15.2 College - Bijlage 2 Bijlage bij Reactiebrief Nieuwe Omgevingsvisie Overijssel - bw 24-9
Tekst van het document
Bijlage bij reactiebrief Nieuwe Omgevingsvisie Overijssel Alle vragen van het Reactieformulier informele consultatieronde 1.Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 1: 'De aanleiding van de omgevingsvisie'? - 2. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 2: 'Onze visie: Overijssel voor en met Elkaar!'? - 3. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 3: 'Leidende principes en Redeneerlijn. Het Hart van onze omgevingsvisie!'? De gemeente Steenwijkerland staat voor grote ruimtevragende opgaven, bijvoorbeeld om in de lokale vraag naar wonen en werken te voorzien. Steenwijkerland kent veel kleine kernen, met een eigen identiteit. Voor de leefbaarheid in deze kernen, en om te voorzien in de lokale behoefte, willen we aan deze kernen woningen toevoegen. We zullen bij de vragen WAAR en HOE uiteraard rekening houden met nationale en provinciale kaders. Maar er is ruimte voor een lokale afweging, bijvoorbeeld als het gaat om bodem- en watersturend, of duurzaam ruimtegebruik. Met de redeneerlijn geeft de provincie de gemeenten hierin een stramien mee. Zo op het eerste gezicht zorgt deze redeneerlijn voor extra ‘huiswerk’. Met name lager in de redeneerlijn wordt een vérgaande onderbouwing gevraagd. Maar veel bepalender is de vraag hoe de beoordeling van de provincie eruit zal komen te zien.
Toetst de provincie of de gegeven onderbouwing zorgvuldig is, en goed gemotiveerd (oftewel een toets op de draagkracht van de motivering). Of gaat de provincie in dit verband ook de invulling van de grotere afwegingsruimte beoordelen. Met andere woorden, kijkt de provincie ook inhoudelijk naar de gemaakte afweging en wordt deze afgezet tegen mogelijke alternatieven. We zijn van mening dat de provincie in dit geval op de stoel van de gemeente gaat zitten. Dit wijzen we af. In de regionale verstedelijkingsstrategie van Regio Zwolle hebben de stationsomgevingen bijzondere aandacht. De ambitie voor de ‘karakteristieke stationsomgevingen’ missen we als onderdeel van de inzet op krachtige DUS-regio’s, en dan specifiek voor de DUS-regio Zwolle. 4. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 4: 'Werken aan Brede Welvaart met Rode Draden'? - 5. Wilt u een reactie geven op Hoofdstuk 5: 'Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring. Van visie naar Praktijk'? Op basis van deze concept-Omgevingsvisie concluderen wij dat u bij de realisatie van beleid stevig inzet op de rol van samenwerking. In de uitwerking noemt u hierbij de gebiedsprocessen, participatie en voorkantsamenwerking. Dit vraagt wat ons betreft om een aanscherping, samen met gemeenten. Het risico bestaat namelijk dat we elkaar bij initiatieven voor de voeten gaan lopen.
We zijn van mening dat gemeenten primair aan zet zijn bij initiatieven. Juist de gemeente weet wat er speelt in de samenleving, en juist de gemeente kan beoordelen of de participatie goed is ingevuld. Wat ons betreft heeft de provincie hierin een meer kaderstellende en faciliterende rol. 6. Wilt u een reactie geven op onderdeel: 'Water, bodem en klimaatadaptatie'? - 7. Wilt u reactie geven op onderdeel 'Klimaatmitigatie en energie(transitie)'? Ten aanzien van de energietransitie legt de provincie (net als het Rijk) veel beperkingen op als het gaat om de realisatie van respectievelijk windturbines en zonneparken. We willen onze zorg met u delen dat deze beperkingen de invulling van onze lokale én bovenlokale ambities op het gebied van duurzame, niet fossiele, energie in de weg kinnen gaan zitten. We vragen u de noodzaak van kernenergie als (duurzame?) energiebron te onderbouwen, omdat dit in de eerdere omgevingsvisie niet aan de orde was. En punt van aandacht is bio-energie en monomestvergisting. Er wordt onderscheid gemaakt tussen monomestvergisting op eigen erf en vergisting op regionaal niveau. Voor de haalbaarheid is bij monomestvergisting vaak ook sprake van een lokaal/regionale hub van monomestvergisters die groen gas van eigen erf elders centraal opwerken naar groen gas. Dat geeft werkzaamheden in de ondergrond, maar geen aanvullende verkeersbewegingen.
