12.0 informatienota 2025 - 45 - Branden van maaisel
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 1/8 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 28 oktober 2025 Programma - Regie op Vitaal Platteland 11 2025_B&W_00735 Informatienota branden van maaisel - informeren Samenstelling: Aanwezig: Erik de Groot, burgemeester en voorzitter; Melvin Smit, wethouder; Trijn Jongman, wethouder; Marcel Scheringa, wethouder; Miriam Slomp-Dekkers, wethouder; M.W. de Graaf, gemeentesecretaris Samenvatting Het unieke landschap van Weerribben-Wieden vereist actief onderhoud om de natuurdoelen van Natura 2000 te behalen. Rietsnijders spelen hierin een cruciale rol: in de winter oogsten zij riet, in de zomer maaien zij hooilanden. Zonder dit onderhoud zou het gebied veranderen in een moerasbos. De Wieden is grotendeels eigendom van Natuurmonumenten, de Weerribben van Staatsbosbeheer en een klein deel is in particulier bezit. Eind 2022 is een routekaart opgesteld met als doel het verbranden van zomermaaisel te minimaliseren. Dit is complex, omdat werkprocessen, (natuur)wetgeving en bereikbaarheid van percelen het branden soms noodzakelijk maakt. De aanpak bestaat uit drie pijlers: 1. Optimalisatie brandbeleid: Voorspelbare tijdstippen voor het branden. 2.
Afvoer waar mogelijk: Natuurmonumenten voert al sinds 1993 maaisel af; Staatsbosbeheer hanteert een onderscheid tussen rijlanden (geen branden) en vaarlanden (branden toegestaan). 3. Branden als laatste optie: Op moeilijk bereikbare percelen blijft branden beperkt toegestaan. Initiatieven en ontwikkelingen Maatschappelijke ontwikkelingen bieden kansen om het verbranden van maai- en rietafval verder te verminderen. • Weerribben Potgrond: Maaisel wordt omgezet in veenvrije potgrond, met subsidie vanuit het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland. • Veenmakers: Maaisel wordt geïnjecteerd in veenbodem voor nieuwe veenvorming en CO₂- opslag, met subsidie van de gemeente. • Hamspad: Verbreding van het fietspad kan afvoer van maaisel mogelijk maken, waardoor minder verbrand hoeft te worden. Onderzoek loopt naar de beste inrichting en kostenverdeling. De groeiende vraag naar organisch materiaal in de landbouw biedt nieuwe afzetmogelijkheden voor maaisel. De provincie Overijssel herziet momenteel het beheerplan voor Natura 2000-gebieden De Wieden en Weerribben, waarbij uiteindelijk de Provinciale Staten een integrale afweging moeten College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 2/8 maken over natuurdoelen, infrastructuur, branden en het Schone Luchtakkoord. De definitieve afweging wordt naar verwachting in 2029 gemaakt.
De omgevingsvergunning voor het branden is nu op naam van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Natuurcollectief Noord West Overijssel, die toestemming geven aan pachters. Informatienota Inleiding Het unieke landschap van Weerribben-Wieden vereist actief onderhoud. Rietsnijders spelen hierin een cruciale rol: in de winter oogsten zij riet voor biobased dakbedekking, waarbij droog rietafval (struige) met beperkte overlast wordt verbrand. In de zomer maaien zij als natuurbeheerders de hooilanden, waarna het maaisel in De Wieden wordt afgevoerd en in de Weerribben grotendeels verbrand. Zonder dit onderhoud zou het gebied veranderen in een moerasbos, wat niet past bij de Natura 2000-doelen. Onderhoud is dus noodzakelijk. De Wieden is grotendeels in eigendom van Natuurmonumenten. Het kenmerkt zich als een vergraven laagveengebied met grote veenplassen (zoals de Belterwiede en de Beulakerwiede). De Weerribben, grotendeels eigendom van Staatsbosbeheer, heeft een geheel ander karakter. Hier zijn de sporen van de historische veenontginnning nog duidelijk zichtbaar in de vorm van trekgaten en ribben. Een klein deel van de Wieden-Weerribben is particulier bezit. Deze eigenaren zijn vaak aangesloten bij het Natuurcollectief Noord West Overijssel, dat zich inzet voor het behoud en beheer van dit bijzondere natuurgebied.
