CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

13.1 Informatienota 2018 -5.1 - Rapport inwonersonderzoek 2017.pdf

Raadsvergadering 6 maart 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken18.146 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

www.ioresearch.nl Rapport INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017 Gemeente Steenwijkerland Februari 2018 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Colofon COLOFON Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede Rapportnummer 2018/18 Datum Februari 2018 Opdrachtgever Gemeente Steenwijkerland Auteurs Femke van Schelven Joran Laméris Frank ten Doeschot Laurens Klein Kranenburg Bestellingen Exemplaren zijn verkrijgbaar bij de opdrachtgever. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE 1. Factsheet ..................................................................................................................... 6 2. Inleiding .................................................................................................................... 12 2.1 Aanleiding ........................................................................................................... 12 2.2 Onderzoeksopzet en respons ................................................................................. 13 2.3 Leeswijzer ........................................................................................................... 15 3. Leefbaarheid en voorzieningen ..................................................................................

17 3.1 Belangrijkste bevindingen...................................................................................... 17 3.2 Voorzieningen in de buurt ...................................................................................... 17 3.3 Fysieke leefomgeving ............................................................................................ 21 3.4 Sociale cohesie en leefklimaat ................................................................................ 22 3.5 Oordeel buurt en leefbaarheid ................................................................................ 24 3.6 Leefbaarheid in de gemeente ................................................................................. 24 3.7 Verkeer ............................................................................................................... 26 4. Veiligheid en overlast ................................................................................................ 29 4.1 Belangrijkste bevindingen...................................................................................... 29 4.2 Overlast .............................................................................................................. 29 4.3 Veiligheid ............................................................................................................

30 4.4 Burgernet ............................................................................................................ 33 5. Participatie en zorg ................................................................................................... 35 5.1 Belangrijkste bevindingen...................................................................................... 35 5.2 Mantelzorg .......................................................................................................... 35 5.3 Vrijwilligerswerk ................................................................................................... 38 5.4 Bekendheid met ondersteuning .............................................................................. 43 5.5 Opvoeden en opgroeien ........................................................................................ 43 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inhoudsopgave 6. Bestuur en vertegenwoordiging ................................................................................ 45 6.1 Belangrijkste bevindingen...................................................................................... 45 6.2 Belangenbehartiging kernen en wijken .................................................................... 45 6.3 Vertrouwen en participatie .....................................................................................

47 Prioriteiten voor het nieuwe college van B&W ................................................................... 50 6.4 Toerisme ............................................................................................................. 53 7. Benchmark Steenwijkerland ...................................................................................... 57 Bijlage 1. Responsverantwoording .................................................................................... 60 Bijlage 2. Vragenlijst ......................................................................................................... 63 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Factsheet 5 HOOFDSTUK Belangrijkste resultaten 1 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Factsheet 6 1.

Factsheet INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017 INWONERSONDERZOEK Steenwijkerland ● 2017 1/3 INDICATOREN UIT HET COLLEGEPROGRAMMA … tevreden is over de toegankelijkheid van de openbare ruimte … tevreden is over de verkeersveiligheid in de buurt … tevreden is over de groenvoorziening in de buurt Behaalde indicatoren Doel ‘15 ‘17 ≥58% 58% 58% … tevreden is over de netheid in de buurt ≥51% 54% 55% ≥47% 49% 49% … overlast ervaart door te hard rijden <45% 43% 41% … zich veilig voelt >86% 85% 87% ≥78% 79% 78% … tevreden is over de parkeermogelijkheden in de gemeente ≥62% 76% 72% … tevreden is over het openbaar vervoer in de gemeente ≥48% 50% 48% … tevreden is over het schoonhouden in de buurt ≥51% 51% 55% … overlast heeft van rommel op straat <26% 26% 20% … tevreden is over de mogelijkheden van gemeentelijke begraafplaatsen ≥75% - 80% % inwoners dat … … tevreden is over de sportvoorzieningen … tevreden is over het onderhoud van wegen … tevreden is over de speelmogelijkheden voor kinderen Niet behaalde indicatoren Doel ‘15 ‘17 ≥65% 66% 64% … deelneemt aan burgernet >20% 9% 18% ≥58% 58% 53% … tevreden is over het onderhoud van fietspaden ≥58% 60% 55% … tevreden is over het aanbod van fietspaden ≥75% 78% 74% ≥83% 82% 81% % inwoners dat … INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017 INWONERSONDERZOEK Steenwijkerland ● 2017 2/3 LEEFBAARHEID EN VOORZIENINGEN VEILIGHEID EN OVERLAST 20% 69% 11%

0% 20% 40% 60% 80% 100% 2009 2011 2013 2015 2017 Ontwikkeling van de buurt achteruit gegaan gelijk gebleven vooruit gegaan 8% 25% 66% 6% 26% 68% 1-5 6-7 8-10 Rapportcijfer voor prettig wonen in de buurt 2015 2017 7,5 7,4 7,4 7,5 7,3 7,2 7,4 7,6 20172015201320112009 Rapportcijfer veiligheid in de buurt PARTICIPATIE EN ZORG 46% 46% 46% 48% 48% 16% 18% 17% 14% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 20172015201320112009 Vrijwilligers en mantelzorgers Vrijwilligerswerk Mantelzorg 17% 4% 11% 11% 17% 19% 27% 29% 31% 37% 0% 10% 20% 30% 40% 50% Weet niet / geen mening Iets anders Facebook “Huiskamergesprekken” met wethouder Meer en eerder inbreng van inwoners bij raadsvergaderingen en –besluiten Burgemeester en wethouders vergaderen regelmatig buiten het gemeentehuis Een online platform waarop je kunt meepraten en reageren Bijeenkomsten per wijk of buurt samen met wethouder en b.v. PBW Peilingen (polls) over actuele onderwerpen Een burger- of inwonerspanel Manieren om gemeente te laten weten wat inwoners belangrijk vinden INWONERSONDERZOEK Steenwijkerland ● 2017 3/3 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017 BESTUUR EN VERTEGENWOORDIGING 4. Leefbaarheid (€7,02) 5. Werkgelegenheid (€6,36) 3. Betaalbaar wonen (€7,77) 2. Zorg, voorzieningen en activiteiten voor ouderen (€8,97) 1.

Verkeersveiligheid (€11,21) Top 5 hoogste gemiddelde bedragen Buurtcentra en dorpshuizen (€1,95) .4 Samenhang tussen buurtbewoners (€1,41) .5 Jeugdoverlast (€1,98) .3 Inwonersparticipatie stimuleren (€2,04) .2 Hondenbeleid (€2,49) .1 Top 5 laagste gemiddelde bedragen Belangrijke onderwerpen voor het nieuwe college Verdeel €100 over de onderwerpen die u belangrijk vindt 1% 1% 22% 24% 45% 43% 11% 12% 3% 4% 19% 16% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 2015 2017 Vertrouwen in manier waarop gemeente wordt bestuurd Heel veel Veel Niet veel / niet weinig Weinig Nauwelijks tot geen Weet niet / geen mening

INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inleiding 11 HOOFDSTUK Inleiding 2 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inleiding 12 2. Inleiding 2.1 Aanleiding Het inwonersonderzoek van de gemeente Steenwijkerland is een peilstok voor de mate waarin de ambities en doelstellingen van dit college in de beleving van de inwoners worden gerealiseerd. Deze zijn vastgelegd in het collegeprogramma 2014-2018 van Steenwijkerland.1 Het college geeft daarin aan daadkracht te willen tonen en dichtbij de mensen te willen staan, met een open, verbindende bestuursstijl met de samenleving als uitgangspunt. En financieel verantwoord, ook op langere termijn. Naast de grote beleidsinhoudelijke opgaven op het gebied van zorg, arbeidsparticipatie, recreatie en toerisme, duurzaamheid, wonen en financiën kiest het college nadrukkelijk voor leefbaarheid en sterke bewonersbetrokkenheid als politiek kompas. Dat is vertaald in een viertal bestuursprogramma’s in de programmabegroting waarlangs de ambities en doelstellingen worden uitgewerkt: 1. Steenwijkerlanders voelen zich welkom 2. Steenwijkerlanders voelen zich thuis 3. Steenwijkerlanders doen het samen 4. Steenwijkerlanders zijn actief De huidige raadsperiode loopt begin 2018 af en om die reden is het een goed moment om terug te kijken naar wat er in de afgelopen jaren tot stand is gebracht.

