1.1 Rekenkamer - Definitief - Rapportage onderzoek leefbaarheid jongeren Enneus okt 2025
Tekst van het document
oktober 2025 REKENKAMERONDERZOEK Leefbaarheid en het voorzieningenniveau onder jongeren Rekenkamer Steenwijkerland Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 2 Inhoudsopgave 4.2.1 Gemeentelijk beleid 13 4.2.2 Doelgroepgerichte werkwijzen 16 4.2.3 Gebiedsgerichte werkwijzen 17 4.2.4 Concrete streefwaarden 18 Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 3 Introductie Aanleiding Landelijk krijgt het voorzieningenniveau in het landelijk gebied veel aandacht. Zo merkt de VNG 1 op dat de schaalvergroting van voorziening een trend is wanneer het gaat om de organisatie van voorzieningen in het landelijk gebied. Voorzieningen als bibliotheken, scholen, zorginstellingen, maar ook bushaltes verdwijnen uit de kleine(re) kernen en worden geconcentreerd in grotere kernen van het landelijk gebied. De afgelopen 50 jaar zijn veel dorpen op deze manier veranderd van autonoo m dorp met eigen voorzieningen naar woondorp met voorzieningen in de omgeving. Ontwikkelingen als schaalvergroting, efficiency, kostenbesparing en/of bezuinigingen, toegenomen mobiliteit en daarmee een vergrote actieradius spelen hierbij een rol. Ondanks het verdwijnen van voorzieningen lijkt de leefbaarheid in deze dorpen echter wel op peil te blijven.
De bovenstaande ontwikkeling was voor de rekenkamer van de gemeente Steenwijkerland de aanleiding om het een onderzoek naar het voorzieningenniveau en de leefbaarheid voor jongeren binnen de gemeente uit te voeren. Doelstelling De rekenkamer Steenwijkerland beoogt met dit onderzoek zicht te krijgen op de ervaren leefbaarheid onder en het voorzieningenniveau voor 16 -27 jarigen binnen de gemeente met als doel om concrete aanbevelingen ter vergroting van de leefbaarheid te formuleren. Vraagstelling De volgende vraag heeft in dit onderzoek centraal gestaan: 1 Nieuwenhuizen et al. (2015), ‘Ruimte voor de toekomst in het landelijk gebied’, Alterra (in opdracht van VNG) Hoe wordt de leefbaarheid en het voorzieningenniveau ervaren bij de inwoners in de leeftijdsgroep tussen 16-27 jaar? Wat wordt er (eventueel) gemist en welke rol kan en wil deze leeftijdsgroep zelf vervullen ten behoeve van de leefbaarheid in hun buurt of wijk. Hoe kan de gemeente hieraan bijdragen? Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden kernbegrippen uit dit onderzoek, zoals ‘leefbaarheid’ bepaald. Hoofdstuk 3 bevat een schets van de gemeentelijke context, waarin data over (jongeren in) de gemeente Steenwijkerland worden weergegeven en waar mogelijk worden vergeleken met, bijvoorbeeld, landelijke data.
Hoofdstuk 4 bevat een uiteenzetting van landelijk en gemeentelijk beleid voor de doelgroep. Hoofdstukken 5, 6 en 7 bevatten respectievelijk de resultaten van dataverzameling onder jongeren (via een enquête), de gemeente lijke organisatie (interviews met beleidsmedewerkers en de portefeuillehouder) en maatschappelijke organisaties (interview met Sociaal Werk de Kop en CultuurKlik). Tot slot is in Bijlage 1 de onderzoeksopzet weergegeven en wordt in Bijlage 2 de verschillende leeftijdscategorieën binnen de doelgroep van dit onderzoek uiteengezet . Begrippenkader PO Passend Onderwijs RMC Regionale Meld en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten Vve Voor en vroegschoolse educatie WEB Wet educatie en beroepsonderwijs WEC Wet op de Expertisecentra Wlz Wet langdurige zorg Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wpg Wet publieke gezondheid WPO Wet op het Primair Onderwijs WVO Wet op het Voortgezet Onderwijs WHO Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek WOW Wijzigingswet Onderwijswetten WSHO Wet studievoorschot hoger onderwijs Wet stufi Wet studiefinanciering Zvw Zorgverzekeringswet Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 5 Begripsbepaling In de onderstaande tekst wordt leefbaarheid geduid als de mate waarin de directe leefomgeving aansluit bij de wensen van jongeren, met nadruk op de fysieke omgeving en het
voorzieningenniveau. Hiermee wordt een helder kader geboden waarbinnen de onderzoeksresultaten kunnen worden geïnterpreteerd. In dit onderzoek staat de leefbaarheid centraal, waarbij het begrip leefbaarheid is gedefinieerd op basis van de definitie van Leidelmeijer en van Kamp (2003)2: ‘leefbaarheid is de mate waarin de directe leefomgeving aansluit bij de eisen en wensen die er door jongeren aan worden gesteld’. De directe leefomgeving kent objectieve kenmerken, zoals de woningvoorraad of voorzieningengraad, maar ieder individu heeft hierbij een eigen waarneming, beoordeling en waardering. Dit kan betrekking hebben op de fysieke omgeving (natuur, gebouwen en voorz ieningen), de sociale omgeving (bewoners en hun interactie) en mogelijke bronnen van verstoring (criminaliteit, overlast, veiligheid)3. Binnen dit onderzoek wordt, zoals volgt uit de gehanteerde definitie van leefbaarheid, met leefbaarheid gedoeld op hoe leefbaar jongeren hun directe leefomgeving binnen de gemeente Steenwijkerland vinden, waarbij de fysieke omgeving (waaronder bijvoorbeeld de voorzieningengraad en mobiliteit vallen) centraal staat. Daarmee wordt de voorzieningengraad dus onderdeel van het containerbegrip leefbaarheid. De sociale leefomgeving en bronnen van verstoring blijven daarbij buiten beschouwing.
Bij maatschappelijke voorzieningen gaat het om organisaties en hun aanbod aan diensten en activiteiten die inspelen op een maatschappelijke behoefte. Dit gaat om voorzieningen die niet vanzelfsprekend door de markt worden gerealiseerd en doorgaans geen win stoogmerk hebben. Bijvoorbeeld ten behoeve van sport, cultuur, zorg, mobiliteit, onderwijs en welzijn. Concreet vallen deze organisaties volgens de onderzoekers binnen drie categorieën, namelijk organisaties en verenigingen binnen sport en cultuur, organis aties binnen welzijn en zorg en een afvaardiging van het bedrijfsleven (bijvoorbeeld ondernemersverenigingen). 2 https://www.rivm.nl/publicaties/kwaliteit-van-leefomgeving-en-leefbaarheid-naar-begrippenkader-en-conceptuele 3 Ministerie van VROM, 2004 Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 6 Gemeentelijke context In dit hoofdstuk wordt de context geschetst waarin jongeren in Steenwijkerland opgroeien en wonen. De gemeente kent een stabiel aandeel jongvolwassenen, maar hun aanwezigheid verschilt sterk per kern en gaat samen met uiteenlopende sociaaleconomische omsta ndigheden. Steenwijkerland is weinig stedelijk, waardoor voorzieningen minder nabij zijn en jongeren vaak grotere afstanden moeten afleggen voor onderwijs, zorg, sport of cultuur.
Juist dit beperkte voorzieningenniveau blijkt een belangrijke factor die de ervaren leefbaarheid drukt, ondanks positieve scores op rust, veiligheid en sociale cohesie. Demografische data Verdeling naar leeftijd4 Op 1 januari 2024 telde de gemeente Steenwijkerland 45.472 inwoners, waarvan 6.005 inwoners (13,2%) tussen de 16 en 27 jaar oud. Ter vergelijking: in 2010 waren er 5.577 van de 43.208 inwoners tussen 16-27 jaar oud (12,9%). Het aantal jongvolwassenen is de afgelopen jaren dus licht toegenomen (in 2015: 5.445 (12,3%); in 2020: 5.915 (13,4%)). Het CBS heeft geen specifieke prognoses beschikbaar voor deze leeftijdsgroep in Steenwijkerland, dus toekomstige ontwikkelingen zijn onzeker. Op wijkniveau zijn geen exacte cijfers per éénjarige leeftijd beschikbaar. Wel kunnen we de leeftijdsgroepen 15 - 24 jaar en 25-44 jaar bekijken om een indruk te krijgen van de spreiding van jongeren over de gemeente. Hieruit blijkt dat er in sommige kernen relatief veel jongeren wonen, terwijl er in andere kernen nauwelijks jongeren wonen. Zo woont in Marijenkampen en Basse een relatief hoog percentage jongeren van 15 -24 jaar : respectievelijk ca. 20,6% en 17,0% van de inwoners is 15-24 jaar, tegenover gemiddeld 11,4% in Steenwijkerland en 12,3% landelijk. In Kalenberg en Witte Paarden is dat aandeel juist zeer laag (6,5%), en in IJsselham is het zelfs rond 5,9%.
