12.5 Gewaarmerkte jaarrekening 2019 Omgevingsdienst IJsselland.pdf
Tekst van het document
Omgevingsdienst •41 IJSSELLAND .0 Waarborgt de leefomgeving, versterkt bedrijven PAGINA VOORIIIT
Inleiding 2019 was het tweede volle jaar dat de Omgevingsdienst IJssel- land de VTH-taken milieu voor de 11 gemeenten en de Provincie in onze regio uitvoerde. Voortbouwen naar volwassenheid op de solide basis die in 2018 gelegd is, was daarbij het credo. We hebben de `productie' in het primaire proces Flink op kunnen voeren nadat we in 2018 en begin 2019 veel nieuwe collega's hebben mogen aanstellen en de processen hebben gestroomlijnd. Zowel intern, tussen ons en de partners als met de bedrijven. Ook is er veel inzet gepleegd op het verbeteren van de datakwaliteit, een proces dat in 2019 onverdroten verder is opgepakt. Om een uitvoeringsorganisatie goed te kunnen sturen, is bestuurs- en managementinformatie onontbeerlijk. In 2019 hebben we hiervoor PowerBI ingericht, dat in staat is om grote hoeveelheden data op een overzichtelijke wijze te presenteren. Naast een steeds nauwkeuriger manier van tijdschrijven door een nieuwe softwareapplicatie en voornoemde investeringen in datakwaliteit, hebben we flinke stappen in de bedrijfsvoering gemaakt. Een investering die komende jaren doorgezet zal moeten worden omdat we nog niet op het niveau zijn waar we willen komen. Binnen de financiële kaders hebben we ruimte gevonden om extra werk uit te voeren.
Binnen het primair proces ging het hier onder meer over de PFAS- en stikstofproblematiek en een project op het gebied van agrarische luchtwassers, dat overigens doorloopt in 2020. Met extra externe financiering hebben we projecten op het gebied van Energie & Duurzaamheid en LAP-3 uitgevoerd. Deze zijn binnen de afspraken, zowel qua prestatie als financieel, afgerond. Ook de extra (wettelijke) taken op het gebied van onder meer AVG, archief en ICT hebben we, al dan niet tijdelijk, met de beschikbare middelen kunnen uitvoeren. De jaarrekening 2019 sluit af met een heel kleine plus. Dit betekent dat we gewerkt hebben met een realistische begroting die ons in staat gesteld heeft de afgesproken prestaties te leveren. De financiële en organisatorische kwetsbaarheid is daarbij wel toegenomen. Zo is de post 'onvoorzien', 1% van de begroting, vanaf 2020 niet meer beschikbaar. Gecombineerd met een groeiend werkaanbod en steeds hogere eisen aan processen en ICT maakt dat we de komende jaren kritisch zullen moeten zijn op de keuzes die we in de uitvoering maken en de dienstverlening die we kunnen bieden. Immers, als we een taak oppakken, willen we die voor alle betrokkenen van het begin tot het eind goed uitvoeren. Omgevingsdienst Usselland, waarborgt de leefomgeving, versterkt bedrijven. 2 PAGINA 4 st PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan Paragrafen Kosten Bijlagen
Ons programmaplan begint met een toelichting op onze basistaken. Vervolgens werken we per thema uit wat we het aFgelopen jaar bereikt hebben en hoe we die resultaten behaalden. De kosten en investeringen die daarmee gepaard gingen, komen in het laatste hooFdstuk aan bod. 3asistaken Onngevingsdiers Wij verzorgen vergunningverleningen, toezicht en handhaving van milieutaken (VTH) in opdracht van de provincie en gemeenten. Het gaat om de volgende taken: 1. Basistakenpakket: de taken zoals vastgelegd in artikel 7.1 van het besluit tot wijziging van het Besluit Omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). 2. Basistakenpakket Plus: de inrichtingsgebonden milieutaken, voor zover deze niet vallen onder het Basistakenpakket. 3. Enkele specialistische milieutaken: specialistische taken op het gebied van geluid, bodem, externe veiligheid en lucht, die aanvullend zijn op de taken uit het Basistakenpakket: a. Geluid: de advisering op bouw/RO en verkeer; b. Bodem: de vakinhoudelijke toetsing en beoordeling van bodemonderzoeksplannen en -rapporten, de vakinhoudelijke bodemexpertise bij ruimtelijke en civiele projecten, het bijhouden van het bodeminformatiesysteem (BIS), de uitvoering van de Wet bodembescherming (VVbb) met betrekking tot bodemverontreiniging en sanering en meldingen Besluit Uniforme Saneringen (BUS); c.
Externe Veiligheid: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria en advisering op bouw/RO; d. Lucht: alle taken waarvoor moet worden voldaan aan de kwaliteitscriteria. 3 PAGINA TERUG PAGINA VOORUIT
Programmaplan 1.2 Thema's OD LIsselland is niet alleen een uitvoeringsorganisatie van bovengenoemde VTH-taken, ook geven wij - op verzoek en in aanvulling op de huidige adviestaken - inhoudelijk advies aan het bevoegd gezag over bijvoorbeeld een Omgevingsvisie of Omgevingsplan. Hierdoor kunnen partners onderbouwd vorm en inhoud geven aan de afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt en aan de inrichting van het ondersteunende digitale stelsel. We lichten we een aantal thema's toe. Om het onderscheid te maken, beginnen we met de (strategische) bestuurlijke thema's en volgen daarna de (operationele) ambtelijke thema's. 1.2.1 Strategisch Omgevingswet In 2019 hebben wij de noodzakelijke voorbereiding getroffen om in 2020 de grote stap voorwaarts te maken naar de aanstaande invoering van de Omgevingswet. In nauwe samenwerking met onze partners hebben wij in beeld gebracht op welke onderdelen onze organisatie zich moet voorbereiden om onze taken binnen het nieuwe wetgevingskader uit te voeren. Het gaat dan om aanpassingen in bijvoorbeeld processen, IT- omgeving en het op peil brengen van het kennisniveau van medewerkers. Daarvoor hebben wij ook gebruik gemaakt van de kennis die op landelijk niveau aanwezig is, onder meer via onze collega's van andere omgevingsdiensten (ODNL).
Tegelijkertijd zien wij deze ontwikkeling als een heel mooie kans om op de belangrijke milieuthema's geluid, veiligheid, lucht, bodem en stikstof meer en meer de verbinding te leggen met onze partners voor de beoordeling van lokale initiatieven en ruimtelijke projecten. Energie & Duurzaamheid Een belangrijk deel van de landelijke energiebesparing moet worden gerealiseerd door toezicht en handhaving bij bedrijven die vallen onder de milieuwet- en regelgeving. Daarbij gaat het onder meer over verplichte energiebesparende maatregelen die bedrijven binnen 5 jaar kunnen terugverdienen. Deze verplichting geldt voor grotere bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh aan elektriciteit of 25.000 m3 aan aardgas gebruiken. Het gemiddelde besparingspotentieel dat te behalen is, is ongeveer 7% van het totale energieverbruik per bedrijf. Dit gemiddelde is gebaseerd op ervaringcijfers uit een andere regio. In 2019 hebben wij 137 bedrijven in de regio gericht gecontroleerd op deze maatregelen. Bij ruim 50% van de controles door de toezichthouder is geconstateerd dat er niet voldoende energiebesparende maatregelen zijn getroffen. Wij zien erop toe dat die wettelijke maatregelen alsnog worden uitgevoerd. Daarnaast hebben wij voor de grotere bedrijven 118 auditverslagen beoordeeld en 27 milieuvergunningen geactualiseerd op het thema energiebesparing'. Dit is volgens planning.
