14.0 VNG - Reactie op de rijksbegroting 2018.pdf
Tekst van het document
VNG-reactie op de Rijksbegroting 2018 Bijzondere ledenbrief
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2 September 2017 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3 Inhoudsopgave Voorwoord 4 1 Financiën 5 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 7 3 Veiligheid en Justitie 10 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 13 5 Wonen 14 6 Infrastructuur en Milieu 15 7 Economische Zaken 17 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid 18 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport 20 10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking 23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4 Voorwoord Op Prinsjesdag maakte het demissionaire kabinet-Rutte II de plannen voor het komende jaar bekend. Alhoewel het een beleidsarme begroting was, hebben de medewerkers van het VNG-bureau de plannen doorgelezen en de gevolgen voor gemeenten voor u op een rij gezet. In onze eerste reactie, gepresenteerd op Prinsjesdag, hebben we gezegd dat we zeker kleine stapjes in de goede richting zien maar dat er ook nog kanttekeningen te plaatsen zijn bij sommige voornemens. In deze ledenbrief vindt u daar op onderwerpen een korte analyse van. Voor grotere stappen moet vanzelfsprekend worden gewacht op het regeerakkoord van het volgende kabinet. Een goede samenwerking tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen is voor de aanpak van de grote maatschappelijke opgaven zeker noodzakelijk. Wat in het regeerakkoord komt te staan, is nu nog onbekend.
Het gesprek dat de VNG, samen met het IPO en de Unie van Waterschappen, vorige week met de informateur had stemde ons optimistisch. Over de gevolgen van het regeerakkoord voor gemeenten informeren we u te zijner tijd via een ledenbrief. Jantine Kriens Algemeen directeur VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5 1 Financiën Algemene uitkering in het gemeentefonds Wat wil het kabinet? In de septembercirculaire 2017 van het gemeentefonds zijn de accressen voor de jaren 2017-2022 bijgesteld. Ten opzichte van de meicirculaire daalt het accres voor het jaar 2017 met 67 miljoen euro, voor 2018 stijgt het accres met 134 miljoen euro en voor 2019 daalt het accres met 78 miljoen euro. De bijstellingen voor de jaren 2018 en later zijn voorlopig, in afwachting van een nieuw regeerakkoord. Tabel met accressen Gemeentefonds (in miljoenen euro’s) Septembercirculaire 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Stand mei 2017 257,557 670,090 523,726 428,489 391,151 426,044 Stand september 2017 189,850 804,594 445,216 445,130 394,694 465,218 Mutatie -67,707 134,504 -78,546 16,641 3,543 39,174 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemiddeld komt de groei van de algemene uitkering over de periode 2017-2022 uit op afgerond 2,6%. In de middellange-termijnverkenning van het CPB voor de komende kabinetsperiode is een inflatie voorspeld van gemiddeld 1,6% en een reële economische groei van gemiddeld 1,7%.
Het gemiddelde percentage aan accres blijft enigszins achter bij deze nominale groei van de economie met 3,3%. Gemeenten moeten de begroting 2018 opstellen. In beginsel kan daarvoor als vertrekpunt de meicirculaire worden genomen. Mutaties in de septembercirculaire kunnen worden meegenomen. Bijstelling voor 2018 en de meerjarenraming als gevolg van een regeerakkoord kunnen niet anders dan buiten beeld blijven. Niet-taakgebonden kortingen en resultaat BTW-compensatiefonds Wat wil het kabinet? Naast het accres muteert de algemene uitkering door taakmutaties. Bij nieuwe taken wordt geld toegevoegd en bij het weghalen van taken bij gemeenten wordt geld uit de algemene uitkering gehaald. Onder kabinet Rutte II zijn echter bij regeerakkoord niet-taakgebonden kortingen op de algemene uitkering ingeboekt. Daarvan resteert voor 2017 nog een korting als gevolg van hergebruik scootmobielen van 25 miljoen euro en apparaatskorting van 60 miljoen euro. Voor de jaren 2018-2022 is voor elk jaar eveneens een aanvullende apparaatskorting voor opschaling ingeboekt die oploopt van 60 miljoen in 2018 naar 110 miljoen in 2022. Ook is met ingang van 2015 een plafond ingesteld voor het BTW-compensatiefonds. Als gemeenten in een jaar minder uit dit fonds declareren, valt dit surplus in het fonds vrij aan de algemene uitkering in het gemeentefonds.
Als gemeenten meer declareren dan er in het BTW-compensatiefonds zit, wordt dit tekort uit de algemene uitkering aangevuld. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Tabel niet-taakgebonden kortingen en resultaat BCF (in miljoenen euro’s) Mutatie algemene uitkering 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Opschalingskorting -60,000 -60,000 -60,000 -70,000 -90.000 -110,000 Korting scootmobielen -25,000 Resultaat BCF 156,915 170,148 74,014 75,170 66,974 79,206 Wat betekent dit voor gemeenten? De niet-taakgebonden kortingen zijn voor gemeenten goed bekeken een negatief accres. De afgelopen jaren declareerden gemeenten door lage investeringen in onder andere de woningbouw- opgaaf minder op het BTW-compensatiefonds, waardoor middelen aan de algemene uitkering vrijvielen. Dit is ook in 2017 het geval. Door het aantrekken van de investeringen vanwege de gunstige conjunctuur nemen de declaraties op het BTW-compensatiefonds echter weer toe. Door deze toename vallen binnen afzienbare tijd geen middelen meer vrij aan de algemene uitkering. Dit effect is nog niet verwerkt voor het jaar 2018 en later in de meerjarenraming van de algemene uitkering in de septembercirculaire 2017. Per saldo betekent dit, dat er de komende jaren tezamen met de niet-taak- gebonden kortingen sprake is van een aanvullende korting op de algemene uitkering.
