CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

11.4 Werkgroep Houtrookoverlast - Rapport RUG wetenschapswinkel rookoverlast.pdf

Raadsvergadering 28 november 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken16.445 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ze zijn slecht op de hoogte van de problematiek en nemen klachten vaak niet serieus. Een overkoepelend probleem is dat de klachtenbereidheid in Nederland erg laag is. Het wantrouwen jegens de overheid is groot. Het idee heerst dat de overheid vaak toch niets doet en in het geval van stookoverlast is dit idee terecht. Trinette Janssen heeft enkele verhalen van mensen, die bij haar aanklopten ter beschikking gesteld. Zij staan verspreid in dit rapport in kaders. 25 5 Gezondheidsklachten bij het Meldpuntennetwerk Het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) registreert gezondheidsklachten, die een relatie hebben met het milieu. Tot voor kort registreerden zij alleen gezondheidsklachten, niet overlast als zodanig of ongerustheid. Eind 2005 zijn zij op een nieuw systeem overgestapt, waarbij ook vragen en klachten over hinder worden geregistreerd. Ten behoeve van dit onderzoek heeft het MNGM ons inzage gegeven in 153 sinds 1994 geregistreerde gezondheidsklachten over stookoverlast. Het overgrote deel daarvan (151) betrof kachels en open haarden, ruim twee keer zoveel over kachels als over open haarden, hoewel ze soms beide genoemd worden.

In sommige gevallen is er sprake van specifieke omstandigheden: de inlaat van de heteluchtverwarming, of de inlaat van de mechanische ventilatie bevindt zich vlakbij de schoorsteen, of het huis bovenaan de dijk krijgt de rook van het huis beneden aan de dijk. Vaak is het een van de naaste buren, maar regelmatig gaat het over de hele buurt, of over een kachel waar meerdere bewoners van de straat last hebben. Naast stank wordt soms melding gemaakt van roetoverlast: de was kan niet buiten hangen of de vloerbedekking ziet zwart van het roet. Eén meldster kan een gedeelte van haar huis niet gebruiken. Soms merken de klagers op, dat de rook grijs, blauw of zwart is, soms vermoeden zij alleen maar dat er nat hout of afval gestookt wordt. In 19% van de gevallen zeggen zij te weten dat de stoker foute brandstoffen gebruikt. Daarbij gaat het om geverfd of geïmpregneerd hout, spoorbielzen, afval, strobalen, zelfs bankstellen en steigers worden genoemd. Verreweg het grootste deel van de gezondheidsklachten (75%) betreft de luchtwegen, al dan niet met benauwdheid. Ongeveer eenderde van de melders heeft astma, COPD of hooikoorts. Hun klachten verergeren door de rookoverlast. Een aantal van hen heeft ook last van barbecues, vuurkorven en terrashaarden. Hoofdpijn, stress en slaapproblemen, en irritatie aan de ogen komen ook vrij vaak voor.

Enkelen melden ernstige ziekten, zoals hart- en vaatziekten, kanker en reuma. Vaak wordt er geklaagd over instanties (meestal de gemeente), die niets doen, of de stoker die ongevoelig voor de problemen van de buren rustig door blijft stoken. Niet zelden zegt men alle ramen en deuren potdicht te moeten houden wegens stank en roetoverlast, wat ook weer problemen met zich meebrengt. In één geval gaan de vogels dood. Enkelen maakten melding van blijvende gezondheidsschade door het wonen naast mensen die geverfd en geïmpregneerd hout stookten. 26 Tranende ogen en een gevoel van verstikking Mevr. S ontdekte voor het eerst bij vrienden, dat haar ogen bijzonder gevoelig waren voor rook, van zowel sigaretten als barbecues en open haarden. In haar omgeving was daar tot voor enkele jaren nog geen sprake van. De toestand in haar woning werd voor het eerst penibel, toen een stel kamerbewoners een houtkachel op straat hadden geplaatst en daarop voedsel roosterden. dat was zomer 2003. Er ontstond een gevoel van verstikking. De politie werd gebeld; ook door andere omwonenden. Deze maakte een eind aan het stoken. Ook op de volkstuinen, Tuinwijck, waar mevr. S sinds 1993 een volkstuintje heeft, verschenen, sinds 2004, vuurkorven en, in de huisjes, houtkachels. Mevr. S kan tot 16.00 uur haar tuintje bezoeken; daarna gaan de vuren branden en moet ze zich terugtrekken.

Eén houtkachelbezitter heeft zijn schoorsteen zodanig verhoogd, dat de overlast voor mevr. S uit deze bron, is verdwenen. Deze kachelbezitter belde met de milieudienst om nadere inlichtingen; hij werd echter doorverwezen naar Milieudefensie. Tot zijn ontstemming. De woning van mevr. S ligt in een straat die parallel loopt aan een straat woningen met één verdieping. Sinds enkele jaren is het houtkachelgebruik in deze straat enorm toegenomen. De rook trekt naar de hogere woningen in de parallelstraat en blijft daar hangen. Het gevolg is dat mevr. S de noordkant van haar woning niet meer kan gebruiken. Elk moment kan er een kachel worden aangestoken, waardoor haar woning zich vult met rook. Gevoelens van verstikking treden op. Pijnlijke ogen. De klachten houden enkele dagen aan. Als er aanhoudend wordt gestookt, wijken de klachten niet meer. Ook bij mist wordt er gestookt. Mevr. S was bezig met het maken van afspraken over stookgedrag voor de volkstuinbezitters. Het overleg liep nog met het oog op de nieuwe reglementen, toen het bestuur dit doorkruiste met een decreet dat vuurkorven waren verboden, maar barbecues en houtkachels waren toegestaan. De toestand bij het woonhuis werd aangepakt door mevr. S met een rondvraag langs de woningen van de twee straten: de straat van mevr. S ondervond last, voorzover het de noordkant van de straat en de woningen betreft.

