14.0 Informatienota 2026 - 11 - Evaluatie Klimaat- en Duurzaamheidsambities 2024-2025
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 1/44 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 10 maart 2026 Programma - Duurzaamheid 11 2026_B&W_00200 Informatienota Evaluatie Klimaat- en Duurzaamheidsambities 2024-2025 - informeren Samenstelling: Aanwezig: Erik de Groot, burgemeester en voorzitter; Melvin Smit, wethouder; Trijn Jongman, wethouder; Marcel Scheringa, wethouder; Miriam Slomp-Dekkers, wethouder; Dennis Eikenaar, waarnemend gemeentesecretaris; Jelmer Trox, directiesecretaris Samenvatting In dit document wordt de Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities gepresenteerd. Als gemeente spannen we ons samen met inwoners en ondernemers in om onze negatieve impact op de aarde te beperken. Dit doen we voor de huidige én toekomstige generaties. Twee jaar geleden (2024) zijn er verschillende ambities uitgewerkt onder 5 pijlers: Duurzame Energie, Circulariteit, Duurzame Mobiliteit, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Elk van deze thema’s kent weer verschillende bouwstenen, waar één of meerdere doelstellingen aan gekoppeld zijn. Daarnaast zijn er zes opgaven opgesteld die aan alle duurzaamheidsthema’s raken: toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen, leefbare steden en dorpen, veerkrachtige lokale economie, adaptief landelijk gebied, betrokken en actieve bewoners en gemeente als goede voorbeeld.
In de evaluatie wordt voor zowel de thema's als de opgaven uitgewerkt op welke manier wij als gemeente aan de ambities hebben gewerkt de afgelopen twee jaar. We hebben veel bereikt de afgelopen jaren: van deelfietshubs (PAK’M) tot nieuwe papiercontainers en van wadi’s tot een zonnecarport. We liepen ook aan tegen problemen, zoals netcongestie. De evaluatie sluit af met een blik op te toekomst, waarin klimaat- en duurzaamheid steeds meer geïntegreerd zal worden in de omgevingsvisie en bijbehorende programma's. Informatienota Inleiding Twee jaar geleden (2024) zijn er verschillende ambities uitgewerkt onder 5 pijlers: Duurzame Energie, Circulariteit, Duurzame Mobiliteit, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Elk van deze thema’s kent weer verschillende bouwstenen, waar één of meerdere doelstellingen aan gekoppeld zijn. Daarnaast zijn er zes opgaven opgesteld die aan alle duurzaamheidsthema’s raken: toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen, leefbare steden en dorpen, veerkrachtige lokale economie, adaptief landelijk gebied, betrokken en actieve bewoners en gemeente als goede voorbeeld. In de evaluatie wordt voor zowel de thema's als de opgaven uitgewerkt op welke manier wij als gemeente aan de ambities hebben gewerkt de afgelopen twee jaar.
Kernboodschap College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 2/44 We hebben veel bereikt op het gebied van Klimaat- en Duurzaamheid en we streven ernaar om binnen de veranderende context te blijven verduurzamen waar dat kan. Alle thema's en opgaven hebben punten die goed gingen en ook dingen die uitdagend zijn. Consequenties voor de gemeente De afgelopen twee jaar hebben we inzichten verkregen die invloed kunnen hebben op het eventueel bijstellen of aanscherpen van ambities. Zo is netcongestie een probleem waardoor ambities binnen verschillende thema’s en opgaven uitdagender blijken dan verwacht. Daarnaast zijn water en bodem meer sturend gemaakt bij de inrichting van de ruimte. De gevolgen daarvan zijn meegenomen in de omgevingsvisie. Communicatie De nota gaat naar de raad. Vervolg Wat betreft de toekomst van deze evaluatie is de context veranderd. De omgevingsvisie is vastgesteld en daarin zijn de kaders voor de meeste klimaat- en duurzaamheidsthema’s en -opgaven verwerkt. Daarnaast komen er omgevingsprogramma’s waarin zal worden beschreven op welke manier deze opgaven zullen worden gerealiseerd. Vanaf 2026 brengen wij de inhoud van de klimaat- en duurzaamheidsambities zoveel mogelijk onder in de omgevingsvisie en bijbehorende programma’s. Besluit In te stemmen met de informatienota Evaluatie Klimaat- en Duurzaamheidsambities 2024-2025. Bijlagen 1.
Evaluatie Klimaat-en Duurzaamheidsambities 2024-2025 def.pdf 1 Evaluatie Klimaat- en Duurzaamheidsambities 2024 - 2025 maart 2026 College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 3/44 Inhoud Thema Energie 06 Thema Mobiliteit 09 Thema Klimaatadaptatie 15 Thema Biodiversiteit 18 Opgave Ruimtelijke ontwikkeling 21 Opgave Adaptief landelijk gebied 24 Opgave Betrokken en actieve bewoners 27 Opgave Gemeente als goede voorbeeld 36 Conclusie 40 Opgave Veerkrachtige lokale economie 30 Opgave Leefbare steden en dorpen 33 Thema Circulariteit 12 Introductie 03 College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 4/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 3 Introductie In dit document wordt de evaluatie van de klimaat- en duurzaamheidsambities gepresenteerd. Als gemeente spannen we ons samen met inwoners en ondernemers in om onze negatieve impact op de aarde te beperken. Dit doen we voor de huidige én toekomstige generaties. Twee jaar geleden (2024) zijn er verschillende ambities uitgewerkt onder 5 pijlers: Duurzame Energie, Circulariteit, Duurzame Mobiliteit, Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Elk van deze thema’s kent weer verschillende bouwstenen (zie figuur 1), waar één of meerdere doelstelling aan gekoppeld zijn. Daarnaast zijn er zes opgaven opgesteld die aan alle duurzaamheidsthema’s raken (zie figuur 2).
De zes opgaven kennen ook actiepunten, maar deze zijn minder concreet dan de doelstellingen van de thema’s. Deze evaluatie is opgedeeld in twee delen. Het eerste deel is een evaluatie van de vijf thema’s en het tweede deel is een evaluatie van de zes opgaven. De evaluatie van de vijf thema’s zal worden gebaseerd op de bouwstenen die per thema zijn opgesteld, niet op losse doelstellingen. Op deze manier is er een duidelijke structuur in de evaluatie en niet alleen een opsomming van verschillende doelstellingen zonder de bredere context in beschouwing te nemen. De losse doelstellingen worden wél gebruikt om concrete voorbeelden uit de praktijk te geven. I n de evaluatie van de zes opgaven is de algemene opgave leidend, de actiepunten die gekoppeld zijn aan deze opgaves worden aangehaald als voorbeelden van dingen die goed gingen of die beter konden. De opgaven zijn opgesteld met een lange horizon (in ieder geval tot 2030), aan de actiepunten zijn geen jaartallen gekoppeld. De opgaven en actiepunten in dit document worden geëvalueerd op een beschrijvende manier – niet een normatieve.