Naast de algemene uitkering bevat het gemeentefonds nog andere uitkeringen. De ontwikkeling daarvan wordt elders in deze ledenbrief toegelicht. Onderstaande tabel toont de meerjarenraming van de verschillende uitkeringen in het gemeentefonds. Tabel uitkeringen in het gemeentefonds (in miljoenen euro’s) Gemeentefonds 2017 2018 2019 2020 2021 2022 Algemene uitkering 15,549 16,675 17,141 17,592 17,975 18,410 Sociaal domein 9,831 9,790 9,712 9,617 9,601 9,552 Integratie-uitkering Wmo-oud 1,245 1,258 1,258 1,269 1,321 1,321 Decentralisatie uitkeringen 1,200 829 846 861 842 822 Totaal 27,825 28,552 28,956 29,328 29,675 30,043 Europese begroting Wat wil het kabinet? Naar verwachting zal de Europese Commissie medio 2018 komen met haar plannen voor een nieuw EU-budget (vanaf 2021): het Meerjarig Financieel Kader (MFK). De Europese structuur- en investerings- fondsen (subsidies) en het Gemeenschappelijk Landsbouwbeleid (GLB) maken hier deel van uit. In de rijksbegroting maakt Nederland de eerste inzet kenbaar. Voor de structuurfondsen heeft de regering een aantal speerpunten, afgestemd met provincies, gemeenten en waterschappen: meer synergie op innovatie, vergroening en grensoverschrijdende samenwerking, en vereenvoudiging van de fondsen. Voor het nieuwe GLB vanaf 2021 is de inzet van EZ gericht op het versterken van de concurrentie- kracht, verduurzaming, voedsel en vereenvoudiging.
Deze inzet zal in 2018 verder worden uitgewerkt. De financiële gevolgen van de uittreding van het Verenigd Koninkrijk voor de hoogte van het MFK zijn op dit moment nog niet duidelijk. Wat betekent dit voor gemeenten? Het MFK heeft consequenties voor gemeenten omdat dit Europese structuurfondsen (ESIF) en andere EU-fondsen betreft, waar gemeenten en lokale stakeholders geld uit halen voor lokale investeringen en projecten ter ondersteuning en uitvoering van beleid, zoals innovatie, energietransitie en het begeleiden van mensen naar de arbeidsmarkt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 2 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Normalisatie rechtspositie ambtenaren Wat wil het kabinet? De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) is eind 2016 aangenomen in de Eerste Kamer, en treedt 1 januari 2020 in werking. Met de WNRA gaat de rechtspositie van ambtenaren over van de Ambtenarenwet naar het burgerlijk recht. Dit betekent dat ambtenaren gaan vallen onder het Burgerlijk wetboek en de Wet cao. Voordat de wet op 1 januari 2020 in werking treedt, moet de wetgever zo’n 140 andere wetten aanpassen. In de begroting voor 2018 kondigt de minister van BZK aan dat hij deze wetsaanpassingen eerst ter consultatie voorlegt en daarna in 2018 naar de Raad van State stuurt.
Wat betekent dit voor gemeenten? De huidige ambtelijke rechtspositie moet worden vervangen door een cao die past bij de Wet cao en het Burgerlijk Wetboek (BW). De gemeenten stemmen op 1 december 2017 op de Buitengewone Algemene Ledenvergadering (BALV) van de VNG over een statutenwijziging waarin de rol van de VNG in de cao-vorming wordt vastgelegd. Als de leden instemmen met deze statutenwijziging, gaat de VNG met de vakbonden de rechtspositie omzetten naar een cao. Dit proces moet eind 2018 afgerond zijn. Gemeenten moeten zich voorbereiden op de inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2020. De wet betekent onder andere dat de ambtelijke aanstelling wordt omgezet in een arbeidsovereenkomst volgens burgerlijk recht, dat de huidige bezwaar- en beroepsprocedures vervallen, en dat algemeen verbindende voorschriften over arbeidsvoorwaarden vervallen. De WNRA regelt dat werkgevers individuele en lokale aanspraken opnieuw vastleggen. Het zwaartepunt van de werkzaamheden voor gemeenten zal liggen in de tweede helft van 2018 en in 2019. De VNG publiceert eind 2017 een draaiboek dat gemeenten in deze voorbereiding kunnen gebruiken. De VNG overlegt met het Ministerie van BZK over de benodigde aanpassingen in de wetgeving. Een reëel tijdpad richting 1 januari 2020 is daarbij een aandachtspunt.
Bestuur en Veiligheid Wat wil het kabinet? Het programma Bestuur en Veiligheid gaat ondermijning van de rechtsstaat en de open samenleving vanuit ideologie, ongewenste buitenlandse inmenging, georganiseerde criminaliteit en maatschappe- lijk onbehagen tegen. Onderdeel daarvan is het vergroten van de informatiepositie, de weerbaarheid en het handelingsvermogen van het lokaal bestuur. Uit een verkenning die de minister van BZK afgelopen jaar heeft laten uitvoeren, blijkt dat er behoefte bestaat aan een voorziening voor veilig en integer bestuur. Naar aanleiding van de verkenning wordt een netwerk weerbaar bestuur gecreëerd dat door het programma Bestuur en Veiligheid ondersteund gaat worden. De VNG gaat participeren in het netwerk. Wat betekent dit voor gemeenten? De doelstelling van een netwerk weerbaar bestuur is onder andere dat netwerkpartners met elkaar kennis uitwisselen, instrumentaria ontwikkelen en daarmee een handelingsperspectief aan het openbaar bestuur bieden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 Informatieveiligheid Wat wil het kabinet? De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de Wet Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). De eerste tranche hiervan stelt regels over het gebruik van DigiD en het eventueel toelaten van alternatieve generieke elektronische identificatiemiddelen.
De GDI regelt tevens de bevoegdheid van het kabinet om overheidsinstanties te kunnen verplichten bepaalde standaarden toe te passen die bijdragen aan veilig internetverkeer. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor informatieveiligheid. Implementatie van de Baseline Informa- tiebeveiliging Gemeenten (de BIG) is daarvoor een minimumvereiste. De Wet GDI gaat met deze verplichtingen echter verder dan de BIG. De wet schrijft een aantal standaarden verplichtend voor. Het Forum Standaardisatie stuurt al enkele jaren op adaptatie van deze standaarden omdat deze sterk bijdragen aan veilig internetverkeer. Open overheidsinformatie Wat wil het kabinet? De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan open-databeleid dat zich richt op optimale openbare beschikbaarheid en (her)gebruik van overheidsdata. Het Kennis- en Exploitatie- centrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP) ontvangt een bijdrage van 4,6 miljoen euro voor het beheer van o.a. het open-dataportal en Overheid.nl waarlangs elektronische publicaties en overheids- informatie openbaar worden gemaakt. Voor de toegankelijkheid van overheidsinformatie worden de portalen Overheid.nl, Rijksoverheid.nl en Ondernemersplein samengevoegd. De looptijd van het Actieplan open overheid 2016–2017 is verlengd tot medio 2018.
