1.1 Provincie Overijssel - Bijlage 1. Aanvulling begrotingscirculaire 2026 provincie overijssel
Tekst van het document
Bijlage 1: Aanvulling op de begrotingscirculaire 2026 Recent zijn de uitkomsten van de voorjaarsnota van het Rijk bekend geworden (zie tabel hieronder) en heeft de VNG een begrotingsadvies voor het opstellen van de begroting 2026 aan haar leden afgegeven. Gemeenten zijn nu in afwachting van de meicirculaire gemeentefonds 2025 voor de vertaling van de effecten hiervan op de gemeentelijke begroting. Vanuit financieel toezicht willen wij onze gemeenten tijdig, voor het verschijnen van de meicirculaire, informeren over de kaders en richtlijnen voor klimaat- en jeugdzorg. Zodat gemeenten hier rekening mee kunnen houden in het proces van kader- en voorjaarsnota’s in aanloop naar de (meerjaren)begroting 2026. Tabel voorjaarsnota 2025 Rijk. Wat betekent dit voor uw gemeente? Met als uitgangspunt dat de voorjaarsnota van het Rijk wordt vertaald in de meicirculaire gemeentefonds 2025 geven wij als toezichthouder het volgende mee: • Wij houden vast aan de geldende wet- en regelgeving en het daarop gebaseerde Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK). • De richtlijn voor de klimaatgelden (CDOKE) geldt ook voor de komende begroting 2026-2029. In begrotingscirculaire 2026 is het volgende opgenomen: Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen.
Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling voor de jaren 2023 tot en met 2025. Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten kunnen meer kennis opdoen en experts inhuren. Gemeenten moeten ervanuit kunnen gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. De Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in maart 2024 een advies gegeven over het vervolg van deze middelen. Hierin benadrukt de ROB dat het van belang is dat gemeenten voor langere tijd zeker zijn van middelen. Er wordt gewerkt aan een nieuwe regeling voor na 2025. Het Rijk heeft hier al budget voor gereserveerd. In de brief ministerie van Economische Zaken en Klimaat leest u hier meer over. Op dit moment is nog niet duidelijk of en hoe deze middelen ook na 2025 beschikbaar worden gesteld. Wanneer hierover besluitvorming heeft plaatsgevonden, zullen wij u informeren. Voor 2024 en 2025 waren ook extra middelen beschikbaar op basis van planfinanciering. Voor zover bekend worden deze middelen niet gecontinueerd na 2025.
Verlenging richtlijn klimaatmiddelen voor (meerjaren)begroting 2026 Ondanks dat op dit moment onduidelijkheid bestaat of en hoe de CDOKE-middelen na 2025 beschikbaar worden gesteld mogen gemeenten het basisbedrag wat zij in 2023 ontvingen voor de klimaat- en energiegelden opnemen als structurele baat in de begroting 2026 voor de jaren 2026 tot en met 2029. Voor wat betreft de planfinanciering is nog veel onzeker. Gemeenten kunnen dit ramen op basis van de verkregen beschikking. We gaan voor zowel de
basis als de planfinanciering er vanuit dat gemeenten een gelijk bedrag aan extra lasten opnemen voor de klimaat- en energietaken. • De oude richtlijn jeugdzorg vervalt nu de extra middelen meerjarig worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Dat betekent dat de gemeenten de stelpost in de jaren 2026 (€ 284 miljoen), 2027 (211 miljoen) en 2028 (€ 250 miljoen) niet meer in de begroting 2026 en verder kunnen opnemen. Voor gemeenten die dit in de begroting 2025 hadden opgenomen in de begroting geldt, dat zij deze stelpost uit de raming van de begroting 2026 moeten halen. Nieuwe richtlijn jeugdzorg voor (meerjaren)begroting 2026 • In het algemeen geldt dat de inkomsten vanuit de algemene uitkering geraamd moeten worden op basis van de mei- (of septembercirculaire). De algemene uitkering is naar aard structureel. Dit betekent dat de plussen (in 2026 en 2027) en de minnen in 2028 en 2029 ook structureel van aard zijn. • Ten aanzien van de minnen in 2028 en 2029, het Rijk neemt een financieel voorschot op nog te nemen maatregelen om het jeugdzorgstelsel te beheersen door een uitname uit het gemeentefonds voor: - Sturen op trajectduur jeugdzorg (€ 68 miljoen) en: - Eigen bijdrage jeugdzorg (€ 260 miljoen) Gemeenten kunnen beide posten budgettair neutraal in hun begroting verwerken, bijvoorbeeld door hiervoor een stelpost op te nemen.