College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 5/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 4 Duurzame energie • Vraagbeperking • Lokale opwek van duurzame energie • Aardgasvrij • Robuust energiesysteem • Beperken omgevingseffecten Duurzame mobiliteit • Actieve mobiliteit • Openbaar vervoer • Deelmobiliteit • Emissieloze mobiliteit • Slimme en schone logistiek Circulariteit • Verminderen grondstofgebruik • Substitutie van grondstoffen • Levensduurverlenging • Hoogwaardige verwerking Klimaat- adaptatie • Waterrobuust • Hittebestendig • Droogtebestendig • Overstromings- bestendig Bio- diversiteit • Soortenbescherming • Groenblauwe netwerken • Ecologische kwaliteit groen en water • Schadelijke stoffen Figuur 1. De vijf duurzaamheidsthema’s met de bijbehorende bouwstenen Figuur 2. De zes opgaven die aan alle duurzaamheidsthema’s raken 1. Toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen 2. Leefbare steden en dorpen 3. Veerkrachtige lokale economie 4. Adaptief landelijk gebied 5. Betrokken en actieve bewoners 6. Gemeente als goede voorbeeld College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 6/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 5 Werkwijze Bij de verzameling van gegevens over zowel de thema’s als de opgaven zijn veel gemeentelijke ambtenaren betrokken geweest. Deze mensen hebben m.b.v.
een format informatie aangeleverd, die is verwerkt in deze evaluatie. Opmerkingen Niet alles wat er gebeurd is rondom klimaat en duurzaamheid is benoemd in onderstaand document. We hebben ervoor gekozen om in grote lijnen een idee te geven van wat er is gebeurd in plaats van een gedetailleerde samenvatting. Op deze manier is de evaluatie begrijpelijk voor een breed publiek. Daarnaast worden sommige ontwikkelingen rondom klimaat en duurzaamheid niet genoemd in de evaluatie omdat deze niet expliciet benoemd zijn in het ambitiedocument. Dit kan komen door nieuw beleid of door (onverwachtse) ontwikkelingen die in korte tijd erg belangrijk zijn geworden. Omdat dit een evaluatie is van de opgestelde ambities wordt er niet ingegaan op progressie rondom actiepunten die geen onderdeel zijn van de ambities. Alleen voor de opgave Veerkrachtige Lokale Economie is dit wel gedaan omdat de duurzaamheidsambities met de komst van de Economische Koers zijn veranderd. Verder komt voor het onderdeel grondstoffen (in dit document onder het hoofdstuk Circulariteit) een aparte evaluatie van het grondstoffenplan (Q2 2026).
College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 7/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 6 Energie Thema 1V raagbeperking De afgelopen twee jaar zijn we gestart met het programma Gewoon besparen, hierin werken wij actief met inwoners om energie te besparen. Dit doen we o.a. door 10 straatacties per jaar te organiseren, het fixteam en energiecoaches/adviseurs onder de aandacht te brengen en een isolatiesubsidie aan te bieden voor grote maatregelen. Via het Nationaal Isolatie Programma is er een subsidieregeling waar inwoners tot 1800 euro subsidie kunnen ontvangen, in 2025 waren er meer dan 450 aanvragen voor deze subsidie. Daarnaast ontwikkelen we een routekaart per woningtype om inwoners inzicht te geven in welke isolatiemaatregelen zij het beste kunnen nemen. Een uitdaging rond de bouwsteen vraagbeperking is de monitoring van de energiebesparing in huishoudens, als gemeente hebben we geen toegang tot data over het energieverbruik per huishouden. Dit beperkt het zicht op de effectiviteit van interventies. Verder hebben we ook een subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties. In 2024 en 2025 hebben we aan meer dan vijftien organisaties een subsidie vanuit het duurzaamheidsfonds toegekend. In totaal hebben organisaties ruim vijf ton gekregen voor duurzaamheidsmaatregelen.
Met deze subsidie helpen we organisaties om hun energieverbruik (en daarmee energieprijzen) structureel te verlagen. Lokale Opwek van Duurzame Energie Wat betreft zonne-energie is er de afgelopen twee jaar één vergunning verleend voor een grootschalig zonnepark (onder het oude beleid) en één voor een kleinschalige opstelling (1,5 ha). Daarnaast is er een subsidieregeling gekomen voor energiecoöperaties, zodat zij gemakkelijker een zonnedak kunnen realiseren. Deze is viermaal verstrekt. Hiermee zijn we op koers om ons RES-doel van 85,5 GWh aan zonne-energie in 2030 ruimschoots te overtreffen. Wat betreft windenergie hebben we de afgelopen twee jaar gewerkt aan het komen tot overeenkomsten op een locatie waarop voorkeursrecht gevestigd is. Omdat het op die locatie niet lukte heeft de provincie nu het bedrijventerrein Groot Verlaat uitgekozen voor 1 windturbine. Het is een grote uitdaging om Thema 1 - Energie College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 8/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 7 windprojecten van de grond te krijgen omdat er op weinig plekken in de gemeente windenergie is toegestaan. Er is een grote afhankelijkheid van het provinciale beleidskader rondom wind- en zonne-energie. De provincie Overijssel heeft besloten dat zij wil meewerken aan een initiatief van één turbine op bedrijventerrein Groot Verlaat.
Een andere plek waar het zou kunnen is het defensieterrein van de Johannes Post Kazerne. De toekomst moet uitwijzen of defensie dat ook ziet zitten. Daarmee is onzeker of het opwekdoel voor wind wordt bereikt, maar ook met 2-3 turbines is het totale doel van 171 GWh met enige vertraging haalbaar. Aardgasvrij De afgelopen twee jaar is gewerkt aan de herijking van het aardgasvrijbeleid. De Transitievisie Warmte (TVW) 2021 is geëvalueerd en aangepast aan nieuwe technische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de verwachte beschikbaarheid van groen gas voor de gebouwde omgeving. Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW) is ook verkend of de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet. Deze inzichten zijn samengebracht in het eerste Warmteprogramma, dat begin 2026 wordt vastgesteld. Er zijn geen wijkuitvoeringsplannen opgesteld, omdat uit de herijking van de Transitievisie Warmte is gebleken dat de hele gemeente vooralsnog is aangewezen op individuele oplossingen. Collectieve warmtevoorzieningen zijn in onze context beperkt toepasbaar en vaak niet kosteneffectief. Daarom richten we ons op een gemeente-breed uitvoeringsplan, waarin de route richting aardgasvrij voor alle kernen en woningtypen wordt beschreven in routekaarten.
Een recentelijk aandachtspunt is ook de onzekerheid over de invloed van netcongestie op de warmtetransitie Robuust Energiesysteem Door knelpunten elders in de regio lijk het erop dat we nog zeker 10 jaar met de onderwerpen rond netcongestie bezig zijn. We hebben de afgelopen jaren een aanpak netcongestie ontwikkelt die werkt langs 3 sporen. Thema 1 - Energie College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 9/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 8 1. Sneller bouwen: Gemeente ondersteunt de netbeheerders in hun taak om de netwerken te versterken. In 2025 is er samen met de netbeheerders gewerkt aan inzicht in en versnelling van projecten op hoogspanning/middenspanning-niveau en aan een pilot Buurtaanpak in de wijken. Deze pilot heeft geleid tot een nieuwe werkwijze met de netbeheerders en een afwegingskader en richtlijnen voor plaatsing van trafostations in de wijk. Op deze wijze kunnen we sneller en transparanter afstemmen met de netbeheerders over het versterken van de laagspanningsnetten in de wijken. 2. Slimmer benutten: Meer flexibel gebruik van het net is essentieel om op korte termijn de gevolgen van netcongestie te verminderen, én als permanent onderdeel van het energiesysteem van de toekomst.
Zo wordt in de gemeente al gewerkt aan Smart Energy Hubs: in 2024 hebben we als gemeente een subsidie verstrekt aan Business Club Steenwijkerland om te werken aan collectieve energievoorziening op bedrijventerrein Groot Verlaat en om de mogelijkheden van een Groepstransport Overeenkomst (GTO) te verkennen. Ook kunnen ondernemers en andere grootverbruikers ruimte zoeken binnen de huidige aansluiting door energiebesparing, spitsmijden en opgewekte stroom direct zelf te gebruiken. 3. Slimmer Inzicht: De samenwerking met de netbeheerders is flink verstevigd. We hebben structureel overleg tussen verschillende beleidsteams, Enexis en RENDO om wederzijdse ontwikkelingen en plannen met elkaar af te stemmen. Ook de samenwerking in de uitvoering is geïntensiveerd. We verkennen de mogelijkheden om ondanks de huidige netcongestie toch nog stappen te kunnen zetten. Voor nieuwbouw van scholen passen we maatwerk toe, zo is het ontwerp van de nieuwe school in Wanneperveen slim ingericht zodat een kleinverbruikaansluiting mogelijk is. Beperken Omgevingseffecten Bij ontwikkelingen als zonneparken buiten steden en dorpen is het verzorgen van een kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving verplicht (KGO-doelstelling). Dit betekent dat er bijvoorbeeld bomen of groene omheiningen worden geplaatst of stukken niet worden gemaaid, zodat installaties meer uit het zicht zijn of er meer groen ontstaat.
