CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

15.0 Informatienota 2020 - 41 - RES West Overijssel.pdf

Raadsvergadering 24 november 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken20.292 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bron: CBS Toelichting 0% 1% 2% 3% 4% 5% 6% 7% 8% 9% 10% jan feb mrt apr mei juni juli aug sept okt nov dec wind zon 55 De variatie uit wind en zon samen is per maand minder groot dan apart (verhouding is gemiddeld circa 3:1). Bij een sterke toename van de productie uit zon ten opzichte van wind ontstaat een veel grotere variatie gedurende het jaar met een piekproductie in de lente en zomer. College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044568/79 Er zijn vrijwel overal knelpunten op het netwerk › Regionale netbeheerders kunnen het hoge regio- bod bij de huidige praktijk van netwerk- aanpassingen niet op tijd faciliteren. › Het is op dit moment nog onzeker hoe de impact op en wisselwerking met het hoofdnet uitpakt. › Regionale netbeheerders verkennen opties om de capaciteit van het netwerk zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de behoefte en delen die met de regio’s. Dat heeft in een aantal gevallen geleid tot aanpassing van het regiobod. › Netbeheerders verkennen wat technisch en qua regelgeving nodig is om de energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken [10].

Een chronisch tekort aan capaciteit op het netwerk leidt tot een verdelingsvraagstuk › Welk projecten hebben straks het meeste recht op een aansluiting? Projecten die via een RES tot stand komen, of projecten die een specifieke kostenefficiëntie hebben, of wie het eerst komt? › Er is nu geen afwegingskader om projecten te prioriteren. Prioritering alleen op tijdstip van aanvraag kan leiden tot suboptimale oplossingen voor de RES-opgave. › Er valt te denken aan criteria voor efficiënt gebruik van het netwerk en robuustheid van de energieopwekking (bijvoorbeeld door een verhouding zon-wind projecten die gunstiger is voor het netwerk). Waarneming Reflectie 56 College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044569/79 5757 Oplossingsrichtingen ter vermindering netimpact › Oplossingsrichtingen als alternatief voor netverzwaring – Aanpassing van het aandeel ‘zon of wind’ per netwerkstation. – Aftoppen bij piekbelasting zon (dit gebeurt al op vrijwillige basis). – Combineren van productie uit zon en wind (op 1 netwerkkabel). – Koppel lokaal gebruik aan lokaal opgewekte elektriciteit (bijvoorbeeld directe aansluiting zonneparken op elektrische laadstations). – Opslag (bijvoorbeeld met batterijen en waterstof) en hieraan gelinkt: – Opties voor energiesysteemintegratie (zoals flexibilisering elektriciteitsvraag door koppeling met warmtetransitie).

› Actoren die hierbij een rol (kunnen) spelen – Marktpartijen zoals de leden van NVDE en Energie-NL (zoals bij het vinden en ontwerpen van maatwerkoplossingen). – Het Rijk (zoals via aanpassing wet & regelgeving, SDE+). – Regionale netbeheerders en TenneT (bij de afstemming). – Provincies, gemeenten (bijvoorbeeld door ondersteuning van RO- trajecten). – Warmteaanbieders (zoals via warmte-koude opslag). – Onderzoeks- en ontwikkelingssector (bijvoorbeeld voor innovaties). – Regio’s zelf (bijvoorbeeld via acceptabele aanpassingen van het bod) › Elke optie heeft mogelijk gevolgen voor draagvlak, ruimtegebruik en de hoogte en kwaliteit van het RES- bod zelf. Het ligt daarom voor de hand dat regio’s hierbij een belangrijke (regie)rol krijgen. Toelichting College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044570/79 Netimpactanalyses regionale netbeheerders Netimpactanalyses niet afgerond Net als de tussentijdse analyse zijn de resultaten van de huidige netimpactanalyses van de regionale netbeheerders nog omgeven met onzekerheden, voorlopig en in ontwikkeling. › Onzekerheden Netimpact van de biedingen is doorgerekend met gebruikmaking van schattingen per regio voor de ontwikkeling van de totale energievraag en het totale energieaanbod tot 2030. Die informatie is heel onzeker, met als gevolg dat de netimpactanalyses dat ook zijn.

