CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

13.2 Informatienota 2018 -5.2 - Belangrijkste bevindingen bij rapport inwonersonderzoek 2017.pdf

Raadsvergadering 6 maart 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.377 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inwonersonderzoek Steenwijkerland 2017  Belangrijkste bevindingen per thema 1 1. Belangrijkste bevindingen 1.1 Leefbaarheid en voorzieningen  Basisonderwijs is niet langer de best beoordeelde buurtvoorziening, dat is nu de bereikbaarheid van de buurt met de auto. Sinds 2013 daalt de tevredenheid over het basisonderwijs in de buurt. Niettemin is de tevredenheid over het onderwijs in het algemeen (voor de gemeente als geheel) stabiel.  Ook zijn er dalingen te zien in de tevredenheid over sociaal-culturele voorzieningen (al sinds 2007), sportvoorzieningen en kinderopvang/peuterspeelzalen.  Gemiddeld worden de voorzieningen in de buurt met een rapportcijfer 6,7 beoordeeld. Ten opzichte van 2015 is de tevredenheid over voorzieningen in de buurt geconsolideerd. Voor 2015 was er jaar op jaar sprake van een stijging.  Bij twee van de vier onderdelen van de fysieke leefomgeving (speelplekken voor kinderen en onderhoud van openbaar groen) is de tevredenheid sinds 2015 stabiel gebleven. Inwoners zijn gemiddeld minder tevreden over de voorzieningen voor jongeren en het onderhoud van wegen, paden en pleintjes in vergelijking met twee jaar geleden. Een mogelijke verklaring van de gemeente is dat het (basis) onderhoudsniveau niet overeenkomt met de verwachtingen van de inwoners. Verder raakt het wegennet ‘op leeftijd’, hetgeen merkbaar zal zijn voor weggebruikers.

 Er is in het algemeen sprake van een stabiele buurtontwikkeling. De meeste inwoners geven aan dat de buurt in het afgelopen jaar gelijk is gebleven. En er is weinig beweging in de aandelen bewoners die vooruitgang dan wel achteruitgang ervaren. De groep die achteruitgang heeft waargenomen (20 procent) is traditioneel groter dan de groep die vindt dat de buurt vooruit is gegaan (11 procent).  Ook sociale cohesie en het rapportcijfer voor prettig wonen laten, net als landelijk, weinig verschuivingen zien.  Sinds 2013 is de tevredenheid over de parkeermogelijkheden in de gemeente (+11 procentpunt) en de verkeersveiligheid (+4 procentpunt) toegenomen. De overige indicatoren zijn stabiel, met uitzondering van het onderhoud van fietspaden, dat een lichte daling laat zien in de afgelopen vier jaar (-3 procentpunt). 1.2 Veiligheid en overlast  Er is een lichte daling in buurtproblemen en buurtoverlast in Steenwijkerland ten opzichte van 2015. Vooral de drie meest voorkomende buurtproblemen (te hard rijden, hondenpoep en rommel op straat) en agressief verkeersgedrag laten een duidelijke daling zien, vaak al ingezet voor 2015. Deze ontwikkeling past in de landelijke trend uit de Veiligheidsmonitor.

INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017 Belangrijkste bevindingen per thema Februari 2018 Inwonersonderzoek Steenwijkerland 2017  Belangrijkste bevindingen per thema 2  Het gevoel van veiligheid is tegelijkertijd licht gestegen ten opzichte van 2015, een trend die ook landelijk zichtbaar is in de Veiligheidsmonitor.  In Steenwijk-centrum zijn de onveiligheidsgevoelens met bijna 50 procent gedaald ten opzichte van 2015.  De onveiligheidsgevoelens zijn in de buurten van Steenwijkerland in 2017 nog wel hoger dan in 2013.  Achttien procent van de inwoners is momenteel lid van Burgernet. 1.3 Participatie en zorg  Zestien procent van de inwoners van Steenwijkerland is mantelzorger en 46 procent verricht vrijwilligerswerk. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.  Gemiddeld besteden mantelzorgers 14 uur per week aan hun taken, vrijwilligers doen dit voor gemiddeld 5,4 uur per week.  De meeste mantelzorgers en vrijwilligers voelen zich voldoende ondersteund (respectievelijk 77 en 92 procent). Mantelzorgers voelen zich beter ondersteund dan in 2015.  De bekendheid met ondersteuning is onder alle inwoners, en in het bijzonder onder de mantelzorgers, toegenomen ten opzichte van 2015.  Veruit de meeste ouders met thuiswonende kinderen van 0-18 jaar weten waar zij terecht kunnen met vragen over de opvoeding en kennen het CJG. De bekendheid van het CJG is gestegen sinds 2015.

1.4 Bestuur en vertegenwoordiging  Er is een lichte stijging in het aandeel inwoners dat van mening is dat de Plaatselijk Belang- of de wijkorganisatie goed opkomt voor hun belangen ten opzichte van 2015. Degenen die hun belangen onvoldoende behartigd zien, vinden met name dat ze te weinig informatie krijgen om een mening te vormen.  Ten opzichte van 2015 is er een lichte stijging in het vertrouwen dat inwoners hebben in de manier waarop de gemeente wordt bestuurd.  Bijna een derde van de inwoners vindt daarentegen dat de gemeente niet voldoende luistert naar de inwoners en inwoners niet voldoende betrekt bij haar plannen. In het algemeen reageren bewoners verdeeld over de mate van inspraak en participatie.  Inwoners zouden in de toekomst hun ideeën met name willen delen met de gemeente via een burger- of inwonerspanel. De top 3 van meest genoemde instrumenten bestaat verder uit peilingen over actuele onderwerpen en bijeenkomsten per wijk of buurt met de wethouder en wijkorganisatie.  Op twee manieren konden inwoners de prioriteiten voor het nieuwe college van B&W aangeven. Enerzijds door de vijf belangrijkste onderwerpen te noemen, anderzijds door een fictief budget van 100 euro te verdelen over de thema’s. Hoewel de volgorde verschilt, leveren beide methodes enkele gemeenschappelijke thema’s op.

