1.1 VR IJsselland - Kadernota 2024.pdf
Tekst van het document
KADERNOTA 2024 Beleidsmatige en financiële kaders voor de programmabegroting 2024 2 1. Kadernota 2024 1.1 Inleiding De kadernota schetst de inhoudelijke en financiële kaders voor de programmabegroting van het jaar 2024. Veiligheidsregio IJsselland blijft in 2024 continue klaar staan met kennis, mensen en middelen om de kerntaken goed uit te voeren: het versterken van veiligheid, beperken van risico’s waar het kan en bestrijden van incidenten wanneer dat moet. De veiligheidsregio investeert daarvoor in vakmanschap van medewerkers, in verbinding met onze partners en in een sterke interne binding met ons vak en onze collega’s. De kaders zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen die beschreven staan in de bijlage. 1.2 Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland Vanuit de Strategische beleidsagenda 2023-2026 beschrijven we met welke ontwikkelingen we in 2024 aan de slag gaan. Deze activiteiten sluiten aan op de ontwikkelingen en trends in de omgeving om ons heen, die invloed hebben op het werk dat we doen. Dat werk doen we altijd met in het achterhoofd onze kernwaarden: vertrouwen, verbinding en vakmanschap. En met als doel gezamenlijk (met gemeenten en partners) de veiligheid in IJsselland te versterken. De hoofdlijnen uit de beleidsagenda zijn: IJssellands fundament Het vanuit onze wettelijke basis toewerken naar een breder IJssellands fundament.
Dat fundament bestaat uit vijf onderdelen: 1. Samenwerken met onze partners, collega veiligheidsregio’s, collega’s in het aangrenzend deel van Duitsland, organisaties en inwoners. Én deze samenwerking waar nodig versterken. 2. Helpen: daar waar we gevraagd worden en we waarde kunnen toevoegen. 3. Flexibel en adaptief opereren en blijven leren en ontwikkelen, zowel in de operatie als in de bedrijfsvoering. 4. Transparant en voorspelbaar zijn in brede zin, van de aanpak van crises tot de financiële verantwoording. 5. Informatiegestuurd werken: pro-actief informatie verzamelen, verrijken en delen. Acties om het IJssellands fundament te versterken We gaan door op de ingezette weg en versterken het IJssellands fundament. Door dit samen met onze partners te doen, kunnen we van grotere meerwaarde voor de samenleving in IJsselland zijn. Dit betekent: 1. Risicogericht werken als basis van ons werk. Dit betekent samen met onze partners informatie delen. Het gezamenlijk duiden van deze informatie geeft meerwaarde. Op basis hiervan signaleren en monitoren we risico’s en zetten acties uit. 2. De crisisorganisatie is inzetbaar voor de klassieke crises, maar ook voor nieuwe, meer onvoorziene en langdurige crises. Dit betekent dat we: a. de crisisorganisatie flexibeler gaan maken, waardoor sneller kan worden op- en afgeschaald. b.
competenties ontwikkelen waardoor de crisisfunctionarissen inzetbaar zijn ongeacht welke soort crisis en duur van de crisis. Minder gericht op inhoud, meer gericht op flexibel en adaptief zijn. 3. Doorontwikkeling van de uitrukorganisatie van de brandweer: evenwichtig, op maat, flexibel en dynamisch. Passend binnen de kaders van het dekkingsplan en de Europese regelgeving. 4. Het vergroten van de burgerkracht binnen het programma Veilig leven. 3 5. De nieuwe Meldkamer Oost Nederland gebruiken als katalysator voor de (operationele) samenwerking binnen de Oost-5 veiligheidsregio’s. 1.3 Acties vanuit de beleidsagenda in het jaar 2024 Dit beleid werken we verder uit via meerjarige programma’s en themaplannen per jaar. Hieronder lichten we toe welke dat specifiek zijn voor het jaar 2024. Risicogericht werken In 2024 zal ons risicoprofiel veel meer dan nu een dynamisch karakter kennen. Het doorontwikkelde veiligheidsinfomatie Knooppunt (VIK) signaleert, analyseert en duidt risico's en maatschappelijke ontwikkelingen om een actueel beeld te schetsen van dat wat ons bedreigd en wat dit mogelijk betekent. Dat stelt ons in staat om samen met de bekende en minder bekende partners uit de veiligheidsketen te werken aan zo goed mogelijke voorbereiding.