› Voorlopig Bij alle regio’s is de capaciteit van de onderstations van het MS-net (MS-stations) onderzocht en de aansluiting daarvan op het HS-net (HS/MS-stations). Bij een beperkt aantal regio’s is ook een niveau dieper gekeken naar de capaciteit op MS/TS-stations en MS-regelstations. Resultaten daarvan zijn nu nog niet beschikbaar. › Nog in ontwikkeling De analyses zijn regiospecifiek: de wisselwerking met het hoofdnet is niet meegenomen. Grote projecten en interregionaal transport van elektriciteit gaan via het hoofdnet, dat door TenneT wordt beheerd. De analyse door TenneT kon pas starten na input van de regionale netbeheerders. 35 terawattuur of meer? De regionale netbeheerders anticipeerden op het accommoderen van 35 terawattuur hernieuwbare elektriciteitsproductie. Het tijdig aansluiten van het veel hogere regiobod vergt echter veel meer inspanning, verdere analyses en afstemming tussen alle netbeheerders en met de regio’s en het Rijk. In zijn Ontwerpinvesteringsplan 2020-2029 [15] heeft TenneT met scenario’s een hernieuwbare elektriciteitsproductie met maximale inzet van zon-PV in 2030 onderzocht (totaal wind en zon tot circa 50 terawattuur, inclusief kleinschalige ‘zon op dak’). Hierbij werden extra knelpunten op het hoofdnet gesignaleerd. Wat precies de gevolgen zijn voor het hoofdnet van de voorlopige concept-RES’en is echter nog onduidelijk.

Balanceren vraag en aanbod en de regio TenneT is verantwoordelijk voor de balancering van de vraag en het aanbod op het netwerk. Daarom onderzoekt TenneT de reikwijdte van verschillende technische opties waarmee het toenemende variabele aanbod uit zon en wind op verschillende tijds- en ruimteschalen in evenwicht kan worden gehouden (flex-opties). Het regioaanbod en de behoefte aan flex-opties zijn niet gelinkt, want: › TenneT is vaak maar in beperkte mate betrokken bij afspraken van de regio’s en aanbieders van variabele productie uit wind en zon; › In de SDE+-regeling worden flex-opties niet gewaardeerd. Bijlage Energiesysteemefficiëntie 58 College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044571/79 3.Reflectie College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044572/79 Conclusies (1/3) 60 Regio’s tonen grote bereidheid om bij te dragen aan het Klimaatakkoord, al zijn er ook nog veel knelpunten › De voorlopige concept-RES’en zijn met een grote betrokkenheid van vele professionals tot stand gekomen, en velen hebben proactief bijgedragen aan het debat. Die betrokkenheid en kunde op deelaspecten van de RES’en zijn essentieel voor het vervolgproces. › De regio’s moeten nog veel doen om de RES’en concreet te maken en er maatschappelijk draagvlak voor te vinden. Er liggen fundamentele keuzes op tafel.

Het gaat om verantwoordelijkheden, financiering en regelgeving. Keuzes die niet alleen bij de regio’s liggen, maar ook bij andere partijen - niet in het minst bij het Rijk. College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044573/79 Conclusies (2/3) 61 De RES’en bieden zó veel ruimte dat er iets te kiezen valt voor de verdere uitwerking › 27 voorlopige concept-RES’en komen opgeteld tot een verrassend hoog bod van ongeveer 50 terawattuur. Dat vormt een goed vertrekpunt om het doel van 35 terawattuur in 2030 te halen. › › Belangrijke dilemma’s vloeien voort uit de waarneming dat de voorkeuren van de regio’s vaak duurder zijn dan de meest kostenefficiënte oplossingen. › › Het gaat hierbij niet alleen over een afweging tussen kostenefficiëntie en draagvlak, maar breder over hoe het energiesysteem van de toekomst op een maatschappelijke manier vorm kan krijgen. Draagvlak, ruimtegebruik, netwerkcapaciteit, de markt en de hoogte en kwaliteit van de voorstellen komen daarin samen. College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044574/79 Veel hangt af van de uitwerking van de thema’s: o Bestuurlijk draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid – E r zijn tot nu toe nog geen grote knelpunten, maar die kunnen wel ontstaan als burgers erbij worden betrokken en zoekrichtingen worden vertaald in concrete keuzes.