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) / PFAS-kwestie Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn gevaarlijke stoffen die gezondheidsrisico's met zich meebrengen. ZZS worden in veel producten gebruikt en komen daardoor ook in veel afvalstoffen voor. Voorbeelden zijn vlamvertragers in plastics, kleurstoffen in textiel of de vulling in een matras. Zeer zorgwekkende stoffen krijgen steeds meer aandacht, bijvoorbeeld de PFAS-stoffen. De Rijksoverheid heeft in juli 2019 met een tijdelijk handelingskader eisen gesteld aan het hergebruik van grond en baggerspecie. Hiermee wordt verspreiding van de PFAS-stoffen voorkomen. Dit kader was echter zo streng, dat grondverzet nauwelijks meer mogelijk was. Wij hebben in overleg met onze partners gewerkt aan een regionale oplossing door met specifiek bodemonderzoek de bodemkwaliteitskaart te actualiseren. Op die manier kunnen werkzaamheden wel weer plaatsvinden. Mede dankzij het beschikbaar stellen van onze onderzoeksgegevens, is er landelijk een hogere norm vastgesteld eind november 2019. Grondverzet kan hierdoor weer op gang komen. 4 PAGINA PAGINA TERUG VOORUIT IPPIF Programmaplan Paragrafen Kosten Bijlagen
Programmaplan Onderdeel van de vervolgaanpak is dat gemeenten de bestaande bodemkwaliteitskaarten actualiseren en bestuurlijk laten vaststellen. Daarnaast moeten ze de kaarten van de andere partners accepteren. Daarmee wordt grondverzet binnen onze regio een stuk eenvoudiger. Circulaire economie - actualisatie milieuvergunningen provincie In een circulaire economie behouden producten hun waarde en ontstaan er geen afvalstoffen. Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) is een van de instrumenten om de overgang naar een circulaire economie waar te maken en te vertalen naar de dagelijkse praktijk. De provincie heeft ons opdracht verstrekt om de vergunningen van alle provinciale bedrijven onder de loep te nemen en te actualiseren. Het gaat dan om afvalbedrijven en veevoeder-, zuivel- en voedingsfabrieken. We constateren dat de provincie en OD IJsselland met deze actualisatie voorop lopen ten opzichte van de rest van het land. We worden gevraagd om onze aanpak, ervaringen en resultaten te delen en dat doen we. Bij de opdracht hebben we ook actuele thema's als 'Energie & Duurzaamheid', 'Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)' en 'Opslag gevaarlijke stoffen' betrokken. Inmiddels zijn alle provinciale vergunningen gecheckt en waar nodig geactualiseerd of in procedure genomen. We hebben dit binnen het beschikbare budget uitgevoerd.
Stikstofkwestie De Raad van State oordeelde op 29 mei 2019 dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gebruikt mag worden voor vergunningverlening. Het PAS maakte het mogelijk om stikstof-uitstotende activiteiten toe te laten, vooruitlopend op de positieve effecten van PAS-maatregelen. Zo'n toestemming `vooraf mag niet volgens de Raad van State. De gevolgen van deze uitspraak zijn fors en kregen veel media-aandacht. Denk hierbij aan vertraging of het niet doorgaan van talloze infrastructurele en bouwprojecten, het verlagen van maximumsnelheden op de weg en discussie over forse inkrimping van de veestapel. 1.2.2 Operationeel Ureninzet Sinds 1 januari 2019 hebben we het tijdschrijven verbeterd. Hierdoor hebben we meer inzicht in hoe de uren ingezet zijn. Voor alle partners samen is er 107% aan productieve uren ingezet. Concreet betekent dit dat OD Usselland in 2019 in staat is geweest meer dan 8500 uur extra in te zetten ten behoeve van projecten of extra taken zoals PFAS en stikstof. Verder is een deel van deze extra uren incidenteel ten laste gebracht van onder meer opleidingen en ontwikkeling en een lager ziekteverzuim dan was begroot. De verschillen tussen de verschillende partners zijn groter dan we graag zouden willen.
Om te voorkomen dat de verschillen te groot zouden worden, hebben we na de tweede bestuursrapportage maatregelen genomen om de verschillen niet verder te laten oplopen. Desondanks denken we dat het belangrijk is dat de onderlinge verschillen tussen de partners verder worden verkleind. In de laatste Algemeen Bestuursvergadering van 2019 is erover gesproken. We onderzoeken hoe we in 2020 met een voorstel kunnen komen om te werken met een beperkte bandbreedte tussen de partners binnen een jaarschijf. In 2020 gaan we dat nadrukkelijker monitoren en sturen op de inzet. Als blijkt dat een partner structureel meer inzet nodig heeft dan is afgesproken, gaan wij met de betreffende partner in gesprek om hier, waar mogelijk, scherpere keuzes te maken of de inbreng aan te passen. 5 PAGINA 4 sir PAGINA TERUG VOORUIT AilM1111•1~11k. il Inleiding Programmaplan Paragrafen
Programmaplan Klanttevredenheid OD Usselland vindt een goede dienstverlening belangrijk. Daarom doen we onderzoek naar de klanttevredenheid van onze stakeholders. In 2019 hebben we deze klanttevredenheid gemeten voor de afnemers van drie producten: melding activiteitenbesluit, melding besluit bodemkwaliteit en milieuadvies op verzoek van onze partners. De klanttevredenheid meten we door aan bedrijven, bewoners en partners waarvoor wij zaken behandelen online feedback te vragen. Zij kunnen antwoorden met `zeer tevreden', 'tevreden' of 'ontevreden'. Ook is het mogelijk om een open reactie te geven. Tabel 1 :Kianttevredenheid' Klanttevredenheid Aantal verstuurde verzoeken om feedback 610 Aantal respondenten 192 (31%) Resultaten % Zeer tevreden 25% % Tevreden 68% % Ontevreden 7% Het overgrote deel van de respondenten is tevreden tot zeer tevreden. Vooral onze manier van communiceren met onze klanten wordt als heel positief ervaren. Van de respondenten was 7% ontevreden. Als onderbouwing hiervoor zijn de volgende oorzaken opgegeven: Tabel 2 'Onderbouwing' f Redenen - groep ontevreden 1 Communicatie 4 Geen motivatie opgegeven 4 Nut en noodzaak product 2 Expertise OD 1 Termijn 1 Klachten over derden 8 Wij nemen altijd contact op met de respondent die negatief heeft gereageerd, zodat wij hiervan kunnen leren en verbeteren.
Vanaf 2020 breiden we de metingen van onze dienstverlening uit naar meerdere producten. 6 PAGINA it . PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan Paragrafen
Programmaplan Toezicht In 2019 hebben we ruim 96% van de planning weten te halen. Dit is een hele verbetering ten opzichte van vorig jaar, toen we op 80% uitkwamen. Per individuele partner zitten er verklaarbare verschillen in. Deze verschillen lichten we in het partnerspecifieke deel, waar nodig, toe. We merken dat de kwaliteit van de overgedragen bedrijvenbestanden minder is dan verwacht. Bij controles blijkt bijvoorbeeld regelmatig dat bedrijfsbeëindigingen, overnames of uitbreidingen niet bekend zijn. Dat kost extra tijd. Hierdoor kwam de planning onder druk te staan. Alle milieurelevante bedrijven in de zwaardere categorieën zijn goed in beeld en het toezicht daarop is goed op de rit. Voor zover nog sprake is van een inhaalslag, ronden we deze in 2020 af. Er zijn geen grotere risico's voor de partners geweest. Wel blijkt dat het toezicht op met name de agrarische bedrijven onder druk komt te staan. We zetten ons in om zoveel mogelijk van deze bedrijven ook te bezoeken. Tot nu toe lukt dit in veel gevallen, maar de ontwikkelingen op het gebied van stikstof en PEAS hebben impact hebben op de in te zetten capaciteit. We hebben in 2019 afspraken gemaakt met de partners dat we een deel van de capaciteit inzetten voor de stoppersregeling. Hierdoor is het toezicht op de lichtere categorie agrarische bedrijven licht achtergebleven. Dit zorgt niet voor risicogevallen.