Activiteiten zoals planvorming, opleiding, training en oefening, risicocommunicatie, veilig leven kunnen daarmee afgestemd worden op de risico's die voor dat moment het meest actueel zijn. De programma’s De beleidsagenda beschrijft drie programma’s, in 2024 gaan we vanuit die programma’s met de volgende activiteiten aan de slag: 1. Risico- en crisisbeheersing. a. Verder uitrollen van het VIC, inclusief een koppeling met KCR2. b. Maar langdurig inzetbaar zijn vraagt om een aantal serieuze keuzes en aanpassingen. 1. zien de bestuurders voor ons een langdurige taak (keuze met consequenties) en 2. het anders inrichten van de crisisorganisatie en functionarissen om dat te kunnen (ook financiële consequenties). c. Onder andere vanuit de deelprojecten ‘rol veiligheidsregio bij multidisciplinair optreden’ en ‘aanpak langdurige en/of niet acute crisis’ die in 2023 worden afgerond, worden de nieuwe speerpunten en projecten voor 2024 bepaald. Afhankelijk van de keuzes in 2023 is dat bijvoorbeeld het herinrichting van crisisorganisatie om ook langdurig(er) inzetbaar te kunnen zijn. 2. Toekomstbestendige brandweerzorg. a. Nieuw dekkingsplan op basis van landelijke handreiking. Het voortzetten van (brand)veilig leven in relatie tot het dekkingsplan en veilig leven in samenhang met partners onder regie van de gemeenten moet in 2023 zijn beslag gaan krijgen. b.
Doorontwikkeling uitrukorganisatie: op orde brengen van de paraatheid en in het verlengde daarvan de dekking en daarbij rekening te houden met het implementeren van de afschaffing van structurele consignatie en kazernering van vrijwilligers zodat we voldoen aan Europese regelgeving. Deze ontwikkeling heeft niet alleen inhoudelijke effecten, maar naar verwachting ook financiële consequenties in de periode vanaf 2024. c. Versterking brandonderzoek en de lerende organisatie: meer capaciteit inzetten op het leren van de wijze waarop we incidenten bestrijden. 3. Veilig leven: iedereen aan zet. a. Veilig leven behelst zowel brandveilig leven als veilig leven bij crises. We richten ons op beide thema's. Bij brandveilig leven focussen we op de locaties waar volgens ons dekkingsplan de grootste risico’s zitten. Voor het overige deel richten we ons op de doelgroepen jeugd en minder-zelfredzamen. 4 Specifieke thema’s (buiten de programma’s) die in 2024 centraal zullen staan Aanvullend op de programma’s, zullen de volgende beleidsthema’s in 2024 aan de orde zijn: - Informatievoorziening (inclusief voldoen aan Woo) & Informatieveiligheid (inclusief BIO), als vervolg op de acties die in 2023 worden ingezet. - Omgevingswet. - Duurzaamheid: doorgroeien naar niveau vier van de CO 2-prestatieladder. - Organisatieontwikkeling gericht op risicogericht en informatiegestuurd en werken.
- Invoering gewijzigde gemeenschappelijke regeling. - Herijking huisvestingsbeleid. - Het versterken van onze positie op de arbeidsmarkt: onder andere door kantoorfuncties te koppelen aan repressieve functies om het werk interessanter te maken. Zo versterken we de interne mobiliteit en diversiteit. 1.4 Financiële kaders De programmabegroting 2024 wordt opgesteld aan de hand van de programmabegroting 2023 met toepassing van de volgende financiële uitgangspunten. Deze zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds en op het AB-besluit op 11 mei 2016, waar de kaders en spelregels zijn vastgesteld voor indexering ter voorbereiding en opstellen van de begroting Veiligheidsregio IJsselland. We constateren wel dat de inflatie momenteel uit de pas loopt en afwijkt van de trend van afgelopen jaren. We monitoren daarom de ontwikkeling van de inflatie in de bestuursrapportages, zodat het bestuur tijdig kan bijsturen op de kostenontwikkeling als gevolg van de oplopende inflatie. Prijsindexering De afgesproken kaders en spelregels koppelen de prijsindexering aan de prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (bron: CPB CEP 2022) en betekenen voor de prijzen een stijging van 2,90% ten opzichte van het jaar 2023. Bestuurlijk hebben wij afgesproken om jaarlijks de toegepaste indexeringen te monitoren, zodat wij zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid komen.