Het is van belang om te controleren of deze plannen ook zorgvuldig worden uitgevoerd in de praktijk. Thema 1 - Energie College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 10/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 9 Mobiliteit Thema 2 Actieve Mobiliteit Bij advisering vanuit verkeer/mobiliteit bij gemeentelijke projecten (woningbouw, scholen etc.) is structureel aandacht en prioriteit voor voet- en fietsverbindingen (waar het traditioneel vaak over parkeren gaat). Een voorbeeld van aandacht voor voetgangers is het nieuwe supermarktgebied bij het Steenwijkerdiep. Daar wordt nadrukkelijk ingezet op brede paden en oversteekplaatsen. In de ontwerpplannen is daarnaast doelbewust ingezet op versterking van de loopverbinding naar binnenstad Steenwijk. Ook zijn de afgelopen jaren een aantal fietsverbindingen opgeknapt of verbreed, zoals de Tukseweg, de Jonenweg en het fietspad langs de Hoogeweg en Meentheweg. Naast aanpassingen aan de openbare ruimte werken we aan andere campagnes. Zo werken we samen met scholen en (ouders van) leerlingen om jaarlijks ongeveer vier schoolomgevingen te veranderen met zowel fysieke maatregelen als gedragscampagnes. Hierdoor wordt lopen en fietsen naar school veiliger en aantrekkelijker. Verder hebben we in het kader van fietsstimulering een planning opgesteld waar ook de werkgeversaanpak onderdeel van is.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het bevorderen van fietsvoorzieningen door werkgevers i.c.m. een gedragscampagne richting medewerkers. Dit staat nu voor het voorjaar van 2026 gepland. Ook middels onze fietshelmsubsidie proberen we fietsers te ondersteunen, het dragen van een fietshelm verkleind bij vallen het risico op hoofd- en hersenletsel. Driekwart van het beschikbare subsidiebedrag (10.000 euro) is inmiddels benut. Er zijn ook veel lokale initiatieven om het fietsen en lopen te stimuleren, maar het schort soms aan voldoende menskracht om alles te realiseren. Voor veel initiatieven (zoals fietslessen voor nieuwkomers) is een tekort aan vrijwilligers. Deelmobiliteit Momenteel zijn er in Steenwijkerland 5 Mobigo deelauto’s in gebruik. In 2025 hebben inwoners deelauto’s kunnen gebruiken met een korting, de deelauto’s waren dit jaar daardoor goedkoper dan gewoonlijk. In de periode augustus tot oktober 2025 werden de deelauto’s gemiddeld meerdere keren per week gebruikt. Thema 2 - Mobiliteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 11/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 10 De deelauto in Willemsoord daarentegen werd zelden gebruikt en wordt daarom verwijderd van de parkeerplek. Het heeft alleen zin om deelauto’s te plaatsen als er ook gebruik van wordt gemaakt, het is lastig om hiervan vooraf een goede inschatting te maken.
Daarnaast is er de afgelopen jaren met veel succes gewerkt aan het regionaal deelfietsennetwerk PAK’M. Het doel van PAK’M is om het buitengebied beter bereikbaar en leefbaar te maken met een laagdrempelig, duurzaam en flexibel vervoersmiddel. De PAK’M deelfietsen nemen gestaag toe binnen de gemeente, waardoor een laagdrempelig en betaalbaar alternatief voor korte autoritten ontstaat. Wij hebben regionaal 28 deelfietshubs gerealiseerd waarvan 14 hubs binnen onze eigen gemeente. In 2024 en 2025 zijn er meer dan vijftienduizend ritten gemaakt met de fietsen. Dit maakt onze gemeente een landelijke koploper op het gebied van publieke mobiliteit: een indrukwekkende prestatie. Emissieloze mobiliteit Hoewel enkele gunstige (landelijke) regelingen zijn afgeschaft neemt het aantal elektrische voertuigen nog altijd gestaag toe. Het gebruik van openbare laadpalen wordt in de gaten gehouden met een verbruiksmonitor. Zodra de bezetting structureel hoog blijkt wordt een extra laadpaal gepland. Daarnaast wordt proactief vooruit gepland. Ieder jaar plant de gemeente een gegeven aantal laadpalen op basis van de geactualiseerde prognoses van ElaadNL. Eind 2025 zijn er meer dan 400 (semi-)publieke laadpalen gerealiseerd in Steenwijkerland.
Dit gaat niet alleen om de laadpalen die de gemeente zelf plaatst, maar ook om andere laadpalen die gedurende de hele of een deel van de dag openbaar toegankelijk zijn. Het reserveren van parkeervakken voor laadpalen leidt soms tot bezwaren. De processen rond het selecteren van locaties zijn gestroomlijnd en sinds begin 2025 delen we een kaart met (komende) locaties via onze website. In het najaar van 2025 is het laadplan vastgesteld door het college. Elektrische mobiliteit heeft een aanzienlijke impact op het stroomnet, en het is de vraag of de capaciteit de vraag bij kan blijven benen. Op dit moment zijn grootschalige publieke laadvoorzieningen (zoals snelladers) niet aan de orde. Vanwege netcongestie zijn aansluitingen op het middenspanningsnet (die nodig zijn voor snelladers) nu niet haalbaar of wenselijk. Dit probleem lijkt alleen maar groter te worden: het nieuwe ACM (Autoriteit Consument en Markt)-prioriteringskader treedt vanaf 1 juli 2026 in werking. Kleinverbruikers (zoals publieke laadpalen) moeten vanaf dat moment ook op de wachtlijst, de verwachting is dat het door overbelasting van het net moeilijk wordt om nog nieuwe aansluitingen voor laadpalen krijgen.
Thema 2 - Mobiliteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 12/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 11 Openbaar vervoer Tegen 2030 moet al het busvervoer in Steenwijkerland zijn vervangen door elektrisch vervoer of anderszins zero-emissie (ZE) vervoer. Recent zijn de nieuwe Ebusco-bussen met een vertraging van bijna 2 jaar ingestroomd. Daardoor zijn de tijdelijk ingezette rode VDL-bussen (diesel) niet of nauwelijks meer nodig. De buurtbussen en voertuigen voor vraagafhankelijk vervoer (o.a. lijn 76 Oldemarkt - Marknesse) zijn nog niet ZE. Deze voertuigen moeten bijna allemaal in/rond 2029 worden vervangen. De verwachting is dat dit dan ZE voertuigen gaan worden. Voor nieuwe buurtbusverbindingen (bijvoorbeeld Zwartsluis- Meppel) moet worden onderzocht of ZE nu al haalbaar is. Daarnaast is er ook doelgroepenvervoer. Doelgroepenvervoer wordt (nog) niet georganiseerd door Gemeente Steenwijkerland, maar er zijn wel verschillende stichtingen die dit vervoer zelf organiseren. Reizigers kunnen hiervoor gebruik maken van een WMO-toelage. Afgelopen 2 jaar hebben we de betreffende organisaties in kaart gebracht. Ook is er sinds 1 juli 2025 een vrijstelling van het C-rijbewijs voor het rijden met een elektrisch personenbusje (max gewicht 4.250 kg).