Dit geldt op dit moment alleen voor de komende begroting 2026-2029. Als toezichthouder vinden we dit risicovol aangezien deze posten in principe nog onvoldoende uitgewerkt zijn en nog afhankelijk van nog vast te stellen wetgeving. Toch staan we een budgettair neutrale verwerking toe omdat aannemelijk is dat het realiseren van deze uitwerking en wetgeving onder de verantwoordelijkheid van het Rijk valt. Daarmee vinden we deze post vergelijkbaar met de extra besparing jeugdzorg (€ 511 miljoen) die destijds voor rekening en risico van het Rijk kwam. Toen de besparing definitief kwam te vervallen zijn deze middelen weer toegevoegd aan het gemeentefonds. • Verder wordt de besparingsopgave van de Hervormingsagenda geïndexeerd waardoor een hogere besparing (van € 507 miljoen) wordt verondersteld. Gemeenten moeten hiervoor zelf maatregelen treffen om deze besparing te realiseren. Wij stonden in eerdere begrotingsjaren geen stelpost toe voor de besparingen Hervormingsagenda. Voor de geïndexeerde besparingsopgave wordt eveneens geen stelpost toegestaan. • De mogelijke compensatie met terugwerkende kracht voor jeugdzorg 2023 en 2024. De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeenten.
Naar verwachting besluit het kabinet in augustus over een eventuele compensatie, waarna verwerking mogelijk in de septembercirculaire plaatsvindt. Algemeen uitgangspunt is dat een bestendige gedragslijn toegepast wordt welke circulaire (mei- óf septembercirculaire) in de begroting wordt opgenomen. Wanneer voor een circulaire wordt gekozen, dan dient deze ook volledig verwerkt te worden. Het is niet mogelijk om de effecten van een circulaire deels te verwerken. Bijvoorbeeld enkel de eenmalige compensatie met terugwerkende kracht voor 2023 en 2024 in de septembercirculaire. Begrotingsadvies VNG • Recent heeft de VNG een begrotingsadvies voor de begroting 2026-2029 uitgebracht. Vanuit onze rol als toezichthouder kunnen wij niet instemmen met het derde adviespunt om een algemene stelpost van Ark op te nemen die de baten en lasten voor jeugdzorg in 2028 en 2029 in balans brengt. Dit heeft de VNG ook benoemd in het begrotingsadvies. Wij vinden een dergelijke stelpost op dit moment onvoldoende onderbouwd en daarmee niet realistisch. We hebben begrip voor de brede discussie rondom de (dis)balans van de gemeentelijke taken en middelen maar zullen het toezicht uitvoeren op basis van de geldende wet- en regelgeving en ons daarop gebaseerde Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK). Dit betekent dat wij een dergelijke stelpost zullen corrigeren.
Motie onderuitputting • Onlangs is een motie in de Tweede Kamer aangenomen die de regering oproept om gemeenten de mogelijkheid te geven om te werken met een stelpost onderuitputting. De minister had deze motie in een kamerbrief ontraden omdat dit niet binnen de BBV- voorschriften past. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk hoe de minister opvolging gaat geven aan deze motie. Vanuit financieel toezicht zullen wij op moment geen stelpost onderuitputting toestaan. In plaats daarvan roepen wij gemeenten op om zo realistisch mogelijk te ramen door meerjarige voordelen op specifieke budgetten aan te passen. Eventuele rekeningoverschotten kunnen toegevoegd worden aan de Algemene reserve en via de regeling incidenteel-structureel ingezet worden voor het dekken van structurele lasten in latere jaren. Hiervoor gelden wel voorwaarden. Deze (aanvullende) richtlijnen zijn gebaseerd op de aanname dat de voorjaarsnota van het Rijk wordt verwerkt in de meicirculaire gemeentefonds 2025. Mocht dit anders zijn, dan zullen wij ook onze kaders hierop aanpassen, en wordt u hierover geïnformeerd.