Eind 2022 hebben we een routekaart opgesteld met één duidelijk doel: het verbranden van zomermaaisel minimaliseren. Een volledige stop is niet eenvoudig. De uitdagingen zijn groot: de werkprocessen van de natuurbeheerders zijn deels nog afgestemd op verbranding, en de natuurwetgeving stelt strenge eisen aan de maaitijd van de hooilanden. Bovendien zijn veel percelen moeilijk bereikbaar, smal en diep, waardoor afvoer over kwetsbare ondergrond tot structuurschade kan leiden. Toch staan we niet stil. We zetten concrete stappen om rookoverlast te verminderen, zonder de natuurbeheerders in de problemen te brengen. Onze aanpak is gebaseerd op de routekaart waarbij de drie stappen steeds meer een trits in de aanpak is geworden: • Voorspelbaar branden • Afvoeren waar mogelijk • Branden voor natuurdoelen. Voorspelbaar branden Om de overlast door het branden van zomermaaisel zoveel mogelijk te beperken, is gekozen om dit op een voorspelbare manier te doen. In 2023 is hiermee een begin gemaakt door het branden van zomermaaisel te concentreren in de vroege ochtenduren, van zonsopgang tot 10:00 uur. Hoewel dit een stap in de goede richting was, bleek dat het branden in deze periode niet altijd optimaal verloopt. Met name aan het einde van het zomerseizoen, wanneer de dagen korter worden, is het maaisel rond 10:00 uur vaak nog vochtig. Dit leidt tot meer rookontwikkeling.
Om deze reden wordt vanaf 2026 het branden van zomermaaisel in de maanden september en oktober verplaatst naar de middaguren, tussen 14:00 en 17:00 uur. Op deze momenten is het maaisel over het algemeen droger, waardoor het brandproces efficiënter verloopt en de rookontwikkeling beperkt blijft. Afvoer waar mogelijk Natuurmonumenten is sinds 1993 gestopt met zomerbranden. Sindsdien heeft Natuurmonumenten ook fors geïnvesteerd in het afvoeren (baggeren, materieel, losplaatsen etc.) én de afzet van het zomermaaisel. College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 3/8 In het gebied van Staatsbosbeheer wordt in de zomer nog gebrand. In het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) hanteert de provincie een kaart waarop onderscheid gemaakt is tussen rijlanden en vaarlanden. Deze kaart is door middel van provinciale participatie tot stand gekomen. Voor de afvoer van zomermaaisel hanteren we daarom deze kaart. Op de rijlanden, percelen bereikbaar over de weg, wordt het branden niet langer toegestaan, tenzij dit ten koste gaat van de natuurwaarden. Op vaarlanden, percelen bereikbaar over het water, wordt het branden van zomermaaisel nog wel toegestaan. Branden voor natuurdoelen Het uitgangspunt is om het verbranden van zomermaaisel te minimaliseren. Volledig stoppen lijkt niet haalbaar, met name op percelen die moeilijk bereikbaar zijn.
Deze zijn vaak smal en diep, waardoor afvoer over kwetsbare ondergrond tot structuurschade kan leiden. Op deze plekken zal verbranding daarom beperkt worden toegestaan. Deze aanpak zorgt ervoor dat we de natuurdoelen kunnen blijven waarborgen, terwijl we tegelijkertijd streven naar een verdere afname van verbranding waar mogelijk. Initiatieven en ontwikkelingen De maatschappelijke tendens is dat we ons steeds meer richten op een circulaire economie en het minimaliseren van afval. Deze ontwikkeling biedt kansen om het verbranden van zomermaaisel verder te verminderen. Door in te zetten op innovatie en samenwerking met lokale initiatieven kunnen we de overlast verder beperken. Weerribben Potgrond De Staat der Nederlanden heeft het zogenaamde convenant “Turfvrij” getekend. Met dit convenant werkt de tuinbouwsector aan een turfvrije toekomst. Op dit moment wordt nog turf gebruikt uit de Baltische staten. Hier worden veengebieden voor vernietigd. De vernietiging van veengebieden is verantwoordelijk voor 5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Dat is meer dan alle luchtvaart bij elkaar. Als we dit fossiele materiaal niet meer voor deze doeleinden gebruiken, kunnen we een enorme bijdrage leveren aan de bestrijding van de klimaatcrisis.
