13.0 Informatienota 2024 - 50 - Ruimtelijke Verkenning en Bouwstenen Veenweidestrategie
Tekst van het document
De sterke wegzijging uit de omgeving naar de Koekoekspolder leidt tot hoge kosten om het water hier zo te beheren dat de huidige functies (vooral glastuinbouw) mogelijk blijven. Daarnaast leidt de wegzijging uit de naastgelegen Mastenbroekerpolder tot verdroging. Deze verdroging leidt tot inbolling in percelen, waardoor met name nabij de Koekoekspolder de diepere delen van een weiland decimeters lager liggen dan het waterpeil. Dit leidt tot kwetsbaarheid van de percelen voor overstroming vanuit de sloten bij hoogwateromstandigheden. De bodemdaling snelheid is als gevolg van gunstige bodemkundige (kleidek en veentype) en geohydrologische omstandigheden relatief klein in de Mastenbroek (ca. 5 mm/jaar). De bodem daalt het snelst in het zuiden en in de randzone van de Koekoek. De bodemdaling snelheid in de Koekoekspolder is berekend op gemiddeld ongeveer 8 mm/jaar. De doorsnede rechts met bijbehorende kaart geeft de verwachte veendikte weer zonder aanvullende maatregelen. Te zien is dat een deel van het veen verdwijnt. Daarnaast leidt de sterke wegzijging tot verdroging in de randzone en natschade in de Koekoekspolder. Dit leidt tot opbrengstderving van het huidige agrarische gebruik. Bovendien wordt het in stand houden van het huidige watersysteem duurder. Huidige situatie: De doorsnede laat de opbouw van het landschap in Mastenbroek zien.
Hierin is duidelijk te zien dat de Koekoekspolder (linkerzijde van de doorsnede) is uitgegraven; ooit liep het maaiveld hier gewoon door op gelijke hoogte met de rest van de Mastenbroekerpolder. Door het afgraven van het veen is de dunne laag klei die wel aanwezig is in de rest van de Mastenbroekerpolder hier niet meer aanwezig. In het noorden van de Mastenbroekerpolder en nabij IJsselmuiden liggen de dikste veenpakketten. Situatie bij 'doorgaan volgens huidige praktijk', ca. 2100: Bodemdaling zet door met in 2100 tot wel 50cm, waarbij aan de zuidzijde van het gebied een groot deel van het veen is verdwenen. Daarnaast nemen lokale hoogteverschillen toe (holle percelen).
Mastenbroek Randzone Koekoekspolder Dikke veenlaag met kleidek, sterke infiltratie richting Koekoekspolder Polder Mastenbroek Redelijk dikke veenlaag met kleidek, kwel langs de randen, infiltratie richting Koekoekspolder Deelgebied Mastenbroek 1/4 Legenda geen veen of < 40cm 150 tot 200 cm veen 100 tot 150 cm veen 200 tot 250 cm veen 70 tot 100 cm veen 250 tot 300 cm veen 40 tot 70 cm veen > 300 cm veen College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681106/120 De kaart hiernaast laat zien welke hydrologische maatregelen (iconen in blauwe vakjes) en bodemmaatregelen (iconen in bruine vakjes) effectief kunnen zijn voor het remmen van bodemdaling en het minimaliseren van broeikasgassen, op verschillende locaties in Mastenbroek en de Koekoekspolder. Over het algemeen zijn de hydrologische maatregelen greppelinfiltratie en slootverdichting potentieel effectief in de Mastenbroek. In het midden en zuiden van het deelgebied is de drooglegging groot. Hier kan de combinatie van peilopzet met slootverdichting effectief zijn. In de randzone Koekoekspolder is de drooglegging klein, waardoor verdere peilopzet niet effectief is. Waterinfiltratiesystemen hebben potentie in het centrum van het deelgebied en in de randzone. Omdat de kwelflux in het zuiden en noorden aanzienlijk is, zijn waterinfiltratiesystemen hier minder geschikt.
Door de grote drooglegging in de Koekoekspolder is peilopzet hier een potentieel effectieve maatregel. Door de extreme kwelflux en het huidige landgebruik zijn overige hydrologische maatregelen niet effectief. Door het aanwezige kleidek hebben bodemmaatregelen geen grote potentie in de Mastenbroek. Overlagen en klei in veen brengen kunnen potentieel effectief zijn op locaties waar het kleidek dunner is, profiel keren is door het dikke veenpakket ongeschikt. Mogelijke structurerende maatregelen zijn het vernatten van een bufferzone rond de Koekoekspolder en/of het onder water zetten van de Koekoekspolder. Vernatting van de randzone zorgt voor afname van de kwelstroming richting de Koekoekspolder. Het onder water zetten van de Koekoekspolder kan deze stroming nagenoeg stoppen. In de schematische kaartjes hiernaast en in de adaptatiepaden B en C zijn deze maatregelen weergeven. Hydrologische en bodemmaatregelen Huidige situatie en A: Diepe polder in agrarisch veenweidegebied Situatie B: Randzone Koekoekspolder als natte bufferzone Situatie C: Open water in de Koekoekspolder Structurerende maatregelen A A' p.
26 Koekoeks- polder Randzone Koekoekspolder polder Mastenbroek Koekoeks- polder Randzone Koekoekspolder polder Mastenbroek Koekoeks- polder Randzone Koekoekspolder polder Mastenbroek Mogelijke maatregelen en bijbehorende adaptatiepaden 2/4 Systeem De figuur met adaptatiepaden op de volgende pagina geeft de mogelijke ontwikkeling weer van dit gebied. De figuur leest van onder naar boven. Om in het gebied zelf de bodemdaling te remmen en uitstoot van broeikasgassen te reduceren is vernatting nodig, dan wel het aanpassen van de oxideerbaarheid van de bodem; dit kan door middel van hydrologische maatregelen (lichtblauwe pijl en icoontjes) en met bodemmaatregelen (lichtbruine pijl met icoontjes). Hieronder is weergegeven welke maatregelen in dit gebied effectief kunnen zijn, in de technische bijlage worden deze maatregelen uitgebreid beschreven. Voor de bodemmaatregelen zijn eerst pilots nodig om de daadwerkelijke effectiviteit te onderzoeken. Voor peilverhoging is het nodig om de peilvak begrenzingen te herzien, zodat ze beter aansluiten om het verloop in maaiveld. Met alleen deze maatregelen zal de veenoxidatie en bodemdaling echter doorgaan.
Als het gewenst is om de veenbodem te behouden en om een robuuster watersysteem te creëren dan kan gekozen worden voor structurerende maatregelen: een natte bufferzone rondom de Koekoekspolder respectievelijk het onder water zetten van de Koekoekspolder (weergegeven met de paarse pijlen). Deze worden hieronder kort toegelicht. Proces Naast de keuze voor hydrologische en bodemmaatregelen kan in dit gebied dus gekozen worden voor structurerende maatregelen. De dunne pijlen in de figuur geven het proces aan dat hiervoor nodig is. Het eerste keuzemoment (rode cirkel in de 1e kolom) is of (en hoe) er een bufferzone wordt ingericht rondom de Koekoekspolder, of dat er direct wordt ingezet op het onder water zetten van de Koekoekspolder (adaptatiepad C). Het tweede keuzemoment (rode cirkel in middelste kolom) is de keuze of na adaptatiepad B door ontwikkelen naar C gewenst is, waarbij de Koekoekspolder alsnog onder water kan worden gezet. Bij de keuzes is een brede afweging gewenst, inclusief effecten op het huidige landgebruik (met veel geïnvesteerd kapitaal) en de relatie met andere regionale opgaven. De structurerende maatregelen vragen een nieuw verdienmodel voor landbouw onder natte omstandigheden. En als op lange termijn gekozen wordt voor onder water zetten van de Koekoek dan vraagt dat tijdig duidelijkheid (i.v.m. grote investeringen).
