CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

13.0 VNG - Nieuwe VNG Model Referendumverordening.pdf

Raadsvergadering 21 januari 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken3.828 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

U201901404 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Samenvatting Met deze ledenbrief bieden we u de nieuwe VNG Model Referendumverordening aan. In 2009 verscheen de huidige Model Referendumverordening. De afgelopen tien jaar is ruime ervaring opgedaan met zowel lokale als nationale referenda. Deze kennis is verwerkt in het nieuwe model. De modelverordening is ingrijpend gewijzigd ten opzichte van het model uit 2009. Er is gekozen voor het aanbieden van een geheel nieuw model. Deze ledenbrief licht artikelsgewijs toe welke relevante aanpassingen zijn gedaan ten opzichte van de eerdere modelverordening en waarom. Deze toelichting kan tevens dienstdoen als implementatiehandleiding. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad Datum 10 december 2019 Kenmerk TLD/U201901404 Lbr. 19/105 Telefoon 070 - 373 83 93 Bijlage(n) 3 Onderwerp Nieuwe V NG Model Referendumverordening U201901404 PROD Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl Geacht college en gemeenteraad, 1. Aanleiding Met deze ledenbrief bieden we u de nieuwe VNG Model Referendumverordening aan. In 2009 is de vorige versie van de Model Referendumverordening verschenen.

De afgelopen tien jaar is ruime ervaring opgedaan met zowel lokale als nationale referenda. Deze kennis is verwerkt in het nieuwe model. De modelverordening is ingrijpend gewijzigd ten opzichte van het model uit 2009. Er is gekozen voor het aanbieden van een geheel nieuw model. Deze ledenbrief licht artikelsgewijs toe welke relevante aanpassingen zijn gedaan ten opzichte van de eerdere modelverordening en waarom. Deze toelichting kan tevens dienstdoen als implementatiehandleiding. Om tot een goede en bruikbare modelverordening te komen, heeft de VNG een klankbordgroep ingesteld. De klankbordgroep bestaat uit wetenschappers (vaak met lokale referenda-ervaring) en leden van de VNG-commissie Raadsleden en Griffiers. Hun waardevolle input is in de modelverordening verwerkt. 2. Aanpassingen in hoofdlijnen De Model Referendumverordening is geheel herzien: artikelen zijn kritisch bekeken, beter geformuleerd en duidelijker opgebouwd en gerangschikt. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn ten opzichte van de eerdere versie zijn: • De modelverordening voorziet in drie referendumvariant en waaruit de raad kan kiezen: de mogelijkheid dat kiesgerechtigden het initiatief nemen voor een referendum, de mogelijkheid dat de raad het initiatief neemt en de variant waarbij beide opties worden mogelijk gemaakt. Aan de leden Datum 10 december 2019 Kenmerk TLD/U201901404 Lbr.

19/105 Telefoonnummer 070 - 373 83 93 Bijlage(n) 3 Onderwerp Nieuwe VNG Model Referendumverordening Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3/10 • Bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigde n worden op twee verschillende momenten ondersteuningsverklaringen getekend, bij het inleidend verzoek en bij het definitief verzoek. In de modelverordening is tot uitdrukking gebracht dat de groep van personen die een ondersteuningsverklaring kan tekenen niet statisch is: een persoon die nog niet (of juist wel) kiesgerechtigd was ten tijde van het inleidend verzoek kan dat wel (of juist niet) zijn ten tijde van het definitief verzoek. • Bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigde n kan bij het definitief verzoek op digitale wijze de ondersteuningsverklaring worden afgelegd, naast de papieren mogelijkheid. Digitale dienstverlening is immers, naast papier, tot de standaard gaan behoren. Daarnaast is bij referenda op zowel nationaal als lokaal niveau door initiatiefnemers gebruik gemaakt van digitale applicaties om ondersteuningsverklaringen op te halen die later werden uitgeprint en op papier ingediend. Het gaat om (deels) privacygevoelige gegevens, het is goed dat de gemeente deze gegevens beheert en verwerkt volgens de geldende wet- en regelgeving. • Er wordt een richtlijn gegeven voor het aantal onde rsteuningsverklaringen voor het inleidend en het definitief verzoek.