Hierdoor kunnen medewerkers en/of vrijwilligers zónder C-rijbewijs met elektrische busjes rijden die anders - vanwege hun hoge gewicht - niet zouden zijn toegestaan. Dit biedt stichtingen kansen om diesel vervoer te vervangen door elektrisch vervoer. Schone en Slimme Logistiek De afgelopen jaren hebben we een laadplan voor onze gemeente ontwikkeld. De ontwikkeling van dit plan en het beheer van bestaande laadpalen kostte meer tijd dan verwacht. Daarom zijn nieuwe ontwikkelingen zoals snelladers en het creeëren van een emissie-vrije zone in de binnenstad op de achtergrond geraakt. Daarnaast levert netcongestie ook beperkingen op voor het realiseren van snelladers. Op bedrijventerrein Eeserwold wil Hydronext een elektrolyzer ontwikkelen. Het is de bedoeling dat de daarmee verschillende voertuigen van brandstof worden voorzien. Er is subsidie van 8 miljoen euro verstrekt voor zowel de elektrolyzer als voor de aanschaf van meer dan 30 voertuigen op waterstof. Ook defensie doet mee met vier vrachtwagens. De ontwikkeling van de waterstofhub/elektrolyzer is nog wel afhankelijk van het verkrijgen van een vergunning en van het kunnen verkrijgen van voldoende elektriciteit. Wat betreft emissieloos varen zijn we als gemeente al lange tijd goed bezig. De afgelopen jaren zijn ook de motorboten bij vakantieparken in de gemeente vervangen door elektrische boten.
Nu worden alle verhuurboten elektrisch aangedreven. Rondvaartboten varen nog veelal op diesel maar zullen voor 2030 ook elektrische aandrijving krijgen. Thema 2 - Mobiliteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 13/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 12 Circulariteit Thema 3H oogwaardige Verwerking Uit de grondstoffenmonitor van ROVA over 2024 blijkt dat de hoeveelheid restafval per inwoner is toegenomen met 6 kg ten opzichte van 2023 en neerkomt op 67 kg/ inwoner. Dit werd in hoofdzaak veroorzaakt door afgekeurd GFT-afval, afgekeurd GFT wordt alsnog verbrand met restafval. Van het ingezamelde restafval was in 2024 82% goed gescheiden. In het restafval zitten dus nog te veel herbruikbare grondstoffen. Met name groente en fruit afval (GF), grof huishoudelijk afval en plastic/metalen(blik) verpakkingsmateriaal en drankkartonverpakkingen ( PMD). Waar het scheiden van huishoudelijk afval (restafval) soms uitdagend blijkt, gaat het met de inzameling en scheiding van grofhuishoudelijke grondstoffen erg goed. De kringloop heeft in 2025 meer dan een miljoen kilo aan grondstoffen ingezameld, waarvan 54.586 kilo na scheiding grofhuishoudelijk afval betrof en waarvan 95% herbruikbaar. Wij hebben in zowel Steenwijk als Vollenhove een kringloop, hierdoor weten inwoners de kringloop makkelijk te vinden.
Bovendien worden grondstoffen persoonlijk afgeleverd of opgehaald, waardoor men minder snel verkeerde grondstoffen inlevert. Voor PMD-containers is er in 2024 en 2025 een ‘voorloper’ ingevoerd om vooraf verontreinigde containers er tussen uit te halen. Ook is een proef gestart met een weegauto; hierbij wordt de container gewogen en boven een bepaald gewicht stapt de chauffeur uit en controleert de inhoud. Bij geconstateerde verontreiniging blijft de container staan. De weegauto wordt vanaf 2026 definitief ingezet. Verder is er in samenwerking met ROVA een communicatiecampagne gestart over het nut van goed scheiden en de waarde van PMD. Om de verontreiniging in PMD nog verder te reduceren wordt in samenwerking met Verpact en ROVA onderzocht op welke plekken ondergrondse containers wenselijk zijn en op welke plekken alleen gebruik wordt gemaakt van containers aan huis. Er zijn meer maatregelen en campagnes om de afvalscheiding te optimaliseren. Zo was Thema 3 - Circulariteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 14/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 13 er in 2025 in een groot deel van de gemeente de invoering van de blauwe container (oudpapier en karton). Deze container zorgde ervoor dat er betere kwaliteit papier werd ingezameld. Immers losse dozen werden nogal eens natgeregend waardoor het papier werd afgekeurd.
Nu met de invoering van de blauwe containers is er minder afkeur. Ook stichting Duurzaam Steenwijkerland heeft vele acties rond afval ondernomen. Zo hebben ze zeven zwerfafvalteams, betrekken ze inwoners bij de grondstofketen en waren ze medeorganisator van World Clean Up Day in Steenwijkerland. Bovengenoemde maatregelen en activiteiten, gecombineerd met meer communicatie en bewustwording helpen om scheiding van grondstoffen te bevorderen en daarmee een hoogwaardige verwerking te faciliteren. Levensduurverlenging In 2025 is er een opdracht gegeven aan het Deltion-college Zwolle om een Circulair ambachtscentrum te ontwikkelen op de locatie van het huidige milieubrengstation en een deel van het terrein van Hellinga. Hiervoor is een mooi ontwerp gemaakt, echter is de realisatie hiervan financieel onaantrekkelijk (geschat op ruim 14 miljoen zonder aankoop en verplaatsingskosten). Er komt daarom geen fysiek circulair ambachtscentrum, wel verkennen we de mogelijkheid om een ‘netwerk ambachtscentrum’ op te zetten, hiervoor is contact met Natuur en Milieu Overijssel. In zo’n netwerk wordt ingezet op samenwerking tussen verschillende bedrijven zoals de kringloop, het millieubrengstation en andere geïnteresseerde partijen.
Voortgang rondom de andere doelen van levensduurverlenging (actieplan circulaire innovatie en communicatiecampagne handelingsperspectief) heeft stilgelegen door gebrek aan menskracht. Substitutie van Grondstoffen Wat betreft vervanging van grondstoffen hebben we ons de afgelopen jaren vooral gefocust op circulaire asfalt-deklagen. Uit de praktijk is echter gebleken dat de asfaltdeklagen niet homogeen zijn en vaak PAK (teerhoudend) bevatten waardoor hergebruik niet goed mogelijk is. Iets dat wel succesvol was: de verwerking van ons berm- en slootmaaisel, hier wordt door Hanekamp compost van gemaakt (Florasoil). Afgelopen twee jaar is de substitutie van grondstoffen erg onderbelicht gebleven, dus er valt nog veel winst te behalen wat betreft de verschillende doelstellingen. Verminderen van Grondstoffen Wij hebben als gemeente sinds 2024 een stenenbank en sinds 2025 een grondbank. Overgebleven partijen klinkers worden afgevoerd naar de stenenbank en vrijkomende hoeveelheden grond naar de grondbank. Thema 3 - Circulariteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 15/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 14 Deze grondstoffen kunnen dan bij een later werk weer worden gebruikt.
We zijn ook bezig om de basis te leggen voor het hergebruik van harde kunststoffen: in samenwerking met Oost.nl, de gemeente Zwolle en de gemeente Dalfsen is in 2025 een subsidie aanvraag bij de provincie ingediend voor een pilot inzameling en hergebruik van harde kunststoffen bij de maakindustrie. Als deze subsidie aanvraag wordt gehonoreerd zal de pilot in 2026 starten. Thema 3 - Circulariteit Bron: ROVA College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 16/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 15 Klimaatadaptatie Thema 4 Overstromingsbestendig Overstromingsbestendigheid is verankerd in beleid, o.a. in de Lokale Adaptatie Strategie (LAS), de Lokale Uitvoeringsagenda 2023-2027 (LUA), Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) en de richtlijnen voor gebiedsontwikkeling. Op regionaal niveau is gewerkt aan de ontwikkeling van de Sponsstrategie. Deze strategie biedt inzicht in het stroomgebied, onder andere in bodemopbouw, waterberging en vertraagde afvoer. Deze strategie wordt komende jaren als vaste referentie gebruikt bij gebiedsontwikkelingen: op plekken waar het overstromingsrisico (te) groot is, wordt weinig tot geen nieuwbouw gedaan. Het simpelweg verhogen van (bouw) grond is niet meer voldoende om overstroming te voorkomen. Het is een uitdaging om bewustwording en bekendheid over overstromingsrisico onder inwoners te doen groeien.