Ondertussen kan op korte termijn gestart worden met pilots voor bodemmaatregelen en toepassing van hydrologische maatregelen. Legenda: + + + + ++ + + Peil verhogen Sloten verdichten Greppelin/f_iltratie Overlagen Pro/f_iel keren Klei in veen Water in/f_iltratiesysteem + + + + ++ + + Peil verhogen Sloten verdichten Greppelin/f_iltratie Overlagen Pro/f_iel keren Klei in veen Water in/f_iltratiesysteem + + + + ++ + + Peil verhogen Sloten verdichten Greppelin/f_iltratie Overlagen Pro/f_iel keren Klei in veen Water in/f_iltratiesysteem A-A' geeft de locatie van de doorsnedes weer zoals opgenomen in de adaptatiepaden College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681107/120 A B C Mastenbroek A A B B C + + ++ + + + + + + Maatregelen Koekoek Maatregelen Mastenbroek Natte buffer- zone Koekoek onder water oordeelsvorming, besluitvorming Oordeelsvorming, besluitvorming Herziening peilbesluit Herziening peilbesluit Plan- vorming Koekoek onder water? Koekoek onder water? Inrichting bufferzone ? Procedures Plan- vorming Investeringscyclus agrarisch landgebruik Investeringscy- clus kassen Investerings- cyclus kassen Pilots Bodem en water sturend? Mate van robuustheid water- en bodemsysteem 2025 2050 2040 2070 2030 2100 Korte termijn Middellange termijn Maatregelpakket hydrologisch Procedures Onderzoek/ pilots Legenda: Maatregelpakket bodemkundig Structurerende maatregel
Investeringscycli Oordeelsvorming, besluitvorming, planvorming Lange termijn Mastenbroek • Bodemdaling en uitstoot broeikasgassen geremd, maar op termijn v an jaren alsnog bodemdaling en broeikasgasuitstoot te verwachten • Hoge k osten watersysteem (terugpompen én wegpompen), meer kunstwerken tussen peilvakken • Opbrengstv ermindering voor huidig agrarisch gebruik door nattere omstandigheden • Bodemdaling en uitstoot broeikasgassen geremd, maar op termijn v an jaren alsnog bodemdaling en broeikasgasuitstoot te verwachten • Hoge k osten watersysteem (terugpompen én wegpompen), meer kunstwerken; evt kades bij bufferzone • Glastuinbouw in K oekoek blijft onveranderd; kleine toename waterbezwaar Koekoek • Grote opbrengstv ermindering voor huidig agrarisch gebruik door nattere omstandigheden • Nieuw landschap in r andzone • K ansen weidevogels • Bodemdaling en uitstoot broeikasgassen sterk geremd. • Grote opbrengstv ermindering voor huidig agrarisch gebruik door nattere omstandigheden; extensieve veehouderij blijft mogelijk in groot deel Mastenbroek; kansen voor weidevogels • Nieuw landschap K oekoekspolder • Geen mogelijkheid v oor huidige glastuinbouwfunctie in Koekoek. • Uitstr alingseffecten via grondwater naar bebouwd gebied IJsselmuiden Adaptatiepaden Mastenbroek 3/4 A A' A A' A A'A A'A A' p.
27 College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681108/120 p. 28 Thema Overkoepelend dilemma Gebiedsspecifieke aandachtspunten Mastenbroek Urgentie voor remmen bodemdaling Vanuit het bodem- en watersysteem kan een urgentie bestaan (bijv. vanuit verhoogde maatschappelijke kosten door bodemdaling). Deze urgentie komt niet altijd overeen met de urgentie voor het remmen van bodemdaling zoals die in het gebied beleefd wordt. Die verschilt per gebied en wordt met name bepaald door het effect op huidig landgebruik. In de randzone wordt de urgentie voor het remmen van bodemdaling gevoeld door agrariërs (en het waterschap), door natte omstandigheden. In de rest van de Mastenbroek wordt dit minder gevoeld. Dit bleek tijdens de inloopbijeenkomst in oktober 2023. Bewoners gaven o.a. aan dat zij niet de oplossing willen zijn voor problemen door de keuzes bij de Koekoekspolder. In de Koekoekspolder wordt de urgentie niet echt gevoeld; kans op wateroverlast neemt wel toe. Kansen voor reductie uitstoot broeikasgassen Voor de veenweidegebieden dient een afweging gemaakt te worden waar ingezet gaat worden op het terugbrengen van uitstoot van broeikasgassen om aan de regionale opgave (Klimaatakkoord) te voldoen. Aandachtspunten bij hydrologische maatregelen Hydrologische maatregelen kunnen bodemdaling remmen en leiden tot emissiereductie.
Voordat tot brede toepassing wordt overgegaan is meer informatie nodig. Aandachtspunten zijn o.a.: • T oenemende watervraag • Afname v an bufferfunctie (wateroverlast) • Risico v an averechts effect op broeikasgasemissie als gevolg van verhoogde methaan en lachgasvorming bij permanente zeer hoge grondwaterstand. • R obuustheid en duurzaamheid maatregelen: tijdelijk of ook met oog op lange termijn, materialen in de bodem i.r.t. duurzaamheid • W aterkwaliteit (fosfaten: kan tijdelijk slechter Effectiviteit verschillend per locatie irt kwel/wegzijging. Aandachtspunten bij bodemmaatregelen Bij bodemmaatregelen speelt de vraag in hoeverre aanpassing van bodemomstandigheden gewenst is, vanuit de bodem en water sturend gedachte. Effectiviteit verschillend per locatie irt kwel/wegzijging Structurerende maatregelen Structurerende maatregelen zijn gebiedsspecifiek. Ze vragen vaak functiewijziging en gaan soms over bestuurlijke grenzen heen. Dit is dus breder dan de veenweide opgave, en vraagt een integrale afweging. Mogelijke structurerende maatregelen zijn een bufferzone om de Koekoek heen of de Koekoek onder water zetten. Dit heeft grote impact op huidig landgebruik (met veel geïnvesteerd kapitaal in kassen).
Samenhangende afweging van maatregelen Hoeveel ga je investeren in maatregelen in het gebied (perceel/ bedrijf) als je uiteindelijk een structurerende maatregel gaat nemen waarbij deze maatregelen niet (meer) nodig zijn? Mastenbroek kan ook bij structurerende maatregelen in agrarisch gebruik blijven, dus hydrologische- en bodemmaatregelen zijn in principe goede investeringen. Voor de randzone is bij de afweging voor maatregelen (investeringen voor vernatting) de samenhang met de mogelijke keuze voor de Koekoek relevant. Vernatting randzone is namelijk niet nodig als je Koekoek onder water zet. Keuzes in veenweide i.r.t. natuurgebieden Behoud van natuurgebieden is vigerend beleid, in het bijzonder Natura2000-gebieden. In sommige veenweidegebieden vraagt dat om structurerende maatregelen, met effect op bijv. huidig agrarisch gebruik. Een tijdige lange termijn afweging hierin is gewenst. Aandachtspunten voor vervolg In dit onderzoek zijn bouwstenen voor het gesprek aangereikt, zowel over hydrologische en bodem maatregelen als voor lange termijn keuzes/ structurerende maatregelen. Als er besluiten genomen worden, is er een bredere afweging en de juiste beslisinformatie nodig.
Uit de bijeenkomst van de deelgebiedscommissie (en de daaraan voorafgaande inloopbijeenkomst in oktober 2023): • Leg de relatie met de K oekoekspolder: belangrijk om aan de slag te gaan met de structurerende keuzen. Geef ook aan hoe de relatie is met andere gebieden als Kampereiland en de Noordoostpolder. • Sluit aan bij de pr aktijk: liefst op perceelniveau informatie over werkelijke veen- en kleidiktes, wat is de werkelijke bodemdaling en wat is werkelijk slootpeil, wat ligt er al aan greppels. Dit onderzoek is al een goede stap door differentiatie in gebieden. • Goed om te weten w at wel en niet werkt (en waar). Ga in het vervolg de maatregelen haalbaar betaalbaar en uitvoerbaar maken en kosten/ baten in beeld brengen. • Belangrijk om niet te lang te w achten met het gebied ingaan; ga praten over pilots, in samenhang met lange termijn maatregelen en neem andere belangen daarin mee. • W aterbeschikbaarheid is aandachtspunt bij vernatting: is er wel genoeg water? • Behoefte aan meer (kleinere) peilv akken • Aandachtspunten bij drukdr ainage zijn o.a. kwetsbaarheid, kosten, beheer, duurzaamheid, benodigde wateraanvoer. • Enthousiasme v oor bodemmaatregelen: leren van ervaringen elders. Hier aan de slag met klei op veen en leren van egaliseren van holle percelen.