Er bestaan verschillen tussen gemeenten op dit punt, zeker als gekeken wordt naar de wat oudere verordeningen. Een tiental meer recente gemeentelijke referendumverordeningen levert echter een vrij eenduidig beeld op. Voor het inleidend verzoek wordt gekozen voor een aantal ondersteuners dat uitkomt op 1% van de kiesgerechtigden. Voor het definitief verzoek is een aantal ondersteuners nodig dat bestaat uit 5% van de kiesgerechtigden • Er wordt geen opkomstdrempel voor een geldig referendu m gehanteerd. Een referendum is altijd een advies aan de raad, deze neemt uiteindelijk het besluit. Daarnaast zorgt een opkomstdrempel in de praktijk voor verwarring en mogelijk strategisch stemgedrag in de vorm van thuisblijven. Dat strookt niet met de gedachte dat een referendum een participatie instrument van en voor burgers is. • De modelverordening is uitgebreid met een subsidiereg eling voor activiteiten die burgers en (maatschappelijke) organisaties willen organiseren ter ondersteuning van het publieke debat en meningsvorming. Op deze subsidieregeling is de Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) niet van toepassing. • De taken van de referendumcommissie zijn duidelijke r omschreven. Het onderwerp dat ten grondslag ligt aan een referendum ligt doorgaans politiek gevoelig.

De meerderheid van de raad of een groep burgers geeft aan dat een voorgenomen besluit (nog) niet hun steun heeft of wenst een uitspraak van de bevolking. Maar het is wel de gemeente die het referendum organiseert, de subsidies voor opkomst bevorderende activiteiten verstrekt en de voorlichting geeft. Een onafhankelijke en neutrale referendumcommissie met deskundigen die adviseert over en toeziet op het referendumproces levert een belangrijke bijdrage aan een goed verloop van het referendumproces. 3. Het referenduminstrument Een referendum is een democratisch instrument waarbij de burger zich kan uitspreken over een politieke kwestie. Het is een instrument dat op lokaal niveau regelmatig wordt toegepast, een op de drie gemeenten heeft een Referendumverordening. In de afgelopen tien jaar zijn er zesendertig lokale referenda gehouden. Op provinciaal en nationaal niveau is het instrument minder succesvol. Er zijn vijf provincies met een Referendumverordening, maar er is nog nooit een provinciaal referendum gehouden. Op nationaal niveau heeft de Wet raadgevend referendum drie jaar bestaan (deze is in juli 2018 ingetrokken). Op basis van deze wet zijn er twee landelijke referenda gehouden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 4/10 Het referendum als democratisch instrument is een relatief zwaar middel om burgers te laten participeren.

Zwaar, omdat het een langdurig proces is en organisatorische kosten met zich mee brengt. Het is dan ook een instrument waarbij kiesgerechtigden, als zij het initiatief nemen, enige moeite moeten doen om aan te tonen dat er voldoende draagvlak is. Een handreiking over lokale referenda is te vinden op: https://www.lokale- democratie.nl/sites/default/files/2017-11/Handreiking%20lokale%20referenda_0.pdf . Initiatief van kiesgerechtigden of van de raad Vaak wordt gesproken van een raadgevend (op initiatief van kiesgerechtigden) en van een raadplegend (op initiatief van de raad) referendum. Omdat deze termen regelmatig tot verwarring leiden, worden ze in de Model Referendumverordening niet gebruikt. In plaats daarvan is gekozen voor ‘initiatief van kiesgerechtigden’ (artikelen 5 en 6) en ‘initiatief van de raad’ (artikel 7). Voorgenomen besluit De Model Referendumverordening gaat uit van referenda op basis van een ‘ontwerp raadsbesluit’, zoals door de meeste gemeenten toegepast. Er is dus geen sprake van een ‘correctief referendum’ (referendum op basis van een genomen besluit dat door burgers kan worden ‘gecorrigeerd’ door het houden van een referendum). De keuze voor een voorgenomen besluit heeft twee redenen. Allereerst is de uitslag van een referendum altijd een advies van kiesgerechtigden aan de raad.

