12.1 Raad van kinderen - Jaarverslag pilot gemeenteaanpak armoede(1).pdf
Tekst van het document
Dit heeft als voordeel dat de hulpvraag dat wordt voorgelegd aan de kinderen direct uit de koker komt van de verant- woordelijk wethouder. Aan deze constructie moet extra aandacht worden besteed wanneer de Raad van Kinderen zich na verloop van tijd over een ander thema gaat buigen en het stokje wordt overgedragen aan een collega-wethouder. » Een andere optie is dat de Raad van Kinderen wordt bediend vanuit de gemeentesecretaris. Deze con- structie is aan te bevelen op het moment dat de Raad van Kinderen, net als de gemeenteraad, structureel is ingebed in de gemeente en ook dusdanig moet wor- den ondersteund vanuit het gemeentelijk apparaat. 42 Resultaten van de pilot Voorbereiding van het traject • Sluit aan bij bestaande initiatieven, zoals de kinderbur- gemeester of het kinderparlement. Denk ook aan trajec - ten van maatschappelijke organisaties die met kinderen werken, zoals Stichting Leergeld of weekendscholen. Hier- bij moet aangetekend worden dat het Raad van Kinde- ren-traject bepaalde spelregels heeft als onderdeel van het concept: een open vraagstelling, een serieus onder- zoekstraject van minimaal 3 maanden, een dialoog in plaats van een debat tussen de kinderen en de besluitvor- mers en een niet-vrijblijvende terugkoppeling wat er met de adviezen wordt gedaan.
• Stel een projectteam samen dat bestaat uit de ambte- naar die verantwoordelijk is voor de Raad van Kinderen, de ambtenaar die verantwoordelijk is voor het thema waar de kinderen mee aan de slag gaan en de organisatie die de kinderen begeleidt. Missing Chapter kan hierbij aansluiten om extra kennis en expertise in te brengen over het traject. • Maak gezamenlijk een planning op basis van onder- staande stappen voor een geordend proces. Maak deze planning niet te kort, maar ook niet te lang. Denk aan een traject van 3 tot 5 maanden zodat het inhoudelijk sterk is, aansluit bij termijnen van de ontwikkeling of uitvoering van beleidsnota’s, én tegemoet komt aan de spannings- boog van zowel de kinderen als de gemeente. • Maak afspraken met uitvoeringsorganisaties die mogelijk een rol spelen in de uitvoering van de adviezen. Betrek hen bij de verschillende bijeenkomsten, zodat zij alvast voor- bereid zijn op mogelijke adviezen van de kinderen. Onder- zoek ook of er andere externe aanjagers met een breed netwerk binnen de gemeente betrokken kunnen worden. • Koppel de Raad van Kinderen aan andere initiatieven in de gemeente. Dit zorgt voor extra expertise en extra draag- vlak.
Voorbeelden zijn de inzet van studenten van bijvoor- beeld de Pabo die groepjes kinderen inhoudelijk kunnen begeleiden, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die door het volgen van het traject extra werkervaring kunnen opdoen, en organisaties die op een andere manier inspirerend zijn voor de kinderen en het traject. Dit zorgt ervoor dat de Raad van Kinderen ook in de lokale gemeen- schap landt. • Maak budget vrij voor de uitvoering van het Raad van Kinderen traject, inclusief de periode ná de dialoogsessie. Hierbij kan ook gedacht worden aan een innovatiebudget voor de organisaties die het traject begeleiden. • Start direct met de borging van de Raad van Kinderen. Dat kan door de juiste plaatsing van de Raad van Kinde- ren in de gemeentelijke organisatie, via betrokkenheid van stakeholders gedurende het traject, maar ook door het organiseren van structurele financiering. Werving van de kinderen • Uit de pilot blijkt dat de adviezen van kinderen die opgroeien in armoede niet fundamenteel verschillen van de adviezen van de kinderen die de problematiek niet kennen. Kinderen zijn namelijk puur in hun ideeën en gunnen ieder ander kind het beste. • Er bestaat geen blauwdruk voor de samenstelling van de Raad van Kinderen. Houd bij de samenstelling rekening met: » De mate van representativiteit en (daarmee) toe- komstbestendigheid van de gekozen Raad van Kin- deren.
Hoe meer de Raad is geselecteerd naar, en is voorbereid op het gekozen thema, hoe minder logisch het lijkt dat deze zelfde groep ook geschikt is voor een andere thema. » Het aantal kinderen en de leeftijd. Een groep van tussen de 15 en 25 kinderen lijkt ideaal. De leeftijd kan variëren van 10 tot 14 jaar oud. » Locaties en timing van de bijeenkomsten. Houd er re- kening mee dat elk moment van de week voordelen, maar ook nadelen met zich meebrengt. Doordeweeks hebben veel kinderen training, op zaterdag wedstrij- den/optredens en zondag is voor mensen soms een rustdag. Ook starttijden hebben hun voors en tegens. Gebleken is dat heldere communicatie ver van tevo- ren positief bijdraagt aan het opkomstpercentage. » Communicatie gedurende het traject. Het is aan te bevelen om 1 contactpersoon aan te wijzen. » En last but not least: de verwachtingen van de kinde- ren en de ouders. Deelname aan de Raad van Kinde- ren is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Dat betekent dat ze zich moeten committeren aan de afspraken omtrent de aanwezigheid bij de bijeenkomsten en alle verdere verplichtingen die bij het doen van onderzoek horen. Ook ouders moeten zich bereid verklaren om hun kinderen waar nodig te begeleiden van en naar specifieke locaties. • Welke samenstelling je ook kiest, de begeleiding van de Raad van Kinderen is cruciaal voor het succes.
Het is een kunst om van de groep kinderen een hechte groep te smeden. Dat kost tijd en vergt specifieke expertise. Zorg ervoor dat de bijeenkomsten een mix zijn van plezier, teambuilding en inhoud. • Wat minstens zo belangrijk is als de inhoudelijke advie- zen voor de gemeente, is het ontwikkelproces dat de kinderen zelf doorlopen. Houd dit in je achterhoofd, zowel bij de werving als tijdens het traject. 43 Het proces in gemeenten Stap 1: De hulpvraag Uitleg: een organisatie legt een vraagstuk voor aan een groep kinderen. • Gebruik het woord “hulpvraag” en niet het woord “dilemma”. Het woord dilemma sluit namelijk onvol- doende aan bij het vocabulaire van gemeenten en doet teveel denken aan twee oplossingen waaruit gekozen moet worden. • Definieer de hulpvraag vóór de start van het onderzoek- straject. De besluitvorming in gemeenten is niet altijd eendimensionaal, waardoor het voorkwam dat de hulp- vraag pas na een aantal bijeenkomsten werd vastgesteld. Hierdoor konden de kinderen niet direct gefocust starten met hun onderzoek. • De hulpvraag moet een waarachtige vraag zijn. Gebruik kinderen niet als focusgroep om een bestaand idee te toetsen, maar sta open voor vernieuwende ideeën en geef die ruimte gedurende het traject. • Leg het formuleren van de hulpvraag niet neer bij de kinderen zelf. Een goede methode is wel om de hulpvraag samen met besluitvormers te co-creëren.