• V erdichten slotenpatroon ook in de praktijk gaan testen • Z org voor een verdienmodel voor agrariërs; in Mastenbroekerpolder zijn veel blijvende agrarische bedrijven en is grondprijs hoog. Is verder vernatten mogelijk i.c.m. melkveehouderij? Deel resultaten met pilots van natte teelten. • Kijk ook naar effecten op bijv . waterkwaliteit, begaanbaarheid van het land, nutriëntenbalans • Flexibiliteit in maatregelen in seiz oenen/tijd: regelbaarheid is positief, als je bijv. in zomer kunt infiltreren is dat ook winst voor landbouw • Geef zicht op de effectiviteit v an bodemmaatregelen als bemesten en beheer grasland. 4/4Dilemma's en synthese Mastenbroek College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681109/120 p. 29 Het deelgebied Kamperveen Zuid ligt ingesloten tussen de Veluwe, de IJssel en een laaggelegen poldergebied in Gelderland aan de westzijde (gemeente Oldebroek). Een kenmerkend aspect van het deelgebied is het grillige bodempatroon, met veel variatie op korte afstand van elkaar. Het versnipperde veenpakket varieert sterk in dikte: dun in het zuiden en midden (50-100 cm) en dikker in het noorden (ca. 150 cm). Ook het kleidek dat op het veen ligt varieert sterk in dikte (20-50 cm). Op kleine schaal is sprake van zowel kwel als wegzijging.
Kwel door de nabijheid van IJssel en hogere zandgronden; wegzijging in het westen van het deelgebied richting de Flevopolder. De linker doorsnede op deze pagina geeft het huidige bodem- en watersysteem en het huidige landgebruik weer. De onderste kaart laat de huidige veendikte zien. De doorsnede rechts met bijbehorende kaart geeft de verwachte veendikte weer zonder aanvullende maatregelen. In Kamperveen verdwijnt het veen grotendeels vanwege de lage grondwaterstanden in droge omstandigheden. Slechts enkele plukken blijven over. Dit zijn de gebieden waar rivierwater of grondwater van de Veluwe opkwelt en het uitzakken van de grondwaterstand in droge situaties vermindert. Huidige situatie: De doorsnede laat de opbouw van het landschap in Kamperveen zien, met het grillige bodempatroon en een versnipperd veenpakket. Situatie bij ‘doorgaan volgens huidige praktijk', ca. 2100: Bodemdaling zet door, waarbij op lange termijn het veen zal verdwijnen.
Legenda geen veen of < 40cm 150 tot 200 cm veen 100 tot 150 cm veen 200 tot 250 cm veen 70 tot 100 cm veen 250 tot 300 cm veen 40 tot 70 cm veen > 300 cm veen Kamperveen Zuid van Reevediep Dunne veenlaag met kleidek, kwel aan oostzijde, infiltratie aan westzijde Deelgebied Kamperveen 1/4 College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681110/120 Systeem De figuur met adaptatiepaden op de volgende pagina geeft de mogelijke ontwikkeling weer van dit gebied. De figuur leest van onder naar boven, zie de inleiding voor een toelichting op adaptatiepaden. Om in het gebied zelf de bodemdaling te remmen en uitstoot van broeikasgassen te reduceren is vernatting nodig, dan wel het aanpassen van de oxideerbaarheid van de bodem; dit kan door middel van hydrologische maatregelen (lichtblauwe pijl en icoontjes) en met bodemmaatregelen (lichtbruine pijl met icoontjes). Hieronder is weergegeven welke maatregelen in dit gebied effectief kunnen zijn, in de technische bijlage worden deze maatregelen uitgebreid beschreven. Voor de bodemmaatregelen zijn eerst pilots nodig om de daadwerkelijke effectiviteit te onderzoeken. Met alleen deze maatregelen zal op den duur echter het veen alsnog verdwijnen. Om de veenbodem te behouden en de uitstoot van broeikasgasemissies terug te brengen kan gekozen worden voor de structurerende maatregel grootschalige vernatting (paarse pijl).
Deze wordt hieronder kort toegelicht. Proces Voor Kamperveen kan naast het inzetten van hydrologische en bodemmaatregelen gekozen worden voor grootschalige vernatting. De dunne pijlen in de figuur geven het proces aan dat hiervoor nodig is. Het keuzemoment (rode cirkel in de 1e kolom) is of ingezet gaat worden op grootschalige vernatting. Bij de keuzes voor het gebied dient ook aandacht te zijn voor andere regionale opgaven, zoals de hydrologische relatie met de Hoge Veluwe en het Reevediep. Grootschalige vernatting vergt een zorgvuldig proces waarin niet alleen naar bodemdaling en veenoxidatie wordt gekeken, maar ook naar andere vraagstukken en naar effecten op huidig landgebruik en mogelijkheden voor andere functies (natuurontwikkeling). Ondertussen kan op korte termijn gestart worden met de toepassing van hydrologische maatregelen. Structurerende maatregelen Reevediep Reevediep Reevediep Reevediep A-A' geeft de locatie van de doorsnedes weer zoals opgenomen in de adaptatiepaden p. 30 Mogelijke maatregelen en bijbehorende adaptatiepaden 2/4 De kaart hieronder laat zien welke hydrologische maatregelen (iconen in blauwe vakjes) en bodemmaatregelen (iconen in bruine vakjes) effectief kunnen zijn voor het remmen van bodemdaling en het minimaliseren van broeikasgassen. Het deelgebied kenmerkt zich door een zeer grillig bodempatroon, met veel lokale verschillen.
In het oostelijke deel van het gebied komen plekken voor waar alle hydrologische maatregelen potentieel effectief zijn. Ook bodemmaatregelen hebben hier potentie, al is maatwerk op perceelsniveau noodzakelijk om (gegeven de lokale veendikte en kleidikte) de juiste maatregel toe te passen. In het zuidwesten is de kwelflux op de meeste plekken groter, waardoor waterinfiltratiesystemen ongeschikt zijn. Door het dikkere kleidek zijn bodemmaatregelen hier over het algemeen ongeschikt. De structurerende maatregel in Kamperveen is grootschalige vernatting van de veengebieden. De verhoging van de grondwaterstanden remt de veenoxidatie aanzienlijk. In de gebieden die wegzijgen zal het effect minder zijn. Grootschalige vernatting van de veengebieden vraagt een gesprek over bestuurlijke grenzen heen. In de schematische kaartjes hiernaast en bij adaptatiepad C zijn deze maatregelen weergeven.
Hydrologische en bodemmaatregelen Huidige situatie en bij A toepassing hydrologische maatregelen: Een grillig patroon van veenweidegebiedjes Situatie C: Vernatting van de veengebieden in Kamperveen Legenda: + + + + ++ + + Peil verhogen Sloten verdichten Greppelin/f_iltratie Overlagen Pro/f_iel keren Klei in veen Water in/f_iltratiesysteem + + + + ++ + + Peil verhogen Sloten verdichten Greppelin/f_iltratie Overlagen Pro/f_iel keren Klei in veen Water in/f_iltratiesysteem + + + + ++ + + Peil verhogen Sloten verdichten Greppelin/f_iltratie Overlagen Pro/f_iel keren Klei in veen Water in/f_iltratiesysteem A A' College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681111/120 • Bodemdaling en uitstoot broeikasgassen geremd, maar op termijn v an jaren alsnog bodemdaling en broeikasgasuitstoot te verwachten en veen raakt uiteindelijk op • Opbrengstv ermindering voor huidig agrarisch gebruik door nattere omstandigheden • Bodemdaling en uitstoot sterk geremd • In v eengebieden: jaarrond water op maaiveld met kansen voor andere functies water op maaiveld + + ++ + + + + Maatwerk veen is op x oordeelsvorming, besluitvorming grootschalige vernatting? plan- vorming investeringscyclus agrarisch landge- bruik Proce- dures 2025 2050 2040 2070 2030 2100 Mate van robuustheid water- en bodemsysteem A A C Korte termijn Middellange termijn Maatregelpakket hydrologisch Procedures
Onderzoek/ pilots Legenda: Maatregelpakket bodemkundig Structurerende maatregel Investeringscycli Oordeelsvorming, besluitvorming, planvorming Lange termijn Kamperveen Kamperveen Adaptatiepaden Kamperveen 3/4 p. 31 College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681112/120 Thema Overkoepelend dilemma Gebiedsspecifieke aandachtspunten Kamperveen Urgentie voor remmen bodemdaling Vanuit het bodem- en watersysteem kan een urgentie bestaan (bijv. vanuit verhoogde maatschappelijke kosten door bodemdaling). Deze urgentie komt niet altijd overeen met de urgentie voor het remmen van bodemdaling zoals die in het gebied beleefd wordt. Die verschilt per gebied en wordt met name bepaald door het effect op huidig landgebruik. De bodemdaling heeft weinig effect op het huidig grondgebruik. Kansen voor reductie uitstoot broeikasgassen Voor de veenweidegebieden dient een afweging gemaakt te worden waar ingezet gaat worden op het terugbrengen van uitstoot van broeikasgassen om aan de regionale opgave (Klimaatakkoord) te voldoen. Aandachtspunten bij hydrologische maatregelen Hydrologische maatregelen kunnen bodemdaling remmen en leiden tot emissiereductie. Voordat tot brede toepassing wordt overgegaan is meer informatie nodig.
