CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

14.1 Landschap Overijssel - Bijlage Wegwijzer van Overijssel Ontwikkelprincipes.pdf

Raadsvergadering 9 februari 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken2.094 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WEGWIJZER ENERGIE IN HET OVERIJSSELSE LANDSCHAP Groene ontwerpprincipes bij de energietransitie 2 3 De opgave De energietransitie als motor voor groene ontwikkelingen De Nederlandse politiek heeft een doel vastgesteld: in 2030 stoten we in Nederland bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uit dan we in 1990 deden. Het Klimaatakkoord gaat over de maatregelen die we de komende jaren nemen om dit doel te halen. Een deel van deze maatregelen worden in Overijssel momenteel uitgewerkt in de Regionale Energie Strategie West-Overijssel en Twente. Als groene organisaties onderschrijven wij deze opgave en leveren wij graag een constructieve inbreng. De energietransitie kun je benaderen als een technische opgave van besparen van CO2 en het opwekken van duurzame energie. Echter, wij zien de mogelijkheden van deze transitie breder en willen de energietransitie inzetten als katalysator voor gebiedsontwikkeling met kwaliteit. Bezien vanuit de huidige waarden van het landschap zien wij kansen en bedreigingen op het Overijsselse landschap afkomen. Wij zien het als onze taak om eventuele bedreigingen om te buigen naar kansen voor natuur en landschap. Deze wegwijzer geeft aan wat er op provinciaal en gemeentelijk niveau nodig is om dit te bereiken. In deze wegwijzer geven we aan wat volgens ons de prioriteiten moeten zijn en hoe hier aan gewerkt kan worden.

2) Prioriteer no regret maatregelen Naast het besparen van energie is het noodzakelijk om de opwek van energie te gaan verduurzamen. In het klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 49% CO2 moet worden bespaard. Hiervoor is het nodig dat er in heel Nederland zo’n 35 TeraWattuur op land opgewekt gaat worden. Daarnaast wordt een groot deel van de opgave op zee gerealiseerd. Voor het opwekken van energie vinden wij het belangrijk om eerst naar zogenaamde no-regret maatregelen te kijken. Dit zijn die maatregelen waarvan algemeen maatschappelijk geaccepteerd wordt dat deze als eerste opgepakt worden. Zet in op het maximaal faciliteren van de hoogste treden van de energieladder. Maak het voor particulieren, bedrijven en lokale initiatieven zo interessant mogelijk om te investeren op de plekken die geen impact hebben op de kwaliteit van natuur en landschap (daken, industrie, geluidswallen etc). Dit vraagt om organisatorische en financiële steun vanuit de provincie. Voor alle duidelijkheid: deze volgorde betekent niet dat de lagere treden actief worden ontmoedigd of pas later aan de beurt komen. Wel betekent het dat hogere treden sneller en intensiever worden aangepakt en actief gestimuleerd moeten worden. Realisatie in de lagere treden zal aan strengere randvoorwaarden moeten voldoen. Bij overaanbod onder aan de ladder moeten initiatieven binnen de hogere treden voorrang krijgen.

Wij zien de volgende maatregelen in Overijssel als eerste prioriteit. • Zon op bedrijfsdaken • Zon op parkeerterreinen • Zon op vuilstorten • Zon op/bij weginfra • Zon en wind op bedrijventerreinen Lees over zorgvuldige toepassing van zonne-energie. https://www.natuurenmilieuoverijssel.nl/wp-content/uploads/sites/16/2019/10/Constructieve-zonneladder.pdf 1) Bespaar energie waar het kan Om te beginnen: Alle energie die je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken. Het meest effectief is het verkleinen van ons energieverbruik. De impact op het landschap kan aanzienlijk verminderd worden door maximaal in te zetten op energiebesparing. Voor elke één Petajoule die wordt bespaard, hoeven er drie Petajoule minder te worden opgewekt. Dat heeft te maken met de grote verliezen die optreden bij de productie, het transport en de omzetting van fossiele brandstoffen naar energie. Besparen is dus enorm lonend! (bron: CvR) Figuur 1: Zonneladder zoals voor- gesteld door de landelijke Natuur en Milieu Federaties. 3) Voer regie op grootschalige opwekking We realiseren ons dat de opgave dusdanig groot is dat naast bovengenoemde alternatieven, zon en wind projecten in het landelijk gebied nodig zullen zijn.

