CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

1. VO - maatschappelijke en onderwijskundige effecten unilocatie.pdf

Politieke Markt 13 april 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Huisvesting voortgezet onderwijs Steenwijkerland2.810 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Onderwijskundige en maatschappelijke effecten van huisvesting VO-Steenwijk op één locatie. De gemeenteraad van Steenwijkerland heeft het college van B. en W. gevraagd om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de voor- en nadelen van de huisvesting VO op één in plaats van twee locaties. In deze bijlage treft u een overzicht aan van uitsluitend de onderwijskundige en maatschappelijke effecten van een unilocatie. Daarin komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1. De maatschappelijke effecten (integratie i.p.v. segregatie, functioneel gebruik vaklokalen, behoud van breed aanbod voortgezet onderwijs). 2. De omvang van de school (schaalgrootte). 3. Onderwijskundige effecten (w.o. kwaliteit). Het is uiteraard aan het schoolbestuur om besluiten te nemen over hoe zij het onderwijs wil organiseren en welke uitgangspunten zij daarbij hanteert. De standpunten van het schoolbestuur zijn in deze notitie opgenomen. Tegelijkertijd zijn ook de regionale ervaringen met het aanbieden van onderwijs op één locatie én het landelijk beleid in deze notitie weergegeven. 1. De maatschappelijke effecten Integratie i.p.v. segregatie De manier waarop wij het onderwijs vormgeven heeft invloed op de samenleving van de toekomst. Dat geldt zowel voor de beschikbare faciliteiten (o.a. gebouw) als ook voor het onderwijsaanbod en de wijze waarop de medewerkers het onderwijs verzorgen.

De huidige gebouwen van het VO Steenwijkerland zijn nog gebaseerd op de wijze waarop men 40 jaar geleden dacht over de rol van het onderwijs in de samenleving maar ondertussen is de samenleving behoorlijk veranderd en is ook de rol die het onderwijs in de samenleving vervuld gewijzigd. Het onderwijs heeft drie functies: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. M.n. de laatste twee functies nemen een steeds belangrijkere plek in binnen het onderwijs. De basis van de functie kwalificatie (bijv. kennisverwerving) is niet langer exclusief het domein van het onderwijs. Binnen het onderwijsaanbod is daarnaast sprake van een trend om gelijke kansen voor alle leerlingen in het onderwijs te bevorderen, onder meer door meer en beter toegankelijk inclusief onderwijs (invoering Passend Onderwijs) te realiseren. Een ander voorbeeld is het verminderen van segregatie in het onderwijs door de realisatie van brede scholengemeenschappen op één locatie. En hoewel leerlingen met een verschillende onderwijsbehoefte ook dan niet per definitie bij elkaar in één klas hoeven te zitten kun je 2 wel dagelijks een natuurlijke en voortdurende ontmoeting en wederzijdse beïnvloeding in zo’n gebouw realiseren. Wij zien in onze samenleving een steeds sterkere segregatie ontstaan. Met name in het vo zien wij dat segregatie ook een gevolg is van de keuzes die leerlingen en ouders maken.

Leerlingen die naar het vo gaan hebben een voorkeur voor een school met een groot aandeel leerlingen die tot dezelfde groep (sociaal economische status) in de samenleving behoren. Als die scholen ook nog op verschillende plekken staan dan is het moment waarop je een schoolkeuze maakt tevens het moment dat deze groepen elkaar niet of nauwelijks meer ontmoeten en dat zij de verbinding met elkaar, ook in hun latere leven kwijt kunnen raken. Met een unilocatie wordt een volledige integratie van voortgezet onderwijs voor Steenwijkerland en omgeving gerealiseerd. Hiermee wordt segregatie voorkomen. Dan gaat het niet zozeer om woonwijk-schoolsegregatie, want dat is in Steenwijkerland niet aan de orde. Het gaat vooral om het voorkomen van de segregatie tussen leerlingen met verschillende onderwijsniveaus. De huidige segregatie op drie locaties van VSO, PRO en Techniekonderwijs aan de Stationsstraat, VMBO aan de Oostwijkstraat en mavo/havo/vwo aan de Lijsterbesstraat kan leiden tot onterechte stigmatisering van specifieke locaties (dat is in Steenwijkerland al sinds jaren aan de orde). Dit blijft ook als je het onderwijs op twee locaties gaat inrichten. Deze segregatie stimuleert een verscherping van een niet gewenste tweedeling in onze samenleving tussen ‘laagopgeleid’ en ‘hoogopgeleid’.