Verdichtingsgraad en stedelijkheid5 Steenwijkerland is een plattelands gemeente met een lage bebouwingsdichtheid. Alle gangbare verdichtingsmaten (bevolkingsdichtheid6, adressen per km² en personenauto’s per km²) liggen in deze gemeente aanzienlijk lager dan het landelijke gemiddelde. Dit duidt op een geringere concentratie van menselijke activiteit en daarmee een lagere stedelijkheidsgraad. Volgens de CBS -classificatie valt Steenwijkerland dan ook in de categorie “weinig stedelijk”. Een lagere concentratie van bewoners en adressen betekent doorgaans ook minder infrastructuur en voorzieningen in de directe nabijheid. Waar hoog -stedelijke gebieden vaak profiteren van een grote dichtheid aan winkels, scholen, werkgelegenheid en andere faciliteiten, heeft een meer landelijke gemeente per definitie een beperktere voorzieningendichtheid en moeten inwoners vaker grotere afstanden afleggen voor dagelijkse activiteiten7,8. Sociaaleconomische kenmerken Er bestaat een duidelijke samenhang tussen sociaaleconomische kenmerken van de bevolking en de ervaren leefbaarheid. Over het algemeen geldt dat kernen met een hogere socio-economische status (SES) ook positiever worden beoordeeld qua leefbaarheid.
Factoren als hoger inkomen, een hoge arbeidsparticipatie, een groot 4 Bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/03759ned/table?dl=39E0B 5 Bron: Allecijfers: https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/ 6 De bevolkingsdichtheid is uitgedrukt als het aantal inwoners per vierkante kilometer (km²) binnen een gebied, de adressendichtheid is het gemiddelde aantal adressen per vierkante kilometer binnen een cirkel met een straal van één kilometer en de autodichtheid is het aantal personenauto's per km² land. 7 Bron: de Graaff en Raspe voor Planbureau voor de Leefomgeving, working paper ‘Consumer city or production city? Market areas and density effects in the Netherlands’: https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/PBL_2013_Consumer-city-or-production-city-market- areas-and-density-effects-in-the-Netherlands_0.pdf 8 Bron: Tillema, Jorritsma en Harms voor Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), ‘Bevolkingsdaling en de effecten op de bereikbaarheid en de mobiliteit in Nederland’: https://www.kimnet.nl/documenten/2019/01/28/bevolkingsdaling-en-de-effecten-op-de- bereikbaarheid-en-de-mobiliteit-in-nederland Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 7 aandeel hoger opgeleiden en veel eigenwoningbezit gaan vaak samen met een hogere tevredenheid over de leefomgeving9.
Deze factoren geven mensen meer middelen, mogelijkheden en motivatie om in een prettige omgeving te wonen en om bij te dragen aan het verbeteren van hun buurt. In Steenwijkerland zijn er duidelijke verschillen tussen kernen in sociaaleconomische positie10. Uit gegevens blijkt dat met name de kernen Steenwijk, De Bult, De Pol en Steenwijkerwold relatief veel inwoners met een laag inkomen kennen. Deze kernen hebben ook een hoger aandeel inwoners met een laag opleidingsniveau en een groter percentage inwoners dat de afgelopen jaren niet voortdurend aan het werk was. Dit vertaalt zich in een lagere SES voor deze kernen. In contrast daarmee kennen enkele kleinere kernen juist een wat hogere SES (bijvoorbeeld wordt in de data Blankenham opvallend hoog gekwalificeerd qua SES), maar over het algemeen kan gesteld worden dat sociaaleconomische problematiek zich concentreert in bovengenoemde kernen. Relatief veel jongeren in Steenwijkerland hebben betaald werk 11. In 2023 had in de gemeente 77,0% van de 15 - 27-jarigen betaald werk, ten opzichte van 72,7% landelijk. Het aandeel jongeren dat een uitkering voor sociale zekerheid ontving was met 4,9% iets hoger dan landelijk (4,3%). Dit suggereert dat het merendeel van d e jongvolwassenen in Steenwijkerland economisch actief is, al zijn er ook iets meer jongeren afhankelijk van een uitkering vergeleken met het landelijk gemiddelde.
Data omtrent leefbaarheid Algemene indruk leefbaarheid12 Een algemene indruk van de leefbaarheid in Steenwijkerland wordt gegeven door de Leefbaarometer , een instrument dat de leefbaarheid in gemeenten ten opzichte van het landelijke gemiddelde becijfert aan de hand van een groot aantal dimensies van de woonomgeving . Voorbeelden van deze dimensies zijn woningvoorraad, voorzieningen, sociale omgeving, overlast en veiligheid. Op basis van de meest recente meting (2022) is de totaalscore voor de gemeente Steenwijkerland gekwalificeerd als “Goed”. Dit betekent dat de leefbaarheid gemiddeld hoger is dan in Nederland als geheel. Ten opzichte van eerdere jaren (2018, 2020) zijn er nauwelijks veranderingen in deze score zichtbaar. Binnen de gemeente zijn er wel verschillen per wijk in de leefbaarheid. Vrijwel alle kernen in Steenwijkerland scoren op de Leefbaarometer ten minste ruim voldoende of goed; enkele kleinere kernen steken er zelfs bovenuit. Zo krijgen onder andere Kalenberg, Wetering, Paasloo, Basse, Marijenkampen, De Bult en Belt - Schutsloot een beoordeling “Uitstekend” (beduidend boven het gemeentelijk gemiddelde). Kuinre komt relatief gezien het laagst uit de bus met een score die neerkomt op “Ruim voldoende” – nog steeds positief, maar achterblijvend bij de rest van de gemeente.
9 Bron: Leefbaarometer: https://leefbaarometer.nl/resources/rapportage+instrumentontwikkeling+Leefbaarometer+1.0.pdf 10 Bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85900NED/table?ts=1723467415939 11 Bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85820NED/table?ts=1723014941914 12 Bron: Leefbaarometer: https://www.leefbaarometer.nl/kaart/#kaart
Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 8 Opvallend is dat alle kernen in Steenwijkerland negatief scoren op de dimensie Voorzieningen ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Met andere woorden: zelfs de hoogst scorende dorpen op de Leefbaarometer hebben minder voorzieningen nabij dan vergelijkbare gebieden elders in Nederland, al wordt dit in die dorpen blijkbaar gecompenseerd door andere factoren die de leefbaarheid hoog houden. Voorzieningenniveau13 Het voorzieningenniveau is een belangrijke indicator voor de leefbaarheid in een gebied, omdat het direct van invloed is op het gemak, het comfort en het welzijn van inwoners. Een hogere voorzieningengraad betekent dat mensen in hun directe leefomgeving gemakkelijker in ba sis- en vrijetijdsbehoeften kunnen voorzien. Dit raakt aan meerdere aspecten: de beschikbaarheid van voorzieningen bepaalt in hoeverre inwoners aan hun basisbehoeften kunnen voldoen, hoe verbonden en veilig ze zich voelen in hun gemeenscha p (sociale cohesie) en welke kansen voor economische en sociale ontwikkeling er zijn (bijv. lokaal beschikbare werkgelegenheid) 14. Een hoog voorzieningenniveau draagt bij aan een positieve beleving van de woonomgeving en verhoogt de algehele kwaliteit van leven.