Regionale vergisting lijkt hier te verwijzen naar grotere installaties + vervoer van mest en evt co-producten over de weg. We vragen een betere omschrijving zodat hierin geen verwarring ontstaat. 8. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Landbouw en voedselvoorziening'? In de Provinciale Omgevingsvisie wilt u richting geven aan de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw door onderscheid te maken tussen ‘landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen’ en ‘landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen voor klimaat, water en natuur’. In de gemeente Steenwijkerland zal de landbouw zich moeten richten op de gebiedsspecifieke opgaven en kansen. Maar in de Omgevingsvisie werkt u niet uit wat er in deze gebieden wel of niet kan. We vragen u specifieker te zijn: wat vindt u bijvoorbeeld een passend planologisch perspectief voor de transformatie van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB’s). Los van de uitwerking hebben we er moeite mee dat u de uitwerking afhankelijk stelt van de beschikbaarheid van voldoende (Rijks)middelen. Nu deze beschikbaarheid steeds onzekerder wordt is het onduidelijk welk perspectief u onze boeren geeft. En met welk perspectief wij rekening moeten houden in onze Omgevingsvisie. 9. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Natuur en Landschap' Het Nationaal Park Weerribben-Wieden is van belang voor een vitaal en leefbaar platteland.
We volgen de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) dat Nationale Parken unieke landschappelijke kwaliteiten hebben, die moeten worden versterkt en beschermd. En dat het ga at om iconen van synergie van functies. Deze ambitie, en een uitwerking ervan, missen we in de Provinciale Omgevingsvisie. 10. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Cultureel erfgoed'? - 11. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Verstedelijking'? In de regionale verstedelijkingsstrategie van Regio Zwolle hebben de stationsomgevingen bijzondere aandacht. De inzet op ‘karakteristieke stationsomgevingen’ missen we in het onderdeel ‘Verstedelijking’. 12. Wilt u een reactie geven op onderdeel: 'Wonen'? We willen in Steenwijkerland in de lokale vraag naar wonen en werken voorzien. Steenwijkerland kent veel kleine kernen, met een eigen identiteit. Voor de leefbaarheid in deze kernen, en om te voorzien in de lokale behoefte, willen we aan deze kernen woningen toevoegen. Daarbij maken we een zorgvuldige afweging, ook gelet op Bodem en Water Sturend, inbreiding voor uitbreiding, kwaliteit leefomgeving en zorgvuldig ruimtegebruik. We hebben op basis van bovenstaande afweging al een aantal uitbreidingsplannen in de maak, die we willen realiseren. Met het introduceren van de redeneerlijn, en een inhoudelijke inbreng van de provincie, wordt de afweging bemoeilijkt. En zijn we onzeker over het realiseren van onze opgave.
