn alle cijfers inclusief PGB budgetten en cliënten berekend, tenzij anders vermeld. Begeleiding (BG) betreft de ondersteuning om te komen tot zelfredzaamheid bij dagelijkse werkzaamheden. Naast de individuele begeleiding plaatsen wij ook dagbesteding (inclusief vervoer van en naar de dagbesteding) en kortdurend verblijf (zie hieronder) onder de overkoepelende categorie ‘Begeleiding’.

Kortdurend verblijf (KDV), ook wel respijtzorg genoemd, is tijdelijke opvang met overnachting ter ontlasting van mantelzorgers en/of gezinsleden. Hoewel de kosten binnen deze categorie nog zeer beperkt zijn wordt deze alvast gemonitord omdat we de komende jaren een kostenstijging verwachten doordat het aanbod van instellingen met verblijf uitbreidt. Huishoudelijke hulp (HH) is ondersteuning bij het doen van het huishouden om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Gemeenten zijn sinds 2007 verantwoordelijk voor de Huishoudelijke Hulp (en het Wonen Rollen Vervoer). Huishoudelijke Hulp bestaat uit twee onderdelen: 1. Maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning (voorheen HH1) bestaat uit licht en zwaar huishoudelijk werk, verzorging kleding/linnengoed en het doen van boodschappen voor het dagelijks leven. 2. Maatwerkvoorziening ondersteuning regie/zorg (voorheen HH2) bestaat uit één of meer van de volgende activiteiten: - Maaltijdverzorging (broodmaaltijd en/of warme maaltijd) College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004411/46 7 - Opvang en/of verzorging van kinderen bij uitval van één van de ouders (waarbij de kinderopvang een voorliggende voorziening is) - Organisatie van het huishouden - Instructie, advies en voorlichting gericht op het huishouden Mantelzorgwaarderingen zijn de jaarlijkse vergoedingen van € 100 aan mantelzorgers (MZ).

Deze kosten worden altijd geregistreerd op de verzorger in plaats van de cliënt, waardoor de afnemers van deze zorg niet beeld zijn. De cliëntenaantallen in dit rapport zijn dus altijd exclusief deze categorie. Overigens worden de mantelzorgers, die zelf geen cliënt zijn maar wel in beeld zijn, ook niet tot Wmo aanbieders gerekend. Beschermd Wonen (BW) is wonen in een instelling wanneer de cliënt ook met ambulante ondersteuning niet zelfstandig meer kan wonen. Het toekennen en betalen van Beschermd Wonen wordt uitgevoerd door centrumgemeente Zwolle, waarbij ook het Beschermd Wonen- budget van het Rijk rechtstreeks naar de centrumgemeente wordt overgemaakt. Als gevolg daarvan is er weinig inzicht in de aantallen cliënten en de betaalde ondersteuning. Beschermd Wonen valt als enige Wmo categorie volledig buiten deze analyse. Kwaliteit van data Niet alle gegevens waren voorhanden en dat heeft helaas geleidt tot een aantal trendbreuken. Desondanks is het gelukt om de kosten volledig in beeld te krijgen, en op correcte wijze uit te splitsen per jaar en per ondersteuningscategorie. Voor andere data, zoals cliëntgegevens, gaven de belangrijkste jaren 2017 en 2018 toch ook een prima beeld om alsnog oorzaken te analyseren en conclusies te trekken. Een toelichting op de specifieke kwaliteit van data per ondersteuningscategorie en per periode is te lezen in bijlage 1.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004412/46 8 Samenvatting De conclusies van dit rapport in hoofdpunten:  De kosten stegen ieder jaar, behalve in 2016. Tussen 2015 en 2018 was de stijging gemiddeld +5,6% per jaar, ofwel € +455.290,-.  De cliëntenaantallen stegen ook ieder jaar, zelfs in 2016. Voor een deel kan dat komen door de onvolledige cliëntengegevens van 2015 en 2016. Als we naar de meest betrouwbare data kijken zien we tussen 2017 en 2018 het cliëntenaantal met +137 ( +5,5 %) toenemen.  De grootste kostenstijging wordt ieder jaar door een andere oorzaak binnen een andere ondersteuningscategorie veroorzaakt. In 2016 was dat Begeleiding, in 2017 Huishoudelijke hulp, in 2018 Wonen Rollen Vervoer. Er is wat dat betreft géén eenduidige oorzaak aan te wijzen voor de kostenstijgingen per jaar: 2016 € + 0,28 miljoen in Begeleiding ontstaan door een ruime verdubbeling van het aantal cliënten, hoewel deze kostenstijging ruimschoots wordt gecompenseerd door een daling van € - 0,69 miljoen in Huishoudelijke Hulp waarvan verder geen gegevens bekend zijn omdat de uitvoering bij een externe partij lag. 2017 € + 0,96 miljoen in Huishoudelijke Hulp waarbij de gemeente met ingang van dit jaar de uitvoering overneemt van een externe partij om over te gaan op reguliere ZIN inkoop.