Voor jongeren van 16-27 jaar zijn diverse soorten voorzieningen van belang – denk aan sport - en cultuurfaciliteiten, zorg - en welzijnsvoorzieningen, voortgezet onderwijs en commerciële voorzieningen zoals winkels en horeca. Uit de Leefbaarometer blijkt dat met name de dimensie “Voorzieningen” een negatieve bijdrage levert aan de leefbaarheid in Steenwijkerland. Met andere woo rden: op het aspect beschikbaarheid en nabijheid van faciliteiten scoort Steenwijkerland duidelijk onder het landelijk gemiddelde, wat de totale leefbaarheid drukt. Dimensies als fysieke omgeving, sociale cohesie en veiligheid scoren in Steenwijkerland juist gemiddeld of positief, maar tellen in het model iets minder zwaar mee. Hieronder wordt voor relevante categorieën kort geschetst in hoeverre Steenwijkerland op deze punten is voorzien in vergelijking met het landelijke beeld. Sport en cultuur15 Inwoners van Steenwijkerland moeten gemiddeld verder reizen voor verschillende sport - en cultuurvoorzieningen dan inwoners elders in Nederland. De gemiddelde afstand tot veelvoorkomende sportfaciliteiten (zoals sportvelden, zwembaden e.d.) is iets groter d an het landelijk gemiddelde.
Vooral de toegang tot meer bijzondere cultuurvoorzieningen is beperkt: zo is de afstand tot de dichtstbijzijnde musea, theaters/poppodia en podia voor podiumkunsten in Steenwijkerland significant groter dan gemiddeld in Nederland. Ook bevinden zich binnen redelijke afstand veel minder van zulke voorzieningen dan in een gemiddelde Nederlandse gemeente. Deze lagere dichtheid aan sport - en cultuurvoorzieningen kan betekenen dat inwoners minder mogelijkheden dichtbij huis hebben om deel te nemen aan sportieve en culturele activiteiten. Voor jongeren kan dit een drempel opwerpen om bijvoorbeeld naar een poppodium, bioscoop, museum of sportactiviteiten te gaan, aangezien dit vaak gepaard gaat met extra reistijd of -kosten. Zorg en welzijn16 Ook op het gebied van zorg - en welzijnsvoorzieningen is de nabijheid beperkter. Inwoners van Steenwijkerland moeten verder reizen naar basiszorg zoals huisartsenpraktijken en apotheken, en vooral de afstand tot een ziekenhuis of specialistische medische zo rg is aanzienlijk groter dan gemiddeld. Bovendien bevinden zich in de directe omgeving veel minder alternatieve zorgaanbieders, waardoor er minder keuzevrijheid is dichtbij huis. Deze beperkte toegang kan de gezondheid en het welzijn van inwoners negatief beïnvloeden, doordat het moeilijker en tijdrovender is om medische zorg te krijgen.
Voor jongeren betekent dit bijvoorbeeld dat specifiekere/meer specialistische zorg en hulpverlening meestal buiten de gemeente gezocht moet worden. 13 Bron: Leefbaarometer: https://www.leefbaarometer.nl/kaart/#kaart 14 Been, L. (2011) Werk aan de winkel. Master’s thesis faculteit ruimtelijke wetenschappen RUG. 15 Bronnen: Allecijfers (https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/, https://allecijfers.nl/nederland/) en CBS (https://www.cbs.nl/nl- nl/cijfers/detail/85560NED) 16 Bronnen: Allecijfers (https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/, https://allecijfers.nl/nederland/) en CBS (https://www.cbs.nl/nl- nl/cijfers/detail/85560NED) Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 9 Voortgezet onderwijs17 Jongeren in Steenwijkerland hebben te maken met grotere reisafstanden als het gaat om voortgezet onderwijs. De gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde middelbare school , met name voor HAVO/VWO , is in Steenwijkerland aanzienlijk groter vergeleken met het landelijk gemiddelde. Bovendien is het aantal middelbare scholen binnen een straal van bijvoorbeeld 5 of 10 km veel lager in Steenwijkerland dan elders. Dit wijst op een beperktere beschikbaarheid van onderwijsopties in de buurt.
Leerlingen uit de gemeent e hebben minder keuze en moeten vaker langer reizen om naar school te gaan, wat een negatieve invloed kan hebben op de toegankelijkheid van onderwijs. Naast het voortgezet onderwijs ter plekke speelt ook vervolgonderwijs een rol in de leefbaarheid voor jongvolwassenen. Uit cijfers over het schooljaar 2022-2023 blijkt dat in Steenwijkerland relatief meer leerlingen een MBO-opleiding volgen dan gemiddeld in Nederland, terwijl het aandeel studenten dat HBO of WO volgt juist relatief lager ligt. Een belangrijke verklaring hiervoor is de geografische ligging: de dichtstbijzijnde hogeschool (HBO-instelling) bevindt zich in Zwolle (ca. 30 km afstand) en de dicht stbijzijnde universiteit in Enschede (ca. 70 km afstand). Dit betekent dat jongeren uit Steenwijkerland voor hoger onderwijs vaak de gemeente moeten verlaten, wat bijdraagt aan een uitstroom van jongere inwoners die elders gaan studeren. Deze scholieren en studenten komen mogelijk minder vaak terug of vestigen zich elders na afronding van hun studie, wat weer van invloed kan zijn op de leeftijdsopbouw en het voorzieningenniveau in de gemeente. Commerciële voorzieningen (winkels en horeca) 18 Inwoners van Steenwijkerland hebben minder toegang tot diverse commerciële voorzieningen vergeleken met de gemiddelde Nederlander.
Gemiddeld moet men in Steenwijkerland langer rijden voor een grote supermarkt of een winkel voor dagelijkse boodschappen, en h etzelfde geldt voor bijvoorbeeld warenhuizen, cafés en restaurants. Ook het aanbod binnen de gemeentegrenzen is beperkter: er bevinden zich veel minder van zulke voorzieningen binnen enkele kilometers afstand dan in een vergelijkbaar gebied landelijk. Concreet: waar iemand in Nederland doorgaans meerdere supermarkten, winkels en horeca binnen een straal van 1 –3 km heeft, moet een inwoner van Steenwijkerland het vaak met één of geen in die nabijheid stellen. Deze lagere voorzieningsdichtheid kan wijzen op een beperkte beschikbaarheid van basisvoorzieningen en vrijetijdsbesteding voor inwoners. Voor jongeren kan dit betekenen dat zij voor winkelen of uitgaan zijn aangewezen op de grotere kernen in de regio of op steden buiten de gemeente. Woningvoorraad19 In 2023 telde de gemeente Steenwijkerland 20.469 woningen. Opvallend is dat het aandeel koopwoningen in de gemeente iets hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Met andere woorden: relatief veel inwoners wonen in een eigen woning (in plaats van huur). Eigen woningbezit levert een positieve bijdrage aan de betrokkenheid van mensen bij hun woonomgeving20.
Een mogelijke verklaring is dat huiseigenaren door het economisch belang van hun woning meer geneigd zijn zorg te dragen voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast hebben mensen die ervoor kiezen om ergens een huis te kopen vaak een bewustere band met de woonplaats en voelen zij zich sterker aan de omgeving gebonden. Een hoger aandeel koopwoningen in een gebied kan dus gezien worden als een relevante omgevingsconditie die bijdraagt aan de (beleefde) kwaliteit van de leefomgeving. Tegelijk kan een hoog koopwoning aandeel ook samenhangen met minder verhuismobiliteit en vergrijzing, maar in Steenwijkerland lijkt het vooral een indicatie van een hechte, stabiele woonomgeving.
17 Bronnen: Allecijfers (https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/, https://allecijfers.nl/nederland/) en CBS (https://www.cbs.nl/nl- nl/cijfers/detail/85560NED, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/71450ned/table?fromstatweb) 18 Bronnen: Allecijfers (https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/, https://allecijfers.nl/nederland/) en CBS (https://www.cbs.nl/nl- nl/cijfers/detail/85560NED) 19 Bronnen: Allecijfers (https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/, https://allecijfers.nl/nederland/) en CBS (https://www.cbs.nl/nl- nl/cijfers/detail/85560NED) 20 https://leefbaarometer.nl/resources/rapportage+instrumentontwikkeling+Leefbaarometer+1.0.pdf Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 10 Voorzieningenniveau: mobiliteit21 Wat betreft bereikbaarheid en mobiliteit heeft Steenwijkerland enkele sterke én zwakke punten. Inwoners van de gemeente hebben relatief snelle toegang tot een hoofdverkeersweg (autoweg/snelweg): de gemiddelde afstand tot de dichtstbijzijnde oprit van een hoofdweg is zo’n 1,4 km, tegenover 1,9 km gemiddeld in Nederland. Dit is gunstig voor gemotoriseerd verkeer en betekent een goede regionale ontsluiting, wat ook bijdraagt aan de bereikbaarheid van banen en voorzieningen per auto. Daar staat echter tegenover dat de afstand tot openbaarvervoersknooppunten groter is.