De voordelen hiervan zijn dat er meer draagvlak ontstaat voor de Raad van Kinderen zelf en de adviezen daadwerkelijk worden gehoord en uitgevoerd. Stap 2: Dialoog #1 Uitleg: eerste ontmoeting tussen de organisatie en kinderen, waar de hulpvraag wordt aangescherpt. • Laat de kinderen op een levendige manier kennis maken met het probleem. Een goede aanpak hierbij is om erva- ringsdeskundigen te betrekken, bijvoorbeeld in de vorm van interviews. Hiermee wordt een abstract thema dat voor sommige kinderen ver van hun bed lijkt, ineens heel tast - baar. Dit komt de motivatie om tot oplossingen te komen ten goede. • Laat zien als gemeente wat je al doet. Geef daarbij niet aan wat er in het verleden al geprobeerd is en wat indertijd niet gewerkt heeft, omdat dat de creativiteit niet ten goede komt. Maak gebruik van ambtenaren en uitvoeringsorgani- saties die goed in de materie zitten. 44 Resultaten van de pilot
Stap 3: Onderzoek / uitvoering van het traject Uitleg: de kinderen verdiepen zich in het onderwerp. Ze bekijken het van alle kanten en bepalen zelf wat ze willen zien, waar ze op bezoek willen gaan en met wie ze willen praten om meer te weten te komen. • Luister naar de kinderen en kom tegemoet aan wat, en hoe zij willen onderzoeken. Voorbeelden zijn interviews met de doelgroep of een interviewcarrousel, waarbij de kinderen stakeholders kunnen interviewen. Zo gaat het thema meer leven, weten de partners van het onderzoek- straject van de Raad van Kinderen en stijgt het draagvlak. • Zorg voor de middelen die nodig zijn dat de kinderen hun onderzoek goed kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld door bij bijeenkomsten gebruik te maken van ruimtes waar onder- zoeksmaterialen staan, of gebruik te maken van de dien- sten van organisaties die zijn gespecialiseerd in het doen van onderzoek. • Zie verder alle learnings zoals beschreven onder stap 0: Voorbereiding van het traject. Stap 4: Dialoog #2 Uitleg: de kinderen gaan met de Raad van Bestuur/directie in gesprek over hun aanbevelingen. Tijdens deze dialoog- sessie staat de wereld op z’n kop. De directieleden luis- teren en stellen vragen, de kinderen vertellen over hun ideeën en het ‘waarom’ erachter. • Bepaal wie de meest geschikte gesprekspartners van de kinderen zijn.
Er zijn verschillende samenstellingen van de dialoog: » Kinderen in gesprek met het College van Burgemees- ter & Wethouders. Zij kunnen direct toezeggingen doen wat zij met de adviezen gaan doen. Wel zullen ze terug moeten naar de gemeenteraad indien de toezeggingen afwijken van het vastgestelde beleid. » Kinderen in gesprek met gemeenteraadsleden. Zij kunnen vervolgens het College verzoeken om bepaal- de adviezen over te nemen. Dit is een extra stap, maar zorgt wel voor uitvoeringskracht indien de Raad dit voorstel aanneemt. » Kinderen in gesprek met beleidsdirecteuren. In tijden van verkiezingen is deze optie aan te bevelen. De ad- viezen kunnen daarnaast direct worden meegenomen in de voorbereiding van nieuw beleid. » Een mix van aanwezigen lijkt het meest ideaal. Het belangrijkste uitgangspunt van de dialoog is echter: niet politiseren. Het gaat om het oplossen van een probleem door serieus naar de adviezen van kinderen te luisteren. • Zorg voor een goede voorbereiding. Maak samen met de kinderen een uitnodiging en verstuur die naar de aanwezi- gen van de dialoog, de ouders, de scholen waar de kinde- ren van afkomstig zijn, en uitvoeringspartners. Denk hierbij ook aan partners die een rol kunnen spelen bij de borging van de Raad van Kinderen of bij de voorbereiding op een nieuw thema waar de Raad zich over gaat buigen. • De locatie is de Raadszaal.
Dit is een openbare locatie waar de pers ook van harte is uitgenodigd. 45 Het proces in gemeenten Stap 5: Verantwoording Uitleg: de directieleden leggen aan de kinderen uit waarom ze wel of niet met de nieuwe inzichten aan de slag gaan en hoe ze dat willen doen. De pilot is nog te jong voor specifieke learnings voor deze stap. Adviezen in meer algemene zin zijn: • Organiseer op korte termijn een terugkoppeling naar de kinderen. Wanneer een inhoudelijke terugkoppeling niet lukt op korte termijn, is het verstandig een evaluatiesessie te plannen. Hiermee worden de kinderen goed meegeno- men in het proces. • Definieer bij de terugkoppeling kortetermijnacties om het enthousiasme vast te houden en langetermijnacties voor borging en structurele veranderingen. Stap 6: Implementatie Uitleg: de Raad van Kinderen steekt een volgende groep kinderen aan. De organisatie zorgt ervoor dat het Raad van Kinderen-vuur binnen de organisatie blijft branden, zodat de uitkomsten tot nog meer disruptie/innovatie leiden. De pilot is nog te jong voor specifieke learnings voor deze stap. Adviezen in meer algemene zin zijn: • Organiseer na de dialoogsessie co-creatiesessies voor extra verdieping op het thema. Nodig hier de kinderen voor uit en vul de groep aan met een afvaardiging uit de doelgroep zelf.
Daarmee worden de adviezen concreet ingevuld en krijgt de gemeente heldere handelingsper- spectieven om hun beleid aan te passen. • Sta open voor nieuwe beleidslijnen. Denk daarbij niet alleen aan thema’s die direct over kinderen gaan, maar zeker ook die de toekomst van de kinderen aangaan. Stap 7: Borging Borging is cruciaal. Een Raad van Kinderen is niet iets voor “erbij”, of een eenmalige exercitie rond een thema. Kinde- ren hebben het recht om mee te praten over allerlei onder- werpen die hun toekomst aangaan. Een aantal adviezen omtrent borging: • Neem de gemeenteraad, het College van Burgemeester & Wethouders én de beleidsdirecties mee in alle stappen die je neemt, nodig ze uit voor bijeenkomsten en laat zien wat je met de waardevolle inzichten allemaal kunt berei- ken. • Inspireer met filmpjes en voorbeelden, niet alleen van je eigen Raad van Kinderen, maar ook van Raden in andere gemeenten. Word onderdeel van een grote community en blijf elkaar inspireren en van elkaar leren. Blijf daar tijd voor maken. • Doe mee aan wetenschappelijk onderzoek. Daarmee is de waarde aan te tonen van deze trajecten, niet alleen voor de gemeente, maar zeker ook voor de deelnemende kinderen.
De uitkomsten zijn te gebruiken als extra onder- steuning om een Raad van Kinderen structureel te imple- menteren in de gemeente en meer kinderen mee te laten denken met je gemeente! 46 Resultaten van de pilot 1. Er is gedurende het hele traject betrokkenheid nodig van de gemeen teraad, het College van Burgemeester & Wethouders en de ambtelijke orga nisatie. Dit geldt zeker in tijden van verkiezingen om de continuïteit te waarborgen. 2. Zorg voor een waarachtig vraag stuk en zorg dat betrokkenen begrij pen hoe het proces werkt. Het betrek ken van kinderen zorgt namelijk niet alleen voor vernieuwende inzichten, maar ook voor onzekerheid over de uitkomsten. 3. Schakel een uitvoeringsorganisa tie met specifieke expertise in die het werven en begeleiden van de Raad van Kinderen voor haar rekening neemt. Houd hierbij rekening met de opdrachtomschrijving en de benodig de financiering. 4. Kinderen zijn puur. Let er bij de samenstelling niet teveel op of kinde ren persoonlijk betrokken zijn bij het thema. Er zitten namelijk nauwelijks verschillen in de adviezen van kinde ren die uit de doelgroep komen, en kinderen die daar niet uit komen. 5. Maak bij de bijeenkomsten een goede mix van plezier, teambuilding en inhoud. Dit zorgt ervoor dat kinde ren gemotiveerd blijven en dit komt de resultaten ten goede. 6.