Aandachtspunten zijn o.a.: • T oenemende watervraag • Afname v an bufferfunctie (wateroverlast) • Risico v an averechts effect op broeikasgasemissie als gevolg van verhoogde methaan en lachgasvorming bij permanente zeer hoge grondwaterstand. • R obuustheid en duurzaamheid maatregelen: tijdelijk of ook met oog op lange termijn, materialen in de bodem • i.r .t. duurzaamheid • W aterkwaliteit (fosfaten: kan tijdelijk slechter worden) • R uimtelijke effecten: wat betekenen de maatregelen voor aanliggend gebied, agrarisch landgebruik of functies als natuur • V erdienmodel bij vernatting De bodemopbouw en het maaiveldverloop in de veengebieden zijn grillig. Binnen een peilvak zijn grote verschillen, daarmee zijn hydrologische maatregelen op peilvakniveau lastig te realiseren; op perceelsniveau is dit makkelijker. Daarnaast grenzen de veengebieden ook aan de provincie Gelderland. Toepassing van hydrologische maatregelen vraagt afstemming met deze provincie en de gemeente en waterschap daar. Aandachtspunten bij bodemmaatregelen Bij bodemmaatregelen speelt de vraag in hoeverre aanpassing van bodemomstandigheden gewenst is, vanuit de bodem en water sturend gedachte. Kunnen lokaal effectief zijn. Structurerende maatregelen Structurerende maatregelen zijn gebiedsspecifiek. Ze vragen vaak functiewijziging en gaan soms over bestuurlijke grenzen heen.
Dit is dus breder dan de veenweide opgave, en vraagt een integrale afweging. Grootschalig vernatting van de veengebieden. Samenhangende afweging van maatregelen Hoeveel ga je investeren in maatregelen in het gebied (perceel/ bedrijf) als je uiteindelijk een structurerende maatregel gaat nemen waarbij deze maatregelen niet (meer) nodig zijn? Als uiteindelijk wordt gekozen voor sterke vernatting (bijvoorbeeld in combinatie met natuurontwikkeling) van de veengebieden zijn sommige hydrologische en bodemmaatregelen niet meer relevant. Keuzes in veenweide i.r.t. natuurgebieden Behoud van natuurgebieden is vigerend beleid, in het bijzonder Natura2000-gebieden. In sommige veenweidegebieden vraagt dat om structurerende maatregelen, met effect op bijv. huidig agrarisch gebruik. Een tijdige lange termijn afweging hierin is gewenst. Aandachtspunten voor vervolg In dit onderzoek zijn bouwstenen voor het gesprek aangereikt, zowel over hydrologische en bodem maatregelen als voor lange termijn keuzes/structurerende maatregelen. Als er besluiten genomen worden, is er een bredere afweging en de juiste beslisinformatie nodig. p. 32 4/4Dilemma's en synthese Kamperveen College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681113/120 p.
33 Conclusies Bouwstenen voor maatregelpakketten PPLG en veenweidestrategie De veenweidestrategie is onderdeel van de integrale aanpak van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). De uitgevoerde analyse biedt bouwstenen om in het PPLG voor de veenweidegebieden tot een maatregelenpakket te komen. Ook is hiermee vanuit de opgaven in de veenweidegebieden voor bodemdaling en CO 2 de inhoudelijke basis voor gebiedsprocessen verder aangevuld in deze rapportage en de bijbehorende technische rapportage. Zo is o.a. de ondergrond verder geanalyseerd: naast informatie als daadwerkelijke bodemdaling en dikte veen- en kleilaag zijn ook de (geo)hydrologische processen per gebied verbeeld. Vanuit kennis van het bodem- en watersysteem en de actuele kennis rond maatregelen is de aanpak voor de veenweidegebieden een stap verder gebracht met aandacht voor visievorming en praktische stappen voor de korte termijn. Met de actuele kennis in Nederland rond veenweide (o.a. uit lopende pilots) i.c.m. gebiedskarakteristieken is de geschiktheid van hydrologische en bodemmaatregelen per gebied in beeld gebracht. We hebben daarmee nu in beeld welke maatregelen in welk gebied effectief kunnen zijn om bodemdaling te remmen en CO2 te reduceren. In de vervolgstappen kunnen voor een aantal maatregelen meer inzichten worden verworven d.m.v. pilots (zie kop pilots).
Ook zal in het vervolg een brede afweging plaats moeten vinden voor alle maatregelen (inclusief de structurerende maatregelen), waarbij ook gekeken wordt naar bijvoorbeeld het effect op huidig agrarisch gebruik. De ambitie in Overijssel is om het landelijk gebied mooi, natuurlijk, economisch sterk en leefbaar te houden. Naast de te bereiken doelen voor tegengaan bodemdaling en CO2 zal in de brede afweging ook aandacht nodig zijn voor bijvoorbeeld de toekomst van de landbouw en herstel van natuur. Op basis van signalen uit deelgebieden zijn per gebied aandachtspunten bij de maatregelen benoemd. Water en bodem sturend (één van de principes voor de nieuwe Omgevingsvisie van Overijssel) is in dit onderzoek concreet ingevuld door te starten vanuit het bodem- en watersysteem en pas daarna de koppeling te leggen met de impact op huidige en mogelijk nieuwe functies. Van visie naar doen: geschiktheid van hydrologische en bodemmaatregelen om veenoxidatie tegen te gaan Voor Noordwest Overijssel is het remmen van de bodemdaling als uitgangspunt vastgesteld. Tot nu is daarbij de denklijn om dit met vernattingsmaatregelen te realiseren. Tegengaan van veenoxidatie kan in principe door de bodem natter of robuuster te maken.
In het onderzoek is daarom gekeken naar de effectiviteit van zowel hydrologische maatregelen als bodemmaatregelen om bodemdaling tegen te gaan en de CO 2 emissie terug te brengen. De conclusie is dat naast hydrologische maatregelen ook bodemmaatregelen hieraan kunnen bijdragen, maar dat deze wel een nadere afweging en kennisopbouw vragen. Het onderzoek heeft zich gericht op maatregelen waarover al enige kennis bestaat, met het oog op de toepasbaarheid in de praktijk. In de bijeenkomsten zijn ook andere bodemmaatregelen genoemd (bijv. bemesting/dichtheid zode); hierover is echter nog onvoldoende informatie beschikbaar om uitspraken te kunnen doen. Met de maatregelen kan een flinke stap gezet worden in de reductie van CO2 emissie en het tegengaan van bodemdaling. Deze stap is in dit onderzoek niet gekwantificeerd. Bij het indienen van PPLG maatregelpakketten bij het NPLG is kwantificering wel nodig. Hydrologische maatregelen zijn op veel plaatsen effectief; voor aantal maatregelen zijn pilots nodig In grote delen van het veenweidegebied zijn hydrologische maatregelen geschikt om in te zetten t.b.v. tegengaan bodemdaling en reductie CO 2 emissie. Aandachtspunten bij de toepassing van hydrologische maatregelen zijn o.a.