De gemiddelde afstand tot het dichtstbijzijnde treinstation bedraagt in Steenwijkerland ongeveer 7,5 km (landelijk gemiddelde: 5,3 km) en tot een belangrijk overstapstation zelfs 17,4 km (landelijk: 10,8 km). Dit betekent dat Steenwijkerland op het gebied van OV -bereikbaarheid minder goed bedeeld is: veel inwoners moeten een flink eind reizen om op het spoorwegnet te komen. De mobiliteit in de gemeente leunt daarmee in de praktijk sterker op autogebruik. Voor jongeren zonder eigen auto of rijbewijs kan dit een uitdaging vormen: zij zijn voor vervoer al gauw afhankelijk van anderen of van beperkte OV-verbindingen, hetgeen de toegang tot scholen, werk en voorzieningen bemoeilijkt als die verder weg lig gen. 21 Bronnen: Allecijfers (https://allecijfers.nl/gemeente/steenwijkerland/, https://allecijfers.nl/nederland/) en CBS (https://www.cbs.nl/nl- nl/cijfers/detail/85560NED) Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 11 Wettelijke en beleidskaders In dit hoofdstuk worden de wettelijke kaders en beleidslijnen besproken die richting geven aan de leefbaarheid en het voorzieningenniveau voor jongeren in Steenwijkerland. Landelijke wetgeving richt zich vooral op kwetsbare jongeren, waardoor een integraal kader voor de gehele groep 16-27 jaar ontbreekt.
Regionaal sluit de gemeente aan bij de Regio Deal Zwolle, waar thema’s als woningbouw, arbeidsmarkt en voorzieningen aan bod komen, maar zonder een specifieke jongerenagenda. In het gemeentelijk beleid word en jongvolwassenen slechts incidenteel genoemd en blijven doelstellingen vaak algemeen, met uitzondering van de Woonagenda en het Sport & Beweegakkoord die wel concrete streefwaarden bieden. De aandacht voor jongeren is gefragmenteerd en varieert sterk in mate van concretisering en sturing. Daarnaast is er weliswaar veel nadruk op gebiedsgericht werken – passend bij de diversiteit van de kernen – maar de uitwerking hiervan verschilt aanzienlijk per beleidsdocument. Wettelijke kaders In dit kopje worden de wettelijke kaders uiteengezet waarbinnen de gemeente beleid dient te maken ten aanzien van het op peil houden en het versterken van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau voor de groep jongvolwassenen. Wettelijke en juridische bindende kaders zijn expliciet gericht op de meest kwetsbare groep jongvolwassenen: jongeren tussen de 16 en 27 jaar die niet in staat zijn zelfstandig en met steun van het eigen netwerk volwassen te worden. VNG meent dat de stap naar volwassenheid pas gemaakt is als de “Big 5” in orde is: er moet een stevige basis zijn op het gebied van wonen, studie/ werk, inkomen, welzijn en netwerksupport.
Met andere woorden, “volwassen worden” gaat om zelfstandig wonen, een studie afronden, eigen geld verdienen en zelfst andig, en/of met hulp van familie en vrienden, beslissingen nemen. Het is belangrijk aan te merken dat de kwetsbare groep binnen de leeftijdscategorie 16 -27 jaar een minderheid is. Volgens VNG schommelt het percentage in elke gemeente in Nederland rond de 15% (1 op de 6 à 7 jongeren)22. Als een jongere 18 jaar wordt verandert de “pedagogische en beschermende” omgeving van school en instanties van de Jeugdwet naar een vraaggerichte Wmo en de meer eisende stellen Participatiewet. Plotseling zit de jongere zelf aan het stuur en moet hij zijn eigen hulpvraag formuleren. Dit impliceert ook dat jongeren zelf verantwoordelijkheid nemen om eigen problemen op te lossen (naar VNG 2016: 4) 23. De kwetsbare groep jongvolwassenen ondervinden voornamelijk knelpunten in de overgang van de eerste naar de tweede leeftijdscategorie (van 18-min naar 18-plus). We benadrukken dat dit rekenkameronderzoek niet expliciet gaat over deze kwetsbare groep jong eren, maar zij maken vanzelfsprekend onderdeel uit van alle groep jongvolwassenen in de gemeente Steenwijkerland. Omdat zij problemen ondervinden op bovengenoemde leefdomeinen hebben zij andere behoeften dan jongvolwassenen die zonder ondersteuning vanuit de gemeente de stap naar volwassenheid maken.
We merken op dat de gemeente vanuit de wetten van het Sociaal Domein verplicht is jongeren en jongvolwassen te ondersteunen en een toereikend aanbod van basisvoorzieningen te waarborgen vanuit de Jeugdwet, Part icipatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. We benoemen slechts dat de gemeente een wettelijke verplichting heeft; of de gemeente hier ook daadwerkelijk aan voldoet valt buiten de scope van dit rekenkameronderzoek. De gemeentelijke zorg omtrent leefbaarheid voor jongvolwassenen in brede zin komt voort uit de uitdagingen waar het landelijke gebied in het algemeen en een plattelandsgemeente als Steenwijkerland in het bijzonder zich voor gesteld ziet. Het gaat hier om d e kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de eisen die deze leeftijdsgroep daaraan stelt. Het voorzieningenniveau (wij leggen in eerste instantie de nadruk op openbare maatschappelijke 22 Vereniging Nederlandse Gemeenten (2023): Versnellers op de Big 5: Een inspiratiegids voor een integrale aanpak. Den Haag: VNG- rapportage. 23 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2016): Van 18-min naar 18-plus. Handreiking voor gemeenten bij de overgang van jeugd naar volwassenheid. Rapportage i.s.m. het Nederlands Jeugd Instituut.
Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 12 voorzieningen, maar ook commerciële voorzieningen zoals horeca en winkels) is hierin cruciaal. Denk hierbij aan de nabijheid van huisvesting, onderwijs, zorg, en werkgelegenheid. Rijk, provinciën en waterschappen constateren dat e en effectieve aanpak op het gebied van leefbaarheid en “brede welvaart” al snel het gemeentelijke niveau overstijgt: “regionale krimpopgaven maken onderdeel uit van de gebiedsgerichte opgaven, waarop Regio en Rijk een ‘deal’ kunnen sluiten.” 24. Deze gebiedsgerichte benadering is uitgemond in de zogeheten Regio Deals. Kortgezegd werken in de Regio Deals het Rijk en de regio samen aan een betere woon-, werk- en leefomgeving voor bewoners en ondernemers in de regio. De gemeente Steenwijkerland maakt onderdeel uit van de netwerksamenwerking Regio Zwolle (subgroep Overijsselse gemeenten). In haar Coalitieakkoord 2023-2026 (p. 13) constateert de gemeente dat de Regio Deal Zwolle het “juiste schaalniveau” is om deze uitdagingen aan te pakken. In de Programmabegroting 2025-2028 (p.
15) heeft de gemeente Steenwijkerland een nieuw doel opgenomen – onder het bestuursprogramma Werk en economie – “Samenwerken aan brede welvaart in de regio Zwolle”, waarin uitvoering wordt gegeven aan gehonoreerde projecten vanuit de Regio Deal, maar ook de belangen van de gemeente worden behartigd. Recent hebben de samenwerkingspartners een ‘Strategische Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024-2028’25 opgesteld. De investeringen richten zich op ‘toekomstbepalende bedrijven’, ‘de vitaliteit van kernen en een gezonde woon-, werk- en leefomgeving’ en ‘een natuurinclusieve en klimaatadaptieve regio’. Hoewel er aandacht is voor thema's zoals vergrijzing, ontgroening en een dalend voorzieningenniveau, wordt er geen specifiek beleid gemaakt voor de leeftijdsgroep van 16 tot 27 jaar. Echter deze groep wordt wel in verband gebracht met het leefbaarheidsvraagstuk en het aanbod van maatschappelijke en commerciële voorzieninge n, zo staat de volgende tekst in de ‘Propositie Regio Deal Zwolle 2024-2027’: “Vergrijzing (…) versobert het sportieve en culturele verenigingsleven in de dorpen en verschraalt het voorzieningenniveau. Onderzoek laat zien dat het voorzieningenniveau in de regio – met name de afstand tot onderwijs, horeca, cultuur, winkels, zorg en werk – een negatief effect op de leefbaarheid heeft.