Met het inwonersonderzoek wordt inzicht verschaft in de bewonersbeleving, vooral ten aanzien van indicatoren bij de tweede en derde doelstelling van dit college. Daarnaast heeft het inwonersonderzoek een belangrijke functie om input te genereren voor (nieuw) beleid en voor plannen. Het onderzoek dient dus ook vooruit te kijken naar de uitdagingen die de gemeente staan te wachten. Het voorliggende onderzoek is het laatste inwonersonderzoek in deze vorm. Er wordt nagedacht over alternatieve vormen van monitoring, onderzoek en participatie. In deze editie van het inwonersonderzoek is bewoners gelegenheid gegeven om hierin mee te denken. 1 Gemeente Steenwijkerland (2014), “Verantwoord anders”, collegeprogramma 2014-2018. INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inleiding 13 2.2 Onderzoeksopzet en respons Onderzoeksmethode en steekproeftrekking Sinds 2011 wordt het onderzoek online uitgevoerd, m et de mogelijkheid om de vragenlijst op aanvraag schriftelijk in te vullen. Door de ongewijzigde onderzoeksmethode zijn de mogelijkheden tot vergelijki ng met de resultaten van 2011, 2013 en 2015 optimaal. In 2017 hebben alle 18.404 zelfstandig wonende huishoudens in de gemeente Steenwijkerland rond 25 september een uitnodiging sbrief voor het onderzoek ontvangen. Per huishouden was aselect één bewoner geselecteerd die de uitnodiging voor het onderzoek op naam heeft ontvangen.

In de brief was een link naar de vragenlijst opgenomen, waar men met een uniek wachtwoord kon inloggen om de vragenlijst in te vullen. Er is gebruik gemaakt van incentives, een gebruikelijke methode die de respons op onderzoeken ten goede komt. Het ging in dit onderzoek om tien Irischeques t.w.v. 50 euro. Inwoners die geen mogelijkheid hadden om de vragenlijst online in te vullen, konden per e-mail of via een gratis telefoonnummer een schriftelijke versie van de vragenlijst aanvragen. In totaal zijn 121 vragenlijsten (5 procent van he t totaal) schriftelijk ing evuld. Het overgrote deel (2.488 vragenlijsten, 95 procent) is online ingevuld. In 2015 was de verhouding tussen schriftelijke en online respons eveneens 5/95 procent. Respons en weging In totaal hebben 2.609 inwoners van 18 jaar en ouder deelgenomen aan het onderzoek. De respons komt hiermee uit op 14 procent.2 Bij een grotendeels online onderzoek en zonder het versturen van herinneringsbrie(f)(ven) en andere stimulerende m aatregelen is een respons van 14 procent naar verwachting. Van de respondenten is 48 procent man en 52 procent vrouw. Eé n op de twaalf (7 procent) van de respondenten is jonger dan 30 jaar, ruim een derde (36 procent) 65 jaar of ouder, en zes op de tien (62 procent) 55 jaar of ouder. De responsverhoudingen z ijn vergelijkbaar met het vorige inwonersonderzoek uit 2015.

Ouderen zijn dus relatief oververtegenwoordigd, waardoor zij een kleiner gewicht moeten krijgen om representatieve uitspraken te doen over de gehele bevolking van Steenwijkerland. De respons per kern varieert tus sen 6 procent in Paddenpoel / Kornputkwartie r en 23 procent in Oostermeenthe / Nieuwe Gagels / Woldmeenthe. Een uitgebreide responsverantwoording is opgenomen in bijlage 1. De resultaten zijn herwogen naar leeftijd, geslacht en kern. Hie rdoor worden de resultaten van ondervertegenwoordigde groepen ‘zwaarder’ meegewogen en van oververtegenwoordigde groepen ‘lichter’ meegewogen. Hierdoor is de respons op deze kenmerken representatief voor de gehele bevolking van de gemeente Steenwijkerland. 2 Ten opzichte van eerdere edities is een dalende trend in de responsontwikkeling zichtbaar (2011: 17 procent respons; 2013: 16 procent, 2015: 15 procent). Een trend die wij ook landelijk waarnemen bij herhalingsonderzoek. INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inleiding 14 Vragenlijst Voor dit onderzoek is een vragenlijst samengesteld door gemeente Steenwijkerland en I&O Research. De vragenlijst van het inwonersonderzoek bevatte een aantal vaste thema’s zoals voorzieningen, leefbaarheid, veiligheid en mantelzorg. Om v oor te sorteren op een nieuw e wijze van inwonersraadpleging is aanzienlijk geschrapt in de vragenlijst.

Er is kritisch gekeken naar de actualiteit en relevantie van vragen(blokken). Dit heeft geleid tot het schrappen van vragen over o.a. zelfwerkzaamheid van inwoners bij het leefbaar houden van de buurt, energiezuinigheid en levensloopbestendigheid van woningen, sociale contacten en gemeentelijke informatie. En er zijn vragen toegevoegd over prioriteiten voor het nieuwe college en de wijze waarop inwoners willen meedenken en - praten over gemeentelijk beleid. De vragenlijst is opgenomen in bijlage 2. Opzet analyse Waar mogelijk zijn de uitkomsten vergeleken met het vorige inwonersonderzoeken uit 2015 en voorgaande edities. In de rapportage worden verschill en beschreven vanaf 3 procentpunt (bij percentages) en 0,3 punt (bij rapportcijfers en indicatoren). Er is voor deze gradaties gekozen omdat deze het dichtst in de buurt komen van de statistische betrouwbaarheidsmarge van de resultaten. Waar relevant word en in dit rapport verschillen beschreven tussen leeftijdsgroepen, man -vrouw en kernen. Er is een tabellenboek beschikbaar met alle uitgesplitste uitkomsten (zie paragraaf 2.3). In het onderzoek worden op diverse plaatsen vergelijkingen gemaakt met een gro ep referentiegemeenten afkomstig uit de benchmark van Waarstaatjegemeente.nl (een initiatief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; hierna WSJG).

Het betreft 16 gemeenten3 met 25.000 tot 50.000 inwoners die in 201 7 hebben deelgenomen aan de benchmar k. De vragenlijst is op onderdelen afgestemd met deze benchmark om vergelijking mogelijk te maken. Een tweede benchmark waarvan gebruik is gemaakt, is de Veiligheidsmonitor. Dit is e en landelijk instrument voor de beleving van leefbaarheid, veiligheid, ov erlast en slachtofferschap. Daar waar de vraagstelling in het inwonersonderzoek overeenkomt met de Veiligheidsmonitor, zijn de resultaten vergeleken met het gemiddelde van het basisteam van de politie w aarvan Steenwijkerland deel uitmaakt.4 3 Zie hoofdstuk 7 voor een overzicht van de deelnemende gemeenten. 4 Steenwijkerland maakt samen met de gemeenten Kampen, Staphorst en Zwartewaterland deel uit van het basisteam IJsselland Noord. INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Inleiding 15 2.3 Leeswijzer In hoofdstuk 1 worden de belangrijkste uitkomsten samengevat aan de hand van de vier bestuursprogramma’s. De uitkomsten van het Inwonersonderzoek 2017 worden in deze rapportage op gemeenteniveau weergegeven in grafieken in vier themahoofdstukken. Hoofdstuk 3 gaat in op de leefbaarheid en voorzieningen in de gemeente Steenwijkerland. Onder meer het woonklimaat en de tevredenheid over voorzieningen in zowel de eigen wijk of kern en de gemeente als geheel worden hier besproken.