Jongeren hebben recht op gelijke kansen en moeten dat ook in hun periode in het funderend onderwijs ervaren. Op de basisschool zitten kinderen van alle niveaus bij elkaar op school (alleen S(B)O is nog niet altijd geïntegreerd in het regulier PO) en zodra de kinderen op een leeftijd komen dat ze een ontwikkelfase bereiken waarin hun ‘peergroup’ belangrijker wordt dan hun gezin/familie, dan wordt de ‘peergroup’ zo smal gemaakt dat ze via het onderwijs alleen nog direct te maken hebben met kinderen van gelijk denk-/ontwikkelniveau. Alleen al het feit dat leerlingen naar dezelfde school gaan zorgt voor symbolische gevoelsmatige integratie. Daarboven op moeten de medewerkers van de school blijven stimuleren dat de ontmoeting tussen de verschillende groepen leerlingen gaat plaatsvinden. Dat is inmiddels een maatschappelijk taak voor het onderwijs. Door te leren met alle verschillen samen te leven, via het samen naar school te blijven gaan (juist in de cruciale leeftijd van het voortgezet onderwijs), zorgen we voor een positief socialisatieproces van kinderen die meer dan gemiddelde uitdagingen (achterstanden, ongelijke kansen, etc.) hebben. Juist voor deze kinderen waar enculturatie (kinderen komen bijna niet meer uit hun eigen ‘omgevingskoker’) op de loer ligt, zorgt integratie voor 3 acculturatie.

Hiermee past de unilocatie ook uitstekend in het ingezette beleid van de gemeente met het Project Samen Voor Ryan. Het voortgezet onderwijs in Steenwijkerland (en in vele andere gemeenten) speelt daarop in door duidelijk een keuze te maken voor het aanbieden van alle onderwijssoorten in één gebouw. Goede voorbeelden daarvan in de regio zijn o.a. het Linde College in Wolvega, RSG Stad en Esch in Meppel en het Stellingwerf College in Oosterwolde. Niet alleen basisschoolleerlingen maar ook middelbare scholieren horen met elkaar naar één school te gaan. Dat draagt bij aan bijv. het beter realiseren van gelijke kansen voor alle leerlingen, een positief pedagogisch didactisch klimaat en het voorkomen van vroegtijdige selectie in het onderwijs. Nu er in Steenwijkerland geïnvesteerd moet worden in de onderwijshuisvesting is dat een kans om de keuze van 40 jaar geleden niet te bevestigen maar te kiezen voor een oplossing die betere kansen biedt om een bijdrage te leveren aan een meer inclusieve samenleving. Behoud breed aanbod voortgezet onderwijs door gemeenschappelijk gebruik vaklokalen. Wij hebben op dit moment te maken met een behoorlijke sterke leerlingendaling in het voortgezet onderwijs. Daar is al rekening mee gehouden bij het bepalen van de noodzakelijke ruimtebehoefte in de toekomst.

Die leerlingendaling leidt tot leegstand in de huidige gebouwen maar heeft ook gevolgen voor het huidige onderwijsaanbod als ook voor de mogelijkheden om het onderwijsaanbod te moderniseren (bijv. beroepsgericht vak in de MAVO). Daarmee dreigt het gevaar dat er verlangde onderwijs niet meer in Steenwijkerland wordt aangeboden. Door het onderwijs op één locatie te huisvesten kan door de schaalgrootte het efficiency-voordeel worden gebruikt om bedreigd onderwijsaanbod in stand te houden. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van dure praktijklokalen, vaklokalen (bijv. biologie, natuur-en scheikunde en gymzalen) )en de openbare ruimte. 2. De omvang van de school Menselijke maat hangt af van werksystemen en niet van grootte van de organisatie Er zijn geen harde gegevens bekend over de verhouding onderwijskwaliteit en de omvang van de school. Het gesprek gaat dan meestal over het gevoelde verlies van de persoonlijke aandacht oftewel het verliezen van de menselijke maat. De menselijke maat is, los van de grootte van een organisatie, altijd belangrijk en voor scholen daarom ook een voorwaarde binnen elk scenario van huisvesting. Dat er ogenschijnlijk verlies van de menselijke maat is bij een grotere organisatie of een groter gebouw is logisch, want dat is het beeld dat we hebben uit onze eigen ervaringen. In een grote stad kun je anoniem rond lopen en in een dorp word je gezien.

