14.0 St. Armoedefonds - Onderzoek Armoedefonds April 2025
Tekst van het document
Steun elkaar! Rapport DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND Een onderzoek naar trends binnen het werkveld van armoedebestrijding Rosmalen, april 2025 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 2 Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens. Rosmalen, april 2025 Stichting Armoedefonds De Grote Elst 52 5246 JR Rosmalen Tel. 073 - 7440181 © April 2025. Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 3 INHOUDSOPGAVE VOORWOORD .................................................................................................................. 4 SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN ......................................................................... 5 1. INLEIDING .......................................................................................................................
7 1.1 Armoede in Nederland .............................................................................................7 1.2 Doelstelling en belang onderzoek Armoedefonds ...................................................8 1.3 Dataverzameling onderzoek Armoedefonds............................................................8 2. TOENAME IN HET AANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JAAR ..... 12 2.1 Aantal hulpvragen .................................................................................................12 2.2 Aard van de veranderingen in hulpvragen .............................................................13 2.3 Soort hulpvragen ...................................................................................................16 3. KRACHT VAN LOKALE HULPORGANISATIES .............................................................. 18 3.1 Middelen van organisaties .....................................................................................18 3.2 Financiële kracht lokale hulporganisaties .............................................................19 3.3 Hulporganisaties met een wachtlijst .....................................................................21 3.4 Voorwaarden voor hulp en maatwerk ...................................................................21 4. TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST .......................
23 4.1 Aantal hulpvragen nabije toekomst .......................................................................23 4.2 Benodigde middelen .............................................................................................24 5. CONCLUSIES ................................................................................................................ 26 6. AANBEVELINGEN ......................................................................................................... 28 BRONNEN ..................................................................................................................... 30 Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 4 VOORWOORD Plotseling de helft minder mensen in armoede. Het klonk als mooi nieuws afgelopen najaar. Zou het dan gelukt zijn om een stap te zetten om armoede structureel aan te pakken? Zo makkelijk is het helaas niet. Het nieuws dat armoede ineens gehalveerd was, kwam door de nieuwe armoededefinitie. En daar zit het addertje onder het gras. Van een nieuwe definitie koopt niemand een extra boterham voor het ontbijt van hun kinderen, of een fiets om mee naar werk of school te kunnen. Een definitie is een papieren werkelijkheid. Zeker wanneer een definitie, die bepaalt hoeveel mensen in armoede leven, slechts een half verhaal toont 1.
De nieuwe definitie neemt namelijk wél het vermogen van mensen mee maar níet hun schulden. Het betekent dat mensen met wat spaargeld niet onder de armoedegrens leven. Dat je ondertussen torenhogen schulden hebt waardoor je maar een beperkt weekbudget hebt, wordt niet meegenomen. Poef, ineens is armoede gehalveerd. Dat is problematisch, want een nieuwe definitie leidt al snel tot nieuw beleid. Wie daar de dupe van wordt? De mensen die volgens de nieuwe definitie officieel niet in armoede leven maar in de praktijk dag in dag uit in de overlevingsstand staan. Niet zeker wetend of ze de huur die maand kunnen betalen, of dat de schoolkosten afgeschreven kunnen worden. Naast de 540.000 mensen die onder de armoedegrens vallen, zijn er nog eens 1,2 miljoen Nederlanders die leven van een inkomen net boven de armoedegrens met amper spaargeld. Die groep is groot en erg kwetsbaar. Eén tegenvaller en de problemen stapelen zich op. En van de een op de andere dag leef je ineens in armoede. De kloof tussen papier en praktijk wordt in dit onderzoek duidelijk. Wanneer Stichting Armoedefonds aan lokale armoedehulporganisaties vraagt wat zij in de praktijk en achter de voordeur zien gebeuren, ontstaat er namelijk een pijnlijk beeld. Een meerderheid van de hulporganisaties ziet dat het aantal hulpvragen stijgt.
En een nog grotere meerderheid verwacht dat de hulpvragen de komende tijd verder zullen stijgen. Het is schokkend. Tussen de cijfers en wat er bij mensen achter de voordeur gebeurt, zit een hele wereld. Een wereld waarin hulporganisaties door heel Nederland uit man en macht proberen mensen met geldzorgen te helpen. Of je nu onder de armoedegrens valt of er net boven zit. Henk de Graaf | Stichting Armoedefonds Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 5 SAMENVATTING EN AANBEVELINGEN In Nederland zijn veel huishoudens die moeite hebben met rondkomen of zelfs onder de armoedegrens leven. Voor hen is ondersteuning vanuit armoedehulporganisaties van onschatbare waarde. Het Centraal Planbureau verwacht dat het aantal mensen in armoede gestegen is in 2024. Uit het onderzoek van Stichting Armoedefonds blijkt dat dit terug te zien is in de praktijk. 60% van de armoedehulporganisaties zag in het afgelopen half jaar een stijging in het aantal hulpvragen. Met name alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen en AOW’ers klopten vaker aan voor hulp. Daarnaast ziet 1 op de 3 organisaties dat mensen met betaald werk vaker hun hulp nodig hadden. Ook geven hulporganisaties aan dat zij deze mensen het liefst ondersteunen met producten of tegoedkaarten, om zo de dagelijkse zorgen te verlichten.
Denk aan verzorgingsproducten als shampoo of tandpasta, waar lokale organisaties structurele tekorten aan hebben. Stichting Armoedefonds doet periodiek onderzoek naar de impact van armoede op lokale armoedehulporganisaties. Het onderzoek is in februari 2025 uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties. In totaal is het ingevuld door 462 respondenten uit heel Nederland. De organisaties die de enquête hebben ingevuld, verschillen in grootte en hulpaanbod. Allen zetten zich in voor het bestrijden en verzachten van de gevolgen van armoede. In het onderzoek staan drie thema’s centraal: 1. HOE IS HET AANTAL HULPVRAGEN BIJ LOKALE HULPORGANISATIES SINDS HET LAATSTE HALF JAAR VERANDERD? Lokale hulporganisaties ervaren opnieuw een stijging in het aantal hulpvragen. In ons onderzoek geven zelfs meer organisaties aan dat er in toenemende mate mensen bij hen kwamen voor hulp - 60% ten opzichte van 50% afgelopen oktober. Dit ondersteunt de meest recente landelijke cijfers, die laten zien dat het aantal mensen dat risico loopt op armoede in 2024 stijgt. Deze hulpvraag is voornamelijk gestegen onder alleenstaanden met kinderen, alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ ouderen. Daarbij zag 36% van de hulporganisaties een stijging in het aantal hulpvragen bij mensen met een betaalde baan.