In onderstaande tabel is te zien dat wij in de begroting 2022 een prijsindexering van 1,40% hebben toegepast, maar de werkelijke indexering over het jaar 2022 is 4,20%. Dit betekent dat er nog 2,80% structurele tekort zit (nacalculatie) in de begroting. Voorgesteld wordt dit structurele tekort te corrigeren door de verwachte stijging van 2,90% met 2,80% op te hogen. Voor het jaar 2024 zullen de prijzen dan met 5,70% stijgen (2,90% + 2,80%). Hetzelfde percentage wordt ook gehanteerd voor de inkomsten. Begroting Begroot Werkelijk Ruimte 2022 1,40% 4,20%* -2,80% 2023 1,90% *bron: Centraal Plan Bureau MEV 2023 Loonindexering Voor de lonen gaan deze kaders en spelregels uit van de werkelijke loonkosten in het desbetreffende jaar vermeerderd met de cao gemeenten (bron: septembercirculaire 2022). Zij komen op een stijging in 2024 van 4,20%. Dit betekent voor de begroting 2024 dat de werkelijke loonkosten van de maand januari 2023 worden verhoogd met 4,20%. In de werkelijke loonkosten zijn dus de laatste cao-ontwikkelingen en sociale lasten meegenomen (nacalculatie). Mocht in het jaar 2024 blijken dat wij de 4,20% niet nodig hebben dan geven wij dit eenmalig, via de tussentijdse rapportages 2024, terug aan de deelnemende gemeenten en structureel via de begroting 2025 door weer uit te gaan van de werkelijke loonkosten op dat moment.
5 Nieuw voor oud Bestuurlijk is het uitgangspunt ‘nieuw voor oud’ gelden nog steeds van kracht. Echter, een aantal ontwikkelingen, denk aan informatieveiligheid en de invoering van de omgevingswet, leidt mogelijk tot meerkosten die niet structureel uit de begroting gefinancierd kunnen worden. Dit geldt ook voor de opgave om een toekomstbestendige uitrukorganisatie voor de brandweer te creëren, binnen de kaders die door Europese regelgeving gesteld worden. Dergelijke ontwikkelingen leiden tot nieuw beleid, zonder dat bestaand beleid kan worden afgebouwd. In de aanloop naar de begroting van 2024 wordt onderzoek gedaan naar het financieel meerjarenperspectief. De uitkomsten van dat onderzoek nemen we mee in de opbouw van de begroting 2024. Aan de hand daarvan zullen we met het bestuur spreken over de mate waarin het uitgangspunt ‘nieuw voor oud’ in de toekomst houdbaar blijft. Taakstellingen Veiligheidsregio IJsselland verwerkt nog een resterende taakstelling van 65.000 euro in de begroting 2024. Hiermee zijn de structurele taakstellingen (bestuurlijke afspraak 2014 wegens oplopend btw-nadeel op de vervangingsinvesteringen) van in totaal 1.100.000 euro afgerond.
Herijking gemeentelijke bijdragen Conform het besluit in het AB van 8 december 2021 de gemeentelijke bijdrage te berekenen op basis van 50 procent historische bijdrage en 50 procent op basis uitkering gemeentefonds voor brandweer en rampenbestrijding worden de nadeel gemeenten in 2024 en 2025 aflopend gecompenseerd om in te groeien naar de aangepaste jaarlijkse bijdrage. Verhoging Bdur In het kader van de Contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg ontvangen de veiligheidsregio’s een extra doeluitkering, als verhoging van de Bdur. Voor Veiligheidsregio IJsselland gaat het in 2023 om 1.290.200 euro structureel. In de loop van 2023 wordt besloten hoe we deze extra gelden gaan besteden. Eind 2023 wordt landelijk besloten over de verdeling van de resterende extra middelen. Het is daarom nu nog onduidelijk wat de extra doeluitkering in 2024 zal bedragen. Meerjarenperspectief De afgelopen jaren heeft Veiligheidsregio IJsselland zich ontwikkeld tot een gezonde organisatie, ook bedrijfsmatig en financieel gezien. Er ontstaat steeds meer balans tussen de begroting en realisatie van de inkomsten en uitgaven. Op diverse momenten is taakstellend de begroting structureel bijgesteld bij de tussenstappen naar verdere objectivering van de verdeelsleutel.