Met subsidie vanuit het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland heeft de firma Hanekamp in samenwerking met de firma Hellinga een subsidie ontvangen om van zomermaaisel potgrond te maken. Dit is een proces waarbij maaisel via een natuurlijk proces in 3 jaar omgezet wordt tot potgrond. Het is het streven dat de verkoop van dit product de keten bekostigt van afvoer vanuit het gebied tot aan de winkel. We voorkomen hiermee het verbranden van maaisel, leggen CO2 vast én produceren veenvrije potgrond. Veenmakers Vanuit de gemeentelijke subsidieregeling voor een Vitaal Platteland hebben we subsidie gegeven aan een pilot waarbij maaisel onder grondwaterniveau geïnjecteerd wordt in de veenbodem. Deze methode zorgt voor nieuw veen en permanente koolstofopslag. Dit leidt naast CO2 verwijdering ook tot het verbeteren van de draagkracht van de grond en het vertraagd de bodemdaling als gevolg van veenoxidatie, zonder de bovenliggende bodemstructuur te wijzigen. Hamspad In de meerjarenplanning is het project verbreden fietspad Hamspad opgenomen. Dit fietspad, gelegen aan de noordwestzijde van de Weerribben, is momenteel door beperkte breedte en draagkracht niet geschikt voor de afvoer van maaisel. De aangrenzende gronden zijn daarom aangemerkt als vaarland, wat betekent dat het verbranden van zomermaaisel is toegestaan.
Door het fietspad zodanig in te richten dat het ook geschikt wordt voor de afvoer van maaisel, kan het branden verder teruggedrongen worden. Momenteel loopt een onderzoek naar de beste inrichting van het fietspad en de verdeling van de bijbehorende meerkosten. Vraag naar organisch materiaal De landbouwsector kent een groeiende vraag naar organisch materiaal, zoals maai- en rietafval. Deze vraag wordt gedreven door de wens om de bodemkwaliteit te verbeteren en de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen. Organisch materiaal verrijkt de bodem met voedingsstoffen, verbetert de waterhuishouding en stimuleert het bodemleven, wat bijdraagt aan een betere gewasopbrengst. College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 4/8 Hierdoor ontstaan meer afzetmogelijkheden voor maai- en rietafval. Voor de rietsector wordt de stap om te kiezen voor afvoer in plaats van branden steeds kleiner. Beheerplan Natura2000 De provincie Overijssel is momenteel bezig met het vernieuwen van het beheerplan voor de Natura 2000-gebieden De Wieden en Weerribben. Dit plan bepaalt hoe de natuur in deze gebieden wordt beschermd en verbeterd.
Bij deze herziening maken de Provinciale Staten de integrale afweging hoe de natuurdoelen worden gehaald, waarbij zij rekening houden met vervoersbewegingen, noodzakelijke investeringen in infrastructuur, het verbranden van maaisel en de verplichtingen uit het door hun ondertekende Schone Luchtakkoord. Deze afweging is bepalend voor het toekomstige natuurbeheer in het gebied en wordt naar verwachting in 2029 door de Provinciale Staten gemaakt. Omgevingsvergunning Branden is opgenomen als beheermaatregel in het Beheerplan Natura 2000. De gemeente Steenwijkerland verleent hiervoor de noodzakelijke juridische toestemming. Voorheen gebeurde dit in de vorm van een ontheffing. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is hiervoor een omgevingsvergunning vereist. Met de ontheffing was het gebruikelijk dat Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten namens haar pachters tweemaal per jaar een ontheffing aanvroeg, die vervolgens door de gemeente individueel aan de pachters werd verleend. De nieuwe wetgeving vereist dat een vergunning op naam wordt verleend aan de aanvrager. In overleg met de rietsector is daarom afgesproken dat de omgevingsvergunning door Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Natuurcollectief Noord West Overijssel aangevraagd worden en op hun naam afgegeven worden.
Deze organisaties nemen de verantwoordelijkheid om hun pachters toestemming te geven voor het beheerwerk. Het noodzakelijke beheer kan op deze manier voortgezet worden, waarbij de verantwoordelijkheid van het toezicht op de uitvoering meer komt te liggen bij de terrein beherende organisaties. Deze aanpak versterkt de betrokkenheid van de sector. De vergunning is afgegeven gedurende de looptijd van het huidige Beheerplan Natura 2000. Kernboodschap Het actieve beheer van Weerribben-Wieden is essentieel om de natuurdoelen van Natura 2000 te behalen, maar het verbranden van maai- en rietafval moet zoveel mogelijk worden verminderd. Dit vraagt om een integrale aanpak: optimaliseren van het brandbeleid, afvoer waar mogelijk, en alleen verbranden als het niet anders kan. Innovatieve oplossingen zoals Weerribben Potgrond en de Veenmakers, samen met infrastructuurverbeteringen zoals de verbreding van het Hamspad, bieden kansen om verbranding verder terug te dringen. De provincie Overijssel maakt in haar Beheerplan N2000 een afweging over hoe natuurdoelen, infrastructuur en het branden in balans worden gebracht.