Bewoners in kleinere kernen zijn voor hun voorzieningen en vrijetijdsbesteding steeds vaker op de stad aangewezen. Vooral jong eren trekken naar de stad, terwijl zij van cruciaal belang zijn voor de leefbaarheid in de kleinere dorpen en kernen en de belangrijkste doelgroep vormen om als talent te behouden voor banen in de regio. Daardoor raakt de balans tussen stedelijk en landeli jk gebied verder uit evenwicht.” Programmapunten uit de Meerjarige Agenda die betrekking hebben op de leefbaarheid voor jongeren zijn: Programmapunt 3 Versterken en uitbreiden arbeidsmarktinfrastructuur (p. 26) : Talenten binden en boeien Actief opzetten en inzetten van het arbeidsmarktecosysteem voor jongeren tot 27 jaar met als doel iedere jongere te voorzien van een overstap naar werk. Realiseren van voldoende stages en leerbanen (werkgarantie), startbanen en onderzoeksopdrachten. Dit is een inspanningsverplichting van alle partners. Iedere student heeft daarbij de mogelijkheid op een werkgarantie in Regio Zwolle Strategische Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024- 2028, p. 27. Stimuleren van talentontwikkeling en talentbehoud in de regio, door gericht de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven te faciliteren en hen uit te dagen de transitieopgaven te koppelen aan het opleiden van nieuwe studenten.
Idem Actieve betrokkenheid realiseren in het ontwikkelen van een uitvoeringsstrategie voor de gewenste groei van in ieder geval 50.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen (doelstelling NOVEX-gebied) in tijden van arbeidsmarkttekorten. Hierin horen vraagstukken als huisvestiging, mobiliteitsstrategie, bereikbaarheid OV, werklocaties en voorzieningen in thuis. Idem 24 Bron: Programmastart Interbestuurlijk Programma, februari 2018, p. 32. 25 Naast de gemeente Steenwijkerland maken nog 21 gemeenten onderdeel uit van de netwerksamenwerking, onder meer 4 provincies (Overijssel, Flevoland, Gelderland en Drenthe), UWV Werkbedrijf, MKB Nederland Regio Zwolle, VNO-NCW Regio Zwolle, ondernemersplatforms- en bedrijfskringen, ZP Netwerk Regio Zwolle, FNV, CNV, onderwijsinstellingen, SBB en verscheidene sector- en brancheorganisaties. Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 13 Woningopgave deelgebied Overijsselse gemeenten (binnen Regio Zwolle): We willen vitaal leefbare kernen op het platteland waarbij vraag en het aanbod voor wonen in balans zijn. Zodat bijvoorbeeld jongeren hier straks ook een huis kunnen kopen of huren en niet noodgedwongen naar een andere regio trekken. Strategische Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024- 2028, p.
10 Woningmarkt De woningbouwopgave komt grotendeels ook voort uit de huishoudensverdunning: met name ouderen en jongeren hebben behoefte aan een één- of tweepersoonswoning, waarvoor gebouwd moet worden. Strategische Meerjarige Agenda Regio Zwolle 2024- 2028, p. 32 Gemeentelijk beleid 4.2.1 Gemeentelijk beleid In het Coalitieakkoord 2023-2026 worden jongeren op sommige plaatsen als aandachtspunt genoemd. Dit zien we terug bij de opgaven en bijbehorende actiepunten die bijdragen aan een leefbare woonomgeving, zoals bij woningbouw, werk en economie, vitaal platteland en leefbare steden en kernen 26. Echter, het betreft hier om een niet nader gedefinieerde groep jongeren, zonder dat expliciet wordt gemaakt, noch in het Coalitieakkoord, nog in de door de gemeente aangeleverde Programmabegrotingen, om welke leeftijdsgroep het exact gaat. Voor de onderzoekers is het dus niet te beoordelen of de gemeente beleid heeft opgesteld voor het versterken van de leefbaarheid en het voorzieningenniveau voor de groep jongvolwassenen tussen de 16 en 27 jaar. Desalniettemin onderscheiden we vijf opgaven zoals genoemd in het Coalitieakkoord 2023-2026 die relevant zijn voor onze doelgroep. Deze opgaven zijn vertaald in de recente programmabegrotingen naar bestuursprogramma’s. Aan de verschillende bestuursprogramma’s zijn doelen, beoogde resultaten, acties en begrote kosten gekoppeld.
In de tabel hieronder worden deze schematisch weergegeven. Bestuursprogramma Doelen Opmerkingen Woningbouw: Prioriteit geven we aan het bouwen voor de lokale behoefte: inwoners (zeker jongeren) die een sociaaleconomische binding met onze gemeente hebben. Ruim 1.700 woningen willen we bouwen in de periode tot 2031, zoals afgesproken in de woonagenda. Bron: Coalitieakkoord 2023- 2026 + Voldoende woningen voor onze inwoners. + Voldoende passende en betaalbare woningen + Faciliteren van eigen inwoners initiatieven in de kernen. Bron: Programmabegroting 2024-2027. Ondanks het feit dat jongvolwassenen niet als specifieke doelgroep worden genoemd in de gemeentelijke beleidsdocumentatie, is het evident dat het realiseren van passende en betaalbare woningen hen, als starters op de woningmarkt, wel ten goede komt. 30% van de nieuwbouwwoningen zou sociale huur en/of een koopwoning moeten zijn, blijkt uit de Programmabegroting. Uit in 2021 uitgevoerd onderzoek naar de woningbehoefte onder inwoners per kern in de gemeente blijkt dat in de kleinere kernen vooral een koopbehoefte is. De vraag naar sociale en vrije sector huur is beperkt in de gemeente, en concentreert zich vooral in Steenwijk. 26 De opgave en het bestuursprogramma Samenredzaam gaat om beleid t.a.v.
kwetsbare jeugdigen en jongeren, bijv: “alle jeugdigen kunnen veilig thuis opgroeien (nul uithuisplaatsingen als morele doelstelling)”. Dit gaat echter meer om kinderen, jeugdhulpverlening, etc. dan om de groep jongvolwassenen. Besloten is om dit beleidsterrein niet mee te nemen in de beantwoording van deze deelvraag. Goed om te weten dat op het gebied van jeugdhulp de gemeente Steenwijkerland sinds 2018 samenwerkt met tien andere gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Service Team IJsselland (RSJ IJsselland). Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 14 Alle marktpartijen constateren een tekort aan betaalbare koop voor starters in de gemeente. Ook wordt in dit onderzoek geconstateerd dat woningbouw bijdraagt aan het op peil houden en verbeteren van het voorzieningenniveau, een evenwichtiger bevolkingsopbouw, een economische factor is die werkgelegenheid creëert, en een vliegwiel is voor de verbetering van de “algehele omgevingskwaliteit” (Woningmarktonderzoek Werkvergadering Gemeenteraad, 2021). Werk en economie: We blijven ons inspannen om onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar aan te laten sluiten.