2018 € + 0,27 miljoen in WRV waar 5 dure woningaanpassingen de kosten eenmalig opdrijven.  Een prognose van de kosten van 2019 presenteren we in het hoofdstuk ‘Prognose 2019’. Daarin komen de totale Wmo kosten uit op € 10,28 miljoen, wat een stijging zou zijn ten opzichte van 2018 (€ + 0,66 miljoen, +6,9 %). Vooral de kosten van de Huishoudelijke Hulp vallen daarbij op omdat ze volgens de berekening stijgen met ruim een miljoen (€ + 0,77 miljoen, +25,9 %). Dat komt door een stijging van het aantal cliënten (€ + 0,18 miljoen) en door verhoging van de tarieven (€ + 0,60 miljoen). De stijging van het aantal cliënten zou te wijten zijn aan de invoering van het abonnementstarief. Daarnaast is er sprake van lagere kosten bij Wonen, Rollen, Vervoer (€ - 0,18 miljoen, -12,3%) College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004413/46 9 Tabel 1. Wmo op totaalniveau 2015 2016 2017 2018 Betaald bedrag € 8,25 M € 7,82 M € 8,87 M € 9,62 M - waarvan facturatie / vergoedingen € 7,18 M € 7,19 M € 7,79 M € 8,66 M - waarvan PGB’s € 1,07 M € 0,63 M € 1,09 M € 0,95 M Aantal cliënten 1 2103 2191 2510 2647 Gemiddeld bedrag per cliënt 1 2 € 1.615 € 2.565 € 3.480 € 3.577 M = miljoen 1 Van 2015 en 2016 zijn niet alle cliënten bekend. Deze cliëntgegevens zijn niet vergelijkbaar met latere jaren.

2 Exclusief kosten waarvan geen cliëntgegevens bekend zijn Alle bedragen en aantallen zijn exclusief Beschermd Wonen en inclusief alle andere Wmo categorieën We zien dat de oorzaak van de kostenstijging over de jaren heen versplinterd raakt. In de volgende paragrafen gaan we het geheel van de Wmo kosten daarom vanuit verschillende hoeken benaderen. Eerst kijken we naar de cliëntkenmerken, daarna naar de ondersteuningscategorieën. Grafiek 1. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004414/46 10 De Wmo-cliënten van Steenwijkerland In dit hoofdstuk laten we de cliëntenaantallen, in- en uitstroom, kosten per cliënt en leeftijd aan bod komen om een de administratieve kant van de Steenwijkerlandse Wmo-cliënt in beeld te krijgen. Aantallen Gemiddeld waren er tussen 2015 en 2018 in Steenwijkerland jaarlijks 2362 unieke Wmo cliënten met ondersteuning (exclusief een voor deze analyse onbekend aantal cliënten beschermd wonen en exclusief jaarlijks ongeveer 850 mantelzorgontvangers). In grafiek 2 verdelen we die naar hun categorie, waarbij een cliënt met meerdere indicaties dus ook tot meerdere categorieën gerekend wordt. Zoals in het vorige hoofdstuk genoemd neemt het cliëntenaantal jaarlijks toe, maar is er sprake van onvolledige cliëntengegevens van 2015 en 2016.

De meest betrouwbare jaren zijn 2017 en 2018, daarin stijgt het cliëntenaantal met +137 ( + 5,5 %). Cliënten zijn dubbel gerekend wanneer ze binnen meerdere categorieën ondersteuning hebben, of binnen verschillende subcategorieën zoals Wonen en Rollen. De totale hoogte van de grafiek geeft dus geen goed beeld van het werkelijk cliëntentotaal. In grafiek 2 en de cijfers van tabel 2 zien we duidelijk terug dat in 2016 het aantal Huishoudelijke Hulp cliënten geen realistische waarde toont. Omdat de uitvoering van Huishoudelijke Hulp die periode als algemene voorziening werd ingezet beschikt de gemeente hiervan niet over de cliëntengegevens (evenals de HH-cliënten die eind 2015 instroomden). Het werkelijke aantal cliënten zal ongeveer rond de stippellijn hebben gelopen. Buiten de onmeetbare categorie Huishoudelijke Hulp om blijft het aantal cliënten tussen 2016 en 2017 met -0,9 % ongeveer gelijk. Naar 2018 toe stijgt het aantal cliënten weer over alle categorieën. Zo vinden we ieder jaar wisselende oorzaken voor de cliëntenaantallen. Grafiek 2. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004415/46 11 Tabel 2.