Zorg voor lokale betrokkenheid tijdens het traject, bijvoorbeeld bij toekomstige uitvoeringsorganisaties, studenten van de pabo, sociaal maatschappelijke initiatieven, lokale sponsors, betrokken bedrijven, etc. Dit zorgt voor extra draagvlak voor de Raad van Kinderen. 7. Besteed aandacht waar je de advie zen van de kinderen in gemeentelijke systemen laat landen. Bijvoorbeeld in een raadsbesluit, in een beleids nota, in een opdracht aan een uit voeringsorganisatie, etc. Laat de verantwoordelijken deelnemen aan de dialoogsessie om met eigen ogen de magie en de opbrengsten te zien. 8. Betrek de kinderen ook bij het the ma in de periode na de dialoogsessie. Trek jezelf niet terug binnen de muren van het gemeentehuis, maar betrek ze bijvoorbeeld bij cocreatiesessies voor de juiste implementatie van de adviezen. 9. Word en blijf onderdeel van een grote alliantie van gemeenten, bedrij ven en maatschappelijke instellingen. Dit zorgt voor inspiratie en uitvoe ringskracht om gezamenlijk het pro bleem van armoede onder kinderen echt op te lossen. 10. Last but not least: een Raad van Kinderen kost tijd en energie. Neem daar de tijd voor, het is het waard! Top 10 learnings van de pilot 47 Het proces in gemeenten
Resultaten van de pilot Inhoudelijke adviezen Inhoudelijke adviezen van de kinderen De kinderen hebben de afgelopen maanden kennisgemaakt met het thema armoede. Ze hebben door presen- taties, brainstorms, interviews, discussies en andere werkvormen inzichten opgedaan en inhoudelijke adviezen gegeven. Hier presenteren wij een bloemlezing aan de hand van de adviezen van rapporten van de Soci- aal-Economische Raad en van de Kinderombudsman. Het rapport van de Sociaal-Economische Raad door de ogen van de kinderen De Sociaal-Economische Raad heeft in februari 2017 haar rapport “Opgroeien zonder armoede” gepubliceerd. In dit rapport zijn zeven adviezen gegeven hoe armoede onder kinderen en hun gezinnen op zowel de korte als de lange termijn kan worden aangepakt. De vijf Raden van Kinderen hebben de afgelopen maan- den nagedacht over dit thema. Met al deze gedachten, ideeën en (pre-)adviezen kunnen we de adviezen uit het rapport een stukje concreter maken. Hieronder volgt een bloemlezing vanuit alle vijf de Raden van Kinderen. Per deeladvies van de SER zijn concrete inzichten van de kinderen toegevoegd. Deze adviezen zijn overigens niet sec gericht op gemeenten, omdat het de kinderen niet uitmaakt wie de handschoen oppakt, als het maar gebeurt.
Advies 1: Focus van het armoedebeleid Deeladvies: Inzichten van de kinderen: De eerste inzet moet gericht zijn op het verminderen van noden op korte termijn. Spullen krijgen helpt even tegen de zorgen en als je echt goed wilt weten wat iedereen nodig heeft, moet je kinderen laten meedenken over de inhoud van het Kindpakket. Het is belangrijk om ook goede voorlichting te geven via bijvoorbeeld spreekbeurten, scholen, sport- clubs en ouderavonden, zodat iedereen weet wat er beschikbaar is. Maak ook reclame op (social) media en zet acties op om het Kindpak- ket te promoten. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Naast de focus op de korte termijn moet worden ingezet op het wegnemen van structurele oorzaken. Waarom leven mensen in armoede? Daar moet je eerst naar kijken. Erna kun je een plan maken over hoe je je leven weer op orde krijgt. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Bied mensen die in armoede leven oplossingen en begeleiding op maat. Zorg dat iemand gehoord wordt en geef het gevoel dat deze er niet alleen voor staat. De gemeente moet een persoonlijke band opbouwen, maar mensen in armoede moeten ook zeker in het begin anoniem kunnen aankloppen voor hulp. Laat kinderen zelf kiezen wie hun aanspreekpunt is, omdat je je veilig moet voelen bij deze persoon. Maak gebruik van mensen die het zelf hebben meegemaakt, want die kunnen andere mensen over de streep trekken.
50 Resultaten van de pilot Advies 2: Ambitieuze kwantitatieve reductiedoelstelling stuurt op resultaten Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Het aantal arme kinderen moet jaarlijks met een bepaald percen- tage omlaag worden gebracht. Wat versta je onder armoede en wat meet je precies? Er zijn twee soorten armoede: arm zijn (geld) en je arm voelen (gevoel). Alleen geld is niet genoeg. Vraag gewoon aan mensen hoe het met ze gaat. En hoe je kunt helpen. Ook het meten van financiële draagkracht is heel persoonlijk. Grote gezinnen hebben bijvoorbeeld meer geld nodig. “Zorg dat kinderen kunnen praten in een veilige omgeving, waar ze zich op hun gemak voelen. Thuis of ergens waar ze graag komen.” Raad van Kinderen Advies 3: Armoede onder kinderen samen terugdringen Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Armoedebestrijding, met name onder kinderen, is een verant- woordelijkheid van ouders, overheid, scholen en het maat- schappelijk middenveld. De verantwoordelijkheid voor het doorbreken van de vicieuze cirkel ligt bij meerdere partijen tegelijk die moeten samenwerken. Zet op school bijvoorbeeld een coach in voor het vergroten van de kansen op een goede vervolgstudie en een betere baan. Maak een win-win met organisaties die een studie sponsoren of een stageplek bieden. Dat zorgt namelijk meteen voor meer begrip voor armoede.
Ook kinderen zelf zijn belangrijk om te helpen! Want kinderen begrijpen kinderen het allerbeste. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Er is een integrale aanpak noodzakelijk over wie op welk niveau, welke actie moet onder- nemen. Het maakt niet uit wie er hulp nodig heeft of wie helpt. Waar je ook vandaan komt, wat je ook gelooft. Iedereen moet samenwerken. Bazen in de politiek, vrijwilligers, goede doelen, gemeenten, ziekenhuizen, de Kindertelefoon én dokters. Zorg dat niemand door regels buiten de boot valt. Regeling tot 12 jaar, en daarna... Maximaal drie jaar hulp, en daarna... Dat zorgt voor een terugval en dat is niet de bedoeling. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: De samenwerking met scholen en het maatschappelijk middenveld moet worden geïntensiveerd. Ga met elkaar in gesprek over het gewoon DOEN. Denk daarbij ook aan buitenschoolse aanpak want vaak gaat het daar alsnog mis. Dus organiseer vakantie- en buurtactiviteiten vanuit alle thema’s: gezond zijn door kooklessen en computerles voor loopbaanbegeleiding. Een bibliotheek is trouwens een mooie plek waar een vertrouwenspersoon kan zitten, want dat valt niet zo op. 51 Inhoudelijke adviezen Advies 4: Wat de Rijksoverheid kan doen Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Neem het kinderrechten- perspectief bij armoede mee om te voorkomen dat kinderen tussen wal en schip raken.
Samenwerking is belangrijk, zodat mensen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Sommige mensen moeten wetten maken. Andere mensen kunnen weer zorgen voor spullen en een woonplek of eten. Zo doet iedereen iets. Advies 5: Wat gemeenten kunnen doen Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Vergroot de kennis van de doelgroep en betrek kinderen en jongeren hierbij. Praat mét en niet óver kinderen die in armoede leven. Dan ontdek je ineens heel andere dingen. Vind kinderen op plekken waar ze veel komen, zoals scholen, sportclubs, of in het buurthuis. Wist je dat mensen die in armoede leven hun huisdier heel belangrijk vinden? Ze eten liever iets minder dan dat ze hun hond weg moeten doen. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Creëer een functie van armoede- regisseur als schakel tussen de partijen. Veel mensen die arm zijn, schamen zich. Sommigen willen daardoor bijvoorbeeld niet naar de Voedselbank. Want dan zien andere mensen dat ze weinig geld hebben. Praat dus niet alleen met die mensen zelf maar ook bijvoorbeeld met hun familie, om uit te vinden hoe het echt met ze gaat. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: De gevolgen van schulden voor kinderen moeten te allen tijde worden voorkomen. Dit vergt nauw contact met de betrokke- nen. Als je wilt dat kinderen niet de dupe worden, moet je voorrang geven aan gezinnen met kinderen als je gaat helpen.