Voor de gemeente 4 kan ik een nummer of een dossier zijn, maar voor de buurtvereniging ben ik een mens met een gezicht. Dit soort schijnbare tegenstellingen zitten als bias in de hoofden van mensen omdat ze vaak bevestigd worden, maar het wordt net zo vaak niet bevestigd. Dat het gevoel van grootte negatief gekoppeld wordt aan vermindering van de menselijke maat, zit hem vaak niet in de ‘harde’ grootte van een gebouw of in het ‘harde’ aantal medewerkers, gebruikers , maar in een ‘doorgeslagen’ verzakelijking van een organisatie, die doorsijpelt in de functies en in de uitvoering van die functies. Een voorbeeld hiervan is de recente toeslagenaffaire bij de belastingdienst. Zo werkt het ook op een school. Als je een school aanstuurt via een strakke onwrikbare stijl van leidinggeven, dan gaat dit vanzelf ten koste van de menselijke maat. Binnen organisaties die zo werken, wordt het systeem leidend en alles wat afwijkt van het systeem is ongewenst en daarmee lastig. Het verlies van de menselijke maat gaat wat ons betreft niet gepaard met de grootte van een gebouw of aantal mensen, maar gaat gepaard met een al dan niet bureaucratische werkwijze. Die kan gelden voor zowel kleine scholen als grote scholen. De gemiddelde grootte van brede scholengemeenschappen in de omgeving van Steenwijk bedraagt tussen de 1400 en 2000 leerlingen.

Hoewel de scholen in de beleving vaak als grote school worden omschreven is op al de scholen sprake van een goed leer- en leefklimaat. Er zijn allerlei mogelijkheden om door kleinschalig te organiseren op een unilocatie ook het gevoel van groot in persoonlijke aandacht te realiseren. Dat kun je door de inrichting van het gebouw realiseren maar dat staat haaks op het bevorderen van de ontmoeting. Uit gesprekken met de schoolleiding en bestuur van SVOSW blijkt dat zij duidelijk kiezen voor het bevorderen van de ontmoeting en dat zij de kleinschaligheid in de organisatiestructuur opnemen. Gewenste situatie unilocatie in Steenwijkerland In gesprekken met schoolleiding en bestuur is naar hun visie op de gewenste situatie in een unilocatie gevraagd. In de doelstellingen van ons toekomstige onderwijs streven zij naar een goede balans van ontmoeten waar het kan en beschermen waar het moet. Dit is m.n. voor de meer kwetsbare leerlingen van het Praktijkonderwijs en het Individueel Voortgezet Onderwijs essentieel, om voor hen een veilige en goed gestructureerde leeromgeving te realiseren. Deze beschermde omgeving wordt alleen voor deze groepen gerealiseerd binnen een gedeelte van het gebouw. Dat is voor de meeste leerlingen hun thuisbasis. Daar werken ook de klassenmentoren die coach zijn van 10 tot 14 leerlingen.