In 2023 hebben we voor het eerst het punt bereikt dat er slechts een beperkt overschot op het jaarrekeningresultaat is gerealiseerd. Tegelijkertijd komen er diverse grote ontwikkelingen op ons af komende jaren, zoals de omgevingswet, vitaliteitsbeoordeling (in het kader van de aanwijzing vitale sector), toekomstbestendige brandweerorganisatie, informatiebeveiliging, versterking crisisbeheering. Hier staan voor een deel ook extra bijdragen van het rijk tegenover. Vooruitlopend op deze ontwikkelingen voeren we in de aanloop naar de begroting 2024 een analyse uit op het meerjarenperspectief om de toekomstige draagkracht van de begroting te kunnen beoordelen. De resultaten nemen we op in de begroting 2024. 6 Bijlage : Wat gebeurt er om ons heen: ontwikkelingen en trends voor 2024 De strategische beleidsagenda is gebaseerd op de ontwikkelingen en trends die we in onze omgeving zien. In deze bijlage zijn deze ontwikkelingen aangescherpt voor het jaar 2024. Deze vormende daarmee de basis voor de kaders uit deze kadernota. Deze bijlage biedt daarmee achtergrond bij die kaders. Voorziene en minder voorzienbare risico’s De risico’s uit ons risicoprofiel staan vast. We blijven ons daarop voorbereiden. Daarnaast beïnvloeden externe trends en ontwikkelingen onze voorbereiding en zorgen ze soms voor nieuwe risico’s en stapelbaarheid van risico’s.
Het is daarom van belang dat we continu en op een dynamische manier risico’s blijven monitoren. En daar waar nodig direct onze operationele voorbereiding aanpassen. Een continue risicosignalering en -monitoring wordt de werkwijze van onze veiligheidsregio. Dan kunnen we op basis van de meer voorspelbare, maar ook de minder voorspelbare en stapelbare risico’s sneller anticiperen. Dit doen we door onze eigen operationele voorbereiding aan te passen en door met het netwerk acties in te zetten. Daardoor kunnen we opkomende risico’s vroegtijdig signaleren en duiden om zo voorbereid te zijn op het onverwachte. Ook in situaties waarbij een opeenstapeling van risico’s leidt tot ongekende, grootschalige effecten. Daarbij spelen de onderliggende problemen in de samenleving mee, die maken of een risico ook leidt tot een crisis.
De voorziene risico’s, zoals beschreven in de beleidsagenda, zijn: - Ziektegolven - Klimaatverandering - Brand in dichte binnensteden - Verstoring nutsvoorzieningen - Paniek in menigten - Digitale ontwrichting - Energietransitie - Individualisering van de samenleving Landelijke ontwikkelingen op het gebied van crisisbeheersing en brandweerzorg Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg Hoe zorgen we dat de crisisbeheersing in Nederland toekomstbestendig blijft? De minister van Justitie en Veiligheid heeft in december 2022 de contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg, het Nationaal Handboek Crisisbeheersing en het kader modernisering staatsnoodrecht aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze plannen laten zien hoe partijen in het crisisdomein de komende jaren samenwerken. De afgelopen jaren is in Nederland veel ervaring opgedaan met complexe (crises)situaties, zoals covid-19, de opvang van ontheemde Oekraïners, of de natuurbrand in De Peel. Hierbij is veel goed gegaan, op alle niveaus. Maar de maatschappij verandert in hoog tempo. Hedendaagse crises zijn in toenemende mate complex en grensoverschrijdend. Dat vraagt om extra inspanning en versterking van ons stelsel. Dat tonen verschillende onderzoeken, evaluaties én ervaringen van de afgelopen jaren ook aan.