De houtkachelbezitters openden hun deuren niet. Er kwam, als grootste vervuiler een woning uit de bus, waar geverfd hout wordt gestookt. De hele dag tot diep in de avond. De omgeving ondervindt grote overlast. Ook het gebouw van de GGZ, waar niet meer gelucht kan worden. Niemand durfde echter zijn/haar naam op de klachtenlijst van mevr. S te plaatsen, daar de stoker een psychiatrische patient is. Ondertussen verergeren de klachten van mevr. S. Ze heeft een beroep gedaan op de GGD-Groningen. Ze werd te woord gestaan door mevr. R. Kuilder. Deze deelde haar mee, dat de GGD op geen enkele wijze op haar klacht zou ingaan. Ook niet zou waarschuwen of anderzins gewag maken van de penibele toestand waarin mevr. S zich bevindt vanwege de rookoverlast. Ook zal de GGD de politiek niet waarschuwen voor de gevaren van de luchtvervuiling veroorzaakt door een houtkachel gestookt met geverfd hout. Mevr. S heeft in 2004 Milieudefensie benaderd. Ze is voorzien van foldermateriaal. Hierdoor is ze op de hoogte van de gifstoffen die vrijkomen bij de verbranding van hout. Ook de daarin vermelde wetgeving heeft ze zich eigen gemaakt. Ze heeft de Milieudienst hiermee geconfronteerd. Een kopie van het antwoord van de een medewerker van de milieudienst is in het bezit van Milieudefensie. Hierin beweert een zekere H.P. Bakker, dat: “In uw mailbericht van 2 juli j.l.

stelt u de vraag of er bij zomerhuisjes vuurkorven mogen worden gebruikt. U wijst op brandgevaar en op gevaar voor de gezondheid. Als reactie op uw vraag moeten we inderdaad stellen dat het gebruik van vuurkorven is toegestaan. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het effect daarvan op de gezondheid in normale omstandigheden verwaarloosbaar klein is. Dat neemt niet weg dat het gebruik van vuurkorven, open haarden e.d hinder kan veroorzaken.” Milieudefensie heeft van dezelfde heer Bakker een schrijven in bezit, waarin ingegaan wordt op de vraag van MD, welke wetenschappelijke studie is gebruikt voor de inzichten op dit gebied van de gemeente Groningen. Het bleek een studie te zijn van een mevr. Van der Made, gezondheidswetenschapper, uit 1994. Toen waren er nog geen vuurkorven. MD is o.a. in het bezit van een VROM studie uit 2000, waarin de emissies van houtkachels staan beschreven. Dit materiaal is toegezonden aan de Milieudienst. Trouwens, er is in de gemeente Groningen een APV die het gebruik van vuurkorven verbiedt. Trinette Janssen 27 Modelbouwverordening artikel 7.3.2; Hinder Door de meeste gemeenten is dit artikel overgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Dit artikel luidt: Het is verboden in, op, of aan een bouwwerk, of op een open erf of terrein, voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, of werktuigen te gebruiken, waardoor: a overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein; b op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, rook, roet, walm, stof of vocht wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door: geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein; c brand of ander gevaar wordt veroorzaakt; d het gebruik van vluchtmogelijkheden wordt belemmerd. Niet van toepassing is het vorenstaande indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde milieuwet van toepassing is. 6. Regelgeving APV bepalingen In Bijlage 1 staan de belangrijkste wetten en regels genoemd. Zoals eerder gezegd, is de APV de belangrijkste juridische basis op grond waarvan klachten kunnen worden aangepakt. Ten aanzien van stookoverlast is het belangrijkste instrument Artikel 7.3.2 uit de Modelbouwverordening van de VNG. De meeste gemeenten hebben dit artikel in hun APV opgenomen.

Dit is een algemene bepaling tegen het veroorzaken van hinder of schade. Bij het handhaven van deze bepaling moet de gemeente wel criteria hebben, op grond waarvan zij kan besluiten of er van hinder of schade sprake is. Sommige gemeenten hebben nadere bepalingen over stookoverlast in hun APV opgenomen. De gemeente, of de rechter, kan kijken naar de technische kwalificaties van kachels (Kwaliteitskeur), de aard van de brandstof en de weersomstandigheden, ook als de gemeente hierover geen extra bepalingen in de APV heeft opgenomen.In 1997 is bij wet vastgesteld, dat nieuwe kachels moeten voldoen aan keuringseisen met betrekking tot de uitstoot van koolmonoxide. Voldoet een kachel aan die eisen, dan is daarmee ook de uitstoot van fijn stof en PAK (bijvoorbeeld Benz-a-pyreen) beperkt (Bovenkerk en Peeters,1999. Volgens informatie op de website van VROM is deze wet echter in strijd met de EU-regels. Hij gold trouwens toch niet voor open haarden en voor bestaande kachels. Niettemin is het bezit van een keurmerk een criterium, waarop de gemeente mede kan beoordelen of overlast aannemelijk is. Datzelfde geldt voor de aanbevelingen in het Handboek Sfeerverwarming van VROM. Wetten Als de gemeente artikel 7.3.2 van het Bouwbesluit niet in de APV heeft opgenomen, dan geldt wel de zorgplicht in de Wet Milieubeheer.

De juridische mogelijkheden daarvan zijn beperkter dan wanneer de APV wel het bovengenoemde artikel bevat, omdat het overtreden van de zorgplicht geen strafbaar feit is. In het Bouwbesluit staan technische richtlijnen, waaraan de woning moet voldoen. Daar kan op getoetst worden. Ook de woningwet bevat bepalingen, op grond waarvan de gemeente actie kan ondernemen. 28 De Wet inzake de Luchtverontreiniging geeft de Commissaris der Koningin de bevoegdheid om in te grijpen als er sprake is van risico’s voor de volksgezondheid of ontoelaatbare hinder. Tot slot bevat het Besluit Luchtkwaliteit kwaliteitsnormen voor de buitenlucht voor een aantal stoffen, die door houtkachels uitgestoten worden. Van bijzonder belang in dit verband is een recente uitspraak van de Raad van State inzake een geval in Nuth (Limburg), waar de schoorsteen voldeed aan het Bouwbesluit en ook de kachel in kwestie een TNO keurmerk had (Raad van State, zaaknummer 200305677/1, uitspraak 6 mei 2004). Op Particulier kansloos bij Raad van State Milieudefensie kreeg voor het eerst lucht van deze kwestie doordat een griffier van de Assense rechtbank het dossier overhandigde van de terechtzitting bij de Arrondissementsrechtbank te Assen, in 1997. De zaak was gunstig voor de heer S verlopen. Hij was door de rechtbank in het gelijk gesteld. Door een kennis kreeg de heer S het telefoonnummer van MD.