“Het is heel belangrijk om binnen de familie samen te werken. Geld delen met de familie om allemaal toch genoeg te hebben, bijvoorbeeld.” Ervaringsdeskundige 52 Resultaten van de pilot Advies 6: Intensiveer de samenwerking met scholen Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Scholen hebben een informe- rende en doorverwijzende rol. Je buitengesloten voelen en gepest worden omdat je arm bent, dat is het allerergste. Zeker als je ergens niet aan mee kunt doen. Een schoolreisje bijvoorbeeld. Andere kinderen moeten ook snappen dat niet iedereen alles kan doen en kopen. Praat erover in de klas, zodat kinderen niet gepest worden of gaan pesten. Dit kan bijvoor- beeld met een lespakket. Maak ook een lespakket voor de juffen en meesters, omdat het best een lastig onderwerp is om te bespreken. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Scholen en ouders moeten samen inzetten op het beheersbaar houden van de schoolkosten. School is een heel belangrijke manier om mensen uit armoede te krijgen. Iedereen is gelijk, dus het moet voor iedereen betaalbaar zijn. Maak ook naar school gaan goedkoper, zodat kinderen makkelijker kunnen gaan studeren. Dan hebben ze later ook meer kans op een goede baan. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Scholen moeten advies krijgen over wat zij kunnen doen in signaleren en doorverwijzen. Zorg dat scholen weten wat voor hulp kinderen kunnen krijgen.
Maar zorg ook dat kinderen op school geholpen worden, zodat ze wel het beste uit zichzelf kunnen halen. Doe ook extra moeite om in een school van elkaar te weten wat er gebeurt, bijvoorbeeld als de admi- nistratie weet wie de schoolbijdrage niet heeft betaald, en de mentor constateert dat het kind bijvoorbeeld moe is, dan is er iets aan de hand. Een enquête uitdoen onder alle leerlingen geeft ook veel inzicht. Advies 7: Besteed aandacht aan armoede en schulden in bedrijven Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Besteed in bedrijven aandacht aan de gevolgen van een tekort- schietend huishoudinkomen of schuldenproblematiek van de werknemers. Vertel bedrijven hoe belangrijk het is dat zij ook helpen strijden tegen armoede. Ze kunnen bijvoorbeeld langs scholen gaan voor gastlessen of aan hun werknemers vertellen hoe je het beste met je geld omgaat. Ook kunnen supermarkten gezonde voeding uitdelen. Deeladvies: Inzichten van de kinderen: Maak financiële problemen bespreekbaar bij werknemers. Bedrijven kunnen helpen om schulden bij klanten te voorkomen of te zorgen dat ze omlaaggaan. Banken, verzekeraars en deurwaarders moeten beter meedenken met hun klanten. Zo kunnen ze helpen dat het niet erger wordt.
53 Inhoudelijke adviezen Het rapport van de Kinderombudsman door de ogen van kinderen 54 De Kinderombudsman heeft in december 2017 haar rapport “Alle kinderen kansrijk” gepubli- ceerd. In dit rapport zijn drie aanbevelingen geformuleerd hoe armoede onder kinderen en hun gezinnen op zowel de korte als de lange termijn kan worden aangepakt. Per aanbeveling van de Kinderombudsman zijn inzichten van de kinderen toegevoegd, die daarmee gezamen- lijk een concretisering van het rapport vormen. Onderdeel 1: Algemene uitgangspunten voor armoedebeleid Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Ontwikkel integraal armoedebe- leid, zodat armoedeproblematiek van kinderen en jongeren op alle leefgebieden wordt bestreden. Het maakt niet uit wie er hulp nodig heeft of wie helpt. Waar je ook vandaan komt, wat je ook gelooft. Iedereen moet samenwerken. Bazen in de politiek, vrijwilligers, goede doelen, gemeenten, ziekenhuizen, de Kindertelefoon én dokters. Zorg dat niemand door regels buiten de boot valt. Regeling tot 12 jaar, en daarna... Maximaal drie jaar hulp, en daarna... Dat zorgt voor een terugval. Denk over zuilen heen: Zet op school bijvoorbeeld een coach in voor het vergroten van de kansen op een goede vervolgstudie en een betere baan, of maak een win-win met bedrijven die een studie sponsoren of een stageplek bieden.
Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Maak samen met ieder gezin een perspectiefplan gericht op het stabiliseren van de situatie nu en het verbeteren van het toekomst- perspectief van alle gezinsleden, zodat het leven van het gezin als geheel verbetert. Waarom leven mensen in armoede? Daar moet je eerst naar kijken. Erna kun je een plan maken over hoe je je leven weer op orde krijgt. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Bied maatwerk aan gezinnen in armoede, zodat zij adequaat geholpen worden bij de noodza- kelijke behoeften die zij hebben. Als je wilt dat kinderen niet de dupe worden, moet je voorrang geven aan gezinnen met kinderen als je gaat helpen. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Vraag kinderen en jongeren in armoede wat zij nodig hebben en hoe voorzieningen beter kunnen, zodat hun stem structureel beter gehoord wordt. Spullen krijgen helpt even tegen de zorgen en als je echt goed wilt weten wat iedereen nodig heeft, moet je kinderen laten meedenken over de inhoud van het Kindpakket. Vind kinderen op plekken waar ze veel komen, zoals scholen, sportclubs, of in het buurthuis. Het is belangrijk om ook goede voorlichting te geven via bijvoorbeeld spreekbeurten, scholen, sportclubs en ouderavonden, zodat iedereen weet wat er beschikbaar is. Maak ook reclame op (social) media en zet acties op om het Kindpakket te promoten.
Resultaten van de pilot Onderdeel 2: Aanbevelingen ten aanzien van een stabiele thuissituatie Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Verbeter de financiële positie van ouders, zodat zij in de basis- behoeften van hun gezin kunnen voorzien en hier geen onzeker- heid over is. Veel mensen die arm zijn, schamen zich. Sommigen willen daardoor bijvoorbeeld niet naar de Voedselbank. Want dan zien andere mensen dat ze weinig geld hebben. Praat dus niet alleen met die mensen zelf maar ook bijvoorbeeld met hun familie, om uit te vinden hoe het echt met ze gaat. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Voorkom en verhelp schulden zo vroeg mogelijk zodat leefom- standigheden niet onverwacht en ongewenst veranderen als gevolg van schuldenproblematiek. Waarom leven mensen in armoede? Daar moet je eerst naar kijken. Erna kun je een plan maken over hoe je je leven weer op orde krijgt. Bedrijven kunnen helpen om schulden bij klanten te voorkomen of te zorgen dat ze omlaaggaan. Banken, verzekeraars en deurwaarders moeten beter meedenken met hun klanten. Zo kunnen ze helpen dat het niet erger wordt. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Zorg dat gezinnen verzekerd zijn van kwalitatief adequate huis- vesting die voor de lange termijn gegarandeerd is zodat gezinnen een stabiele woonruimte hebben en houden. Hier hebben de kinderen geen specifieke adviezen over gegeven.
Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Investeer in de empowerment van ouders zodat zij een beter toekomstperspectief krijgen Ga met elkaar in gesprek over het gewoon DOEN. Denk daarbij ook aan buitenschoolse aanpak want vaak gaat het daar alsnog mis. Dus organiseer vakantie- en buurtactiviteiten vanuit alle thema’s: gezond zijn door kooklessen en computerles voor loopbaanbegeleiding. Een bibliotheek is trouwens een mooie plek waar een vertrouwenspersoon kan zitten, want dat valt niet zo op. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Investeer in de empowerment van kinderen en jongeren zodat ze beter gezien worden en voorbe- reid worden op hun toekomst De verantwoordelijkheid voor het doorbreken van de vicieuze cirkel ligt bij meerdere partijen tegelijk die moeten samenwerken. Zet op school bijvoorbeeld een coach in voor het vergroten van de kansen op een goede vervolgstudie en een betere baan. Maak een win-win met organisaties die een studie sponsoren of een stageplek bieden. Dat zorgt namelijk meteen voor meer begrip voor armoede. Ook kinderen zelf zijn belangrijk om te helpen! Want kinderen begrijpen kinderen het allerbeste.
55 Inhoudelijke adviezen 56 Onderdeel 3: Aanbevelingen ten aanzien van een beter maatschappelijk leven voor kinderen en jongeren Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Versterk de rol van scholen bij de bestrijding van armoedeproble- matiek zodat kinderen en jonge- ren in armoede de mogelijkheden krijgen om zich te ontwikkelen School is een heel belangrijke manier om mensen uit armoede te krijgen. Iedereen is gelijk, dus het moet voor iedereen betaalbaar zijn. Maak ook naar school gaan goedkoper, zodat kinderen makkelijker kunnen gaan studeren. Dan hebben ze later ook meer kans op een goede baan. Andere kinderen moeten ook snappen dat niet iedereen alles kan doen en kopen. Praat erover in de klas, zodat kinderen niet gepest worden of gaan pesten. Dit kan bijvoorbeeld met een lespakket. Maak ook een lespakket voor de juffen en meesters, omdat het best een lastig onder- werp is om te bespreken. Zorg dat scholen weten wat voor hulp kinderen kunnen krijgen. Maar zorg ook dat kinderen op school geholpen worden, zodat ze wel het beste uit zichzelf kunnen halen. Doe ook extra moeite om in een school van elkaar te weten wat er gebeurt, bijvoorbeeld als de admi- nistratie weet wie de schoolbijdrage niet heeft betaald, en de mentor constateert dat het kind bijvoorbeeld moe is, dan is er iets aan de hand. Een enquête uitdoen onder alle leerlingen geeft ook veel inzicht.
Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Investeer in de kwaliteit van buur- ten en lokale buurtvoorzieningen voor kinderen en jongeren, zodat zij zonder zorgen en met plezier buiten kunnen zijn Organiseer vakantie- en buurtactiviteiten vanuit alle thema’s: gezond zijn door kooklessen en computerles voor loopbaanbegeleiding. Daarnaast is een bibliotheek is een mooie plek waar een vertrouwens- persoon kan zitten, want dat valt niet zo op. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Bied maatwerk aan gezinnen in armoede, zodat zij adequaat geholpen worden bij de noodza- kelijke behoeften die zij hebben. Als je wilt dat kinderen niet de dupe worden, moet je voorrang geven aan gezinnen met kinderen als je gaat helpen. Aanbeveling: Inzichten van de kinderen: Verbeter het systeem van kind- voorzieningen en verklein de verschillen tussen gemeenten, zodat voorzieningen goed aan - sluiten bij de behoeften van kinderen en jongeren en ieder- een die het nodig heeft hier aanspraak op kan maken. Praat mét en niet óver kinderen die in armoede leven. Dan ontdek je ineens heel andere dingen. Vind kinderen op plekken waar ze veel komen, zoals scholen, sportclubs, of in het buurthuis. Maak de naam aantrekkelijk en zorg voor goede voorlichting en reclame. Resultaten van de pilot 57 De kinderen hebben drie inzichten genoemd die additioneel zijn aan advie- zen uit eerder uitgebrachte rapporten.
Deze zijn hieronder weergegeven. 1. De kinderen wijzen erop dat veel oplossingen effectief zijn als je weet wie de persoon in armoede is en diegene ook echt geholpen wil wor den. Maar voordat dit zover is, moet je begrip kweken voor de problema tiek van armoede in Nederland, de schaamte van de mensen overwinnen en het vertrouwen hebben van de doelgroep. Dit is een eerste stap en zelfs een randvoorwaarde, voordat je aan de slag kan gaan met het opti maliseren van de achterliggende pro cessen. Dus praat met mensen die in armoede leven, stel een vertrouwens persoon dichtbij aan, leer scholen en bedrijven signaleren en betrek ook de kinderen zelf. Want zoals een van de kinderen zo mooi zei: “Als je weet dat je niet de enige bent en mensen je willen helpen, dan ga je er sneller over praten” Aanvullende inzichten van de kinderen 2. Naast basisbehoeften ligt het ac cent volgens de kinderen op het voor komen van sociale uitsluiting. De kin deren hebben in hun onderzoek naar armoede onder hun leeftijdsgenoten nagedacht over essentiële zaken die kinderen nodig hebben voor een goed leven. Het belangrijkste inzicht van de kinderen is dat ze heel goed snappen dat het niet alleen gaat over produc ten. Die zijn wel noodzakelijk, maar kinderen willen niet buitengesloten worden. Ze willen meedoen; niet gepest worden, leuke dingen doen met vrienden en dat het goed gaat op school.
Het is belangrijk om te kunnen ontspannen en een passie te hebben, net als alle kinderen. 3. De kinderen zijn het eens: sluit bij alles aan op de belevingswereld van de verschillende doelgroepen, ook qua look & feel. Dit geldt voor de naam en inhoud van het Kindpakket, de lessen op school en de voorlich ting en reclame voor voorzieningen. Het hoeft niet zwaar te worden gebracht! Denk aan hoe je iets noemt (kinderen geven als suggesties voor het Kindpakket bijvoorbeeld de Mystery Child Box of De Toppers doos), zorg voor een aantrekkelijke vormgeving die je samen met de kinderen ontwerpt en ga altijd uit van positiviteit. Inhoudelijke adviezen
Resultaten van de pilot Wetenschappelijk onderzoek Auteur: Maurice de Greef, Prof. Learning effects low skilled and illiterate learners, Vrije Universiteit Brussel Stand van zaken inspraak door burgers Burgerparticipatie is niet nieuw en bestaat in Nederland al jaren. Toch krijgt deze vorm van participatie op dit moment veel aandacht. Een belangrijk kenmerk van het betrekken van ervaringsdeskundigen via adviesraden is het vergroten van de invloed van ‘gewone burgers’ en belanghebben- den op beleidsvorming en -uitvoering. Door het inzetten van adviesraden wil de lokale overheid de democratische betrokkenheid van de burger versterken. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) ziet deze vorm van burgerparti- cipatie als politieke vernieuwing waarmee het draagvlak voor beleid wordt vergroot. Pröpper en Steenbeek (1999) hebben een participa- tieladder samengesteld, waarbij ze 7 verschillende vormen van inspraak onderscheiden. Figuur 1 geeft een overzicht van deze 7 vormen. Deze ladder toont vormen van inspraak van zeer actief tot niet actief. Met name de grote steden en middelgrote steden blijken zeer voor- uitstrevend te zijn. Zoals figuur 1 aantoont is inspraak door ervaringsdeskundigen of burgers in veel soorten mogelijk en wisselt de mate van invloed sterk. De mate van invloed hangt samen met de gekozen methode.