Het soort problemen waar men dagelijks tegenaan loopt is het betalen van boodschappen, gebrek aan een financiële buffer en schulden. Daarnaast zien hulporganisaties dat mensen door hun financiële situatie beperkte toegang hebben tot basisproducten als voedsel, verzorgingsproducten of kleding. Het soort verzorgingsproducten dat men mist zijn bijvoorbeeld shampoo, douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten en tandenborstels/tandpasta. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 6 2. IN WELKE MATE ZIJN LOKALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STAAT OM AAN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? Van de respondenten zegt 77% voldoende middelen te hebben om iedereen te helpen die bij hen komt. Een deel van de organisaties heeft echter vrijwilligers en/of betaalde medewerkers tekort (22%). Daarnaast geeft 5% van de hulporganisaties aan dat hun voortbestaan op het spel staat, doordat ze financiële middelen tekort hebben. Ongeveer de helft van de ondervraagde organisaties helpt ook mensen zonder te kijken naar een vaste inkomensgrens (49%). Daarnaast sturen de meeste hulpverleners mensen door naar andere (soorten) hulp, zoals andere armoedehulporganisaties, gemeenten of ze wijzen mensen op (kind)toeslagen. Dit maakt het aanbod aan hulp divers en laat zien dat hulporganisaties onderdeel zijn van een vangnet aan hulp dat aanwezig is voor mensen met geldproblemen. 3.
HOE VERWACHTEN LOKALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MAANDEN GAAN ONTWIKKELEN? Lokale armoedehulporganisaties bereiden zich voor op een stijging in het aantal hulpvragen. Ze zouden deze hulp het liefst willen blijven bieden in de vorm van spullen en tegoedkaarten. Hiervoor zullen ze zelf geld- en hulpbronnen moeten werven. Ze hebben naar eigen zeggen donaties, subsidies van gemeente of overheid en het aanbod van Stichting Armoedefonds hard nodig. AANBEVELINGEN De stijgende armoede in 2024 (CPB) zorgde het afgelopen half jaar voor meer hulpvragen bij veel armoedehulporganisaties. Ook mensen met een betaalde baan kloppen vaker aan voor hulp. Daarom hebben zij meer ondersteuning nodig, bijvoorbeeld door het verhogen van het minimumloon en daaraan gekoppeld de uitkeringen 2. Daarnaast is structurele financiële steun voor lokale hulporganisaties noodzakelijk. Zo worden deze organisaties versterkt en hebben zij voldoende middelen om ook mensen die nét buiten de armoedegrenzen vallen te helpen. Om mensen in armoede laagdrempelig te helpen, is een sterk netwerk van armoedehulporganisaties belangrijk. Daarbij is er dringend aandacht nodig voor het structurele tekort aan voedsel en verzorgingsproducten. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 7 1.
INLEIDING 1.1 ARMOEDE IN NEDERLAND Sinds oktober 2024 is er een nieuwe armoededefinitie. Waar er voorheen nog vijf verschillende definities waren om het aantal mensen in armoede mee te berekenen, is dit door CBS, SCP en Nibud teruggebracht tot één 3. Dat biedt duidelijkheid. De nieuwe armoededefinitie houdt rekening met de werkelijke kosten die mensen gemiddeld hebben aan wonen (huur of hypotheek) en energie. Dat betekent dat iemand met een gemiddeld inkomen maar extreem hoge energierekening ook in armoede kan leven. In de nieuwe berekeningen wordt ook meegenomen hoeveel vermogen (spaargeld) iemand heeft. Hierdoor neemt het aantal mensen in armoede af. In 2023 leefden 540.000 mensen met een inkomen onder de armoedegrens. Eventuele schulden en de werkelijke zorgkosten van mensen worden niet meegenomen in deze definitie omdat hiervan cijfers ontbreken. Ook bepaalde doelgroepen zoals dakloze mensen en ongedocumenteerde mensen worden niet opgenomen in de cijfers. Eén op de drie mensen in armoede is langdurig arm. Zij hebben minstens drie jaar op rij te weinig inkomen en te weinig vermogen. Onder de mensen in armoede zijn relatief veel kinderen, namelijk ruim 115.000 minderjarige kinderen. Ook werkende mensen leven relatief vaak met een inkomen onder de armoedegrens. Daarnaast is er een grote groep mensen met een inkomen nét boven de armoedegrens.
In 2023 hadden 1,2 miljoen mensen een inkomen net boven de armoedegrens en weinig tot geen financiële buffer 4. Het Nibud geeft aan dat die situatie vaak niet veel beter is. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat door hogere lonen het aantal mensen in armoede de komende jaren licht afneemt 5. Wel is de verwachting dat het aantal mensen in armoede in 2024, ten opzichte van 2023, toeneemt tot 610.000 personen. Volgens het CPB staan mensen die in armoede leven er slechter voor dan voorgaande jaren. De ernst van armoede neemt toe 6. Dat betekent dat mensen in armoede maandelijks meer geld tekort komen dan voorheen. Het CPB verwacht dat in 2026 de helft van de mensen een tekort heeft van meer dan 20% ten op zichten van het inkomen dat de armoedegrens bepaalt. In 2021 was dit nog 10%. Ook is er een groep met een tekort van meer dan 30% van de armoedegrens. Die groep wordt over de jaren niet kleiner. Het gaat vaak om mensen in een huishouden dat betaald werk als belangrijkste inkomstenbron heeft. De lichte afname van het aantal mensen in armoede komt doordat mensen met een inkomen net onder de armoedegrens over de grens zijn getild. De groep met maandelijks het grootste tekort wordt niet goed bereikt met beleid 7. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 8 Bijstandsgerechtigden lopen het meeste risico op armoede 8.
