13.2 Verhogen te vervangen brug BSBV36 - bijlage reactie provincie verhogen brug BSBV36.pdf
Tekst van het document
Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 overijssel.nl postbus@overijssel.nl Gemeente Steenwijkerland De heer O. Alkema Postbus 162 8330 AD STEENWIJK KvK 51048329 IBAN NL45RABO0397341121 Inlichtingen bij Gerard Wijnsma tel 038 499 76 72 g.wijnsma@overijssel.nl Onderwerp: Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 1 Uw brief Uw kenmerk Zaaknummer Z-NATUURB_VO- 2016-004720 4016731 Bijlagen Datum verzending Geachte heer Alkema, Op 10 oktober 2016 hebben wij namens u een verzoek ontvangen om te beoordelen of het vervangen en het vergroten van de doorvaarthoogte van de brug BSBV36 te Belt Schutsloot1 vergunningplichtig is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (verder Nbwet). Wij hebben het verzoek met uw adviseur besproken op 3 november 2016 en met u op 9 februari 2017. In deze brief geven wij onze bevindingen weer. Wet natuurbescherming (art. 2.7) vergunningplicht Natura 2000 Het vervangen en het vergroten van de doorvaarthoogte van de brug BSBV36 heeft mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen. Er is sprake van een vergunningplichtige activiteit conform art. 2.7 van de Wet natuurbescherming. Beschrijving aangevraagde project De te vervangen brug ligt in de Arembergerweg tussen Belt-Schutsloot en Zwartsluis (zie figuur 1).
De brug ligt over de Schenkelvaart, die uitkomt op de Arembergergracht. De Arembergergracht is een brede watergang en loopt parallel aan de Arembergerweg. De gracht is geheel beschoeid en ook de oevers direct onder de brug zijn beschoeid. De Arembergerweg ligt boven maaiveld. Aan weerszijden van de weg ligt een berm en talud met kort gemaaid gras. De Schenkelvaart loopt richting het westen door een gebied, de Schenkellanden, met veenmos)rietlanden, trilvenen, petgaten, ruigte en bos. Dit gebied is één van de rustgebieden voor moerasbroedvogels uit het ontwerp-beheerplan Wieden-Weerribben. 1 Ingeboekt onder kenmerknummer 2016/0467806 Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 2 Uw brief Uw kenmerk Figuur 1. Ligging brug (cirkel) in relatie tot rustgebieden (blauwe arcering). De huidige brug ligt circa 1,5 meter boven de watergang. De nieuwe brug wordt één meter hoger en komt daarmee op circa 2,5 meter boven de watergang. Doordat de brug hoger wordt kunnen grotere boten passeren. Dit is vooral van belang voor de beheerder en rietsnijders, omdat percelen aan de Schenkelvaart beter en sneller bereikbaar worden en niet omgevaren hoeft te worden. Tijdens de werkzaamheden wordt de Arembergerweg afgesloten voor verkeer. Voor voetgangers en fietsers worden noodvoorzieningen aangelegd.
Hiervoor wordt een ponton in het water en rijplaten in de berm aan de zijde van de Arembergergracht gelegd. De huidige brug worden in grote delen verwijderd en afgevoerd. Voor de nieuwe brug worden stalen funderingspalen met klein materieel geplaatst, welke vervolgens met beton worden gevuld. De tussensteunpunten worden buiten de watergang geplaatst. Het nieuwe brugdek wordt geplaatst met een mobiele telescoopkraan vanaf de bestaande weg. Vervolgens wordt het asfalt aan weerszijden aangeheeld met een kleine shovel. Er wordt gewerkt vanaf het water (met ponton) en vanaf de bestaande weg. Er vinden geen werkzaamheden in het water plaats. De werkzaamheden duren 6-8 weken. Opmerking. In het vooroverleg is aangegeven dat niet geheid wordt. De periode waarin de werkzaamheden plaatsvinden is niet in de toets aangegeven. Beschrijving en toetsing effecten De te vervangen brug ligt in het Natura 2000-gebied ‘De Wieden’. U heeft een voortoets laten uitvoeren door Ecogroen. In deze voortoets zijn de mogelijke effecten beschreven op de instandhoudingsdoelstellingen. De instandhoudingsdoelen zijn (samengevat) weergegeven in bijlage 1. Effecten aanleg Tijdens de aanleg treedt een tijdelijke verstoring op. Er worden geen palen in het water aangebracht, er wordt niet in het water gewerkt. Er worden geen negatieve effecten verwacht op habitattpen en habitatrichtlijnsoorten.