Hierdoor kreeg MD het hele verhaal te horen. Dit was medio 2005. De heer S had last van het stookgedrag van een medebewoner in zijn straat in Emmen. Nadat overleg niet of onvoldoende soelaas had geboden, richtte de heer S. zich tot hun beider woningcorporatie. In een brief van 1993 deelt deze corporatie aan de heer S. mee, dat er, naar de mening van de corporatie, van aantasting van het woongenot door de rookoverlast geen sprake is. Ook kan de woningcorporatie daar niet voor verantwoordelijk worden gesteld. (De heer S. was tot die mening gekomen, daar een woningcorporatie in Meppel hun huurders had verboden een allesbrander aan te leggen. Milieudefensie is nog in het bezit van een artikel in het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden over deze zaak). De corporatie Inter Pares uit Emmen neemt dit verbod niet over. De stoker had de heer S. aangeboden zijn stookgedrag aan te passen, maar "de heer S. had daaraan niet willen meewerken". De stoker stookt "schoon hout" en ontziet daarmee het milieu. De installatie voldoet aan alle voorschriften", aldus Inter Pares. De heer S. richt zich tot de gemeente Emmen, met het verzoek artikel 7.3.2 van de (Model)bouwverordening toe te passen en bestuurlijke dwang te hanteren. De gemeente weigert dat. Volgt een bezwaarschrift aan de gemeente. Hierop volgt de hoorzitting bij de Commissie Rechtsbescherming.

Deze is van mening dat er niet voldoende onderzoek is gepleegd door de gemeente om tot een juist oordeel te komen. De commissie raadt aan een milieu-inspecteur een onderzoek te laten doen en daarvan rapportage te maken. Aan de hand hiervan moet komen vast te staan of de klacht terecht is en er inderdaad sprake is van overlast in de zin van art. 7.3.2. Twee ambtenaren van de milieupolitie worden aangewezen als deskundigen. Ze brengen 5 maal een bezoek aan de plaats; ze constateren alleen een houtlucht. (De woningen worden niet betreden.) Er is dus niets aan de hand, volgens deze deskundigen. Het schrijven van de commissie is van 15.3.'95. Het bezwaar wordt afgewezen. Hierna volgt beroep bij de Arrondissementsrechtbank te Assen. Eiser stelt dat hij zijn slaapkamerraam niet meer kan openen; een voorzetraam heeft moeten installeren en een luchtreiniger heeft aangebracht. Hij vreest nadelige effecten voor zijn gezondheid. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente op grond van het summiere onderzoek niet tot een betrouwbaar oordeel is kunnen komen. De eiser wordt in het gelijk gesteld. 18 april 1997. Hierna gaat de gemeente Emmen in beroep bij de Raad van State. De heer S voert zelf zijn eigen verdediging. Er zijn geen nadere onderzoeken gedaan naar de rookoverlast. Het enige onderzoek dat voorhanden is, is hetzelfde onderzoek van de milieupolitie van Emmen.

De voorzitter van de Raad van State is van oordeel, dat dit onderzoek voldoende is om tot een voldoende inzicht van de situatie te komen. De gemeente Emmen wordt in het gelijk gesteld. Commentaar Milieudefensie: dit is de typerende gang van zaken bij de Raad van State. Alleen met een voor klager gunstig ambtenarenonderzoek, bestaat er kans op succes bij de RvS. Aangezien de gemeente haar medewerking aan een dergelijk onderzoek moet verlenen en dat in de meeste gevallen wordt verricht op de hier beschreven wijze, is het bijna onmogelijk bij RvS in het gelijk te worden gesteld voor particulieren. Zelfs een zelfgefinancierd onderzoek door klager leidt niet tot succes, indien er ook nog een ambtenarenstuk voorligt. Een eerlijk GGD verslag zou voldoende zijn. Ondergetekende heeft nog nooit een GGD-medewerker ontmoet die dat volstrekt eerlijk wil doen. In het geval xxx (Gronings dorp) heeft MD een redelijk document van de GGD gekregen ("Ik zal niet liegen", aldus de medewerker van een GGD). Namens Milieudfensie, Trinette Janssen 29 basis van modelberekeningen door een ingenieursbureau deed zich hier een situatie voor, waarin de grenswaarden voor fijn stof (Pm10), NOx, koolmonoxide en PAKs nabij de woning van de klager werden overschreden.De rechter oordeelde dat de wettelijke grenswaarden wel degelijk maatgevend zijn voor de vraag of er sprake is van hinder.

Bovendien is de door (in dit geval twee ingenieursbureau’s) toegepaste modelbenadering een algemeen geaccepteerde manier om vast te stellen of er sprake is van overschrijding van de milieunormen. Gemeenten kunnen dus niet volstaan met een inspectie van het rookkanaal. Ook betekent het hebben van een kachel met keurmerk niet, dat er niet van overlast sprake kan zijn. 30 31 7 Discussie en aanbevelingen 7.1 Omvang van het probleem Door de oorlog in Irak en orkanen in Noord en Midden Amerika zijn de brandstofprijzen veel sterker gestegen dan in 2002 te voorzien was, waardoor, zoals ook al uit krantenberichten blijkt, de populariteit van hout als brandstof toeneemt. Hieruit kunnen we concluderen, dat er in de nabije toekomst meer problemen te verwachten zijn. Op basis van door de gemeenten genoemde getallen is hier het aantal bij de gemeente ingediende klachten geschat op 104 per 100.000 inwoners. Bij een gemiddelde huishoudengrootte van 2,3 personen gaat het dan om 0,021% van de bevolking. Deze cijfers zijn met de nodige onzekerheden omgeven, omdat niet geheel duidelijk is, hoe gemeenten registreren en omdat zij klachten over stookoverlast meestal niet precies kunnen terugvinden. Mede omdat er ook een aantal andere instanties waar men kan klagen (Bouw en Woningtoezicht, de provinciale milieuklachtenlijn, brandweer en politie).