We doen dat bijvoorbeeld in samenwerking tussen gemeente, NoordWestGroep en het onderwijs door jongeren uit het praktijkonderwijs gelijk te ondersteunen bij de doorstroming naar de arbeidsmarkt. Het succes van de Regionale Praktijk Academie (RPA)27 geeft aan dat we hierbij op de goede weg zijn. Bron: Coalitieakkoord 2023-2026 + Versterken en behoud van de werkgelegenheid door opleiden gekwalificeerd personeel en mismatch arbeidsmarkt tegengaan Bron: Programmabegroting 2024-2027. Dit bestuursprogramma lijkt zich het meest expliciet te richten op de groep jongvolwassenen. Het faciliteren van de doorstroom van onderwijs naar arbeidsmarkt is ontegenzeggelijk in het belang van jongvolwassenen en sluit aan bij het binden van jong talent aan de gemeente. Leefbare steden en kernen: we zetten in op het bewaken en versterken van de leefbaarheid. Dit doen we door te investeren in wonen voor jong en oud, betere kwaliteit van de openbare ruimte, bereikbaarheid, ondersteuning van basisonderwijs, goede zorg nabij, veiligheid, verenigingsleven, bibliotheken, de dorpshuizen en multifunctionele centra, het vrijwilligerswerk, cultuur, sport- en kerkelijke activiteiten en andere inwonersinitiatieven. Bron: Coalitieakkoord 2023-2026 + Opwaardering van de openbare ruimte + Kansen benutten die de regionale verstedelijkingsstrategie biedt (deze doelstelling sluit nog aan bij de Regioagenda).
+ Verbeteren van de bereikbaarheid (maar is verhogen fietsgebruik en wandelmogelijkheden) + Inwoners, ondernemers en toeristen ervaren een sociaal en fysiek veilige leefomgeving (jeugdigen worden genoemd als risicogroep van cybercriminaliteit). + Stimulerende omgeving voor sport en bewegen + Voldoende veilig en kwalitatief goed sportaanbod + Ontwikkeling naar maatschappelijk educatieve bibliotheek + Borging kwaliteit evenementen (“evenementengemeente”) + Schoolgebouwen die functioneel, veilig, gezond, comfortabel en duurzaam zijn + Gebiedsgericht werken: leren door te doen (vergroten tevredenheid inwoners over hun buurt, kern of gemeente). M.u.v. sport en bewegen (zie het Sport en beweegakkoord) worden jongvolwassenen niet als aandachtsgroep benoemd, noch in het Coalitieakkoord noch in de Programmabegroting. Echter, zoals te zien hebben de doelen en bijbehorende resultaten wel degelijk impact op de leefbaarheid en het voorzieningenniveau voor deze doelgroep. Vitaal platteland: De komende jaren worden miljoenen geïnvesteerd in (toeristische) gebiedsontwikkeling.
Het optimaliseren van (digitale) infrastructuur en nieuwe + Vergroten van de leefbaarheid in Ossenzijl (door diverse ontwikkelingen en woningbouw Dit bestuursprogramma gaat voor een groot deel over ecologische ontwikkeling en toerisme, maar raakt ook aan het voorzieningenniveau en leefbaarheid die wel 27 Regionale Praktijk Academie is een opleidingsbedrijf (leren én werken) waar jongeren een MBO-diploma krijgen en gelijk doorstromen naar een gegarandeerde werkplek in de sectoren: Installatietechniek, procestechniek, infratechniek, horeca en recreatie en de bouw. In menig beleidsdocument wordt het initiatief als een “gouden greep” bestempeld. Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 15 hoogwaardige verblijfsrecreatie geeft een impuls aan het duurzaam (be)leefbaar toerisme in Steenwijkerland. We stimuleren spreiding en verleiden bezoekers met duurzaam vervoer en aantrekkelijke voorzieningen. Bron: Coalitieakkoord 2023-2026 en de realisatie van een randweg) + Vergroten van de leefbaarheid in Blokzijl (realisatie randweg) degelijk impact hebben op onze doelgroep. Zie doelen in Ossenzijl en Blokzijl die raken aan woningbouw en mobiliteit en bereikbaarheid. Financiën en dienstverlening: + Lokale (woon)lasten relatief laag (behoren tot de top 25% gemeenten van Nederland met de laagste lasten.
Steenwijkerland staat op plaats 7 van de 342 gemeenten (COELO-atlas 2024)). Het laag houden van woonlasten is onzer inziens een doelstelling die in het belang is voor de groep jongvolwassenen als starters op de woningmarkt. Woningbouw Met betrekking tot woningbouw geldt dat de gemeente zich in zal spannen om nieuwe woningen te bouwen of om bestaande woningbouwprojecten, bijvoorbeeld van woningbouwcorporaties te versnellen. De gemeente ziet het uitbreiden van het woningaanbod in de gemee nte als manier om kernen toekomstbestendiger en leefbaarder te maken doordat inwoners langer in hun omgeving kunnen blijven wonen. Jongeren worden hierbij als specifieke doelgroep van aandacht genoemd . Zo wordt er genoemd dat er prioriteit wordt gegeven aa n woningen voor groepen (‘zeker jongeren’) die sociaaleconomische binding met de gemeente hebben. De Woonagenda 2022 -2026 vormt de kern van dit beleid en benoemt drie samenhangende ambities: een passende woning voor iedereen, een aantrekkelijk woonklimaat behouden en versterken en sterke kernen en een vitaal buitengebied . De woonvraag concentreert zich vooral in kernen met goede bereikbaarheid en voorzieningen, waaronder Steenwijk, Vollenhove en Oldemarkt. Kleinere woonkernen met minder voorzieningen krijgen maatwerkoplossingen, zoals woningbouw bij vrijkomende agrarische grond of het stimuleren van bewonersinitiatieven.
Voor jongeren bevat de agenda concrete maatregelen: behoud van de starterslening tot €40.000, inzet op betaalbare starterswoningen en nieuwe woonvormen zoals wooncoöperaties en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap ( CPO). Ook wordt aansluiting gezocht bij regionale strategieën uit de Woonagenda West -Overijssel (ontspannen wonen in kleinere kernen en centraal wonen in voorzieningenkernen), met als doel jongeren perspectief te bieden om in hun eigen omgeving te blijven wonen en zo de leefbaarheid van kernen te versterken. Leefbare steden en kernen In de derde opgave uit het coalitieakkoord , ‘leefbare steden en kernen’ , wordt expliciet aandacht besteed aan leefbaarheid en het voorzieningenniveau . Zo wordt er genoemd dat er wordt geïnvesteerd in bibliotheken, dorpshuizen en multifunctionele centra en sportactiviteiten. In de opgave komen jongeren niet naar voren als specifieke doelgroep van aandacht . Echter hebben veel maatregelen impact op hun leefomgeving, zoals de verbetering van fiets - en wandelmogelijkheden, het stimuleren van sport en bewegen en het creëren van een sociaal en fysiek veilige leefomgeving (waarbij jongeren specifiek als risicogroep voor cybercriminaliteit worden genoemd). Uit de opgave ‘leefbare steden en kernen’ volgen een aantal documenten die invulling geven aan de opgave. Hieronder worden een aantal relevante documenten besproken.
• Het Integraal Veiligheidsplan 2023 -2026 benadrukt samenwerking en gebiedsgericht werken, met prioriteit voor ondermijning, zorg & veiligheid en digitale veiligheid . Het plan kent drie uitgangspunten: samenwerken, gebiedsgericht werken en balans tussen preventie, zorg en repressie. Gebiedsgericht werken moet de gemeente dichter bij inwoners brengen en snelle reacties op veiligheids - en leefbaarheidsopgaven mogelijk maken, in samenwerking met ketenpartners, inwoners, woningcorporaties en Sociaal Werk De Kop. Prioriteit ligt bij drie thema’s: ondermijnende criminaliteit , zorg en veiligheid en digitale veiligheid . Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 16 Het thema zorg en veiligheid raakt deels aan leefbaarheid, maar nauwelijks aan het voorzieningenniveau; een uitzondering is de aansluiting bij regionale initiatieven zoals het Zorg- en Veiligheidshuis. • Uit Op weg naar het lokaal Sportakkoord “Het Wedstrijdplan” (2019) en het Steenwijkerlands Sport & Beweegakkoord 2020 & 2021 (p. 10) blijkt dat onder het thema Inclusief sporten en bewegen er een programma is opgezet dat expliciet gericht is op (kwetsbare) jongvolwassenen (16 -27 jaar).