Zie ook hoofdstuk Redeneerlijn. 13. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek'? - 14. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Mobiliteit en luchtvaart'? - 15. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Vrije tijd, recreatie en toerisme'? Wat is de betekenis van vrijetijdslandschappen: in de strekking van het recreatiebeleid staat de tekst met een quote. 16. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Milieu en (milieukundige) gezondheid'? Het beleid op de ondergrond ontbreekt. 17. Wilt u reactie geven op onderdeel: 'Sociale Kwaliteit en (positieve) gezondheid'? In de Omgevingsvisie verwijst u naar de regio-aanpak positieve gezondheid. In dit kader missen we de verwijzing naar het Akkoord IZA/GALA en de verwijzing naar de lokale/regionale plannen op basis van dit akkoord. 18. Heeft u met de kaderstellingen zoals omschreven in de beleidsuitwerking uit hoofdstuk 6, nu voldoende om afwegingen te kunnen of tot gebiedsgerichte keuzes te kunnen komen? Nee Waarom heeft u onvoldoende kaderstellingen? Zie reactie bij Redeneerlijn en Landbouw en Voedselvoorziening 19.
Wilt u een reactie geven op de kaartenbijlage? Kaart Gebiedstypen (“richtinggevend voor wat waar kan” staat op visiekaart): het zeekleigebied langs de voormalige zuiderzeekust staat op de kaart als zandgrond(en) met/zonder wateraanvoer, niet te onderscheiden van 't hoge land/stuwwallen - vraag is of dit klopt –> zijn de opgaven identiek? Denk o.a. aan de structurerende maatregelen die hier in het kader van de veenweidestrategie in beeld zijn gebracht (natte bufferzone of randmeer ‘buitendijks’?). Kaart Natuur: begrenzing Natura 2000 wijkt ten noorden van Vollenhove af van begrenzing Natura 2000 op andere kaarten, o.a. op kaart geconsolideerde omgevingsvisie 2017. Verder valt op dat de leefgebieden ‘agrarisch natuurbeheer droge dooradering’ niet meer op de kaart staan (in geconsolideerde omgevingsvisie 2017, actualisatie 2023 nog wel) – is het bijbehorende beleid nog wel relevant? M.b.t. de groenblauwe verbindingen missen we de Linde, de Tjonger/Kuinder en een deel van de Steenwijker Aa. En, maar deze vallen misschien weg op de grens(?): het Vollenhoverkanaal en Kadoelermeer (in het verlengde van het Zwartewater). Kaart Verstedelijking en mobiliteit: Kernrandzone als legendaeenheid – bijbehorend beleid? Visiekaart: idem, ook hier kernrandzone als legendaeenheid. 20. Wilt u een reactie geven op de gebiedseigen perspectieven? De onderdelen lijken elkaar tegen te spreken.
Enerzijds wordt er geschreven over veen/vernatting e.d., tegelijkertijd in hetzelfde gebied over nieuwe verdienmodellen zoals wonen – dat, als je bodem en water sturend volgt niet voor de hand lijkt te liggen (Tekst: “Het grondgebruik zal worden aangepast aan het nieuwe waterregime met extensievere vormen van landbouw, landschapsbeheer, andere (natte) teelten en nieuwe verdienmodellen, zoals wonen en recreatie.”) Ook wordt gesproken over nieuwe teelten als riet en biezen - en de weidevogels die baat hebben bij een peilverhoging – dit gaat niet samen op één plek – weidevogels houden van openheid, broeden niet tussen het riet of de biezen? Verder staat onder de kop “Het ene veen is het andere veen niet”: “Ook dit is niet nieuw voor Noordwest Overijssel, waar boeren soms ook rietsnijder en visser waren.” Dit is nog steeds het geval. Goed om te zien dat de streekfunctie van Steenwijk en de ambitie voor de spoorzone een plek hebben gekregen in de gebiedseigen perspectieven. 21. heeft u nog een opmerking die u ons graag wilt meegeven? - 22. Wat is u, over het afgelopen jaar, in positieve zin het meest bijgebleven van het proces om te komen tot een nieuwe omgevingsvisie? - 23. Wat is u, over het afgelopen jaar, in negatieve zin het meest bijgebleven van het proces om te komen tot een nieuwe omgevingsvisie? - 24.
Wat is volgens u de volgende stap die nodig is om tot een voor uw provinciale organisatie relevante Omgevingsvisie te komen? - 25. Welke rol ziet u hierin voor uzelf? -