We gaan er in de praktijk vanuit dat deze leerlingen voor 60 tot 80% van hun tijd binnen hun eigen afdeling les hebben. Zodra zij naar een andere afdeling gaan voor een specifiek vak of voor een samenwerkingsopdracht met leerlingen van een andere afdeling, dan gaat de eigen 5 coach mee. Hiermee hebben beide doelgroepen een eigen afdeling/eenheid van ongeveer 100 a 125 leerlingen met eigen docenten, een eigen ontmoetingsruimte en eigen lokalen. De ontmoeting met de andere leerlingen wordt gevonden in het gebruik van de gezamenlijke praktijklokalen, de gezamenlijke ontmoetingsruimtes en bij georganiseerde gezamenlijke lessen, projecten en activiteiten. Voor wat betreft de VMBO, HAVO en VWO leerlingen geldt dat er met name voor de beroepsgerichte bovenbouwafdelingen van het VMBO ook eigen pleinen zijn waar ze beroepsgerichte vakken (Zorg & Welzijn, Dienstverlening & Producten, Produceren, Installeren & Energie, Bouw, Wonen & Interieur) volgen. Dat doen zij sowieso voor een derde deel van al hun lessen. De beroepsgerichte afdeling is op die manier een thuisbasis voor deze leerlingen. Voor de AVO-vakken komen er clusters van lokalen vanuit hetzelfde leergebied. Een afdeling/vleugel met verschillende Mens & Natuurlokalen (biologie, natuurkunde en scheikunde) is de thuisbasis voor alle docenten die de betreffende vakken geven.

De leerlingen van alle leerjaren en schoolsoorten volgen deze lessen in die clusters. De leerlingen van de onderbouw en van de bovenbouw hebben gescheiden pauzes en daarmee creëer je een mooie verdeling van het aantal leerlingen. Onze zusterschool in Wolvega (het Lindecollege) is voor ons een mooi voorbeeld van een school waar de schaalgrootte ongeveer vergelijkbaar is met de toekomstige unilocatie in Steenwijkerland. Daar heerst een fijn en goed pedagogisch klimaat en daar staat de menselijke maat fier overeind. Met name de indeling van het gebouw is essentieel gebleken om in de dagelijkse organisatie de ontmoeting op natuurlijke wijze te organiseren en om de menselijke maat te borgen. 3. Onderwijskundige effecten (w.o. kwaliteit) Gelijke kansen en voorkomen vroegtijdige schoolkeuze Wij hebben in Nederland een uniek onderwijsbestel, dat ruimte biedt aan leerlingen/ouders om voor een school te kiezen die past bij hun overtuiging. De kracht van een unilocatie is dat wij door de concentratie van zowel het bijzonder (PC en RK) als het openbaar onderwijs één school kunnen realiseren, die ruimte biedt aan die verscheidenheid van overtuigingen en aandacht kan blijven bieden aan levensbeschouwelijke vorming en burgerschap.

De scholen in Steenwijkerland hebben nu nog een verschillende identiteit, maar nemen hun verantwoordelijkheid voor een gezamenlijke invulling van hun agenda op deze en andere thema’s én om ieder kind maximaal kansen te geven zijn of haar gaven en talenten tot bloei te brengen. Dat is inhoudelijk en organisatorisch alleen maar mogelijk als alle leerlingen naar één school gaan. 6 De leerlingen in het basisonderwijs maken nu aan het eind van groep 8 al op jonge leeftijd een keuze voor hun toekomst. De overgang tussen po en vo is nu nog relatief scherp en het is gewenst deze overgang in ieder geval minder scherp maken door alle leerlingen optimale kansen te bieden om tijdens de eerste leerjaren van het vo pas een keuze voor de onderwijssoort te maken. Door het onderwijs aan te beiden op één locatie blijft een leerling altijd op de eigen school bij een overstap naar een andere onderwijssoort waarin zij hun gaven en talenten maximaal kunnen ontplooien. Een dergelijk gevarieerd en breed onderwijsaanbod kan volgens de scholen in Steenwijkerland inhoudelijk en organisatorisch alleen maar worden aangeboden op een brede scholengemeenschap op één locatie.