o Ruimtegebruik – R uimtegebruik heeft in alle regio’s aandacht, maar de ruimtelijke kwaliteit wordt pas in de uitwerking zichtbaar gemaakt: daar valt nog veel te winnen. Regio’s kunnen veel van elkaar leren. o Elektriciteit – H et bod is hoog, maar de ambitie is nog weinig concreet. De regio’s kiezen nu vooral voor zonne-energie. Dat kan nog een momentopname blijken te zijn. o Energiesysteem efficiëntie – I n vrijwel alle regio’s zijn knelpunten in het netwerk gesignaleerd. Regio’s en netbeheerders zoeken al naar passende oplossingen. Afspraken over prioritering en kosten moeten nog worden gemaakt. o Regionale Structuur Warmte – D e eerste stappen zijn gezet, maar de uitwerking ervan wacht nog op de gemeentelijke warmteplannen. Conclusies (3/3) 62 College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044575/79 › Afstemming is essentieel, dus stop er tijd in. – Om de RES’en weloverwogen en met zo veel mogelijk draagvlak uit te werken, is veel i nteractie nodig met alle belanghebbenden in het maatschappelijke, politieke, bestuurlijke en inhoudelijke domein. – De uitwisseling met burgers enerzijds en provincie en Rijk anderzijds moet worden v ersterkt. – Er moet meer aandacht komen voor integratie van het energiesysteem, lokaal en op r egioniveau, om de mogelijke voordelen te kunnen benutten.

Aanbevelingen 63 College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044576/79 › Regio’s zijn bezig met een inhoudelijke inhaalslag. Dat vergt extra aandacht. - Er moeten nog veel stappen worden gezet in de participatie en ruimtelijke uitwerking. H iervoor is experimenteren en leren in de praktijk nodig. Daarbij kunnen regio’s veel van elkaar en van de beste voorbeelden leren. Het Nationaal Programma RES is hiervoor een natuurlijk schakelpunt. - Bij de verdere uitwerking van de RES’en zal de ontwikkeling van kennis en informatie o p een meer systematische manier moeten plaatsvinden. Aanbevelingen 64 College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044577/79 65 Coverbeeld Het kaartbeeld is opgebouwd uit kaarten van de RES-regio’s. De meeste regio’s hebben ruimtelijke beelden/kaarten gemaakt bij de gekozen strategie. Soms was dat één integrale kaart, soms deelkaarten voor wind of zon. Bij deelkaarten is een van de kaarten gebruikt voor het landelijk beeld. Bronnen [1] Handreiking Regionale Energiestrategie 1.1 en het RES Afwegingskader [link] [2] Voorlopige concept-RES’en van 27 van de 30 regio’s. Dit zijn de gepubliceerde voorlopige concept-RES’en op 9 juni 2020 (ipv. 1 juni). Dit zijn alle regio’s behalve: Achterhoek, Drechtsteden en Zuid-Limburg. De voorlopige concept-RES’en zijn gepubliceerd op de websites van de regio’s.