Het ligt voor de hand dat het advies wordt uitgebracht voordat de raad het besluit neemt zodat dit advies meegewogen kan worden bij besluitvorming. Daarnaast is een correctief referendum ingewikkeld qua proces. De genomen en bekendgemaakte raadsbesluiten zullen opgeschort moeten worden qua uitvoering, in eerste instantie voor de termijn waarop een referenduminitiatief kan worden ingediend en mogelijk later voor de termijn die nodig is voor het houden van een referendum. Dit vergt diverse besluiten (opschorten en/of inwerkingtreding) wat kan leiden tot (financiële en/of juridische ) risico’s als hierbij een fout wordt gemaakt. Advies van burgers Het referendum is te zien als een advies van burgers aan de raad over een ontwerp raadsbesluit, dus een voorgenomen besluit. Er is geen sprak e van een ‘bindend referendum’ (bindend betekent dat de uitslag van het referendum uitgevoerd moet worden). Dit is in Nederland niet mogelijk. Hiervoor zou de Grondwet gewijzigd moeten worden. 4. Andere participatie-instrumenten Naast het referendum zijn ook andere instrumenten denkbaar om burgers te betrekken bij de politieke besluitvorming. Soms ligt het initiatief hierbij bij de gemeente, soms bij de burger. Enkele instrumenten zijn: burgerparticipatie, burgerraadpleging, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en volksinitiatief.

Sommige gemeenten hebben de Referendumverordening uitgebreid met enkele van deze instrumenten. 5. Handreiking participatie-instrumenten in najaar 2019 Het programma “Democratie in Actie” zal eind 2019 een afwegingskader voor participatie- instrumenten (handreiking) aanbieden. Het programma is een samenwerking van BZK, VNG en de beroeps- en belangenverenigingen. Het programma wil gemeenten versterken en ondersteunen bij de vernieuwing van de lokale democratie. De handreiking die nu wordt ontwikkeld, is bedoeld om gemeenten te helpen bij de afweging welk participatie-instrument zij kunnen inzetten bij welk maatschappelijk vraagstuk en op welk moment. Aan het begin van een proces kunnen andere instrumenten ingezet worden dan aan het eind van een proces. Ook worden de sterke en zwakke Vereniging van Nederlandse Gemeenten 5/10 kanten van de verschillende instrumenten belicht. Zo is een referendum op initiatief van kiesgerechtigden een instrument dat aan het eind van een proces plaatsvindt en is een van de sterke kanten dat het een instrument is waar veel burgers bij betrokken zijn. Een referendum op initiatief van de raad kan ook eerder in het besluitvormingsproces ingezet worden, bijvoorbeeld om kiesgerechtigden te laten kiezen uit verschillende alternatieven, waarbij het gekozen alternatief verder uitgewerkt wordt. 6.

Model Referendumverordening De Model Referendumverordening kent diverse artikelen die facultatieve of nader door de gemeente in te vullen onderdelen of keuzemogelijkheden bevatten. Veelal zullen de daarbij te maken keuzes al gemaakt zijn bij de eerste implementatie. Uiteraard kunnen er met de onderhavige wijziging andere keuzes gemaakt worden. De nieuwe, nog lokaal te maken keuzes worden hieronder toegelicht. Verder is de toelichting bij de modelverordening grotendeels zo opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen als ze ook de bepaling waar de toelichting bij hoort overnemen. Afhankelijk van de gemaakte keuzes zullen dus bepaalde onderdelen van de toelichting wel of juist niet geschikt zijn voor overname. Los van de keuzes die specifiek worden aangegeven in de modelverordening, kan ook op andere punten worden gekozen voor lokaal maatwerk en kunnen bepalingen worden aangepast of toegevoegd. Aanhef In de aanhef, na “gelet op”, dienen enkel die arti kelen vermeld te worden waaraan in de verordening uitvoering gegeven wordt. In artikel 84 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad, het college of de burgemeester andere commissies dan bedoeld in de artikelen 82, eerste lid, en 83, eerste lid, van de Gemeentewet kan instellen. Daaraan kan uitvoering worden gegeven ten behoeve van een in te stellen referendumcommissie.