Toch is de ernst van armoede het meest toegenomen onder werkende armen. Het lukt deze groep bovendien minder vaak boven de armoedegrens uit te komen, aldus Universiteit van Amsterdam. Het aantal mensen dat werkt en toch maandelijks tekort komt groeit zelfs jaarlijks volgens het CBS. Daarnaast blijkt dat mensen met een inkomen uit betaald werk het vaakst een inkomenstekort hebben (in 2023 was dit 23%) 9. Uit analyse van de Universiteit van Amsterdam blijkt daarnaast dat mensen met betaald werk als primaire inkomensbron het meeste risico lopen op verborgen armoede. “Er komen ook mensen bij ons die werken en minimumloon verdienen. Door de kosten voor bijvoorbeeld het huishouden en energie hebben ze te weinig geld om elke maand rond te komen. Doordat we hun een voedselpakket kunnen geven houden ze geld over voor iets als een telefoonrekening.” Cherity Re-use Ook energiearmoede is een thema waar naar verwachting steeds meer mensen mee te maken krijgen 10. Wanneer de energieprijzen verder zullen stijgen en er geen maatregelen zoals een tegemoetkoming zijn, zal ook het aantal huishoudens dat risico loopt op energiearmoede stijgen. Naar schatting zullen er tussen de 550.000 en 640.000 huishoudens te maken krijgen met energiearmoede. Dit stelt onderzoeksinstituut TNO in maart 2025 vast. De prijs voor gas zit op het hoogste niveau in twee jaar, en blijft oplopen.
Dit maakt dat volgens het onderzoeksinstituut steeds meer huishoudens een risico lopen op het niet kunnen betalen van hun energierekening. Zij zullen te maken krijgen met energiearmoede. Uit recent onderzoek van het Nibud blijkt ook dat er grote verschillen zijn in het minimabeleid van gemeenten 11. Sinds 2015 is er een decentralisatie op het domein van werk en inkomen. Dit maakt dat elke gemeente zelf beleid mocht bepalen voor de ondersteuning van mensen met geldzorgen. Nibud maakte in oktober 2024 bekend dat er grote verschillen zijn in de hoogte van de inkomensondersteuning die huishoudens kunnen krijgen. “Inwoners zijn afhankelijk geworden van het beleid van de gemeente waar zij wonen”, schrijft het Nibud. Ook verklaart het onderzoeksinstituut dat paren zonder kinderen en paren met oudere kinderen zonder het gemeentelijke minimabeleid in 2023 veelal niet hun noodzakelijke uitgaven kunnen doen. 1.2 DOELSTELLING EN BELANG ONDERZOEK ARMOEDEFONDS Om de grote groep mensen met geldzorgen in Nederland te kunnen steunen zijn hulporganisaties hard nodig.
Het zijn namelijk de hulporganisaties die ervoor zorgen dat deze groep elke week een volle tas boodschappen hebben, dat ze verzorgingsproducten krijgen voor zichzelf en het gezin en dat hun kinderen een cadeautje hebben met Sinterklaas en kunnen trakteren op school, of dat kwetsbare meisjes en vrouwen gratis menstruatieproducten krijgen. De vitaliteit van deze hulporganisaties is van Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 9 groot belang. Stichting Armoedefonds brengt daarom in kaart hoe het gesteld is met de armoedehulporganisaties in Nederland middels een onderzoek. Een onderzoek dat terugblikt op ontwikkelingen, licht schijnt op de huidige staat en nieuwe verwachtingen op ontwikkelingen in de toekomst introduceert. Dit doen we aan de hand van de volgende vragen: 1. Hoe is het aantal hulpvragen bij lokale hulporganisaties sinds het laatste half jaar veranderd? 2. In welke mate zijn lokale hulporganisaties op dit moment in staat om aan de hulpvragen te voldoen? 3. Hoe verwachten lokale hulporganisaties dat hulpvragen zich de komende maanden gaan ontwikkelen? 1.3 DATAVERZAMELING ONDERZOEK ARMOEDEFONDS In de eerste week van februari 2025 is een vragenlijst uitgezet onder meer dan 1.300 hulporganisaties door heel Nederland, die zich richten op het helpen van minima. De vragenlijst is ingevuld door 462 unieke organisaties.
Het was niet verplicht om een antwoord in te vullen bij de vragen. De groep respondenten bestaat uit verschillende soorten hulporganisaties, zie figuur 1.1. Figuur 1.1 Wat voor soort hulporganisatie ben je? (Ingevuld door 455 organisaties) Overig Voedselbank Leergeld Kleding- en/of Speelgoedbank Urgente Noden SchuldHulpMaatje Voedselhulp Vincentius Dak- en thuislozen Quiet 0% 5% 10% 15% 35%30%20% 25% 30% 23% 13% 9% 7% 5% 4% 3% 3% 2% “Wij zetten ons voornamelijk in voor ouderen met een financieel kwetsbare situatie. Ze kunnen bij ons meerdere keren per week terecht voor een warme maaltijd in de avond of tussen de middag. Het zorgt voor minder eenzaamheid én biedt ze eten voor slechts een klein bedrag.” Participatie Keuken Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 10 Hulporganisaties uit heel Nederland namen deel aan het onderzoek, zie figuur 1.2. Sommige hulporganisaties werken in meerdere regio’s. Figuur 1.2 In welke provincie(s) is jouw organisatie actief? (Ingevuld door 458 organisaties) Zuid-Holland Noord-Brabant Gelderland Noord-Holland Utrecht Limburg Groningen Landelijk Overijssel Friesland Drenthe Flevoland Zeeland 0% 5% 10% 15% 20% 25% 21% 18% 13% 12% 7% 6% 5% 5% 5% 4% 3% 2% 2% “Wij geven lunch aan kinderen die naar de basisschool gaan. Veel kinderen bij ons in de buurt worden zonder ontbijt of broodtrommel naar school gestuurd.
Wij geven deze ouders een lunchpakket, zodat de kinderen in ieder geval wat te eten hebben.” Don Bosco Rijswijk Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 11 De meeste hulporganisaties bieden (een combinatie van) voedselhulp (50%), hygiëne- en verzorgingsproducten (44%), kleding (41%) of schoolspullen (38%). Zie figuur 1.3. Figuur 1.3 Wat voor soort hulp biedt jouw organisatie? (Ingevuld door 456 organisaties) Voedselhulp Hygiëne- / verzorgingsproducten Kleding Schoolspullen, laptops of Schoolspullenpas Ontmoetingsplek / uitjes / samenzijn Begeleiding naar zelfredzaamheid Speelgoed Fietsen Sport & Cultuur: (sportspullen, muziek, zwemles) Overig Ondersteuning (financiële) administratie Financiële (nood)hulp Spullen/witgoed Binnen-en buitenschoolse activiteiten Scholing / training / cursus Vakantie Onderdak en woonbegeleiding 0% 10% 20% 30% 50%40% 60% 50% 44% 41% 38% 29% 27% 27% 26% 23% 20% 19% 14% 19% 13% 13% 14% 4% Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 12 2. TOENAME IN HET AANTAL HULPVRAGEN SINDS HET AFGELOPEN HALF JAAR Lokale hulporganisaties staan bijna dagelijks in contact met mensen die om hulp vragen. Zij weten dan ook als geen ander waar de hulpvragers tegenaanlopen.