Zo wordt er in het 12-wekelijkse programma Jongeren in beweging, dat een onderdeel van het gemeentelijke jeugdbeleid is en wordt uitgevoerd door Sociaal Werk De Kop in samenwerking met coach Colin Kist, ruimte voor sport geboden voor tien jongeren met een hulpvraag28. • In het Jaarplan 2025 van Sociaal Werk De Kop (p. 13) wordt de training Grip & Glans genoemd. Dit is een groepscursus die eigenlijk is ontwikkeld voor vrouwen van 50+ om gevoelens van welbevinden en eigen regie te versterken en eenzaamheid te verminderen. De Kop heeft zich voorgenomen om in 2025 te verkennen of deze cursus ook bij de groep jongvolwassenen kan worden toegepast. Een precieze leeftijd wordt niet genoemd. • Bij de opgave “Een goed begin” wordt genoemd dat via jongerenwerk ingezet wordt op veerkracht en talentontwikkeling bij jongeren . Hierbij worden jongeren niet met leeftijd geduid. Voorbeelden van evenementen waar jongeren bij kunnen worden betrokken zijn Kopje Cultuur, dit is het grootste culturele festival in de Kop van Overijssel. Ook worden er niet nader genoemde activiteiten voor jongere mantelzorgers vanuit de Kop georganiseerd. • Ook een organisatie als Impacter Steenwijkerland 29 wordt genoemd in het jaarplan. Impacter is een project uit het actieprogramma Maatschappelijke Diensttijd (MDT) van ZonMw.
Zij bieden jongeren tussen de 12 en 30 jaar coaches aan die zijn vastgelopen in hun studie of werk en die zij in of buiten Steenwijkerland aan een vrijwilligersplek kunnen helpen. Ook na plaatsen kunnen jongeren beleid worden door coaches van Impacter. • In de Visie op (inwoners)participatie (2021: p. 11) worden jongeren zeer summier aangehaald en als “relevante doelgroep” gedefinieerd, “zeker als het gaat om onderwerpen die hen aangaan”. Om welke leeftijdsgroep het gaat wordt verder niet uitgelegd, noch om hoe de inbreng van jongeren ten aan zien van voor hun relevante onderwerpen er precies uit moet zien. • Het Gezondheidsbeleid 2023 -2026, “Gezond leven makkelijker maken voor de inwoners van Steenwijkerland”, hanteert een brede benadering gericht op preventie en gezondheid, aansluitend bij landelijke en regionale kaders (o.a. Wet publieke gezondheid, Nationaal Preventieakkoord, NIXX, Kansrijke Start). Voor jongeren (16 -27 jaar) worden specifieke uitdagingen genoemd: ruim een derde ervaart stress door school of huiswerk, 20% door “alles wat ze moeten doen”, 16% heeft ooit gerookt en veel jongeren drinken al voo r hun 18e; binge -drinken en drinken in keet of schuur komen vaker voor dan regionaal.
Op basis hiervan zijn vijf prioriteiten geformuleerd: (1) betere mentale gezondheid, (2) meer gezondheidsvaardigheid, (3) ontmoeting in veilige en uitnodigende omgeving, (4) meer bewegen en (5) afname middelengebruik. Bij de laatste prioriteit wordt expliciet de jeugd genoemd vanwege toenemend drugsgebruik en complexere problematiek. Voor jongeren wordt in meerdere prioriteiten specifieke aandacht gevraagd, zoals bij menta le gezondheid, gezondheidsvaardigheden en veilige ontmoetingsplekken (scholen, buurthuizen, sportclubs, winkels). Het beleid benadrukt dat preventie alleen effect heeft bij continuïteit en lange termijn inzet, met twee strategische doelen: een gezondere sociale en fysieke omgeving en het makkelijker maken van gezonde keuzes via kennis, gedrag en vaardigheden. 4.2.2 Doelgroepgerichte werkwijzen Uit een analyse van de aangeleverde beleidsdocumentatie blijkt dat de specifieke leeftijdsgroep van 16 -27 jaar zelden als afzonderlijke doelgroep wordt benoemd. De aandacht voor jongeren is vaak algemener van aard of richt zich op andere doelgroepen, met name schoolgaande jeugd tot 18 jaar. Samenvattend kan gesteld worden dat de beleidsaandacht voor de doelgroep 16 -27 jaar gefragmenteerd is over de verschillende beleidsdocumenten. Met uitzondering van het Sport & Beweegakkoord ontbreekt een integrale, leeftijdsspecifieke benadering.
Een analyse van relevante documentatie: 28 Bron: https://www.sociaalwerkdekop.nl/jongeren/jongeren-in- beweging/#:~:text=Meedoen%20met%20Jongeren%20in%20Beweging,nl%20of%20(0521)745080. 29 https://impactersteenwijkerland.nl/ Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 17 • Het Sport & Beweegakkoord biedt de meest concrete aandacht voor deze leeftijdsgroep met het project "Jongeren in Beweging" dat expliciet gericht is op jongeren van 16 tot 27 jaar. Dit project zet sport in om jongeren te helpen stappen te zetten op sportief en maatschappelijk gebied, waaronder het stimuleren richting opleiding of werk. Daarnaast biedt het document activiteiten voor jongeren in het voortgezet onderwijs, zoals naschoolse sportactiviteiten en inspiratiesessies. • De Woonagenda besteed impliciete aandacht aan jongeren door een focus op starters. Zo worden voor starters maatregelen genoemd zoals goedkope koopwoningen, startersleningen, flexwonen en aandacht voor lokale binding. • Het Integraal Veiligheidsplan (IVP) bespreekt jongeren in de context van overlast en preventie van criminaliteit, met specifieke aandacht voor voorlichting over risico's van drugs, alcohol en cybercriminaliteit. Daarbij wordt Tactus genoemd als organisatie die zich richt op jongeren van 14 tot 24 jaar met problematisch middelengebruik.
• Het Gezondheidsbeleid vermeldt jongeren voornamelijk in het kader van de gezondheidsmonitor, met gegevens over sport, roken, alcohol - en drugsgebruik en stress. Het beleid lijkt zich echter meer te richten op schoolgaande jongeren tot 18 jaar dan op jongvo lwassenen (18 -27 jaar). Bij prioriteiten als "afname middelengebruik" en "mentale gezondheid" worden jongeren als aandachtsgroep genoemd, maar een specifieke leeftijdsafbakening ontbreekt hierbij. • Het Regenboogbeleid besteedt wel aandacht aan jongeren, maar voornamelijk in de context van school en sport. Ook hier wordt de leeftijdsgroep 16-27 jaar niet als aparte doelgroep benoemd. 4.2.3 Gebiedsgerichte werkwijzen De beleidsdocumenten vertonen onderling aanzienlijke verschillen in de mate waarin en de wijze waarop er aandacht is voor gebiedsgerichte werkwijzen. De uitgestrektheid van de gemeente met haar ruim 40 kernen en buurtschappen vormt een belangrijk uitgangspunt dat in alle beleidsdocumenten wordt erkend, maar de concrete uitwerking hiervan varieert sterk. Samenvattend kan worden gesteld dat gebiedsgericht werken als principe in alle beleidsdocumenten wordt onderkend, maar dat de mate van concrete uitwerking s terk varieert.
De Woonagenda biedt verreweg de meest uitgewerkte gebiedsgerichte aanpak, terwijl de andere documenten het principe wel erkennen maar minder concreet maken hoe dit in de praktijk wordt toegepast voor specifieke gebieden binnen de gemeente Steenwijkerland. Hieronder volgt een greep uit de geanalyseerde documentatie: • De Woonagenda 2022 -2026 biedt de meest uitgewerkte aanpak, met onderscheid tussen voorzieningenkernen, basiskernen en woonkernen. Per kern of cluster zijn strategieën uitgewerkt naar woningtype en prijssegment. Voor kleine kernen ligt de nadruk op maatwerk en vernieuwing, in grot ere kernen op nieuwbouw. Ook is er aandacht voor de identiteit van gebieden, bijvoorbeeld via beleid voor transformatie van agrarische bebouwing. • Het Sport & Beweegakkoord bevat elementen van gebiedsgericht werken, zoals aandacht voor sport in de openbare ruimte en een wijkgerichte benadering bij programma's als "Be Active After School", waarbij sport wordt aangeboden op specifieke locaties zoals sc hoolpleinen en trapveldjes. Ook is er aandacht voor samenwerking op sportparkniveau. In tegenstelling tot de Woonagenda wordt er echter weinig expliciet onderscheid gemaakt tussen verschillende typen kernen en hun specifieke behoeften op het gebied van spo rt en bewegen .