Alle inwoners hebben toegang tot de online kaarten in de klimaatatlas van werkregio Fluvius. In deze klimaatmonitor zijn kaarten te vinden van alle klimaatadaptatie bouwstenen, zo ook van het overstromingsrisico. Verder heeft IVN natuureducatie samen met de werkregio een onderwijspakket ontwikkeld over klimaatadaptatie waarin kinderen met praktische, kant-en-klare lessen en leuke proefjes leren over het veranderende klimaat. Waterrobuust Waterrobuustheid is verankerd in beleid, o.a. via de LAS/LUA, de LIOR en kaders voor gebiedsontwikkeling. Ook de Sponsstrategie en het kader Water- en Bodemsturend (WBS) helpen om keuzes te maken waar en hoe we waterrobuuste inrichting en maatregelen kunnen nemen in het stedelijk gebied. Dankzij het gezamenlijk optrekken van gemeente, waterschap en provincie krijgen we steeds meer kennis over toekomstbestendig bouwen. De gemeente neemt deze nieuwe kennis mee: in projecten wordt vaker gekeken naar afkoppelen, infiltratie, extra waterberging (bijv. wadi’s), het verminderen van verharding en het versterken van groenstructuren. Bij de vergroening van het stationsplein in Steenwijk is bijvoorbeeld een Thema 4 - Klimaatadaptatie College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 17/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 16 Thema 4 - Klimaatadaptatie wadi aangelegd.
De wadi vangt regenwater tijdelijk op en laat het langzaam in de bodem infiltreren, waardoor wateroverlast wordt verminderd en het grondwater wordt aangevuld. De bomen maken gebruik van dit water, zorgen voor verkoeling en versterken de biodiversiteit. Samen dragen zij bij aan een klimaatbestendig station. Over het algemeen is het belangrijk om de interne afstemming verder te versterken, zodat nieuwe richtlijnen (zoals WBS) overal bekend zijn en toegepast worden. Hittebestendig Hittebestendigheid is verankerd in gemeentelijk beleid, o.a. via LAS/LUA en de LIOR. Naast deze landelijke richtlijnen hebben we ook een basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw. Rondom hitte staan hier richtlijnen in over bijvoorbeeld hoeveelheid schaduw en over warmtewerend inrichten. Om landelijke richtlijnen regionaal toepasbaar te maken is er met de werkregio gewerkt aan een hitteplan voor de gemeente Steenwijkerland en een regionale versie van de Maatlat Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving. Beiden worden naar verwachting in 2026 vastgesteld. In de klimaatatlas van werkregio fluvius is een hittekaart opgenomen, waarop de kwetsbaarheden in de gemeente Steenwijkerland zichtbaar zijn gemaakt. Inwoners en ondernemers hebben toegang tot relevante kaarten en informatie, maar bereik en betrokkenheid blijven wisselend.
Om betrokkenheid onder inwoners te vergroten is er een publiekscampagne met tuinsubsidie, voor het nemen van klimaatadaptieve maatregelen (waaronder tegen hittestress). Sinds de start van de subsidie in 2023 zijn er 294 aanvragen gedaan, één van de meest populaire maatregelen was het planten van een boom. Bomen creëren schaduw en dit helpt tegen hitte. Van 2023 t/m 2025 is in totaal ongeveer de helft van het beschikbare subsidiebedrag benut, dit komt neer op zo'n €43.000. We denken erover na in welke vorm we deze regeling kunnen voortzetten met een zo groot mogelijk bereik. Droogtebestendig De afgelopen twee jaar is droogtebestendigheid verankerd in beleid, o.a. via LAS/LUA en (indirect) de LIOR. In de werkregio is samengewerkt om meer inzicht te krijgen in ons stroomgebied en het vasthouden of vertragen van water op de hoge zandgronden, o.a. via de Sponsstrategie en het afwegingskader Water en Bodem Sturend. Hierdoor weten we dat onze gemeente een groot risico heeft op verdroging, mogelijk met grote gevolgen. Om te beginnen kunnen er watertekorten ontstaan voor landbouw en drinkwater, dit zou inwoners, agrariërs en andere ondernemers schaden.
Verder College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 18/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 17 Thema 4 - Klimaatadaptatie verzwakt natuur, waardoor biodiversiteit afneemt en de leefomgeving minder aantrekkelijk wordt. In veen- en kleigebieden kan verdroging leiden tot bodemdaling, met schade aan wegen, riolering en funderingen tot gevolg. Daarnaast zorgt een droge bodem voor meer hittestress in dorpen en steden. Ook neemt de kans op natuur- en veenbranden toe en kan de waterkwaliteit verslechteren. Zelfs in waterrijke gebieden zoals Nationaal Park Weerribben-Wieden en de omliggende laagveen/veenweide gebieden zijn lage waterstanden en (weinig) bodemvocht een knelpunt na droge periodes. Het IJsselmeer dient als belangrijke zoetwaterbuffer voor droge periodes, maar deze buffer is beperkt. Met de wetenschap dat droge zomers vaker zullen voorkomen is het van groot belang dat we water beter weten vast te houden in onze gemeente, hiervoor is regionale samenwerking nodig. Inmiddels zijn in de klimaatatlas kaarten opgenomen, waarop de kwetsbaarheden in de gemeente Steenwijkerland zichtbaar zijn gemaakt. Hiermee is de basis gelegd om met concrete maatregelen op voort te borduren.
Fotograaf: Johann Prescher College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 19/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 18 Biodiversiteit Thema 5 Ecologisch Kwalitatief Groen en Water De afgelopen twee jaar zijn stappen gezet op het gebied van ecologie. Dat is gedaan met de Visie Groen en Biodiversiteit, deze bevat een toekomstbeeld van het verantwoord inrichten en beheren van de openbare ruimte. Denk bij beheer bijvoorbeeld aan de omschakeling van traditioneel gazonbeheer naar ecologisch maaibeheer of ecologisch berm- en slootbeheer. Door monitoring en veldwaarnemingen krijgen we steeds beter inzicht in de effecten van ons beheer. In 2022 hebben we de graslandfases van onze bermen onderzocht, de uitkomsten hiervan zijn sturend geweest voor hoe wij op dit moment de bermen beheren. Zo kun je om het gemeentehuis heen zien dat er meer bloeiende bermen zijn, dit is goed voor o.a. veel bijensoorten. Wat betreft inrichting gaat de Visie Groen en Biodiversiteit over bijvoorbeeld ecologische verbindingen, het gebruik van inheems plantmateriaal en het vergroten van variatie in het groen. Waar ecologische doelstellingen nog wel eens als hinder worden gezien, proberen we ze als kansen in te bedden in inrichtingsprocessen.
Zo is er in 2025 in samenwerking met de provincie Overijssel een uitwerking gemaakt van de Basis Kwaliteit Natuur voor de bebouwde Thema 5 - Biodiversiteit omgeving. Dit instrument maakt het mogelijk verschillende wijktypen te toetsen op de natuurkwaliteit van de beoogde inrichting. Bij de wijkvernieuwing in de bloemenbuurt (Steenwijk West) zijn de ecologische omstandigheden met hulp van dit instrument geoptimaliseerd d.m.v. wadi's, bloemrijk grasland en inheems plantgoed. Wij sturen erop dat ecologische omstandigheden na de realisatie van projecten aantoonbaar verbeteren. Om de effecten van onze maatregelen te volgen is het belangrijk om onderzoek en monitoring uit te breiden. Wij verkennen samen met een hogeschool of het opzetten van een monitoringssysteem voor insecten- en kruidenrijkdom haalbaar en uitvoerbaar is. Hiermee zouden we nog beter inzicht krijgen in onze effecten op biodiversiteit. College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 20/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 19 Groenblauwe Netwerken Het groenblauwe netwerk is in beeld gebracht door interne specialisten op het gebied van groen, water en landschap. Daarbij is zowel de bestaande situatie als het potentieel onderzocht en in kaart gebracht. Deze digitale kaart is sinds 2024 intern beschikbaar en wordt gebruikt bij gebiedsontwikkelingen.
