13.0 Informatienota 2018 - 29 - Financiële gevolgen septembercirculaire 2018 en toegekend BUIG-budget.pdf
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 30 oktober 2018 - 2018_B&W_004451/3 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Zitting van 30 oktober 2018 Organisatie Ondersteuning - Organisatieadvies 13 2018_B&W_00445 Informatienota: financiële gevolgen septembercirculaire 2018 en toegekend BUIG-budget - informeren Samenstelling: Aanwezig: de heer R. Bats, Burgemeester; de heer B. Harmsma, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw J. de Groot, Secretaris Afwezig: de heer O. Akkerman, Wethouder Informatienota Inleiding Algemene uitkering Het rijk informeert de gemeenten o.a. in de septembercirculaire over de gemeentefondsuitkeringen. De ontwikkeling hiervan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de rijksuitgaven. Wijzigingen in de rijksuitgaven hebben direct invloed op de omvang van de Algemene uitkering (samen de trap op en samen de trap af). De jaarlijkse toe- of afname van de Algemene uitkering op basis van dit principe wordt het accres genoemd. Het accres over het jaar 2018 is fors nadeliger ten opzichte van de meicirculaire 2018. De Algemene uitkering vanaf het jaar 2019 laat een lichte daling zien. Over het jaar 2017 vindt ook nog een nadelige afrekening plaats voor een bedrag van € 89.000. Gemeenten declareren hun Btw op overheidstaken bij het BCF.
Om te voorkomen dat er een open eind regeling ontstaat heeft de rijksoverheid een plafond aangebracht in de declaraties van ± € 3,2 miljard. Blijven de gezamenlijke gemeenten onder het plafond dan wordt het verschil aan het gemeentefonds toegevoegd, wordt het plafond overschreden dan wordt het verschil uit het gemeentefonds genomen. Naar inschatting van het ministerie van Financiën declareren gemeenten in 2018 meer Btw dan was voorzien in de meicirculaire 2018. Dat leidt nu tot een uitname van € 169 miljoen uit het gemeentefonds. Voor onze gemeente betekent dit een nadeel van € 388.000. BUIG-budget Op basis van de laatst bekende informatie van het rijk, de Miljoenennota en de begroting van het ministerie van SZW, wordt het BUIG-budget berekend en verwerkt in de begroting. Het budget wordt gedurende het begrotingsjaar door het rijk bijgesteld op basis van gerealiseerde aantallen op landelijk niveau. Hierdoor ontstaan de volgende bijstelmomenten: College van burgemeester en wethouders - 30 oktober 2018 - 2018_B&W_004452/3 voorlopige beschikking aan de hand van de Miljoenennota 2019 (september 2018) nader voorlopige beschikking voorjaar 2019 definitieve beschikking oktober 2019 In de programmabegroting 2019 – 2022 is het bedrag opgenomen, zoals dat dit voorjaar bekend is gemaakt door het rijk in de nader voorlopige beschikking.
Dit bedrag leidt ook tot een berekening van het te ontvangen budget vanaf het jaar 2020. Het BUIG-budget is overigens geen doeluitkering, waardoor het door de gemeente vrij inzetbaar is (vergelijkbaar met de Algemene uitkering van het gemeentefonds). Vanaf het jaar 2019 is het verdeelmodel voor het landelijke budget voor de uitkeringen aangepast. Gemeenten met meer dan 250.000 inwoners hebben het meeste profijt van dit nieuwe verdeelmodel. De middelgrote gemeenten leveren juist in. Wij behoren tot de top van gemeenten die er fors op achteruit gaan (-10,6%). Tabel 1 Toegekend (voorlopig) BUIG-budget 2018 2019 2020 2021 2022 Mei 2018 13.634 13.865 14.048 14.441 14.733 September 2018 14.042 12.623 12.809 13.211 13.505 Verschil + 408 - 1.242 - 1.239 - 1.230 - 1.228 - = nadeel (bedragen x € 1.000) Kernboodschap Bij de bepaling van de financiële effecten is ervan uitgegaan dat de mutaties in het Sociaal domein (Wmo 2015, Jeugdzorg en Participatiewet) budgettair neutraal in de begroting worden verwerkt. Het voordeel/nadeel binnen de uitkering Sociaal domein wordt verrekend met de daarvoor bestemde budgetten in de begroting en heeft hierdoor geen gevolgen voor het saldo. Het zelfde geldt voor de diverse taakmutaties die zijn opgenomen in de Algemene uitkering. Het rijk stelt hiervoor extra middelen beschikbaar voor het uitvoeren van nieuwe taken door de gemeente.
Het omgekeerde komt ook voor. Indien de gemeente taken niet langer uitvoert wordt door het rijk een korting toegepast. De septembercirculaire en het toegekende BUIG-budget hebben het volgende financiële effect op de begroting: Tabel 2 Financieel effect begroting 2018 2019 2020 2021 2022 Mei 2018 69.683 70.848 71.230 71.681 71.843 September 2018 68.822 70.648 71.153 71.456 71.719 Verschil - 861 - 200 - 77 - 225 - 124 Af / bij: Afrekening 2017 - 89 Sociaal domein - 27 - 24 + 1 + 1 + 1 Taakmutaties - 37 + 67 - 20 + 12 + 12 BUIG-budget + 408 - 1.242 - 1.239 - 1.230 - 1.228 Totaal - 606 - 1.399 - 1.335 - 1.442 - 1.339 College van burgemeester en wethouders - 30 oktober 2018 - 2018_B&W_004453/3 - = nadeel (bedragen x € 1.000) Zoals hierboven in de tabel valt af te lezen ontstaat er in alle jaren een fors financieel nadeel. Consequenties voor de gemeente De financiële gevolgen van de septembercirculaire 2018 en het BUIG-budget zijn nog niet verwerkt in de begroting 2018 en de begroting 2019 - 2022. De gevolgen voor het jaar 2018 worden meegenomen in de jaarrekening 2018. De gevolgen vanaf het jaar 2019 worden verwerkt in de perspectiefnota 2020 - 2023. Door de vele schommelingen in de toe te kennen Algemene uitkering vanuit het gemeentefonds blijft het moeilijk om een goede inschatting te maken van het te begroten bedrag.
Elke nieuwe berekening gedurende het jaar geeft weer een ander beeld, zowel positief als negatief. Dit geldt overigens ook voor het toe te kennen BUIG-budget. Communicatie Niet van toepassing. Vervolg De financiële gevolgen van de septembercirculaire 2018 en het (voorlopig) toegekende BUIG-budget worden verwerkt in de jaarrekening 2018 en de perspectiefnota 2020 - 2023. Besluit Beslispunt 1 De gemeenteraad besluit kennis te nemen van de informatie in de nota. Beslispunt 2 Het college besluit de informatienota vast te stellen en aan de gemeenteraad te verzenden.