CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

10.0 Verordening Rekenkamercommissie Steenwijkerland 2017.pdf

Raadsvergadering 21 maart 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 20174.231 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de raad Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk Steenwijk, 16-02-2017 Nummer voorstel: 2017/22 Voor raadsvergadering d.d.: 21-03-2017 Agendapunt: 10 Onderwerp: Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2017 Voorgesteld besluit: 1. De Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2017 vast te stellen; 2. De Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland van 30 juni 2009 in te trekken. Inleiding: Tijdens de vergadering van de klankbordgroep, met daarin vertegenwoordigers van de gemeenteraden van Meppel, Steenwijkerland en Westerveld, en de rekenkamercommissie is door de commissie verzocht enkele wijzigingen aan te brengen in de huidige verordenin g. Het ging daarbij vooral om de indexering van de vergoedingen en het op een eenvoudiger wijze toerekenen van de gemaakte (extra) kosten. Met dit raadsvoorstel wordt invulling gegeven aan dit verzoek. Beoogd (maatschappelijk) effect Met het vaststellen van de verordening is deze weer geactualiseerd en zijn tevens de wijzigingen doorgevoerd zoals afgesproken tussen de klankbordgroep en de leden rekenkamercommissie. Argumenten 1.1 Indexatie. Tot nu toe werden de vergoedingen voor de leden rekenkamercommissie niet geïndexeerd.

Daarom wordt voorgesteld om voor de indexering van deze vergoedingen aan te sluiten bij de jaarlijkse indexering van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zoals die ook geldt voor raads- en commissieleden. 1.2 Eenduidiger toerekenen kosten. In de “Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2009” werd naast de vaste vergoeding voor de rekenkamercommissieleden voor de reguliere werkzaamheden, gewerkt met twee vergoedingen (uurtarieven) voor (1) overige werkzaamheden, € 50,- per uur en (2) het doen van onderzoeken, € 80,- per uur. In de praktijk bracht dit vaak onduidelijkheid teweeg over wanneer welk tarief te hanteren. Voorgesteld wordt om in de nieuwe verordening één tarief te hanteren ( € 65, - per uur). Hiermee ontstaat een eenduidiger toerekening van de kosten. 1.3 Kostenverekening over de drie gemeenten. In de toelichting bij de “Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2009” is opgenomen dat er in Meppel elk jaar twee onderzoeken worden uitgevoerd door de rekenkamercommissie. In de gemeenten Steenwijkerland en Westerveld wordt elk jaar één onderzoek uitgevoerd. Dit uitgangspunt werkt ook door in de kostenverrekening over de deelnemende gemeenten 2:1:1. Echter in de praktijk wordt er per jaar één onderzoek voor Meppel uitgevoerd.

Bij de wijziging van de verordening is het daarom ook goed om de toedeling van de kosten over de deelnemende gemeenten overeen te laten komen met de praktijk (verhouding 1:1:1). Daarom zal dit worden aangepast in de toelichting bij de verordening. 2.1 Intrekken “Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2009. Er is, voor de overzichtelijkheid, gekozen om de verordening van 2009 in te trekken en een geheel nieuwe verordening vast te laten stellen. Kanttekeningen Door de klankbordgroep is met de rekenkamercommissie overeengekomen dat de commissie na 1 jaar, dus begin 2018, met een evaluatie komt over de nieuwe werkwijze. Integrale afstemming Over dit voorstel is op 12 december 2016 overleg geweest tussen de leden van de klankbordgroep en de leden van de rekenkamercommissie. De leden van de klankbordgroep en de leden van de rekenkamercommissie hebben ingestemd met dit voorstel. Voorts is een en ander afgestemd met de drie betrokken griffiers, dit voor het opstellen van het nu voorliggende voorstel. Financiën De totale kosten mogen niet meer bedragen dan dat nu al is opgenomen binnen de begroting. Daarom zal een en ander binnen het bestaande budget van de rekenkamercommissie opgevangen moeten worden.

Communicatie Het besluit tot vaststellen van de Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2017 wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt via www.overheid.nl en treedt vanaf dat moment na verloop van een periode van acht dagen in werking. Uitvoering De griffie is belast met de verdere uitvoering van dit besluit. Het presidium, de griffier, de voorzitter, A. ten Hoff J.H. Bats Raadsbesluit Steenwijk, 21-03-2017 Nummer: 2017/22 De raad van de gemeente Steenwijkerland gelet op artikel 81oa van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2017 Paragraaf 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: A. Doelmatigheid of efficiency: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. B. Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin met de geleverde prestaties de gestelde doelen of maatschappelijke effecten worden behaald. C. Rechtmatigheid: het handelen in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen. D. Commissie: de rekenkamercommissie gemeente Steenwijkerland E. Gemeentebestuur: gemeenteraad en/of het college van burgemeester en wethouders en/of de Burgemeester Paragraaf 2 TAAK, SAMENSTELLING EN LIDMAATSCHAP VAN DE COMMISSIE Artikel 2.1.