Aantal cliënten met Wmo ondersteuning 2015 2016 2017 2018 Alle jaren Begeleiding (BG, DB, VD) 321 662 705 762 1209 Huishoudelijke Hulp 1071 316 1073 1196 1870 Wonen Rollen Vervoer 1333 1565 1519 1501 2079 Totaal 2103 2191 2510 2647 3816 Bij het tellen van unieke cliënten is een ‘totaal’ altijd minder dan de som van zijn delen, omdat één unieke cliënt voor iedere subcategorie opnieuw wordt meegeteld. In en uitstroom De instroom en uitstroom zijn in grafiek 3 weergegeven. Opnieuw moet gezegd worden dat de cliëntenaantallen van 2015 en 2016 onvolledig zijn, waardoor de cliëntentoename van 2017 groter lijkt dan hij daadwerkelijk is. Van Q4 2015 en heel 2016 ontbreekt een onbekend aantal cliënten met Huishoudelijke Hulp. Gemiddeld neemt het aantal unieke Wmo cliënten ieder jaar toe. Hoewel de instroom jaarlijks afneemt is de uitstroom nog altijd veel lager dan de instroom, dat blijft voor een netto toename zorgen. De toename van 2017 naar 2018 beschouwen we als maatgevend omdat van deze jaren de data volledig is. Het cliëntenaantal steeg met 5,5% terwijl er inhoudelijk weinig veranderde aan het ondersteuningsaanbod in de Wmo. We zien dat de cliënten die in 2015 in beeld waren, meer dan vier jaar nodig hebben om voor de helft te zijn uitgestroomd. We tellen ieder jaar steeds meer cliënten, maar steeds minder uitstroom Grafiek 3.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004416/46 12 (van 589 uitgestroomde cliënten in 2015 naar 355 in 2017). Dat laat zien dat cliënten steeds langer ondersteuning ontvangen. In dit geval hebben de onvolledige cliëntengegevens van 2015 en 2016 weinig invloed op deze trend van langdurige ondersteuning. De financiële waarde die deze cliënten vertegenwoordigen komt in grote lijnen overeen met hun aantallen, afgezien van 2015 en 2016. Exclusief kosten waarvan geen cliëntgegevens bekend zijn In tegenstelling tot de vorige grafiek zijn de kosten van de Huishoudelijke hulp ook in Q4 2015 en 2016 volledig Kosten per cliënt Wat kost een Wmo cliënt gemiddeld? En hoeveel gemiddeld per jaar? Laten we 2015 en 2016 buiten beschouwing vanwege onvolledige gegevens dan ligt het gemiddelde rond de € 3.500 per cliënt per jaar. In tabel 3 wordt dit uitgesplitst naar de verschillende categorieën. Tabel 3. Gemiddelde cliëntkosten per categorie 2015 2016 2017 2018 Begeleiding € 6.192 € 6.091 € 6.796 € 6.584 Huishoudelijke Hulp € 684 € 1.126 € 2.544 € 2.486 Wonen Rollen Vervoer € 508 € 787 € 794 € 976 Totaal gemiddelde € 1.615 € 2.565 € 3.480 € 3.577 Van Q4 2015 en heel 2016 ontbreken de gegevens bij een onbekend aantal cliënten met Huishoudelijke Hulp Grafiek 4.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004417/46 13 Het gemiddelde ligt dus rond de € 3.500. Er is sprake van uitschieters naar boven en beneden. Zo is er aan één cliënt van de Wmo een bedrag van € 77.000 besteed aan ondersteuning. In totaal waren er in 2018 vijf cliënten waarbij de kosten voor de ondersteuning boven de € 50.000,- uitkwam. In vier van de vijf gevallen verklaart een kostbare woningaanpassing het hoge budget, in één geval ging het om zeer intensieve begeleiding. Leeftijd Vanaf 2015 werden ieder jaar de meeste kosten gemaakt door cliënten tussen de 82 en 84 jaar. De meest voorkomende leeftijd lag tussen de 83-85 jaar. Hoewel alle volwassen inwoners in aanmerking komen voor Wmo ondersteuning, ligt het zwaartepunt van de Wmo ondersteuning dus bij cliënten van de hoogste leeftijdscategorie. Toch verdient ook de groep jongvolwassenen zekere aandacht. Exclusief kosten waarvan geen cliëntgegevens bekend zijn Ieder opvolgend levensjaar dat een cliënt ondersteuning ontving telt opnieuw mee als een cliënt in de lijn ‘Alle jaren’ De meeste Wmo-kosten worden gemaakt door cliënten in de leeftijd van 70-90. Iets meer dan de helft van alle cliënten valt in deze groep, en zij vertegenwoordigen ruim een derde van de kosten (39 %).

Verder valt de groep jongvolwassenen op die van hun 18de tot en met 26de ruim 11 % van de kosten maken, terwijl zij zeer beperkt in aantal zijn (5,2 %). Koplopers zijn de 19-jarigen, die ruim 2,5 maal kostbaarder zijn dan de populatie die ze vertegenwoordigen. De kosten die jongvolwassenen maken vallen ieder jaar voor 85 tot 95 % onder Begeleiding, een structurele oververtegenwoordiging in deze categorie. Het ontbreken van cliëntgegevens uit 2015 en 2016 heeft daarop nauwelijks effect als we het paar jaar vergelijken. Voor grip op de Wmo financiën vraagt de doelgroep jongvolwassenen dus extra aandacht. Grafiek 5. Grafiek 6. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004418/46 14 De gemiddelde leeftijd schommelde de afgelopen jaren, met een piek in 2015 (72,0) en een dal in 2016 (65,9). Hier geldt wel dat de onvolledige cliëntgegevens van 2015 en 2016 mogelijk de oudere cliënten laten oververtegenwoordigen in die jaren. Tabel 4. Gemiddelde leeftijd 2015 2016 2017 2018 Alle jaren 72,0 65,9 67,6 66,3 68,4 De analyse toont aan dat de gemiddelde cliëntkosten dalen met de leeftijd, weergegeven in grafiek 11. Dat is in tegenstelling tot onze gevoelsmatige verwachtingen, want van oudere cliënten verwachten we meer klachten en dus frequentere en duurdere hulptrajecten.