Het lijkt momenteel een oplossing voor veel beleidsmakers, maar blijkt niet de eenvoudigste te zijn. In de meeste gevallen is de stem van de burger of ervaringsdeskundige leidend, maar soms blijkt het tegenovergestelde de werke- lijkheid te zijn. Om in kaart te brengen of inspraak van burgers en in deze Raden van Kinderen voor het gewenste resultaat zorgt, is het zinvol om de mogelijke invloed of impact in kaart te brengen. Onder 110 kinderen die deelnemen aan een Raad van Kinderen is gevraagd in hoeverre zij vinden, dat er inspraakmogelijkheden zijn. Deze vragenlijst is ingevuld bij aanvang van de deelname aan een Raad van Kinderen. De kinderen hebben gescoord op de participatieladder van Pröpper en Steenbeek (1999). Deze scores zijn weergege- ven in de laatste kolom van figuur 1. Duidelijk wordt, dat meer dan de helft van de kinderen (54.6%) aangeeft dat zij ervaren, dat de inspraak beperkt is en op de ‘onderste twee treden’ van de participatieladder plaatsvindt. Samenwerking tussen kinderen en gemeenten na deelname aan gemeentelijk pilotproject Voor de specifieke Raden van Kinderen, die aan de vijf pilotgemeenten verbonden waren is gekeken of de samen- werking tussen de kinderen en de gemeenten verbeterd is. 48 kinderen hebben bij aanvang van de pilot een vragen- lijst ingevuld en nog eens 30 kinderen hebben dat aan het einde van de pilot gedaan.
60 Resultaten van de pilot Wetenschappelijk onderzoek naar invloed van kinderen op gemeentelijk beleid Maurice de Greef, gelieerd aan de Vrije Universiteit van Brussel en Maastricht University, doet onderzoek naar participatie en sociale inclusie binnen de Raden van Kinderen. Het doel is om wetenschap- pelijk vast te stellen welke positieve effecten de deelname aan de Raad van Kinderen heeft op het gemeentelijk beleid en op de kinde- ren zelf. De 0-meting heeft plaatsgevonden tijdens de eerste bijeen- komsten in de gemeenten. De eindmeting vond aansluitend aan de dialoogsessies plaats.
Centraal stond de vraag of de kinderen een betere soci- ale inclusie ervoeren na deelname aan de pilot. Maar wellicht interessanter is of ze het gevoel hadden, dat ze nu na deelname aan de pilot eerder gehoord werden door de gemeente en er een stap naar samenwerking was gezet. Vanwege het feit, dat het aantal wat gering was, is het moeilijk om een significant verschil voor en na de pilot vast te stellen. Wel wordt helder, dat met name op het gebied van burgerparticipatie de kinderen een iets positievere houding ten opzichte van de gemeente hebben gekregen. Zoals eerder aangegeven is het mogelijk om in beeld te brengen op welke trede van de participatieladder de samenwerking met de gemeente ervaren wordt. Een nadere analyse van alleen de groep kinderen, die in de pilot betrokken waren (N = 48), laat zien dat de kinde- ren gemiddeld genomen ervoeren, dat de gemeente bij aanvang van de pilot op trede 3 ‘consultatie’ functio- neerde. Na de pilot wordt duidelijk, dat dat iets veran- derd is. Gemiddeld genomen ervaren de kinderen na deelname aan de pilot, dat de gemeente samen met de kinderen praat over wat wel of niet goed is voor hun stad of dorp. Er is eerder sprake van burgerparticipatie op trede 4 ‘participatie’.
Ondanks, dat dit niet significant is vast te stellen, wordt wel duidelijk, dat kinderen ervaren dat gemeenten daadwerkelijk met hen in gesprek zijn en samen naar bepaalde problemen kijken en over oplos- singen nadenken. Het lijkt erop, dat binnen deze vijf gemeenten er een eerste stap naar een sterkere vorm van burgerparticipatie is gezet. Vervolgonderzoek onder een grotere groep kinderen zou in kaart kunnen brengen of deze toename signifi- cant is en welke onderdelen van de Raad van Kinderen er specifiek voor zorgen, dat er sprake is van een ster- kere vorm van burgerparticipatie. Oftewel een vorm van beleid maken, waarbij de stem van de kinderen actief betrokken wordt. Daarnaast is extra onderzoek onder een grotere groep nodig om te bepalen wat de impact van deelname van de Raad van Kinderen heeft gehad op de kinderen zelf. 61 Bronnen: • Raad voor Openbaar Bestuur (2004). Burgers betrokken, betrokken burgers. • Pröpper, I. en Steenbeek, D. (1999), De aanpak van interactief beleid: elke situatie is anders, Bussum; uitgeverij Coutinho.
Figuur 1: Scores beginmeting Raad voor Kinderen op participatieladder volgens Pröpper en Steenbeek (1999) (N = 110) Bestuursvorm Rol van de overheid Scores kinderen in % Directe democratie Overheid biedt ondersteuning aan partijen voor maken van keuzes 0.0 Samenwerking Overheid en partijen hebben gelijkwaardige rol en vullen samen plannen in 16.4 Delegering Overheid biedt ruime kaders voor andere partijen om in te vullen 8.2 Participatie Overheid biedt ruimte binnen planvorming voor meepraten en meebeslissen van betrokkenen 10.0 Consultatie Overheid biedt een gesloten oplossing waar partijen binnen strikte randvoorwaarden kunnen meepraten 10.9 Voorlichting Overheid informeert andere partijen over beslissingen 19.1 Autoritair Overheid geeft geen informatie maar kiest eigen weg 35.5 Wetenschappelijk onderzoek “Het lijkt erop, dat binnen deze vijf gemeenten er een eerste stap naar een sterkere vorm van burgerparticipatie is gezet.” Maurice de Greef Om vast te stellen in hoeverre gemeenten kind-inclusie toepassen, is wetenschappe- lijk onderzoek nodig naar de criteria die hiermee verband houden. Dit artikel laat de eerste verkenning naar deze criteria zien. Auteur: Maurice de Greef, Prof. Learning effects low skilled and illiterate learners, Vrije Universiteit Brussel 1. Sociale inclusie: werken aan sociale productiviteit Het eerste element van inclusie is de sociale inclusie.
Centraal staan activiteiten in de maatschappij die niet gericht zijn op het verkrijgen van een plek of verbeteren van de positie op de arbeidsmarkt. Activiteiten die een plek krijgen in het leven van mensen in hun privétijd en waarbij mensen hun eigen kennis, kunde en houding inzet- ten om het sociaal kapitaal te optimaliseren. Investering in sociaal kapitaal als basis voor bevordering van sociale inclusie Als deelnemers geactiveerd worden om een bijdrage te leveren aan de samenleving, vergroten ze het sociaal kapi- taal. Naast individuele redenen als zinvolle dagbesteding en persoonlijke ontplooiing kan maatschappelijke partici- patie zorgen voor vergroting van het sociaal kapitaal. Smith (2007) zet een aantal definities van sociaal kapitaal op een rij. De rode draad die door deze definities loopt, is de netwerkconstructie van wederkerige interactie van indivi- duen (die wegens een bepaalde reden) aan elkaar verbon- den zijn in een bepaalde situatie (samenleving).
Putnam (1995) geeft drie redenen waarom investering in sociaal kapitaal om toename van sociaal kapitaal te bevorderen zo belangrijk is, namelijk: • Sociaal kapitaal zorgt ervoor dat burgers gezamenlijk beter problemen kunnen oplossen; • Sociaal kapitaal smeert de ‘wielen’ die ervoor zorgen dat gemeenschappen soepel vooruitgaan; • Sociaal kapitaal verbetert ons lot door vergroting van ons bewustzijn over hoe onderdelen van ons lot aan elkaar gelieerd zijn. Mensen kunnen gelijke hechte onderlinge banden hebben, oftewel “bonding” in sociaal kapitaal. En mensen kunnen afstandelijkere banden tussen mensen hebben, wat “bridgen” in sociaal kapitaal wordt genoemd (Smith, 2007). “Linking” in sociaal kapitaal is een stap verder en probeert een relatie te leggen tussen bronnen uit verschillende gemeenschappen (Smith, 2007). Indicatoren voor sociaal kapitaal blijven niet hetzelfde. In Amerika waren eerst poli- tiek en burgerlijke verplichting van belang, later is de focus komen te liggen op informele banden en tolerantie, en vertrouwen is een thema dat eind vorige eeuw speelde. Er kan volgens Smith (2007) een opdracht bij educatie liggen om de kracht van sociaal kapitaal te vergroten: door kennis en kunde van het leggen, onderhouden en “uitnutten” van contacten tussen mensen verder aan te leren.