In hoofdstuk 4 staan ove rlast en veiligheid centraal. Hoofdstuk 5 belicht ontwikkelingen rond participatie en zorg, waaronder mantelzorg, vrijwilligerswerk en zelfredzaamheid. Hoofdstuk 6 gaat over bestuur en vertegenwoordiging en beschrijft onder meer de wijze waarop inwoners willen meedenken en –praten met gemeentelijke plannen en wat de prioriteiten zijn voor het nieuwe college na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018. Elk themahoofdstuk begint met een opsomming van de belangrijkste bevindingen. Vervolgens worden per subt hema steeds de in het oog springende zaken, ontwikkelingen en verschillen tussen kernen en bewonersgroepen puntsgewijs opgesomd of in tabelvorm opgenomen. In hoofdstuk 7 worden de resultaten van Steenwijkerland gebenchmarkt ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Bij de grafieken en tabellen is steeds met “n=” aangegeven op hoeveel respondenten de uitkomsten zijn gebaseerd. Bij meervoudige vragen staat twee keer “n=”; één voor het minimum aantal respondenten en één voor het maximum. 5 Door afronding op hel e cijfers tellen de percentages soms niet op tot 100 procent. Naast deze rapportage zijn de uitkomsten van het inwonersonderzoek 2017 beschikbaar gesteld via een tabellenboek in Excel.

Hierin zijn alle uitkomsten op de vragen uit de enquête te raadplegen , uitgesplitst naar kern/wijk, geslacht, leeftijdsklasse, opleidingsniveau, werksituatie en huishoudensamenstelling. 5 Dit heeft te maken met het feit dat niet elke voorziening voor iedere respondent relevant is. Deze konden overgeslagen worden. Bijvoorbeeld figuur 3.1: de tevredenheid over de buurtvoorzieningen is beoordeeld door minimaal 1.236 respondenten (bij mogelijkheden voor begraving en asbezorging op de gemeentelijk e begraafplaatsen) en maximaal 2.748 respondenten (bij afvalinzameling). INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 16 HOOFDSTUK Leefbaarheid en voorzieningen 3 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 17 3. Leefbaarheid en voorzieningen 3.1 Belangrijkste bevindingen  Basisonderwijs is niet langer de best beoordeelde buurtvoorziening, dat is nu de bereikbaarheid van de buurt met de auto. Sinds 2013 daalt de tevredenheid over het basisonderwijs in de buurt. Niettemin is de tevredenheid over het onderwijs in het algemeen (voor de gemeente als geheel) stabiel.  Ook zijn er dalingen te zien in de tevredenheid over sociaal-culturele voorzieningen (al sinds 2007), sportvoorzieningen en kinderopvang/peuterspeelzalen.  Gemiddeld worden de voorzieningen in de buurt met een rapportcijfer 6,7 beoordeeld.

Ten opzichte van 2015 is de tevredenheid over voorzieningen in de buurt geconsolideerd. Voor 2015 was er jaar op jaar sprake van een stijging.  Bij twee van de vier onderdelen van de fysieke leefomgeving (speelplekken voor kinderen en onderhoud van openbaar groen) is de tevredenheid sinds 2015 stabiel gebleven. Inwoners zijn gemiddeld minder tevreden over de voorzieningen voor jongeren en het onderhoud van wegen, paden en pleintjes in vergelijking met twee jaar geleden. Een mogelijke verklaring van de gemeente is dat het (basis) onderhoudsniveau niet overeenkomt met de verwachtingen van de inwoners. Verder raakt het wegennet ‘op leeftijd’, hetgeen merkbaar zal zijn voor weggebruikers.  Er is in het algemeen sprake van een stabiele buurtontwikkeling. De meeste inwoners geven aan dat de buurt in het afgelopen jaar gelijk is gebleven. En er is weinig beweging in de aandelen bewoners die vooruitgang dan wel achteruitgang ervaren. De groep die achteruitgang heeft waargenomen (20 procent) is traditioneel groter dan de groep die vindt dat de buurt vooruit is gegaan (11 procent).  Ook sociale cohesie en het rapportcijfer voor prettig wonen laten, net als landelijk, weinig verschuivingen zien.  Sinds 2013 is de tevredenheid over de parkeermogelijkheden in de gemeente (+11 procentpunt) en de verkeersveiligheid (+4 procentpunt) toegenomen.

De overige indicatoren zijn stabiel, met uitzondering van het onderhoud van fietspaden, dat een lichte daling laat zien in de afgelopen vier jaar (-3 procentpunt). 3.2 Voorzieningen in de buurt Aan inwoners is gevraagd de voorzieningen in de eigen buurt te beoordelen (figuur 3.1). Over deze voorzieningen hebben inwoners het volgende oordeel: Bereikbaarheid buurt met de auto nu best beoordeeld  In 2017 zijn inwoners het meest tevreden over de bereikbaarheid van de buurt met de auto. In 2015 was het basisonderwijs de best beoordeelde voorziening. Nog steeds zijn meer dan acht op de tien inwoners tevreden over het basisonderwijs in de buurt, maar tussen 2015 en 2017 is de tevredenheid verder gedaald, na de eerdere daling tussen 2013 en 2015. Mogelijk speelt hier mee dat scholen door dalende leerlingaantallen gedwongen zijn om te fuseren of sluiten, waardoor de afstand tot de dichtstbijzijnde basisschool groter wordt. Overall blijft de tevredenheid over het onderwijs in het algemeen echter op peil (zie paragraaf 3.6), wat deze verklaring verder ondersteunt.  Inwoners die ontevreden over het basisonderwijs zijn, zijn vaker middelbaar- of hoger opgeleid; lager opgeleiden zijn hierover juist vaker tevreden.  Openbaar vervoer en verkeersveiligheid in de buurt zijn de aspecten waarover inwoners net als in 2013 en 2015 het minst tevreden zijn.

INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 18 Geleidelijke afname tevredenheid sociaal-culturele voorzieningen sinds 2007  De tevredenheid over de soci aal-culturele voorzien ingen is verder gedaald tot het niveau van de tevredenheid over de verkeersveiligheid (49 procent). De tevredenheid over sociaal -culturele voorzieningen liet tot 2007 een scherpe stijging in tevredenheid zien, maar daalt sindsdien iedere twee jaar, met uitzondering van 2013, met twee tot vijf procentpunten.  De scherpste daling in tevredenheid is te zien bij de kinderopvang en de peuterspeelzalen. In 2015 was nog 78 procent hier tevreden over, dit is in 2017 gedaald naar 71 procent. Inwoners in de leeftijd van 30-39 jaar (veelal de groep met jonge kinderen) zijn vaker ontevreden over de kinderopvang of peuterspeelzaal. Een mogelijke verklaring voor de lagere tevredenheid is dat er op het moment van de enquête nog veel onduidelijk was over de gevolgen van de harmonisatie van peuterspeelzaal en kinderopvang. Of deze dip van tijdelijke aard is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.  In de periode 2011-2015 was de tevredenheid over sportvoorzieningen stabiel. In de afgelopen twee jaar is de tevredenheid echter significant gedaald (-4 procentpunt) en is daarmee weer terug op het niveau van 2009.

De tevredenheid over sportvoorzieningen in de hele gemeente is echter min of meer stabiel (zie paragraaf 3.6).  Geen enkele voorziening laat een sterke toename in tevredenheid over deze voorziening zien. Verschillen naar achtergrondkenmerken  Lager opgeleiden zijn significant vaker tevreden over de zorgvoorzieningen, het dorpshuis of wijkcentrum en de digitale bereikbaarheid.  In de meeste middelgrote kernen en wijken van Steenwijk is men tamelijk tevreden over digitale bereikbaarheid en de beschikbaarheid van breedbandinternet. Enkele uitschieters naar beneden zijn: Kalenberg / Wetering / Nederland (79 procent is hier ontevreden), Blankenham / Baarlo (78 procent ontevreden), Witte Paarden / Baars / Basse / Marijenkampen (60 procent) en Scheerwolde (53 procent), Belt Schutsloot (51 procent) en St.Jansklooster / Heetveld (51 procent).  Er is een duidelijk onderscheid tussen kernen (wijken) waar men relatief tevreden is over de winkels voor de dagelijkse boodschappen en kernen waar men minder tevreden is. Dit heeft voor een groot deel te maken met de nabijheid van dit type voorzieningen. Inwoners van de wijken Torenlanden / Steenwijkerdiep, Centrum, Oostermeenthe / Nieuwe Gagels / Woldmeenthe in Steenwijk en de kernen Paasloo en Vollenhove zijn bovengemiddeld tevreden over de winkels voor dagelijkse boodschappen in de buurt.