De problemen die ze ervaren, welke doelgroep vaker om hulp vraagt of bijvoorbeeld of het aantal mensen dat hulp nodig heeft toeneemt. Daarom is aan hulporganisaties gevraagd: hoe ontwikkelden de hulpvragen zich het afgelopen halfjaar? 2.1 AANTAL HULPVRAGEN Stichting Armoedefonds vraagt elk halfjaar aan lokale armoedehulporganisaties of ze een verandering zien in het aantal hulpvragen. Van de 420 hulporganisaties die deze vraag invulden, gaven 250 aan dat het aantal hulpvragen in het afgelopen halfjaar is gestegen (60%). 139 hulporganisaties gaven aan dat het aantal hulpvragen gelijk is gebleven (33%) en 31 gaven aan dat zij het aantal hulpvragen hebben zien dalen (7%). Zie figuur 2.1. Figuur 2.1 Aantal hulpvragen sinds het afgelopen halfjaar. (Ingevuld door 420 organisaties) 80% 60% 40% 20% 0% Het aantal hulpvragen stijgt Het aantal hulpvragen blijft gelijk Het aantal hulpvragen daalt 7% 33% 60% De afgelopen onderzoeken zag het Armoedefonds een (licht) dalende trend in het aantal armoedehulporganisaties dat een stijging ervaart in hulpvragen. In dit periodiek onderzoek geeft 60% aan een toename te zien in het aantal mensen dat om hulp vroeg. Dat is tien procentpunt meer dan oktober 2024 en ruim negen procentpunt meer dan een jaar geleden. Dit is een opvallend verschil en breuk in de trend.
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 13 “Wij zien de vraag naar hulp steeds meer toenemen. Alles wordt duurder en mensen hebben veel problemen met het doen van dagelijkse boodschappen. Maar dit geldt niet voor iedereen. Mensen komen om verschillende redenen bij ons voor hulp.” Voedselbank Gouda De hulporganisaties die een stijging ervaren zijn met name overige organisaties, zoals Stichting 1 Klein Gebaar of Weggeefwinkels (32%), voedselbanken die bij Voedselbanken Nederland zijn aangesloten (20%) of Stichting Leergeld (12%). Zie figuur 2.2. Figuur 2.2 Organisaties die een stijging ervaren. (Ingevuld door 247 organisaties) Overig Voedselbank Leergeld Kleding- en/of Speelgoedbank Urgente Noden SchuldHulpMaatje Voedselhulp Quiet Dak- en thuislozen Vincentius 0% 5% 10% 15% 20% 25% 35%30% 32% 20% 12% 10% 7% 6% 4% 3% 3% 2% 2.2 AARD VAN DE VERANDERING IN HULPVRAAG Wanneer we de respondenten vragen naar (een combinatie van) doelgroepen die om hulp vragen, zien we dat de alleenstaande ouders met kinderen er bovenuit springen. Volgens 53% van de armoedehulporganisaties is de hulpvraag toegenomen onder deze groep. Ook zien hulporganisaties dat alleenstaanden zonder kinderen (ingevuld door 33%), paren met kinderen (ingevuld door 28%) en AOW’ers/ouderen (ingevuld door 27%) steeds vaker om hulp vroegen. Zie figuur 2.3.
Wat opvalt is dat ten opzichte van vorig jaar alleenstaande zonder kinderen (een verschil van 7 procentpunt) en AOW’ers/ ouderen (een verschil van 4 procentpunt) vaker bij hulporganisaties aanklopten. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 14 Figuur 2.3 Onder welke groepen is de hulpvraag het laatste half jaar toegenomen? (Ingevuld door 411 organisaties) Alleenstaand met kinderen Alleenstaand zonder kinderen Paar met kinderen AOW’ers (ouderen) Vluchtelingen Personen met beperking of chronisch ziek Arbeidsmigranten Ondernemers en ZZP’ers Daar heb ik geen zicht op Overig Hulpvraag is onder geen groep toegenomen 0% 20%10% 40%30% 60%50% 53% 33% 28% 27% 26% 22% 19% 18% 18% 16% 2% “We zien ook alleenstaanden bij ons komen. Die zijn dan gescheiden en hebben vaak met hun partner geleefd op een loon. Die komen niet meer rond als ze uit elkaar gaan,” Cherity Re-use Daarnaast ziet ruim een derde van de hulporganisaties een toename in het aantal hulpvragen onder mensen met betaald werk (36%). Nog eens 31% van de organisaties geeft aan dat dit aantal gelijk is gebleven. 31% van de hulporganisaties zegt geen zicht te hebben op de hulpvraag vanuit mensen met een baan. Zie figuur 2.4.
Figuur 2.4 Hoe ontwikkelt het aantal hulpvragen zich onder mensen met betaald werk? (Ingevuld door 417 organisaties) 40% 30% 20 10% 0% Er is een stijging Het blijft gelijk Heb ik geen zicht op Er is een daling 1% 31% 36% 31% Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 15 “Er is een groot tekort aan basisproducten bij onze doelgroep. Eigenlijk missen ze al deze producten. Je hoort vaak dat mensen die een klein bedrag te besteden hebben continu keuzes moeten maken tussen bijvoorbeeld het kopen van eten of wat anders. Dat is elke keer prioriteiten stellen.” Quiet Community Den Haag Het Armoedefonds heeft aan lokale armoedehulporganisaties gevraagd wat zij opmerken bij mensen die om hulp vragen en waar ze dagelijks tegenaan lopen. Deze organisaties zien dit immers van dichtbij en horen de verhalen uit eerste hand. 72% van de respondenten geeft aan dat mensen moeite hebben met huishoudelijke uitgaven zoals boodschappen. Ook het gebrek aan een financiële buffer (spaarpot) wordt opgemerkt door 63%. Daarnaast geven organisaties aan dat schulden (ingevuld door 62%), energiekosten (ingevuld door 54%) en zorg- en tandartskosten (ingevuld door 48%) als probleem worden ervaren. Zie figuur 2.5.