Dat we nu het tegenovergestelde zien komt doordat de ondersteuning die voornamelijk door oudere cliënten wordt Grafiek 7. Grafiek 8. Grafiek 9. Grafiek 10. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004419/46 15 gebruikt, zoals Huishoudelijke Hulp en WRV, per cliënt gemiddeld een stuk minder kostbaar is dan de Begeleiding waar relatief meer jongvolwassenen gebruik van maken. Er is voor een selectie op de leeftijd 18 tot 99 gekozen omdat het aantal kinderen en het aantal 100-plussers erg laag is. Binnen de getoonde selectie 18 - 99 zijn er minstens 400 cliënten voor een specifieke leeftijd, buiten de selectie zijn dat er nog niet de helft, soms maar een handjevol. Het gevolg van lage cliëntenaantallen is dat de gemiddelde kosten erg fluctueren bij de instroom of uitstroom van één enkele dure cliënt. Zo’n fluctuerend beeld is ongeschikt voor een vergelijking met het stabiele beeld van ‘de massa’. Bij de conclusies van de verschillende leeftijdsgroepen hoort de vraag welke invloed de vergrijzing die Steenwijkerland (en Nederland) staat te wachten op deze conclusies heeft. Over de vergrijzing is al eerder iets gezegd in het Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2020 van juli 2016: Ook het CBS projecteert significante vergrijzingscijfers op de toekomst, weliswaar op landelijk niveau van zowel stad als platteland, en voor een andere leeftijdsgroep (65+’ers).

Tabel 5. CBS cijfers landelijke bevolkingsprognose 2019-2060 uit 2018 2005 … 2015 … 2019 2020 … 2025 … 2040 Percentage 65+’ers onder de bevolking 14,0 % 17,8 % 19,2 % 20,2 % 21,4 % 26,1 % Welke mate van vergrijzing Steenwijkerland precies te wachten staat maakt geen onderdeel uit van deze analyse. Voor nu stellen we vast dat Steenwijkerland in significante mate verder zal vergrijzen en de Wmo kosten daarmee zullen toenemen. In Steenwijkerland neemt het aantal ouderen (leeftijdscategorie 75-80 jarigen) [in de periode 2015 – 2025] met 56% toe (van 1.600 inwoners in 2015, naar 2.500 inwoners in 2025). ]. Grafiek 11. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004420/46 16 Trends binnen de verschillende Wmo ondersteuningscategorieën Om een beeld te krijgen van de trends die over alle jaren heen de kosten opdrijven, presenteren we een analyse per ondersteuningscategorie, in plaats van een analyse per jaar. We zoomen in op de drie categorieën Begeleiding, Huishoudelijke Hulp en Wonen Rollen Vervoer, omdat deze voor het Wmo budget toonaangevend zijn. Categorie Begeleiding Ieder jaar gaat het grootste gedeelte van het budget naar de categorie begeleiding, jaarlijks 49 tot 54 procent van het totale Wmo budget (exclusief Beschermd Wonen). Wijzigingen en trends binnen de Begeleiding hebben dus meteen impact op de totale kosten. Tabel 6.

Kosten binnen de categorie Begeleiding 2015 2016 2017 2018 Kosten € 3.983.173 € 4.251.611 € 4.747.794 € 4.896.407 Verschil € + 0 € + 268.438 € + 496.183 € + 148.613 De gemiddelde kosten per cliënt met begeleiding waren in 2017 het hoogst, zoals tabel 7 laat zien. De dagbesteding en het vervoer bleef per cliënt gelijk, maar de zware individuele/groeps-begeleiding werd gemiddeld een stuk kostbaarder (ongeveer +13 %). Dit kwam voor de helft door de cliëntengroei (+6,5 %), en voor de andere helft door langere of intensievere trajecten. Ook de PGB’ers waren in 2017 gemiddeld het kostbaarst. Tabel 7. Kosten per cliënt 2015 2016 2017 2018 Begeleiding € 6.292 € 5.099 € 5.769 € 6.426 Dagbesteding € 4.575 € 6.395 € 6.376 € - Vervoer € - € 461 € 490 € - Kortdurend Verblijf € 1.685 € 1.225 € 837 € 5.837 Gemiddeld totaal € 6.192 € 6.091 € 6.796 € 6.548 In 2015 waren bij een groot deel van het budget ( 47,5%) door onvolledige registratie van facturen niet de cliëntgegevens bekend. Alleen over het bekende deel zijn de gemiddelde kosten berekend. Cliënten hebben vaak een combinatie van begeleiding, dagbesteding en vervoer. Daardoor kunnen de totale gemiddelde kosten van een jaar hoger liggen dan per onderliggende categorie. Met name in 2017 was de stapeling hoog, 32% van de cliënten overlapte tussen de subcategorieën. Vanaf 2018 is de stapeling niet meer meetbaar.

Ongeveer 21 procent van de cliënten maakten in de meetbare jaren 2016 en 2017 gebruik van vervoer (van en naar dagbesteding of begeleiding). We zien in grafiek 12 dat de instroom hoger ligt dan de uitstroom, wat leidt tot een netto toename van cliënten. In vergelijking met de doorstroom op Wmo-totaalniveau zien we begeleidingscliënten College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004421/46 17 wat sneller uitstromen: na twee tot drie jaar is de helft van de cliënten vrij van ondersteuning, in plaats van na 4 jaar. De financiële vertegenwoordiging van deze cliënten daalt minder hard, wat betekent dat de cliënten die niet uitstromen wel gemiddeld steeds duurdere (intensievere) begeleiding krijgen naarmate zij langer in ondersteuning ontvangen. Grafiek 13. Grafiek 12. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004422/46 18 Bij begeleiding zien we de cliëntentoename het sterkst in de leeftijdsgroepen van 0-64 (en dus in feite 18-64). Gepensioneerden maken dus relatief steeds minder deel uit van de begeleidingscliënten. Drie Wmo aanbieders vertegenwoordigen ruim een derde van de begeleidingskosten. Dit zijn Zorggroep Noorderboog, het RIBW en Zorggroep Oude en Nieuwe Land, voor een gezamenlijke budget van € 1,69 miljoen in 2018 (34,5 % van Begeleiding 2018).