Relatief minder tevreden is men in de kernen Onna, Ossenzijl, Willemsoord / De Pol, Kalenberg / Wetering / Nederland, Wanneperveen en Scheerwolde.  Inwoners in Oldemarkt / IJsselham en Steenwijk-Oostermeenthe / Nieuwe Gagels / Woldmeenthe zijn bovengemiddeld tevreden over sportvoorzieningen.  Minder dan de helft van de bewoners van Blokzijl, Zuidveen, Dwarsgracht / Jonen / Giethoorn en Belt Schutsloot is tevreden over de parkeergelegenheid in de buurt. Ook is men in deze kernen, met uitzondering van Zuidveen, minder vaak tevreden over de bereikbaarheid van de buurt met de auto (<75 procent tevreden).  De verkeersveiligheid wordt het meest positief beoordeeld in Paasloo (67 procent), Kuinre (66 procent) en Scheerwolde (64 procent). Minder positief is men in Zuidveen (19 procent), Witte Paarden e.o. (25 procent) en Willemsoord / De Pol (35 procent).  Jongere inwoners uit de leeftijd van 18 – 29 jaar staan vaker neutraal tegenover het dorpshuis of wijkcentrum. Dit kan zijn omdat deze groep minder vaak gebruik maakt van deze voorziening.

INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 19 Figuur 3.1 Kunt u voor elk van deze voorzieningen in uw buurt aangeven hoe tevreden u daar over bent? (% (zeer) tevreden, n = 1.391 tot n = 2.585)6 6 Het aantal waarnemingen is bij sommige voorzieningen (zoals basisonderwijs en ontmoetingsplekken voor ouderen) lager, omdat n iet iedereen hiervan gebruikmaakt of hiermee (voldoende) bekend is. Degenen die “Weet niet/geen mening” of “N.v.t.” hebben geantwoord, zijn buiten beschouwing gelaten. 47% 49% 52% 54% 54% 56% 61% 68% 70% 69% 71% 78% 75% 79% 85% 85% 44% 49% 49% 52% 55% 57% 62% 66% 66% 70% 71% 71% 74% 78% 82% 85% 0% 20% 40% 60% 80% 100% openbaar vervoer verkeersveiligheid in de buurt sociaal-culturele voorzieningen (bijv. bibliotheek, theater, muziekschool) digitale bereikbaarheid / breedbandinternet schoonhouden buurt ontmoetingsplekken voor ouderen parkeergelegenheid dorpshuis / wijkcentrum sportvoorzieningen wijze van afvalinzameling winkels voor dagelijkse boodschappen kinderopvang / peuterspeelzalen zorgvoorzieningen toegankelijkheid openbare ruimte basisonderwijs bereikbaarheid buurt met de auto 2017 2015 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 20  Gemiddeld worden de voorzieningen in de buurt met een rapportcijfer 6,7 beoordeeld (figuur 3.2).

Ten opzichte van 2015 is de tevredenheid over voorzieningen in de buurt geconsolideerd. Vóór 2015 was er jaar op jaar sprake van een stijging.  Het hoogste gemiddelde rapportcijfer is gegeven door inwoners van Paasloo, Tuk, Steenwijk Centrum en Steenwijk-Torenlanden / Steenwijkerdiep (7,2), ook zijn er bovengemiddelde rapportcijfers voor de voorzieningen door inwoners van Oldemarkt / IJsselham (7,1). In Blankenham / Baarlo geven inwoners gemiddeld een 5,7 en in Kalenberg / Wetering / Nederland een 5,9. Van de wijken in Steenwijk scoort Paddenpoel / Kornputkwartier het laagst (6,0). Het Kornputkwartier is een nieuwbouwwijk rond de voormalige Johan van den Kornputkazerne.  In totaal beoordeelt 14 procent van de inwoners het algemene voorzieningenniveau met een onvoldoende (5 of lager). Er zijn geen significante verschillen in de achtergrondkenmerken van inwoners gevonden. Figuur 3.2 Algemeen oordeel over voorzieningen in de buurt (rapportcijfer 1-10, n=2.543) 6,7 6,7 6,6 6,5 6,3 0 2 4 6 8 10 2017 2015 2013 2011 2009 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 21 3.3 Fysieke leefomgeving Sinds 2011 zijn vier uitspraken voorgelegd over de staat van de openbare ruimte (groen en grijs) en de voorzieningen voor kinderen en jongeren.7 Over het onderhoud van het openbaar groen zijn inwoners net zo tevreden als in 2015.

Er is een lichte afname van de tevredenheid te zien (-4 procentpunt) bij het onderhoud van wegen, paden en pleintjes. Hiermee is de tevredenheid over dit aspect van de fysieke leefomgeving terug op het niveau van 2013. Een mogelijke verklaring van de gemeente voor de afgenomen tevredenheid is dat het (basis) onderhoudsniveau niet overeenkomt met de verwachtingen van de inwoners. Verder raakt het wegennet ‘op leeftijd’, hetgeen merkbaar zal zijn voor weggebruikers. De tevredenheid over de speelplekken voor kinderen is na een duidelijke toename tussen 2011 en 2015 gestabiliseerd, terwijl inwoners minder tevreden zijn over de voorzieningen voor jongeren in vergelijking met twee jaar geleden (figuur 3.3). Figuur 3.3 Ontwikkeling oordeel over fysieke voorzieningen in de buurt (2011-2017) 7 Het item ‘In de buurt is het buiten goed verlicht’ is in 2017 komen te vervallen. 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2011 2013 2015 2017 In de buurt zijn goede voorzieningen voor jongeren In de buurt zijn de wegen, paden en pleintjes goed onderhouden In de buurt zijn perken, plantsoenen en parken goed onderhouden In de buurt zijn goede speelplekken voor kinderen INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 22 3.4 Sociale cohesie en leefklimaat Over de mate waarin buurtbewoners onderling contact hebben zijn vanaf 2015 enkele nieuwe vragen gesteld.

Dit met het oog op ontwikkelingen in de samenleving en de prioriteiten van het college van B&W.  Ten opzichte van twee jaar geleden zijn er weinig grote veranderingen zichtbaar bij de reacties op vier stellingen over de sociale cohesie (figuur 3.4) . Inwoners vinden iets vaker dat buurtbewoners elkaar kennen.  Volgens een ruime meerderheid, bijna driekwart van de inwoners (74 procent) gaan buurtbewoners in het algemeen op een prettige manier met elkaar om. Ongeveer de helft (52 procent) is van mening dat zij in een gezellige buurt wonen waar mensen elkaar helpen en dingen samen doen. Verder voelt twee derde zich thuis bij de mensen in hun buurt. Figuur 3.4 Kunt u ook voor de volgende uitspraken over de buurt waarin u woont aangeven in hoeverre u het hiermee eens of oneens bent? (n = 2.548 tot 2.572)  Het gemiddelde rapportcijfer voor het “prettig wonen in de buurt” is een 7,8. Dit is een lichte verbetering ten opzichte van twee jaar geleden (7,7). Zie hiervoor figuur 3.5.  Alleenstaanden met thuiswonende kinderen geven een lager rapportcijfer dan gemiddeld (7,4). Ook uitkeringsgerechtigden (7,4) en scholieren/studenten (7,3) laten een lager gemiddelde zien. Inwoners met een eigen bedrijf of freelancers geven gemiddeld genomen een 8,0.  Naarmate men ouder is, geeft men gemiddeld een hoger rapportcijfer voor de leefbaarheid in de buurt.