Figuur 2.5 Waar lopen hulpvragers in het dagelijks leven tegenaan? (Ingevuld door 421 organisaties) Huishoudelijke uitgaven (boodschappen) Geen financiële buffer (spaarpot) hebben Schulden Energiekosten Zorg- en tandartskosten Woonlasten (huur, hypotheek) Vastlopen door bureaucratie Schoolkosten Vervoerskosten (auto, benzine, trein, bus, etc.) Overige (geef nadere toelichting) Weet ik niet 0% 20%10% 30% 50%40% 60% 70% 80% 72% 63% 62% 54% 48% 38% 36% 34% 28% 16% 7% “We zien voornamelijk steeds meer mensen bij ons komen met betaald werk. Ze vallen vaak net buiten alle regelingen. Ze werken keihard de hele dag en komen dan toch niet rond. Soms zijn ze zelfs met twee personen die werken en lukt het nog niet om geld over te houden.” Quiet Community Den Haag 2.3 SOORT HULPVRAGEN Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 16 Voor veel mensen is het hebben van ondergoed en sokken, schoonmaakartikelen, kleding of voedsel vanzelfsprekend. Mensen die leven met geldzorgen hebben hier niet altijd toegang tot. Lokale hulporganisaties laten in het onderzoek al geruime tijd weten dat mensen aan verschillende (hygiëne- en verzorgings-)producten een tekort hebben. Het Armoedefonds vroeg daarom welke producten hun hulpvragers het meest missen. 61% van de armoedehulporganisaties geeft aan dat men voornamelijk een tekort heeft aan voedsel en verzorgingsproducten.
Ook aan kleding (ingevuld door 43%) en schoonmaakartikelen (ingevuld door 36%) blijkt een groot tekort. Zie figuur 2.6. Figuur 2.6 Aan welke basisproducten hebben mensen die bij jullie klant zijn een groot tekort? (Ingevuld door 398 organisaties) Voedsel Verzorgingsproducten Kleding Schoonmaakartikelen Ondergoed en sokken Medische hulpmiddelen (bijv. steunkousen, een beugel, bril, lenzen, gehoorapparaat, rollator) Witgoed (bijv. wasmachine, koelkast) Overige (geef nadere toelichting) Beddengoed/handdoeken 0% 10% 20% 30% 40% 70%60%50% 61% 60% 43% 36% 30% 29% 28% 25% 19% Het soort verzorgingsproducten waar hulpvragers een tekort aan hebben is nauwelijks veranderd. 60% van de organisaties zegt dat men te weinig shampoo en douchegel heeft. Ook wasmiddel (57%), menstruatieproducten (54%) en deodorant (47%) worden genoemd door organisaties. Zie figuur 2.7.
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 17 Figuur 2.7 Aan welke verzorgingsproducten hebben mensen die bij jullie klant zijn een groot tekort? (Ingevuld door 362 organisaties) Shampoo en douchegel Wasmiddel Menstruatieproducten Tandenborstels en tandpasta Deodorant Luiers Schoonmaakartikelen Scheerspullen Overig Incontinentiemateriaal Zonnebrand Cosmetica Voorbehoedsmiddelen Luizenshampoo 0% 10% 20% 30% 40% 70%60%50% 60% 57% 54% 53% 47% 46% 41% 26% 24% 22% 18% 16% 14% 11% Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 18 3. KRACHT VAN LOKALE HULPORGANISATIES Niet alleen (de aard van) hulpvragen zijn van invloed op de vitaliteit van een hulporganisatie. Menskracht, hulpmiddelen, wachtlijsten en financiële stabiliteit spelen ook een grote rol. Om een compleet beeld te krijgen van de staat van armoedehulporganisaties in Nederland is daarom belangrijk ook hiernaar te vragen. In dit hoofdstuk wordt dan ook in kaart gebracht in hoeverre de organisaties in staat zijn om aan de hulpvragen te voldoen. 3.1 MIDDELEN VAN ORGANISATIES Hulporganisaties is gevraagd of ze voldoende middelen hebben om hulp te kunnen bieden. Denk hierbij aan menskracht en financiële middelen. Het merendeel van de organisaties geeft aan dat ze de middelen hebben om mensen op de nodige manier te helpen (77%). Zie figuur 3.1.
Figuur 3.5 Zijn er voldoende middelen beschikbaar om hulp te bieden die nodig is? Ingevuld door 402 organisaties) 77% Ja 23% Nee “We hebben een groot tekort aan spullen om weg te geven. We zijn heel afhankelijk van wat we binnenkrijgen en voornamelijk non-food artikelen zijn erg schaars. Er is veel vraag naar luiers bijvoorbeeld, maar die hebben we nooit genoeg. Als we een keer dit soort producten hebben zijn de klanten altijd heel erg blij.” Voedselbank Gouda Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 19 Veel hulporganisaties leunen op vrijwilligers, omdat de meeste hulporganisaties namelijk geen betaalde medewerkers hebben (zie mediaan figuur 3.2). Gemiddeld zijn er per organisatie 72 vrijwilligers en 20 betaalde medewerkers actief. Daarnaast is organisaties gevraagd hoeveel mensen ze helpen op jaarbasis. Gemiddeld helpen organisaties 1123 mensen. Dit is een kleine toename in vergelijking met oktober 2024. Zie figuur 3.2. Figuur 3.2 Hoeveel medewerkers en vrijwilligers zijn actief bij de hulporganisatie en hoeveel klanten/cliënten ondersteunen zij actief? Afgerond op gehele getallen.
Aantal betaalde medewerkers Aantal vrijwilligers Aantal klanten op jaarbasis 10-2024 4-2025 10-2024 4-2025 10-2024 4-2025 Gemiddeld 22 20 163 72 1.119 1.123 Mediaan 0 0* 30 30 300 300 *248 van de 399 hulporganisaties die deze vraag hebben ingevuld, hebben geen betaalde krachten. In totaal geeft 65% van de respondenten aan voldoende vrijwilligers en betaalde krachten in huis te hebben. Dit is ongeveer hetzelfde percentage als oktober 2024, toen 66% aangaf voldoende menskracht te hebben. Ongeveer en op de vijf hulporganisaties geeft aan een tekort te hebben aan vrijwilligers en/of betaalde krachten (22%). Zie figuur 3.3. Figuur 3.3 Heeft jouw organisatie voldoende vrijwilligers/betaalde krachten? (Ingevuld door 402 organisaties) Ja, we hebben voldoende mensen. Nee, we komen vrijwilligers tekort Overige (geef nadere toelichting) Nee, we komen betaalde krachten tekort Nee, we hebben een tekort aan vrijwilligers én betaalde krachten 0% 20%10% 30% 50%40% 60% 70% 65% 16% 12% 4% 2% 3.2 FINANCIËLE KRACHT LOKALE HULPORGANISATIES Om een beeld te krijgen van de financiële vitaliteit van hulporganisaties is hen gevraagd hoe ze er financieel voorstaan, zie figuur 3.4. Van de 402 organisaties die de vraag invulden, gaf 54% aan er goed voor te staan. Nog eens 30% zegt er redelijk voor te staan en 5% van de hulporganisaties zegt er slecht aan toe te zijn op financieel gebied.