De klachtenfrequentie is op zijn best een indicatie voor het aantal gevallen van zeer ernstige overlast. Trinette Janssen zegt dat de bereidheid om te klagen in Nederland laag is, mensen klagen pas als ze echt veel last hebben. Volgens in het Handboek Sfeerverwarming aangehaald onderzoek van CBS uit 1999 geeft 10% van de bevolking aan bij tijd en wijle overlast te ondervinden van kachels of haarden. Onderzoek van TNO uit hetzelfde jaar, eveneens aangehaald in het Handboek Sfeerverwarming komt uit op een percentage ernstig gehinderden van 4% (VROM, 2000). Op basis van deze gegevens dient slechts 2% van de personen met overlast, resp 5% van de mensen met ernstige overlast een klacht in bij de gemeente. Een belangrijk punt is ook, dat stookoverlast een puntbron is, die hinderlijk tot zeer hinderlijk kan zijn voor de onmiddellijke omgeving, met aanzienlijke overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden voor een aantal zeer giftige contaminanten. Als één persoon klaagt, hebben waarschijnlijk alle leden van diens huishouden hinder, mogelijk de buren ook. Omdat het stoken van houtkachels of open haarden geaccepteerde maatschappelijke praktijk is, zal men niet zo gauw gaan klagen. Omgekeerd wekt het feit dat slechts één of twee huishoudens klagen bij het bevoegd gezag wellicht de indruk dat het om een verwaarloosbaar probleem gaat.

De door een aantal gemeentes gebezigde term “burenruzies” geeft een aardige indruk van het belang dat deze gemeenten hechten aan stookoverlast. 7.2 Aard van het probleem Stookoverlast heeft drie aspecten: 1)milieu, 2) gezondheid en 3) rechtspositie van de klagers. Wat betreft het milieu kunnen wij het volgende opmerken: Het stoken van vaste brandstoffen door particulieren draagt aanzienlijk bij aan de landelijke emissies naar de lucht, maar het ingezette traject om de milieulast terug te dringen is niet bijzonder effectief. Wat betreft het gezondheidsaspect laten oude berekeningen zien, dat 10% houtkachels of haarden in een woonwijk al tot overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen kunnen leiden (Den Tonkelaar 1984). Er zijn geen doorslaggevende redenen om aan te nemen, dat deze getallen dramatisch verbeterd zijn en gezien het feit dat 20% van de huishoudens een houtkachel of open haard heeft is te verwachten dat er veel wijken zullen zijn, waar het stoken van vaste brandstoffen tot een ongezonde atmosfeer leidt. De stokers zelf lopen ook risico, vooral bij open haarden, slechte ventilatie en niet goed trekkende schoorsteen. 32 Blijkens dit onderzoek is de rechtspositie van de klagers erg zwak. Zowel gemeenten en GGD-en vinden dat de wetgeving tekort schiet. Afgezien daarvan is het optreden van het bevoegd gezag te wensen over.

7.3 Optreden van het bevoegd gezag De gemeenten doen aanmerkelijk minder dan zij kunnen bij het bestrijden van rookoverlast. Dat heeft deels te maken met een laag niveau van regelgeving, maar voor een belangrijk deel ook met mentaliteit: klachten worden bagatelliserend bestempeld als ‘burenruzies’. Trinette Janssen vermoedt dat de bereidheid tot klagen ook laag is, omdat er veel wantrouwen tegenover de overheid bestaat: men gelooft niet dat de overheid iets voor hen doet. In hoeverre is dit wantrouwen terecht? Blijkens de enquête doen GGD’en niet veel meer dan informatie verstrekken en verwijzen naar de gemeente. Gemeenten blijken, althans in de helft van de gevallen, de schoorsteen van de veroorzaker wel te toetsen aan het bouwbesluit en de stoker te verplichten de schoorsteen aan te passen indien deze niet voldoet. Maar als dit de overlast niet wegneemt, doet de gemeente over het algemeen weinig meer voor de klager. Zelden kijkt men naar de kwaliteit van de stookinstallatie. Het verbranden van nat hout of anderszins ongeschikte brandstof is evenmin een punt, waarop de gemeente in actie komt. Omdat goed brandhout duur is, is de kans op dit soort schadelijk stookgedrag hoog.

Toch is het moeilijk voor de gemeente om hierop actie te nemen, zelfs als de APV hier bepalingen over bevat, want men mag niet zonder toestemming van de bewoner het huis betreden om de houtvoorraad te controleren. Stoken bij mist of windstil weer biedt meer aanknopingspunten voor handhaving, omdat men aan de schoorsteen kan zien of de bewoner stookt. Waarom kijken gemeenten alleen naar de schoorsteen en bijna nooit naar de stookinstallatie, het te verstoken materiaal of naar weersomstandigheden waardoor overlast ontstaat? Een reden kan zijn, dat de gemeenten deze taak delegeren aan Bouw en Woningtoezicht, die meer houvast hebben aan bouwkundige gegevens, dan aan gedragsaspecten, of de kwaliteit van de kachel. Voor een deel ligt het ook aan de plaatselijke cultuur. In de Nederlandse samenleving heerst het idee dat het recht om te stoken zwaarder telt dan het recht om niet gehinderd te worden, in dit geval door rook. Dat kan een reden zijn dat gemeenten geen extra regels tegen stookoverlast in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opnemen. Een andere reden is dat gemeenten zichzelf dan tot handhaving verplichten. En handhaving kost tijd en is daarom onaantrekkelijk. Een deel, zoals eerder genoemd, vindt dat het meer de verantwoordelijkheid van de burger dan van de gemeente is om stookoverlast op te lossen.