Jongeren (18-29 jaar) geven gemiddeld een 7,6. Dit loopt tot een 7,8 onder 55-plussers.  Een ruime meerderheid (68 procent) geeft een rapportcijfer 8 of hoger. Ten opzichte van 2015 is het percentage cijfers van een 8 of hoger toegenomen met 6 procentpunt (figuur 3.5a). Zowel het cijfer 8 als 9 wordt vaker gegeven dan in 2015.  Paasloo scoort het hoogst, op de voet gevolgd door Kalenberg / Wetering / Nederland (8,5). De (relatief) laagste beoordeling wordt gegeven door inwoners van Scheerwolde (7,1). 14% 12% 11% 11% 13% 14% 3% 3% 53% 55% 40% 41% 59% 60% 15% 15% 23% 22% 33% 30% 19% 17% 22% 20% 7% 7% 13% 13% 6% 6% 43% 39% 3% 4% 4% 5% 3% 3% 17% 23% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2015 2017 2015 2017 2015 2017 2015 2017 Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen Ik woon in een gezellige buurt waar mensen elkaar helpen en dingen samen doen De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks Helemaal mee oneens Mee oneens Niet eens-oneens Mee eens Helemaal mee eens INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 23 Figuur 3.5a Hoe prettig vindt u het om in uw buurt te wonen? (rapportcijfer 1-10, n = 2.598) Figuur 3.5b Hoe prettig vindt u het om in uw buurt te wonen? (rapportcijfer 1-10, n = 2.598) 6% 32% 62% 6% 26% 68% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 5 of lager 6 of 7 8 of hoger 2017 2015 1% 0% 1%

1% 3% 7% 25% 39% 15% 8% 1% 0% 1% 1% 3% 7% 19% 41% 20% 7% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 1 - zeer onprettig 2 3 4 5 6 7 8 9 10 - zeer prettig 2015 2017 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 24 3.5 Oordeel buurt en leefbaarheid Inwoners hebben het volgende oordeel over de ontwikkeling van de buurt in de afgelopen jaren (figuur 3.6):  De grootste groep (69 procent) vindt dat hun buurt in het afgelopen j aar qua ontwikkeling gelijk is gebleven. Sinds 2011 is deze groep in omvang stabiel gebleven. Per saldo zijn er meer bewoners die vinden dat hun buurt achteruit is gegaan (20 procent) dan bewoners die een vooruitgang hebben waargenomen (11 procent). Figuur 3.6 Vindt u dat de buurt waarin u woont het afgelopen jaar vooruit is gegaan, achteruit is gegaan of gelijk is gebleven? (n = 2.784) 3.6 Leefbaarheid in de gemeente Behalve over voorzieningen en leefbaarheid in de buurt zijn aan inwoners ook vragen voorg elegd over leefbaarheid in de gemeente als geheel. Voorzieningenniveau  De tevredenheid over verschillende voorzieningen is sinds 2015 over het algemeen toegenomen . De grootste stijging van tevredenheid is over begraving en asbezorging op gemeentelijke begraafplaatsen, activiteiten en evenementen en de welzijnsvoorzieningen (zie figuur 3.7 en 3.8 ).

Hoewel de stijging van de tevredenheid over de begraving en asbezorging lastig is te duiden, is een aantal factoren aan te wijzen die hierop mogelijk van invloed zijn. Dit zijn de uitbreiding van de grafrechten (waarvan veel gebruik wordt gemaakt), uitbreiding van de mogelijkheden voor asbezorging met urnenzuilen en verbetering in de communicatie rond uitvaarten en zichtbaarheid van de uitvaartbranche.  Het meest tevreden zijn inwoners over onderwijs in het algemeen en sportvoorzieningen (meer dan 80 procent). Voor het eerst staat onderwijs in het algemeen bovenaan de lijst van voorzieningen waar inwoners het meest tevreden over zijn. Inwoners zijn verhoudingsgewijs het ‘minst’ tevreden over welzijnsvoorzieningen (59 procent tevreden), hoewel de tevredenheid is gestegen ten opzichte van 2015.  De verschillen tussen leeftijdsgroepen zijn in het algemeen beperkt. 40-plussers zijn vaker tevreden over het aanbod van veren igingen, clubs, cursussen enzovoorts. 18 -29 jarigen zijn minder vaak tevreden over de welzijnsvoorzieningen zoals een buurthuis of jeugdcentrum. 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2009 2011 2013 2015 2017 vooruit gegaan gelijk gebleven achteruit gegaan INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 25  Vrouwen (76 procent) zijn vaker tevreden over de activiteiten die in de gemeente wor den georganiseerd dan manne n (69 procent).

Ook zijn vrouwen vaker tevreden over gezondheidsvoorzieningen.  In de verschillende wijken van Steenwijk is men vaker tevreden over de sportvoorzieningen ten opzichte van andere woonkernen. Dit geldt tot op zekere hoogte ook voor onderwijs i n het algemeen en het aanbod van verenigingen en clubs. Figuur 3.7 Hoe denkt u over de voorzieningen in de hele gemeente? (% (zeer) tevreden, n = 1.803 tot n = 2.556) Figuur 3.8 Hoe denkt u over de voorzieningen in de hele gemeente? (% (zeer) tevreden, n = 1.803 tot n = 2.556) 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% 2011 2013 2015 2017 welzijnsvoorzieningen (buurthuis, jongerencentrum) activiteiten en evenementen gezondheidszorgvoorzienin gen aanbod van verenigingen, clubs begraving en asbezorging op gemeentelijke begraafplaatsen sportvoorzieningen onderwijs in het algemeen 59% 67% 76% 79% 74% 83% 81% 63% 73% 79% 79% 80% 81% 82% 0% 20% 40% 60% 80% 100% welzijnsvoorzieningen (buurthuis, jongerencentrum) activiteiten en evenementen gezondheidszorgvoorzieningen aanbod van verenigingen, clubs begraving en asbezorging op gemeentelijke begraafplaatsen sportvoorzieningen onderwijs in het algemeen 2017 2015 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 26 3.7 Verkeer  Het meest tevreden zijn inwoners over het aanbod v an fietspaden in de gemeente (74 procent), gevolgd door parkeermogelijkheden in de gemeente (72 procent).

 Sinds 2013 is de tevredenheid over de parkeermogelijkheden in de gemeente (+11 procentpunt) en de verkeersveiligheid (+4 procentpunt) toegenomen. De overige indicatoren zijn stabiel, met uitzondering van het onderhoud van fietspaden, dat een lichte daling laat zien in de afgelopen vier jaar (-3 procentpunt).  Het af schaffen van betaald parkeren heeft waarschijnlijk gezorgd voor een flinke stijging van de tevredenheid over de parkeermogelijkheden in de gemeente. Deze ging tussen 2013 en 2015 omhoog van 61 naar 76 procent (figuur 3.9). De lichte daling tussen 2015 en 2 017 is te beschouwen als een vorm van gewenning aan de nieuwe situatie.  Over onder meer de verkeersveiligheid in de gemeente, het aanbod en het onderhoud van fietspaden zijn jongere inwoners vaker tevreden dan 40-plussers.  Hoger opgeleiden zijn vaker tevr eden over de verschillende aspecten van verkeer en vervoer ten opzichte van lager en middelbaar opgeleiden.  In de verschillende wijken van Steenwijk en in de kernen Tuk en Zuidveen is men significant vaker tevreden over het openbaar vervoer. Bij de rest v an de woonkernen is juist een grotere ontevredenheid te zien. Een mogelijke verklaring van de gemeente is dat d e stagnatie in de tevredenheid over het ov komt doordat de provincie kort op niet -rendabele lijnen, terwijl er nog wordt gezocht naar alternatieve vormen van ov.

Figuur 3.9 Hoe denkt u over het verkeer en vervoer in de hele gemeente? (% (zeer) tevreden, n = 2.044 tot n = 2.681) 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2011 2013 2015 2017 verkeersveiligheid in de gemeente openbaar vervoer in de gemeente onderhoud van wegen onderhoud van fietspaden parkeermogelijkheden in de gemeente aanbod van fietspaden in de gemeente INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Leefbaarheid en voorzieningen 27 Figuur 3.10 Hoe denkt u over het verkeer en vervoer in de hele gemeente? (% (zeer) tevreden, n = 2.044 tot n = 2.681) 49% 50% 58% 60% 76% 78% 50% 48% 53% 55% 72% 74% 0% 20% 40% 60% 80% 100% verkeersveiligheid in de gemeente openbaar vervoer in de gemeente onderhoud van wegen onderhoud van fietspaden parkeermogelijkheden in de gemeente aanbod van fietspaden in de gemeente 2017 2015 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Veiligheid en overlast 28 HOOFDSTUK Veiligheid en overlast 4 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Veiligheid en overlast 29 4. Veiligheid en overlast 4.1 Belangrijkste bevindingen  Er is een lichte daling in buurtproblemen en buurtoverlast in Steenwijkerland ten opzichte van 2015. Vooral de drie meest voorkomende buurtproblemen (te hard rijden, hondenpoep en rommel op straat) en agressief verkeersgedrag laten een duidelijke daling zien, vaak al ingezet voor 2015. Deze ontwikkeling past in de landelijke trend uit de Veiligheidsmonitor.