En er wordt gewerkt aan een nieuw Actieplan open overheid voor de periode medio 2018 - medio 2020. Wat betekent dit voor gemeenten? Enkele gemeenten werken samen met het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) in het project Open raadsinformatie. Dit project loopt tot medio 2018. Daarnaast kunnen gemeenten bijdragen aan en hun voordeel doen met innovaties in het kader van het nieuwe Actieplan open overheid. En gemeenten kunnen gebruikmaken van de diensten van KOOP voor het beschikbaar stellen van open data en voor elektronische bekendmakingen. Regie op eigen gegevens Wat wil het kabinet? De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft aan dat het zelfbeschikkingsrecht persoonlijke gegevens wordt versterkt. Het (her)gebruik van gegevens door overheden wordt verbeterd, bijvoorbeeld door slimme uitwisseling van data mogelijk te maken. Tevens onderzoekt de minister of de huidige inzage- en correctiemogelijkheden voor burgers kunnen worden verbeterd. Wat betekent dit voor gemeenten? Onderzoek naar of en hoe de burger een meer centrale rol kan krijgen in het beheer en verstrekking van zijn eigen gegevens sluit aan bij de behoefte die gemeenten hebben.
Dit vraagt in technische zin dat overzicht geboden wordt van het dienstenportfolio van de gemeente, van lopende zaken (ook die over een keten van organisaties lopen) en over gegevens die partijen voor handen hebben. Er moet hierbij rekening gehouden worden met de uitgangspunten uit de Algemene Verordening Gegevensbe- scherming (AVG). Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 Operatie Basisregistratie Personen stopgezet Wat wil het kabinet? De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in het Algemeen Overleg met de Tweede Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken op 5 juli 2017 besloten om de Operatie BRP stop te zetten. Hiermee is de vernieuwing van de registratie van personen gestopt. Dit betekent dat Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is gestopt met de voorbereidingen voor de inbeheername van de nieuwe programmatuur. Hiervoor had het Kabinet over de jaren 2017 t/m 2021 totaal € 45,4 miljoen begroot. Deze kosten kwamen in eerste instantie volledig voor rekening van BZK. In de Rijksbegroting 2018 zijn de uitgaven en inkomsten die in 2017 hiervoor zijn opgevoerd, geschrapt. Inmiddels is het ministerie en de RvIG bezig met een ‘health check’ van de verstrekkingenvoorziening van de BRP het huidige GBA-V.
Verwacht wordt dat er achterstallig onderhoud moet worden gepleegd en realisatie zal plaatsvinden van toegezegde aanpassingen in de wet, de registratie en verstrekkingen. Bijvoorbeeld de registratie van levenloos geboren kinderen. Wat betekent dit voor gemeenten? Door het stoppen van de ontwikkeling van de nieuwe BRP-voorzieningen lopen de gemeenten per saldo een aantal voordelen mis. Deze lagen op het gebied van de kwaliteitsborging, de uitvoering- processen, beschikbaarheid van gegevens en de financiën. Daartegenover staat dat gemeenten geen burgerzakenmodules hoeven aan te schaffen en dat de binnengemeentelijke levering van gegevens niet alleen vanwege de komst van de BRP hoeft te worden aangepast. Ook is het gesprek gestopt over een bijdrage van gemeenten in de kosten van het Rijk voor de inbeheername van de nieuwe BRP-voorzieningen. De huidige financieringssystematiek rond de wijzigingen en aanpassingen in de ICT-voorzieningen (LO-wijzigingen) zal tot nader orde gehandhaafd blijven. Dit zal naar verwachting voor gemeenten de komende jaren extra kosten met zich meebrengen omdat deze systematiek voor gemeenten niet altijd volledig kostendekkend is geweest. Daarnaast zullen de kosten van beheer en exploitatie naar verwachten hoger worden en zal de doorbelasting van de kosten van verkrijging van gegevens uit de GBA-V worden aangepast (huidige budgetfinanciering).
Vanwege het beëindigen van de Operatie BRP heeft een aantal gemeenten het initiatief genomen om te onderzoeken of de producten die operatie BRP heeft opgeleverd bruikbaar zijn om voor gemeenten een Gemeentelijke Verenigde Registratie van persoonsgegevens (GVR) te kunnen realiseren. Dit betreft geen voortzetting van Operatie BRP , maar een voorziening die een centrale opslag van (persoon) gegevens voorstaat. Deze voorziening biedt gemeenten meer mogelijkheden dan met Operatie BRP kon worden bereikt en levert de door de Wet BRP voorgeschreven gegevens aan de GBA-V. Brexit Wat wil het kabinet? Het kabinet zet zich in voor een zo goed mogelijke uitkomst van de onderhandelingen, maar zal ook rekening moeten houden met een uitkomst waarbij geen of weinig overeenstemming bestaat over de toekomstige relatie met het Verenigd Koninkrijk. Het kabinet gaat ervan uit dat Nederland als handelspartner zal worden getroffen door de Brexit. Aandachtspunten van Nederland zijn: behoud van bestaande burgerrechten van Nederlandse en Britse burgers (verblijf, arbeid en sociale zekerheid), voorkomen dat de bijdrage aan de EU-begroting disproportioneel stijgt door het vertrek van de Britten, maar ook de toekomstige handelsrelatie en samenwerkingsverhouding met het Verenigd Koninkrijk. Wat betekent dit voor gemeenten? De concrete gevolgen van de Brexit voor gemeenten zijn nog niet te overzien.
Ze zullen afhangen van de uitkomst van de onderhandelingen, maar met name de visserij en de export zullen de gevolgen van het uittreden van de Britten uit de handelsunie ondervinden. Ook voor Britse burgers in Nederland blijft het nog afwachten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 3 Veiligheid en Justitie Programma KEI: vereenvoudiging procesrecht en digitalisering procesrecht Wat wil het kabinet? In 2018 wordt de volgende fase van de inwerkingtreding van de KEI-wetgeving doorgevoerd. Het kabinet wil met de KEI-wetgeving de democratische rechtstaat versterken. Voor de democratische rechtsstaat is een goed werkende juridische infrastructuur essentieel. De rechtspraak neemt daarin een centrale plaats in. De rechtspraak is bezig met een grote moderniseringsoperatie, waarin snelheid, toegankelijkheid, eenvoud en kwaliteit centraal staan. Digitalisering draagt daaraan bij. Dit krijgt concreet gestalte in het programma KEI (Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak). Het programma kent vier wetsvoorstellen die 12 juli 2016 door de Eerste Kamer zijn aangenomen. Voor het civiele recht en het bestuursrecht (asiel en bewaring) is vervolgens in 2017 de eerste fase van de KEI-wetgeving in werking getreden. Die gefaseerde inwerkingtreding krijgt in 2018 en volgende jaren verder zijn beslag.