Zij verklaren dat hun voortbestaan op het spel staat. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 20 Figuur 3.4 Hoe staat jouw organisatie er financieel voor? (Ingevuld door 402 organisaties) 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Goed Redelijk Slecht, ons voortbestaan staat op het spel Overig (geef nadere toelichting) 5% 11% 54% 30% We hebben hulporganisaties ook gevraagd in hoeverre ze in beeld zijn bij hun gemeente. Om zo zicht te krijgen op het contact tussen hen. Bijna alle lokale hulporganisaties geven aan dat de gemeente hen kent en dat ze contact hebben met elkaar, zie figuur 3.6. Dat gaat om maar liefst 90% van de hulporganisaties die de vraag hebben ingevuld. Nog eens 10% zegt in beeld te zijn bij de gemeente maar geen contact te hebben. Twee hulporganisaties geven aan niet in beeld te zijn bij hun gemeente. Figuur 3.5 Is jouw organisatie in beeld bij de gemeente? (Ingevuld door 402 organisaties) Ja, onze gemeente kent ons en we hebben contact Ja, onze gemeente kent ons maar we hebben geen contact Nee, we zijn nog niet in beeld bij onze gemeente 0% 20% 40% 60% 100%80% 90% 10% 0% “We hebben goed contact met de gemeente. Ze steunen ons en we werken ook veel samen met projecten.
We proberen ook, ondanks het wantrouwen van sommigen, altijd mensen te wijzen op bestaande regelingen.” Quiet Community Den Haag Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 21 3.3 HULPORGANISATIES MET EEN WACHTLIJST Van alle armoedehulporganisaties geeft 8% aan te werken met een wachtlijst, zie figuur 3.6. De mediaan is 20 personen en na gemiddeld 78 dagen worden deze mensen geholpen. Figuur 3.6 Werkt jouw organisatie met een wachtlijst? (Ingevuld door 480 organisaties) 8% Ja 92% Nee 3.4 VOORWAARDEN EN DOORVERWIJZEN VAN HULP Hulporganisaties zijn soms onderdeel van een netwerk aan hulp dat geboden wordt aan mensen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld inspringen wanneer een andere instantie geen hulp kan bieden. Waar voor gemeentelijke hulp bijvoorbeeld vaker een vast inkomstenpercentage ten opzichte van het sociaal minimum geldt, zien we dat lokale hulporganisaties over het algemeen ook mensen helpen die buiten deze grenzen vallen. Zoals te zien in figuur 3.7, zegt 51% van de respondenten geen inkomensgrens te hanteren. “Wij hebben het gevoel dat veel mensen tussen wal en schip vallen. Door bijvoorbeeld onzichtbare schulden of doordat ze niet in kaart hebben wat er binnenkomt en uit gaat.
Als we een grens zouden aanhouden dan doen we veel mensen daar tekort aan, die erboven zitten maar wel de hulp nodig hebben.” Don Bosco Rijswijk Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 22 Figuur 3.7 Hanteert jouw organisatie een vaste inkomensgrens voor mensen die om hulp vragen? (Ingevuld door 410 organisaties) 49% Ja 51% Nee Daarbij zien we dat hulporganisaties zelf ook doorverwijzen naar andere (soorten) hulp. Zo geeft 79% aan dat ze mensen doorverwijzen naar andere hulporganisaties. Nog eens 54% geeft aan mensen naar de gemeente te sturen voor passende hulp en 43% zegt mensen op toeslagen of (kind)regelingen te wijzen. Dat hulporganisaties onderdeel zijn van de keten van hulp is te zien in figuur 3.8. Lokale hulporganisaties geven namelijk aan dat mensen al bij de gemeente (ingevuld door 71%) of bij andere hulporganisaties (ingevuld door 55%) in beeld zijn als ze bij hun om hulp vragen. Dit komt door bijvoorbeeld gebrek aan kennis over passende hulp, gebrek aan vertrouwen of laaggeletterheid, aldus de organisaties.
Figuur 3.8 Zijn hulpvragers al ergens anders in beeld als ze bij jullie terechtkomen? (Ingevuld door 261 organisaties) 80% 60% 40% 20% 0% Ja, al bij andere hulporganisaties geweest Ja, vanuit de gemeente doorgestuurd Nee, wij zijn vaak de eerste plek waar ze om hulp vragen Geen zicht op 12% 24% 71% 55% Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 23 4. TOENAME HULPVRAGEN EN MOGELIJKHEDEN NABIJE TOEKOMST In maart dit jaar maakte het Centraal Planbureau haar nieuwe raming bekend. Hierin wordt de (economische) groei van Nederland voorspeld. Op basis van de nieuwe armoededefinitie verwacht het CPB dat het armoedecijfer verder zal dalen. Ook de inflatie daalt naar verwachting iets en de koopkracht zal per huishouden wat stijgen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de visie van armoedehulporganisaties op het aantal mensen dat bij hen aanklopt voor hulp. Dit geeft een beeld van hoe men in de praktijk verwacht dat het aantal hulpvragen zich ontwikkelt. Wat betekent het voor hulporganisaties? Hoe willen ze deze hulp bieden? En hoe ontwikkelt deze hulpvraag zich? 4.1 AANTAL HULPVRAGEN NABIJE TOEKOMST Wanneer de organisaties gevraagd wordt naar hun verwachting voor het komende half jaar geeft 83% aan een stijging in het aantal hulpvragen te verwachten, zie figuur 4.1. Een minderheid, namelijk 17%, geeft aan geen stijging te verwachten.