dat deze kunnen leiden tot een grotere watervraag en dat door vernatting de bufferfunctie van het veenweidegebied afneemt waardoor in natte situaties (buien) de wateroverlast kan toenemen. Een permanente verhoging van de grondwaterstand bij toepassen van de maatregelen kan leiden tot verhoogde emissies van methaan en lachgas. Bij ontwerp van maatregelen moet gestreefd worden naar het bereiken van een optimum tussen reductie van CO 2-emissie en het niet verhogen van methaan/lachgasemissie. De waterkwaliteit kan tijdelijk slechter worden door hydrologische maatregelen. De hydrologische maatregelen hebben effect op het huidig landgebruik, bijvoorbeeld door het benodigd oppervlak voor greppels/ sloten, de verminderde begaanbaarheid/draagkracht van het land en plas dras situaties die ontstaan. De maatregelen hebben effect op de agrarische bedrijfsvoering, wat maakt dat er een goede afweging nodig is en dat er bij toepassing nieuwe verdienmodellen nodig zijn. Ook vragen sommige maatregelen aanpassing van het waterbeheer: om op grote schaal het zomerpeil te kunnen verhogen, is aanpassen van de peilvakken op sommige plaatsen mogelijk nodig om te voorkomen dat het hoge zomerpeil tot problemen leidt voor andere functies. In elk geval geldt dit voor de polder Mastenbroek en mogelijk ook in Scheerwolde en Broeklanden.
Ervaringspilots zijn nog nodig om de effectiviteit in dit gebied goed te kunnen bepalen. De inschatting van geschiktheid is gebaseerd op de actuele kennis. De lopende pilots zijn echter in ander type veenweidegebieden, dus ervaringen opdoen in dit gebied is nog nodig. Ook is het gewenst om d.m.v. ervaringspilots de consequenties voor gebruik beter in beeld te brengen (waterkwaliteit, gewasopbrengst, bedrijfsvoering). Zeker greppelinfiltratie en waterinfiltratiesystemen Zo is bijvoorbeeld de vraag of waterinfiltratiesystemen zoals druk- en onderwaterdrainage robuuste oplossingen zijn of een oplossing om tijd te winnen. Ook is een belangrijke vraag of maatregelen passen in duurzaamheid (materialen in de grond brengen) en hoe deze effectief en onderhoudbaar zijn aan te leggen. Door pilots kan een praktijkdossier worden opgebouwd. De locaties voor ervaringspilots zijn nader te bepalen, in gebiedsprocessen. Daarbij kan zowel de effectiviteit als het enthousiasme in gebieden een rol spelen. Voorafgaand aan het daadwerkelijk realiseren van maatregelenpakketten is ook effectenonderzoek nodig. Voordat maatregelen als peilverhoging en slootverdichting breed kunnen worden uitgerold, is het nodig om onderzoek te doen naar de consequenties voor waterkwaliteit, watervraag, effecten tijdens uitvoering (oxidatie veen bij graven) en de effectiviteit van CO 2 reductie.
Het is belangrijk om effecten niet alleen lokaal per maatregel te bezien, maar ook op systeemniveau te beschouwen. Bijv. watervraag in de tijd (seizoenen) en in droge periodes (mogelijke beperkingen in wateraanbod in de toekomst i.r.t. klimaatverandering). En ook: wat betekent toepassing van hydrologische maatregelen in een gebied voor de waterbergingsopgave (piekbuien) en hoe verhoudt het zich tot de bestaande wateroverlast normering. Bij de keuze voor maatregelpakketten spelen vanzelfsprekend naast effecten ook de kosten en betaalbaarheid een rol. Bodemmaatregelen kunnen effectief zijn; eerst pilots nodig en een afweging in relatie tot bodem en water sturend Bodemmaatregelen kunnen mogelijk bijdragen aan het tegengaan van bodemdaling en emissiereductie, maar er is nog weinig kennis over beschikbaar. Ook staan bodemmaatregelen mogelijk op gespannen voet met het uitgangspunt bodem en water sturend. Bodem en water als basis is uitgangspunt voor beleid van zowel het Rijk als de provincie Overijssel (omgevingsvisie). Het huidige bodem- en watersysteem staat onder druk en kan de effecten van klimaatverandering niet meer aan. Functies moeten zich aanpassen aan het bodem- en watersysteem; het bodem- en watersysteem wordt niet meer aangepast aan de functie.
Er zijn eerst onderzoekspilots nodig, gericht op het begrijpen van hoe de maatregel werkt en/of op hoe de maatregel het beste kan worden uitgevoerd (praktijkmethode). Dit geldt voor de maatregelen klei in veen, profiel keren en overlagen. In het oosten van het veenweidegebied lijken deze maatregelen het meest effectief. Vanuit de landbouw bekeken sluiten bodemmaatregelen juist goed aan bij de huidige wijze van agrarische bedrijfsvoering. Bodemmaatregelen kunnen daarom op enthousiasme in de gebieden rekenen. Er is ook al begonnen met pilots of er zijn ervaringen uit het verleden (Staphorsterveld). Tegelijk is er weinig kennis beschikbaar over het effect op biologische en chemische bodemhuishouding, dus ook weinig bekend over het effect op bruikbaarheid van grond voor agrarische bedrijfsvoering (bijv. belastbaarheid, drainage karakteristieken, doorworteling, nutriënten). In de opzet van de onderzoekspilots kan direct een praktijkdossier worden opgebouwd met o.a. inzichten in consequenties voor gebruik. Voor bodemmaatregelen is dus meer kennis nodig én een gesprek op meerdere tafels over de wenselijkheid, voordat de maatregelen breed worden toegepast. De veenweide aanpak vraagt naast hydrologische en bodemmaatregelen ook een gesprek over structurerende maatregelen De hydrologische en bodemmaatregelen op perceelniveau leiden tot het tegengaan van bodemdaling en emissiereductie.
Kijkend naar het grotere geheel is duidelijk geworden dat soms ingrijpendere maatregelen binnen een gebied, of juist buiten het veenweidegebied nodig zijn. Door structurerende maatregelen kan een stap verder gezet worden bij het tegengaan van bodemdaling en verdere emissiereductie. En in een aantal gevallen zijn verdergaande maatregelen in beeld vanuit de samenhang in het bodem en watersysteem met de natuurgebieden in de omgeving. Zo is bij het Staphorsterveld de waterkwaliteit voor Olde Maten urgent en leidt de bodemdaling in de omringende veenweidegebieden tot steeds grotere wegzijging in Wieden-Weerribben. De structurerende maatregelen kunnen een rol spelen in het gesprek over hoe ver de ambitie en mogelijkheden t.a.v. ‘remmen’ van bodemdaling gaan. Deze structurerende maatregelen overstijgen het perceelniveau en vaak het deelgebiedsniveau. In alle gevallen beïnvloeden ze het regionale (geo)hydrologische systeem en ze zijn vaak ingrijpend doordat ze een functiewijziging vragen. Deze maatregelen zijn voor elk deelgebied in beeld gebracht. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het toevoegen van oppervlaktewater, zoals het onderwater zetten van de Koekoekspolder of het ontwikkelen van een randmeer tussen de Noordoostpolder en het oude land van Overijssel. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681114/120 p.
34 Een andere structurerende maatregel is het grootschalig vernatten van een gebied door jaarrond peilopzet. Dat zorgt voor het tegengaan van bodemdaling en emissiereductie en verandert lokale/regionale grondwaterstromen (kwel/ wegzijging). Vernatting in de deelgebieden: • Bij Scheerwolde kan de vernatting in de vorm van bufferzones langs de bestaande natuurgebieden of vernatting van het gehele gebied. • V oor Blokzijl is een natte bufferzone in de Noordoostpolder een optie (naast aanleg van een randmeer). • V oor deelgebied Broeklanden is een bufferzone in de Friese diepe polders een optie naast grootschalige vernatting in het veenweidegebied. • In het Staphorsterveld kan vernatting een mogelijkheid zijn in een deel van het gebied (Veldiger Binnenlanden) of hele gebied. • In Mastenbroek is het vernatten van een bufferzone rond de Koekoekspolder een mogelijkheid (evt. in combinatie met of gevolgd door onder water zetten van de Koekoekspolder). • In Kamperveen gaat de structurerende maatregel over grootschalige vernatting van het hele veenweidegebied. In deze studie is geen inschatting gemaakt van de effecten van maatregelen op bodemdaling en CO2- emissiereductie. Wel kan op basis van kennis van het systeem gesteld worden dat de structurerende maatregelen tot een robuuster bodem- en watersysteem leiden. De maatregelen zijn echter zeer ingrijpend voor de huidige functies.