Er is een actieve rol van provincie en gemeenten nodig om instrumentarium te ontwikkelen dat enerzijds lokale initiatieven stimuleert op landschappelijk minder waardevolle plekken te ontwikkelen en dat initiatieven remt in waardevolle gebieden. Ontwikkelaars van wind- en zonneparken weten vaak precies wat de beste locaties zijn voor hun projecten. Ze concurreren om grondposities en maken vaak vroegtijdig afspraken met grondeigenaren of sluiten zelfs al contracten. Het is verleidelijk om zo’n ontwikkelpartij meteen zelf het participatieproces rond zijn project te laten verzorgen. U hoeft dan als gemeente niet veel te doen en kunt ‘neutraal’ afstand houden. De praktijk leert echter dat omwonenden of landschapsbeschermers in verzet komen. De ontwikkelaar, als belanghebbende partij, moet dan zónder steun van u als onafhankelijke overheid uitleggen waarom wind- of zonneparken noodzakelijk zijn in de energietransitie, en waarom op deze plek. Op deze manier gaat het maar al te vaak mis. Het dringende advies is om de participatie rond de energietransitie áltijd op een hoger niveau te beginnen, níet vanuit één locatie. Het bepalen van de beste locaties hoort onderwerp te zijn van een democratisch proces sámen met de bevolking.

Dat geldt ook voor het formuleren van andere randvoorwaarden, bijvoorbeeld om hinder voor de omgeving te voorkomen, voor plussen voor landschap, natuur of andere maatschappelijke doelen en over financiële participatie. Het vraagt om een beleidstraject met een integrale benadering waarin alle belangen worden afgewogen. Dat is de taak van de overheid, niet van een ontwikkelaar. Figuur 2: Landschapstypenkaart met mogelijkheden grootschalige energieopwek volgens groene organisaties (indicatief). 4 5 Voorbeeld Goed voorbeeld doet goed volgen: Zonneparken Inmiddels zijn er in Nederland een aantal goede voorbeelden van zonneparken die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. De Kwekerij, nabij Hengelo, Gelderland. http://nlsolarparkdekwekerij.nl/. Dit relatieve kleine park van 7 ha is als een park aangelegd, en het is dan ook open voor publiek. Het streeft een combinatie van zonne-energie, natuur en recreatie/educatie na. Maatregelen om de biodiversiteit te bevorderen omvatten onder andere extensieve begrazing, insectenhotels, nestkasten, bloemrijke randen, taluds, wadi’s (ingezaaid met inheems plantgoed), en deels Meidoorn in plaats van hekwerk. Zonnepark De Klarenbeek in Voorst, Gelderland.

https://www.zonneparkklarenbeek.nl/ Dit zonnepark bevindt zich nog in de ontwikkelingsfase maar is een prachtig voorbeeld van lokaal initiatief om schone energie te ontwikkelen met aandacht voor het landschap. Waarbij de winst lokaal blijft in plaats van weg te vloeien naar het buitenland. Een plan met een échte landschappelijke inpassing, dat ruimte laat voor de das, en bovenal met draagvlak van de buurt. Kortom een ontwerp dat past bij de maat en schaal van het landschap! 4) Werk middels groene ontwikkelprincipes Voor wat betreft de locaties voor grootschalige opwekking maken wij onderscheid naar gebieden op basis van landschappelijke kwaliteiten. Via onderstaand kaartje geven wij aan welke gebieden wij het meest en welke gebieden wij niet geschikt achten voor grootschalige opwekking. Deze analyse is grofmazig gebaseerd op een combinatie van beleid en analyses van de kwaliteit van natuur en landschap. Zo zijn Natura 2000 gebieden wat ons betreft (en ook wettelijk) uitgesloten omdat hier het primaat aan de natuur is. Voor de overige gebieden geven we indicatief de wenselijkheid van grootschalige opwekprojecten in deze gebieden aan. Wij stellen dan ook voor om naast de Natura 2000 gebieden een onderscheid te maken tussen bedrijventerreinen, landelijk gebied met minder landschappelijke waarde, landelijk gebied met meer landschappelijke waarde en overige natuurgebieden.

