11.2 MrGert - Productie ombudsman.pdf
Tekst van het document
PRODUCTIE van MrGert – adviesbureau KvK 76419762 SBI-code 70221 BTW-id NL003083732B28 0624 966485 Well, 21 november 2022 Aan de ombudsman, mevrouw van Essen, Hierbij informeer ik u over de geïnstitutionaliseerde moderne slavernij die al v ele jaren en tot op de dag van heden plaats heeft. Het gaat over EU-arbeidsmigranten/werkers die door uitzendorganisaties naar Nederland worden gehaald om als werknemer in dienst van het uitzendbureau te gaan werken en die door het uitzendbureau worden voorzien van huisvesting. Het betreft een systeem waarbij de 19 loketten RNI een discutabele rol hebben, waarbij alle gemeenten waar arbeidsmigranten zijn gehuisvest zich onttrekken aan haar wettelijke plicht en verantwoordelijkheid . Ook laten gemeenten na om de werkgever van de EU-burgers op de hoogte stellen van de vigerende wet- en regelgeving waardoor de situatie is ontstaan van geen werk-geen bed als beleid van de werkgevers en met toestemming en medeweten van de (lokale) overheid. Alle arbeidsmigranten die aankomen worden per direct ondergebracht op verblijfadres om de volgende dag ingezet te worden in het arbeidsproces; men krijgt daar ter ondertekening een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de periode van 6 maanden. Medewerkers van het uitzendbureau verzamelen de paspoorten-id-bewijzen en melden zich bij 1 van de 19 gemeenten met loket RNI.
Daar wordt men geregistreerd en aldus wordt BSN verkregen, nodig voor afsluiten van collectieve zorgverzekering. Deze loketten RNI zien de arbeidsmigranten niet, zij krijgen de arbeidsovereenkomsten niet te zien, weten dat de arbeidsmigranten tijdelijke overeenkomst krijgen voor 6 maanden maar verwijzen niet naar de registratie BRP van de gemeente waar zij verblijven. Dit is in strijd met de wetgeving, zie volgens ministerie SZW: Arjan de Klerk Deputy Head Terms of Employment and Labour Migration Division at Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Onjuistheden in de informatievoorziening Een EU-burger die in Nederland komt werken is verplicht zich in te schrijven bij de bevoegde autoriteit binnen vier maanden na aankomst. Dat is niet correct. Zie voor verdere informatie 5. onder c. De plicht om aangifte te doen van verblijf in Nederland geldt vanaf dag 1 van vestiging in Nederland, als diegene verwacht langer dan vier maanden in Nederland te verblijven. Binnen vijf dagen na vestiging dient de persoon zich in dat geval bij zijn gemeente te melden voor de inschrijving. Dan toetst gemeente of er sprake is van rechtmatig verblijf en of de persoon zich kan identificeren.
Voorts: Binnen 12 maanden werkeloos geraakt en werkzoekend Diezelfde verlengtermijn van een extra zes maanden rechtmatig verblijf onder de hierboven genoemde voorwaarden geldt ook voor EU-burgers die tijdens de eerste 12 maanden onvrijwillig werkloos raakten, mits zij zich na ontslag inschrijven bij het UWV. De werkloos geraakte EU-burger behoudt in de tijd dat hij als werkzoekende staat ingeschreven zelfs de status van “werknemer” voor tenminste zes maanden als gevolg van de EU Richtlijn. Door deze verlengde status als werknemer kan een werkzoekende EU-burger die al in Nederland gewerkt heeft, aanspraak maken op meer voorzieningen dan een werkzoekende EU-burger die nog geen werk heeft gehad in NL. Een EU-burger die als gevolg van werk sociale premies heeft betaald, kan in deze zes maanden aanspraak maken op een WW-uitkering. Rechtsgronden: Artikel 8.12, eerste lid, sub c. van het Vreemdelingen besluit Artikel 7.3.c van de EU Richtlijn 2004/38 EU-burgers die (meestal via hun werkgever) sociaal verzekerd zijn en voor hun ontslag minimaal 26 van de 36 weken hebben gewerkt, hebben recht op 3 maanden WW-uitkering. De WW-uitkering kan alleen langer dan 3 maanden verstrekt worden, als er in de laatste 5 jaar 4 jaar is gewerkt. HvJ EG 26 april 1991, C-292/89, ECLI:EU:C:1991:80 (Antonissen), punt 21. HvJ EU 15 september 2015, C-67/14, ECLI:EU:C:2015:597 (Alimanovic), punt 58.