De commissie Muller evalueerde in 2020 de Wet veiligheidsregio’s en zegt hierover dat Nederland beter op de rampen en crises van de toekomst voorbereid moet zijn en dat een verbeterslag noodzakelijk is in de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en Rijk bij de aanpak van interregionale en (inter)nationale crises. 7 Daarom start in 2023, als uitwerking van de contourennota, een actie- en wetgevingsprogramma om de plannen en ambities te realiseren. Alle fases van de crisisbeheersing, van voorbereiding tot en met nafase, worden wettelijk verankerd. Zodat ons stelsel van crisisbeheersing en brandweerzorg goed voorbereid blijft op veranderingen en dreigingen in de toekomst. De contourennota schetst hoe de organisatiestructuur en samenwerking bij interregionale, nationale en internationale risico’s en crises worden versterkt. Het uitgangspunt is om als één overheid te opereren, ongeacht geografische of organisatorische grenzen en negatieve gevolgen van crises zoveel mogelijk te beperken. Daarom komt er één landelijk dekkend stelsel voor crisisbeheersing, met onder meer een knooppunt coördinatie tussen de Regio’s en het Rijk, het zogenoemde KCR2. De brandweer vormt een belangrijke spil in het stelsel van incidentbestrijding, rampenbestrijding en crisisbeheersing.
De brandweer van de toekomst moet zijn voorbereid op nieuwe (grote) incidenten met impact buiten de eigen veiligheidsregio. De overstromingen in Limburg en de ervaringen met recente natuurbranden laten het belang zien van een brandweer die over regiogrenzen heen opereert. Er wordt ingezet op een toekomstbestendige brandweer met voldoende capaciteit en slagkracht om naast kwalitatief hoogwaardige lokale en regionale basisbrandweerzorg het hoofd te bieden aan grootschalige en nieuwe incidenttypen. Met een goede wettelijke verankering. Daarbij wordt ook ingezet op structurele samenwerking met de andere crisispartners, zoals politie, waterschappen, Defensie, industriële brandweerkorpsen, de Reddingsbrigade Nederland en de milieu-ongevallendienst van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Structurele verhoging Rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Voor 2023 is een verhoging toegezegd. Vanaf 2024 komen aanvullende extra middelen beschikbaar. Met het oog op de benodigde flexibiliteit worden ten aanzien van de aanwending en verdeling van die extra aanvullende middelen uiterlijk 31 juli 2023 afspraken tussen de veiligheidsregio’s en het Ministerie van Justitie en Veiligheid gemaakt. Programma Versterking crisisbeheersing en brandweerzorg Het rapport Toekomstverkenning brandweer 2022-2030 is recent gepubliceerd.
De strategische thema’s die hierin worden benoemd: 1. Maatschappelijke opgave en breedte van de taakopvatting 2. Samenwerking, professioneel gezag en positie in de keten, netwerken en ecosystemen 3. Veerkracht, weerbaarheid, wendbaarheid, stimuleren en organiseren (intern & extern) 4. Kennis, innovatie, (datagedreven) technologie vanuit balans systeem- en leefwereld 5. Goed werkgeverschap, leiderschap, duurzaam en inclusief Ook het rapport Toekomstverkenning Crisisbeheersing is recent gepubliceerd. In die toekomstverkenning zijn de trends en samenlevingen uit de Toekomstverkenning Brandweer als vertrekpunt genomen. Daarna is, vanuit het perspectief van crisisbeheersing, een selectie van trends en ontwikkelingen gemaakt. Hierbij lag de focus op trends waarvan we verwachten dat zij grote impact op crisisbeheersing hebben. Dat resulteerde in vier overkoepelende trendthema’s: 1. Data en technologie 2. Sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen 3. Politiek en geopolitiek 4. Duurzaamheid en klimaat. 8 Beide rapporten zullen landelijk en regionaal als basis voor beleid gebruikt worden. Ambities Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) De RCDV gaat de komende jaren aan de slag met Drie Grote Werken: 1. Bovenregionale crisisbeheersing en daaraan gekoppelde informatievoorziening 2. Het onderwijsstelsel 3.