Voor het stoken buiten geldt eveneens dat de gemeenten maar gedeeltelijk handhaven. Aan de ene kant is vuurtje stoken zonder ontheffing verboden, aan de andere kant zijn de huiselijke vuurkorf, terrashaard en barbecue vaak wel toegestaan, terwijl deze juist rookoverlast kunnen veroorzaken. Bovendien blijkt dat een aantal gemeenten vinden dat buren stookproblemen maar onderling moeten oplossen en dat gemeenten weinig kunnen of zelfs hoeven doen. Een groot deel van gemeenten zegt dat onderlinge afspraken tussen buren vaak leiden tot een oplossing Soms is een aanpassing aan de schoorsteen voldoende. Gevallen van ernstige stookoverlast kunnen daarom lang blijven bestaan, vooral door houtkachels, waar burenoverleg of aanpassing van schoorsteen niet mogelijk of tevergeefs is. Het juridisch aanvechten van rookoverlast is dan nog de enige oplossing. Dit blijkt in de praktijk lastig, kostbaar en tijdrovend. Trinette Janssen heeft de ervaring dat het alleen mogelijk is om gelijk te halen bij de Raad van State 33 en met behulp van een terzake kundige advocaat. Zelfs dan is volgens haar de positie van de klager zwak (zie ook kader op pagina 28 van dit rapport). Onze conclusie is, dat gemeenten de neiging hebben om problemen te bagatelliseren en buiten de controle van de schoorsteen nauwelijks optreden tegen stookoverlast.

7.4 Is de wetgeving toereikend? Een aantal gemeenten geeft aan, dat de wetgeving vaag is, hinder ‘ subjectief’ en dat de capaciteit ontbreekt om metingen te doen. Gemeenten zijn zelf fifty-fifty verdeeld over de vraag of de wet genoeg handvaten biedt om overlast aan te pakken. De helft van de gemeenten is dus zelf ook niet tevreden met de huidige wetgeving. Aan de andere kant nemen ze ondanks dit ongenoegen geen extra regels op in de APV. De mening van de GGD’en is nog veel uitgesprokener. Ze vinden eensgezind dat een valide wettelijk kader ontbreekt. Als mogelijke wetgeving noemen gemeenten en GGD’en: 1. Verbieden van open haarden, houtkachels, barbecues en vuurkorven 2. Verbieden van houtkachels zonder keurmerk 3. Verbieden van schoorsteeninbouw bij nieuwbouwwoningen 4. Uitbreiden van de Wet Milieubeheer naar particulieren 5. Regels om stoken onaantrekkelijk te maken 6. Stoken verbieden bij mistig of windstil weer 7. Regels voor rookafvoer die gelden over de grenzen van het eigen perceel en rekening houden met de afstand tot de buren 8. Regels die controle op brandstof en stookinstallaties mogelijk maken 9.

En in het algemeen: Regels die meer rekening houden met hinder en gezondheidsklachten en minder met het stookrecht, duidelijke regels en landelijke regels Wat betreft de eerste aanbeveling: er was in 1993 geen draagvlak voor het verbieden van open haarden en houtkachels (VROM, 2000). Gezien de problemen, die Nederland heeft om aan de EU eisen voor luchtkwaliteit te voldoen is de tijd wellicht rijp voor verdergaande maatregelen. Het stoken van vuurkorven of open vuur is in de meeste gemeenten verboden, maar het verbod wordt niet gehandhaafd. Misschien tijd om in actie te komen in het kader van de luchtkwaliteitsplannen? Een verplicht keurmerk voor nieuwe kachels en haarden kan niet meer, omdat het in strijd is met EU regelgeving. Blijft over een verbod op het gebruik van vervuilende stookinstallaties. Een kwestie van politieke wil. Het is overigens moeilijk te begrijpen, waarom het verstoken van ongeschikte brandstoffen niet verboden is. Waarom beperkt VROM zich tot een advies aan de stoker en een advies aan gemeenten om een daartoe strekkende bepaling in de APV op te nemen? De Wet Milieubeheer noemt voor particulieren alleen de zorgplicht, overschrijding daarvan is geen strafbaar feit. Aanscherping van deze bepaling kan wellicht helpen in een situatie waar de gemeente Artikel 7.3.2. van de Modelbouwverordening niet in de APV heeft opgenomen.

In het in hoofdstuk 4 aangehaalde vonnis blijkt, dat de wettelijke grenswaarden wel degelijk maatgevend zijn voor de vraag of een particulier hinder of schade veroorzaakt. Wat betreft suggesties 5 t/m 8 geldt, dat gemeenten de mogelijkheid hebben om hun regelgeving aan te scherpen, maar daar zelf niet graag gebruik van maken. Een steuntje in de rug van landelijk beleid of specifiek op stookoverlast gerichte wetgeving kan dan wel helpen. Niettemin raakt 34 onzes inziens aanbeveling 9 de kern van de zaak: gemeenten moeten meer rekening houden met hinder en gezondheidsklachten en minder met het recht om te stoken. Bevorderen van de bereidheid om stookoverlast aan te pakken is minstens zo belangrijk als het aanscherpen van de regels. Hierin kunnen VROM of de Vereniging Nederlandse Gemeenten het voortouw nemen. 7.5 Enkele aanbevelingen voor beleidsmakers 1. Allereerst dient er meer aandacht te komen voor de ernst van de overlast en gezondheidskundige aspecten van kachels, haarden, barbecue, vuurkorven en tuinhaarden. Het zou een goede zaak zijn om de omvang van de overlast, zoals in1999 onderzocht door CBS en TNO nog eens te herhalen. Vooral onderzoek naar de overlastbeleving door astmapatiënten is belangrijk, omdat astmapatiënten extra risico lopen bij rookoverlast. 2.

