1.0 Rekenkamercie SWL - beantwoording vragen rapport IGSD-NWG (003).pdf
Tekst van het document
Adresgegevens Postbus 162, 8330 AD Steenwijk • Vendelweg 1, Steenwijk • telefoon 14 0521 • fax (0521) 51 68 55 e-mail info@steenwijkerland.nl • www.steenwijkerland.nl • IBAN nummer NL19 BNGH 0285 0924 21 Gemeentelijke producten kunt u ook aanvragen via onze website Rekenkamercommissie Gemeenteraad Steenwijkerland Vendelweg 1 8331 XE Steenwijk behandeld door B.H.D. de Groot afdeling Rekenkamercommissie telefoon 140521 140521 Ons kenmerk uw kenmerk bijlagen geen Steenwijk (verzenddatum) 9 oktober 2017 Onderwerp Beantwoording openstaande vragen rapport Rekenkamercommissie over IGSD en NoordWestGroep Geachte leden van de gemeenteraad, Tijdens de politieke markt van 5 september 2017 zijn er vragen gesteld over het rapport van de rekenkamercommissie inzake Sturing, beheersing, verantwoording en toezicht op de IGSD en NWG in de periode 2010 – 2015. Middels deze brief beantwoorden wij de twee openstaande vragen. 1) Advies is gegeven om nadrukkelijker rol te pakken en duidelijke afspraken te maken over de indicatoren waarover de Raad geïnformeerd wenst te worden. Vraag vanuit de Raad is of en welke concrete indicatoren zijn te noemen (en wat is een indicator) anders dan die reeds beschikbaar zijn. Reactie Rekenkamercommissie: De aanbeveling vloeit voort uit de waarneming dat in P&C-documenten van de gemeente Steenwijkerland de indicatoren niet voldoende smart geformuleerd zijn.
Daardoor is het voor de raad lastig om de juiste sturingsinformatie te verkrijgen. Dat staat overigens geheel los van de vraag of er door de IGSD tijdig en afdoende gerapporteerd werd. De aanbeveling is dan ook om als raad, college, IGSD en ambtelijk apparaat gezamenlijk tot een set indicatoren te komen, die daadwerkelijk leiden tot sturingsinformatie. Voorbeeld: het aantal uitkeringsgerechtigden is een getal (meetwaarde) dat veel wordt gebruikt als indicator. Maar dit wordt stevig beïnvloed door autonome factoren waardoor de gemeente met dit getal niet echt kan sturen. Daarnaast zijn in P&C documenten te vage resultaatgebieden benoemd (alsook de concrete acties die hier een bijdrage moeten leveren). Dat levert geen werkbare indicatoren op. Een indicator als “de gemiddelde kosten van een uitkering” zegt daarentegen wel iets meer omdat daarin het resultaat van re-integratie-inspanningen is verdisconteerd.
Pagina 2 van 2 Rekenkamercommissie Een ambitie om gedeeltelijk uitstroom te realiseren middels re -integratie leidt er toe dat de kosten van een uitkering worden aangepast en/of er verrekening met de uitkering plaatsvindt. Daarmee blijft het aantal actieve uitkeringendossiers gelijk (=aantal uitkeringen) maar wordt wel bespaard op de uitkeringskosten. Het aantal participatieplekken (wel activering maar geen uitstroom) is een meetwaarde maar geeft ook iets aan over de acties op het gebied van re -integratie bij de doelgroep met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Willen college en raad goed kunnen sturen, dan is het zaak om tot een goede set indicatoren te komen en vanuit de doelstellingen /ambities te verkennen hoe de sturing invulling kan krijgen via een of meer indicatoren. De Rekenkamercommissie is desgewenst bereid hierover mee te denken en te mee te praten. Belangrijk bij het stellen van indicatoren is dat zij gedragen worden door acties en/of maatregelen die ook feitelijk ten uitvoer gebracht kunnen worden en bijdragen aan het resultaat. Oftewel; het moet wel uitvoerbaar en haalbaar zijn. 2) In de motie die de gemeenteraad van de gemeente Steenwijkerland heeft aangenomen is onder andere gevraagd “hoe heeft het zover kunnen komen” Deze vraag blijft onbeantwoord in het onderzoek en dat is jammer, respectievelijk een gemiste kans.
Reactie Rekenkamercommissie: De motie van de raad van Steenwijkerland is niet zonder meer 1:1 overgenomen maar geoperationaliseerd in de onderzoeksopzet. Daarmee is de vraag ‘hoe heeft het zover kunnen komen’ niet letterlijk uitgewerkt (dat is ook niet per se nodig). De motie is uitgewerkt in een opzet waarin de sturing, beheersing, verantwoording en toezicht op de IGSD in de afgelopen periode zijn onderzocht. Perspectief van het onderzoek was in dit verband terugkijken (en niet andere onderzoeken voor de voeten lopen). De periode is om die reden bewust gekozen. In dat perspectief zijn de vier relevant te onderscheiden actoren onderzocht in hun rol van opdrachtgever en opdrachtnemer (in relatie tot sturing, beheersing, verantwoording en toezicht). Met de uitkomsten daarvan, zo oordelen wij, is het antwoord op de vraag ‘hoe het zover heeft kunnen komen’ impliciet gegeven. De onderzoeksopzet is ter kennisname gebracht van de gemeenteraad om de gemeenteraad te informeren over het onderzoek dat gestart werd. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Arthur Rynja Rekenkamercommissie Steenwijkerland