Toekomst brandweerzorg Met als satéprikker erdoorheen goed werkgeverschap. Deze ambities sluiten aan bij de thema’s uit de beleidsagenda van Veiligheidsregio IJsselland. Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk (KCR2) Er is – in opdracht van de RCDV en het Ministerie van J&V – uiteengezet hoe we naar dit knooppunt moeten komen en wat het gezamenlijk belang is. KCR2 is een op te richten platform – een ‘spin in het web’ – met als doel meer regie en coördinatie te realiseren, met name op het gebied van informatievoorziening en informatie-uitwisseling bij crises en rampen. Dit gebeurt zowel in de koude, lauwe en warme setting. Het gaat om een samenwerking van regio’s en met het Rijk. De RCDV (Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio) adviseert alle regio’s in hun toekomstige begroting hier rekening mee te houden. Samenwerking Oost-Nederland Vanaf maart 2023 kennen we een gemeenschappelijke meldkamer voor Oost-Nederland. Deze samengevoegde meldkamer is een katalysator voor de verdergaande samenwerking van de vijf betrokken regio’s, voor zowel brandweerzorg als crisisbestrijding. NOOVA Er komt een nieuw missie kritisch breedband communicatiesysteem voor de hulpdiensten. Dit nieuwe communicatiesysteem met als werktitel NOOVA (Nationale Openbare Orde en Veiligheidsarchitectuur) gaat op termijn het huidige C2000 vervangen, inclusief de alarmering en objectcommunicatie.
Naast spraak zijn er dan ook nieuwe data-opties mogelijk zoals sensoren, telemetrie en video. In 2024 moet de voorbereiding van plateau 1 (uit het programmaplan) gereed zijn. Dit betekent dat de basisvoorziening is gerealiseerd, ter vervanging van de huidige voorziening van de gebruikers. Tijdens latere stappen binnen het programma zal er meer duidelijkheid komen over de kosten en effecten voor de regio’s. Ontwikkelingen wetgeving Europese regelgeving vrijwilligheid brandweer (bouwsteen verplichtend karakter) Om vrijwilligheid binnen de brandweer te behouden en te voldoen aan de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese hof van Justitie, is het noodzakelijk een aantal veranderingen door te voeren. Concreet betekent dit dat vrijwilligers niet meer geconsigneerd of gekazerneerd mogen worden. Hiervoor is een landelijk implementatieplan opgesteld waarover op 23 januari 2023 een definitief besluit wordt genomen in aanwezigheid van beide opdrachtgevers (veiligheidsberaad en minister JenV). Rijksfinanciering is een harde voorwaarde om tot implementatie over te gaan. Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent dit dat oplossingen moeten komen voor de gekazerneerde vrijwilligers in Zwolle en de geconsigneerde vrijwilligers in Kampen, Steenwijk, Ommen, Oldemarkt en IJsselmuiden.
Implementatie van bouwsteen verplichtend karakter maakt onderdeel uit van het IJssellandse project doorontwikkeling uitrukorganisatie (zie hieronder). 9 Stelselherziening Omgevingsrecht De invoering van de nieuwe Omgevingswet is opnieuw uitgesteld, naar 1 juli 2023, waarbij verder uitstel niet uitgesloten wordt. Bevoegde gezagen en de partners bereiden gezamenlijk de implementatie voor. De implementatie en de uitvoering zal voor de veiligheidsregio leiden tot extra kosten. De hoogte van deze extra kosten worden op € 200.000 geschat. Deels bestaan deze kosten uit verhoogde personeelskosten. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid is bedoeld om overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De wet trad grotendeels in werking op 1 mei 2022. Hoofdonderdelen zijn: overheidsorganisaties moeten 1. bepaalde categorieën documenten actief openbaar maken 2. de eigen informatiehuishouding op orde brengen 3. documenten verstrekken op verzoek (passief openbaar maken) Op advies van een gezamenlijke projectgroep kozen GGD en VRIJ ervoor om voor deze hoofdonderdelen het wettelijk basisniveau aan te houden, zowel qua inhoud als qua planning.