 Het gevoel van veiligheid is tegelijkertijd licht gestegen ten opzichte van 2015, een trend die ook landelijk zichtbaar is in de Veiligheidsmonitor.  In Steenwijk-centrum zijn de onveiligheidsgevoelens met bijna 50 procent gedaald ten opzichte van 2015.  De onveiligheidsgevoelens zijn in de buurten van Steenwijkerland in 2017 nog wel hoger dan in 2013.  Achttien procent van de inwoners is momenteel lid van Burgernet. 4.2 Overlast  De top 3 van meest voorkomende buurtproblemen bestaat net als in voorgaande jaren uit: o te hard rijden (41% komt vaak voor); o hondenpoep op straat (24%); o rommel op straat (20%).  Er is een lichte daling van de meeste typen overlast ten opzichte van 2015. Vooral de drie meest voorkomende buurtproblemen en agressief verkeersgedrag laten een duidelijke daling zien, vaak al ingezet voor 2015. De ervaren parkeeroverlast is sinds 2015 echter niet verder gedaald.  Voor de meeste soorten overlast geldt dat deze in Steenwijk -Centrum relatief vaker voorkomen dan in andere kernen en wijken.  Hondenpoep op straat komt het vaakst voor in Steenwijk-West (48 procent).  Wat betreft overlast van groepen jongeren springt Steenwijk -Centrum eruit: volgens drie van de tien buurtbewoners komt dit vaak voor (29 procent).  Parkeeroverlast wordt vooral ervaren door inwoners van Dwarsgracht, Jonen, Giethoorn (33 procent) en Blokzijl (31 procent).

 De verschillen tussen leeftijdsgroepen ten aanzien van de ervaren mate van overlast zijn relatief beperkt. De 55-plussers ervaren over het algemeen minder overlast dan de andere leeftijdsgroepen. Deze groep heeft minder last dan jongeren v an overlast van dronken mensen op straat (10 procent versus gemiddeld 18 procent), van overlast door omwonenden (14 procent versus 22 procent) en van parkeeroverlast (12 procent versus gemiddeld 20 procent).  Mannen (17 procent) ervaren iets meer parkeeroverlast dan vrouwen (14 procent). INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Veiligheid en overlast 30 Figuur 4.1 Kunt u voor elk voorval aangeven hoe vaak dat naar uw idee voorkomt in uw buurt? (% “komt vaak voor”, n =2.600 tot n = 2.604) 4.3 Veiligheid Op het gebied van veiligheidsgevoel vallen de volgende zaken op:  Van alle inwoners voelt een derde zich altijd veilig in de eigen buurt; 52 procent voelt zich meestal veilig. Samen 87 procent van de bevolking. Het gevoel van veiligheid bevindt zich op een vergelijkbaar niveau als in 2015, toen 85 procent zich meestal of altijd veilig voelde.  Inwoners van Kalenberg / Wetering / Nederland en Belt Schutsloot voelen zich het veiligst. Respectievelijk 60 en 53 procent van de inwoners voelen zich altijd veilig.

 De inwoners van Steenwijk-De Gagels, Witte Paarden / Baars / Basse / Marijnenkampen en Steenwijk- Centrum voelen zich minder vaak veilig. Het aandeel bewoners dat zich ‘altijd’ veilig voelt, komt niet boven een kwart uit. De meeste bewoners in deze wijken voelen zich meestal veilig.  In geen van de wijken is het aandeel dat zich ‘meestal niet’ of ‘(vrijwel) nooit’ veilig voelt hoger dan 5 procent.  Opvallend is de stijging van het veiligheidsgevoel in Steenwijk-Centrum. In 2015 voelde t wee derde van de inwoners van Steenwijk-Centrum zich ‘meestal’ of ‘altijd’ veilig, tegen 82 procent in 2017.  Er is met name een substantieel verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft het percentage da t zich ‘altijd’ veilig voelt: 40 procent van de mannen, tegen 30 procent van de vrouwen.  Het aandeel dat zich ‘altijd’ veilig voelt, is onder l aag- en middelbaar opgeleiden kleiner dan onder hoogopgeleiden (29 procent versus 43 procent).  Jongeren (18-29 jarigen) voelen zich, net als landelijk, wat vaker onveilig dan ande re leeftijdsgroepen. Ook in 2015 werd dit patroon geconstateerd. Eén van de verklaringen is dat jongeren zich vaker op straat begeven op tijdstippen dat het onveilig kan zijn (’s avonds, ’s nachts, bij het uitgaan).

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 2009 2011 2013 2015 2017 Drugsoverlast Overlast van dronken mensen op straat Overlast door omwonenden Overlast van groepen jongeren Agressief verkeersgedrag Parkeeroverlast Rommel op straat Hondenpoep op straat Te hard rijden INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Veiligheid en overlast 31 Figuur 4.2 Voelt u zich veilig in uw buurt? (%, n =2.599) Rapportcijfer veiligheid in de buurt  Gemiddeld geven inwoners van Steenwijkerland een 7,5 voor de veiligheid in de buurt.  Een ruime meerderheid (57 procent) geeft een 8 of hoger. Dit aandeel is gegroeid ten opzichte van 2015, toen ongeveer de helft van de bewoners (51 procent) dit rapportcijfer gaf. Het aandeel inwoners dat zich minder veilig voelt (een rapportcijfer van 5 of lager) is 6 procent ; dat is vergelijkbaar met de situatie in 2015 (7 procent).

Figuur 4.3 Als u de veiligheid in uw buurt een rapportcijfer zou mogen geven van 1 tot en met 10, welk cijfer zou u dan geven? (rapportcijfer 1-10, n = 2.585) 0% 1% 13% 51% 34% 0% 1% 12% 52% 35% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Nee, (vrijwel) nooit Nee, meestal niet Soms wel, soms niet Ja, meestal Ja, altijd 2017 2015 7,5 7,4 7,4 7,5 7,3 0 2 4 6 8 10 2017 2015 2013 2011 2009 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Veiligheid en overlast 32 Veiligheidsbeleving in specifieke situaties  In specifieke situaties is er ook een daling van het onveiligheidsgevoel waarneembaar ten opzichte van 2015.8 Mensen zijn minder bang om de deu r ’ s avonds open te doen , ze voelen zich minder vaak onveilig als ze in de buurt op straat lopen en ze vermijden minder vaak onveilige plekken in de buurt. Hierbij is het van belang om in ogenschouw te nemen dat de onveiligheidsgevoelens in 2017 nog wel hoger liggen dan in 2013, met uitzondering van het vermijden van onveilige plekken (figuur 4.4).  In 2017 is de inwoners van Steenwijkerland ook gevraagd of het wel eens voorkomt dat ze bang zijn om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit. Ruim een kwart (27 procent) geeft aan dat dit soms of vaak voorkomt.  Inwoners van Onna voelen zich het vaakst onveilig als zij ’s avonds over straat lopen. Bijna de helft van de inwoners (47 procent) heeft hier wel eens mee te maken.

In Tuk, Kalenberg / Wetering / Nederland, Scheerwolde en Ossenzijde komt dit aandeel niet boven 10 procent uit.  De inwoners van Eesveen / De Bult / Kallenkotte en Onna zijn het vaakst bang om zelf slachtoffer te worden van criminaliteit (volgens 49 procent komt dit ‘vaak’ of ‘soms’ voor).  In Steenwijk-Centrum doet men het minst vaak ’s avonds de deur open, omdat men zich onveilig voelt (44 procent).  Vrouwen voelen zich op alle terreinen gemiddeld vaker onveilig dan mannen.  Ouderen (55 -plussers) doen vaker ’s avonds hun deur niet open (32 p rocent), in vergelijking met andere leeftijdsgroepen. Figuur 4.4 Komt het wel eens voor dat u …? (% vaak of soms, n=2.600 tot n=2.604) 8 De vraag “Komt het wel eens voor dat u ‘s avonds niet open doet, omdat u het niet veilig vindt?” is in voorgaande jaren net iets anders gesteld: “Komt het wel eens voor dat u ‘s avonds of ‘s nachts niet open doet, omdat u het niet veilig vindt?”. Ook de vraag “Komt het wel eens voor dat u zich onveilig voelt als u ’s avonds alleen thuis bent?” is in voorgaande jaren net iets anders gesteld, namelijk: “Komt het wel eens voor dat u zich niet op uw gemak voelt als u ‘s avonds alleen thuis bent?”.