Afhankelijk van het tijdstip van uitvoering, kan een verstoring ontstaan van broedvogels en niet broedvogels. Vanwege de korte duur van de werkzaamheden, worden er in de natuurtoets geen significant negatieve effecten verwacht. Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 3 Uw brief Uw kenmerk Door de inzet van machines is er ook een emissie van stikstof. Daarnaast zal het verkeer tijdelijk omgeleid worden. Uit de AERIUS berekening blijkt dat de tijdelijke situatie meer dan 1 mol N/ha per jaar depositie tot gevolg heeft. Hieruit volgt een vergunningplicht. Effecten door verhoogde brug in gebruiksfase De brug wordt één meter hoger dan de huidige brug. Dit maakt het voor grotere boten mogelijk de brug te passeren. Naast boten gebruikt voor beheer (w.o. rietsnijden) geldt dit ook voor pleziervaart met grotere (gemotoriseerde) boten. Verwacht wordt dat hierdoor de (water)recreatie intensiteit toeneemt, met als gevolg een toename in verstoringsdruk op natuurwaarden rond het plangebied. Meer specifiek bevat het traject waar de verstoringsdruk toeneemt de Schenkelvaart van de Arembergergracht tot aan de Mastenbroekkolk. Het traject heeft een lengte van circa 1,6 kilometer en de vaart is circa 7 meter breed. Dit traject wordt in de huidige situatie tot de categorie ‘soms bevaren’ gerekend.
Te verwachten is dat door de hogere doorvaarbaarheid, de brug in de categorie ‘vaak bevaren’ gaat vallen. Het tracé doorsnijdt een gebied dat in het ontwerpbeheerplan Natura 2000 als rustgebied voor broedvogels is opgenomen. Op het moment dat het tracé als vaak bevaren valt en ook toegankelijk is voor grotere boten, zal de verstoringsafstand toenemen van 25 naar 50 a 100 m (afhankelijk van de soort). Hierdoor zal het rustgebied in kwaliteit achteruitgaan. Dit is een mogelijk significant negatief effect. Daarnaast kunnen op het tracé habitattypen en leefgebied voor habitatsoorten worden aangetroffen. Door een toegenomen turbulentie bij een toename van vaarbewegingen, kunnen ook deze mogelijk significant negatieve effecten ondervinden. Op basis van het ontwerpbeheerplan, moet voor niet-broedvogels de huidige rust bewaard worden. De voortoets acht een negatief effect op instandhoudingsdoelen voor niet- broedvogels uitgesloten. Opmerking: zie vragen naar aanleiding van de voortoets Conclusie vergunningplicht Gelet op bovenstaande overwegingen, concluderen wij dat een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (artikel 2.7) noodzakelijk is vanwege de omvang van de depositie in de aangevraagde situatie en de mogelijke negatieve gevolgen in de gebruiksfase.
De mogelijke negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied in de gebruiksfase zijn uitsluitend het gevolg van toegenomen recreatiebewegingen door de Schenkelvaart door de verhoogde doorvaart. Volgens het beheerplan is het recreatieseizoen april t/m oktober, maar ook daarbuiten kunnen recreatieve vaarbewegingen plaatsvinden. Effecten door vaarbewegingen van rietsnijders in de huidige vorm en omvang zijn bestaand gebruik. Vragen naar aanleiding van de voortoets Nut en noodzaak van het verhogen van de brug zijn niet op voorhand duidelijk. De beste methode om te zorgen dat er geen blijvende effecten zijn door een toename van recreatie, is de brughoogte hetzelfde te laten. Alle andere methoden hebben werk en toezicht nodig. Kan in de aanvraag worden toegelicht waarom het verhogen van de brug noodzakelijk is. Wat is de reistijd die bespaard wordt, welke toename van efficiëntie wordt bewerkstelligd. Riet is niet een product dat snel bederft. Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 4 Uw brief Uw kenmerk Afhankelijk van het tijdstip van uitvoering, kunnen tijdelijke verstorende effecten ontstaan. Omdat ook door deze tijdelijke effecten het rustgebied voor broedvogels kan aantasten, verdient het de voorkeur de werkzaamheden buiten de broedperiode van de in het gebied kwalificerende vogelsoorten uit te voeren.