Door de grotere schaal van de structurerende maatregelen vragen deze een gesprek over bestuurlijke grenzen heen. Het is belangrijk om goed na te denken over de samenhang tussen hydrologische en bodemmaatregelen en structurerende maatregelen. Waar kun je nu al mee beginnen vanuit de huidige situatie, als basis voor verschillende mogelijkheden op de lange termijn? Maar ook: hoeveel ga je investeren in maatregelen op perceelniveau, als je weet dat je ook in gesprek gaat over structurerende maatregelen? Adaptatiepaden kunnen helpen om het gesprek hierover te voeren. Urgenties vragen om afweging in prioriteitsstelling en tijdig agenderen van keuzes De prioriteit vanuit de landelijke veenweideaanpak ligt nu bij dikkere veenpakketten. Uit de analyse blijkt dat in Overijssel in een aantal gebieden zonder aanvullende maatregelen het veenpakket al binnen enkele decennia zal verdwijnen en is de uitstoot per hectare van CO2 groot. Het gaat daarbij om Scheerwolde en het oostelijk deel van het Staphorsterveld. In deze gebieden liggen kansen om op korte termijn CO 2 emissie reductie te bereiken. Een expliciete afweging over de prioriteit voor deze gebieden is gewenst. Vanuit waterbeheer bestaat ook urgentie om te komen tot maatregelen: bijv.
in de randzone van de Koekoekspolder is het waterbeheer nagenoeg onhoudbaar, wordt al flink afgeweken van het actuele peilbesluit en is de NBW opgave onoplosbaar (veel wateroverlast). De volhoudbaarheid van het waterbeheer is hier in zicht; dit vraagt om een positiebepaling van het waterschap. De in het gebied door gebruikers gevoelde urgentie verschilt; voor een aantal gebieden zijn daarover signalen opgehaald. De gevoelde urgentie hangt vooral samen met het effect op huidig landgebruik bij verdergaande bodemdaling; als het gebied flink natter wordt leidt dat tot gevoelde urgentie bij gebruikers. Het is goed om te beseffen door wie urgenties wel of niet gedeeld worden, zodat in de aanpak daar rekening mee kan houden. Naast de urgenties vanuit het bodem en watersysteem in het veenweidegebied zelf zijn er ook urgenties als we naar de veenweidegebieden in relatie tot hun omgeving en de opgaven kijken: • Natuurgebied Olde Maten en Veerslootlanden is dicht bij het point of no return (niet meer kunnen handhaven van de instandhoudings- en verbeterdoelstellingen van N2000), mede door de oxidatie van het veen en niet kunnen inlaten van gebiedsvreemd water i.v.m. waterkwaliteit.
• V oor de Wieden-Weerribben ontstaat op middellange termijn (ca 30 jaar) een urgentie (instandhoudings- en verbeterdoelstellingen zijn niet handhaafbaar, er zijgt teveel water weg naar de omringende landbouwpolders): als je daar iets wilt doen, dan moeten de keuzes nu geagendeerd worden (bijv. keuze voor een randmeer, transformatie landschap in de veenweidegebieden eromheen). Vanuit andere opgaven (bijv. toekomst landbouw) kunnen ook urgenties bestaan; in dit onderzoek is steeds vanuit het bodem en watersysteem i.r.t. de veenweideopgave gekeken. Een tijdige, brede afweging is in het vervolg gewenst. Samenhang in maatregelen over gebieden en opgaven heen Het bodem- en watersysteem houdt zich niet aan de grenzen van het veenweidegebied. De opgaven en toekomstige keuzen in het veenweidegebied hangen dan ook samen met die in naastgelegen veenweidegebieden en de aangrenzende natuurgebieden (Wieden-Weerribben en Olde Maten). De biodiversiteit in die gebieden staat onder druk, mede vanuit de waterkwantiteit en –kwaliteit. Kijkend naar het grotere geheel is duidelijk dat soms ingrijpende keuzes in een gebied, of juist buiten het gebied of in meerdere gebieden tegelijk nodig zijn voor de veenweideopgave dan wel voor de omringende natuurgebieden. Een voorbeeld hiervan is het natuurgebied de Wieden-Weerribben en de omliggende veenweidegebieden (Scheerwolde, Blokzijl, Broeklanden).
In lopende processen wordt vanuit Europese kaders ingezet op behoud van de Wieden-Weerribben (biodiversiteit verbeteren, daartoe waterkwaliteit- waterkwantiteit-stikstofopgave). Vanuit het behoud van de Wieden- Weerribben kunnen maatregelen in de omringende deelgebieden genomen worden, maar zijn ook structurerende keuzes aan de orde (ingrepen in de Noordoostpolder, de Friese polders en/of Scheerwolde). Bij de afweging van maatregelen in de deelgebieden is het nodig om een strategie over de gebieden heen op te stellen. Als je in één van de deelgebieden wel ingrijpende maatregelen neemt, maar in de andere niet, dan heeft dat effect op doelbereik én het is lastig uitlegbaar. Ook in andere gebieden is er sprake van afhankelijkheid en het daarmee samenhangende gesprek over solidariteit. Zo is er een duidelijke relatie tussen de keuzes in Mastenbroek en de Koekoekspolder: tijdens een inloopbijeenkomst gaven bewoners aan dat het als onrechtvaardig wordt gevoeld als zij ingrijpende maatregelen moeten nemen terwijl het probleem als gevolg van de Koekoekspolder niet wordt opgelost. In het deelgebied Staphorsterveld speelt het doelbereik voor natuurgebied Olde Maten en Veerslootlanden een belangrijke rol bij de te maken keuzes in het omliggende veenweidegebied. Als bij Olde Maten t.b.v. de gewenste waterkwaliteit gekozen wordt voor een integrale ruimtelijke oplossing (incl.
sterke extensivering van een substantieel gebied) dan kunnen maatregelen in het veenweidegebied zowel bijdragen aan het tegengaan van bodemdaling als bijdragen aan de gewenste waterkwaliteit. Uiteindelijk is een integraal toekomstperspectief voor de veenweidegebieden nodig, waarbij de opgaven vanuit bodemdaling en veenoxidatie ook worden gekoppeld aan andere opgaven, ontwikkelingen en kansen. De veenweide aanpak vraagt dus gesprekken over bestuurlijke grenzen heen. Bij de structurerende keuzes is afstemming met overheden in Friesland resp. Flevoland nodig. Bij Kamperveen is afstemming met de overheden aan Gelderse zijde gewenst. Afrondend Met deze analyse vanuit het bodem- en watersysteem zijn praktische mogelijkheden in beeld gebracht om aan de slag te gaan met tegengaan bodemdaling en reductie van CO 2 emissies; met aanvullende informatie en een bredere afweging kunnen hiermee op korte termijn maatregelpakketten voor veenweide worden opgesteld. In de keuze voor maatregelen speelt naast effectiviteit voor bodemdaling en reductie van CO 2 emissie (te bepalen met Somers 2) ook andere beslisinformatie een rol. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om: • Doelbereik voor en effecten op meerdere doelen (maatschappelijke kosten/baten, bijv.
ook landbouw en natuur naast bodemdaling en CO2) • Effecten op waterkwaliteit (tijdelijk/structureel) en op wateroverlast (afname bufferfunctie) • W atervraag in normale en droge tijden • K osten van maatregelen (investeringen en beheerkosten gedurende de levensduur) • Sociaaleconomische effecten: v erdienmodel landbouw • Maatschappelijk e kosten (o.a. toename kosten bij doorgaan) • o verige effecten (bijvoorbeeld op aardkundige/archeologishe waarden) Tegelijkertijd zijn vanuit de ontwikkeling van het bodem- en watersysteem structurerende keuzes geagendeerd. Deze zijn ingrijpend en gaan vaak over langere termijn en een andere schaal (gebieds- en/of provinciegrens overstijgend). Het is belangrijk om op korte termijn aan de slag te gaan én dat gesprek over de structurerende maatregelen te gaan voeren. In dit onderzoek hebben we met een aantal direct betrokken ambtenaren geoefend met adaptatiepaden als manier om het gesprek te voeren over de verschillende tijdshorizonten en kantelpunten. Dit heeft geleid tot een aantal praatplaten, met eerste ideeën over wat je wanneer zou kunnen doen en op welke termijn je welke keuzes kunt maken. Het gesprek over adaptatiepaden maakt duidelijk dat het belangrijk is om mogelijke ontwikkelingsrichtingen tijdig te agenderen/onderzoeken gezien o.a. de doorlooptijd van besluitvorming en de investeringstermijnen voor gebruikers.