Binnen het groenblauwe netwerk is het areaal ecologisch beheerd groen toegenomen en zijn delen versteende openbare ruimte vergroend. Zo werden op het voorplein van station Steenwijk tegels vervangen door planten. Vergroening van de openbare ruimte is soms uitdagend: door de strijd om ruimte en door exploitatiedruk ontstaat op sommige plekken snippergroen. Hierdoor hebben een aantal groenblauwe structuren een te beperkte maat en schaal om van (grote) ecologische meerwaarde te zijn. We proberen dit te voorkomen door bij ontwikkelingen vooraf duidelijke afspraken te maken over de maat en schaal van het groenblauwe netwerk. Door in het begin van het planproces het groenblauwe netwerk stevig te verankeren ontstaat er een robuust netwerk dat bijdraagt aan klimaatadaptatie, leefbaarheid en natuurwaarden. Schadelijke Stoffen Beperken Schadelijke stoffen kunnen in de voedselketen belanden waardoor planten, dieren en mensen ze opnemen en natuurlijke processen in ecosystemen negatief beïnvloed worden. De afgelopen jaren is bij aanbestedingen van beheer en onderhoud van bijvoorbeeld verkeersborden opgenomen dat schoonmaakmiddelen biologisch afbreekbaar moeten zijn. Bij beplanten van de openbare ruimte is het zaaigoed biologisch en inheems, ook bomen verkrijgen we bij een kweker die recent SKAL-certificering heeft gekregen en het plantgoed is doorgaans streekeigen.
Bloembollen zijn niet altijd biologisch en ook niet inheems, hieraan willen we extra aandacht besteden bij de inkoop. Aan de doelstelling om gebruik van plastics te reduceren is (nog) niet gewerkt. Soorten Bescherming In verschillende beleidsstukken is de bescherming van soorten opgenomen: denk aan de visie Groen en Biodiversiteit, de concept Maatlat Groene Klimaatadaptief Gebouwde omgeving en de LIOR. Deze stukken geven richting voor de versterking van biodiversiteit. Wij houden bij onderhoud en ruimtelijke ingrepen rekening met beschermde planten en dieren door de natuurwetgeving na te leven, we snoeien bijvoorbeeld alleen buiten broedseizoen. Ook laten we een natuurtoets uitvoeren als er groot onderhoud is aan gebouwen die onder beheer van de gemeente zijn. Verder hebben wij de afgelopen twee jaar 6000M2 Thema 5 - Biodiversiteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 21/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 20 bloemenweides aangelegd om lokaal de biodiversiteit te versterken. Bepaalde invasieve exoten die onze inheemse soorten verdringen worden bestreden via een LIFE-project (Europese subsidie). Op land hebben we goed zicht op invasieve exoten en weten we verspreiding van deze soorten redelijk te beperken. De invasieve exoten die in het water leven zijn lastiger te beheren.
Naast onze eigen inspanningen proberen we ook burgers, ondernemers en wooncorporaties te stimuleren om hun tuinen en terreinen te vergroenen. Wij hebben een tuinsubsidie voor de inwoners en ondernemers van Steenwijkerland: groene tuinen trekken bijen en vlinders aan. Ook zijn op industrieterrein Groot Verlaat hagen geplant, waardoor er meer ruimte is voor dieren om ook daar (tijdelijk) te verblijven. Verder hebben we samen met IVN drie schoolpleinen vergroend o.a. door de aanleg van voedselbosjes. Om soorten zo goed mogelijk te beschermen werken we ook aan een soortenmanagementplan (SMP). Hiermee moet er bij verbouwing, verduurzaming en (soms) sloop rekening worden gehouden met de aanwezige populaties beschermde soorten. Dit plan heeft vertraging opgelopen door (onverwachts) hoge kosten. Wij blijven komende jaren toewerken naar een juridische borging van de bescherming van soorten. Thema 5 - Biodiversiteit College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 22/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 21 Ruimtelijke Ontwikkeling De vraag naar extra woningen blijft de komende tijd onverminderd hoog. De schatting is dat we tot 2035 nog 1.600 tot 2.100 woningen moeten bouwen om aan de lokale en regionale vraag te voldoen (Woonbehoefteonderzoek 2025).
Er zijn meer woningen nodig voor aandachtsgroepen, zoals starters, ouderen en spoedzoekers, maar ook voor middeninkomens (Nationale Woon- en Bouwagenda). In onze eigen Omgevingsvisie vertellen we waar we naartoe willen met de woon- en leefomgeving in de gemeente. Wij willen dat er zo veel mogelijk in of - waar nodig en mogelijk - tegen bestaande kernen aan wordt gebouwd, zodat de kwaliteit van ons landschap behouden blijft. Steenwijk is aangewezen als stedelijk centrum waar de meeste groei mag plaatsvinden. Huizen worden in de stad en aan de randen van de stad gebouwd en er wordt gekeken naar transformatie van bestaande gebouwen naar woningen. Duurzaamheid is belangrijk: alle nieuwbouw is bijna energieneutraal, klimaatadaptief en natuurinclusief, met veel ruimte voor groen en water. In andere kernen mag ook gebouwd worden, maar wel op een schaal die past bij die kern en de behoefte van de kern en bijdraagt aan leefbaarheid en behoud van voorzieningen. Vanuit zowel het Rijk als de provincie Overijssel is er rond het thema Water en Bodem ingezet op een fundamentele koerswijziging. Deze koerswijziging houdt kort samengevat in dat het ruimtegebruik zich moet voegen naar/aanpassen aan het bodem- en watersysteem. Dit is nodig om ook in de toekomst met een ander klimaat in Nederland te kunnen blijven leven, wonen en werken.
De koerswijziging heeft gevolgen voor ruimtelijke ontwikkelingen als woningbouw en uitbreiding van bedrijventerrein. Vooral in gebieden waar vraagstukken spelen rond bodemdaling, slappe bodems en meer ruimte voor water. Hier zal een keuze moeten worden gemaakt tussen anders bouwen, het bekostigen van extra maatregelen om risico’s te verminderen en het zoeken naar andere locaties. We zijn momenteel bezig met een verkenning die inzicht biedt in mogelijke en/of noodzakelijke extra maatregelen om risico’s te verminderen – én inzicht in waar het verstandiger is niet meer te bouwen. Deze verkenning wordt in de eerste helft van 2026 opgeleverd. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 23/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 22W e maken afspraken en werken samen met woningbouwcorporaties, netbeheerders en lokale energiecoöperaties over verduurzaming, isolatie, energieopwekking en aardgasvrij maken van wijken, kernen en woningen. In Steenwijkerland zijn twee grote woningcorporaties. Onze gezamenlijke ambitie is om eind 2027 de sociale huurwoningen met energielabels E, F of G uitgefaseerd te hebben. En de labels tenminste opgehoogd te hebben naar label B. De corporaties komen voor 2028 ver met het verbeteren van de energielabels E, F en G. Veel woningen krijgen zonnepanelen en betere isolatie.