Regiobreed is de capaciteit die is ingebracht op het product asbest voldoende gebleken om het toezicht hierop goed vorm te kunnen geven. Het asbesttoezicht in IJsselland wordt landelijk geroemd om haar level playingfield dat binnen onze regio is gecreëerd. Wij zijn er trots dat we deze kwaliteit regiobreed hebben kunnen leveren. De inzet op klachten en meldingen in onze regio is in 2019 ruim 50% meer geweest dan we hadden verwacht. We hebben totaal ruim 1000 klachten in behandeling gekregen. 75% daarvan is afgehandeld. 25% is nog in behandeling. We werkten in 2019 ook aan diverse projecten. We benoemen de belangrijkste. Project tussenopslag asbest in de keten De keten van asbestverwijdering is complex en risicovol. Er is nog steeds onvoldoende zicht op de naleving van de regelgeving door de verschillende actoren in de asbestverwijderingsketen. Dit is noodzakelijk om grip te krijgen op de verwijderingsketen van asbest. Daarom is in 2019 een eerste stap gezet in de programmatische ketenaan pak van de asbestketen. Omgevingsdienst Usselland levert een belangrijke bijdrage door (keten)toezicht uit te voeren op het verwijderen van asbest; van de sloopmelding tot het storten. Door deze manier van werken lopen inwoners en milieu minder risico's.
De eerste conclusies zijn dat er een hoog percentage aan overtredende bedrijven is in de branches loonwerkers (50%) en saneerders (inclusief inzameling) (50%). De kennis op het gebied van de verplichtingen bij bedrijven die onder andere asbest ontvangen (loonwerkers, saneerders met inzameling naar eigen terrein) is gebrekkig. We zetten dit project daarom in 2020 voort. Project Garagebedrijven Om de efficiency én effectiviteit van toezicht en handhaving te vergroten, startten we het IGH2-project 'Garagebedrijven'. Op basis van onderzoeken van handhavingspartners is de verwachting dat 10 tot 15% van de garagebedrijven niet in beeld zijn van het bevoegd gezag. Ook zijn zij niet in het controleregime van de handhavingsuitvoeringsprogramma's meegenomen. We hebben daarom besloten in 2019 op basis van een steekproef bedrijven te controleren die mogelijk niet in beeld zijn. We bezochtten, verdeeld over alle partners, 63 bedrijven. Daarvan bleken er 37 daadwerkelijk als garagebedrijf in bedrijf te zijn. Bij 63% van deze bedrijven zijn overtredingen geconstateerd. We vervolgen dit project in 2020. 7 PAGINA PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan Paragrafen
Programmapian Inzet Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa's) We hebben in 2019 in totaal 1466 uur besteed aan inzet van onze Boa's. Boa's worden vooral ingezet als op basis van de landelijke handhavingsstrategie wordt vastgesteld dat strafrechtelijk opgetreden moet worden. Dit komt het meest voor bij asbestgerelateerde zaken. In 2019 waren wij betrokken bij een aantal grotere onderzoeken, waarvoor, in nauwe samenwerking met het OM, proces-verbaal is opgemaakt. Vergunningen/meldingen We zien dat het werk op het gebied van vergunningen/meldingen is toegenomen, als gevolg van de aantrekkende economie. Ook belangenafweging wordt steeds intensiever, doordat de belangen complexer worden en om expertise vragen. Ook zien we belangentegenstellingen groeien tussen bijvoorbeeld een initiatiefnemer, omwonenden en natuur-/milieuorganisaties. Dat de economie sterk is, zien we ook terug in (voor)overleg over plannen van ondernemers. Dit overleg is bedoeld om plannen goed te bespreken, zodat het formele vergunningtraject soepel verloopt. Er is ook regelmatig overleg met onze partners, Veiligheidsregio en GGD om plannen integraal te beoordelen. Prestaties, urenbesteding en doorlooptijd Onze prestaties zijn op hoodflijnen in lijn met de planning. Wel zijn er soms (beduidende) verschillen tussen planning en productie per klassen en ook tussen de partners.
Dit is verklaarbaar omdat het werk aanbodgericht is en daardoor niet altijd goed valt te voorspellen. Tussen partners kan er een verschil zijn, bijvoorbeeld omdat er bij een gemeente een nieuw industrieterrein is gerealiseerd en er daardoor meer vergunningen/ meldingen binnenkomen. Deze dynamiek houden we komend jaar beter bij, zodat tijdige sturing beter mogelijk is. Er is ook sprake van effecten van de uitspraak van de Raad van State over het PAS (stikstofkwestie), waardoor vergunningverlening langere tijd niet mogelijk was, vooral bij de agrarische sector. De urenbesteding is gekoppeld aan aantal en complexiteit van vergunningaanvragen, meldingen en (voor)overleg. Dat zien we dan ook terug in onze rapportage. We monitoren de tijdigheid van onze procedures, vanwege wettelijke vereisten en servicetermijnen van onze partners. Urgente zaken krijgen voorrang en we houden rekening met de signalen die we van ondernemers en partners krijgen. Voor een reguliere procedure geldt doorgaans dat we tijdig moeten beschikken, omdat anders de beschikking van rechtswege geldt. Doorgaans, want voor een product als de OBM (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) geldt dat bijvoorbeeld niet. We hebben 72 reguliere procedures gehad waarvan 26 OBM en 3 intrekkingen. Dan blijven er 43 procedures over, waarbij van rechtswege geldt.
Op basis van onze monitoring zien we dat bij die procedures de tijdigheid in de knel komt. Dit gebeurt overigens altijd in overleg met de aanvrager. We gaan dan ook meer aandacht besteden aan het beheersen van de doorlooptijd. Voor de uitgebreide procedure geldt de beschikking van rechtswege niet en is er een termijn van orde van 26 weken. In 2019 zijn 43 procedures afgerond, waarvan 17 binnen en 26 buiten die termijn. Van die 26 is bij ongeveer de helft de proceduretijd langer dan 1 jaar. Onze ervaring is dat het zorgen dat de aanvraag compleet, volledig en op voldoende niveau is, meer tijd vraagt. De ingediende aanvragen zijn regelmatig van een onvoldoende niveau. We wegen dan af of een bedrijf meer tijd krijgt om tot een vergunbare aanvraag te komen of dat we ten behoeve van de afronding binnen de behandelingstermijn een weigering of buiten behandeling afgegeven. Hierdoor komt in het belang van de aanvrager het streven naar tijdigheid door de dienst wat meer op de achtergrond te staan. Dit is overigens de gangbare praktijk, die partners hanteerden toen zijzelf de vergunningverlening verzorgden en is door ons overgenomen. Deze werkwijze nemen we komend jaar onder de loep door actualisatie risicoanalyse (inclusief risicogestuurde vergunningverlening). Een andere stimulans is de komst van de Omgevingswet waarbij als uitgangspunt de reguliere procedure geldt.
8 PAGINA 4 PAGINA TERUG VOORUIT .011~11~- Kosten Programmaplan Paragrafen Bijlagen
Programmaplan Actualiteit vergunningen In het VTH-beleid van onze partners is de indicator dat 20% van de vergunningen op actualiteit wordt getoetst (5-jaarlijkse check). In 2019 startten we met het verkrijgen van overzicht. Dat levert het volgende beeld op: • binnen onze regio hebben we ongeveer 600 vergunningen; • het aantal actuele vergunningen (dat wil zeggen niet ouder dan 5 jaar) is ongeveer 30%; - het percentage bij de provincie ligt flink hoger ligt (ongeveer 90%), dankzij het project actualisatie vergunningen' (LAP3). Het overzicht analyseren we en werken we komend jaar verderuit naar een plan voor een programmatische aanpak. Stoppersregeling agrarische bedrijfstak Met stoppers worden veehouders (pluimvee, varkens) bedoeld die meedoen aan de stoppersregeling. Op grond van dit landelijke gedoogbeleid hoeft er tot uiterlijk 1 januari 2020 niet te worden voldaan aan het Besluit emissiearme huisvesting. Om te kunnen voldoen aan dit besluit, vergt dit forse financiële investeringen. Het is belangrijk dat bedrijven ook daadwerkelijk zijn gestopt, omdat dit bijdraagt aan een verminderde stikstofuitstoot en het recht doet aan ondernemers die wel hebben geïnvesteerd. We hebben alle betrokken stoppersbedrijven in onze regio (extra) geïnformeerd. We vroegen ze in hoeverre men daadwerkelijk is gestopt of bijvoorbeeld plannen heeft waardoor alsnog aan de eisen wordt voldaan.