Artikel 149 van de Gemeentewet (“De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt”) is de (autonome) grondslag van de Referendumverordening. Artikel 154 van de Gemeentewet betreft de strafbaarstelling door de raad van overtredingen van zijn verordeningen (uitgewerkt in artikel 14). Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen Eerste lid: In de Model Referendumverordening zijn drie referendumvarianten opgenomen: de mogelijkheid dat kiesgerechtigden het initiatief nemen voor een referendum, de mogelijkheid dat de raad het initiatief neemt en een mogelijkheid voor beide opties (de keuzemogelijkheid in het eerste lid). Zie verder hieronder de artikelen 5 tot en met 7. Veel gemeenten hebben een verordening die beide vormen regelt, vandaar dat het model hierbij aansluit. Uiteraard is het mogelijk om een verordening op te stellen waarbij alleen kiesgerechtigden de mogelijkheid krijgen om een referendum te organiseren, of een verordening met een referendum op alleen initiatief van de raad. Tweede lid, onder j: De algemene uitzonderingsgrond in het tweede lid, onder j, benadrukt en garandeert de beoordelingsvrijheid van de raad. Het is een bepaling die wel in de Model Referendumverordening van 2009 stond, maar niet was opgenomen in de Tijdelijke referendumwet of de Wet raadgevend referendum.

De keuze voor het niet opnemen van deze uitzonderingsgrond hangt samen met de gedachte dat enerzijds voorkomen moet worden dat de verordening een leeg instrument wordt waarbij het praktisch onmogelijk wordt een referendum te organiseren. Anderzijds is het voor de burger belangrijk dat duidelijk is over welke besluiten geen referendum kan worden gehouden. Een algemene uitzonderingsgrond strookt niet met deze gedachten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6/10 In de praktijk wordt deze algemene uitzonderingsgrond door gemeenten wel gebruikt. Deze uitzonderingsgrond kan bijvoorbeeld toegepast worden als r over het onderwerp al een uniforme openbare voorbereidingsprocedure is geweest. Ook kan deze bepaling worden toegepast als het belang van een referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving (soms betreft dit mensen die zelf niet kiesgerechtigd zijn). Er kan verder sprake zijn van fatale termijnen of de mogelijkheid van grote financiële claims. Als de raad gebruik maakt van de algemene uitzonderingsgrond moet dit goed worden gemotiveerd. Het betreft een besluit waartegen beroep open staat. De referendumcommissie heeft een belangrijke rol bij de advisering over de toepassing van met name deze uitzonderingsgrond.

Omdat de raad beoordelingsvrijheid heeft, toetst de rechter terughoudend (zie ABRvS 23-04-2014, ECLI:NL:RVS:2014:1402). Zie verder voor de toepassing van een vergelijkbare maar ruimere uitzonderingsgrond Rb Oost- Brabant, ECLI:NL:RBOBR:2016:3494 (asielzoekerscentrum Den Bosch): de raad kon in redelijkheid tot het oordeel komen dat het inleidend verzoek moest worden afgewezen. In Rb Noord-Holland ECLI:NL:RBNHO:2017:11154 oordeelde de rechter dat de raad niet afdoende had gemotiveerd dat er dringende redenen zijn als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder k, van de Referendumverordening Zaanstad (dezelfde uitzonderingsgrond als in artikel 2, tweede lid, onder j). Ook in Rb Zutphen 22-06-2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ8972, had de raad niet afdoende gemotiveerd waarom er zwaarwegende redenen waren om geen referendum te houden. De rechtbank overwoog bovendien dat het ontbreken van politieke bereidheid om een referendum te houden, zich niet verhoudt met de aard van het correctief referendum. Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie Tweede lid: Voor de in te stellen referendumcommissie kan een keuze worden gemaakt in het aantal leden: drie of vijf leden. In de praktijk wordt vaak een commissie met vijf leden ingesteld.

Dit heeft als reden dat er – uitgaande van een quorum van drie leden – waarschijnlijk voldoende leden zijn om te allen tijde snel advies uit te kunnen brengen, ook als een of twee leden afwezig zijn door bijvoorbeeld vakantie. Daarnaast geeft een commissie met een ruim aantal leden een oplossing in het geval een van de leden zich wil onthouden van deelname in verband met mogelijke belangenverstrengeling. Dit laatste kan wellicht ook (gedeeltelijk) ondervangen worden door als extra bepaling op te nemen dat leden niet woonachtig mogen zijn in de gemeente. Derde lid: Hier is bepaald dat de referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier. Als de griffier ondersteund wordt door medewerkers, kan hier ook worden toegevoegd dat de griffier daarvoor een medewerker van de griffie aanwijst. Vierde lid: De leden van de referendumcommissie hebben geen enkele relatie met de gemeente. Raadsleden en wethouders zijn betrokken bij het referendumonderwerp en dit kan ook gelden voor ambtenaren of anderen die werkzaam zijn voor de gemeente. Artikelen 4, eerste lid, onder f, 5, tweede lid, 6, tweede en zesde lid, 8, tweede lid, en 11, eerste, vijfde en zesde lid ([termijn]) In een aantal artikelen moet een termijn worden ingevuld. Dit hangt vaak af van de lokale processen en wensen.