Wat betekent dit voor gemeenten? De nieuwe wetgeving vraagt om een aanpassing van de werkwijze van gemeenten wanneer zij procederen. Gemeenten kunnen op twee manieren toegang krijgen tot digitale procesvoering. In de eerste plaats kunnen zij inloggen met eHerkenning op het webportaal ‘Mijn rechtspraak’ via rechtspraak.nl. Gegevens en documenten worden vervolgens handmatig ingevoerd. Het dossier bevindt zich in het webportaal en kan worden gedownload. In de tweede plaats is rechtstreekse koppeling aan het systeem van De Rechtspraak mogelijk via een aansluitpunt. Er is sprake van geautomatiseerde gegevensuitwisseling en het dossier bevindt zich in het eigen systeem van de gemeente. Om via het aansluitpunt te kunnen werken, is een aanpassing van de eigen systemen (software en werkprocessen) nodig. Voor toegang tot het aansluitpunt is een PKI-O-certificaat nodig (eHerkenning). De uitvoeringsconsequenties voor gemeenten, waaronder de kosten, van deze opties zijn nog niet bekend. De gefaseerde invoering betekent voor gemeenten dat voor die gebieden waar het nieuwe recht nog niet wordt ingevoerd, het oude (proces)recht van toepassing blijft. Naar verwach- ting staat in 2020 de landelijke invoering van het digitaal procederen in het bestuursrecht gepland.
Momenteel voert KING voor de VNG, in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie/De Rechtspraak, een impactanalyse uit naar de gevolgen van de verplichting om digitaal te procederen voor de bedrijfsvoering van gemeenten. Privacy Wat wil het kabinet? In 2018 moet de uitvoeringswet voor de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) ingaan. Daarnaast versterkt het Ministerie van Veiligheid en Justitie de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en maakt het daar structureel tot 7 miljoen euro voor vrij. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten bereiden zich voor op implementatie van de AVG. De onderhanden zijnde uitvoeringswet kan van invloed zijn op deze implementatie. De precieze wettekst is echter nog niet beschikbaar. De AP zal met de uitbreiding naar verwachting beter invulling kunnen geven aan haar adviserende toezichthoudende taak.
Cybersecurity: versterken veiligheidsketen en bevorderen informatiedeling Wat wil het kabinet? Het kabinet trekt structureel 26 miljoen euro uit voor cybersecurity, gericht op het versterken van de veiligheidsketen (AIVD, MIVD, Politie en OM) en het bevorderen van informatiedeling (EZ en Vereniging van Nederlandse Gemeenten 11 NCSC). In aanvulling hierop zal het Nationaal Cyber Security Centrum zich blijven inzetten voor versterking van de samenwerking met sectorale Computer Emergency Response Teams (CERT), om zo bij te dragen aan een dekkend netwerk van sectorale CERT-teams. Het nationaal detectienetwerk (NDN) is een samenwerkingsverband van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, MIVD en AIVD met een detectiesystematiek die cyberaanvallen op Rijksoverheid en vitale organisaties vroegtijdig inzichtelijk helpt maken. Met het NDN worden cyberaanvallen van statelijke actoren en cybercriminelen onderkend zodat deze aanvallen bestreden kunnen worden en de effecten ervan beheersbaar worden gemaakt. Het kabinet heeft hiervoor bij de nota van wijziging voor 2017 3,5 miljoen euro vrijgemaakt, en vanaf 2018 structureel 12,9 miljoen euro. Wat betekent dit voor gemeenten? De aandacht van de minister van Veiligheid en Justitie richt zich op cybersecurity en met name op het versterken van de strafrechtketen.
De investeringen daarin laten zich niet direct vertalen naar een gemeentelijk effect. De Informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten (IBD), als onderdeel van VNG/ KING, is de voor gemeenten opererende CERT. Wij verwachten geen aanvullende acties vanuit het ministerie op de werkwijze van deze gemeentelijke CERT. De IBD vervult haar rol binnen dat netwerk en maakt deel uit van het nationaal detectienetwerk. Bezuiniging op het CCV Wat wil het kabinet? In 2018 bezuinigt het kabinet 900.000 euro op het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Wat betekent dit voor gemeenten? Het CCV ondersteunt gemeenten in de aanpak van veiligheidsproblemen zoals overvallen, woningin- braken, veilig ondernemen en ondermijning. Het CCV zorgt voor publiek-private samenwerking op het gebied van veiligheid. Door de bezuiniging kunnen zij gemeenten op een aantal gebieden niet meer ondersteunen. Aanpak radicalisering Wat wil het kabinet? Kenmerkend voor de Nederlandse aanpak van radicalisering is de integraliteit en de brede benadering, waarbij zowel repressieve als preventieve maatregelen worden ingezet. De maatregelen uit het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme zijn uitgevoerd en zijn of worden waar nodig bestendigd en structureel gemaakt.
Het actieprogramma voorzag in maatregelen om de jihadistische beweging in Nederland te bestrijden en te verzwakken en de voedingsbodem voor radicalisering weg te nemen. Daarnaast wordt in 2018 verder ingezet op het versterken van de nationale samenwerking tussen de organisaties die betrokken zijn bij terrorismebestrijding en wordt met extra investeringen gewerkt aan landelijke beschikbaarheid en acute inzetbaarheid van de Dienst Speciale Interventies. Wat betekent dit voor gemeenten? Veel gemeenten in Nederland zetten in op preventieve maatregelen om radicalisering tegen te gaan. Voor de komende jaren is het voor gemeenten wenselijk dat de aanpak van jihadisme wordt voortgezet. Nu de maatregelen worden bestendigd en structureel gemaakt, willen we in gesprek met het ministerie over blijvende ondersteuning voor gemeenten hierbij. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 12 Aanpak Ondermijning Wat wil het kabinet? Georganiseerde misdaad en de ondermijnende effecten daarvan op de samenleving blijven een ernstige bedreiging in Nederland. De vorig jaar geïntensiveerde integrale aanpak van ondermijning wordt in 2018 voortgezet. Het accent ligt in 2018 op regionaal bepaalde prioriteiten, zoals de aanpak van de outlaw motorcycle gangs (OMG’s) en vrijplaatsen. Daarnaast wordt ingezet op drugscriminali- teit, witwassen/vastgoed, mensenhandel, mensensmokkel, fraude, wapens en kinderporno.