Ingevolge art. 11 lid 2 Pw wordt met een Nederlander, bedoeld in het eerste lid [zijnde een Nederlander die niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien en derhalve recht heeft op bijstand van overheidswege] gelijkgesteld: de in Nederland wonende vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in de zin van art. 8 onder a tot en met e en l Vw, met uitzondering van de gevallen bedoeld in art. 24 lid 2 Richtlijn 2004/38/EG. Een van de in art. 24 lid 2 Richtlijn 2004/38/EG genoemde gevallen is de werkzoekende (in de zin van art. 14 lid 4 onder b Richtlijn 2004/38/EG) die kan bewijzen dat hij nog immer werk zoekt en een reële kans maakt werk te vinden. Zie verder Stb. 2006, 215, p. 19, 20 en 51. De EU-arbeidsmigrant/werker/burger heeft met arbeidsovereenkomst en verblijfadres recht op verblijf, zoals omschreven in Europese wetgeving: Rechtsgrond Artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) omschrijft het recht op verblijf. Voorts Artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU); artikel 4, lid 2, punt a), en de artikelen 20, 26 en 45 tot en met 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Hiermee kan zij aanspraak maken op de socialezekerheidswetgeving van ons land: De EU-verordeningen betreffende de coördinatie van de sociale zekerheid nr. 883/2004 en nr.
987/2009 gaan uit van het fysieke begrip "werk", d.w.z. dat de lidstaat waar het werk fysiek wordt verricht, verantwoordelijk is voor de sociale zekerheid van de werknemers. Het Europese Hof van Justitie heeft voor wat betreft de aanspraken op de sociale zekerheid uitspraak gedaan in wat heet de Alimanovic-zaak: The residence and social rights of involuntarily unemployed EU workers in the host Member State, including the retention of the status of ‘worker’, were interpreted and explained by the Court of Justice of the EU in the “Alimanovic case”. Dismissed workers retain the residence right and the status of worker – with the entitlement of being provided national minimum subsistence income if they do not have another sufficient income or savings – for at least six months after their last employment had ended in the host Member State if they are registered as job seekers and actively cooperate with national employment office. Dit houdt in dat in geval van onvrijwillige werkeloosheid de arbeidsmigrant op basis van zijn recht op verblijf aanspraak mag maken op de sociale voorzieningen en faciliteiten. In Nederland geldt de gemeente als lokale overheid en als het voorportaal van de sociale zekerheid, mits geregistreerd BRP en in bezit van een verblijfadres.
Deze cruciale informatie ter bescherming van de EU-arbeidsmigrant/werker en -burger wordt niet verstrekt door het loket van de RNI waar deze arbeidsmigranten worden aangemeld. Deze informatie wordt door geen enkele gemeente aan de arbeidsmigrant verstrekt in de eigen taal, noch in het Nederlands. Deze informatie wordt niet verstrekt door de uitzendorganisaties die huisvesting bieden aan deze EU-werkers. Nederlandse gemeenten weten waar deze EU-arbeidsmigranten in hun gemeente verblijven. Sinds januari 2022 geldt voor alle gemeenten het volgende besluit, genomen door ministerie BZK. In mijn opdracht uitgezocht door het Amsterdamse advocatenkantoor Prakken d’Oliveira: Waar de gemeente voorheen over de ambtshalve bevoegdheid beschikte om iemand zo nodig in te schrijven op een briefadres, is dat met ingang van 1 januari 2022 omgezet in een wettelijke verplichting daartoe.