De ge meente geeft hiertoe aan de wensen en behoef ten van inwoners op te ha len en het beweegaanbod hier op aan te passen, maar dat het niet haalbaar is om per kern een op maat gemaakt aanbod te realiseren. • Het Regenboogbeleid benadrukt spreiding van activiteiten over de hele gemeente, bijvoorbeeld via een regenbooghuis of bijeenkomsten in lokale voorzieningen tijdens de Regenboogweek. Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 18 • In het Gezondheidsbeleid wordt gebiedsgericht werken genoemd als uitgangspunt voor het uitvoeringsplan. Daarbij wordt aangegeven dat men kiest voor een "ongelijke aanpak op basis van een stapeling van opgaven", waarmee wordt verwezen naar de bewuste beleidskeuze om middelen gericht in te zetten waar deze nodig zijn. Het document stelt dat in de uitwerking zal worden bekeken "in welke buurt/wijk/kern het nodig is om langdurig in te zetten", maar biedt geen concrete voorbeelden van gebiedsgerichte interventie s voor specifieke kernen. De gemeente vult h iertoe aan dat zij met ‘gebiedsteams’ wer ken, welke bestaan uit gebiedscoördinatoren, sociaal werk ers, de woningbouwcorporaties en de politie. Deze te ams maken gebruik van zogenaamde ‘gebiedsagendas’, waarin staat beschreven welke vragen er in het gebied leven, welke acties de gebiedsteams gaan oppakken en wie aan zet is.
Ook het ‘koppengeld’ (bedoeld voor initiatieven die bijdragen aan de leefbaarheid in wijken en kernen) en de subsidie Inwonersinitiatieven dragen bij aan de leefbaarheid. Van beide regelingen kunnen jongeren gebruik van maken. De onderzoekers hebben over de werkwijze van de gebiedsteams en het koppengeld geen documentatie geanalyseerd. 4.2.4 Concrete streefwaarden De geanalyseerde beleidsdocumenten verschillen sterk in de mate waarin zij concrete, meetbare streefwaarden30 bevatten die als basis kunnen dienen voor doeltreffende beleidsinzet en evaluatie. Deze verschillen duiden op een wisselende mate van meetbaarheid en concretisering van beleidsdoelen binnen de gemeentelijke organisatie. Er kan worden geconcludeerd dat vooral de Woonagenda en in mindere mate het Sport & Beweegakkoord concrete handvatten bieden voor doeltreffende beleidsinzet door middel van duidelijke streefwaarden. Het Regenboogbeleid, het IVP en het Gezondheidsbeleid bevatten daarentegen geen meetbare doelstellingen. Een greep uit de geanalyseerde documentatie: • De Woonagenda 2022 -2026 kenmerkt zich door een hoge mate van concretisering met duidelijke , kwantitatief geformuleerde doelstellingen. Een voorbeeld is het toevoegen van 1.735 woningen tot 2031 (1.435 koop, 140 sociale huur, 160 vrije sectorhuur). Deze zijn uitgesplitst per kern (bijv.
555–750 in Steenwijk, 125–150 in Vollenhove), met de ambitie dat binnen vijf jaar tweederde van de behoefte (ca. 1.160 wo ningen) wordt gerealiseerd. • Ook het Sport & Beweegakkoord bevat concrete streefwaarden, hoewel deze minder gedetailleerd zijn dan in de Woonagenda . Ook hebben deze doelen vaak geen betrekking op de voor dit onderzoek relevante doelgroep. Voorbeelden hiervan zijn het doel om ten minste 10 jongeren via het project "Jongeren in Beweging" te stimuleren richting opleiding of werk, het streven naar 80% gezonde kantines en 80% rookvrije accommodaties vanaf 2022, en de ambitie om met minimaal 20 deelnemers deel te nemen aan de COPD Challenge. • In scherp contrast met de Woonagenda en het Sport & Beweegakkoord staan het Regenboogbeleid, het Integraal Veiligheidsplan (IVP) en het Gezondheidsbeleid, waarin nauwelijks concrete streefwaarden te vinden zijn: de documenten benoemen vooral ambities zonder meetbare indicatoren. Zo streeft het Regenboogbeleid naar meer sociale acceptatie, veiligheid en zichtbaarheid via activiteiten als een regenbooghuis en Regenboogweek, maar koppelt dit niet aan aantallen deelnemers of meetba re resultaten. Het document benadrukt dat gedragsverandering "een kwestie van een lange adem" is en heeft daarom geen einddatum, wel is er sprake van tweejaarlijkse evaluatiemomenten maar zonder concrete streefcijfers.
Het IVP benadrukt veiligheid en leefbaarheid per wijk, maar formuleert geen concrete targets (bijv. reductiepercentages van overlast). Het Gezondheidsbeleid kiest voor een “ongelijke aanpak op basis van stapeling van opgaven” en benoemt gezondheidsthema’s, maar zonder harde streefwaarden zoals percentages of termijnen. 30 Met concrete streefwaarden worden duidelijk geformuleerde doelstellingen bedoeld die in aantallen, percentages of termijnen zijn vastgelegd, zodat de voortgang en het resultaat objectief kunnen worden beoordeeld. Onderzoek leefbaarheid en het voorzieningenniveau jongeren - Rekenkamer Steenwijkerland 19 Inzichten jongeren Uit een vragenlijstonderzoek blijkt dat jongvolwassenen over het algemeen tevreden zijn met hun woonomgeving in Steenwijkerland. Ze waarderen vooral de rust, natuur en bereikbaarheid, maar geven aan dat het aanbod van sociale ontmoetingsplekken en gelijkgestemden ontbreekt. Het woningaanbod sluit volgens hen onvoldoende aan op hun behoeften. De bereikbaarheid van voorzieningen wordt als goed ervaren, al is men kritischer over het aanbod en de kwaliteit ervan. Een aanzienlijk deel van de jongeren overweegt te vertrekken, met name vanwege studie- of werkmogelijkheden buiten de gemeente. Methodologische verantwoording vragenlijstonderzoek Jongeren zijn geworven via ‘netwerk panelling’.
Dit is een methode waarbij een vragenlijst wordt verspreid onder de doelgroep door mensen die de vragenlijst onder hun eigen kring verspreiden en wordt veelal toegepast onder lastig te bereiken doelgroepen. D eze ‘wervers’ kregen een kleine vergoeding als de respondenten die de vragenlijst via hen correct invullen. Respondenten kregen geen vergoeding voor het invullen van de vragenlijst. De kwaliteit van de respons is gedurende de looptijd van het onderzoek nau wlettend gemonitord om binnenkomende respons bij te sturen voor representativiteit en betrouwbaarheid. Voor de organisatie van het vragenlijstonderzoek heeft Enneüs samengewerkt met Responsified. Achtergrondinformatie doelgroep Aan het vragenlijstonderzoek namen 153 jongvolwassenen deel. De helft van de respondenten was tussen de 16 en 20 jaar oud en bijna 90% viel binnen de leeftijdscategorie van 16 tot 24 jaar. Dit wijst op een hogere respons onder jongere leeftijdsgroepen binnen de doelgroep. Me er dan de helft van de jongeren (55%) kwam uit Steenwijk, gevolgd door Oldemarkt (10%) en Giethoorn (9%). Daarmee komt driekwart van de respondenten uit deze drie kernen. De overige jongeren wonen in kleinere kernen binnen de gemeente. Wat betreft dagbesteding volgt 55% een mbo- of hbo-opleiding, 22% zit op de middelbare school. Het merendeel (83%) heeft een (bij)baan en iets meer dan een vijfde (22%) loopt stage.
Algemene tevredenheid en leefbaarheid De algemene tevredenheid over de eigen woonbuurt is relatief hoog. Jongvolwassenen geven gemiddeld een 7,4 als rapportcijfer. Twee derde van hen geeft een 7 of een 8, terwijl slechts 11% een onvoldoende (< 6) geeft. Deze tevredenheid komt ook tot uiting in persoonlijke reflecties, zoals die van een 19-jarige vrouw uit Steenwijk, die de rust, nabijheid van voorzieningen en de natuur waardeert, maar het ontbreken van gelijkgestemde leeftijdsgenoten en sociale ontmoetingsplekken als gemis benoemt.