Criminele samenwerkingsverbanden wordt aangepakt door sleutelfiguren en facilitators aan te pakken, criminele bedrijfsprocessen te verstoren en crimineel vermogen af te pakken. Bij strafzaken met financieel gewin wordt ingezet op het afpakken van crimineel vermogen. Wat betekent dit voor gemeenten? Steeds meer gemeenten in Nederland hebben de aanpak van ondermijning als speerpunt benoemd. Voor gemeenten is het daarom belangrijk dat politie en OM ook op landelijk en lokaal niveau inzetten op de aanpak van ondermijning. Intensiveren aanpak cybercriminaliteit Wat wil het kabinet? In 2018 zijn er extra middelen vrijgemaakt voor de politie en het OM om de aanpak cybercrime te intensiveren. De bestrijding van cybercrime moet hoog op de agenda blijven. Het streefaantal cybercrime onderzoeken is voor 2018: 50 complexe zaken en 310 reguliere zaken. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van cybercrime wordt in 2018 gewerkt aan betere directe internationale samenwerking met internet service providers én aan herziening van het internationale kader voor juridische maatregelen in cyberspace. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen een steeds grotere rol in de aanpak van cybercrime. In eerste instantie door het beschermen van eigen systemen tegen hacken.
Daarnaast ook in preventieve maatregelen, zoals voorlichting richting ondernemers en inwoners om cybercriminaliteit te voorkomen. Zorg en veiligheid Wat wil het kabinet? In 2018 zet het kabinet in op een nauwere samenwerking tussen zorg en veiligheid. Een voorbeeld hiervan zijn de City Deals die zijn gesloten tussen steden, Rijk, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties, waarin concrete samenwerkingsafspraken zijn verankerd. In maart 2017 begonnen de gemeenten Tilburg, Almere, Breda, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen en Zoetermeer de City Deal ‘Zorg voor veiligheid in de stad’. Deze richt zich op een betere samenwerking tussen het veiligheidsdomein en het sociaal domein op het gebied van onder andere re-integratie van gedetineerden, veiligheidsproblematiek bij multiprobleemgezinnen en het Veiligheidshuis. In 2018 worden deze City Deals verder uitgebreid. Ook participeert het ministerie van Veiligheid en Justitie in het programma Sociaal Domein, waarin Rijk, gemeenten en andere betrokken partners samenwerken aan vraagstukken uit de uitvoeringspraktijk van het sociaal domein. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is een nauwe samenwerking tussen zorg en veiligheid van groot belang. Op gemeentelijk niveau wordt ingezet op een persoonsgerichte aanpak voor personen met multiproble- matiek die soms ook met justitie in aanraking komen.
De City Deal kan goede voorbeelden voortbren- gen die ook in andere gemeenten ingezet kunnen worden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 13 4 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Cultuur Wat wil het kabinet? In de Rijksbegroting 2018 zijn de bezuinigingen op cultuur van ongeveer 20% structureel per 2013 niet ongedaan gemaakt. Ook wordt geen melding gemaakt van het in 2018 doorzetten van het amendement ad 10 miljoen euro extra in 2017 voor positief beoordeelde instellingen met onvoldoen- de rijksbudget. Er komt geen extra geld voor lokale publieke omroepen. Stimuleringsprogramma’s zoals de Brede impuls combinatiefuncties, Cultuureducatie met kwaliteit in het primair onderwijs en Muziek in de klas gaan door. Wat betekent dit voor gemeenten? Positief is dat de stimuleringsprogramma’s voor cultuur in het onderwijs en de brede school, die lokaal op veel bijval kunnen rekenen, worden doorgezet. Gemeenten opteren overigens voor meer rijksgeld voor combinatiefuncties/coaches, cultuur en media. Het niet-structureel maken van het amendement ad 10 miljoen euro betekent een grotere financiële druk op de betrokken gemeenten, terwijl in veel regio’s de onevenredige rijksbezuinigingen al eerder gerepareerd moesten worden of tot gaten hebben geleid.
Bibliotheken Wat wil het kabinet? De Koninklijke Bibliotheek (KB) wordt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn ondersteund in onder meer haar coördinerende rol in het stelsel van lokale bibliotheken (22,6 miljoen euro) en de digitale bibliotheek (12,2 miljoen euro). In 2018 concentreren de activiteiten zich op uitvoering van de Gezamenlijke innovatieagenda, op doorontwikkeling van de digitale bibliotheek en op voorbereiding van de evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), die in 2019 verschijnt. Het leesbevorderingsprogramma ‘Kunst van Lezen’ wordt voortgezet als onderdeel van het interdepartementale ‘Actieprogramma Tel mee met Taal 2016-2018’. Eind 2018 wordt op basis van een evaluatie besloten of de (OCW-)inzet (3,35 miljoen euro) wordt gecontinueerd. Voor verbetering van de (digitale) dienstverlening en de informatiepositie van de burger wordt door de minister van Binnnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties subsidie ingezet (0,2 miljoen euro); onder andere voor KING en een aantal bibliotheken. Wat betekent dit voor gemeenten? De KB steunt bibliotheken met landelijke programma’s voor onder andere (digitale) basisvaardigheden. Vanuit ‘Kunst van Lezen’ worden bibliotheken ondersteund bij de methoden van ‘Boekstart’ in de kinderopvang en ‘deBibliotheekopschool’, en bij het bereiken van laagtaalvaardige gezinnen.