Consequenties voor de gemeente Regie en vergunningen: De gemeente blijft verantwoordelijk voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor het verbranden van maai- en rietafval, nu op naam van de grote natuurbeheerders (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Natuurcollectief NW Overijssel). Dit vereist een goede afstemming met deze partijen. Ondersteuning innovatie en infrastructuur: De gemeente speelt een rol in het aanjagen van innovatieve oplossingen (zoals Weerribben Potgrond en Veenmakers) en infrastructuurprojecten (zoals de verbreding van het Hamspad). Dit vraagt om samenwerking met initiatiefnemers, subsidieverstrekkers en natuurbeheerders, en mogelijk om financiële bijdragen. Afstemming met provincie en stakeholders: De gemeente moet de ontwikkelingen rond het nieuwe beheerplan Natura 2000 volgen en input leveren, vooral waar het gaat om lokale belangen zoals rookoverlast, transport en economische activiteiten. De provinciale afweging in 2029 heeft directe gevolgen voor het lokale natuurbeheer en de gemeentelijke vergunningverlening. College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 5/8 Communicatie Deze informatienota is een vervolg op de informatienota van 29 november 2022. De routekaart is uitgewerkt tot een vaste aanpak met drie pijlers: voorspelbaar branden, afvoer waar mogelijk en branden voor natuurdoelen.
Vervolg - Besluit In te stemmen met de informatienota branden van maaisel. Bijlagen 1. 2022 11 08 Routekaart.pdf 2. 2026 10 16 Aanpak zomerbranden.pdf Weerribben-Wieden REGELS ONTHEFFING • Alleen riet, rietafval, maaiafval en ruigte verbranden afkomstig van het perceel waarop gebrand wordt • Nat materiaal mag niet verbrand worden • Het mag niet harder waaien dan windkracht /five.oldstyle • Neem blusmateriaal mee • Bij verlaten van het perceel is het vuur uit Routekaart Minimaliseren zomerbranden maaiafval OVERLEG PLAN VAN AANPAK 2023 STAP 1 STAP 2 AANLEG VOORZIENINGEN EN INFRA/hyphen.cap STRUCTUUR ONTWERP | JONKMANVORM.NL (BNO) Branden van zonsopkomst tot /one.oldstyle/zero.oldstyle./zero.oldstyle/zero.oldstyle uur BEPERKEN TIJDSDUUR BRANDEN ONTHEFFING VOOR MOEILIJK BEREIKBARE PERCELEN Afvoer van maaiafval waar mogelijk ALLEEN ONTHEFFINGEN IN HET KADER VAN NATUURDOELEN College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 6/8 Weerribben-WiedenWeerribben-WiedenWeerribben-WiedenWeerribben-Wieden Weerribben-Wieden Weerribben-Wieden /one.oldstyle/five.oldstyle jun t/m /three.oldstyle/one.oldstyle aug van zonsopkomst tot /one.oldstyle/zero.oldstyle uur /one.oldstyle sep t/m /three.oldstyle/one.oldstyle okt van /one.oldstyle/four.oldstyle tot /one.oldstyle/seven.oldstyle uur Afvoer van maaisel waar mogelijk Afvoer van maaisel waar mogelijk Afvoer van maaisel waar
mogelijk Zo min mogelijk natuurschade aanbrengen VOORSPELBAAR BRANDEN/one.fitted /two.fitted AFVOEREN WAAR MOGELIJK /three.fittedBRANDEN VOOR NATUURDOELEN AFSPRAKEN • Het mag niet harder waaien dan windkracht /five.oldstyle • Neem blusmateriaal mee • Alleen materiaal verbranden afkomstig van het perceel waarop gebrand wordt • Nat materiaal mag niet verbrand worden • Bij verlaten van het perceel is het vuur uit Aanpak Minimaliseren zomerbranden ONTWERP | JONKMANVORM.NL (BNO) College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 7/8 College van burgemeester en wethouders - 28 oktober 2025 - 2025_B&W_00735 8/8