CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

1.1 Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport - Bijlage.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.767 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage In deze bijlage treft u informatie aan over: 1. Informele geschilbeslechting 2. Nieuwe termijn voor aanlevering gegevens bij het CAK 3. Uitspraak Centrale Raad van Beroep over opvang 4. Wlz-indiceerbaren 5. GGZ-B herindicatie 6. Huishoudelijke hulp binnen de Wlz 7. Inkoop sociaal Domein bij PIANOo 8. Uitvraag ten behoeve van implementatie VN-verdrag 1. Informele geschilbeslechting Een belangrijk aspect uit de Wmo 2015 betreft het doen van een zorgvuldig onderzoek, om zo te komen tot het goede gesprek tussen uw burgers en de gemeente. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk juridisering voorkomen. Veel gemeenten besteden hier ook de nodige aandacht aan; zo kunnen burgers in bijna alle gemeenten op verschillende manieren laagdrempelig vragen stellen of hun beklag doen over beslissingen of gedragingen waar zij het niet mee eens zijn. In veel gevallen gaat dat naar tevredenheid van betrokken partijen. Toch zijn er ook signalen dat burgers zich onvoldoende gehoord voelen of dat zij van het spreekwoordelijke ‘kastje naar de muur’ worden gestuurd. Zie hiervoor een recent door de Nationale Ombudsman uitgebrachte rapport ‘Terug aan tafel, samen de klacht oplossen’.

Daar waar een cliënt zich onvoldoende gehoord voelt, kan een nadere toelichting vanuit de zijde van de gemeente of het betrekken van de zorgaanbieder voldoende zijn om tot een oplossing te komen, hierbij kan de lokale of regionale ombudsman ook een rol vervullen. Vanzelfsprekend kan de burger daarbij altijd worden bijgestaan door bijvoorbeeld een cliëntondersteuner, mantelzorger of andere derde. Een dergelijk verhelderend gesprek, ook wel´informele geschilbeslechting´genoemd, zal veelal tot een uitkomst leiden waar beide partijen mee kunnen leven. Voor beide partijen is winst te boeken indien een klacht of vraag kan worden weggenomen of beantwoord zonder dat een formele klachtenprocedure en/of een bezwaarprocedure wordt gestart. Leidt het gesprek niet tot een voor de burger aanvaardbare oplossing, dan staat een formele procedure uiteraard open; dat recht is geborgd in de Algemene wet bestuursrecht. Als een klachtenprocedure start, dan verdient het aanbeveling om de ‘Uitgangspunten van de Nationale ombudsman voor klachtbehandeling’ in acht te nemen. Nadere informatie over informele geschilbeslechting vindt u op de website ‘Prettig contact met de overheid’. 2. Nieuwe termijn voor aanlevering gegevens bij het CAK Nog te vaak krijgen Wmo-cliënten een rekening over meerdere perioden.

Ook duurt het nog vaak te lang voordat de eigen bijdrage voor nieuwe Wmo-cliënten kan worden vastgesteld. Om dit te voorkomen, worden gemeenten en aanbieders met ingang van 1 januari 2019, middels het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, verplicht binnen 28 dagen na afloop van de zorgperiode de zorggegevens aan te leveren bij het CAK. Vooruitlopend hierop vraag ik u nu al werk te maken van de gegevensaanlevering bij het CAK en hierin een versnelling aan te brengen. Dit kan door afspraken te maken met uw aanbieders en in elk nieuw contract de aanlevertermijn van ‘zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 28 dagen’ vast te leggen. Het CAK heeft voor gemeenten een standaardcontractbepaling opgesteld waar gemeenten gebruik van kunnen maken bij het sluiten van nieuwe Wmo-overeenkomsten met aanbieders. 3. Uitspraak Centrale Raad van Beroep over opvang De CRvB heeft in haar uitspraak van 5 april jl. (ECLI:NL:CRVB:2017:1259) bepaald dat het doen van een melding om maatschappelijke ondersteuning in de vorm van opvang verplicht tot nader onderzoek door het college. Ook de toekenning van een tijdelijke maatwerkvoorziening, waar het in deze uitspraak omging, brengt met zich mee dat het college verder uitvoering dient te geven aan de gedane melding.