Categorie Huishoudelijke hulp De cliëntgegevens van 2015 en 2016 zijn onvolledig omdat registratie en uitbetaling van de Huishoudelijke Hulp in deze jaren (deels) werd uitgevoerd door een externe partij, de IGSD. Ondanks de beperkte gegevens hebben we de kosten van 2016 wel volledig in beeld, en daaruit blijkt dit het goedkoopste jaar voor de Huishoudelijke Hulp te zijn geweest. Het stopzetten van de subsidiering aan de IGSD veroorzaakte in 2017 een alarmerende kostenstijging. Tabel 8. Kosten binnen de categorie Huishoudelijke Hulp 2015 2016 2017 2018 Kosten € 2.507.381 € 1.815.709 € 2.771.808 € 2.998.502 Verschil € + 0 € - 691.672 € + 956.099 € + 226.694 Bij de huishoudelijke hulp volgen we de trends tussen twee soorten ondersteuning: de Schoonmaak- ondersteuning en Ondersteuning en regie. Door het feit dat de schoonmaakondersteuning in 2015 en 2016 deels als algemene voorziening is verstrekt, zijn de cijfers niet goed vergelijkbaar. Wel is zichtbaar dat het verstrekken van schoonmaakondersteuning als algemene voorziening voor de gemeente aanzienlijk minder kosten met zich mee bracht. De cliënten betaalden in de jaren meer voor de schoonmaakondersteuning dan in de jaren daarna. De gemeente is door een gerechtelijke uitspraak teruggekomen op het verstrekken van schoonmaakondersteuning via een algemene voorziening.

De relatief hoge kosten in 2016 voor Ondersteuning en regie hebben te maken met het feit dat cliënten die zowel Ondersteuning en regie als Schoonmaakondersteuning nodig hadden. Om te voorkomen dat deze cliënt met twee processen te maken had; zélf de schoonmaakondersteuning regelen en daarnaast Ondersteuning en regie via de gemeenten. De laatste 2 jaar zijn wel te vergelijken. Uit die cijfers wordt zichtbaar dat zowel de kosten als de aantallen cliënten toenemen. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004423/46 19 Binnen de Huishoudelijke hulp is de aanbieder PGVZ, met 78% van de kosten, de grootste aanbieder. Kijken we naar de achterliggende cijfers dan liggen de kosten van cliënten met Huishoudelijke Hulp gemiddeld hoger naarmate deze cliënten ouder zijn, in tegenstelling tot cliënten met Begeleiding en Wmo cliënten in het algemeen. Dat ligt in de lijn der verwachting: de kosten van Huishoudelijke Hulp nemen toe naarmate de ondersteuningsbehoefte van een cliënt toeneemt. De vertegenwoordiging van bepaalde leeftijdsgroepen schommelt. In 2015 was nog maar 12% van de HH-cliënten in de leeftijd van 27-64, in 2018 was dat gegroeid naar 22%. Vooral het aantal 80-89’ers is sinds 2015 gedaald. Grafiek 16 brengt deze verschuiving in beeld. Op de plek van het jaar 2016 is vanwege de onvolledige cliëntgegevens het gemiddelde genomen van 2015 en 2017.

Grafiek 14. Grafiek 15. Grafiek 16. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004424/46 20 Categorie Wonen Rollen Vervoer Wonen Rollen Vervoer (WRV) is, op 2015 na, goed in beeld. Tot maart 2017 liep de uitvoering via de hulpmiddelenleverancier RSR, daarna via HMC. Na maart 2017 maakte RSR sporadisch nog kosten voor complexe maatwerkvoorzieningen (op offerte basis) wanneer de nieuwe leverancier HMC niet aan de afspraken kon voldoen. De kosten zijn vanaf 2017 lager dan in 2015 en 2016. De categorie WRV had met een stijging van € +273.553 in 2018 de grootste kostenstijging van alle categorieën. We zien die toename binnen de woningaanpassingen vallen, dus niet bij Rollen en Vervoer. Bij de woningaanpassingen is in 2018 sprake van een cliëntentoename van +13,9%. Dat is een wezenlijke toename, maar verklaart nog lang niet de verdubbeling van kosten in deze categorie ( +136,5% ten opzichte van 2017). Het grootste deel van deze stijging verklaren we door enkele dure woningaanpassingen die per toeval dat jaar zijn afgegeven. Verder zien we een lagere instroom dan uitstroom in 2017 en 2018, een trend die aangedreven wordt door een afnemend aantal reiskostenvergoedingen.