Na dit jaar zijn nog niet gestopte of aangepaste bedrijven in overtreding en handhaven we daarop. In 2020 vindt bij alle relevante bedrijven een (her) controle plaats en treden we bij overtreding op. Luchtwassers Een luchtwasser wordt in de intensieve veehouderij gebruikt om de uitstoot van stikstof (in de vorm van ammoniak) te verminderen. In 2019 hebben we samen met de provincie en de OD Twente de goede werking van deze luchtwassers projectmatig onderzocht. De resultaten van de 0-meting laten zien dat er nog veel moet worden verbeterd. Vrijwel alle bedrijven met een luchtwasser hebben één of meerdere punten waardoor het bedrijfniet (helemaal) aan de regelgeving voldoet. Samen met de provincie investeren we in 2020 verder in dit project, met als doel alle bedrijven aam de relevante wet- en regelgeving te laten voldoen. Bodytekst 9 PAGINA 110 . PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan Paragrafen
Paragrafen 2.1.1 Financiëie kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (alle schulden - vorderingen en liquide middelen)/totale baten). Omdat wij meer liquide middelen dan schulden hebben, is de quote 0%. 2.1 Weerstandsvermogen & risicobeheersing In juni 2018 stelde het Algemeen Bestuur de documenten nota (Kaders weerstandsvermogen' en nota 'Weerstandsvermogen' vast. De laatstgenoemde nota gaat vooral in op de capaciteit van het weerstandsvermogen, het risicomanagement en de risico-inventarisatie. De invulling van het proces risicomanagement verloopt via de Demming Circle. De Demming Circle bestaat uit de stappen Plan, Do, Check, Act. Hier onlosmakelijk mee verbonden is de risico-inventarisatie: welke risico's zijn er en welke beheersmaatregelen stellen we voor om of het risico te voorkomen, of de impact te beperken? De risico's zijn samengevat in de risico-inventarisatie en worden via de risicoklasse financieel gekwantificeerd. Deze financiële vertaling vormt de basis voor de hoogte van de algemene reserve. De risico-inventarisatie zoals deze nu is vastgesteld, resulteert in een benodigd weerstandsvermogen van 311.000 euro en bedraagt hiermee ongeveer 3% van de begroting. Het risicomanagement gaat onderdeel vormen van de planning- en controlcyclus.
Dit betekent dat in de begroting en jaarverslag een paragraaf weerstandsvermogen is opgenomen. We passen de risico-inventarisatie aan, als dat nodig is. Dat wordt dan in de jaarrekening of begroting meegenomen. Voor dit jaar is de huidige inventarisatie nog actueel. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarmee de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De uitkomst hiervan is 16%, dit is goed. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie moeten we ook kijken naar de structurele baten en de structurele lasten. Een voorbeeld van structurele baten is bijvoorbeeld de gemeentelijke bijdrage. In ons geval zijn alle lasten structureel gedekt door structurele baten. Tabel 3 'Kerngetallen. . • Financiële kengetallen BBV -- - Begroting 2019 0% Realisatie 2019 0% la. Netto schuldquote lb. Netto schuldquoate gecorrigeerd voor verstrekte leningen 0% 0% 2. Solvabiliteitsratio 0% 16% 3. Kengetal grondexploitatie n.v.t. n.v.t. 4. Structurele exploitatieruimte 0% 0% 5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoons huishoudens. n.v.t. n.v.t. 10 PAGINA PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan Paragrafen
Pa ragra Fen 2.2 Financiering In deze paragraaf nemen we de beleidsitems op die betrekking hebben op het risicobeheer van de financieringsportefeuille. De Wet Fido en de regeling Ruddo en het treasurystatuut 2018 zijn van toepassing. Algemeen Begin 2018 stelde ons bestuur het treasurystatuut vast. Hiermee zijn de bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van de treasury- functie geregeld. De treasuryfunctie beweegt zich op de achtergrond en is uitgevoerd door de treasurer van de Gemeente Zwolle. Dit is onderdeel van de dienstverlening die tussen Omgevingsdienst IJsselland en gemeente Zwolle op financieel gebied is afgesproken. Renteontwikkelingen De korte rente is in 2019 door de Europese Centrale Bank met 0,1% verlaagd. Het gevolg hiervan was dat de 3-maands Euribor-rente ook daalde en op 31 december 2019 uit kwam op -0,383%. De huidige marktverwachting is dat de 3-maands Euribor-rente weinig zal veranderen in 2020. De lange rente (basis is 10-jaars swaprente) heeft een behoorlijke daling laten zien, van begin van het jaar op 0,81% naar begin september naar negatief -0,24% om daarna weer licht positief te worden richting eind 2019 en uit te komen op +0,21% per 31 december. De markt verwacht geen grote veranderingen van de lange rente in 2020. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het bedrag aan dat maximaal met korte externe middelen mag worden gefinancierd.
Dit betreft een gemiddelde per maand primo over een kwartaal. De Wet Financiering decentrale overheden (Fido) geeft aan dat een eventuele overschrijding van twee kwartalen is toegestaan. De kasgeldlimiet is in 2019 op 8,2% van het begrotingstotaal berekend en kwam uit op 841.589 euro. In tabel 4 is het verloop in 2019 weergegeven. Tabel 4 `Kasgeldlimiet: Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Kasgeldsaldo 1.541,60 1.336,10 1.360,60 1.940,70 Kasgeldlimiet 841,6 841,6 841,6 841,6 Onderschrijding+/overschrijding - 2.383,20 2.177,70 2.202,20 2.782.30 De kasgeldlimiet is in 2019 niet overschreden, we hebben geen gebruik gemaakt van vreemd vermogen. Financiering en renterisiconorm We trokken geen langlopende leningen aan in 2019. De renterisiconorm is niet in werking omdat er geen langlopende leningen zijn. Schatkistbankieren De Wet Fido schrijft voor dat de GR tijdelijk overtollige liquide middelen (boven een drempelbedrag) moet aanhouden in de Rijksschatkist. Er zijn regelmatig tijdelijk overtollige liquide middelen bij de schatkist gestald. Dit is zo uitgevoerd dat het drempelbedrag volgens de voorgeschreven wetgeving geheel 2019 niet is overschreden. Zie hiervoor tabel 5. Het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd is 250.000 euro.
Er zijn geen bedragen aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de Omgevingsdienst buiten Rijks schatkist is aangehouden. x€1.000 11 PAGINA i d 10 . PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan Paragrafen Kosten Bijlagen
ParagraFen Tabel 5 *Schatkistbankieren' Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x €1000) 250 (1) Drempelbedrag Kwartaal . Kwartaal 2 ' ; Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 181,5 192,9 166,5 177,0 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 68,5 57,1 83,5 73,0 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - - (1) Berekenin drem elbedra 2019 (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 10.263 - - - (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 10.263 - - - (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat - - - - (1) = (4b)"0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 (2) Berekening kwartaalcijfer op Drempelbedrag dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 250 - - Kwartaal 3 15.320,0 - Kwartaal 4 16.288,0 Kwartaal 1 Kwartaal 2 16.336,0 17.553,6 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 90,0 91,0 92,0 92,0 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 181,5 192,9 166,5 177,0 12 PAGINA br . PAGINA TERUG VOORUIT Paragrafen Programmaplan
Ziekteverzuim 2019 6,00% 5,00% Kort verzuim 4,00% 3,00% Middellang 2,00% --Lang 1,00% Gemiddelde per kwartaal 0,00% Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Pa ra gra Fen 2.3 Bedrijfsvoering 2.3.1 P&O Formatie Op 31 december 2019 hadden we 102 medewerkers in dienst. Hiermee is het aantal vaste medewerkers gestegen met 6 ten opzichte van het jaar ervoor. In 2019 huurden we gemiddeld 20 medewerkers per maand in. De gemiddelde leeftijd van de vaste medewerkers was op 31 december 2019 48,6 jaar. Verzuim Het gemiddelde verzuim over 2019 is 5,17%. Dit is onder te verdelen in 0,73% kort verzuim (korter dan 8 dagen), 0,38% middellang verzuim (8-42 dagen) en 4,06% lang verzuim (langer dan 42 dagen). We zien een dalende lijn in het lang verzuim. Zie hiervoor grafiek 1. Grafiek 1 Ziekteverzuim' Omgevingswet Op 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet vraagt andere kennis en ander gedrag van onze medewerkers. In 2019 is er een projectteam 'Omgevingswet' opgericht en zijn de eerste stappen gezet om onze organisatie Omgevingswetproof te maken. Resultaten MTO en RI&E Het in 2019 gehouden MTO geeft een positief beeld, waarbij vooral de collegialiteit en cultuur, het werkgeverschap en de kernwaarden positief gewaardeerd werden. Tegelijk moet er aandacht zijn voor samenwerking met en bij de deelnemers van de GR, de werkdruk en de werkplek.