Het toekennen van een tijdelijke maatwerkvoorziening geschiedt immers in spoedeisende gevallen, waarin het voor de afwikkeling van de melding benodigde onderzoek van artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 op dat moment niet kan worden afgewacht. Dat betekent echter niet, dat dit het college ontslaat van de verplichting van het uitvoeren van het onderzoek. Dat onderzoek zal het college alsnog moeten doen, overeenkomstig artikel 2.3.3 van de Wmo 2015. 4. Wlz-indiceerbaren Ruim 3.000 “Wlz-indiceerbaren” zullen per 1 juli zorg en ondersteuning gaan ontvangen via de gemeente en/of Zorgverzekeringswet (Zvw). De persoonsgegevens van de cliënten die bij een gemeente een aanvraag doen voor hun zorg zijn in oktober 2016 overgedragen via het loket van het CAK. Via hetzelfde loket is in januari 2017 informatie verstrekt via Vektis over de zorg die deze cliënten nu ontvangen. Voor de zorginkoop van gemeenten is het immers van belang dat u weet bij welke zorgaanbieders de cliënten nu zorg ontvangen. Afgesproken was dat gemeenten de cliënten actief zouden benaderen om tijdig een aanvraag in te dienen. Indien in uw gemeente cliënten zijn die nog geen nieuw besluit hebben gekregen, verzoeken wij u het traject op korte termijn af te ronden. Het meldpunt ‘Het Juiste Loket’, een samenwerkingsverband van Ieder(in), PerSaldo en het ministerie van VWS, kan uw inwoners waar nodig hierbij verder helpen.

Alhoewel ‘Het Juiste Loket’ vooral bedoeld is voor cliënten die vragen hebben over het aanvragen van zorg of ondersteuning met betrekking tot de Jeugdwet, Wmo 2015, Zvw en/of Wlz, staat ‘Het Juiste Loket’ ook medewerkers van gemeenten graag te woord. Het meldpunt kan bijvoorbeeld helpen bij vragen over de scheidslijnen tussen de domeinen en het overgangsrecht Wlz-indiceerbaren. 5. Herindicatietraject GGZ-B Binnen de Wlz zijn er bijna 8.000 cliënten met een GGZ-B indicatie. Zij hebben op grond van het overgangsrecht een indicatie gekregen voor 3 jaar. Dit overgangsrecht loopt af op 1 januari 2018. Het CIZ voert daarom samen met de betrokken behandelaars een herindicatietraject uit. Op grond van de Wlz is het aan de behandelaar om te bepalen of de cliënt nog steeds is aangewezen op behandeling met verblijf. Zo ja, dan geeft het CIZ een nieuw GGZ-B besluit af voor maximaal 3 jaar en blijft de zorg voor de cliënt bekostigd vanuit de Wlz. Zo nee, dan dient indien nodig een aanvraag voor zorg of ondersteuning vanuit een ander domein zoals de Wmo 2015 en/of de Zvw gedaan te worden. Het streven is om dit herindicatietraject uiterlijk 1 juli 2017 af te ronden. Voor cliënten, behandelaars, zorginstellingen, gemeenten en zorgverzekeraars is er dan voldoende tijd om voor 1 januari 2018 een verantwoorde overgang naar een ander domein te borgen.

Voor gemeenten betekent dit dat tussen 1 juli 2017 en 1 januari 2018 voor een deel van deze cliënten een onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte moet worden uitgevoerd. Ook betekent het dat, voor de cliënten voor wie dit nodig is, ondersteuning conform de Wmo 2015 geboden wordt per 1 januari 2018. Vooralsnog lijkt het om een beperkt aantal cliënten te gaan. De VNG en het ministerie van VWS volgen dit herindicatieproces nauwlettend. 6. Huishoudelijke hulp binnen de Wlz Tot 1 april 2017 kregen Wlz-cliënten met een modulair pakket thuis (mpt) de huishoudelijke hulp via gemeenten vanuit de Wmo 2015 geleverd. Met ingang van 2017 wordt de huishoudelijke hulp voor deze cliënten geleverd via het zorgkantoor vanuit de Wlz. De huishoudelijke hulp voor bestaande cliënten met een mpt is op 1 april 2017 overgegaan van gemeenten naar de zorgkantoren. Door deze overheveling bleek dat de reikwijdte van de Wlz-aanspraak ‘het schoonhouden van de woonruimte van de verzekerde’ voor Wlz-cliënten met de leveringsvormen mpt en pgb onbedoeld minder ruim is dan wat onder huishoudelijke hulp wordt begrepen. Daarnaast waren er signalen dat door de overheveling cliënten mogelijk abrupt te maken zouden kunnen krijgen met een teruggang in het aantal uren huishoudelijke hulp.