Volgens verwachtingen ontving een meerderheid van de cliënten (62,4 %) van 2018 ook in 2015 al ondersteuning, omdat bij de afgifte van deze hulpmiddelen vaak geen uitzicht is op herstel en dus langdurige beschikkingen worden afgegeven. De uitstroom van WRV cliënten verloopt trager dan bij andere Wmo ondersteuning, gemiddeld nog geen 20% per jaar (van een groep cliënten uit hetzelfde startjaar). Bij de groep uit 2015 is dat gemiddeld 11,5% per jaar. Grafiek 17. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004425/46 21 Er waren in 2018 vijf woningaanpassingen van boven de € 35.000 die samen ruim drie ton kostten. Ter vergelijking met 2017 was er maar één woningaanpassing van boven de € 35.000 en kwam de top vijf samen uit op één ton. De kostenstijging binnen de WRV was in 2018 dus sterk afhankelijk van een zeer beperkt aantal kostbare woningaanpassingen. Tabel 9. Top 10 hoogste kosten van woningaanpassingen in 2018 € 66.146 € 62.116 € 59.856 € 38.887 € 17.512 € 10.339 € 9.041 € 8.886 € 7.779 top 5 samen: € 302.965 Grafiek 18. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004426/46 22 Prognose 2019 De prognose van 2019 is gebaseerd op de cijfers die in september 2019 zijn opgesteld voor de Najaarsnota. Tabel 10.

Wmo op totaalniveau 2015 2016 2017 2018 2019 prognose Betaald bedrag € 8,25 M € 7,82 M € 8,87 M € 9,62 M € 10,28 M Begroot bedrag € 11,47 M € 9,37 M € 9,49 M € 10,19 M € 10,38 M M = miljoen De Wmo kosten van 2019 komen uit op € 10,28 miljoen, een forse stijging ten opzichte van 2018 (€ +0,66 miljoen, +6,9 %). De kostenstijging van de Huishoudelijke Hulp is hier duidelijk de oorzaak van, met ruim € +0,77 miljoen. Tabel 11. Voorlopige kosten en verwachte kosten van 2019 2018 2019 prognose Begeleiding € 5.030.544 € 5.092.000 Huishoudelijke Hulp € 2.998.502 € 3.776.000 Wonen Rollen Vervoer € 1.483.364 € 1.300.000 Mantelzorgwaardering € 103.200 € 109.000 Totaal € 9.615.610 € 10.277.000 Bovenstaande tabel per jaar ziet er als volgt uit: Grafiek 19. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004427/46 23 Bij de ondersteuningscategorieën Begeleiding, Huishoudelijke Hulp en Wonen Rollen Vervoer zullen we de prognosecijfers verder duiden. Impact op Begeleiding, Huishoudelijke Hulp en Wonen Rollen Vervoer Door de prognosecijfers aan de historie te koppelen ontstaan de volgende meerjarentr ends. Tabel 12. Kosten binnen de categorie Begeleiding 2015 2016 2017 2018 2019 prognose Kosten € 3.984.858 € 4.265.083 € 4.800.954 € 5.030.544 € 5.092.000 Verschil € + 0 € + 280.225 € + 535.871 € + 229.590 € + 61.456 Tabel 13.

Totaalcijfers van Wonen Rollen Vervoer Kosten 2015 2016 2017 2018 2019 prognose Totaal WRV € 1.688.801 € 1.659.808 € 1.209.811 € 1.483.364 € 1.300.000 Verschil € + 0 € - 28.993 € - 449.997 € + 273.553 € - 183.364 Tabel 14. Kosten binnen de categorie Huishoudelijke Hulp 2015 2016 2017 2018 2019 prognose Kosten € 2.507.381 € 1.815.709 € 2.771.808 € 2.998.502 € 3.776.000 Verschil € + 0 € - 691.672 € + 956.099 € + 226.694 € + 777.498 Op basis van de huidige uitgaven verwachten we in 2019 een stijging van de kosten binnen de categorie WRV. Daarnaast heeft de gemeente Steenwijkerland vroegtijdig het contract met HMC opgezegd en gaat het een nieuw contract aan met RSR per 1-11-2019. Dit heeft een hogere huurprijs per middel als gevolg en zal de kosten verder kunnen opdrijven dan in de prognose wordt genoemd. Toelichting kostenstijging Huishoudelijke Hulp 2019 De stijging van € 0,77 miljoen in de Huishoudelijke Hulp vraagt om een nadere toelichting. Een deel van de kostenstijging ontstaat door het tariefverhoging met (gemiddeld) 19,99%. Deze tarieven zijn bij een aantal Wmo aanbieders verhoogd naar aanleiding van de Algemene Maatregel van Bestuur Reële prijs Wmo 2015 om aan te sluiten op de CAO voor Wmo aanbieders. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004428/46 24 Tabel 15.

Impact tariefverhoging 2019 Ondersteuning regie/zorg Schoonmaakondersteuning Wmo aanbieder Budget 2018 Tarief 2019 Budget 2018 Tarief 2019 Beter Thuis Wonen Holding BV € 25.647 + 8,24% € 478.740 + 21,38% De Nieuwe Zorg Thuis € 5.491 + 8,68% €14.803 + 21,32% Dokter Schoonmaakorganisatie € 0 + 0,00% €7.311 + 4,00% PGVZ BV €117.617 + 9,29% €1.898.248 + 20,54% Tzorg € 232 + 9,30% €15.320 + 21,05% Totaal per voorzieningssoort €148.987 + 9,09% €2.414.423 + 20,66% Totale impact op Huishoudelijke hulp + 19,99% De tweede vraag die bij de Huishoudelijke Hulp centraal staat, is welke impact het abonnements- tarief heeft op het cliëntenaantal. Consulenten bij de bureaudienst hebben bij sommige aanvragen geturfd of het abonnementstarief de voornaamste reden voor die aanvraag was en kwamen erop uit dat dit over de laatste 20 dagen van januari minstens 30 keer het geval was. Dit geeft in ieder geval aan dat de aanzuigende werking bestaat en een significante oorzaak is. Tabel 19 laat zien dat in het eerste trimester van 2019 de instroom 32 cliënten hoger lag dan in het eerste trimester van 2018. In samenhang met een turflijst van de bureaudienst (waarop werd bijgehouden of de cliënt aangaf dat de nieuwe abonnementstarieven de oorzaak waren voor hun aanvraag) concluderen we dat deze cliëntentoename binnen de huishoudelijke hulp zo goed als volledig wordt veroorzaakt door het abonnementstarief.