Via de Gezamenlijke innovatieagenda (bestuurlijk afgesproken tussen VNG, OCW, IPO en VOB) wordt kennisdeling in de bibliotheeksector bevorderd. Vooralsnog is voor de uitvoering geen extra rijksbij- drage beschikbaar. In de evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) is het bieden van toegang aan burgers tot een bibliotheek door de gemeente een belangrijk aandachtspunt, dat reeds in de mid-term review (eind 2017) aan bod komt. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 14 5 Wonen Wonen: middenhuur en verhuurderheffing Wat wil het kabinet? Om lokale partijen te ondersteunen bij het afstemmen van de oplopende vraag en het achterblijvende aanbod in het middenhuursegment, is een samenwerkingstafel opgericht waaraan Rijk, VNG, Aedes, bouwsector en investeerders deelnemen. Omdat de totale WOZ-waarde van sociale huurwoningen de grondslag vormt van de verhuurderhef- fing, zal de verhuurderheffing op de woningcorporaties in 2018 naar verwachting met 5,1% stijgen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten willen graag dat er meer middeldure huur gerealiseerd wordt. Vanuit de samenwer- kingstafel middenhuur wordt daarbij ondersteuning aangeboden. In het najaar van 2017 komt meer informatie beschikbaar. De hogere verhuurderheffing gaat ten koste van de investeringscapaciteit van de woningcorporaties.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 15 6 Infrastructuur en Milieu Implementatie Basisregistratie Ondergrond Wat wil het kabinet? De Basisregistratie Ondergrond (BRO) is een database met gegevens over de Nederlandse ondergrond, zoals de grondsoorten en de grondwaterstanden. De BRO bundelt bestaande registraties van ondergrondgegevens en is onderdeel van het stelsel van basisregistraties. De implementatie van de BRO gebeurt de komende jaren (tot 2020) in 4 tranches. Het Rijk wil de eerste tranche op 1 januari 2018 in werking laten treden. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn net als provincies, waterschappen, het ministerie van Economische Zaken (EZ), Rijkswaterstaat en organisaties als Staatsbosbeheer bronhouder van de BRO. Zij zijn verantwoordelijk voor het inwinnen en bijhouden van de gegevens in de BRO en voor het borgen van de kwaliteit van die gegevens. Het ministerie stuurt gemeenten in het najaar 2017 een brief met de formele aankondiging dat zij samen met de andere bronhouders op 1 januari 2018 verantwoordelijk worden voor de uitvoering van de BRO. Voorbereidend op de BRO adviseert het ministerie bronhouders een coördinator ondergrond aan te wijzen.
Energie Wat wil het kabinet? Met de uitwerking van de Energie-agenda via ‘transitiepaden’ (Kracht/Licht, Hoge/Lage Temperatuur, Mobiliteit, Landbouw/Natuur) moet er meer inzicht komen en richting worden gegeven aan de uitwerking van de opgave: een volledig energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. CO2-reductie staat voorop, met name de ruimtelijke inpassing van schone energiebronnen en -infra is een belangrijk aandachtspunt (inclusief het betrekken van de omgeving, het creëren van acceptatie én aandacht voor omgevingskwaliteit). Daarbij ligt de besluitvorming volgens het kabinet primair bij gemeenten en provincies. Samenwerking met de bouwsector (Bouwagenda) maar ook met lokale burgerinitiatieven is een belangrijke pijler in het rijksbeleid. Er komt een nieuwe regeling voor kleinschalige duurzame energieproductie (ISDE) als extra stimulans bij het onlangs gesloten energiebespaarconvenant. Voor VvE’s en sportverenigingen is subsidie beschikbaar. Voor kantoorgebouwen wordt een energielabel C-verplichting voorzien. Wat betekent dit voor gemeenten? Het VNG-initiatief voor Regionale Energie Strategieën als ‘bottom-up’-aanpak wordt zeer waarschijnlijk landelijk opgeschaald. Ondanks een aangenomen Kamermotie is in deze begroting geen aandacht voor het in stand houden van de regionale energieloketten en allianties voor het verduurzamen van de particuliere woningvoor- raad.
Hiermee vervalt de huidige financiering per 31 december 2017. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 16 Deltafonds Wat wil het kabinet? Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben afgesproken om klimaatbestendigheid in 2020 integraal mee te wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen, zodat Nederland in 2050 klimaatbestendig is ingericht. In de ontwerpbegroting van het Deltafonds is een bedrag van 5 miljoen euro voor de periode 2018-2022 opgenomen, voor de voortzetting van het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke adaptatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen een beroep doen op dit programma voor de ondersteuning van voorbeeldpro- jecten, stresstesten, living labs en het faciliteren van kennis- en leernetwerken. Het is aan het nieuwe kabinet om te besluiten of er substantieel extra budget voor ruimtelijke adaptatie wordt gereserveerd, zoals we samen met IPO en de UvW hebben gevraagd. Mededinging en duurzaamheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil meer ruimte creëren voor duurzaamheidsinitiatieven: hogere drempelwaarden en meer vrijstellingen op het gebied van staatssteun. Omdat initiatieven uit de samenleving soms kunnen botsen met het huidige mededingingskader. Hierover is een wetsvoorstel in voorbereiding: ‘ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven’, en het onderwerp wordt aangekaart bij de Europese Commissie.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten ervaren EU-regelgeving op het gebied van staatssteun als een van de grootste knelpun- ten. Vooral de lage drempelwaarden zijn soms een obstakel voor lokaal beleid. Ruimte binnen de Europese mededingingskaders kan gemeenten meer mogelijkheden bieden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 17 7 Economische Zaken Dienstverlening aan ondernemers Wat wil het kabinet? Digitale dienstverlening van de overheid aan bedrijven wordt georganiseerd rond gebeurtenissen in de levenscyclus van bedrijven. Daarom zet het ministerie van Economische Zaken in 2018 samen met andere departementen, uitvoeringsorganisaties en medeoverheden in op het versterken van de samenhang tussen de digitale voorzieningen en ICT-standaarden van de overheid vanuit het perspec- tief van de ondernemer. In 2018 wordt concreet ingezet op de ontwikkeling van de digitale voorzieningen MijnOverheid voor Ondernemers en het digitaal Ondernemersplein. Dit wordt ondersteund met wettelijke rechten en plichten voor ondernemers en overheden zoals de Verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (eIDAS), de wijziging van de Handelsregisterwet (deponeren van de jaarrekening in Standard Business Reporting en de Richtlijn e-factureren).
Wat betekent dit voor gemeenten? Van gemeenten wordt verwacht dat zij, door aan te sluiten op deze voorzieningen, in staat zijn ondernemers digitale diensten te verlenen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 18 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Participatiewet en de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten Wat wil het kabinet? Het kabinet streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt die mensen met een arbeidsbeperking meer kans op werk biedt. In de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten is afgesproken om 125.000 extra banen te creëren voor mensen die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. De sector overheid heeft met 3600 nieuwe banen het beoogde aantal van 6500 extra banen niet gehaald. Het kabinet vindt het van groot belang dat activering van de quotumregeling effectief is. Om die reden heeft het kabinet besloten weliswaar het quotum te activeren voor de sector Overheid, maar het heffen van de boete een jaar uit te stellen. Wat betekent dit voor gemeenten? Dit betekent dat werkgevers bij overheid en onderwijs eind 2017 de doelstelling voor 2018 ontvangen van het UWV. Medio 2019 heeft UWV de gegevens per werkgever en wordt duidelijk welke organisatie wel en niet de doelstelling heeft gehaald. Er is dan echter nog geen sprake van een boete. Die zal op zijn vroegst in 2020, over de verloonde uren in 2019, worden geheven.
Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten (BUIG) Wat wil het kabinet? In 2018 is het macrobudget BUIG geraamd op bijna 6 miljard euro. Van dit budget wordt nog 138 miljoen euro gereserveerd voor de betaling van de vangnetuitkeringen over 2016. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten heeft het te lage macrobudget negatieve gevolgen. Vóór 1 oktober 2017 ontvangen gemeenten nadere informatie over hun budget 2018. Loonkostenvoordeel in plaats van mobiliteitsbonussen Wat wil het kabinet? Per 1 januari 2018 worden vier typen loonkostenvoordelen (LKV) ingevoerd: LKV Ouderen, LKV Arbeidsgehandicapten, LKV Doelgroep Banenafspraak en LKV Herplaatsing Arbeidsgehandicapten. De LKV’s komen in de plaats van de mobiliteitsbonussen voor ouderen en arbeidsgehandicapten. Werknemers boven de AOW-gerechtigde leeftijd en werknemers die werken in een sociale werkvoor- ziening of een beschut werkplek, vallen niet onder de LKV-doelgroep. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is vooral de LKV banenafspraak en scholingsbelemmerden van belang. De hoogte van de LKV is identiek aan die van de mobiliteitsbonus (2000 euro per jaar). Daarmee is het voordeel voor de werkgever (veel) lager dan voor de andere groepen, voor wie de werkgever een voordeel kan krijgen van 6000 euro per jaar.
De aanpassing in het kader van de Wet tegemoetkomingen loondomein lost de verzilveringsproblematiek voor kleine bedrijven op, maar betekent voor gemeenten dat er een aantal aanpassingen noodzakelijk is in de informatievoorziening en IT-systemen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 19 Wet Vereenvoudiging Beslagvrije Voet Wat wil het kabinet? De Wet Vereenvoudiging Beslagvrije Voet gaat uiterlijk op 1 januari 2019 in. Die moet ervoor zorgen dat schuldenaren bij beslaglegging genoeg geld overhouden om in basale levensbehoeften te kunnen voorzien. De aanvankelijke planning was 1 januari 2018. Wat betekent dit voor gemeenten? Een vereenvoudiging van regels met als resultaat een hogere beslagvrije voet zal burgers ruimte bieden bij het betalen van de schulden. Dit zorgt ervoor dat minder burgers met een onhoudbare schuldenlast zitten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 20 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugd Wat wil het kabinet? In 2018 vindt een aantal aanpassingen van de Jeugdwet plaats om de administratieve lasten te verlichten. Zo wordt de Basisregistratie Personen (BRP) en het adres van de jeugdige leidend, in plaats van de woonplaats van de gezagsdrager (aanpassing woonplaatsbeginsel).
Verder wordt de Jeugdwet aangepast om bij ministeriële regeling nadere regels te kunnen stellen aan de wijze van bekostiging, gegevensuitwisseling en/of verantwoording (wettelijk verplicht toepassen van i-Wmo en i-JW berichten). Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpassing van het woonplaatsbeginsel wordt door de gemeenten toegejuicht. Met deze aanpassing wordt een aantal bestaande knelpunten in belangrijke mate opgelost. Op dit moment treffen VNG en VWS voorbereidingen voor een ondersteuningstraject voor gemeenten, om de invoering zo soepel mogelijk te laten verlopen. Dit heeft financiële gevolgen voor gemeenten. De toepassing van de standaard i-Wmo en i-JW berichten in de bekostiging en verantwoording van jeugdhulp helpen om de administratieve lasten in de Jeugdwet en Wmo te verminderen. Vanuit het Programma i-Sociaal Domein krijgen gemeenten hulp om die standaard werkwijzen in hun eigen financiële administraties te laten landen. Transitie & innovatie Sociaal Domein Wat wil het kabinet? In de curatieve zorg neemt het Rijk diverse initiatieven om door middel van ICT de zorg te verbeteren (eHealth). Daarbij is ook veel aandacht voor de regie die patiënten op hun eigen (medische) gegevens moeten kunnen voeren. In 2020 krijgen alle Nederlanders toegang tot hun eigen medische gegevens (programma MedMij).
Daarnaast maakt het Rijk 100 miljoen euro vrij voor het Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt & Professional (VIPP) en 25 miljoen euro om patiënten in de GGZ gemakkelijk inzicht te geven in hun gegevens. Wat betekent dit voor gemeenten? Juist in het gedecentraliseerde sociaal domein is er ruimte voor zorginnovatie en de inzet van slimme technologie om de zorg en ondersteuning te verbeteren. Daarnaast kan ICT ook helpen om burgers beter inzicht te geven in hun eigen gegevens. Op veel terreinen vindt de innovatie al volop plaats, zowel bij gemeenten als bij zorgprofessionals in het sociaal domein. Daarbij is het een uitdaging om de goede initiatieven met elkaar te verbinden en verder te brengen. De VNG pleit ervoor dat het Rijk – samen met gemeenten – op een vergelijkbare manier als in het medisch domein komt tot impulsen voor zorginnovatie in het sociaal domein. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21 Hoofdlijnenakkoorden in de zorg Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft in het voorjaar hoofdlijnenakkoorden gesloten met sectoren in de curatieve zorg, gericht op kwaliteitsverbetering en beheersing van de stijging van de zorguitgaven. Deze akkoorden lopen tot eind 2018 en leiden vanaf dat jaar tot een besparing van 280 miljoen euro ten opzichte van de ramingen. In deze akkoorden en afspraken gaan betaalbaarheid en kwaliteit van zorg hand in hand.