Uit de rangorde van onderwerpen komt naar voren dat inwoners relatief veel belang hechten aan werkgelegenheid, betaalbaar wonen, verkeersveiligheid, leefbaarheid en zorg, voorzieningen en activiteiten voor ouderen. Uitgedrukt in een budget van 100 euro willen inwoners het meeste geld besteden aan (1) verkeersveiligheid (€ 11,21), (2) zorg, voorzieningen en activiteiten voor ouderen (€ 8,97) en (3) betaalbaar wonen (€ 7,77).  Hoewel het grootste deel van de inwoners de gemeentelijke ambitie om meer toeristen naar het gebied te trekken steunt, is deze steun wel gedaald ten opzichte van voorgaande jaren.  Desondanks bestaat er meer overeenstemming dan in 2015 over het belang van het behoud van het Nationaal Park Weerribben Wieden onder inwoners. Inwonersonderzoek Steenwijkerland 2017  Belangrijkste bevindingen per thema 3 1.5 Benchmark Steenwijkerland De uitkomsten van de gemeente Steenwijkerland zijn vergeleken met de scores van het politiebasisteam IJsselland Noord (op basi s van de Veiligheidsmonitor 2016 ) en van gemeenten met 25.000 tot 50.000 inwoners (op basis van het ijkingsinstrument Waar Staat Je Gemeente, WSJG). Benchmarkgemeenten De volgende gemeenten maken deel uit van het politiebasisteam IJsselland Noord: Kampen, Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland.

De volgende gemeenten zijn meegenomen in de WSGJ-benchmark (25.000-50.000 inwoners) in 2017: Achtkarspelen, Albrandswaard, Barendrecht, Duiven, Eijsden-Margraten, Geldermalsen, Gorinchem, Krimpen aan den IJssel, Langedijk, Midden-Drenthe, Moerdijk, Nijkerk, Rijssen-Holten, Soest, Tytsjerksteradiel en Vught.  De tevredenheid over het onderhoud van wegen, paden en pleintjes is in Steenwijkerland verder afgenomen ten opzichte van de benchmark. Was het verschil in 2015 nog 12 procentpunt, inmiddels is dit opgelopen tot 17 procentpunt.  Over het onderhoud van het openbaar groen zijn inwoners even tevreden als in 2015. De waardering hiervoor is in lijn met de benchmark, maar blijft iets achter bij de score van IJsselland Noord.  De tevredenheid over de speelplekken voor kinderen ligt op het niveau van de WSJG-referentieklasse en IJsselland Noord, maar de waardering voor de jongerenvoorzieningen is lager dan in IJsselland Noord.  In Steenwijkerland vindt men het prettig wonen in de buurt (7,8). Met dit rapportcijfer bevindt Steenwijkerland zich tussen IJsselland Noord (7,6) en de WSJG-gemeenten met een vergelijkbaar inwonertal (8,0).  Bij het thema sociale cohesie ontstaat een gemengd beeld als Steenwijkerland wordt afgezet tegen IJsselland Noord.

Enerzijds zijn er twee deelaspecten waarop Steenwijkerland minder goed scoort dan het basisteam (kennen van mensen in de buurt, wonen in een gezellige buurt waar mensen dingen samen doen). Anderzijds zijn er twee indicatoren waarop Steenwijkerland minstens even goed of iets beter scoort, respectievelijk de prettige omgang met buurtbewoners en het zich thuis voelen in de buurt.  Zoals ook in 2015 is geconstateerd, vinden inwoners van Steenwijkerland wat vaker dat hun buurt in het afgelopen jaar achteruit is gegaan ten opzichte van IJsselland Noord (19 procent versus 9 procent). Dit verschil is gegroeid in vergelijking met 2015 (van -7 naar -10 procentpunt).  Het rapportcijfer voor de veiligheid in de woonbuurt (7,5) is iets lager in IJsselland Noord (7,7), maar dit is niet rechtstreeks zichtbaar in een groter gevoel van onveiligheid in concrete situaties. Alleen het aandeel bewoners (6 procent) dat ’s avonds de deur niet durft open te doen, ligt een fractie boven het gemiddelde in IJsselland Noord (4 procent).  Ten aanzien van de mate van inspraak en participatie kan worden geconcludeerd dat inwoners van Steenwijkerland minder tevreden zijn dan inwoners van gemeenten van vergelijkbare omvang. De waardering op diverse indicatoren blijft gemiddeld 10 procentpunt achter bij de landelijke benchmark.

Ook het aandeel bewoners dat (heel) veel vertrouwen heeft in het gemeentebestuur is lager dan landelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4554d618-4dc4-4c59-9a13-2fb67b4f3270?agendaItemId=f0171973-49d9-4e55-9e7e-9ccfdbcd7309