Er is een projectgroep samengesteld die zich in 2020 gaat bezighouden met de aanbevelingen uit het MTO en daarbij ook aandacht heeft voor de kernwaarden. In 2019 voerdem we een RI&E uit en startten we met het Plan van Aanpak. Ondertussen is het arbobeleidsplan gereed. In 2020 ronden we meer punten af, waaronder diverse verdiepende functie-RI&E's. Evaluatie Zowel het sociaal plan als het mobiliteitsplan zijn in 2019 geëvalueerd. Het sociaal plan is op 31 december 2019 afgelopen en het mobiliteitsplan loopt in 2020 onveranderd door. Wnra In het kader van de Wet normalisatie rechtspositie ambtenaren (Wnra) hebben alle medewerkers op 11 november een arbeidsovereenkomst ontvangen om te ondertekenen. Op 31 december heeft bijna 80% van de medewerkers de arbeidsovereenkomst getekend. Daarnaast zijn de lokale OD-regelingen omgezet in een personeelshandboek. 13 PAGINA PAGINA TERUG VOORUIT Programmaplan
ParagraFen 2.3.2 Accountant De accountant heeft de controle over het boekjaar 2018 in het voorjaar van 2019 uitgevoerd. Dit is gebeurd op basis van het 1-jarig contract. De werkzaamheden zijn geëvalueerd en op basis van deze evaluatie heeft het bestuur besloten om het contract met de accountant te verlengen met drie boekjaren. De aandachtspunten uit de managementletter worden opgepakt en krijgen de benodigde opvolging. 2.3.3 Financiën Voor de financiën sloten we met betrekking tot de advisering en de administratie een overeenkomst met de gemeente Zwolle als dienstverlener. Dit zorgde in 2018 voor een goede opstart en een sterke mate van control op het proces. Door het aansluiten bij de geoptimaliseerde processen van de gemeente Zwolle is er sprake van een goede functiescheiding en systeemcontrole op de processen. Dit samen met een goede advisering en maandgesprekken omtrent budgetten en uitgaven beheert het financiële huishoudboekje op adequate wijze. 2.3.4 Huisvesting Tijdens de oprichtingsfase is Zwolle gekozen als hoofdlocatie. Bij de start van onze omgevingsdienst was deze locatie volledig ingericht en klaar voor gebruik. Naast deze hoofdlocatie maken wij ook gebruik van werkplekken bij onze partners. De kosten van de hoofdlocatie en de bijbehorende dienstverlening op facilitair gebied zijn binnen de begroting gerealiseerd.
Eind 2019 zijn we met Zwolle in gesprek gegaan over een mogelijke extra ruimte voor 6 werkplekken, vanwege extra taken, zoals de taken vanuit de Gemeente Ommen, die op ons afkomen. De financiering hiervan komt uit de overheadbijdrage die meekomt met de extra taken. Definitieve besluitvorming zal plaatsvinden in het voorjaar 2020. 2.3 In 2019 is er een stijging te zien van de ICT-kosten zoals het Shared Service Centrum (ONS) deze doorbelast (via de Gemeente Zwolle als leverancier). In 2019 is deze kostenstijging incidenteel opgevangen binnen de reguliere bedrijfsvoering. Voor 2020 is de verwachting dat de kosten verder zullen toenemen. Dit in verband met de verdere aanscherping van het veiligheidsbeleid, introductie van Windows 10 en Office 365. In 2020 komen we met een voorstel over de hoogte van de extra kosten en de bijbehorende financiering. Op het gebied van IT en informatievoorziening hebben we in 2019 een aantal belangrijke stappen gezet. • De datakwaliteit is verbeterd door op verschillende gebieden validatie uit te voeren met externe bronnen, zoals NHG. Dit heeft het onder meer mogelijk gemaakt om de toezichtplanning geautomatiseerd te laten uitvoeren. • We hebben het initiatief genomen om tot een regionale samenwerking te komen op het gebied van beheer en ontwikkeling van IJVI.
Er is inmiddels een goed functionerende governance-organisatie waarbinnen alle deelnemers zijn vertegenwoordigd. • We hebben stappen gezet om IJVI op te waarderen naar de nieuwste versie. Op basis van de bevindingen is besloten om deze uit te stellen tot het moment dat deze versie meer volwassen is. • De vastlegging van de processen voor VTH en advies is in 2020 voor een groot deel afgerond, we zijn begonnen met optimalisatie en harmonisatie die tot efficiënter werken en een betere beheersbaarheid en proceskwaliteit zal leiden. • In 2019 zijn we begonnen met tijdregistratie in IJVI. Omdat IJVI op termijn deze functionaliteit niet zal bieden, startten we een project om TimeTell als taakspecifieke applicatie in te voeren. Dit project wordt begin 2020 afgerond. • De doelstelling om IJVI te koppelen met de archiefsystemen van partners is voor een deel gehaald. Voor enkele partners is of wordt deze nu gerealiseerd, maar in op één na alle gevallen is er slechts sprake van een eenzijdige koppeling. OD Llsselland heeft geen toegang vanuit IJVI tot archiefstukken. Met partners wordt nog overlegd om deze situatie op zo kort mogelijk termijn te verbeteren. 14 PAGINA PAGINA TERUG VOORUIT -Alts Inleiding Kosten Bijlagen Paragrafen Programmaplan
15 PAGINA 4 co PAGINA TERUG VOORUIT Paragrafen Programmaplan Kosten ParagraFen 2.3.6 Inkoop en aanbesteding In 2019 werkten we volgens het vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid. Hierbij is er bij het aanbesteden van werkzaamheden rekening gehouden met lokale en wettelijke eisen. In de praktijk merken we wel dat er betrekkelijk weinig aan bieders op de markt zijn voor specifieke specialistische functiesdie voldoende kwaliteit kunnen leveren. Het effect is dat we in een enkel geval tegen de grenzen van het wettelijk kader aanliepen. Om dit op een goede manier vorm te geven hebben we in deze gevallen gebruikt gemaakt van afgesloten raamcontracten, een intermediair of inhuur via een meervoudige onderhandse aanbesteding. 2.3.7 Governance De versterking van de gemaakte afspraken uit 2018 is doorgezet in 2019. De structuur van ambtelijke overleggen heeft verder vorm gekregen. Er is in 2019 nog een aantal verordeningen opgesteld en herzien. Dit laatste heeft ook te maken met de inwerkingtreding van de Wnra.
Wat heeft het gekost? In dit hoordstuk geven we aan welke kosten, opbrengsten en investeringen we hebben gemaakt om de ambities te realiseren. Paragrafen Kosten t`lt t4. 7 k 'rdk, - 5ROUWERS ACCOUNTANTS BV Uitsluitend voor Id PAGIN en ti f ca tied eel e n de JAG 16 PAGINA VOORUIT Programmaplan ?.1 Grondslagen voor waarderingen resultaatbepalingen Bij de opmaak van de jaarrekening hebben we rekening gehouden met de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (B BV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij we het bij onderdeel waar het om gaat anders vermelden, nemen we de activa en passiva op tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrek- king hebben. Baten en winsten worden alleen genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. We nemen verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar in acht, als ze voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. R.O. Kosten 3.1.1 Balans Materiële vaste activa In artikel 63 van het BBV staat dat vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
De verkrijgingsprijs bestaat uit de aan- schaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kos- ten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kan verder een redelijk deel van de indirecte kosten (bijvoorbeeld urentoerekening) worden opgenomen. Bij vaste activa is er alleen sprake van herwaardering bij verandering van bestemming of duurzame waardevermindering. Op vaste activa met een be- perkte gebruiksduur, wordt jaarlijks lineair afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Vorderingen De vorderingen hebben we gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor- zieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend en op de balans op de debetzijde verantwoord (de hoogte van de voorziening brengen we in mindering op de post vorderin- gen). Vaste en vlottende schulden We hebben langlopende schulden en kortlopende schulden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Activeren De ontvangen bijdragen van derden brengen we in één keer in mindering op de kostprijs. Personeelslasten Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het wettelijke verbod op het opne- men van voorzieningen c.q.
schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Denk daarbij aan componenten zoals vakantiegelden en vakantiedagen. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de commissie BBV geldt hetzelfde voor arbeidskostengerelateerde verplichtin- gen met een jaarlijks constante ontwikkeling. 3.2 B a ten en iasten Alle taken van OD IJsselland vallen onder het programmaplan `Milieu en Leefomgeving'. Om meer inzicht te geven in de cijfers, hebben we voor een eigen opzet onder het programmaplan 'Milieu en Leefomgeving' gekozen. Per afdeling geven we een overzicht van de begrote lasten. We nemen de kolom Begroting 2019 na wijzigingen' dan ook als uitgangspunt. In de vol- gende paragrafen lichten we de afwijkingen toe. tre W 114 17 BROUV/ERS ACCOUNTANT* TERUG Uitsluitend voor Identificatiedoeleinden Programmaplan Paragrafen lo r PAGINA VOORUIT R.O. 18 BROUV,'ERS Accour1,--Kews v PAGINA Uitsluitend VOOT£RUG VOORUIT Identificatiadoeleinden WO 7.9n,"- , 1,4 kr, it2 Kosten Tabel 6 'Baten en Lasten .
Omgevingsdienst Begroting ljsselland 2019 Begroting 2019 na wijzigingen Realisatie Saldo -~" (4.) positief 11 (-) negatief Salarissen en sociale lasten 1.000.864 957.252 904.270 52.982 Inhuur derden - - 31.188 -31.188 Accountantkosten 25.400 25.400 15.900 9.500 Verzekeringen 25.400 25.400 12.635 12.765 Overige afdelingskosten 152.400 156.666 167.956 -11.290 Opleiding 101.600 101.600 158.599 -56.999 Reiskosten 205.232 207.256 188.349 18.907 Representatie 25.400 25.400 3.720 21.680 Overige personeelskosten 273.797 273.797 162.614 111.183 Ontwikkelbudget 270.000 370.000 279.250 90.750 ICT 907.997 1.212.982 1.222.158 -9.176 DVO 982.472 992.570 1.003.177 -10.607 Onvoorzien 91.440 91.950 - 91.950 Totaal Bedrijfsvoering it 4.062.002 1.556.562 4.440.273 1.556.562 4.149.817 1.436.513 290.456 120.049 Salarissen en sociale lasten Inhuur derden - - 176.241 -176.241 Overige kosten 20.320 20.320 7.482 12.838 Meerwerk kosten Totaal Vergunningen 1.576.882 2.600.099 - 1.576.882 2.624.729 144.369 1.764.606 2.155.154 -144.369 -fá7.72 469.575 Salarissen en sociale lasten Inhuur derden - - 168.694 -168.694 Overige kosten 20.320 20.320 270.122 -249.802 Meerwerk kosten 'TotaafToeziOht en handhaving - 2.620.419 50.618 -50.618 2.645.049 2.644.587 46 Omgevingsdienst Ijsselland Begroting 2019 Begroting Realisatie 2019 na wijzigingen Saldo (+) positief C--) negatief Salarissen en sociale lasten 1.983.656
2.066.550 1.773.340 293.210 Inhuur derden - 448.491 -448.491 Overige kosten 20.320 21.930 32.700 -10.770 Meerwerk kosten - 139.550 -139.550 otaal Advies - 2.003.976 2.988.480 2194.081 -3~ Projectkosten - 454.404 462.138 -7.734 ubtotaaMIL. a.._ 10~79 1144988 11.415.229,..6,_ -2alln Bijdragen gemeenten -10.263.279 -10.350.684 -10.321.729 -28.955 Ontrekking IT-reserve - -300.000 -300.000 Ontrekking OB-reserve - -100.000 -9.250 -90.750 Meerwerk dekking - - -144.369 144.369 Vergunningen Meerwerk dekking Toezicht - en handhaving - -50.618 50.618 Meerwerk dekking Advies - - -139.550 139.550 Bijdrage projectkosten -454.404 -454.404 -olaal IiiMOW - 1. - -10.263.279 -11.205088 - . ---.' --- i tindtotaal - - -4.690 21~ 114690 Inleiding Programmaplan Paragrafen Bijlagen R.O. •:rs• • " t.as 19 Paragrafen Programma plan Kosten Bijlagen PAGINA BROW,','ERS ACCOUNTANTSW Uitsluitend voor Idntifjca_t •idoiele_.inden PAGINA VOORUIT Kosten 3.2.1 Loonkosten Op basis van vacatureruimte kunnen we personeel inhuren. Omdat de posten Salarissen en sociale lasten' en 'Inhuur derden' samenhangen, bekijken we deze ook samen. Meerwerk laten we buiten beschouwing en komt in paragraaf 3.2.3 aan bod. De totale loonkosten over 2019 bedragen € 6.862.816. Deze kosten komen terug in de afdelingskosten en in meer- werk-en projectkosten.
Team Bedrijfsvoering Bij de besteding van het beschikbare budget, ruim 957.000 euro, is sprake van een onderbesteding van 20.000 euro. Dit komt neer op 2%. De onder- besteding op de loonkosten komt voornamelijk door minder inhuur op het taakveld ICT. De kosten hiervan zijn gedekt vanuit de bestemmingsreserve. Team Vergunningen Van het beschikbare budget van ruim 1.556.000 euro, is sprake van een overschrijding van 56.000 euro. Dit komt neer op 3,6%. De oorzaak hiervan is dat de formatieve omvang van de administratie is vastgesteld aan de hand van de ureninbreng van de partners, 2,5 FTE. In het eerste jaar van onze organisatie is gebleken dat dit onvoldoende is. Inmiddels bedraagt de bezetting 6,2 FTE. De structurele uitbreiding naar 4,5 FTE is in 2019 vast- gesteld door het Algemeen Bestuur en is verwerkt in de begroting 2020. Team Toezicht en handhaving Van het beschikbare budget, ruim 2.624.000 euro, is een groot deel an- ders ingezet. De ruimte van 300.000 euro op de loonkosten is ingezet om externe controles uit te laten voeren. Dit is zichtbaar bij het afdelingsbudget 'overige kosten'. Daar is sprake van overschrijding van 250.000 euro. Dit wordt gedekt door de onderbesteding op de loonkosten. In totaal blijft er dus 50.000 euro niet besteed. Dit komt neer op 1,9%.
Team Advies Van het beschikbare budget, ruim 2.394.000 euro, is sprake van een over- schrijding van 155.000 euro. Dit komt neer 6,5%. De oorzaak hiervan is hoog ziekteverzuim en tijdelijke invulling van vacatureruimte. Team Advies heeft te maken met een hoog ziekteverzuim waardoor er extra capaciteit ingehuurd moet worden. Daarnaast is er ingehuurd om de overbrugging van het invullen van een vacature op te vangen. 3.2.2 Bedrijfsvoeringskosten Reiskosten De reiskosten vallen lager uit dan begroot, omdat in 2019 niet alle vacatu- reruimte was ingevuld. De hiervoor ingezette externe medewerkers bereke- nen een uurtarief inclusief reiskosten. Deze reiskosten zijn niet zichtbaar en vormen daarmee de basis voor de onderschrijding van 18.000 euro. Representatie De representatiekosten zijn dit jaar lager dan begroot. Hiervoor is niet een direct aanwijsbare oorzaak. Ontwikkelbudget Bij de start van de organisatie kregen we de beschikking over een ont- wikkelbudget om goed van start te kunnen gaan in de opstartfase van de organisatie. In 2018 hebben we hiermee een goede start gemaakt en heb- ben deze lijn in 2019 doorgetrokken. Door de druk op de organisatie en de inrichtingsvraagstukken hebben we nog niet voldoende gelegenheid gehad dit budget optimaal in te zetten. Hierdoor is de begrote onttrekking van de bestemminsreserve lager dan verwacht.