Eén van de corporaties gaat het niet redden om vóór 2028 alle woningen aangepakt te hebben; een deel van de woningen wordt in 2028 en een klein aantal daarna aangepakt. Het lukt wel om uiterlijk in 2028 een plan uitgewerkt te hebben (wettelijke verplichting) om de resterende woningen met een slecht label te verduurzamen. We gaan enkel bouwen en ontwikkelen op plekken die logisch zijn op het gebied van duurzaamheid, bereikbaarheid en biodiversiteit (woonagenda & verstedelijkingsstrategie). Rond het thema Water en Bodem werken we aan nadere invulling rondom verduurzaming van ruimtelijke ontwikkelingen, o.a. bij de nadere uitwerking van de regionale sponsstrategie. De sponsstrategie is een van de programma’s binnen de regionale verstedelijkingsstrategie/NOVEX-gebied Regio Zwolle. De sponsstrategie is de afgelopen tijd per stroomgebied nader uitgewerkt (inclusief de gebiedsrapportage voor het stroomgebied Stroink, waarbinnen Steenwijkerland valt). Intussen hebben ook stroomgebied- overstijgende werksessies plaatsgevonden met o.a. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. Afronding en oplevering van het document inclusief regionale ‘sponsagenda’ is voorzien Q1 2026. Zoals eerder benoemd wordt ook een verkenning met concrete maatregelen in 2026 opgeleverd.
Concrete voorbeelden uit actiepunten Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 24/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 23 Tegengaan van energiearmoede en zorgen dat iedereen (zowel huurders als huiseigenaren) duurzaamheidsmaatregelen kunnen nemen. Wij willen financiële problemen bij inwoners voorkomen. Zowel huurders als huiseigenaren kunnen te maken hebben met betaalbaarheidsproblemen. Wij hebben een passend aanbod regelingen en toeslagen voor mensen met een laag inkomen. Op het gebied van energie en duurzaamheid is er bijvoorbeeld een witgoedwissel. Via de witgoedwissel kunnen mensen onder bepaalde voorwaarden een oud witgoedapparataat inwisselen voor een nieuw apparaat. Dit bespaart energie en dus ook geld. Daarnaast hebben we het gewoon besparen fixteam, dit mobiele klusteam helpt onze inwoners gratis met energiebesparende maatregelen. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 25/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 24 Adaptief Landelijk Gebied Ons landelijk gebied heeft te maken met de gevolgen van klimaatverandering. We moeten een bijdrage doen aan de stikstof- en natuurdoelen en werken aan het behalen van nationale doelen op het gebied van biodiversiteit en water. We willen dat de opgaven die hieruit voortkomen samen op gaan met economie en leefbaarheid.
Er moet een agrarisch toekomstperspectief blijven en behoud van vitaliteit in ons gebied. In de Klimaat- en Duurzaamheidsambities van 2024 zijn geen ambities geformuleerd over de landelijke transitieopgaven. De regie hierbij ligt vooral bij provincie en Rijk. Wanneer meer duidelijkheid is over de opgaven en wat deze precies betekenen voor de agrarische sector, kunnen deze nieuwe doelen in de toekomst worden geïntegreerd in gemeentelijk beleid. Deze evaluatie gaat enkel over de onderwerpen die staan beschreven in de Klimaat- en Duurzaamheidsambities van 2024. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 26/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 25 Concrete voorbeelden uit actiepunten We agenderen de kansen en kwetsbaarheden van klimaatverandering bij relevante netwerken en samenwerkingen in het landelijke gebied. We willen regie op hoe groenblauwe opgaven in onze gemeente kunnen worden gerealiseerd, met behoud van agrarisch perspectief en leefbaarheid. We onderhouden daarom goede contacten met ondernemers en gebiedspartner, zoals LTO, provincie en Natuurmonumenten. Wij hebben drie koploperprojecten in onze gemeente: in deze gebiedsprocessen verkent een groep boeren vanuit een bepaald gebied samen hun toekomstperspectief met de groenblauwe opgaven als uitgangspunt.
In de Baarlingerpolder zijn negen boeren in januari 2022 begonnen met een verkenning, deze verkenning is in december 2024 als rapport opgeleverd. De andere twee groepen zijn nog bezig met de verkenning. Na de verkenning volgt een planuitwerking. In 2022 hebben we de gemeentelijke belangen ingebracht bij regionale trajecten, in het bijzonder de ontwikkeling van de Regionale Veenweidestrategie. In 2022 hebben we de gemeentelijke belangen ingebracht bij regionale trajecten. We willen proeftuin van Nederland worden, door de diversiteit van ons landschap doen we ervaring op met veel verschillende uitdagingen. We willen als voorbeeld dienen voor andere gebieden en zetten daarbij in op samenwerking en innovatie. Zo werken we met 19 gebiedspartners in Noordwest-Overijssel in een gebiedsgerichte aanpak veenweide. In 2025 lag de focus op onderzoek doen als voorbereiding op beleidsvorming, in 2026 zal de provincie een nieuwe veenweideaanpak vaststellen. De veenweideaanpak wordt door boeren in onze gemeente ook behandeld in de eerder benoemde gebiedsprocessen. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 27/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 26 In 2023 hebben we inzicht in de mogelijkheden voor het vasthouden van water op de hoge zandgronden.
In de sponsstrategie hebben we inzicht gekregen in de mogelijkheden voor het vasthouden van water op de hoge zandgronden. Zo kunnen we watergangen stremmen, stuwen, verondiepen of dempen zodat water minder/niet afstroomt. Om oppervlakkige afstroming op het maaiveld te beperken kunnen landschapselementen als houtwallen, hagen en bufferbekkens worden hersteld op hellende vlaktes parallel aan hoogtelijnen. Verder is ook bodemverbetering en het verruwen van droogdalen belangrijk voor het vasthouden van water. Ten slotte kunnen we ook verdamping van water voorkomen door vegetatie aan te passen, bijvoorbeeld door meer gras en loofbos aan te planten in plaats van heide en naaldbos. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 28/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 27 Betrokken en Actieve Bewoners We kunnen als gemeente niet alleen aan de slag met klimaat- en duurzaamheid, we hebben een actieve inzet van onze inwoners nodig. Daarom proberen we inwoners te betrekken bij onze maatregelen en ook hun eigen initiatieven te stimuleren. Zo hebben wij de afgelopen twee jaar een NIP-subsidie aangeboden (Nationaal Isolatie Programma), maar het is aan de bewoners zelf om hier gebruik van te maken. Ook is in 2021 de stichting Duurzaam Steenwijkerland opgericht, waar inwoners (vrijwillig) werken aan verschillende duurzaamheidsopgaven.
We ondersteunen Stichting Duurzaam Steenwijkerland en gaan intensiever samenwerken om bewoners te ondersteunen in het nemen van duurzaamheidsmaatregelen. De afgelopen twee jaar is de samenwerking tussen de gemeente en Stichting Duurzaam Steenwijkerland geïntensiveerd. De stichting is verder geprofessionaliseerd met de inzet van betaalde krachten naast vrijwilligers. De energiecoaches van de stichting zijn cruciaal in het bereiken van bewoners die via gemeentelijke communicatie lastig te bereiken zijn, waaronder huishoudens met een beperkte financiële draagkracht. De stichting ondersteunt inwoners ook actief bij het aanvragen van subsidies en regelingen, wat de drempel voor het daadwerkelijk nemen van maatregelen verlaagt. Verder groeit de Tuinenroute jaarlijks in omvang en impact en vormt deze een laagdrempelig middel om bewoners te inspireren met praktische duurzaamheidsmaatregelen. Concrete voorbeelden uit actiepunten Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 29/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 28 We ondersteunen Stichting Duurzaam Steenwijkerland en gaan intensiever samenwerken om bewoners te ondersteunen in het nemen van duurzaamheidsmaatregelen. De afgelopen twee jaar is de samenwerking tussen de gemeente en Stichting Duurzaam Steenwijkerland geïntensiveerd.