Een informatiecampagne, gericht op gemeenten, over korte en lange termijn gezondheidseffecten van houtkachels en slecht stookgedrag kan helpen. Informatie aan potentiële stokers zou ook de risico’s voor de stoker zelf duidelijk naar voren moeten brengen. 3. Nederland zou zich in Europees verband kunnen inspannen voor emissie-eisen aan toestellen voor huisverwarming. 4. Een algemeen stookverbod voor kachels en haarden, die niet aan de eisen voldoen valt te overwegen. Zeker dient het stoken bij mist en windstil weer aan banden gelegd te worden. 5. Een landelijk verbod op het verstoken van ongeschikte brandstoffen en een uitbreiding van handhavingsbevoegdheden van de gemeenten zijn eveneens aan de orde. 6. Een VNG handreiking naar de gemeenten voor afhandelen van klachten kan zinvol zijn. Hierin moet duidelijk vermeld worden, dat de gemeente niet kan volstaan met het controleren van de schoorsteen, maar moet vaststellen of er inderdaad sprake is van overlast en zonodig een stookverbod opleggen. 7. Niet alleen gemeenten, maar ook woningcorporaties en recreatieverenigingen kunnen een rol spelen in de beperking van stookoverlast. De overheid kan deze instanties verzoeken om bepalingen ter beperking van stookoverlast in hun reglementen op te nemen. 8.

In het kader van de Wet Collectieve Preventie of bij het gemeentelijke milieubeleid kan de gemeente een plan van aanpak voor stookoverlast opnemen. 9. Aanpassing van artikel 7.3.2 dient overwogen te worden. Rekening houden met de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit, en de aard en situering van ventilatievoorzieningen van omwonenden dient erin opgenomen te worden. Tevens is het een goed idee om procedures voor het toetsen van luchtkwaliteit op te nemen. 10. Informatievoorziening aan klagers, zeker wat hun rechten en juridische mogelijkheden betreft moet verbeterd worden. 7.6 Aanbevelingen voor bewoners 1. De gemeente is het juiste adres om een klacht in te dienen. Ga van tevoren na, of de AVP artikel 7.3.2. van de Modelbouwverordening bevat en verzoek de gemeente op te treden. Uiteraard nadat u zelf geprobeerd hebt om met de stoker tot goede afspraken te komen. 2. Meld uw klacht ook bij de GGD, zeker als u ook gezondheidsklachten heeft. 35 3. U kunt uw gezondheidsklachten ook laten registreren bij het Meldpunten Netwerk Gezondheid en Milieu, www.mngm.nl, tel 010-4558201. Het MNGM ijvert voor betere regels en handhaving bij stookoverlast. 4. Als de gemeente geen of onvoldoende actie onderneemt, kunt u in beroep gaan bij de bestuursrechter. In dit geval is het wel zinvol om uw klacht (overlast) met zoveel mogelijk harde bewijzen te staven.

Laat u adviseren door het Bureau Milieurechtshulp. 36 Literatuur Bovenkerk, M., N.M. Peters, 1999. Houtkachels, zonder typekeuring ben je er gloeiend bij. Ministerie VROM, Den Haag. Buringh, E., A. Opperhuizen (eds), 2002. On health risks of ambient PM in the Netherlands. RIVM, Bilthoven. Duijm, F. en G. Meijer, 1994, Houtkachels in woonschepen. Lucht 7: p62-64. Herpen, R.A.P. van, S. Eilander, R.J.A. Savelkoul, 2001. Hinderonderzoek kern Nuth. Caubergh-Huygen Raadgevende Ingenieurs B.V., Maastricht. Hollander, J.C.Th., L.F.Heidema, F.J.Kruiswijk, D.B.Bijlsma, J. den Boeft. Th.R. Thijsse, 1994. Invloed van allesbranders en open haarden op PAK en fijn- stofconcentraties in steden, TNO, Den Haag. Hulskotte, J.H.J., W.F. Sulilatu, A.J.Willemsen, 1999. Monitoringssysteem openhaarden en houtkachels. TNO-MEP/ Ministerie VROM, Den Haag. MMG Environment, 2000. Analysedocument ‘emissiereductie bij het stoken van houtkachels’. Rapport in opdracht van VROM. Den Haag, MMG Environment. Okken, P.A., H.J.A. van den Akker, J.M. Bais, J. van Doorn, A.D. Kant, 1992. Houtkachels in Nederland. Bijdrage aan energievoorziening en milieubelasting. ECN, Petten. Raad van State, uitspraak 6 mei 2004, zaaknummer 2003057677/1. Slob, A.F.L., I.S.Steenwinkel, H.Booij (eds), 1994, Procesbeschrijving open haarden, hout- en kolenkachels. RIVM, Bilthoven. VROM, 2000, Handboek Sfeerverwarming.

Ministerie VROM, Den Haag. 37 38 Bijlage 1: Wettelijke bepalingen Gemeentelijke APV Modelbouwverordening artikel 7.3.2; Hinder Door de meeste gemeenten is dit artikel overgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit artikel luidt: “Het is verboden in, op, of aan een bouwwerk, of op een open erf of terrein, voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, of werktuigen te gebruiken, waardoor: a overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein; b op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, rook, roet, walm, stof of vocht wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door: geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein; c brand of ander gevaar wordt veroorzaakt; d het gebruik van vluchtmogelijkheden wordt belemmerd. Niet van toepassing is het vorenstaande indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde milieuwet van toepassing is.” Aanvullende gemeentelijke regelgeving De gemeente kan aanvullende bepalingen opnemen in de APV of bouwverordening , zoals stookverbod bij bepaalde weersomstandigheden, of verbieden van te nat hout, etc.

De gemeenten willen dit in de praktijk niet, omdat ze dan ook verplicht zijn toezicht op de verboden te houden (Uit: Handboek Sfeerverwarming, VROM, 2000) Hieronder volgt een voorbeeld van een mogelijke aanvullende bepaling. Voorbeeldbepaling inzake het stoken in houtkachels en open haarden Begripsomschrijvingen: In deze afdeling wordt verstaan onder: houtkachel: Een gesloten of afsluitbaar, vrijstaand of ingebouwd metalen toestel, waarin vaste brandstoffen worden gestookt en dat gebruikt wordt ter verwarming van de ruimte waarin het is opgesteld, met een nominale belasting van ten hoogste 18kW open haard: Een open of niet afsluitbaar verbrandingstoestel, vrijstaand of ingebouwd, waarin vaste brandstoffen worden gestookt, waarbij luchttoevoer niet geregeld kan worden en dat gebruikt wordt ter verwarming van de ruimte waarin het is opgesteld. vaste brandstoffen: Hout, alsmede speciaal voor het gebruik in open haarden en houtkachels bestemde, in de handel verkrijgbare brandstoffen, niet zijnde geverfd, verlijmd, ondergedompeld, geïmpregneerd en/ of gelakt hout, hardboard, MDF, tri- of multiplex, dakleer, kunststoffen, e.d. nominale belasting: Belasting, uitgedrukt in kW, op de onderste verbrandingswaarde van de te gebruiken brandstof, waarvoor het toestel volgens opgave van de fabrikant of importeur bestemd is.