Zie ook paragraaf 3.3.3 voor extra informatie over de bestedingen. R.O. Paragrafen Programmaplan Overige personeelskosten De post cOverige personeelskosten' is opgenomen op basis van een benchmark met andere omgevingsdiensten. De invulling van deze post verschilt per omgevingsdienst. In het afgelopen jaar was er een onderschrijding van 111.000 euro op deze post. In 2020 wordt dit geld ingezet om de actualisatie van het organisatie- en formatieplan te dekken. Dan verwachten we dat de kosten zich zullen verhouden met de begroting. ICT De post ICT heeft betrekking op de kosten van de applicatie IJVI en de extra capaciteit voor het project 'OD Next level'. De overschrijding van 9.000 euro komt voornamelijk dat er meer capaciteit nodig was dan voorzien. DVO De Dienstverleningsovereenkomst met de Gemeente Zwolle bevat naast een aantal vaste componenten ook een aantal flexibele posten. Door IT-ontwikkelingen zijn de kosten gestegen, dit is extra toegelicht in paragraaf 2.3.4. Dit resulteert uiteindelijk in een nadeel van 9.000 euro. Onvoorzien Binnen de begroting is er een post 'Onvoorzien', voor onvoorziene zaken die we niet binnen de begroting kunnen oplossen. In 2019 hebben we deze post niet nodig gehad, waardoor het totale begrotingssaldo van 91.950 euro is overgebleven.
Kosten ou',',`E-R.5 ACCOUNTANTS BV t 20 Usiuitend voor ,,ntincatiedoelPind i%GT J A G PAGINA VOORUIT cr7., !£? ,*! • • disé.` gj R.O. <osten 3.2.3 Bijdragen partners en derden Op de bijdrage van Dalfsen na, zijn alle bijdragen volgens de begroting bin- nengekomen. Dalfsen stond oorspronkelijk genoteerd als deelnemer IJVI2 in de begroting 2019. Deze partner is in 2019 niet aangesloten, waardoor de bijdrage lager is dan begroot. Tabel 7 'Bijdrage partners' Partner Provincie Overijssel Begroting 2019 Begroting 2019 na wijzigingen -1.107.008 Realisatie miih ..._ -1.107.008 Verschil _ - „41~11m- -1.052.603 Gemeente Zwartewaterland -604.987 -604.987 -604.987 - Gemeente Raalte -789.273 -789.273 -789.273 - Gemeente Ommen -362.586 -362.586 -362.586 - Gemeente Staphorst -504.669 -504.669 -504.669 Gemeente Steenwijkerland -822.150 -822.150 -822.150 - Gemeente Deventer -1.397.424 -1.430.424 -1.430.424 - Gemeente Harden berg -1.087.758 -1.087.758 -1.087.758 - Gemeente Olst-Wijhe -522.305 -522.305 -522.305 Gemeente Kampen -930.839 -930.839 -930.839 - Gemeente Zwolle -1.631.197 -1.631.197 -1.631.197 Veiligheidsregio IJsselland -50.051 -50.051 -50.051 - Gemeente Dalfsen -507.437 -507.437 -478.481 -28.956 ---;,"--?,-?.j. . .
-- , • 1 " • > Wat betreft bijdragen van derden is het volgende gerealiseerd: Tabel 8 'Bijdrage derden' Bijdrage derden Begroting 2019 Realisatie Saldo Bijdrage meerwerk '~EM1111 Bijdrage meerwerk We voerden in totaal 23 meerwerkopdrachten uit. De grootste opdrachten zijn LAP3 van de provincie en de het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart voor alle partners. Daarnaast vonden twee detacheringen plaats tussen de OD IJsselland, Raalte en Kampen. 3.3 Uileenzetling financiële positie In deze paragraaf beschrijven we de financiële positie. We lichten de onderwerpen `balans', `niet uit balans blijkende verplichtingen', 'werkvoorraad', 'incidentele baten en lasten' en 'projecten' toe. -334.537 -334.537 21 BROUVIERS ACCOUNTANTS BV uir.siuitend voor PAG NA .4 or PAGINA TEUG , VOORUIT IderltinCatiedOPIPinden Paragrafen Programmaplan R.O. 22 PAGINA VOORUIT Kosten Bijlagen Paragrafen Programmaplan BROUV1ERS ACCOUNTANTS BV Uitsluitend voor Identificatiedoeleindgaw, ERUG <osten 3.3.1 Balans Tabel 9 'Balans Active' Balans per 31-12-2018 Balans per 31-12-2019 .
Activa Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut 113.939 56.969 Totaal vaste activa IL 113.939 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen 126.256 250.972 Terug te vragen BTIN 405.806 382.420 Overige vorderingen 1.017 1.440 Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar 2.082.547 1.488.721 Liquide middelen Kas Banksaldi 85.208 199.964 Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen 43.265 104.349 Nog te factureren omzet 4.178 Vooruitbetaaide bedragen 11.002 Totaal vkfnde activa 2.744.097 2.858.036 2.500.016 Totaal generaal Tabel 10 "Balans Passiva' _ Balans per 31-12-2018 Balans per 31-12-2019 Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve 311.000 Bestemmingsreserve 90.750 Gerealiseerd resultaat 755.258 4.690 Voorzieningen Vaste schulden ' Totaal vaste passiva 755.258 406.440 Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden 1.589.452 1.725.858 Overlopende passiva Nog te betalen bedragen 234.027 160.879 Nog te factureren lasten 33.997 Vooruitontvangen facturen 13.983 Overige vooruit ontvangen bedragen 279.300 158.859 -2.102.779 2.093.576 rotaal generaal 2.858.036 2.500.016 - FNiet uit balans blijkende verplicht -ea 5.817.006 3.957,190 7-2 g,r? tg4.7;.floys Ar R.O.
104.349 Vooruitbetaalde bedragen Nog te factureren omzet 11.002 4.178 Overige nog te ontvangen bedragen 43.265 Overlopende activa . 2018 2019 43.265 119.530 , -- Inleiding Paragrafen Kosten Programmaplan <osen Activa Vaste activa De materiële vaste activa zijn de kapitaaluitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheidsduur van meerdere jaren. We maken onderscheid in investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut zijn alle investeringen die bijdra- gen aan de mogelijkheid middelen te verwerven of verhandelbaar te zijn. Investeringen met maatschappelijk nut zijn investeringen die geen middelen genereren, maar wel duidelijk een publieke taak vervullen. OD Isisselland heeft geen activa met maatschappelijk nut. Tabel 11 'Afschrijftabel' Verloop vaste activa .- • Boekwaarde per per 1 januari 113.939 Investeringen - Desinvesteringen - Afschrijvingen 56.969 Afwaardering wegens duurzame waardeverminderingen - Bijdrage van derden direct gerelateerd aan een actief Boekwaarde per 31 december 56.969 Bij de start van OD IJsselland hebben we mobiele hardware aangeschaft. drie bedragen. Ruim 59.000 euro moeten we nog in rekening brengen bij de provincie Overijssel voor de ingebrachte bodemtaken. Ook de rekening van een detachering moet nog in rekening worden gebracht, ruim 18.000 euro.