[3] Netimpactanalyses door regionale netbeheerders voor 25 van de 30 regio’s. Netimpactanalyses zijn/worden gemaakt voor alle regio’s. Het zijn voorlopige analyses die in samenwerking met de regio’s tot stand komen. Ze zijn in juni 2020 nog niet allemaal openbaar. Sommige zijn door de regio’s opgenomen in hun voorlopige concept-RES en andere zijn alleen gedeeld met PBL op 23 juni 2020. Nog niet beschikbaar voor PBL waren de netimpact analyses voor de regio’s U10/U16, Goeree-Overflakkee, Midden-Holland, Hoeksche Waard en Flevoland. [4] Quickscans. Dit zijn per regio onderling vergelijkbare uittreksels van alle voorlopige concept- RES’en gemaakt op basis van PBL-vragenlijst. Regio’s hebben de antwoorden op deze vragenlijst vrijgegeven voor gebruik door PBL (begin juni 2020). De vragenlijst is ingevuld op basis van de voorlopige concept-RES door de regio zelf of door het Nationaal Programma RES. [5] CBS (2020) hernieuwbare energie op land naar RES regio. (update 30 juli 2020) [link] [6] RVO (2020a) Feiten en cijfers SDE(+) Algemeen – SDE-Viewer en data [link]. [7] RVO (2020b) Monitor Wind op Land 2019. [pdf] [8] PBL (2020) Systematiek Monitor RES Systematiek Monitor RES, PBL-publicatienummer: 3178, Den Haag: PBL. [pdf] [9] NVDE (2020) NVDE analyse Regionale Energiestrategieën. Juli 2020. [pdf] [10] NBNL (2019) Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050 (II3050).

[pdf] en zie ook [link] [11] Programma Energiehoofdstructuur (PEH) zie bijvoorbeeld de Kamerbrief over samenhang en sturing Programma Energiehoofdstructuur en Regionale Energiestrategieën. [pdf] [12] PBL (2019) Startanalyse aardgasvrije wijken, herziening 8 juni 2020, PBL-publicatienummer: 4049, Den Haag: PBL. [pdf] zie ook themasite Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte [link] [13] Gasunie (2020) “HyWay 27 gaat van start: EZK, Gasunie en TenneT onderzoeken inzet landelijk gasnet voor de ontwikkeling van waterstofinfrastructuur”. nieuwsbericht 15 juni 2020 [link] [14] Provincie Gelderland, Altenburg & Wymenga en Feddes/Olthof (2019) A28 als energieroute. [pdf] [15] Tennet (2020) Ontwerpinvesteringsplan Net op land 2020 – 2029.

[pdf] College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044578/79 66 Colofon: Regionale Energie Strategieën Een tussentijdse analyse © PBL Planbureau voor de Leefomgeving Den Haag, [publicatiedatum: 1 oktober 2020] PBL-publicatienummer: 4217 Contact jan.matthijsen@pbl.nl Auteurs Jan Matthijsen, Anastasia Chranioti, Martine Uyterlinde, Marloes Dignum, Joost Tennekes, Anton van Hoorn, Hans Eerens Met medewerking van Bart Rijken, Bert Daniels, Filip de Blois, Evert-Jan Brouwer, Folckert van der Molen, Hans Elzenga, Jeroen Peters, Marianne van Zaanen, Nico Hoogervorst, Pieter Boot, Raymond de Niet Figuren Beeldredactie PBL Opmaak Anastasia Chranioti Tekstredactie Uitgeverij PBL Delen uit deze publicatie mogen worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding: Matthijsen, J. et al. (2020), Regionale Energie Strategieën. Een tussentijdse analyse. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Het PBL draagt bij aan de kwaliteit van de politiek-bestuurlijke afweging door het verrichten van verkenningen, analyses en evaluaties waarbij een integrale benadering vooropstaat. Het PBL is voor alles beleidsgericht. Het verricht zijn onderzoek gevraagd en ongevraagd, onafhankelijk en wetenschappelijk gefundeerd.

College van burgemeester en wethouders - 3 november 2020 - 2020_B&W_0044579/79

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/f21ddc07-55b9-4eff-98af-07f29a94277d?agendaItemId=e52e89ae-c658-430a-8690-6371ae62bd23