Verbodsbepaling “Het is verboden: andere stoffen dan vaste brandstoffen te gebruiken als brandstof in open haard of houtkachel vaste brandstoffen te verstoken met een vochtigheidspercentage van meer dan 20%. Vaste brandstoffen dienen luchtdroog te zijn 39 een open haard of houtkachel in werking te hebben met een groter vermogen dan dat voor de ruimte waarin deze staat opgesteld vereist is Burgemeesters en Wethouders kunnen een tijdelijk stookverbod van houtkachels en open haarden instellen bij ongunstige weersomstandigheden of bij cumulatie van stankhinder. Burgemeester en Wethouders kunnen aan de rechthebbende van de houtkachel of open haard de verplichting opleggen, om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen, binnen een door hen te stellen termijn, voorzieningen te treffen met betrekking tot het oordeelkundig stoken in de houtkachel of open haard. De gestelde verplichtingen gelden niet voor zover de Wet milieubeheer, de Wet inzake de luchtverontreiniging, het Wetboek van Strafrecht, de Woningwet, het Bouwbesluit of de gemeentelijke bouwverordening van toepassing is.” (Uit: Handboek Sfeerverwarming, VROM, 2000) Kanttekeningen bij dit voorbeeld: De omschrijving van een houtkachel als een metalen toestel gaat niet altijd meer op, omdat kachels ook van andere materialen vervaardigd kunnen zijn. De omschrijving van brandstoffen doet wat merkwaardig aan.

Hout is geen dakleer of kunststof. Misschien duidelijker: onbehandeld droog hout, alsmede speciaal voor het gebruik in open haarden en houtkachels bestemde, in de handel verkrijgbare brandstoffen, niet verontreinigd met behandeld, geverfd, geïmpregneerd, verlijmd hout, plaatmaterialen en/ of kunststof of andere stoffen of materialen. Wetten De volgende paragrafen hebben betrekking op nationaal geldende regels en wetten. Wetsteksten en besluiten zijn terug te vinden op http://wetten.overheid.nl. Bouwbesluit artikelen 12, 30.2, 32.1, 82, 94 en 116 In deze artikelen staan voorschriften aan het ver(bouwen) van een rookkannaal , ofwel de afvoerpijp die zich in de schoorsteen bevindt. Deze eisen gaan over de grootte, materiaalkeuze, plaats en uitmonding van de schoorsteen alsmede over luchtverversing (Handboek Sfeerverwarming, VROM, 2000). Woningwet artikelen 14 en 17 Op basis van deze artikelen kan een gemeente een gebouweigenaar aanschrijven binnen een bepaalde termijn te repareren of zodanig te verbeteren, dat deze (weer) aan de voorschriften van het Bouwbesluit voldoet. Over het algemeen zijn brandgevaarlijkheid en instortingsgevaar wel redenen voor gemeenten om aan te schrijven en overlast voor omwonenden niet (Handboek Sfeerverwarming, VROM, 2000) Wet Milieubeheer Artikel 1.1.a Algemene zorgplicht.

In dit artikel staat dat iedereen die weet – of redelijkerwijs kan vermoeden – dat zijn handelen of nalaten nadelige milieugevolgen veroorzaakt, dit handelen achterwege dient te laten, of de gevolgen dient te voorkomen. Het overtreden van de zorgplicht geldt echter niet als strafbaar feit, waardoor de juridische basis van dit artikel om stappen te ondernemen gering is (Uit: Handboek Sfeerverwarming, VROM, 2000). 40 Wet inzake de luchtverontreiniging Artikel 13 1 en 2 stelt dat de overheid regels kan stellen ten aanzien van verbrandingstoestellen en de brandstoffen daarvoor. Artikel 43 stelt, dat de Commissaris der Koningin bevoegd is om het gebruik van een verontreinigend toestel of een verontreinigende handeling te verbieden.

“Onze commissaris in de provincie waar een inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, een toestel zich bevindt of een verontreinigende handeling wordt verricht, kan, indien naar zijn oordeel door die inrichting, door een deel van die inrichting, door dat toestel of door die verontreinigende handeling de lucht zodanig is of dreigt te worden verontreinigd dat aanmerkelijk gevaar voor de gezondheid, onduldbare hinder of ernstige schade te duchten is, en het treffen van een andere voorziening niet kan worden afgewacht, de betrokkene bevelen de inrichting of het desbetreffende deel van de inrichting te sluiten, het toestel buiten werking te stellen, onderscheidenlijk de handeling te staken.“ Besluit Luchtkwaliteit In het Besluit Luchtkwaliteit zijn grenswaarden voor een aantal luchtverontreinigingscomponenten gesteld. Informatie over huidige en toekomstige grenswaarden lucht zijn ook te vinden op www.rivm.nl/milieukwaliteit/lucht/stoffen. Uit de in Hoofdstuk 4 aangehaalde jurisprudentie blijkt, dat deze grenswaarden van belang zijn bij de vraag of er van ontoelaatbare hinder dan wel gevaren voor de gezondheid sprake is. 41 Bijlage 2 Vragenlijst gemeenten, versie 1 1. Hoe vaak hebben bewoners van uw gemeente zich in 2004 gemeld met klachten over open haarden, houtkachels en stoken buiten (barbecues, vuuurkorven, e.d.)? 2.