Taak De commissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de commissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet. Artikel 2.2. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit drie leden. 2. De leden worden door en op voordracht van de raad benoemd. 3. De leden mogen geen lid van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders zijn en moeten onafhankelijk zijn ten opzichte van de gemeente en het gemeentebestuur van gemeente Steenwijkerland. 4. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar en kunnen één keer worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. 5. De leden leggen alvorens zij hun functie uitoefenen in de vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring of belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, enige gun st heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)”. 6. De commissie benoemt uit haar leden een voorzitter en een plaatsver vangend voorzitter. 7. De voorzitter draagt zorg voor het bijeenroepen van de vergaderingen, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van het onderzoek, de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij/zij voert hiertoe regelmatig overleg met het secretariaat. 8. Voorafgaand aan de (her)benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de rekenkamercommissie. Artikel 2.2a. Personele unie Voor de uitvoering van zijn werkzaamheden werkt de commissie in een personele unie samen met de gemeenten Meppel en Westerveld. Artikel 2.3 Einde van het lidmaatschap 1. Het lidmaatschap eindigt: a. op eigen verzoek; b. bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap; c. wanneer hij/zij bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel dat bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d.

indien hij/zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 2. Een lid kan door de raad worden ontslagen of tijdelijk op non -actief gesteld worden. a. wanneer hij/zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat is zijn/haar functie naar behoren te vervullen; b. indien hij/zij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem/haar gestelde vertrouwen. Artikel 2.4 Verboden betrekkingen en verboden handelingen 1. Een lid van de commissie kan niet tevens een betrekking vervullen als bedoeld in artikel 81f, lid 1, van de Gemeentewet. 2. Het is een lid van de commissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de commissie, een lid dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod uit zijn functie ontslaan. 3. De leden overleggen aan de raad bij aanvaarding van hun functie een lijst met daarin opgenomen de (neven)functies die zij op dat moment vervullen. Gedurende de zittingsperiode optredende wijzigingen in vervulde (neven)functies worden ter kennis gebracht van de raad. Artikel 2.5 Vergoedingen 1.

De leden van de commissie ontvangen voor hun reguliere werkzaamheden van de drie gemeenten gezamenlijk een vast bedrag per maand gebaseerd op een tijdsinspanning van twee vergaderingen. Deze reguliere werkzaamheden betreffen: - het voorbereiden en bijwonen van de vergaderingen van de commissie - het verzorgen van het jaarverslag, het opstellen van het jaarplan en - het begeleiden van onderzoek . De daarbij behorende vergoeding bedraagt € 250 per vergadering voor de voorzitter en € 175 per vergadering voor de leden. 2. Andere dan in lid 1 genoemde werkzaamheden worden vergoed tegen een uurtarief van € 65,- Dit gebeurt op basis van een expliciet besluit van de commissie. 3. De leden ontvangen een vergoeding voor de door hen noodzakelijk gemaakte kosten van reizen en verblijf conform de vigerende reis- en verblijfskostenregeling van de gemeente. 4. De kosten worden voorzover mogelijk toegerekend aan de gemeente voor welke de werkzaamheden worden verricht. Niet direct aan een gemeente toe te rekenen kosten, worden over alle gemeenten verdeeld op basis van het aantal per gemeente te verrichten onderzoeken per jaar. 5.

Indexering van de in de leden 1 en 2 genoemde vergoedingen geschiedt op basis van het percentage zoals genoemd in de jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met betrekking tot de indexatie van de vergoedingen voor raads- en commissieleden. 6. De vergoedingen komen ten laste van het budget van de commissie. Paragraaf 3 DE WERKWIJZE VAN DE COMMISSIE Artikel 3.1 Reglement van orde 1. De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Daarin wordt ook de vervanging van de voorzitter en de secretaris geregeld. De commissie zendt het reglement na de vaststelling ter kennisneming naar de gemeenteraad. 2. De commissie doet jaarlijks voor 1 april aan de gemeenteraad verslag van haar werkzaamheden en dient voor 1 december haar onderzoeksplan voor het volgende jaar in. Artikel 3.2 Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek 1. Op verzoek van de raad kan de commissie een onderzoek instellen. 2. De commissie kiest zelfstandig de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. De onderzoeksopzet wordt ter kennisneming gezonden aan de gemeenteraad. 3. Als de commissie het verzoek van de raad als bedoeld in het eerste lid niet inwilligt, motiveert zij haar afwijzing. 4.