Dat houdt in: het aansluiten op de wettelijke fasering van inwerking treden (actieve openbaarmaking), het gebruik van de komende centrale voorziening PLOOI en de vereisten en fasering voor de informatiehuishouding volgens het VNG-meerjarenplan. Elk jaar besteden we in de begroting aandacht aan de beleidsvoornemens voor uitvoering van de Woo. In de jaarstukken doen we verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Verruiming rol gemeenteraden bij gemeenschappelijke regelingen Belangrijk voor regering en wetgever is al sinds jaar en dag om de betrokkenheid van gemeenteraden bij het bestuur van intergemeentelijke samenwerkingsverband te verbeteren. Doel is om gemeenteraden meer handvatten te bieden om, ook aan de voorkant, meer invloed en controle uit te oefenen op de besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. Om dit doel te bereiken heeft de wetgever in 2021 een aantal wijzigingen aangebracht in de Wet gemeenschappelijke regelingen en in de Gemeentewet. Deze traden in werking op 1 juli 2022. De gemeenten en GR-besturen hebben 2 jaar gelegenheid (tot 1 juli 2024) om hun regeling aan te passen. Als veiligheidsregio trekken wij bij deze ontwikkelingen samen op met de andere gemeenschappelijke regelingen in IJsselland (GGD, Omgevingsdienst en RSJ).
Vanuit deze samenwerking participeren we in overleggen met en initiatieven van de raadsgriffiers om het proces naar voorkeuren en keuzes van de raden vorm en inhoud te geven. Dit proces begon eind 2022, moet in het voorjaar van 2023 tot uitkomsten leiden, die daarna verwerkt kunnen worden in voorstellen tot aanpassing van de bestaande gemeenschappelijke regelingen. De concept-regelingen moeten eind 2023 worden voorgelegd aan de gemeenteraden voor zienswijze en toestemming. Deze besluitvorming moet in het 2e kwartaal van 2024 worden afgerond om de gewijzigde regelingen, na bekendmaking, uiterlijk 1 juli 2024 in werking te laten treden. Informatieveiligheid Landelijke ontwikkelingen Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt (in opdracht van het Veiligheidsberaad) gewerkt aan het versterken van de cyberweerbaarheid van de veiligheidsregio’s en NIPV. Dit gebeurt op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid), de standaard die verplicht is voor overheidsorganisaties. Onderdeel daarvan is 10 het organiseren van de functies ‘monitoring van dreigingen en kwetsbaarheden’ (SOC, Security Operations Centre) en ‘incident response op digitale incidenten’ (CERT, Computer Emergency Response Team).
Na het uitwerken van mogelijke gezamenlijke scenario’s en het doorlopen van de benodigde besluitvorming, kan een gezamenlijke oplossing voor SOC en CERT als structurele oplossing worden ontwikkeld en geïmplementeerd. De verwachting is dat de collectieve oplossing nog tot 2024 of 2025 op zich laat wachten. Hetgeen betekent dat bij alle regio’s een korte termijn oplossing noodzakelijk is. De schattingen voor de jaarlijkse kosten per regio bij een collectieve SOC/CERT-oplossing, lopen uiteen van gemiddeld € 100.000 tot €300.000 per regio. Ook dat is afhankelijk van een aantal factoren, zoals omvang organisatie en de huidige staat van de cyberbeveiliging. Situatie in IJsselland In 2023 voldoet onze basisbeveiliging voor onze informatievoorziening minimaal aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) niveau 3 en maakt daarmee dan structureel onderdeel uit van onze processen. Dit niveau hebben de veiligheidsregio’s gezamenlijk landelijk afgesproken om als collectief een stevige stap voorwaarts te maken in de versterking van de cyberweerbaarheid van de eigen organisaties. In 2022 hebben we flinke inhaalslagen gemaakt (van niveau 0,9 naar 1,7). Het kabinet wil in 2022 de BIO in de volgende tranche van de Wet digitale overheid wettelijk verankeren.
