11.2 Veiligheidsregio IJsselland - 2 Goed werkgeverschap na dienstongevallen - brief VB.pdf
Tekst van het document
Algemeen bestuur veiligheidsregio T.a.v. de voorzitter Datum 14 oktober 2021 Onderwerp Oprichting stichting risicobeheer veiligheidsregio’s Veiligheidsberaad Postbus 7010 6801 HA Arnhem Kemperbergerweg 783, Arnhem www.veiligheidsberaad.nl info@veiligheidsberaad.nl 026 355 24 99 Doorkiesnummer 026-3552400 Inlichtingen bij M. Luijten, P. Stevens Vertrouwelijkheid vertrouwelijk Ons kenmerk V027-2021 Geachte voorzitter, beste collega, Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s (hierna: expertisebureau risicobeheer), die de veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobe- heer in relatie tot ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s in ieder geval onge- vallenverzekeringen inkoopt. Op basis hiervan verzoek ik u om binnen uw eigen veiligheidsregio op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de raden van de inliggende ge- meenten eerst in de gelegenheid te stellen om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang van deelname aan deze stichting. Daartoe kunt u gebruik maken van bijgevoegde modelbrief.
Als er wensen en bedenkingen geuit worden, dan kunt u voor de beantwoording desge- wenst ondersteuning vragen van het project risicomanagement en verzekeringen van de RCDV. Mochten er vanuit de gemeenteraden in uw regio wensen en bedenkingen komen die om debat vragen in het Veiligheidsberaad, dan verzoek ik u om dat uiterlijk op 1 april 2022 aan mij kenbaar te maken, zodat dit kan worden geagendeerd voor de vergadering van het Veiligheidsberaad op 1 juli 2022. Verder verzoek ik u onder verwijzing naar artikel 31a, lid 1 van de Wet gemeenschappe- lijke regelingen om er – voor zover dit nog niet het geval is – in te voorzien dat het alge- meen bestuur van uw veiligheidsregio kan besluiten tot deelneming in een stichting. Onderstaand licht ik dit verzoek nader toe. Aanleiding Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zo- als die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren, via nieuwe verzekeringspo- lissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aan- spraken bij ongevallen. Onder meer door versterkte onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak, is een toenemend bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van Pagina 2/4 medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk.
In de loop van de tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de ver- wachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de me- dewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders af- neemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden. De verzekerbaarheid komt hierdoor onder druk te staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de moge- lijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van verzekeringsdenken naar risicodenken. Ook is de stap gezet van verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken: niet de verzekering, maar de aanspraak zou leidend moeten zijn voor de medewerker. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en e rva- ring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context, kan deze kwetsbaarheid worden verminderd.
Aanpak Om invulling te geven aan deze uitdagingen is door de Raad van Commandanten en Di- recteuren Veiligheidsregio (RCDV) het project risicomanagement en verzekeringen ge- start, om via landelijke samenwerking antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegd is het doel om: landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen; collectief één ongevallenverzekering in te kopen (voor verzekerbare aanspraken); een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de niet-verzekerbare aanspraken; een landelijk expertisebureau op te richten dat kan adviseren en bemiddelen; strategische samenwerkingsverbanden aan te gaan, waaronder met de VNG. De stap die nu wordt gezet is het komen tot een stichting, als aangewezen rechtsvorm voor het expertisebureau risicobeheer. Toekomstige situatie De veiligheidsregio’s hebben straks een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer , waar- mee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en schades kunnen afwik- kelen. Dit is een efficiency- en kwaliteitsslag. Het expertisebureau risicobeheer heeft bo- vendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam, om het initiatief waar mogelijk te versterken.
Daarnaast levert dit initiatief op termijn ook besparing op door één gezamen- lijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades. Ook kunnen op termijn andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het Pagina 3/4 risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Deelname aan het expertisebureau risicobeheer is vrijwillig. Rechtsvorm Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer is een vergunning van de Auto- riteit Financiële Marken (AFM) vereist. Dit vloeit voort uit wet- en regelgeving over het ad- viseren en bemiddelen rondom verzekeringen. Deze vergunningsplicht heeft tot gevolg dat het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon noodzakelijk is. Het is niet mo- gelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechts- persoon.
Hier liggen drie overwegingen aan ten grondslag: de verwachting van juridisch experts is dat de AFM niet akkoord gaat met het onder- brengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten ; samenvoegen van de activiteiten van het expertisebureau met de werkzaamheden van een veiligheidsregio leidt tot aansprakelijkheidsrisico’s voor de veiligheidsregio’s; het expertisebureau is wettelijk verplicht om een beroepsaansprakelijkheidsverzeke- ring af te sluiten. Net als de AFM zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar be- denkingen hebben bij het samenvoegen van activiteiten. De aangewezen rechtsvorm voor deze samenwerking is een stichting. Dit sluit tevens aan op de rechtsvorm van het hierna nog op te richten waarborgfonds, dat is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van de niet-verzekerbare risico’s. Dit heet ‘verzeke- ren’ en is daarmee een activiteit die een vergunning van De Nederlandse Bank (DNB) vereist. Voor het fonds kan echter een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht. Hierbij is het dan wel van belang dat geen sprake is van een winstoogmerk. Dat maakt dat gekozen moet worden tussen de rechtsvorm ‘stichting’ en de rechtsvorm ‘onderlinge waarborgmaatschappij’. Dit laatste is een bijzondere vereni- gingsvorm. Gelet op de wens voor een lichte structuur, wordt voor het waarborgfonds een stichting beoogd.
Om de activiteiten van het op te richten expertisebureau hierop te laten aansluiten, ligt een stichting eveneens voor de hand. Hiermee wordt geen zwaardere structuur opgetuigd dan strikt noodzakelijk is. Vervolg Op basis van het bovengenoemd principebesluit van het Veiligheidsberaad is de RCDV verzocht om de statuten van het expertisebureau op te stellen en het Veiligheidsberaad hierover te informeren. Bij het oprichten van de stichting wordt ook rekening gehouden met het bestuur van het nog op te richten waarborgfonds. Dit fonds, dat eveneens een (separate) stichting dient te zijn, beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s. Naar verwachting is een voorstel hierover in de eerste helft van 2022 gereed, waarna ook voor dit fonds een voorstel voor een soortgelijke pro- cedure volgt. Het is niet mogelijk om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen, als gevolg van de beperkte tijd die resteert tot aan de einddatum van de lopende onge- vallenverzekeringen van de veiligheidsregio’s. Aangezien voor het invullen van het Pagina 4/4 expertisebureau risicobeheer een aantal extra stappen moet worden gezet, zoals de aan- vraag van een vergunning bij de AFM en het bemensen van deze organisatie , is ervoor gekozen om eerst te komen tot de oprichting van het expertisebureau.
De formele oprich- ting van de stichting risicobeheer volgt zo spoedig mogelijk. Met vriendelijke groet, Dhr. H.M.F. Bruls Voorzitter Veiligheidsberaad