Het betreft de artikelen 4, eerste lid, onder f, 5, tweede lid, 6, tweede en zesde lid, 8, tweede lid, en 11, eerste, vijfde en zesde lid. [Artikel 5. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek, Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek EN/OF Artikel 7. Initiatief van de raad ] Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7/10 In de Model Referendumverordening zijn drie referendumvarianten opgenomen: 1. De mogelijkheid dat kiesgerechtigden het initiat ief nemen voor een referendum (artikelen 5 en 6); 2. de mogelijkheid dat de raad het initiatief neemt (artikel 7), en 3. een mogelijkheid voor beide opties (artikelen 5 t ot en met 7). De raad moet hierbij een keuze maken, de nummering van de artikelen moet daarop worden aangepast. Artikelen 5, eerste lid, en 6, eerste lid: Deze leden regelen de zogenaamde drempels voor het inleidend en definitief verzoek in de vorm van een absoluut aantal voor de ondersteuningsverklaringen. In de Referendumverordening dienen absolute getallen opgenomen te worden voor het aantal ondersteuningsverklaringen. Voor de burger moet duidelijk te zijn wat van hem of haar verwacht wordt. Als gekeken wordt naar een tiental vrij recente gemeentelijke referendumverordeningen, blijkt dit een vrij eenduidig beeld op te leveren.

Voor het inleidend verzoek wordt gekozen voor een aantal ondersteuners dat uitkomt op 1% van de kiesgerechtigde inwoners. Voor het definitief verzoek is een aantal ondersteuners nodig dat bestaat uit 5% van de kiesgerechtigden. Artikel 6 , vierde lid (nieuw): In dit lid is naast de mogelijkheid om ondersteuningsverklaringen op papier af te leggen ook de elektronische mogelijkheid geregeld. Artikel 5, vijfde lid, en 6, vijfde lid: De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen. Artikel 7 (nieuw): De raad kan zelf besluiten om een referendum te houden. Daarbij moet wel rekening te worden gehouden met artikel 2. Artikel 8. Datum stemming Eerste lid: Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden is voorbehouden aan de raad. Tweede lid (nieuw): De gemeente kan zelf de termijn invullen. Deze termijn kan worden verlengd als het referendum in een schoolvakantie zou vallen, of om te kunnen aanhaken bij een reguliere verkiezing. Artikel 9. Vraagstelling referendum Tweede lid: In dit lid zijn drie keuzes mogelijk, gekoppeld aan de drie referendumvarianten: 1. bij de keuze voor een referendum op initiatief va n kiesgerechtigden (artikelen 5 en 6), wordt aan de kiesgerechtigden de (eenvoudige) vraag voorgelegd of zij vóór dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit zijn; 2.

bij de keuze voor een referendum op initiatief va n de raad (artikel 7), kan aan de kiesgerechtigden de (eenvoudige) vraag voorgelegd worden of zij vóór dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit zijn EN/OF kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen, en Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8/10 3. bij de keuze voor beide opties (artikelen 5 tot e n met 7) wordt bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigden (artikelen 5 en 6) aan de kiesgerechtigden de (eenvoudige) vraag voorgelegd of zij vóór dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit zijn; en bij een referendum op initiatief van de raad (artikel 7) kan aan de kiesgerechtigden de (eenvoudige) vraag voorgelegd worden of zij vóór dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit zijn EN/OF kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. De raad moet hierbij een keuze te maken, de nummering van de artikelleden moet daarop aangepast worden. Artikel 10. Budget, subsidieplafond en subsidiecriteria Tweede lid: De raad kan ervoor kiezen naast het subsidieplafond ook deelplafonds vast te stellen. Als voor deze optie wordt gekozen, kunnen de deelplafonds worden vastgesteld voor de verdeling over drie categorieën: voor, tegen en neutraal.