De adaptatiepaden zijn geen blauwdruk en bevatten geen integrale toekomstbeelden of besluiten, maar geven vanuit het bodem- en watersysteem een indruk van mogelijke ontwikkelingen en keuzes in de toekomst. De hydrologische maatregelen en zeker de structurerende keuzes hebben effect op het huidig agrarisch landgebruik. Dat vraagt een goede afweging én het ontwikkelen van flankerend beleid in de vorm van instrumenten om te zorgen dat de landbouw als drager voor het veenweide gebied ook in de toekomst een gezond verdienmodel houdt. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681115/120 p. 35 Literatuurlijst Dalende bodems, stijgende kosten. Planbureau voor de Leefomgeving, 2016 Verkenning bodemdaling veenweidegebied Overijssel “Feiten, analyses en bouwstenen voor vervolgkeuzes”. Infram ORG-ID Berendrecht Consultancy, 2019 Fundament voor de omgevingsvisie “Overijssel voor elkaar!”. Provincie Overijssel, 21 juni 2022 Concept- ontwerp Provinciaal Programma Landelijk Gebied Overijssel, “Toekomst voor ons platteland”. Provincie Overijssel, 23 mei 2023 Bouwstenen voor veenweidestrategie 2.0 - Technische rapportage.
Infram Hydrologic Goswin ITP,2024 College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681116/120 Provinciale Staten van Overijssel Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 www.overijssel.nl overijsselloket@overijssel.nl KvK 51048329 IBAN NL45 RABO 0397 3411 21 Inlichtingen bij Dhr. S. Bootsma Telefoon 038 499 7769 S.Bootsma@overijssel.nl Datum 07.03.2024 Kenmerk D2024-03-002847 Zaaknummer 2024-007117 Pagina 1 van 4 Bijlagen Uw brief Uw kenmerk Onderwerp: Brief aan PS Statenbrief Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 Datum verzending <<besluitdatum>> ____________________________________________________________________________________ Toezending aan Provinciale Staten met oogmerk: [x] ter informatie ___________________________________________________________________________________ Regionale Veenweidestrategie Noordwest Overijssel Op 6 april 2022 hebben Provinciale Staten met het Statenvoorstel Investeringsvoorstel Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel (PS 2022/1101608) ingestemd. Daarmee hebben PS middelen beschikbaar gesteld voor het proces om te komen tot een Regionale Veenweidestrategie 2.0. De middelen zijn en worden besteed aan pilotprojecten, gebiedsinitiatieven, onderzoek en proceskosten.
Doel van de investering is te onderzoeken hoe provincie Overijssel kan bijdragen aan de reductie van CO2 ten gevolge van veenoxidatie, zoals we die moeten opnemen in de Regionale Veenweidestrategie. In het Klimaatakkoord is aangegeven dat de provincies de regie voeren op een gebiedsproces voor de totstandkoming van de Regionale Veenweidestrategie. De afgelopen 2 jaar zijn er diverse pilotprojecten en gebiedsinitiatieven gestart en is er onderzoek uitgevoerd. Tevens is de verbinding met het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) gemaakt, omdat de Veenweide-opgave (en straks de Regionale Veenweidestrategie (RVS)) deel uitmaakt van de Klimaatopgave van het PPLG. In dat kader wordt eveneens een Maatregelpakket ProeftuinVeenweide ingediend bij het rijk. Omdat er nog veel extra kennis nodig is, is dat pakket ook vooral gericht op ontwikkeling van (praktijk-)kennis. Na een eerdere (2020) verkenning van de veenweideproblematiek in Noordwest Overijssel, is er vanaf september 2023 onderzoek gedaan naar de meest recente inzichten op het gebied van veenweidemaatregelen en de verbinding daarvan met de verschillende veenweide-deelgebieden in Noordwest Overijssel. De uitkomsten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 dat u bij deze ter informatie ontvangt.
Het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 (Infram, Goswin ITP en Hydrologics) draagt bij aan de ontwikkeling van de Regionale Veenweidestrategie 2.0. Zoals de titel al aangeeft biedt het bouwstenen om aan de veenweidestrategie te werken. Het rapport zal op korte termijn voor het eerst worden besproken aan de bestuurlijke tafel (Regiegroep) Noordwest Overijssel. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681117/120 Pagina 2 van 4 Aangezien er veel informatie wordt aangedragen, evenals dilemma’s (structurerende keuzes), zal het rapport ook daarna veelvuldig aan bod komen in de Regiegroep Noordwest Overijssel. Mogelijk volgen daaruit adviezen aan het provinciaal, gemeentelijk en/of waterschapsbestuur. Conclusies uit het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 Na een inleiding op de problematiek, waarbij de lessen uit de praktijktoepassing van hydrologische- en bodemmaatregelen zijn weergegeven, en een overzichtskaart van potentieel effectieve maatregelen per deelgebied, worden zes specifieke gebieden nader geanalyseerd. Vervolgens worden conclusies getrokken. In het kort zijn dit: • Met de verzamelde kennis is een goed beeld te schetsen van kansrijke hydrologische maatregelen in NW Overijssel.
De hydrologische maatregelen zijn voldoende effectief om een flinke stap te zetten in de reductie van CO2-uitstoot en het afremmen van de bodemdaling; • Bodemmaatregelen kunnen ook bijdragen aan de doelstelling maar vragen nog nader onderzoek en praktijkproeven; • Er is een integrale afweging nodig voor de veenweidemaatregelen. • De veenweide-aanpak vraagt naast hydrologische en bodemmaatregelen ook een gesprek over structurerende maatregelen. Deze structurerende maatregelen overstijgen het perceelniveau en vaak het deelgebiedsniveau. In alle gevallen beïnvloeden ze het regionale (geo-)hydrologische systeem en ze zijn vaak ingrijpend doordat ze een functiewijziging vragen. Deze maatregelen zijn voor elk deelgebied in beeld gebracht; • In sommige delen van het veenweidegebied is het aanpakken van de veenweideproblematiek urgent. In het rapport is per deelgebied de urgentie en prioritering aangegeven. Enkele voorbeelden van urgentie zijn: Polder Mastenbroek omdat de waterpeilen niet meer overeenkomen met de bandbreedte van het peilbesluit. De grondgebruikers in de polder vragen om aanpassingen in de verschillende peilvakken. Urgentie is ook van toepassing in de gebieden waar het veen niet wordt afgedekt met een klei of zanddek. Dit is van onder andere van toepassing op het veen in de polders Scheerwolde.
Omdat het (dunne)veenpakket direct wordt blootgesteld aan de omgeving oxideert het veen in snel tempo en is de uitstoot van broeikasgassen hoog. Zonder maatregelen is het veen in deze polders al voor 2050 verdwenen. Door toenemende peilverschillen tussen het natuurgebied Weerribben en het landbouwgebied neemt de wegzijging toe met verdroging en toenemende bodemdaling tot gevolg. Daardoor neemt ook de kwelstroom naar Scheerwolde toe met vernatting tot gevolg. Dit alles leidt tot lagere agrarische opbrengsten. Ook in het oostelijk deel van het deelgebied Broeklanden ontbreekt een kleiafdekking op het veen of is deze erg dun. In deze gebieden is de uitstoot van broeikasgassen het hoogst maar het gebied is ook kansrijk voor het reduceren van broeikasgassen en het tijdig behalen van de doelstelling uit het Klimaatakkoord. Snel reageren is nodig anders is het bestaande veenlaag al weg geoxideerd. In het Staphorsterveld is de veenlaag dun en kan een combinatie van maatregelen worden gemaakt die ook gunstig zijn voor de instandhouding van het N2000 gebied Oldematen • Specifieke aandacht wordt gevraagd voor de toenemende watervraag in relatie tot de waterbeschikbaarheid.