De toename van 34,0 tot 38,4 % in het eerste trimester van 2019 zwakt naar verwachting snel af in volgende trimesters. De cliëntentoename over heel 2019 zal waarschijnlijk een stuk lager liggen. Op het totaal van 1196 cliënten in heel 2018 veroorzaken de 66 nieuwe cliënten van het eerste trimester 2019 een toename van +5,5 %. Tabel 16. Aantal unieke cliënten in afgegeven beschikkingen 2018 jan-apr 2019 jan-apr verschil Instroom cliënten binnen HH 94 126 + 34,0% Totaal cliënten binnen HH 172 238 + 38,4% De totale kostenstijging van € + 0,77 miljoen voor Huishoudelijke Hulp uit de prognose van 2019 heeft dus twee oorzaken: hogere gecontracteerde tarieven (+ 19,99%) en een onbekende cliëntentoename als gevolg van het nieuwe abonnementstarief voor cliënten. Deze cliëntentoename kunnen we inschatten door vanuit de totale kostenstijging en tarievenstijging terug te rekenen, weergegeven in tabel 20. Met de gegevens die nu voorhanden zijn komen we uit op een cliëntentoename van +5,94 % als gevolg van de nieuwe abonnementstarieven. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004429/46 25 Tabel 17. Oorzaken kostenstijging Huishoudelijke Hulp prognose 2019 Hogere tarieven € + 599.401 + 19,99 % Toename aantal cliënten door abonnementstarieven € + 178.097 + 5,94 % Totaal € + 777.498 + 25,9 % Bedragen en percentages t.o.v.

werkelijke productie van 2018 College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004430/46 26 Bevindingen van de toegang Vanuit de toegang zijn een tweetal punten aangedragen om onder de aandacht te brengen.  De toegang ziet een ontwikkeling waarin Wmo aanbieders steeds beter in staat zijn om de ondersteuningsbehoefte bij cliënten op te halen, wat tot zowel een stijging in cliëntenaantallen als opschaling van ondersteuning kan leiden, met hogere kosten als gevolg.  Daarnaast kan een deel van de toename in begeleiding komen door normalisering, oftewel de praktische uitwerking van het rijksbeleid dat gericht is op zo lang mogelijk thuis wonen en daarom de toegangseisen tot intramurale zorg (verblijf in instellingen) heeft verhoogd. De toegang merkt dat psychiatrische (GGZ) cliënten uit de Zorgverzekeringswet naar begeleiding in de Wmo stappen. De begeleiding heeft daarbij kenmerken van een behandeling, van permanente aard zonder afronding op basis van behaalde resultaten. Deze ontwikkeling leidt tot hogere cliëntenaantallen en kosten. In het Beleidsplan Sociaal Domein 2017-2020 van juli 2016 werd dit effect ook opgemerkt en naast vergrijzing genoemd als voornaamste oorzaak voor kostenstijging in de Wmo. Daarin werd een groei van Steenwijkerlanders met een psychiatrische beperking geprojecteerd van 284% tussen 2015 en 2025 (van 325 naar 923 inwoners).

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004431/46 Bijlage 1 Toelichting op de kwaliteit van data Tussen september 2015 en december 2016 werd de huishoudelijke hulp in zijn geheel uitgevoerd en geadministreerd door een externe organisatie, de IGSD (zoals momenteel de Participatiewet nog wordt uitgevoerd). Inzet verliep als algemene voorziening (voor iedereen toegankelijk), terwijl het daarvoor en daarna werd ingezet als maatwerkvoorziening (beschikt na tussenkomst van de gemeente). Van die periode zijn alleen de kosten bekend, en dus niet het aantal cliënten en de ondersteuningszwaarte. De nasleep hiervan is dat de instroom van 2017 niet correct is. Deze is te hoog omdat alle nieuwe cliënten van 2016 begin 2017 in beeld komen en vanaf dat moment pas als instroom tellen. Er zijn ook andere kosten waarvan geen cliëntgegevens bekend zijn. Van meer dan de helft van de kosten van 2015 (58,5 %) zijn geen cliëntgegevens bekend, en daarmee beschouwen we de prestaties van dit jaar als erg onbetrouwbaar. Van 2016 weten we bij ruim een kwart (27,1 %) niet voor hoeveel en welke cliënten de Wmo kosten zijn gemaakt. Hier beperkt het zich voornamelijk tot de cliënten in de categorie huishoudelijke hulp, en op deze categorie na zijn de gegevens wél betrouwbaar. Vanaf 2017 zijn alle cliënten goed in beeld.