Daarnaast zal de aanwijzing van veiligheidsregio’s als onderdeel van de vitale sector ook een verzwaring van veiligheidseisen (bovenop de BIO) met zich meebrengen. Vooralsnog hebben we geen zicht op de structurele kosten van informatiebeveiliging. We verwachten dat deze de komende jaren gezien bovenstaande ontwikkelingen zodanig gaan toenemen dat deze op termijn niet meer binnen de bestaande begroting zijn te financieren. Incidenteel is in 2022 € 300.000 geïnvesteerd in informatiebeveiliging en in 2023 zal incidenteel een soortgelijke investering nodig zijn om het BIO niveau verder te verhogen. Verwacht wordt dat dit ook structurele financiële effecten gaat krijgen. Ten tijde van deze kadernota zijn de exacte kosten voor 2024 nog niet concreet in te schatten. Specifiek IJssellandse ontwikkelingen Dekkingsplan en normtijden Eind 2022 is het nieuwe dekkingsplan vastgesteld. De nieuwe methode kijkt naast snelheid (de opkomsttijd) ook naar capaciteit, paraatheid en werkdruk. Daar waar de normtijden niet gehaald worden, zijn maatregelen vanuit risicobeheersing en (brand)veilig leven uitgewerkt, om de risico’s ten aanzien van brand te verkleinen bij deze aandachtsobjecten en -gebieden. Communicatie met inwoners, bedrijven en eigenaren van objecten in aandachtsgebieden, zal nader uitgewerkt worden in samenwerking met gemeenten.
In 2024 zal net als in 2023 op basis van het nieuwe dekkingsplan worden gerapporteerd over de prestaties en eventuele noodzakelijke bijstellingen. Het huidige dekkingsplan is gebaseerd op een nieuwe landelijke handreiking. Deze handreiking wordt de komende jaren steeds uitgebreid en aangepast aan de ontwikkelingen. Daarnaast zullen de aangepaste normtijden in 2023 of 2024 een wettelijke basis krijgen. Mogelijk leiden deze ontwikkelingen in 2024 tot een actualisatie van het IJssellandse dekkingsplan. Doorontwikkeling uitrukorganisatie Doelstelling van dit project is het doorontwikkelen van de uitrukorganisatie rekening houdend met de implementatie van bouwsteen verplichtend karakter (zie boven), de knelpunten in de paraatheid in met name Zwolle en Kampen en het verschil in roosterregels tussen Zwolle en Deventer. In 2023 start dit project waarbij nagedacht wordt over tijdelijke oplossingen in 11 Zwolle en Kampen, een voorstel wordt gedaan tot harmonisatie van de roosterregels en organisatiemodellen voor de toekomst worden uitgewerkt. De verwachting is dat in 2024 tussenoplossingen kunnen worden ingevoerd en verdere besluitvorming kan plaatsvinden over het (uitruk)organisatiemodel voor de toekomst.
Landelijke ontwikkelingen grootschalig en specialistisch optreden brandweer In lijn om specialistische taken landelijk te organiseren zal Deventer mogelijk in 2024 stoppen met haar regionale gaspakkentaak. Landelijk zijn er dan zes steunpunten van waaruit dergelijke teams worden geleverd. CO2-reductie/ duurzaamheid Klimaatverandering heeft overduidelijk nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Veiligheidsregio IJsselland wil een bijdrage leveren om deze negatieve effecten tegen te gaan. In 2022 is aan de hand van de methode van de CO2-prestatieladder berekend wat de CO2-uitstoot van de veiligheidsregio is. Die bleek in 2019 (het referentiejaar) 2.000 ton te zijn. De te nemen maatregelen, die moeten leiden tot een reductie van 50% in 2025, zijn vastgelegd in een Plan van Aanpak. De uitvoering van de maatregelen vindt plaats in 2023 t/m 2025. Het plan was zodanig ambitieus dat de veiligheidsregio gecertificeerd is op niveau 3 (van 5) van de CO2-prestatieladder. Eind 2022 is besloten dat we in 2024 door willen groeien naar niveau 4 op de CO2-prestatieladder. Of daar extra middelen voor nodig zijn, is nu nog niet bekend. De kosten zullen binnen de begroting worden opgevangen.