Derde lid: De hier opgenomen inhoudelijke toetsingscriteria (in de vorm van weigeringsgronden) kunnen door de raad desgewenst aangevuld worden. Vierde lid : Om het mogelijk te maken dat een groep burgers subsidie aanvraagt voor het stimuleren van het publieke debat en meningsvorming wordt hier gesproken van een collectief van kiesgerechtigden. Hoe groot dit collectief moet zijn, is een lokale keuze en dit moet in onderdeel a te worden vastgelegd. Het ligt voor de hand om de verantwoordelijkheid voor de subsidieaanvraag en het organiseren van de activiteit niet bij één kiesgerechtigde burger neer te leggen. Vijfde lid: Als de raad besluit dat er een subsidiemogelijkheid komt voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat, moet de raad bepalen wat het maximale subsidiebedrag per aanvraag kan zijn. Zesde lid: In dit lid moet “of deelplafond” worden toegevoegd als in het tweede lid de keuze voor het instellen van deelplafonds is gemaakt. Zevende lid: Hier moet de citeertitel van de gemeentelijke ASV te worden ingevuld. Daarmee is dan geregeld dat op subsidies verstrekt op grond van de Referendumverordening de ASV niet van toepassing is. De ASV geeft diverse standaardbepalingen, bijvoorbeeld voor aanvraag- en beslistermijnen, die voor de hier bedoelde subsidies niet toepasbaar zijn en waarvan dus moet worden afgeweken.

Ook bevat de ASV een bepaling waarin de bevoegdheid om nadere regels te stellen aan het college wordt gedelegeerd. Dat is bij een referendum niet wenselijk; het gaat immers om een instrument van de raad. Artikel 11. Subsidieverlening en vaststelling Tweede lid : Hier moet “of deelplafond” te worden toegevoegd als in artikel 10, tweede lid, de keuze voor het instellen van deelplafonds is gemaakt. Derde lid: Door middel van het toekennen van punten aan de vijf onderscheiden criteria in de onderdelen a tot en met e, is het mogelijk de aanvragen te toetsen op deze criteria en onderling tegen elkaar af te wegen. Een puntensysteem maakt dat inzichtelijk. De aanvragen met de meeste Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9/10 punten worden het eerst gehonoreerd, daarna de volgende, en zo verder tot het subsidieplafond of deelplafond is bereikt. Artikel 12. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij de gang van zaken bij de raadsverkiezingen. Vandaar dat de desbetreffende bepalingen uit de Kieswet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, voor zover er geen regeling in deze verordening zelf is opgenomen. Dit betekent dat het college belast is met de uitvoering en de organisatie van het referendum. Artikel 13.

Uitslag Derde lid: Dit lid moet overgenomen worden als in de Referendumverordening beide referendumvarianten zijn opgenomen of als de referendumvariant van referendum op initiatief van de raad is geregeld. Artikel 15. Intrekking oude verordening en Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 15 is nieuw en de artikelen over inwerkingtreding en citeertitel in de eerdere modelverordening zijn samengevoegd tot één artikel. Hiermee is het model in lijn gebracht met de 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever. 7. Procesoverzicht Referendum op initiatief kiesgerechtigden In Bijlage 3 is een overzicht opgenomen van een referendumproces op basis van de Model Referendumverordening waarbij kiesgerechtigden het initiatief nemen. Doordat een referendum niet met enige regelmaat plaatsvindt, kan het even zoeken zijn naar wie verantwoordelijk is bij welke stap in het referendumproces. Dit overzicht kan snel duidelijkheid verschaffen. Het overzicht kan aangepast worden aan de lokale situatie, aangevuld worden met vergaderdata van de raad, de referendumcommissie en dergelijke. 8. Bijlagen Deze ledenbrief bevat drie bijlagen: Bijlage 1 - Model Referendumverordening. Bijlage 2 - Tekst van de Referendumverordening: Opgemaakt in Word 2.0-format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting. Bijlage 3 - Procesoverzicht Referendum op initiatief kiesgerechtigden. 9.

Informatie De teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via Kennisbank Decentrale Regelgeving ( www.kder.nl ). De VNG-modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving ( https://puc.overheid.nl/mdr/ ). Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10/10 Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl ). Hoogachtend, J. Kriens Algemeen directeur Deze ledenbrief staat ook op www.vng.nl onder ‘Producten & Diensten’ - ‘Brieven’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/7424fee2-feaa-4596-8c83-2a6e5f308544?agendaItemId=81a8ba57-1a48-4b71-918b-76b024bda29b