Dit kan het geval zijn als de door gemeenten geboden omvang van huishoudelijke hulp geheel of gedeeltelijk niet past binnen het voor 2017 al ingerichte budget in mpt en pgb. Beide situaties zijn onwenselijk. Om ervoor te zorgen dat huishoudelijke taken als het bereiden van de maaltijden en het doen van de was ook voor Wlz-cliënten in de thuissituatie gedaan kunnen worden, is besloten om de reikwijdte van de Wlz-aanspraak te verbreden naar huishoudelijke hulp. Dit betekent dat cliënten met een Wlz-indicatie hun huishoudelijke hulp in de brede zin van het woord via het zorgkantoor vanuit de Wlz kunnen ontvangen. Mensen met een Wlz-indicatie hebben overigens ook toegang tot de algemene voorzieningen die gemeenten aan hun inwoners verstrekken. Daarnaast heb ik voor wat betreft de mogelijk abrupte teruggang in omvang van het aantal uren huishoudelijke hulp in verband met de overheveling besloten om zorgkantoren voor het jaar 2017 de ruimte te bieden om, als nodig, meer zorg c.q. een hoger budget aan cliënten met een mpt of pgb toe te kennen. Op 15 mei 2017 heb ik de Tweede Kamer van deze besluiten op de hoogte gesteld1. Voor actuele informatie over huishoudelijke hulp vanuit de Wlz, verwijs ik u naar de website informatie langdurige zorg. 7.

Inkoop Sociaal Domein bij PIANOo Het kabinet investeert in een Kennis- en Ontwikkelcentrum Inkoop Sociaal Domein bij PIANOo; het Expertisecentrum Aanbesteden van het Ministerie van Economische Zaken. Gemeenten kunnen hier terecht voor vragen over de Aanbestedingswet en het besluit over een reële prijs. Daarnaast biedt PIANOo ondersteuning en specifieke expertise over onderwerpen als passende (nieuwe) inkoopmethodieken, het vergroten van de marktdialoog, verbreding van tools en instrumenten en het verbinden van de beleidsdoelen aan de inkoop met focus op doelmatigheid en kwaliteit. 8. Uitvraag ten behoeve van implementatie VN-verdrag In juli 2016 is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van kracht geworden (het Verdrag). De ambitie van het Verdrag is toewerken naar een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen. Om deze ambitie vorm te geven, heeft het ministerie in de afgelopen periode een implementatieplan voorbereid samen met de Alliantie (een coalitie van vertegenwoordigende organisaties namens mensen met een beperking), VNO-NCW en MKB- Nederland en de VNG. In mijn rol als coördinerend bewindspersoon heb ik het implementatieplan voor het VN-verdrag op 28 maart naar Tweede en Eerste Kamer verzonden. In het implementatieplan is in afstemming met de VNG een lokaal spoor opgenomen.

Dit lokale spoor heeft een versterkende en faciliterende werking op nieuwe en bestaande inspanningen van gemeenten om een inclusieve samenleving na te streven. Het gaat hierbij zowel om inspanningen binnen als buiten het sociaal domein. Om u hierbij zo effectief mogelijk toe te rusten, is in samenwerking met IederIn en de VNG een uitvraag ontwikkeld. Met deze uitvraag willen we zicht krijgen of en hoe de lokale invulling aan het Verdrag en het toewerken naar een inclusieve samenleving tot dusver vorm krijgt binnen gemeenten. En waar u, als portefeuillehouder, tegenaan loopt en welke ondersteuning u hierin goed zou kunnen gebruiken. Graag nodig ik u uit om vóór 15 juni deze uitvraag in te vullen via: http://www.formdesk.com/minvws/formVN 1 TK 34104 nr. 177. vergaderjaar 2016-2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4105754c-c5ec-43a2-8d2f-6299d7245ead?agendaItemId=0eb76007-7c08-4c85-a880-7ea2a804c21c