Voor deze 4 verschillende gebieden waar wij wel mogelijkheden zien hanteren wij verschillende principes. Wij zijn er van overtuigd dat het draagvlak voor de energietransitie toeneemt wanneer de kwaliteit van natuur en landschap centraal staat. Door de energietransitie actief te koppelen aan de andere transities in het landelijk gebied kunnen we hier gezamenlijk vorm aan geven. * Natuurgebieden in het NNN zijn uitgesloten in het huidige beleid van de provincie Locatie/bestemming Mogelijkheden grootschalige opwek energie Bedrijventerreinen Altijd Landelijk gebied met minder landschappelijke waarde Veel mogelijkheden, goede ruimtelijke inpassing gewenst Landelijk gebied met meer landschappelijke waarde Mogelijk met extra investeringen in groenblauwe dooradering. Waar mogelijk vanuit de businescase, anders via andere middelen. Overige natuur* Alleen bij substantiele impuls in natuuropgave Natura 2000 Geen mogelijkheden 76 Voorbeeld Voorbeeld invulling impuls Energiepark Zwolle, onderdeel van Buitengoed de Herfte. Dit zonnepark ligt naast het spoor en wordt omringd door duurzame initiatieven. De in totaal 15.000 zonnepanelen zijn geplaatst tussen de hoogspanningsmasten en het spoor, een gebied van in totaal zeven hectare. Er graast een kudde van zo’n vijftig schapen langs en onder de panelen. https://vandebron.nl/energiebronnen/bron/7288db27- a63b-4737-a87a-aa47012e9de2.

Wat ons betreft geldt bij grootschalige opwekking: hoe hoger de landschappelijke kwaliteit, hoe groter de impuls die gegeven moet worden aan natuur en landschap. Aan welke bedragen denken we dan concreet? Voor windenergie moet u denken aan €50.000 per windmolen op een bedrijventerrein tot €250.000 voor een windmolen in landelijk gebied met hoge landschappelijke waarde. Voor zonneparken is dit lastiger in geld uit te drukken. Om ruimtelijke kwaliteit toe te voegen zien wij een opgave om bij zonneparken groen-blauwe dooradering 5) Organiseer participatie op gebiedsniveau Wij pleiten voor het organiseren van een zorgvuldig proces met inwoners en andere stakeholders als dé basis voor een succesvolle energietransitie. Niet alleen het proces rond één specifiek project, maar vooral en allereerst het brede proces over de hele energieopgave en de locatiekeuzes. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor groot- schalige opwek van hernieuwbare elektriciteit op land gestreefd wordt naar 50% eigendom van de lokale omgeving. Dit streven is een einddoel van een open en transparant proces. Dit is belangrijk, omdat draagvlak valt of staat met het gevoerde proces tijdens de ont- wikkeling van een project. Met de lokale omgeving als mede-eigenaar en dus mede-ontwikkelaar, worden de beste voorwaarden geschapen voor een gelijkwaar- dige, open en transparante samenwerking met andere partijen.