In de Memorie van Toelichting op het voorstel van wijziging van de BRP staat daarover: “Dit betekent dat zodra het college op de hoogte wordt gesteld van de aanwezigheid van een persoon in de gemeente die niet als ingezetene met een woonadres in de BRP is ingeschreven (maar gezien zijn feitelijk en rechtmatig verblijf wel als ingezetene in de basisregistratie zou moeten worden opgenomen) en zelf niet in staat of bereid is tot aangifte van een briefadres, het college ambtshalve dient over te gaan tot opneming van een briefadres van deze persoon. De verwachte duur van het verblijf van de betrokken persoon in de gemeente is daarbij per definitie niet relevant [een voorwaarde als het hebben van regiobinding met de gemeente is hier niet van toepassing, advocate]. Het gaat er immers uitsluitend om dat deze als ingezetene (met een briefadres) in de basisregistratie wordt ingeschreven.” Met andere woorden: iedere gemeente is verplicht er zich van te overtuigen dat alle aanwezige personen die in de gemeente verblijven op een adres worden geregistreerd en opgenomen in de BRP.
Niet naleven van de EU-wetgeving is een zaak die voorgelegd moet worden aan de nationale rechtbanken, zie daartoe quote van Directoraat-Generaal voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie, in een schrijven aan mij gericht: Dear Mr Meijboom, the European Commission is aware that the above described rights of mobile EU workers are sometimes not respected by certain employers or user undertakings. The enforcement of the rights at national, local and individual level in concrete employment relationships remains an issue. However, the application and the enforcement of EU and national law (possibly implementing EU legislation) is primarily the competence of national competent institutions and courts. In order to increase the cooperation among Member States, the enforcement of mobile EU workers’ rights and promote fair labour mobility in the EU, the European Commission proposed and EU legislator adopted in 2019 the establishment of European Labour Authority (ELA). De intentie van deze Europese wetgeving wordt duidelijk gemaakt door het advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, en wel als volgt: U constateert dat EU-arbeidsmigranten die onvrijwillig werkeloos geraken doorgaans direct met lege handen op straat belanden. Feit is echter dat het Europeesrechtelijk systeem juist zo is ingericht om dat te voorkomen.
Het Europees recht bepaalt dat een EU-arbeidsmigrant die onvrijwillig werkeloos geraakt, de status van “werknemer” nog enige tijd behoudt mét recht op (bepaalde) sociale voorzieningen. Mits de betrokkene voldoet aan bepaalde voorwaarden, loopt dit door tot ten minste zes maanden nadat de laatste baan in de gastlidstaat is geëindigd. Die voorwaarden staan in artikel 7 lid 3 van Richtlijn 2004/38/EG: Voor de toepassing van lid 1, onder (a), behoudt een burger van de Unie die niet langer werknemer of zelfstandige is, in de volgende gevallen zijn status van werknemer of zelfstandige: (a) hij is als gevolg van ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt; (b) hij bevindt zich, na ten minste één jaar te hebben gewerkt, in naar behoren vastgestelde onvrijwillige werkloosheid en heeft zich als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening ingeschreven; (c) hij bevindt zich in een toestand van naar behoren vastgesteld e onvrijwillige werkloosheid na afloop van een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor minder dan één jaar of hij is in de eerste twaalf maanden onvrijwillig werkloos geworden en heeft zich als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening ingeschreven. In dit geval blijft de status van werknemer ten minste zes maanden behouden; (d) hij start met een beroepsopleiding.