Zijn het aantal klachten gedurende de afgelopen jaren toegenomen / afgenomen? Bronnen van overlast 3. Percentueel gezien: Wat is het aandeel van de verschillende overlastbronnen (open haarden / houtkachels / stoken buiten)? 4. Welk aspect van het stoken veroorzaakt de overlast ? Aard van de klachten 5. Wat is de aard van de klachten en wat is hun aandeel? 6. Zijn er qua klachten van overlast trends in de tijd waar te nemen (zijn bepaalde klachten in de loop van de jaren toegenomen / afgenomen)? Advies / actie 7. Wat voor advies geeft u / actie onderneemt u als gemeente als reactie op stookklachten? 9. Hoe vaak worden klachten opgelost en op welke manier? 10. Zijn de wettelijke regelingen rondom stoken streng genoeg om veroorzakers van overlast aan te pakken? 11. Heeft u nog aanvullende informatie die niet in de vorige vragen aan bod is gekomen? -> -> -> 42 Bijlage 3 Vragenlijst gemeenten, versie 2 Algemeen 1. Beschikt uw gemeente over een klachtenlijn voor bewoners die hinder of overlast (door lawaai, stank, rook, afval, etc.) ondervinden? 2. Worden klachten van bewoners omtrent hinder en overlast bij uw gemeente geregistreerd? Haarden, houtkachtels, stoken buiten 3. Hoe vaak hebben bewoners van uw gemeente zich in 2004 gemeld met klachten over open haarden, houtkachels en stoken buiten (barbecues, vuuurkorven, e.d.)? 4.

Zijn het aantal klachten gedurende de afgelopen jaren toegenomen / afgenomen? Bronnen van overlast 5. Percentueel gezien: Wat is het aandeel van de verschillende overlastbronnen (open haarden / houtkachels / stoken buiten)? 6. Welk aspect van het stoken veroorzaakt de overlast ? Aard van de klachten 7. Wat is de aard van de klachten en wat is hun aandeel? 8. Zijn er qua klachten van overlast trends in de tijd waar te nemen (zijn bepaalde klachten in de loop van de jaren toegenomen / afgenomen)? Advies / actie 9. Wat voor advies geeft u / actie onderneemt u als gemeente als reactie op stookklachten? 10. Hoe vaak worden klachten opgelost en op welke manier? 11. Zijn de wettelijke regelingen rondom stoken streng genoeg om veroorzakers van overlast aan te pakken? 12. Heeft u nog aanvullende informatie die niet in de vorige vragen aan bod is gekomen? Open haarden: % Houtkachels: % Stoken buiten: % -> -> -> -> -> 43 Bijlage 4 Vragenlijst GGD’en 1. Hoe vaak hebben bewoners zich in 2004 gemeld met gezondheidsklachten als gevolg van open haarden, houtkachels en stoken buiten (barbecues, vuuurkorfen, e.d.)? 2. Zijn het aantal gezondheidsklachten gedurende de afgelopen jaren toegenomen / afgenomen? Bronnen van overlast 3. Wat is het aandeel van de verschillende overlastbronnen (open haarden / houtkachels / stoken buiten)? 4.

Welk aspect van het stoken (slecht rookkanaal, afvalverbranding, mistig / windstil weer, meerdere stookplaatsen in omgeving, e.d.) veroorzaakt de overlast (indien bekend)? Aard van de klachten 5. Wat is de aard van de gezondheidsklachten als gevolg van stoken en wat is hun aandeel? 6. Zijn bepaalde klachten in de loop van de jaren toegenomen / afgenomen? Advies / actie 7. Wat voor advies geeft u / actie onderneemt u als GGD als reactie op gezondheidsklachten als gevolg van stoken? 9. Hoe vaak worden klachten opgelost en op welke manier? 10. Zijn de wettelijke regelingen rondom stoken streng genoeg om veroorzakers van overlast aan te pakken? 11. Heeft u nog aanvullende informatie die niet in de vorige vragen aan bod is gekomen? Open haarden: Houtkachels: Stoken buiten: -> -> -> -> -> 44 Bijlage 5: Vaststellen overlast Als de rook omhoog gaat en snel verwaait, is er doorgaans geen sprake van overlast. Overlast ontstaat als door een of andere oorzaak, bijvoorbeeld het weer, de rook ‘blijft hangen’, of als de rookpluim neerslaat nabij de ventilatie- opening van het huis, waar overlast gemeld wordt. Of dit verschijnsel optreedt hangt af van een aantal factoren: • De stijgsnelheid van de rook (deze kan zichtbaar gemaakt worden met videobeelden). Bij lage snelheid slaat de rook makkelijker neer. • Temperatuur van de rookgassen: hoe hoger de temperatuur, hoe hoger de stijgkracht.

Als de capaciteit van de kachel te hoog is voor de ruimte, wordt hij niet op vol vermogen gestookt en is de temperatuur van de rookgassen aan de lage kant. Bij een gesmoord gestookte kachel is de temperatuur ongeveer 50˚C. • Weersomstandigheden: bij windstilte, bij mist, ’s winters, ’s nachts of in de vroege ochtend kan de rook blijven ‘hangen’. Bij bewolkt weer en matige tot sterke wind kan bij voldoende windsnelheid de pluim neerslaan en overlast veroorzaken. • Windrichting en aanwezigheid van obstakels, die als windvang fungeren. Mensen, die overlast ondervinden doen er goed aan een ‘rookdagboek’ bij te houden en daarin gedurende een bepaalde periode te noteren op welke uren en onder welke weersomstandigheden de overlast afwezig, gering matig of sterk is. Ook is het goed om op dagen van extreme overlast video’s of foto’s te maken. Roetaanslag op de eigen woning (foto’s) levert extra gegevens. Het vaststellen of er sprake is van overschrijding van de grenswaarden luchtkwaliteit kan het beste door een gekwalificeerd technisch bureau gebeuren. Zij moeten gegevens hebben, of redelijke aannamen kunnen doen over de aard van de kachel en de gebruikte brandstof.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/f22b310b-f6f5-43de-acab-15708f9e80b8?agendaItemId=42356cfc-ca6c-4d81-a7b0-7ce38361f880