Bij uitvoering in de winterperiode moet in de aanvraag beoordeeld worden of ook in cumulatie met andere werkzaamheden of projecten geen significant negatief effect op niet-broedvogels ontstaat. Volgens het beheerplan Natura 2000 moet de huidige rust voor niet-broedvogels worden bewaard. Mogelijk is een effect onderbelicht gebleven. De verhoogde brug zou een barrière kunnen vormen als Meervleermuis normaliter over de brug heen vliegt. Afhankelijk van het nieuwe profiel is er onder de brug dezelfde of meer ruimte. Mogelijkheden voor mitigatie Effecten door vaarbewegingen van rietsnijders in de huidige vorm en omvang zijn bestaand gebruik. Dit gebruik is getoetst in het ontwerpbeheerplan en kan onder een aantal voorwaarden (mitigerende maatregelen) worden gecontinueerd. Eén van deze voorwaarden betreft: ‘In gebieden waar verstoring plaats kan vinden van broedvogels zijn alle activiteiten die samenhangen met het maaien van riet uiterlijk 1 april afgerond. Dit is conform de bepalingen van de gedragscode Natuurbeheer (voor avifauna-rijke rietlanden). Het ophalen van riet mag in de maanden na de oogst, mits het geoogste riet aan de randen van de rustgebieden is geplaatst. Binnen gebieden met overjarig riet met water op maaiveld zijn alle activiteiten voor 15 maart afgerond.’ Buiten deze gebieden, dus ook op de Schenkelvaart, zijn vaarbewegingen ten behoeve van rietsnijden toegestaan.
Op basis van de toetsing kunnen significante effecten niet worden uitgesloten. Om een vergunning te kunnen verlenen, moeten deze effecten worden gemitigeerd of voorkomen door het nemen van maatregelen. In een vooroverleg zijn mogelijkheden voor deze maatregelen besproken. De maatregelen moeten voorkomen dat de recreatie in de Schenkelvaart kan toenemen. Negatieve effecten kunnen worden voorkomen door de doorvaarthoogte voor het recreatieverkeer te beperken tot de oorspronkelijke hoogte. Het geheel beperken van de recreatieve doorvaart is ook mogelijk, maar niet noodzakelijk om de effecten terug te brengen tot het huidige niveau. Deze barrière kan seizoensmatig worden aangebracht, of er kan voor een technische oplossing worden gekozen die door bevoegden is te openen. Omdat er ook tijdens het recreatieseizoen vaarbewegingen ten behoeve van de rietteelt plaats kunnen vinden, heeft een seizoensmatige oplossing waarschijnlijk niet de voorkeur. Een seizoensmatige oplossing heeft ook als nadeel dat (toename van) recreatieve vaarbewegingen buiten het seizoen niet geheel kan worden voorkomen. Een te openen oplossing zou alleen door bevoegden geopend moeten kunnen worden, en meteen na passage gesloten worden. Daarnaast zal de oplossing voldoende robuust moeten zijn en moet blijvend kunnen worden gegarandeerd dat de oplossing voldoet.
Als een doorgang dagen open blijft staan of wordt vernield, wordt het effect teniet gedaan. Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 5 Uw brief Uw kenmerk In de aanvraag moet duidelijk worden gemaakt op welke wijze de gekozen technische oplossing werkt, op welke wijze deze wordt beheerd. De technische oplossing en de (naleving van de) gedragsregels moet voldoende zijn om te voorkomen dat negatieve effecten ontstaan. Wet natuurbescherming - soortbescherming Met de invoering van de Wet natuurbescherming, zijn wij tevens bevoegd voor het aspect soortbescherming. Hierover is in de voortoets geen informatie opgenomen. In het vooroverleg is genoemd dat deze informatie wel aanwezig is en dat blijkt dat geen ontheffing nodig is. Bij een aanvraag moet deze informatie worden overlegd. Vragen Heeft u vragen over ons besluit of de verdere procedure? Belt u dan met , te bereiken tijdens kantooruren op nummer 038 499 76 72. Wilt u in uw correspondentie met ons het volgende zaaknummer hanteren: Z-NATUURB_VO-2016-004720.
Met vriendelijke groet, Namens Gedeputeerde Staten van Overijssel, Lars Wuijster, teamleider Vergunningverlening Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 6 Uw brief Uw kenmerk Natura 2000-gebied ‘De Wieden’– instandhoudingsdoelen BIJLAGE 1 Gebiedsbeschrijving Het gebied De Wieden is een uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, rietland en moerasbos. Het gebied is een restant van het laagveengebied dat zich ooit van Zwolle tot ver in Fryslân uitstrekte. Een groot deel bestaat uit uitgeveende petgaten. Alle successiestadia van open water tot en met moerasheide en veenbos zijn aanwezig. Het gebied De Wieden is beïnvloed door het oude rivierstelsel van de Overijsselse Vecht. Er komen ondiepe kleiafzettingen voor. Door vervening, met bredere petgaten, zijn de grote meren ontstaan. Het Giethoornse- en Duiningermeer zijn natuurlijke meren. Doelstellingen In onderstaande tabellen zijn de doelstellingen voor de habitattypen, soorten en vogels weergegeven. Zij hebben gezamenlijk de begrenzing van dit Natura 2000-gebied bepaald. De doelstellingen zijn gericht op de leefgebieden van plantengemeenschappen (habitattypen) en soorten.