Figuur 4.1 Verwacht je dat het aantal hulpaanvragen het komende half jaar zal stijgen? (Ingevuld door 399 organisaties) 83% Ja 17% Nee “Er is onder onze doelgroep geen vertrouwen dat de situatie qua beleid veel beter gaat worden op korte termijn. Wij zijn ook bang voor minder geld voor armoedeverzachting binnen de gemeente, dus verwachten wel dat het aantal hulpvragen gaat stijgen de komende tijd.” Quiet Community Den Haag Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 24 4.2 BENODIGDE MIDDELEN 83% van de organisaties die de enquête hebben ingevuld verwachten een stijging in het aantal hulpvragen het komende halfjaar. We vroegen deze organisaties hoe ze hun hulp het liefst bieden. Ook is gevraagd hoe ze geld- en hulpbronnen werven, om de mensen te kunnen helpen. In figuur 4.2 is te zien dat organisaties het liefst hulp bieden middels fysieke spullen (ingevuld door 44%). 29% van de hulporganisaties helpt mensen het liefst met tegoedkaarten. 6% helpt het liefst door geld te geven. Figuur 4.2 Hoe biedt jouw organisatie het liefst hulp? (Ingevuld door 407 organisaties) 50% 40% 30% 20% 10% 0% Met fysieke spullen Met een tegoedkaart We hebben geen voorkeur Door geld te geven (bijv. rekening betalen) 6% 22% 44% 29% Om de hulp te kunnen blijven bieden zijn hulporganisaties vaak afhankelijk van verschillende vormen van fondsenwerving, zie figuur 4.3.
De grootste groep richt zich op het werven van subsidies van gemeente of landelijke overheid (72%) of donateurs en eenmalige giften (70%). 69% maakt gebruik van de steun van Stichting Armoedefonds in de vorm van goederen of geld. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 25 Figuur 4.3 Geld- en hulpbronnen die worden aangesproken (Ingevuld door 424 organisaties) Subsidies gemeente of overheid Donateurs en eenmalige giftgevers Aanbod van stichting Armoedefonds Bijdrage vanuit de kerk Giften uit het bedrijfsleven Vermogensfondsen, landelijke hulporganisaties en serviceclubs Acties door particulieren Acties door bedrijven We krijgen veel hulp in natura Online met donatiemogelijkheid op eigen website Online met sociale media We hebben eigen reserves/noodfonds Overig Online met digitale nieuwsbrief Onze koepelorganisatie heeft een calamiteitenfonds Niet van toepassing 0% 10% 20% 30% 50% 50%40% 70% 80% 72% 70% 69% 54% 54% 41% 39% 39% 39% 34% 20% 13% 10% 6% 5% 2% Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 26 5. CONCLUSIES Stichting Armoedefonds werkt samen met meer dan 1.300 lokale armoedehulp- organisaties uit heel Nederland. Hiervan nam ongeveer de helft (462 organisaties) deel aan dit periodieke onderzoek. Om een beeld te krijgen van de staat van armoedehulp in ons land zijn drie deelvragen geformuleerd.
Deze deelvragen zullen hieronder worden beantwoord. Lokale hulporganisaties zijn degenen die armoede zien, verzachten en bestrijden. De resultaten uit dit onderzoek laten zien dat armoedehulporganisaties in toenemende mate een stijging ervaren in het aantal hulpvragen. In tegenstelling tot wat de landelijke cijfers wellicht laten zien en verwacht wordt de komende tijd. 1. HOE IS HET AANTAL HULPVRAGEN BIJ LOKALE HULPORGANISATIES IN HET AFGELOPEN HALF JAAR VERANDERD? Dit onderzoek toont een zorgwekkende trend: meer dan de helft (60%) van de hulporganisaties zag het afgelopen halfjaar een stijging in het aantal hulpvragen. Deze stijging was voornamelijk te zien bij alleenstaanden met kinderen. Ook geven hulporganisaties aan dat alleenstaanden zonder kinderen, paren met kinderen en AOW’ers/ouderen vaker hulp nodig hadden dan voorheen. Minder organisaties gaven aan dat het aantal hulpvragen was gedaald (7% ten opzichte van 16% in oktober 2024). Ruim een derde van de hulporganisaties (36%) ziet een stijging in de hulpvragen onder mensen met betaald werk. 31% van de organisaties geeft aan dat dit gelijk bleef en slechts 1% zag een daling. “Steeds meer mensen bij ons in de buurt hebben behoefte aan hulp. Ze spreken elkaar ook steeds meer aan, dat het niet erg is als je niet rond kunt komen of dat je sommige dingen niet kunt betalen.
En dat je gewoon om hulp kan vragen.” Wijkcentrum Waterkracht Hulporganisaties geven aan dat mensen met name worstelen met huishoudelijke uitgaven, het gebrek aan financiële buffers en schulden. Ook geven organisaties aan dat er beperkte toegang is tot bepaalde basisproducten. Zo blijkt er voornamelijk een tekort aan voedsel (genoemd door 61%) en verzorgingsproducten (genoemd door 61%). Ook kleding (aldus 43% van de organisaties) en schoonmaakartikelen (aldus 36% van de organisaties) worden genoemd. Het soort verzorgingsproducten waar een tekort aan Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 27 is, zijn shampoo en douchegel, wasmiddel, menstruatieproducten en tandenborstels/ tandpasta. Het is dus essentieel dat hulporganisaties mensen kunnen blijven voorzien van deze producten. 2. IN WELKE MATE ZIJN LOKALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STAAT (GESTELD) OM AAN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN? 77% van de hulporganisaties geeft aan dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om de hulp te bieden die nodig is. Denk hierbij aan menskracht, producten of financiële middelen. 22% van de hulporganisaties geeft echter aan dat ze onvoldoende vrijwilligers en betaalde krachten hebben.
Het Armoedefonds vindt het zorgwekkend dat nog steeds ruim 8% van de armoedehulporganisaties met een wachtlijst moet werken en 5% van de hulporganisaties aangeeft dat ze er financieel slecht voor staan en hun voortbestaan hierdoor onzeker is. Uit dit onderzoek blijkt daarnaast dat er een netwerk van armoedehulp is waar lokale hulporganisaties een essentieel onderdeel van zijn. Veel organisaties sturen namelijk mensen door naar andere (soorten) hulp, zoals andere hulporganisaties (79%), de gemeente (54%) of mensen wijzen op toeslagen of (kind)regelingen. Niet alle ondervraagde organisaties gebruiken een vaste inkomensgrens (slechts 49% van de ondervraagden), wat maakt dat ze ook mensen op kunnen vangen die tussen wal en schip vallen. Dit kan verklaren waarom organisaties naar zowel officiële instanties als elkaar doorverwijzen. 3. HOE VERWACHTEN LOKALE HULPORGANISATIES DAT HULPVRAGEN ZICH DE KOMENDE MAANDEN GAAN ONTWIKKELEN? Lokale armoedehulporganisaties hebben een uitdagend toekomstperspectief. Ze verwachten een flinke stijging in het aantal hulpvragen terwijl ze afhankelijk zijn van de werving van geld- en hulpbronnen. Uit het onderzoek blijkt dat 44% van de hulporganisaties het liefst hulp biedt in de vorm van fysieke spullen en 29% met een tegoedkaart.