Daarnaast is er een voordelig resultaat van ruim 7.000 euro geboekt op de exploitatie van IJVI, hiervan moeten we nog een creditnota ontvangen van DOWR-i. Er is geen voorziening voor oninbare vorderingen aanwezig. Tabel 12 `Uitsplitsing vorderingen' Uits.Iitsin: vorderin :en 2018 2019 Debiteuren 126.255 250.972 Terug te vragen BTW 405.805 382.420 Overige vorderingen 1.017 1.440 Uitzettingen in 's Rijks schatkist 2.082.547 1.488.721 "Totaal 2.615.624 2.123.553 Tabel 13 'Liquide middelen' Liquide middelen 2018 2019 Banksaldo BNG 85.208 199.964 I 85.208 199.964 Tabel 14 `Overlopende active' Vlottende activa Onder Vorderingen op openbare lichamen vallen meerwerkopdrachten die aan het einde van het jaar zijn gefactureerd. Het gaat om 14 meerwerkop- drachten. Ook gaat het om een bijdrage vanuit de provincie Overijssel voor de subsidie energie. Deze subsidie ontvangen we door facturatie vooraf. Daarnaast presenteert het een saldo van het ontvangen en terug te vra- gen btw. Het banksaldo betreft het saldo in rekeningcourant bij de Bank Nederlandse Gemeenten, waarvan het grootste deel op de rekening van schatkistbankieren staat. De post 'nog te ontvangen bedragen' bestaat uit 23 BROUVIERS ACCOUNTANTAIV A Uitsiuitend voor TERUG Identincatiedoeleinden sr PAGINA VOORUIT Bijlagen R.O.
verige schulden 018 2019 Crediteuren Sociale lasten/loonheffing Kosten Passiva Vaste passiva OD Usselland heeft een algemene reserve van 311.000 euro. Dit bedrag is tot stand gekomen door middel van een risicoanalyse. De bestemmingsre- serve bedraagt 90.750. Dit is het incidenteel ontwikkelbudget. Daarnaast is het gerealiseerde resultaat van 2019 van 4.690 euro opgenomen onder het eigen vermogen. Tabel 15 'Verloop reserves' Verloop van algemene reserve a t_ 2019,g _ Boekwaarde per 1 januari Resultaatbestemming vorig boekjaar 311.000 Toevoegingen _ Onttrekkingen _ -E.';','----",..'..;.-1--• L ,- " [ ', (,',; -:-iTi:1,.;:'T - '-fi[ï J -- -7- - - '-, ,-,1' ar af,--.1:,..' Boekwaarde per 1 januari - Resultaatbestemrning vorig boekjaar 444.258 Toevoegingen - Onttrekkingen 353.508 Vlottende passiva De 'overige schulden' hebben betrekking op crediteuren die nog betaald moeten worden, ruim 1,2 miljoen euro. Daarnaast moet er bijna 550.000 euro betaald worden aan de afdracht van loonheffing en pensioenen. De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een vol- gend begrotingsjaar tot betaling komen, bestaan uit een nog te betalen post van ruim 160.000 euro en vooruit ontvangen post van ruim 158.000 euro. De nog te betalen post bestaat uit facturen over 2019 die na sluitingsdatum van het boekjaar 2019 zijn binnengekomen.
De vooruit ontvangen bedragen zijn de subsidies. Deze worden pas geboekt aan het einde van het jaar, als de prestatie is geleverd. Zie paragraaf 3.3.4 voor extra informatie. Tabel 16 Overige schulden; Tabel 17 `Overlopende passiva' Overlopende passiva i nk 2018 2011 Vooruitontvangen bedragen 279.300 158.859 Vooruitontvangen facturen - 13.983 Nog te factureren lasten - 33.997 Nog te betalen bedragen 234.027 160.879 .-', ;--;:fi - • - 7 7;5 ri *) :•••-.0 -4" 24 ::,.)r•-•OLY.','.1"-ir-sif ACCOUNTANTS BV i d voor PAGINA TERUG 1rItinCatied 0 e!e inden PAGINA VOORUIT Ail~11111h. Kosten Bijlagen Paragrafen Programmaplan R.O. 25 PAGINA VOORUIT Kosten Niet uit balans blijkende verplichtingen (NUBBV) De niet uit balans blijkende verplichtingen bestaan uit twee langdurige contracten en de verlofsaldi van medewerkers. Eén contract betreft de huisvesting, financiële administratie en het werkplekbeheer. De ander is het contract met betrekking tot IJVI en het beheer hiervan. Tabel 18 NUBBV. 2.901.000 Dienstverleningovereenkomst. Hieronder valt onder andere huisvesting, financien en werkplek beheer. 895.700 Het systeem wat het primairproces gebruikt om het werk uit te voeren, beter bekend als IJVI.
160.490 Openstaand verlofsaldi op 31-12-2019 3.957.190 3.3.2 Incidentele baten en lasten Het incidentele gedeelte van de begroting 2018 bestaat uit het ontwikkel- budget, dat in totaal 800.000 euro bedraagt. In 2019 verwachtten we een bestedingsbehoefte van 370.000 euro. We hebben ruim 270.000 euro uitgegeven. Door de druk op de organisatie en de inrichtingsvraagstukken hebben we nog niet voldoende gelegenheid gehad dit budget optimaal in te zetten. Het bedrag dat na de drie jaar eventueel overblijft, wordt - na besluitvorming door het Algemeen Bestuur - bestemd voor reser- vevorming of teruggegeven aan de deelnemers naar rato van hun inbreng van de taken. Tabel 19 Incidenteel' rogramma .'lf.Bate Milieu & Leefomgeving 11.080.693 11.085.383 áarvan Inch e-ntee - _. . : • 1.368.19 _., Specificatie: Ontwikkelbudet 279.250 Meerwerk 334.537 IT Next level 300.000 Projecten 462.138 Bijdragen partners 270.000 Ontrekking reserve ontwikkelbudget 9.250 Bijdrage meerwerkkosten 334.537 Ontrekking reserve IT 300.000 Projecten 454.404 Programmaplan Paragrafen Kosten »fits"' tkil" ;147 1 '; •k OU'.'EERS ACCOUNTANTS BV Uitsluitend voor Identificatiedoelind P44GINA .; R.O.
Kostensoor Begroot Realisatie Nog te bested- Subsidie 135.488 22.412 518.966 506.708 12.258 Energie en Duurzaamheid - kosten -518.966 -506.708 -12.258 Energie en Duurzaamheid - inkomsten Energie toezicht -189.000 -191.420 2.420 EED Overige (niet gelabeld) -172.066 -157.900 -179.800 -135.488 7.734 -22.412 EED 172.066 Energie toezicht 189.000 191.420 -2.420 -7.734 179.800 Overige (niet gelabeld) 157.900 Programmaplan u 11.4 26 BROUWERS ACCOUNTANTS p2/ NA Uizsluitend voor TERUG IdentifIcatiedoeleinden Paragrafen PAGINA VOORUIT Kosten 3.3.3 Bijzonderheden na balansdatum Na de balansdatum hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan die van invloed kunnen zijn op het resultaat. 3.3.4 Subsidies/projecten Externe veiligheid Ook dit jaar hebben wij met subsidie van de provincie Overijssel adviesta- ken uitgevoerd voor externe veiligheid. Daarbij brengen wij vooral risico's voor groepen personen in beeld voor ruimtelijke projecten die gerealiseerd worden in de buurt van de opslag of transport van gevaarlijke stoffen. Mede als gevolg van het vertrek van een van de twee adviseurs is de inzet op dit taakveld lager geweest dan gepland. In 2020 is de vacature weer ingevuld.
Tabel 20 `Subsidie EV' Subsidie Kostensoort Begrint Realisatie Nog te besteden Externe veiligheid - kosten Deelprogramma 4 363.123 253.768 109.355 Deelprogramma 3 10.476 -10.476 Subtotaal 363.123 44.245 98.878 Externe veiligheid - inkomsten Deelprogramma 4 -363.123 -253.768 -109.355 Deelprogramma 3 -10.476 10.476 Energie en duurzaamheid Een belangrijk deel van de landelijke energiebesparing moet worden gerealiseerd door toezicht en handhaving bij bedrijven die vallen onder de milieuwet- en regelgeving. De omgevingsdienst voert die taak uit voor de partners. In 2019 hebben wij 137 bedrijven in de regio gericht gecontroleerd op deze maatregelen. Bij ruim 50% van de controles door de toezichthouder is geconstateerd dat er niet voldoende energiebesparende maatregelen zijn getroffen. Wij zien erop toe dat die wettelijk maatregelen alsnog worden uitgevoerd. Daarnaast hebben wij voor de grotere bedrijven 118 auditver- slagen beoordeeld en 27 milieuvergunningen geactualiseerd op het thema energiebesparing. Dit is meer dan gepland, hierdoor is er een kleine over- schrijding van totaal 10.000 euro op de onderdelen 'Energietoezicht' en 'EED'. Daarnaast is er nog 22.000 euro beschikbaar voor overige onderde- len. Deze middelen blijven beschikbaar voor Energie en Duurzaamheid in 2020. Tabel 21 'Energie en Duurzaamheid' R.O.