Ook kan de rekenkamercommissie op eigen initiatief of op verzoek van derden tot de keuze voor een onderwerp van onderzoek komen Artikel 3.3 Bevoegdheden van de commissie bij het uitvoeren van onderzoek 1. De commissie is bevoegd, indien en voor zover de gemeente uit anderen hoofde over deze bevoegdheid beschikt of daartoe toestemming heeft van de betrokken instellingen, ten aanzien van de volgende instellingen en over de daarbij genoemde periode, op de wijze als in de vorige leden van dit artikel bepaald onderzoek te doen bij: a. openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijk regelingen waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; b. naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; c. andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening ove r garantie heeft verstrekt ten bedrage van tenminste 50% van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. 2.

De commissie is bevoegd collegeleden, raadsleden, ambtenaren, externe deskundigen en bestuurders en medewerkers van instellingen als bedoeld in lid 1 uit te nodigen tot het geven van toelichtingen of het anderszins bijwonen van een vergadering. Artikel 3.4 Uitvoering van het onderzoek en rapportage 1. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens een door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2. Het feitelijke onderzoek wordt door de commissie bij voorkeur uitbesteed aan onderzoekers of externe deskundigen, tenzij aard en omvang van het onderzoek dat niet nodig maakt. De rekenkamercommissie is de opdrachtgever van de onderzoeken, geeft aanwijzingen tijdens het onderzoek en behoudt na het onderzoek alle zeggenschap over het onderzoeksmateriaal en de resultaten van het onderzoek. 3. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. De commissie kan ook tussentijds of na afronding van het onderzoek openbare informatieve vergaderingen beleggen. 4. De commissie is bevoegd van de leden van het gemeentebestuur en van de ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te vers trekken. 5.

De commissie stelt via de gemeentesecretaris de betrokken ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, opmerkingen over de correctheid van het feitenonderzoek aan de commissie kenbaar te maken. Betrokken zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 6. Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten legt de commissie haar bevindingen en haar oordeel vast in een concept-rapport. De commissie formuleert daarbij haar conclusies en aanbevelingen. 7. De commissie stelt het college in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, zijn zienswijze op het onderzoek en het rapport aan de commissie kenbaar te maken. De commissie voegt een eventuele zienswijze toe aan het rapport. 8. De commissie vergadert in beslotenheid. De rapporten en verslagen van de commissie zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de commissie en degenen die ten behoeve van de commissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen daarover ter kennis is gekomen. 9.

Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport met de conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk aan de gemeenteraad aangeboden. 10. De gemeenteraad bespreekt het onderzoeksrapport en bepaalt een standpunt over de conclusies en aanbevelingen. Paragraaf 4 DE ONDERSTEUNING VAN DE COMMISSIE Artikel 4.1 Ambtelijk secretaris 1. De commissie voorziet in overleg met het gemeentebestuur in de aanwijzing/aanstelling van een ambtelijk secretaris van de commissie. 2. De secretaris staat de commissie bij de uitvoering van haar taak terzijde. 3. De secretaris legt over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht rechtstreeks verantwoording af aan de commissie. 4. De commissie wijst een waarnemend secretaris aan als de secretaris zelf onderwerp is van een onderzoek. Indien de ambtelijk secretaris niet in staat is zijn/haar werkzaamheden te verrichten dan vindt vervanging plaats in overleg met het gemeentebestuur . Artikel 4.2 Onderzoeksmedewerkers 1. Onderzoeksmedewerkers kunnen, indien de commissie hen daartoe de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.4 toekent, alle informatie verzamelen die de commissie in het belang van het onderzoek nodig acht. Zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de commissie. 2.

De commissie is tevens bevoegd ten laste van het budget als bedoeld in artikel 5 externe deskundigen in te schakelen. Het in lid 1 gestelde is op de externe deskundigen van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 5 DE KOSTEN VAN DE COMMISSIE Artikel 5 Budget 1. De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken. 2. Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van: a. de vergoeding aan de leden als bedoeld in artikel 2.5; b. de ambtelijk secretaris; c. de onderzoeksmedewerkers; d. externe deskundigen die door de commissie zijn ingeschakeld; e. mogelijk overige uitgaven die de commissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak. 3. De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Paragraaf 6 SLOTBEPALINGEN Artikel 6 Citeertitel; inwerkingtreding 1. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland 2017’; 2. Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2017; 3. De 'Verordening rekenkamercommissie Steenwijkerland' van 30 juni 2009 ingetrokken. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland. de griffier, de voorzitter, A. ten Hoff J.H.