Behalve in geval van onvrijwillige werkloosheid is voor het behoud van de status van werknemer in dit geval een verband vereist tus sen de voorafgaande beroepsactiviteit en deze opleiding. (Relevant voor het onderhavige advies zijn dan sub (b) voor EU - arbeidsmigranten die langer dan één jaar in Nederland werken, en sub (c) voor EU -arbeidsmigranten die minder dan een jaar in Nederland werken.) 17. Zoals u in uw Analyse terecht schrijft, komt het er dus op neer dat als een EU-arbeidsmigrant onvrijwillig werkeloos geraakt, zich als werkzoekende inschrijft en zich ervoor inspant vervangend werk te vinden, die persoon ten minste zes maanden aanspraak behoudt op sociale werkzoekende inschrijft en zich ervoor inspant vervangend werk te vinden, die persoon ten minste zes maanden aanspraak behoudt op sociale voorzieningen. Dit bevestigde ook de heer Genton van de Europese Commissie aan u. Volledigheidshalve merk ik hier op dat voor zover gesteld zou worden dat een beroep op sociale voorzieningen reden kan zijn voor beëindiging van het verblijfsrecht, dat niet klopt. Artikel 14 lid 1, Richtlijn 2004/38/EG schrijft weliswaar voor dat EU-burgers hun verblijfsrecht in een gastlidstaat behouden zo lang zij geen “onredelijke belasting vormen voor het socialebijstandsstelsel van het gastland”.
Een beroep op sociale voorzieningen levert op zichzelf echter geen ‘onredelijke belasting’ op van dat het socialebijstandsstelsel die reden kan zijn voor beëindiging van het verblijfsrecht.14 Een EU-burger die in een gastland verblijft en aldaar (nog) de status van “werknemer” heeft zoals hier aan de orde, is op grond van artikel 14 lid 3 juist uitgezonderd van de regel in artikellid 1. Werkeloosheid van een EU-arbeidsmigrant levert dus geen reden op om diens verblijfsrecht zonder meer te beëindigen. 19. Het systeem is zo ingericht dat het de mogelijkheden voor EU-burgers om in andere lidstaten werk te zoeken bevordert. Het voorziet er in dat verband in dat EU-arbeidsmigranten in geval van onvrijwillige werkloosheid niet meteen met lege handen staan in hun gastlidstaat. Integendeel, de gastlidstaat is verplicht om binnen bepaalde (wettelijke) grenzen te voorzien in een sociaal vangnet voor deze personen zodat zij ook de ruimte hebben om vervangend werk te zoeken. Resumerend is het zo dat voor zover de gemeente inschrijving in de BRP weigert tenzij de betrokkene een huur- of koopovereenkomst kan tonen, dit getuigt van een onjuiste toepassing van de Wet BRP en taakopvatting.
Specifiek ten aanzien van EU-arbeidsmigranten levert het ook de onfortuinlijke situatie op dat het er in de praktijk toe leidt dat hen de toegang tot de sociale voorzieningen waar zij recht op hebben (en voor betalen) wordt geblokkeerd. Van bovenstaande heb ik juridische analyse gemaakt en verzonden naar ministerie BZK met als eis dat zij gemeenten op de hoogte brengen van deze wetgeving en derhalve de plicht opleggen om in de gemeente aanwezige EU-werkers die via de werkgever daar huisvesting vinden op de hoogte te stellen van de verplichting deze EU-burgers te informeren over procedure en traject in geval van onvrijwillige werkeloosheid, daar waar nu men meewerkt aan beleid van geen werk, geen bed, dus geen adres en daarmee actief meewerkt aan het onthouden van de mogelijkheid om aanspraak te maken op de socialezekerheidswetgeving. Zie hier de reactie van de toenmalige bijzonder adviseur van het ministerie van Binnenlandse Zeken, de professor doctor Jaap Uilenbroek. De reden dat men niet handhaaft is de complexiteit en de kwetsbare positie van deze EU-arbeidsmigranten.