10% 12% 14% 22% 9% 12% 14% 22% 13% 15% 19% 28% 10% 15% 17% 26% 27% 0% 10% 20% 30% 40% 50% In uw eigen buurt omloopt of omrijdt om onveilige plekken te vermijden? Zich onveilig voelt als u ’s avonds alleen thuis bent? Zich onveilig voelt als u ’s avonds bij u in de buurt op straat loopt? ‘s Avonds niet open doet, omdat u het niet veilig vindt? Bang bent dat u zelf slachtoffer wordt van criminaliteit? 2017 2015 2013 2011 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Veiligheid en overlast 33 4.4 Burgernet  Op basis van feitelijke registraties is vast te stellen dat het werkelijke aantal deelnemers aan Burgernet is gestegen van circa 9 procent in 2015 naar 18 procent in 2017. (als percentage van de totale bevolking).9  Op basis van de enquêteresultaten kunnen we concluderen dat mannen en vrouwen ongeveer even vaak lid zijn van Burgernet. Ook naar opleidingsniveau zi jn er geen significante verschillen. Wel zijn 40-plussers gemiddeld vaker lid dan personen jonger dan 40 jaar. Alleenstaanden zijn minder vaak Burgernet-deelnemer dan samenwonende en/of gehuwde inwoners. Voor deze laatste groep maakt het niet uit of men wel of geen thuiswonende kinderen heeft.  Deelnemers aan Burgernet (7,5) voelen zich niet meer of minder veilig dan gemiddeld (7,5).

Het enige concrete verschil tussen deelnemers en niet -deelnemers zien we bij de situatie dat men ’s avonds de deur niet durft open te doen. Van de Burgernet -deelnemers zegt 5 procent dat dit vaak voorkomt, tegen 11 procent onder de niet -deelnemers die zich ‘zeker niet’ zouden aanmelden voor Burgernet. Of dit verschil het gevolg is van deelname aan Burgernet is op basis van dit on derzoek niet vast te stellen. 18% van de totale bevolking in Steenwijkerland neemt deel aan Burgernet 9 De cijfers zijn berekend op basis van het aantal deelnemers volgens opgave van de gemeente Steenwijkerland en CBS-populatiecijfers (totale bevolking).

INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 34 HOOFDSTUK Participatie, zorg en sport 5 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 35 5. Participatie en zorg 5.1 Belangrijkste bevindingen  Zestien procent van de inwoners van Steenwijkerland is mantelzorger en 46 procent verricht vrijwilligerswerk. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.  Gemiddeld besteden mantelzorgers 14 uur per week aan hun taken, vrijwilligers doen dit voor gemiddeld 5,4 uur per week.  De meeste mantelzorgers en vrijwilligers voelen zich voldoende ondersteund (respectievelijk 77 en 92 procent). Mantelzorgers voelen zich beter ondersteund dan in 2015.  De bekendheid met ondersteuning is onder alle inwoners, en in het bijzonder onder de mantelzorgers, toegenomen ten opzichte van 2015.  Veruit de meeste ouders met thuiswonende kinderen van 0-18 jaar weten waar zij terecht kunnen met vragen over de opvoeding en kennen het CJG. De bekendheid van het CJG is gestegen sinds 2015. 5.2 Mantelzorg Over de mantelzorgers in Steenwijkerland is het volgende bekend:  Het aandeel mantelzorgers onder de gehele bevolking bedraagt nu 1 6 procent. Dit percentage is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Bij het beantwoorden van de vraag over mantelzorg hebben deelnemers de volgende toelichting gekregen : “Een mantelzorger is iemand die zorgt voor een familielid of dierbare die ziek is en (tijdelijk) hulp nodig heeft”.  Vrouwen (18 procent) zijn relatief vaker mantelzorger dan mannen (14 procent).  40-plussers zijn vaker mantelzorger (16 tot 19 procent) dan inwoners van 40 jaar en jonger (9 procent).  De meeste mantelzorgers zetten zich in voor een familielid dat niet in huis woont (6 0 procent). Dit percentage is vergelijkbaar met 2015 (61 procent) , maar iets lager dan in 2013 (66 procent) . In vergelijking met eerdere jaren wordt relatief vaker mantelzorg verleend aan een huisgenoot.  Mantelzorgers zijn gemiddeld 14 uur per week bezig met hun zorgtaken. In 2015 was dit ook 14 uur per week, in 2013 10 uur en in 2011 bijna 15 uur. Van alle mantelzorgers valt 12 p rocent in de categorie ‘intensieve mantelzorgers’ (meer dan 20 uur per week). Figuur 5.1 Bent u mantelzorger? (n =2.554)10 10 Omwille van de vergelijkbaarheid ten opzichte van eerdere jaren is de categorie “weet niet” hierbij buiten beschouwing gelate n. Dit betreft 49 deelnemers (2% van het totaal).

14% 17% 18% 16% 86% 83% 82% 84% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2011 2013 2015 2017 nee ja INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 36 Figuur 5.2 Hoeveel tijd bent u gemiddeld ongeveer in de week kwijt aan mantelzorg? (in uren, n=281)11 Figuur 5.3 Voor wie zet u zich in als mantelzorger? (meerdere antwoorden mogelijk, n=410) 11 Een deel van de betreffende respondenten (32 procent) kon hierop geen antwoord geven. 14% 16% 31% 39% 10% 10% 26% 54% 14% 12% 25% 49% 12% 13% 27% 48% 0% 20% 40% 60% 80% 100% meer dan 20 uur 11-20 uur 6-10 uur 5 uur of minder 2017 2015 2013 2011 4% 10% 10% 26% 66% 5% 9% 13% 29% 61% 7% 8% 12% 32% 60% 0% 20% 40% 60% 80% 100% iemand anders vriend of kennis buurman/-vrouw een huisgenoot familielid, dat niet in huis woont 2017 2015 2013 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 37  Van de mantelzorgers voelt ruim driekwart zich voldoende ondersteund bij de zorg die zij ver lenen. In 2015 was dit percentage iets lager (74 procent).  Degenen die onvoldoende ondersteuning krijgen, vinden dat zij te veel zelf moeten doen of uitzoeken. Sommigen hebben het gevoel er alleen voor te staan. Instanties spreken elkaar soms tegen of procedures worden als ingewikkeld ervaren. Ook vinden mantelzorgers met een baan het lastig om alle taken te combineren.

Een deel van de mantelzorgers die onvoldoende ondersteuning krijgen, geeft aan onbekend te zijn met de mogelijkheden.  Volgens bijna vier op de tien mantelzorgers zou de gemeente het beste stimulerend kunnen optreden door mantelzorgers te belonen. Deze manier wordt minder dan in 2015 genoemd (43 procent). De rest van de manieren om mantelzorg te stimuleren worden wat vaker genoemd dan in 2015.  Eén op de zeven mantelzorgers is van mening dat de gemeente mantelzorg niet hoeft te s timuleren (14 procent). Dit aandeel is groter dan in 2015, maar in lijn met de jaren daarvoor.  Vrouwen (32 procent) zien respijtzorg relatief vaker als manier om mantelzorg te stimuleren dan mannen (19 procent).  Verder noemen inwoners van 18 tot en met 29 jaar (50 procent) vaker de cursussen of trainingen dan 40-plussers (15 tot 26 procent) en vinden 40- tot en met 54-jarigen (36 procent) het organiseren van activiteiten relatief vaak een goede manier om mantelzorg te stimuleren ten opzichte van 55 -plussers (9 procent).