Bats Toelichting Verordening rekenkamercommissie gemeente Steenwijkerland Algemeen De gemeenteraad kan een rekenkamer instellen. Indien de raad geen rekenkamer instelt, is artikel 81oa van de Gemeentewet van toepassing. Daarin staat dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie. Met de vaststelling van deze verordening wordt aan deze verplichting voldaan. In artikel 81oa, 2e lid, van de Gemeentewet worden voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie de artikelen 182 en 185 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard. Deze artikelen luiden als volgt. Artikel 182 1. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamer ingestel d onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid. 2. Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek instellen. Artikel 185 1. De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. 2.

De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. 3. De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar wer kzaamheden over het voorgaande jaar. 4. De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling. 5. De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar. Deze artikelen zijn, waar nodig, voor de volledigheid verwerkt in de verordening. Artikelsgewijs Artikel 1 De begripsomschrijvingen onder A t/m C sluiten aan bij die van de financiële verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet. Artikel 2.1 Deze tekst sluit aan bij die van artikel 182 van de Gemeentewet en is omwille van de leesbaarheid en duidelijkheid in deze verordening opgenomen. Artikel 2.2 De wet spreekt van een rekenkamerfunctie. In deze verordening is gekozen voor de benaming rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie bestaat uit drie zogenoemde externe leden. Zij worden – door de raad - voor een periode van vier jaar benoemd; deze periode kan één keer worden verlengd.

De commissie benoemt zelf een voorzitter uit de drie leden. De verplichting de eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling is integraal van toepassing verklaard op de leden van de rekenkamercommissie. Artikel 2.2.a Met een personele unie wordt bedoeld dat het weliswaar een zelfstandige rekenkamercommissie per gemeente betreft, maar dat de samenstelling van de commissie in alle in de personele unie deelnemende gemeenten dezelfde is. Artikel 2.3. Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en komt materieel overeen met artikel 81c, de leden 6 en 7, van de Gemeentewet waar het betreft leden van een rekenkamer. Artikel 2..4 Deze bepaling sluit aan bij de vereisten voor het lidmaatschap van een rekenkamer, zoals dat in de Gemeentewet is geregeld. Door aan te sluiten bij artikel 81f, eerste lid, van de Gemeentewet zijn de leden van de raad of van een gemeentelijke commissie uitgesloten van het lidmaatschap van de rekenkamercommissie. Artikel 2.5 Het werken in een personele unie is in de praktijk zeer functioneel en tijd en kostenbesparend, maar leverde in de toerekening van kosten aan de individuele gemeenten veel problemen op aangezien per vergadering niet altijd goed is aan te geven welke gemeente(n) de kosten van die vergadering zou moeten dragen.

Daarnaast hanteerden de gemeente niet een gelijke berekeningsgrondslag (per dagdeel en per vergadering). De verordeningen van de dri e gemeenten liepen wat dat betreft ook uiteen. Om die reden is na overleg met de fractievoorzitters gekozen voor een systematiek waarbij de leden van de commissie een vaste vergoeding per maand ontvangen gebaseerd op een tijdsinspanning van twee vergaderingen per maand. De bedragen per vergadering voor de voorzitter en leden ad respectievelijk € 250 en € 175 zijn niet gewijzigd. Dit bedrag per maand wordt vervolgens verdeeld over de in de personele unie samenwerkende gemeenten op basis van het aantal per jaar te verrichten onderzoeken. In tegenstelling tot hetgeen in de te vervallen verklaren verordening was opgenomen wordt er nu voor Meppel ook maar één onderzoek gedaan. De kosten zullen naar de verhouding 1: 1:1 worden verrekend. Dat was 2:1:1. In de te vervallen verordening waren er in de leden 2 en 3 (oud) twee verschillende bedragen opgenomen, namelijk een bedrag van € 50,-- voor reguliere werkzaamheden en een bedrag van € 80,-- voor het doen van een onderzoek. In de praktijk bleken deze verschillen niet of nauwelijks toerekenbaar aan de werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie. Er is nu één bedrag van € 65,-- opgenomen (gemiddeld). Het lid 5 is nieuw. Hierin is de indexatie van de te vergoeden kosten opgenomen.