Om deze hulp te kunnen bieden hebben ze naar eigen zeggen donaties, subsidies van gemeente of overheid en het aanbod van Stichting Armoedefonds hard nodig. Het feit dat 83% van de organisaties aangeeft dat ze verwachten dat het aantal hulpvragen zal stijgen het komende halfjaar legt hier extra druk op. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 28 6. AANBEVELINGEN De door het Centraal Planbureau verwachte stijging van armoede in 2024 is terug te zien in de praktijk. 60% van de armoedehulporganisaties zag namelijk een stijging in het aantal hulpvragen. Een grotere groep verwacht het komende halfjaar een stijging in het aantal mensen dat hulp nodig heeft. De hulp die lokale armoedehulporganisaties bieden is cruciaal om mensen in armoede laagdrempelig en dicht bij huis te helpen. Om de groeiende vraag naar hulp beter te kunnen opvangen, doet het Armoedefonds de volgende aanbevelingen: 1. WERKENDE ARMEN KLOPPEN VAKER AAN VOOR HULP: STRUCTURELE STEUN VOOR HULPORGANISATIES Ruim een derde van de hulporganisaties ziet steeds vaker mensen met betaald werk aankloppen voor hulp. Dat benadrukt de noodzaak om deze doelgroep beter te bereiken en te ondersteunen. Dat kan bijvoorbeeld door het minimumloon, en daaraan gekoppeld de uitkeringen, te verhogen. Daarnaast vraagt het ook om maatwerk bij lokale hulporganisaties. Waar kan, wordt dit al geboden.
Maar niet elke hulporganisatie heeft voldoende middelen om álle mensen die hulp nodig hebben, direct te helpen. Door voldoende middelen voor hulporganisaties te garanderen, kunnen inkomens- grenzen ruimer opgezet worden. Met ruimere inkomensgrenzen bij hulporganisaties kunnen ook mensen bereikt worden die nét boven de officiële armoedegrens leven maar wel (flink) in de problemen komen. Bovendien zorgt structurele financiële steun voor de noodzakelijke armoedehulp- organisaties ervoor dat de continuïteit van hun hulp niet onder druk komt te staan. Door onzekere financiële middelen en stijgende hulpvragen is dat voor een groep nu wel het geval. 2. VERBORGEN ARMOEDE: MENSEN IN FINANCIËLE NOOD VALLEN BUITEN DE BOOT IN DE NIEUWE ARMOEDEDEFINITIE Lokale armoedehulporganisaties maken het mogelijk dat kinderen kunnen sporten, zorgen ervoor dat mensen met geldzorgen toch een warme maaltijd op tafel kunnen zetten en helpen mensen door de wirwar van financiële administratie bij steeds hoger oplopende schulden. Hulporganisaties bereiken mensen die tussen wal en schip vallen en bieden ondersteuning waar anderen tekortschieten. Met de nieuwe armoededefinitie dreigt een grote groep mensen in nood buiten de boot te vallen. Zij blijven verborgen in de nieuwste armoedecijfers.
Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 29 Daarom waarschuwt het Armoedefonds ervoor om nieuw armoedebeleid – lokaal of landelijk – enkel in te steken op deze krappe definitie. Dit zou betekenen dat mensen met hoge zorgkosten, die dakloos zijn of hoge schulden hebben, niet of minder makkelijk, in aanmerking komen voor hulp. Terwijl juist zij die hulp zo hard nodig hebben. 3. EEN STERK NETWERK VAN ARMOEDEHULP DRAAGT BIJ AAN PASSENDE HULP VOOR MENSEN MET GELDZORGEN Veel hulporganisaties helpen mensen in armoede die zijn doorgestuurd vanuit de gemeente of een andere hulporganisatie. Deze samenwerking tussen armoedehulp- organisaties en gemeentes is belangrijk om te bevorderen, zowel op lokaal als nationaal niveau. Dit kan door netwerken te creëren waar organisaties elkaar kunnen vinden, van elkaar kunnen leren en onderling doorverwijzen waar nodig. Een hulporganisatie kan vaak dienen als laagdrempelig toegangspunt om iemand de rust te bieden om aan diens toekomst te bouwen. Rapport - DE IMPACT VAN VOORTDURENDE ARMOEDE OP HULPORGANISATIES IN NEDERLAND 30 BRONNEN 1 Stichting Armoedefonds (2024). Reactie Armoedefonds nieuwe armoedecijfers: papieren werkelijkheid, praktijk laat zien dat armoede ernstiger wordt. www.armoedefonds.nl/reactie-armoedefonds-nieuwe-armoedecijfers 2 Commissie Sociaal Minimum (2023). Een zeker bestaan.
Naar een toekomstverkenning stelsel van het sociaal minimum. Rapport 1. www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/30/een-zeker-bestaan-rapport-i- commissie-sociaal-minimum 3 CBS (2024). De nieuwe methode om armoede in Nederland te meten. www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2024/42/de-nieuwe-methode-om-armoede-in-nederland-te- meten 4 CBS (2025). Armoede en schulden. www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/armoede-en-schulden?theme=0 5 CPB (2025). Centraal Economisch Plan 2025. Middellangetermijnraming. www.cpb.nl/raming-februari-2025-cep-2025 6 Centraal Planbureau (2025). De armoede-intensiteit: een raming van de diepte van armoede. www.cpb.nl/de-armoede-intensiteit-een-raming-van-de-diepte-van-armoede 7 Binnenlands Bestuur. (2025). Aandeel mensen in diepe armoede blijft toenemen. www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/aandeel-mensen-diepe-armoede-blijft-toenemen 8 CBS (2024). Armoede en sociale uitsluiting. longreads.cbs.nl/armoede-en-sociale-uitsluiting-2023/ 9 CBS (2024). Nieuws: nieuwe armoedemeting 540 duizend mensen arm in 2023. www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/42/nieuwe-armoedemeting-540-duizend-mensen-arm- in-2023 10 TNO (2025). Scenario’s energiearmoede voor 2025 bij stijgende energieprijzen. www.tno.nl/nl/newsroom/2025/03/scenario-energiearmoede-2025-energie/ 11 Nibud (2024). Rapport; verschillen in gemeentelijk minimabeleid.
www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapport-gemeentelijk-minimabeleid-2024/ Steun elkaar!