Figuur 5.4 Voelt u zich voldoende ondersteund bij de mantelzorg die u verricht? (n=412) 69% 76% 74% 77% 31% 24% 26% 23% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2011 2013 2015 2017 nee ja INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 38 Figuur 5.5 Op welke manieren zou de gemeente mantelzorg volgens u het beste kunnen stimuleren? (alleen mantelzorgers, meerdere antwoorden mogelijk, n=410) 5.3 Vrijwilligerswerk De resultaten met betrekking tot vrijwilligerswerk kunnen als volgt worden samengevat:  Het percentage vrijwilligers (46 procent) is stabiel sinds 2013, maar wel iets lager dan in 2009 (figuur 5.6). Wel zien we dat het aandeel vrijwilligers tot 55 jaar een (licht) negatieve trend vertoont , terwijl 55-plussers door de jaren heen even vaak als vrijwilliger actief zijn (figuur 5.7).  Gemiddeld besteden vrijwilligers 5, 4 uur per week aan hun vrijwilligerswerk. Dit is vergelijkbaar met 2015, toen vrijwilligers naar eigen zeggen gemiddeld 5,6 uur per week hiermee bezig waren.  In Belt Schutsloot, Paasloo, Kuinre, St. Jansklooster / Heetveld, Kalenberg / Wetering en Oldemarkt / IJsselham zijn bewoners verhoudingsgewijs het vaakst actief als vrijwilliger (56 tot 74 procent).  Met name 30 -plussers zijn actief als vrijwilliger (47 tot 50 procent) . Jongeren van 18 tot en met 29 jaar doen minder vaak vrijwilligerswerk (27 procent).

 Het aandeel vrijwilligers is groter bij hoogopgeleide n (54 procent) dan bij laag - en middelbaar opgeleiden (respectievelijk 41 en 42 procent). Hoogopgeleide vrijwilligers besteden ongeveer evenveel tijd aan vrijwilligerswerk dan lager opgeleide vrijwilligers.  Als gekeken wordt naar huishoudensamenstelling , dan zijn naar verhouding de meeste vrijwilligers te vinden onder inwoners (gehuwd of ongehuwd) met thuiswonende kinderen (respectievelijk 54 en 56 procent). Inwoners die alleen wonen, verrichten relatief weinig vrijwilligerswerk (38 procent).  Ten slotte zie n we relatief veel vrijwilligers onder inwoners zonder een eigen inkomen, inwoners met een eigen bedrijf en gepensioneerden (49 tot 54 procent) ten opzichte van scholieren en studenten en inwoners met een uitkering en arbeidsongeschikten (respectievelijk 28 en 38 procent).

18% 10% 17% 21% 26% 34% 35% 22% 7% 14% 12% 18% 22% 33% 36% 19% 9% 10% 12% 18% 24% 30% 43% 19% 8% 14% 15% 20% 27% 34% 38% 0% 10% 20% 30% 40% 50% weet niet / geen mening anders gemeente hoeft dit niet te stimuleren organiseren van activiteiten cursussen of trainingen achtervang voor mantelzorg (respijtzorg) informatie en advies beloning 2017 2015 2013 2011 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 39 Figuur 5.6 Doet u vrijwilligerswerk? (Bijvoorbeeld voor een vereniging, school, kerk, dorpshuis/wijkcentrum of een politieke partij) (n =2.593) Figuur 5.7 Aandeel vrijwilligers naar leeftijd, 2009-2017 (%) 48% 48% 46% 46% 46% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2009 2011 2013 2015 2017 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 2009 2011 2013 2015 2017 18-29 30-39 40-54 55+ INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 40 Figuur 5.8 Hoeveel tijd bent u gemiddeld ongeveer in de week kwijt aan vrijwilligerswerk? (aantal uren, n = 1.039)12 Patronen van vrijwilligerswerk  De meeste vrijwilligers zetten zich in voor een vereniging (door 48 procent van hen genoemd), kerk (29 procent) of een school/kinderopvang (16 procent). De top 3 is ongewijzigd ten opzichte van 2013 en 2015.

 Als “andere organisaties” waarvoor vrijwilligers zich inzetten, worden onder meer genoemd: de lokale omroep, het zwembad, de kringloopwinkel, een lokaal museum, het plaatselijke corso, activiteiten voor ouderen of jongeren of (afdelingen van) landelijke organisat ies, zoals Alzheimer Nederland, de Zonnebloem, Natuurmonumenten en het Rode Kruis.  Mannen zijn vaker actief voor een vereniging, een politieke partij of vakbond, een Plaatselijk Belang- of wijkorganisatie of groenonderhoud. Vrouwen daarentegen zetten zich relatief vaker in voor de kerk, de school/kinderopvang, een verzorgingshuis/verpleeghuis en organisaties voor goede doelen.  Inwoners van 30 tot en met 5 4 jaar doen relatief veel vrijwilligerswerk voor verenigi ngen of de school/kinderopvang, terwijl 55 -plussers zich meer inzetten voor de kerk en een verzorgings - of verpleeghuis.  Hoogopgeleiden zetten zich vaker in voor een politieke partij, vakbond of een goed doel. Laagopgeleiden zijn bovengemiddeld actief voor de kerk of als vrijwilliger in een verzorgings - of verpleeghuis. 12 De laatste categorie (20 uur of meer) wijkt iets af van die in figuur 5.2 (meer dan 20 uur). Om de tijdreeks te handhaven is besloten om de oorspronkelijke categorie-indeling ongewijzigd te laten.

4% 5% 23% 68% 3% 6% 17% 74% 6% 6% 20% 68% 1% 9% 23% 67% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 20 uur of meer 11-19 uur 6-10 uur 5 uur of minder 2017 2015 2013 2011 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 41 Figuur 5.9 Waarvoor zet u zich als vrijwilliger in? (meerdere antwoorden mogelijk, n=1.202)  Een overgrote meerderheid van de vri jwilligers (92 procent) voelt zich voldoende ondersteund. Dit percentage is vergelijkbaar met eerdere jaren.  Vrouwen (94 procent) voelen zich beter ondersteund bij het vrijwilligerswerk dat zij verrichten dan mannen (89 procent).  Wat betreft opleidingsniv eau voelen laagopgeleiden (95 procent) zich beter ondersteund dan hoogopgeleiden (89 procent).  Aan vrijwilligers is ook gevraagd op welke manier de gemeente vrijwilligerswerk zou kunnen stimuleren. Het beschikbaar stellen van materialen wordt daarbij het v aakst genoemd (31 procent). Wel daalt het belang dat men hieraan hecht ten opzichte van voorgaande jaren. Beloningen, cursussen en trainingen en informatie en advies worden door drie op de tien vrijwilligers als geschikte stimulans gezien. Volgens dertien procent van de vrijwilligers hoeft de gemeente vrijwilligerswerk niet te stimuleren.

23% 4% 5% 6% 9% 9% 15% 19% 30% 47% 26% 3% 3% 6% 8% 7% 13% 17% 32% 47% 27% 3% 5% 7% 8% 9% 14% 16% 29% 48% 0% 20% 40% 60% 80% 100% Andere organisatie Groenonderhoud Politieke partij, vakbond Verzorgingshuis, verpleeghuis Dorpshuis, wijkcentrum Plaatselijk Belang of wijkorganisatie Organisatie voor een goed doel School, kinderopvang, peuterspeelzaal Kerk Vereniging 2017 2015 2013 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 42 Figuur 5.10 Voelt u zich voldoende ondersteund bij het vrijwilligerswerk dat u verricht? (n=1.203) Figuur 5.11 Op welke manieren zou de gemeente vrijwilligerswerk volgens u het beste kunnen stimuleren? (alleen vrijwilligers, meerdere antwoorden mogelijk, n=1.199) * Nieuw in 2013. 89% 93% 92% 92% 11% 7% 8% 8% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 2011 2013 2015 2017 nee ja 16% 7% 17% 18% 36% 34% 29% 17% 8% 12% 15% 29% 34% 26% 38% 21% 9% 11% 14% 27% 29% 30% 34% 19% 10% 13% 12% 29% 29% 29% 31% 0% 10% 20% 30% 40% 50% weet niet / geen antwoord anders gemeente hoeft dit niet te stimuleren organisatie vrijwilligersdag informatie en advies cursussen of trainingen beloning beschikbaar stellen materialen* 2017 2015 2013 2011 INWONERSONDERZOEK STEENWIJKERLAND 2017  Participatie, zorg en sport 43 5.4 Bekendheid met ondersteuning  De bekendheid met het mantelzorgnetwerk is toegenomen in Steenwijkerland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/2f46e026-3038-44b2-91e2-ca4dc2d8ca0e?agendaItemId=f0171973-49d9-4e55-9e7e-9ccfdbcd7309