• Ondersteunend beleid uit de nieuwe omgevingsvisie is nodig voor het verder uitwerken van maatregelen op perceelsniveau en voor de structurerende maatregelen Waar dient dit rapport voor? • Dit rapport is een bouwsteen voor de Regionale Veenweidestrategie 2.0, oftewel voor de aanpak van de veenweideproblematiek. Op basis van dit rapport kunnen we en gaan we verdere onderzoeken, pilots en praktijkproeven doen; • De kennis uit het rapport brengen we in bij de start van gebiedsprocessen; • De kennis gebruiken voor de voorverkenning van de herziening van peilbesluiten; • Het rapport geeft de inhoud om een brede publiekscommunicatie over de Veenweideopgave in Noordwest Overijssel starten; • De Veenweidemaatregelen nemen we op in het PPLG Overijssel. • Het rapport is de basis voor het opstellen van een maatregelpakket Proeftuin Veenweide om financiële middelen te vragen uit het Transitiefonds Landelijk Gebied (PPLG) College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681118/120 Pagina 3 van 4 Context Wat is de Veenweideproblematiek? Veenweideproblematiek is een verzamelnaam voor verschillende problemen die veroorzaakt worden door de oxidatie (verbranding) van het veen in de bodem. Dat gebeurt als veen in aanraking komt met lucht (zuurstof), als gevolg van ontwatering van een gebied.
Door veenoxidatie verdwijnt veen, zakt de bodem en komt er CO2 vrij, een broeikasgas. Veenweidelandschap is een landschap van internationale betekenis. Met het verdwijnen van veen, zal ook dat landschap verdwijnen. Bodemdaling heeft verzakking van gebouwen en infrastructuur tot gevolg. Bovendien komt het grondwater dichter bij het maaiveld te staan. Voorheen werd het waterpeil dan naar beneden bijgesteld, zodat de agrarische gronden voldoende drooglegging behielden. Dat veroorzaakte juist weer extra veenoxidatie, omdat de lucht in de bodem kon komen, waardoor de bodem verder daalde (en daalt). De maatschappelijke kosten van de bodemdaling zijn groot en stijgen nog steeds. Bovendien is het waterbeheer, door de steeds lager liggende bodems, steeds minder goed mogelijk. Bij de veenoxidatie komt CO2, een broeikasgas, vrij. Broeikasgassen dragen in grote mate bij aan klimaatverandering. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de veenweidegebieden moeten bijdragen aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Dat betekent dat er maatregelen moeten worden genomen om veenoxidatie tegen te gaan. In het algemeen zal dat betekenen dat de veenweidegebieden (met name in de zomer) natter moeten worden dan dat ze nu zijn, zodat de uitstoot van broeikasgas vermindert en de bodemdaling afremt.
Meest effectieve situatie voor deze dubbeldoelstelling is het verhogen van grondwaterpeilen naar 20-40 cm beneden maaiveld. Hiervoor zijn de hydrologische maatregelen benoemd in het rapport Bouwstenen voor de Regionale Veenweidestrategie 2.0. Of ook bodemmaatregelen voldoende werken tegen veenoxidatie zal nog nader moeten worden onderzocht. Van Regionale Veenweidestrategie 1.0 (RVS) naar RVS 2.0 en RVS 3.0 In 2019 is op basis van het Klimaatakkoord het landelijk programma Veenweide gestart. De veenweidegebieden zijn een bron van broekasgasuitstoot (10% van de totale uitstoot in Nederland) door oxidatie van het veen als gevolg van technische ontwatering van deze gebieden. In het Klimaatakkoord is voor de Nederlandse veenweidegebieden een reductie van 1 megaton broeikasgas in 2030, afgesproken. De indicatieve opgave voor Overijssel is 10% hiervan, zijnde 100 ton CO2-eq. In het Klimaatakkoord is tevens afgesproken dat de veenweideopgave integraal zal worden ingevuld in een Regionale Veenweidestrategie (RVS) In Noordwest Overijssel waren de overheidspartners eerder dat jaar al gestart met het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP-VP), waarin ook specifieke aandacht was voor de veenweideproblematiek. In noordwest Overijssel ligt ongeveer 20.000 hectare veenweidegebied. Dat sloot derhalve goed bij elkaar aan.
Verschil was er ook: het IBP VP gaat uit van gelijkwaardigheid van de verschillende overheidslagen, terwijl in het Klimaatakkoord de provincies de regierol kregen toebedeeld. In het PPLG gaat dat nog een stap verder: de provincie is daarvoor verantwoordelijk. Een ander verschil is dat het IBP VP een samenwerking was tussen alleen overheidspartijen, terwijl in het Klimaatakkoord expliciet werd benoemd dat ook maatschappelijke partijen en inwoners betrokken dienden te worden. Daarom is de samenwerking uitgebreid tot 19 partners in de gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel. In 2020 heeft toenmalig minister van landbouw, Carola Schouten, het Veenplan toegezonden aan de Tweede Kamer. Daarin is de aanpak om te komen tot een Regionale Veenweidestrategie gefaseerd in een RVS 1.0, RVS 2.0 en RVS 3.0. Van kennis vergaren en onderzoeken naar mogelijke maatregelen naar een uitvoeringsstrategie. 1. Regionale veenweidestrategie 1.0: “WETEN” 2. Regionale veenweidestrategie 2.0: “WILLEN” 3. Regionale veenweidestrategie 3.0: WERKEN”’ In de Gebiedsgerichte aanpak Noordwest Overijssel is eind 2021 het concept-Startdocument door de Regiegroep opgesteld. In het startdocument Gebiedsgerichte Aanpak NW Overijssel is opgenomen dat we streven naar het afremmen van bodemdaling.
Samen met de eerder uitgevoerde Verkenning bodemdaling veenweidegebieden Overijssel (Infram, 2020) gold dit concept-Startdocument tevens als RVS 1.0. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_00681119/120 Pagina 4 van 4 Het rapport Bouwstenen voor de Veenweidestrategie 2.0 nader bekeken Vanaf september 2023 is gewerkt aan de Bouwstenen voor de Veenweidestrategie 2.0. De opgedane kennis en ervaring voor mogelijke maatregelen is verzameld, zowel van de pilots in ons eigen gebied alsook van de landelijke opgedane kennis en expertise. Vervolgens is een analyse gedaan van het Overijsselse gebied en dit heeft geresulteerd in een “kansenkaart maatregelen” op perceelsniveau. Vanwege de specifieke Overijsselse grondwatersituatie is specifiek aandacht gegeven aan het regionale grondwatersysteem en de wegzijging van water uit het veenweidegebied. Als er geen maatregelen worden genomen om deze wegzijging te verminderen zal het lastig worden om de grondwaterstanden in een aantal gebieden te kunnen verhogen. Dit resulteert in een aanbeveling om naar regionale structurerende maatregelen in het systeem te kijken. Dit betreft maatregelen binnen en buiten onze eigen provincie. Door de ingehuurde experts is hierbij een adaptatiestrategie aangereikt voor de midden en lange termijn.
De structurerende maatregelen zijn over het algemeen hydrologische bufferzones om wegzijging van water te voorkomen. De wegzijging van water in de verschillende gebieden veroorzaakt een extra uitdaging om de grondwaterstanden te kunnen verhogen. Het verhogen van de grondwaterstanden betekent een toename van de watervraag. Vanuit de klimaatverandering is de beschikbaarheid van (zoet)water mogelijk een grotere uitdaging dan de wateroverlast. Het wegzijgingsvraagstuk heeft ook een directe relatie met de instandhouding van de natte natuur in de Nationale Parken Weerribben Wieden en Oldematen/Veerslootlanden en speelt ook in polder Mastenbroek voor de laaggelegen Koekoekspolder (glastuinbouwgebied). Het nu opgeleverde rapport Bouwstenen RVS 2.0 is het startpunt voor gebiedsprocessen, het verder onderzoeken van mogelijke maatregelen en het uitwerken van de voorgestelde structurerende maatregelen. Planning: Voorgesteld wordt om 2 jaar tijd te nemen voor de opgestelde vervolgacties. Daarna kan de uitvoeringsstrategie Veenweide worden opgesteld. Na de vaststelling van het NPLG en PPLG’s is de veenweideaanpak onderdeel van het PPLG.