Naar mijn overtuiging komt de kwetsbaarheid voort uit het niet informeren van de EU-burgers: REACTIE MINISTERIE VIA DE MAIL Van: Verzonden: dinsdag 2 november 2021 13:43 Aan: Gert Meijboom Onderwerp: RE: arbeidsmigranten Geachte heer Meijboom, Ik heb uw email via-via ontvangen en doorgestuurd naar de heer Roemer. Hij heeft kennis genomen van uw email en mij gevraagd namens hem contact met u op te nemen. We delen uw juridische analyse, constateren ook dat een groot verschil bestaat tussen het hebben van rechten en het effectief kunnen uitoefenen van deze rechten. Juist doordat arbeidsmigranten een relatief kwetsbare groep zijn en een afhankelijke positie hebben op de arbeidsmarkt, is het voor hun moeilijk om hun rechten te effectueren. Het brede advies uitgebracht door de heer Roemer schenkt hier ook expliciet aandacht aan, naast vele andere aspecten. Het advies is door het kabinet overgenomen, maar op enkele onderdelen laat het demissionaire kabinet verdere besluitvorming aan het nieuwe kabinet, waarbij nieuwe wetgeving nu al wel wordt voorbereidt. Met vriendelijke groet, Bijzonder adviseur Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties professor doctor Jaap Uijlenbroek.
Uiteraard heb ik de professor en Emile Roemer laten weten dat dit naar mijn overtuiging geen gerechtvaardigde argumentatie is om bij ruim 150.000 EU-werkers wel te innen voor de socialezekerheidswetgeving via heffing op het salaris en dan via de lokale o verheid het onmogelijk te maken aanspraak te maken op die wetgeving waartoe zij volgens EU-recht wel toe gemachtigd zijn. Korte reactie: jammer dat we van mening verschillen. Oktober 2021 alle Nederlandse gemeenten via de mail op de hoogte gebracht van de EU- en Nederlandse wetgeving met aanbod ta adviseren om te voldoen aan wetgeving, zonder dat men bang hoeft te zijn van een toename van aanvragen. Vele bevestigingen van ontvangst, enkele afzeggingen, 95% reageert in het geheel niet. Mei 2022 op bezoek bij collega op locatie voor arbeidsmigranten in Stramproy, gemeente Weert , daar is net delegatie van de gemeente Weert om situatie door te nemen. Men geeft aan dat zij deze EU -werkers wel laten wonen, toestemming bieden om te huisvesten, maar niet zullen opnemen in de BRP, men wenst wel van de organisatie die huisvest dat zij toeristenbelasting gaan betalen, wat de organisatie afwijst.
Ik heb gemeenteraad en bestuur van de gemeente Weert geïnformeerd over de wetgeving en haar verantwoordelijkheid in deze en aangeboden om een structuur te introduceren die voor alle betrokken partijen een gezonde toekomst biedt op basis van wetgeving. Men reageert door te zeggen dat men geen gebruik wenst te maken van mijn aanbod. In de gemeente Weert worden in de voormalige kazerne vluchtelingen uit Oekraïne gehuisvest die bij aankomst per direct worden opgenomen in de BRP. Ik mail nogmaals met de gemeente en wijs hen op discrepantie die neigt naar moderne slavernij door met medeweten van de werkgever de EU-burgers hun rechten te onthouden en hen niet te informeren over procedure en traject in geval van onvrijwillige werkloosheid, de werkgever zegt contract op en laat tekenen voor opzeggen van verblijf, dus zonder adres. Gemeente Almere spant de kroon. Bij ruim 100 Nederlandse gemeenten een verzoek tot handhaving ingediend om op basis van de wetgeving inzake registratie van bewoners te handhaven en de aanwezige arbeidsmigranten op te nemen in de BRP zoals ministerie van SZW dat voorschrift en volgens ministerie BZK sinds januari 2022 gemeente verplicht is actief te zijn met registratie BRP. Zonder uitzondering wijst men dit verzoek af: u woont hier niet als argument.