Er is aansluiting gezocht bij de jaarlijkse circulaire van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties waarin de indexering van de vergoedingen van de raads- en commissieleden wordt geregeld. Reis- en verblijfkosten worden vergoed op basis van de in de gemeente vigerende reis - en verblijfkostenregeling. Niet direct aan een gemeente toe te rekenen kosten worden gelijk elijk (1:1:1) over de gemeenten verdeeld. Artikel 3.1 In het reglement van orde moet onder meer de wijze om tot besluitvorming te komen worden geregeld,, alsook de vervanging van de voorzitter en de secretaris. Artikel 3.2 Volgens artikel 182, lid 2 Gemeentewet kan de raad een verzoek doen om een onderzoek in te stellen. Die bepaling is hier herhaald. De rekenkamercommissie is niet verplicht daaraan gehoor te geven, maar zal dit als een zwaarwegend punt in de afweging betrekken, omdat het 'verzoekrecht' niet voor niets in de wet is vermeld. Daarom mag van de commissie worden verwacht dat zij de reden aangeeft als een dergelijk verzoek niet wordt gehonoreerd. Artikel 3.3 Dit artikel is opgenomen om als rekenkamercommissie ook onderzoek te kunnen verrichten b ij instellingen en organisaties waar de gemeente aanmerkelijke (financiële) banden mee onderhoudt dan wel anderszins nauw bij is betrokken. M.b.t.

de gesubsidieerde instellingen wordt geadviseerd om in de algemene subsidieverordening van de gemeente een bepaling op te nemen die bedoelde gesubsidieerde instellingen verplicht aan onderzoek van de rekenkamercommissie mee te werken. Artikel 3.4 Zie ook artikel 185 Gemeentewet: de daar genoemde procesregels zijn in dit artikel verwerkt en verder uitgewerkt. Dit laatste betreft met name de toepassing van hoor en wederhoor, zowel ambtelijk als naar het gemeentebestuur. Het ambtelijk wederhoor (en andere betrokkenen) betreft het feitenonderzoek (lid 5). Zodra de commissie haar rapport heeft vastgesteld, wordt het gemeentebestuur in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het rapport te geven (lid 7). Deze zienswijze wordt toegevoegd aan het rapport. Als er uitgebreid onderzoek moet worden gedaan zal het als regel aanbeveling verdienen om het feitelijke onderzoek uit te besteden, hetzij aan door de commissie aan te trekken onderzoekers (denk in dit verband aan de mogelijkheid van het opzetten van een intergemeentelijke onderzoekspool), hetzij aan externe deskundigen. Wel blijft de commissie ook dan verantwoordelijk voor het onderzoek en de daarop te baseren rapportage. Niet altijd hoeft naar het middel van diepgravende langdurige onderzoeken gegrepen te worden. Soms kan een kort onderzoek naar de gang van zaken al voldoende zijn voor relevante conclusies en Aanbevelingen.

In die gevallen ligt het voor de hand dat de commissie zelf het onderzoek uitvoert. De commissie vergadert in beslotenheid, terwijl de rapporten als regel openbaar zijn; voorzien is in een regeling van geheimhouding, gerelateerd aan de criteria in de Wet Openbaarheid Bestuur. Verder staat het de commissie vrij haar eigen wijze te kiezen om rapporten openbaar te maken. Veelal zal er behoefte zijn om via de media bekendheid te geven aan de uitkomsten van het onderzoek. De rapporten zijn na toezending aan de gemeenteraad in principe openbaar. Dat wordt via een persbericht geëffectueerd. Artikel 4.1 Uit een oogpunt van het onafhankelijk functioneren van de commissie zou het de voorkeur kunnen hebben, dat de ambtelijk secretaris niet werkzaam is bij de gemee nte. Anderzijds moet worden bedacht dat het hier gaat om een functie van beperkte omvang. Het is dan praktisch hiervoor een oplossing te zoeken in een combinatiefunctie. De raad heeft daarbij uitgesproken, dat de secretariaatsfunctie vanuit de griffie vervuld wordt. Voorts is een vierde lid toegevoegd dat bepaalt dat de secretaris niet als zodanig kan functioneren als hij/zij zelf onderwerp is van onderzoek. Overigens is ook een optie dat de secretariaatsfunctie door iemand wordt ingevuld namens meerdere gemeenten. Artikel 4.2.

Behoeft geen toelichting Artikel 5 De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het aan de commissie toegekende budget. Artikel 6 Behoeft geen toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c64f5370-e97c-46fe-a7a0-531e9ece6460?agendaItemId=df754765-b32a-43c5-8acb-6578bd83b334