De stichting is verder geprofessionaliseerd met de inzet van betaalde krachten naast vrijwilligers. De energiecoaches van de stichting zijn cruciaal in het bereiken van bewoners die via gemeentelijke communicatie lastig te bereiken zijn, waaronder huishoudens met een beperkte financiële draagkracht. De stichting ondersteunt inwoners ook actief bij het aanvragen van subsidies en regelingen, wat de drempel voor het daadwerkelijk nemen van maatregelen verlaagt. Verder groeit de Tuinenroute jaarlijks in omvang en impact en vormt deze een laagdrempelig middel om bewoners te inspireren met praktische duurzaamheidsmaatregelen. We ondersteunen bewoners die te maken hebben met energiearmoede (bijvoorbeeld in de vorm van subsidies) en straatacties met FIXteam. De afgelopen twee jaar is sterk ingezet op bewonerscommunicatie en ondersteuning via de meerjarige campagne Gewoon Besparen. We hebben inwoners via verschillende communicatiegolven, informatieavonden en publieksacties bewust gemaakt van duurzame keuzes op het gebied van energie, isolatie en gedrag. Het FIXteam is actief geweest in kwetsbare buurten en bij huishoudens met een verhoogd risico op energiearmoede. Hier zijn kleine energiebesparende maatregelen gratis uitgevoerd en waar nodig is ondersteuning geboden bij subsidieaanvragen.
Een concreet resultaat is dat de eerste tranche van de NIP-gelden voor de isolatiesubsidie volledig is benut. Wat nog niet optimaal loopt is het structureel bereiken van alle doelgroepen in de hele gemeente. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 30/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 29 We ondersteunen bewonersinitiatieven die willen werken aan het isoleren of aardgasvrij maken van hun wijk. De afgelopen twee jaar heeft de gemeente bewonersinitiatieven actief ondersteund die zelf aan de slag willen met isolatie of het aardgasvrij maken van hun wijk. Het buurtinitiatief rondom de Middenweg is hierbij een belangrijk voorbeeld: met begeleiding vanuit de gemeente en het programma Gewoon Besparen hebben bewoners, energiecoaches en lokale partners gezamenlijk gewerkt aan het in kaart brengen van verduurzamingskansen en knelpunten. Dit traject heeft geresulteerd in de eerste acht routekaarten binnen de gemeente, waarin per buurt de logische stappen richting isolatie en verdere verduurzaming zijn uitgewerkt. In totaal zijn hierbij ruim 150 inwoners betrokken geweest. Wat nog aandacht vraagt, is het langdurig vasthouden van bewonersbetrokkenheid en het opschalen van deze aanpak naar andere wijken.
Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 31/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 30 Veerkrachtige Lokale Economie De Nederlandse economie moet in 2050 volledig draaien op herbruikbare grondstoffen. Voor de overgang naar een circulaire economie wordt samengewerkt met bedrijven en maatschappelijke organisaties. Verder moet Nederland in 2050 energieneutraal zijn, alle benodigde energie moet dan met hernieuwbare energie worden opgewekt. Elke regio en gemeente draagt hieraan bij. Regio Zwolle werkt aan een vitale en circulaire economie. Living Lab brengt alle circulaire projecten, initiatieven en programma’s uit Regio Zwolle samen. Als gemeente creëren we bewustwording over duurzaamheid en circulariteit. Dit doen we vooral door de instrumenten van provincie en regio onder aandacht te brengen en ondernemers te stimuleren die willen verduurzamen en innoveren. Verder hebben we een rol in het aanjagen van de ontwikkeling van toekomstbestendige bedrijventerreinen. We werken hierin samen met Kennispoort regio Zwolle, brancheorganisaties, Business Club Steenwijkerland, Oost NL, Provincie Overijssel, onderwijsinstellingen/kennis- en innovatiestructuur in Regio Zwolle. Als gemeente hebben we in 2024 een economische koers uitgebracht waarin we uiten hoe onze visie aansluit bij de Sustainable Development Goals.
Eén van onze pijlers binnen de koers is Duurzaam en Leefbaar. We schrijven daarin voor verschillende thema’s wat we gaan doen en wie daarvoor verantwoordelijk is. Onderstaand zijn voorbeelden van bijdragen van de gemeente aan de opgave veerkrachtige lokale economie. Deze opgave uit de klimaat- en duurzaamheidsambities komt niet volledig overeen met de duurzaamheidsacties zoals verwoord in de economische koers. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 32/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 31 Concrete voorbeelden uit actiepunten We informeren bedrijven over de plicht om energie te besparen en de mogelijkheden van duurzame energie-opwek op bedrijfsvastgoed (zon-op-dak of kleine windmolens). Ondernemers nemen hier zelf het initiatief in en realiseren zelfstandig projecten zoals zon- op-dak. Dit laat zien dat bedrijven in de regio bewust bezig zijn met verduurzaming en hun verantwoordelijkheid nemen voor een toekomstbestendige lokale economie. Als ondernemers advies nodig hebben verwijzen wij ze door naar relevante kennisinstellingen in de regio, zoals Kennispoort. Inzetten op de (elektrische) fiets. Kwaliteitsimpuls voor het fietsnet. Eerste stap gezet met deelfietshubs op toeristische plekken. Ontwikkeling richting publieke mobiliteit.
Het eerder benoemde PAK’M deelfietsennetwerk maakt ook toeristische plekken toegankelijker. De hubs met deelfietsen zorgen ervoor dat het Nationaal Park Weerribben-Wieden en de omgeving (zoals Drenthe, Weststellingwerf en de Noordoostpolder) per fiets toegankelijk zijn voor iedere bezoeker die het gebied wil ontdekken en verkennen. Alleen al in 2025 zijn er meer dan 2.700 verschillende gebruikers van de fietsen geweest. De hubs zijn daarmee een van de schakels in het programma Duurzaam (Be)leefbaar Toerisme. Het deelfietsennetwerk overstijgt echter de toeristische sector en wordt een integraal onderdeel van de publieke mobiliteit. Opgave College van burgemeester en wethouders - 10 maart 2026 - 2026_B&W_00200 33/44 Evaluatie van de Klimaat- en Duurzaamheidsambities 32 Toevoeging Naast de ambities zoals geformuleerd in de Klimaat- en Duurzaamheidsambities hebben we de afgelopen periode ook andere stappen gezet om de economie in Steenwijkerland toekomstbestendig te maken. Hieronder volgen drie voorbeelden: 1. Op bedrijventerrein Eeserwold werken we aan een energiehub waar lokaal opgewekte zonne-energie wordt gebruikt om waterstof te produceren. Dit project, dat een subsidie van ongeveer €8 miljoen ontvangt, werkt aan duurzame energieopslag en -gebruik voor verwarming en transport. 2. Verder zijn ondernemers op Groot Verlaat gestart met collectieve vergroening en klimaatadaptatie.
In 2024 is hiervoor een provinciale subsidie toegekend, waardoor meerdere bedrijven hun terrein hebben vergroend. Daarnaast biedt de Regiodeal, ingediend samen met de Confederatie van Nederlandse Ondernemers en Werkgevers (VNO-NCW), ruimte om ook andere terreinen te vergroenen. 3. Daarnaast zijn door netcongestie nieuwe aansluitingen niet vanzelfsprekend. Dit kan grote gevolgen hebben voor ondernemers in Steenwijkerland. Daarom zijn we bezig met het onderzoeken van oplossingen, zoals batterijopslag gekoppeld aan zonnedaken en/of zonneparken om piekbelasting te verminderen. In samenwerking met netbeheerders doen we ons best om een hoogspanningsstation in de buurt van Steenwijk te realiseren, de komende tijd zal blijken of dit lukt. Opgave We initiëren solarcarports met laadinfrastructuur in de openbare ruimte nabij toeristische trekpleisters en werken samen met ondernemers om de laadinfrastructuur nabij toeristische trekpleisters op orde te hebben (ambitie uit Integrale Laadvisie). In 2025 is een zonnecarport aangelegd bij zwembad de Waterwyck. Deze zonnecarport levert energie voor het zwembad, de sporthal en de auto’s. Het gasverbruik van het zwembad is hierdoor teruggebracht van 190.000 kuub per jaar naar 100.000 kuub per jaar.