De huisvestingsorganisatie KAFRA Housing, eigenaar de CEO van uitzendorganisatie Otto Workforce B.V., in Almere gevestigd op de Televisieweg een campus waar zij 50% de arbeidsmigranten huisvesten en 50% vluchtelingen uit de Oekraïne. Vluchtelingen uit de Oekraïne bij aankomst in de BRP, en voor deel werk gevonden via uitzendorganisatie Otto Workforce, de EU-werkers met arbeidsovereenkomst van 6 maanden worden niet geregistreerd in de BRP van de gemeente Almere. Gemeentebestuur gevraagd wat reden is van twee verschillende posities, daarop gebeld door meneer Saad Abdulmahmoud, medewerker burgerlijke stand van de gemeente; hij vertelt onder andere zelf als vluchteling naar Nederland te zijn gekomen, dat hij mijn argumenten begrijpt, dat gemeente het erg druk heeft en vraagt mij om het vooral niet op te geven. Om vervolgens via de mail de volgende reactie van hem te onvangen: We hebben dit eerder op 1 september 2022 aan u kenbaar gemaakt. Wij danken u voor dit aanbod, maar zullen geen gebruik maken van uw diensten. Met hartelijke groet, Saad Abdulmahmoud Ik heb alle gemeenten met RNI-loket benaderd met de vraag waarom zij niet de arbeidsmigranten in persoon registreren en dat met arbeidsovereenkomst voor 6 maanden men zich dient te registreren bij de gemeente waar men verblijft. Vijf van de 19 gemeenten hebben gereageerd en verwezen naar het ministerie BZK.
Zoals u inmiddels weet verschuilt het ministerie zich achter het rapport van Emile Roemer en gaat niet in op mijn verzoek om in ieder geval er voor te zorgen dat EU-werkers die naar Nederland komen en via de werkgever, het uitzendbureau huisvesting vindt in ieder geval de door mij ontworpen brochure EU-Inclusie Verklaring in de eigen taal aan hen te overhandigen. Daar gaat men niet op in. Geen enkele gemeente gaat hier op in. Mijn thuisgemeente laat weten dat zij niet hoeven te registreren want de werkgever, N2People heeft beloofd dat zij deze EU-werkers niet langer dan 3 maanden op de locatie zullen laten wonen. Gemeente gaat vervolgens niet in op mijn aanwijzing dat er een verplichting ligt via EU - en NL-wetgeving, directeur N2People belt, vindt het interessant, zegt af te willen spreken, ik heb hem vervolgens via brief nogmaals benaderd, mijn voorstel voor de Inclusie Verklaring bijgevoegd, nooit iets gehoord, ik heb het idee dat men met de gemeente heeft afgesproken niet meer te reageren. Alle uitzendorganisaties die EU-werkers huisvesten en in geval van onvrijwillige werkeloosheid zeggen het verblijf op waardoor men geen adres meer heeft en derhalve geen aanspraak kan maken op socialezekerheidswetgeving.
Alle gemeenten hiervan op de hoogte zijn maar geen enkel voornemen, noch initiatief nemen om de EU-Inclusie Verklaring van mijn organisatie af te nemen tegen de allesz ins redelijke vergoeding van € 1.750,00, ex BT. Incl. uitgewerkte analyse van het advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, de brief van het EU-directoraat generaal voor werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie, de brieven van ministerie SZW rond het onderwerp, inclusief verwijzing naar rechtsgronden . De EU-verklaring komt met notitie en voorziet in gezonde toekomst voor alle partijen. Het niet doen en niet blijven doen en maar wachten tot kabinet wellicht met aanpassing komt geeft niemand het recht om je niet aan de regels en intentie van de Europese regels te houden, want wat de over heid ook beslist, het zal altijd in overeenstemming moeten zijn met de wetgeving van de Europese Unie. Ter bevordering van de transparantie zullen alle gemeenten deze klacht ook ontvangen, zoals ook de Inclusie Verklaring waarmee wel wordt voldaan een wat wetgever vraagt.
Hierbij verzoek ik u mij in de gelegenheid te stellen om zoals het EU-directoraat-generaal in haar schrijven aan mijn organisatie gericht gemeenten te dagvaarden via voorzieningenrechtbank in spoed kort geding te eisen dat men de rechten respecteert van haar EU-bewoners die via de werkgever in de gemeente zijn gehuisvest en hen te informeren over haar rechten en van de werkgevers die voorzien in de huisvesting te laten weten dat zij vanaf direct EU-arbeidsmigranten niet langer net recht op verblijf mogen ontnemen. In afwachting van uw spoedige reactie, verblijf ik Met vriendelijke groet MrGert Gert Meijboom Grotestraat 17 5855AK Well