Sociale en educatieve competenties om kunde in sociaal kapitaal te bevorderen Op de vraag wat men nu eigenlijk moet kunnen en kennen om een bijdrage te kunnen leveren aan het sociaal kapi- taal en deel te kunnen nemen aan de samenleving, hebben Huisman et al. (2003) getracht een antwoord te geven. Zij ontwikkelden een overzichtslijst van sociale compe- tenties. Bij sociale competenties gaat het volgens hen om het handelen van leerlingen in verschillende sociale gebruikssituaties. Bevordering van deze competenties zou kunnen leiden tot bevordering van sociaal kapitaal en maatschappelijke participatie. Definitie van sociale competenties volgens Huisman et al. (2003) luidt: “Het uitvoeren van taken op het terrein van het sociaal func - tioneren: de verschillende soorten van interactie tussen mensen, zowel in de maatschappij, in de privésituatie als in de werksituatie. Dat wil zeggen: gecompliceerde vaar- digheden, die bestaan uit kennis en (deel)vaardigheden en waar ook houdingsaspecten onderdeel van uitmaken. Waarden spelen daarbij met name een rol bij het maken van keuzes voor bepaald gedrag. Als de leerling over de sociale competenties beschikt en er met behulp daarvan in slaagt om de taken adequaat uit te voeren, dan is hij “sociaal competent.” Er worden door Huisman et al.
(2003) de volgende competenties onderscheiden: 62 Resultaten van de pilot Eerste verkenning naar criteria voor kind-inclusie • Praten en luisteren; • Met eigen gevoelens omgaan; • Met gevoelens van anderen omgaan; • Aardig doen / beleefd zijn; • Opkomen voor jezelf; • Conflicten voorkomen en oplossen; • Keuzes maken / waarden en normen ontwikkelen. Zoals uit eerder besproken concepten blijkt, heeft soci- ale inclusie onder andere betrekking op hoe mensen een interactie met elkaar aangaan in verschillende situaties in de samenleving. Hiervoor hebben zij betreffende compe- tenties nodig. De indeling naar sociale competenties kan als basis dienen om in kaart te brengen in hoeverre deel- nemers competent zijn op het gebied van sociale inclusie. 2. Politieke inclusie: De deelnemer als politiek beoefenaar Een redelijk groot aantal volwassenen lijkt deel te nemen aan de politiek. Reingard Spannring (2008) haalt een onderzoek aan onder 10 Europese landen waarin de poli- tieke participatiegraad aan de hand van 6 indicatoren gemeten is, te weten: • Belang van politiek in het leven; • Interesse in politiek; • Discussie over politiek met vrienden; • Lid van traditionele politieke partij; • Lid van nieuwe politieke partij en sociale bewegingen; • Deelname aan petities, demonstraties, boycots, stakin- gen en bezettingen.
Interesse in politiek en deelname aan petities voor inwo- ners van 36 jaar en ouder zijn vrij hoog (ca. 38% versus 59%), terwijl lidmaatschap van een beweging in de lokale gemeenschap en organisatie aangaande de omgeving vrij laag is (ca. 4% versus 5%) (Spannring, 2008). Het lijkt dat de echte actieve politieke participatie dus laag is. De duur- zame politieke participatie ook, maar de tijdelijke actieve politieke participatie bleek vrij hoog te zijn: ca. 30% nam deel aan een staking en ca. 12.5% aan een boycot (Span- nring, 2008). Tijdelijke actieve politieke participatie is dus redelijk hoog. Verté et al. (2007) hebben naast de indicator politieke interesse en lidmaatschap ook invloed op beleid aangewe- zen als indicator voor politieke participatie. Deze indicator kan worden toegevoegd aan de lijst van Spannring (2008). Leyenaar (2005) voegt hier nog het stemgedrag aan toe. Om de politieke participatie te vergroten kunnen leerpro- gramma’s voor inwoners worden opgestart. Wat is de meerwaarde van politieke participatie? Kersting (2007) ziet de “politieke ontmoeting” als een soort van empowerment. Wil men streven naar gelijkwaardigheid dan zal een “achtergestelde groep” zelf aan de bel moeten trekken en vaardig moeten worden om middels de politiek hun belangen te verdedigen en aan hun trekken te kunnen komen.
De noodzaak tot participatie leidt soms tot uitslui- ting van groepen (Kersting, 2007). Educatie kan de vaar- digheid om te participeren doen toenemen en zorgen dat ook de groepen die “buiten de boot vallen” een plek in het “politieke landschap” krijgen. De politieke inclusie groeit daardoor. Leyenaar (2005) onderstreept dit belang, door aan te geven dat anders het representativiteitbeginsel in het gedrang komt. Anders kunnen de “hardste roepers” altijd aangeven hoe het anders zou kunnen, terwijl juist de “stilleren” ook voldoende aandacht moeten krijgen om hun belangen te kunnen verwezenlijken. Van Ostaaijen en Tops (2007) geven aan dat actieve betrokkenheid van de burger er enkel en alleen voor kan zorgen dat politieke participa- tie tot iets leidt. Een voorbeeld uit Rotterdam geeft aan dat de lokale overheid het verbeteren van de veiligheid als eerste prioriteit voor de stad had gesteld. Veilige buurten in Rotterdam bleken er enkel en alleen veilig te blijven door de inspanning van de inwoners zelf (Van Ostaaijen en Tops, 2007). De burger moet het startpunt zijn en betrok- ken worden bij de vorming en uitvoering van beleid om zo de politieke inclusie te vergroten. 63 Wetenschappelijk onderzoek 3. Inclusie op wijkniveau: De kracht van het collectief Stedelijke vernieuwing bleek een toverwoord te zijn voor de “aandachtswijken” in Nederland.
Het is van groot belang voor de koopkracht in de wijk, het sociaal kapitaal en het woonklimaat dat zo snel mogelijk voor de maatschappelijke stijgers in de wijk aantrekkelijke woonalternatieven worden geboden (Priemus, 2005). Het wonen beïnvloedt de kwaliteit van leven, de sociale leefbaarheid in wijken en mogelijkerwijs de inclusie. Met name voor kansarmen moeten volgens Priemus (2005) voldoende woonalternatieven geboden worden met een ruime variëteit, zodat zij zich op hun gemak voelen in de wijk. Dit vergroot hun inclusie in de wijk. Er moet dus geschakeld worden tussen de “fysieke en sociale pijler”. Onderzoeken van de Universiteit van Utrecht, het OTB (Onderzoeksinstituut Technische Universiteit Delft) en de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regerings- beleid) reiken volgens Priemus (2005) voldoende bouw- stenen aan om de fysieke en sociale pijler in de stede- lijke vernieuwing aan elkaar te verbinden. Als er wordt gewerkt aan een goede leefomgeving voor de mensen en projecten waardoor mensen leren participeren, zullen ze een eigen plek in de wijk kunnen vinden en neemt inclusie op wijkniveau toe. Smith (2007) benoemt een aantal elementen die bij zo’n gemeenschap voor burgers van belang zijn. Deze elementen kunnen richtinggevend zijn voor de inclusie van inwoners binnen een gemeen- schap.