Voor Begeleiding is vanaf 2018 gekozen voor een nieuwe werkwijze waardoor het onderscheid tussen dagbesteding, vervoer naar d agbesteding en reguliere begeleiding kwam te vervallen. Ook de verschuivingen tussen begeleidingszwaarten (licht / midden / zwaar en individueel / groep) zijn vanaf dit jaar niet meer te herleiden. We weten hiervan wel welke cliënten ondersteuning ontvingen en wat de kosten waren, maar niet welk type begeleiding werd ontvangen. De handelingen die nodig zijn om per cliëntdossier te herleiden welk type begeleiding deze cliënten ontvingen blijken zeer arbeidsintensief en zijn dus niet uitgevoerd . Tot en met maart 2017 zijn alle WRV hulpmiddelen betaald op basis van totaalfacturen. De WRV cliëntdata tot en met maart 2017 is niet volledig. Over de gehele breedte was de data van verplichte bedragen (het beschikte budget dat in principe gefactureerd kan worden) en de data van de trajectduur niet betrouwbaar genoeg om conclusies uit te trekken. Het corrigeren van deze data zou een arbeidsint ensief proces zijn, maar omdat deze gegevens niet essentieel zijn voor de analyse is ervoor gekozen dit niet te doen. De in deze rapportage genoemde kosten zijn de werkelijke kosten per jaar, ongeacht wanneer de declaraties zijn ontvangen. Hie rdoor sluiten deze cijfers niet geheel aan op de in het jaarverslag/de jaarrekening genoemde cijfers.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004432/46 28 Bijlage 2 Berekeningen van de analyse Peildatums van de verschillende bronnen liggen rond 1 mei 2019 Totale Wmo kosten 2015 2016 2017 2018 2019 jan-apr 2019 prognose Begeleiding (BG, DB, VD) €3.984.858 €4.265.083 € 4.800.954 € 5.030.544 € 1.322.889 € 5.092.000 Huishoudelijke Hulp € 2.507.381 € 1.815.709 € 2.771.808 € 2.998.502 € 1.394.905 € 3.776.000 Wonen Rollen Vervoer € 1.688.801 € 1.659.808 € 1.209.811 € 1.483.364 € 442.951 € 1.300.000 Mantelzorgwaardering € 68.700 € 76.100 € 137.093 € 173.126 € 26.190 € 109.000 Totaal € 8.249.740 € 7.816.700 € 8.874.873 € 9.615.610 € 3.160.744 € 10.277.000 Totale Wmo kosten, relatief aan de kosten van dat jaar 2015 2016 2017 2018 2019 jan-apr 2019 prognose Begeleiding (BG, DB, VD) 48% 55% 54% 52% 42% 50% Huishoudelijke Hulp 30% 23% 31% 31% 44% 37% Wonen Rollen Vervoer 20% 21% 14% 15% 14% 13% Mantelzorgwaardering 1% 1% 1% 1% 0% 1% Totaal 100% 100% 100% 100% 100% 100% 48% 55% 54% 52% 42% 50% College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004433/46 29 Kostenverschil in euro's ten opzichte van het vorige jaar 2015 2016 2017 2018 2019 jan-apr 2019 prognose Begeleiding (BG, DB, VD) € + 0 € + 280.225 € + 535.871 € + 229.590 - € + 61.456 Huishoudelijke Hulp € + 0 € - 691.672 € + 956.098 € + 226.694 - € + 777.498 Wonen Rollen Vervoer € + 0 € -

28.993 € - 449.997 € + 273.553 - € - 183.364 Mantelzorgwaardering € + 0 € + 7.400 € + 16.200 € + 10.900 - € + 5.800 Totaal € + 0 € - 433.040 € + 1.058.172 € + 740.738 - € + 661.390 Kostenverschil in procenten ten opzichte van het vorige jaar 2015 2016 2017 2018 2019 jan-apr 2019 prognose Begeleiding (BG, DB, VD) + 0% + 7% + 13% + 5% - + 1,2% Huishoudelijke Hulp + 0% - 28% + 53% + 8% - + 25,9% Wonen Rollen Vervoer + 0% - 2% - 27% + 23% - - 12,4% Mantelzorgwaardering + 0% + 11% + 21% + 12% - + 5,6% Totaal + 0% - 5% + 14% + 8% - + 6,9% Kostenverschil in procenten, relatief aan de kostenstijging van dat jaar 2015 2016 2017 2018 2019 jan-apr 2019 prognose Begeleiding (BG, DB, VD) + 0% + 65% + 51% + 31% - + 9% Huishoudelijke Hulp + 0% - 160% + 90% + 31% - + 118% Wonen Rollen Vervoer + 0% - 7% - 43% + 37% - - 28% Mantelzorgwaardering + 0% + 2% + 2% + 1% - + 1% Totaal + 0% - 100% + 100% + 100% - + 100% College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004434/46 30 College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004435/46 31 Cliëntkosten naar leeftijd College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_0004436/46 2015 2016 2017 2018 2019 Alle jaren 0 -€ -€ 284€ 459€ 974€ 1.717€ 1 3.755€ -€ -€ 35€ 123€ 3.912€ 2 1.441€ 1.577€ 191€ -€ 1.000€ 4.209€ 3 -€ 897€ 4.130€ 430€ 107€ 5.564€ 4 -€ 305€ 2.083€ 78.478€ 704€ 81.569€ 5 170€ -€

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/ef783083-95b2-4b5d-a6d3-a718164b051d?agendaItemId=f085a9dd-b3fb-4eb1-9651-e334f17b2904