Bij twee of meer locaties blijft er sprake van beperkende factoren (beschikbaarheid passende onderwijsvoorzieningen, beschikbaarheid bevoegd en bekwaam personeel, afwijkende lesroosters, etc.) om leerlingen optimale en gelijke kansen te bieden. In de visie voor de toekomst van de scholen in Steenwijkerland willen zij dat de leerlingen op mavo, havo en vwo ook beroepsgerichte profieloriëntatie aangeboden krijgen en/of een praktisch vak naast hun theoretische pakket kunnen doen. Dit draagt bij aan een betere weloverwogen keuze voor het vervolgonderwijs en zorgt voor betekenisvol onderwijs. Dat is beter mogelijk als zij in de school ook gebruik kunnen maken van de aanwezige beroepsgerichte lokalen. Indien er twee locaties blijven levert dat niet alleen capaciteitsproblemen op maar ook organisatorisch moeilijk op te lossen problemen (extra reistijd, afstemming roosters, etc.). Met een unilocatie kunnen we op alle niveaus hybride onderwijstrajecten (groepen op twee niveaus koppelen, deels VSO/deels regulier VO, etc.) en inclusiever onderwijs aanbieden zonder dat leerlingen zich moeten verplaatsen van de ene naar de andere locatie. Verplaatsingen tussen gebouwen levert niet alleen verlies van onderwijstijd op maar kan ook tot ongewenste verkeersstromen leiden. Verplaatsing van het ene naar het andere gebouw wordt door veel leerlingen en ouders ook als een drempel ervaren.

Als leerlingen zich net thuis voelen in een nieuwe school of een nieuw gebouw, dan willen ze liever niet meer overstappen. Dit remt de ambitie om op een hoger niveau te komen en/of om de stap van speciaal naar regulier onderwijs te zetten. 7 Kwaliteit Een unilocatie geeft op meerdere aspecten een kwaliteitsimpuls aan het onderwijs. Specifiek geldt dat voor de volgende onderwerpen in Steenwijkerland: • De inzet van een expertisecentrum (voor extra ondersteuning) op één plek. Dit maakt het mogelijk om voor alle leerlingen extra onderwijsondersteuning op maat aan te bieden. Dat geldt voor de basisondersteuning (dyslexie, dyscalculie en leerachterstanden) en voor extra ondersteuning op het gebied van hoogbegaafdheid, stoornissen in het autisme-spectrum, etc. door een team van specialisten waar alle afdelingen/leerlingen/collega’s gebruik van kunnen maken. Op dit moment op drie locaties en ook op de eventuele twee locaties zal dit versnipperd zijn en moeten er keuzes gemaakt worden welke ondersteuning wel/niet en waar aangeboden kan worden. • Het versterkt de professionele dialoog tussen collega’s van hetzelfde vakgebied, afdelingen en op schoolniveau. Een unilocatie vergemakkelijkt het vormen van professionele teams binnen overlappende vakgebieden en versterkt de onderlinge samenwerking tussen teams en samenwerking tussen theorie- en praktijkdocenten.

Op twee locaties kun je het ook organiseren, maar in de praktijk is elkaar dagelijks/wekelijks ontmoeten op werkvloer veel bevorderlijker voor het realiseren van een gezamenlijke professionele cultuur dan een maandelijks georganiseerd overleg. • Het leidt tot een kruisbestuiving van pedagogische kernkwaliteiten uit het VMBO/PRO/VSO en kernkwaliteiten op vakinhoudelijk gebied vanuit havo/vwo. Er is sprake van bijvoorbeeld het vormen van één vakgroep per vak/leerstofgebied. Dit leidt tot een verbreding en verdieping van de kwaliteit van de medewerkers en daarmee aan het onderwijs. • Een verhoging van de personele inzet voor het primaire proces door o.a. het efficiënter kunnen inzetten van de facilitaire en administratieve ondersteuning. De kostenbesparing die hieruit voortvloeit komt ten gunste van het primaire proces (handen voor de klas). In deze notitie is kernachtig en niet uitputtend een overzicht opgenomen van de onderwijskundige en maatschappelijke effecten van een unilocatie voortgezet onderwijs in Steenwijkerland. Om de realisatie van de unilocatie mogelijk te maken zijn de financiële gevolgen voor de gemeente en schoolbestuur in beeld gebracht. B.G.J. Lubberdink, bestuurder SVOSW

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/dfeafe06-6737-44bb-bd46-f4558eca6e17?agendaItemId=b17b1bd7-6c66-4b3f-8562-6084d25c9c88