De elementen luiden (Smith, 2007): • Burgerbetrokkenheid; • Politieke gelijkwaardigheid; • Solidariteit, vertrouwen en tolerantie; • Sociale structuren van samenwerking. Als men aan bevordering van deze elementen wil werken, kan men educatieve programma’s initiëren. Resultaten van deze leerprocessen zijn individueel, maar ook collectief, te weten (Scottish Executive, 2003): • Toenemen van lokale power en gelijkwaardigheid; • Ontwikkeling van gemeenschapsactiviteiten- en organisatie; • Invloed uitoefenen op de besluitvorming van publieke en andere organisaties. Met name het eerste doel streeft naar een aanval op marginalisatie en de bevordering van inclusie van de “zwakkeren”. Deze leerprogramma’s kunnen opgezet worden door behoeften in een groep te identificeren, te proberen gezamenlijk de doelen van de groep te bereiken en mensen aan te moedigen om op collectieve wijze aan deze problemen te werken (Saddington, 1990). Naast een individuele meerwaarde heeft werken aan wijkinclusie dus ook duidelijk een meerwaarde van het collectief en kan het ook als collectief leerproces gezien worden. 4. Vormen van inclusie Tegengaan van marginalisering van deelnemers die onder de marge leven, kan leiden tot verwerven van een eigen plek in de samenleving, te weten het vergro- ten van het sociaal, economisch, politiek en eventueel wijkkapitaal.
Oftewel het bevorderen van inclusie op vier niveaus, waarbij interactie tussen sociale relaties en individu en samenleving centraal staat. Deze niveaus moeten de productiviteit op sociaal, arbeids-, politiek en collectief (wijk) gebied vergroten. Gezien de doelgroep kinderen is het vraagstuk omtrent arbeidsproductiviteit buiten beschouwing gelaten. Of deze bevorderd worden, hangt af van de groei van competenties bij deelnemers. Figuur 1 geeft een over- zicht van de geschetste perspectieven op deze elemen- ten en de bijbehorende competenties. Als men kinderen betrekt bij besluitvorming is het de vraag of kinderen sociaal, politiek en in een collectief vergelijkbaar als een wijk productief kunnen zijn. In de laatste kolom is een vertaling van de competenties gemaakt naar mogelijke criteria voor de mate waarin een kind betrokken is bij bepaalde besluitvorming. Naast deze inhoudelijke criteria zou er gekeken kunnen worden naar het besluitvormingsproces op zich. Dit is vergelijkbaar met het besluitvormingsproces bij burger- participatie. De volledige bronvermelding van dit artikel vindt u op www.kansendoorallekinderen.nl Deze eerste verkenning naar criteria voor kindinclusie vormt de basis voor de Kindinclusieindex, die de komende tijd wordt ontwikkeld als instrument om te bepalen in hoeverre gemeenten kinderen betrekken bij besluitvorming.
64 Resultaten van de pilot Figuur 2: Inclusie en haar deelgebieden Deelgebied Noodzakelijke competenties Mogelijke criteria kinderinclusiviteit Sociale inclusie (sociale productiviteit) sociaal kapitaal • Praten en luisteren; • Met eigen gevoelens omgaan; • Met gevoelens van anderen omgaan; • Aardig doen / beleefd zijn; • Opkomen voor jezelf; • Conflicten voorkomen en oplossen; • Keuzes maken / waarden en normen ontwikkelen. • Het kind heeft ruimte om zijn of haar eigen mening te geven. • Het kind heeft ruimte om zijn of haar gevoelens te kunnen uiten of een oordeel te kunnen vellen. • Het kind heeft ruimte om op basis van eigen waarden en normen een keuze te maken. Arbeidsinclusie (arbeidsproductiviteit) economisch kapitaal • Niet van toepassing. • Niet van toepassing. Politieke inclusie (politieke productiviteit) democratisch kapitaal • Belang van politiek in het leven; • Interesse in politiek; • Discussie over politiek met vrienden; • Lid van traditionele politieke partij; • Lid van nieuwe politieke partij en soci- ale bewegingen; • Deelname aan petities, demonstraties, boycots, stakingen en bezettingen; • Invloed op beleid; • Stemgedrag. • Het kind heeft de mogelijkheid om mee te discussiëren. • Het kind voelt zich betrokken bij de besluitvorming. • Het kind kan duurzaam zijn of haar invloed uitoefenen (bijv. via beleid). • Het kind mag zijn stem laten horen of uitbrengen.
Inclusie op wijkniveau (wijkproductiviteit) Wijkkapitaal • Burgerbetrokkenheid; • Politieke gelijkwaardigheid; • Solidariteit, vertrouwen en tolerantie; • Sociale structuren van samenwerking; • Toenemen van lokale power en gelijkwaardigheid; • Ontwikkeling van gemeenschaps - acti viteiten en organisatie; • Invloed uitoefenen over de besluit- vorming van publieke en andere organisaties. • Het kind wordt structureel in alle fasen van het besluitvormingsproces betrokken. • De stem van het kind telt even zwaar mee als een andere stem. • Het is duidelijk, dat men vertrouwen heeft in de stem van het kind. • Het kind kan structureel invloed op het besluitvormingsproces uitoefenen. 65 Wetenschappelijk onderzoek Kind-inclusie is de normaalste zaak van de wereld Onze droom is dat een Raad van Kinderen de normaal- ste zaak van de wereld wordt, in Nederland en daarbui- ten. Zo’n 100 bedrijven, maatschappelijke instellingen en rijksoverheden zijn al aan de slag. Maar is het niet logisch dat ook gemeenten naast hun gemeenteraad, een Raad van Kinderen hebben? Deze pilot laat opnieuw de waarde van een Raad van Kinderen zien. De resultaten van deze pilot verschaf - fen ons inzicht in hoe weerbarstig het probleem rond armoede onder kinderen is en tegelijkertijd welke enorme potentie er voor gemeenten is om met behulp van de inzichten van de kinderen actief armoede terug te dringen.
Kinderen laten ook zien dat de rol niet alleen bij gemeenten ligt. Vele publieke en private partijen en het maatschappelijk middenveld hebben een stukje van de puzzel in handen om armoede onder kinderen echt op te lossen. We zijn Staatssecretaris Tamara van Ark van het mini- sterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zeer erkentelijk voor haar vertrouwen om deze pilot naar een volgende fase te brengen. In elke provincie kun- nen gemeenten aan de slag met kind-inclusie. Daar- naast gaan we aan de slag met het bouwen van een publiek- private alliantie die actief aan de slag gaat met deze, en komende inzichten van kinderen en partners. Bent u nieuwsgierig geworden, wilt u een bijdrage leveren aan de aanpak armoede in de alliantie of bent u een gemeente die aan de slag wil met een Raad van Kinderen? Neemt u dan contact met ons op. Bel naar Missing Chapter op 070 – 345 5106 of stuur een mail naar gemeenten@missingchapter.org. Samen zouden we armoede onder kinderen in Neder- land toch moeten terugdringen tot nul? Want zo’n grote groep kinderen dat met hun gezinnen in armoede leeft zouden we in een land als Nederland toch niet moeten accepteren.
Doet u mee en lossen wij het samen met u op? Marloes van de Have, Algemeen directeur Soler Berk, Directeur Strategie & Innovatie Missing Chapter Foundation Missing Chapter zorgt ervoor dat kinderen mogen meedenken en dat volwassenen verantwoording afleggen over wat er met hun ideeën wordt gedaan. Want alleen dan voelen mensen zich serieus genomen. Aan de hand van actuele vraagstukken brengen we kinderen en besluitvormers in gesprek, om zo tot nieuwe inzichten te komen. Kinderen leren dat het zin heeft om mee te denken, volwassenen leren loslaten en openstaan voor nieuwe denkrichtingen en oplossingen. Missing Chapter begeleidt de stappen, is de vertaler tussen kinderen en volwassenen en helpt partners om kind-inclusie zelf in de praktijk te brengen. En om heel Nederland hier enthousiast over te maken, brengen we ideeën van kinderen bij iedereen onder de aandacht. Kijk voor alle informatie op www.missingchapter.org. raad van kinderen Kinderen betrekken, waarom niet? Kijk voor meer informatie op raadvankinderen.nl en missingchapter.org