Op basis van de regels vanuit Europa, vertaalt in de Nederlandse wetgeving, mag er geen verslechtering optreden van leefgebieden van soorten en/of plantengemeenschappen. Dat wordt beoordeeld ten opzichte van de datum waarop dit gebied onder de bescherming werd gebracht van de Europese Vogelrichtlijn (24 maart 2000) danwel de Europese Habitatrichtlijn (7 december 2004). Voor zover er sprake is van een behoudsdoelstelling moet dit gezien worden als een minimumeis. Doelstellingen voor habitattypen Landelijke staat van instandhouding Doelstelling oppervlakte Doelstelling kwaliteit H3140 kranswierwateren -- > > H3150 meren met krabbenscheer en fonteinkruiden - > > H4010B vochtige heiden (laagveengebied) - > > H6410 blauwgraslanden -- > > H6430A ruigten en zomen (moerasspirea) + = = H7140A overgangs- en trilvenen (trilvenen) -- > = H7140B overgangs- en trilvenen (veenmosrietland) - = = H7210 *galigaanmoerassen - > > H91D0 * hoogveenbossen - = > Toelichting symbolen: SVI -- zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig) = Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling * prioritaire soort of habitattype Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 7 Uw brief Uw kenmerk Doelstellingen voor habitatsoorten Landelijke staat van instandhouding Doelstelling oppervlakte Doelstelling kwaliteit Doelstelling populatie H1016 zeggekorfslak -- = = =
H1042 gevlekte witsnuitlibel -- > > > H1060 grote vuurvlinder -- > > > H1082 gestreepte waterroofkever -- > > > H1134 bittervoorn - = = = H1145 grote modderkruiper - = = = H1149 kleine modderkruiper + = = = H1163 rivierdonderpad - = = = H1318 meervleermuis - = = = H1393 geel schorpioenmos -- > > > H1903 groenknolorchis -- > > > H4056 platte schijfhoren - = = = Toelichting symbolen: SVI -- zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig = Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Doelstellingen voor broedvogels Landelijke staat van instandhouding Doelstelling oppervlakte Doelstelling kwaliteit Draagkracht voor aantal broedparen2 A017 aalscholver + = = 1000 A021 roerdomp -- = = 30 A029 purperreiger -- = = 65 A081 bruine kiekendief + = = 19 A119 porseleinhoen -- = = 19 A122 kwartelkoning - > > 13 A153 watersnip -- = = 150 A197 zwarte stern -- > > 200 A229 ijsvogel = = 10 A275 paapje -- > > 6 A292 snor -- = = 300 A295 rietzanger - = = 2000 A298 grote karekiet -- > > 20 2 Het betreft een ‘ten minste’ doelstelling en is het minimum dat aanwezig moet zijn Wet Natuurbescherming; vooroverleg Datum 17.02.2017 Kenmerk 2017/0039553 Pagina 8 Uw brief Uw kenmerk Toelichting symbolen: SVI -- zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig = Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Doelstellingen voor niet-broedvogels Landelijke staat van instandhouding Doelstelling
oppervlakte Doelstelling kwaliteit Draagkracht voor aantal vogels3 Functie gebied A005 fuut - = = 110 f A017 aalscholver + = = behoud s A037 kleine zwaan - = = 8 f/s A041 kolgans + = = 3800 f/s A043 grauwe gans + = = 1100 f/s A050 smient + = = 500 f/s A051 krakeend + = = 150 f A059 tafeleend -- = = 210 f A061 kuifeend - = = 430 f A068 nonnetje - = = 30 f A070 grote zaagbek -- = = 20 f A094 visarend + = = 2 f Toelichting symbolen: SVI -- zeer ongunstig; - matig gunstig, + gunstig) = Behoudsdoelstelling > Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling s betreft slaapplaatsfunctie f betreft foerageerfunctie 3 Aantallen betreffen een seizoensgemiddelde m.u.v. Visarend. Voor deze soort betreft het een seizoensmaximum. Het seizoensgemiddelde is het gemiddelde aantal in een gebied aanwezige vogels over het gehele seizoen, berekend aan de hand van maandelijks uitgevoerde tellingen over een reeks seizoenen (1999/2000-2003/2004).