Ook zijn er afspraken gemaakt met de geestelijke gezondheidszorg. Wat betekent dit voor gemeenten? Tot nu toe was de betrokkenheid van gemeenten bij de zorgakkoorden gering, terwijl de verwevenheid van de verschillende onderdelen in de zorgsector en het sociaal domein van gemeenten groot is. Gemeenten hebben een grote verantwoordelijkheid op het gebied van zorg en ondersteuning. Afspraken met sectoren kunnen niet zonder gemeenten gerealiseerd worden. GGZ Wat wil het kabinet? In 2018 maakt het kabinet extra middelen vrij voor de implementatie van de Wet verplichte GGZ. Daarnaast blijkt er een structurele onderschrijding te zijn van de middelen voor de GGZ. Wat betekent dit voor gemeenten? De extra middelen betekenen mogelijke financiële ruimte voor gemeenten. Wat de onderschrijding betreft: gemeenten merken dat de nodige ambulantisering van de GGZ onvoldoende snel op gang komt. Eigen bijdrage Wmo Wat wil het kabinet? Voor de gegevens die nodig zijn om de eigen bijdrage voor Wmo-cliënten vast te stellen, wordt een aanlevertermijn van uiterlijk 28 dagen vastgelegd in regelgeving. Deze nieuwe maatregel heeft tot doel dat cliënten de factuur voor de eigen bijdrage zo snel mogelijk ontvangen en stapelfacturen worden voorkomen. De maatregel treedt naar verwachting op 1 januari 2019 in werking.
Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten vinden het van belang dat Wmo-cliënten tijdig hun factuur voor de eigen bijdrage ontvangen. Uit een analyse blijkt dat de termijn van 28 dagen te kort is. Gemeenten moeten zich in 2018 gaan voorbereiden op de wetswijziging met inwerkingtreding 1 januari 2019. De VNG en andere partners ondersteunen gemeenten met het (digitaal) vereenvoudigen van het proces. Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg Wat wil het kabinet? Het kabinet is van mening dat er voldoende geld beschikbaar is om de bestaande wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg weg te werken. De sector heeft een jaarlijkse onderbesteding (280 miljoen euro in 2016). De oplossing zit vooral in een professionelere organisatie van de geestelijke gezondheidszorg. Wat betekent dit voor gemeenten? De extramuralisering van de geestelijke gezondheidszorg heeft grote gevolgen voor gemeenten. Steeds meer mensen met GGZ-hulpvragen wonen thuis en maken gebruik van de ondersteuning door de gemeente. Gemeenten merken echter dat het realiseren van de zo nodig ambulante behandelca- paciteit van de GGZ onvoldoende snel op gang komt. Daardoor is er onvoldoende zorg voor deze Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 mensen in een kwetsbare positie met alle risico’s van dien. Bovendien komt de aansluiting tussen begeleiding en behandeling onvoldoende op gang.
Extra middelen verpleeghuiszorg Wat wil het kabinet? Het kabinet steek extra geld in de verpleeghuiszorg. Voor 2018 gaat het om een bedrag van € 435 miljoen structureel. Voor de verbetering van de verpleeghuiszorg is in totaal 2,1 miljard structureel nodig. Voorts loopt per 1 januari 2018 de Subsidieregeling Voortzetting Zorginfrastructuur 2015-2017 af. Met deze regeling met een budget van 100 miljoen euro per jaar financierden zorgaanbieders initiatieven zoals wijksteunpunten, alarmering, meldcentrales en deurontgrendeling. Daardoor konden mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Een aantal zorgaanbieders heeft aangegeven zonder externe financiering de initiatieven te moeten stoppen. Gemeenten hebben weliswaar een bedrag van 27,8 miljoen voor 2018 gekregen, maar dit bedrag is bij lange na niet genoeg om de financiering van deze initiatieven geheel of gedeeltelijk over te nemen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is bezig met een nieuwe regeling voor 2019 maar wil daarmee alleen nieuwe initiatieven tijdelijk ondersteunen. Bestaande initiatieven komen niet meer voor subsidie in aanmerking Wat betekent dit voor gemeenten Het overgrote deel van burgers met een beperking woont zelfstandig en krijgt ondersteuning vanuit de Zorgverzekeringswet, de Wmo, de Jeugdwet en de Wet langdurige zorg.
Ook in de extramurale zorg en ondersteuning zijn knelpunten die aangepakt moeten worden. Daarom trekt het kabinet structureel geld uit om de verpleeghuiszorg te verbeteren. De kans is zeer groot aanwezig dat er daardoor niet of nauwelijks extra budget is om in te zetten in de extramurale ondersteuning van mensen die thuis wonen. In de besteding van de middelen valt te bezien of ze ook ten goede komen aan (oudere) burgers die nog zelfstandig wonen. Te denken valt aan inloopvoorzieningen, dagbeste- ding, maaltijden, gemaksdiensten. Op die manier zouden tevens bestaande initiatieven die door het wegvallen van de subsidieregeling met sluiting bedreigd worden, hun diensten kunnen voortzetten en uitbreiden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23 10 Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking Duurzame handel en investeringen Wat wil het kabinet? In 2018 zal uitvoering plaatsvinden van verschillende IMVO-convenanten (Internationaal maatschappe- lijk verantwoord ondernemen). Via het lidmaatschap aan de Dutch Trade and Investment Board (DTIB) heeft de VNG een stem in de besluitvorming rond de positionering van Nederland in het buitenland, door buiten de topsectoren expertise vanuit Nederlandse gemeenten onder de aandacht te brengen.
Wat betekent dit voor gemeenten? De uitvoering van de IMVO-convenanten is relevant voor de missies die Nederlandse gemeenten met het bedrijfsleven afleggen aan het buitenland. Daarnaast is dit ook relevant voor de inkoop van gemeenten zelf. Zo zijn gemeenten een van de grootste afnemers van natuursteen, waarvoor in 2018 het convenant wordt uitgevoerd. Vrede en veiligheid voor ontwikkeling Wat wil het kabinet? Meer dan 90% van de vluchtelingen verblijft in de regio van herkomst. Er wordt intensiever gepriori- teerd op diverse landen in de nabijheid van Europa die te maken hebben met instabiliteit. Wat betekent dit voor gemeenten? Via programma’s als IDEAL (Inclusive Decision at Local Level) leveren de VNG en Nederlandse gemeenten bijdragen aan capaciteitsopbouw van lokale overheden in zogenaamde fragiele staten. Dat geldt ook voor LOGOReP (Local Government Response and Prevention), waarin de VNG en Nederlandse gemeenten werken aan het versterken van gemeentelijke dienstverlening in gebieden in Jordanië en Libanon die grote groepen vluchtelingen opvangen uit Syrië. Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 | 2514 JS Den Haag info@vng.nl