Wanneer de omgeving in een vroeg stadium eigenaar is van het resultaat, is ze ook eigenaar van de ontwikkeling ervan. Het streven naar 50% lokaal eigendom is een belang- rijk middel om draagvlak voor de energietransitie te versterken, want hiermee blijven de baten van een project in de regio en profiteert de omgeving ervan. Collectief lokaal eigendom biedt de beste voorwaarden voor het maximaal terugvloeien van de baten naar de lokale omgeving. Lees meer: Gedragscode Wind op Land: https://nwea.nl/gedrags- code-wind-op-land/ Gedragscode Zon op Land: https://www.klimaatak- koord.nl/participatie/nieuws/2019/11/13/gedragsco- de-zon-op-land Handleiding Participatieplan Wind op Land: https://www.handleidingparticipatieplan.nl/ Daarom introduceren wij onderstaande groene ontwikkelprincipes die de energietransitie stimuleren waarbij waardevolle landschappen worden beschermd en ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het Overijsselse landschap. In die gebieden die hoog scoren als het om landschappelijke- en natuurwaarden gaat verwachten wij een grotere impuls voor natuur en landschap. In gebieden waar laag gescoord wordt vinden wij het logisch dat meer geïnvesteerd wordt in andere maatschappelijke doelen. 1. Probeer grootschalige opwekking zoveel als mogelijk te clusteren en te combineren met andere gebiedsopgaven.

Een mooi voorbeeld hiervoor zijn nieuw te realiseren windbossen. Hiermee sla je meerdere vliegen in één klap. Je slaat CO2 op, investeert in biodiversiteit en wekt energie op. Mogelijk is dit nog te combineren met meer functies. 2. De genoemde impulsgelden zijn bedoeld voor natuurontwikkeling of streekeigen landschapsherstel inclusief bekostiging van langjarig beheer (20- 30 jaar). Denk hierbij aan aanleg en beheer van houtwallen en singels, poelen, natuurvriendelijke oevers of transitie naar natuurinclusieve landbouw. 3. Voor wat hoort wat: zorg ervoor dat ruimtelijke inpassing direct fysiek wordt uitgevoerd en het bijbehorende beheerbudget in een omgevingsfonds wordt beheerd. 4. Laat een onafhankelijke en kundige organisatie toezicht houden op de invulling en uitvoering van impulsmiddelen. 5. Faciliteren van een Overijsselse ontwikkelingsmaatschappij. Wij pleiten voor een regionale ontwikkelingsmaatschappij die met actief grondbeleid geschikte locaties voor grootschalige energie opwekking vrijspeelt om het rendement lokaal, gebiedsgericht te investeren in natuur, landschap en leefbaarheid van het landelijk gebied.

Lees meer: Checklist natuurbelangen bij grondgebonden zonneparken: https://www.natuurenmilieufederaties.nl/wp-content/ uploads/2019/06/190516-NMF-NM-Checklist- Natuurbelangen-Grondgebonden-Zonneparken- DIGITAAL.pdf toe te voegen aan het landschap buiten het zonnepark. Concreet gaat het om een lage impuls op bedrijventerrein (10% van de oppervlakte van het zonnepark) tot een hoge impuls (30%) in landelijk gebied met veel landschappelijke waarde. Voor de financiering van deze impuls kijken we in eerste instantie naar de businesscase van de ontwikkeling. Echter, dit moet wel haalbaar zijn. Voor projecten waar dit niet haalbaar is zullen andere fondsen beschikbaar gemaakt moeten worden. contact Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met: Natuur en Milieu Overijssel Leander Broere, broere@natuurenmilieuoverijssel.nl 038 425 09 69 Colofon Zwolle, maart 2020 Aan Wegwijzer Energie in het Overijsselse landschap hebben meegewerkt: Landschap Overijssel Robbert Blijleven Staatsbosbeheer Elke Kunen Overijssels Particulier Grondbezit Joukje Bosch Natuur en Milieu Overijssel Leander Broere Ontwerp en opmaak Astrid Beuker Assendorperdijk 3 8012 EG Zwolle 038 425 09 60 www.natuurenmilieuoverijssel.nl info@natuurenmilieuoverijssel.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4280ffc8-9b6a-4c07-8ced-b0257b1c287b?agendaItemId=c0b2109f-69f3-402b-af54-7fc3228d81db